44 Verzoek tot bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden van de aktename van de exploitatie van een bronbemaling gelegen Frilinglei 20. Aktename. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Op 11 mei 2026 diende Hans Hermans een verzoek tot bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2025 in. Dit betreft de exploitatie van een bemaling ter hoogte van Frilinglei 20.

 

Juridisch kader

Het decreet van 25 april 2014 betreffende omgevingsvergunning.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

Adviezen

In het besluit van 15 december 2025 werd de volgende bijzondere milieuvoorwaarde opgelegd:

- De aanvrager moet het opgepompte water lozen in: de regenwaterriolering ter hoogte van het kruispunt Frilinglei/Verhoevenlei.

 

Uit de situatie ter plaatse blijkt dat de riolering van de Frilinglei ter hoogte van de inrichting gescheiden is aangelegd, maar dat dit nog niet is aangepast op de onlinegegevens ter beschikking van de exploitant.

 

Vanwege de logistieke vereenvoudiging van de werken en de beperking van hinder en impact op de omgeving vraagt de exploitant om rechtstreeks in de gescheiden riolering van de Frilinglei te mogen lozen.

 

Gezien dit geen impact heeft, kan de gevraagde bijstelling worden aanvaard. De aangepaste milieuvoorwaarde luidt:

- De aanvrager moet het opgepompte water lozen in: de regenwaterriolering ter hoogte van de Frilinglei.

 

Financiële gevolgen

Op deze aanvraag is geen retributie van toepassing.

 

BESLUIT:

 

Art.1.- Er wordt akte genomen van het verzoek tot bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden.

 

Art. 1 van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2025 wordt vervangen door:

 

"Er wordt akte genomen van de melding ingediend door Philippus den Hollander voor de exploitatie van een bronbemaling gelegen Frilinglei 20  te Brasschaat.

 

Rubriek

Omschrijving

Hoeveelheid

Klasse

53.2.2°a)1°

Bemaling bij bouwwerken met maximumdebieten van 35105 m³ en 606 m³/dag gedurende 90 dagen.

 

35105 m³

3

 

 

Volgende bijzondere milieuvoorwaarden worden opgelegd:

Bijzondere milieuvoorwaarde

        De aanvrager moet het opgepompte water lozen in: de regenwaterriolering ter hoogte van de Frilinglei.

        De aangepaste lozingsnormen zijn:

        Nikkel: 300 μg/l

        Zink: 2000 μg/l

        Chroom: 500 μg/l

        Arseen: 50 μg/l

        Indien de pomp of de buizen voor de bronbemaling op het openbaar domein worden geplaatst moet hiervoor een toelating inname openbare weg verkregen worden via www.brasschaat.be;

        Alle maatregelen dienen te worden genomen om schade aan naburige eigendommen, beplantingen en bomen door droogte of wateroverlast te voorkomen. De aanvrager moet er op toezien dat er in geen geval waterschade ontstaat naar naburige eigendommen toe;

        Er mag geen water op de openbare weg komen;

        In het algemeen is het belangrijk op de werf om het waterpeil te monitoren en op die manier niet té veel water weg te pompen en de grond te diep droog te maken.

        De grondwaterstand moet gradueel naar omhoog worden gebracht naarmate de voortgang van de werf. Dit dient echter afgestemd te worden met de stabiliteitsingenieur inzake mogelijks opdrijvingsgevaar. 

        De voorziene septische put(ten) en regenwaterputten moeten uitgevoerd worden gedurende de actieve bemaling.

        Een nauw opgevolgde monitoring van het debiet en grondwaterpeil is een vereiste gedurende de bemaling door:

        grondwaterpeilen en opgepompte debieten

        Een correcte opstelling van debietmeter(s)

        Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

        het merk en serienummer;

        het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

        Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen. Meer informatie over het doorgeven van deze informatie is te vinden op Https://www.dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen

        Een staalname van het grondwater en van het bemalingswater wordt opgelegd, eenmaal bij opstart en daarna op 3-wekelijkse basis om de kwaliteit van het grondwater/bemalingswater na te gaan.

        De dichtste bomen moeten onder begeleiding van een boomdeskundige, bevloeid worden indien de uitgraving gebeurt in het groeiseizoen (april – oktober). Ook moet er op eenvoudige vraag van buurpercelen of de gemeentelijke diensten een bevloeiing voorzien worden. Bij het bepalen van de intensiteit en het type bevloeiing dient rekening gehouden te worden met het wortelgestel van iedere boom (diep of ondiep wortelend).

        Het bemalingswater moet eerst belucht wordt in een groot buffervat/container gezien de mogelijks glauconiet-(ijzer)houdende zandlagen. Hierdoor wordt het eventuele aanwezige ijzer geoxideerd, ontzand en wordt de temperatuur van het bemalingswater aangepast aan de omgevingstemperatuur. Vanuit dit buffervat kunnen eventueel ook particulieren of gemeentelijke diensten water aftappen indien gewenst. We vestigen hier bijkomende aandacht op de nodige signalisatie voor herbruik van dit niet-drinkbaar water.

        Bij eventuele schade aan het openbaar domein dient dit hersteld te worden in oorspronkelijke toestand;

        De start van de bronbemaling moet altijd vooraf gemeld worden aan de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen via diw@provincieantwerpen.be.

        De aanvrager moet het opgepompte water lozen in: de regenwaterriolering ter hoogte van het kruispunt Frilinglei/Verhoevenlei.

        De aangepaste lozingsnormen zijn:

        Nikkel: 300 μg/l

        Zink: 2000 μg/l

        Chroom: 500 μg/l

        Arseen: 50 μg/l

        Indien de pomp of de buizen voor de bronbemaling op het openbaar domein worden geplaatst moet hiervoor een toelating inname openbare weg verkregen worden via www.brasschaat.be;

        Alle maatregelen dienen te worden genomen om schade aan naburige eigendommen, beplantingen en bomen door droogte of wateroverlast te voorkomen. De aanvrager moet er op toezien dat er in geen geval waterschade ontstaat naar naburige eigendommen toe;

        Er mag geen water op de openbare weg komen;

        In het algemeen is het belangrijk op de werf om het waterpeil te monitoren en op die manier niet té veel water weg te pompen en de grond te diep droog te maken.

        De grondwaterstand moet gradueel naar omhoog worden gebracht naarmate de voortgang van de werf. Dit dient echter afgestemd te worden met de stabiliteitsingenieur inzake mogelijks opdrijvingsgevaar. 

        De voorziene septische put(ten) en regenwaterputten moeten uitgevoerd worden gedurende de actieve bemaling.

        Een nauw opgevolgde monitoring van het debiet en grondwaterpeil is een vereiste gedurende de bemaling door:

        grondwaterpeilen en opgepompte debieten

        Een correcte opstelling van debietmeter(s)

        Een bemalingspomp mag enkel geplaatst worden door een boorbedrijf dat erkend is conform het VLAREL van 19 november 2010 voor de discipline, vermeld in artikel 6, 7°, a), 1), van het voormelde besluit. Uiterlijk de derde werkdag nadat een bemalingspomp is geplaatst, bezorgt het erkende boorbedrijf van elke debietmeter die bedoeld is voor de registratie van het opgepompte en terug in de ondergrond gebrachte debiet, de volgende informatie via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen:

        het merk en serienummer;

        het tijdstip van plaatsing en de tellerstand op het moment van de plaatsing;

        Bij het ontmantelen van de bemalingsinstallatie, bezorgt het erkende boorbedrijf uiterlijk de derde werkdag na de ontmanteling: het tijdstip van de ontmanteling en de tellerstand op het moment van de ontmanteling via een webapplicatie van de Databank Ondergrond Vlaanderen. Meer informatie over het doorgeven van deze informatie is te vinden op Https://www.dov.vlaanderen.be/richtlijnen-actieve-bemalingen

        Een staalname van het grondwater en van het bemalingswater wordt opgelegd, eenmaal bij opstart en daarna op 3-wekelijkse basis om de kwaliteit van het grondwater/bemalingswater na te gaan.

        De dichtste bomen moeten onder begeleiding van een boomdeskundige, bevloeid worden indien de uitgraving gebeurt in het groeiseizoen (april – oktober). Ook moet er op eenvoudige vraag van buurpercelen of de gemeentelijke diensten een bevloeiing voorzien worden. Bij het bepalen van de intensiteit en het type bevloeiing dient rekening gehouden te worden met het wortelgestel van iedere boom (diep of ondiep wortelend).

        Het bemalingswater moet eerst belucht wordt in een groot buffervat/container gezien de mogelijks glauconiet-(ijzer)houdende zandlagen. Hierdoor wordt het eventuele aanwezige ijzer geoxideerd, ontzand en wordt de temperatuur van het bemalingswater aangepast aan de omgevingstemperatuur. Vanuit dit buffervat kunnen eventueel ook particulieren of gemeentelijke diensten water aftappen indien gewenst. We vestigen hier bijkomende aandacht op de nodige signalisatie voor herbruik van dit niet-drinkbaar water.

        Bij eventuele schade aan het openbaar domein dient dit hersteld te worden in oorspronkelijke toestand;

        De start van de bronbemaling moet altijd vooraf gemeld worden aan de dienst Integraal Waterbeleid van de provincie Antwerpen via diw@provincieantwerpen.be.

 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM zijn van toepassing. 

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden staan in titel II van het VLAREM. Bij wijziging van  

VLAREM wordt de exploitant geacht de meest actuele versie van de van toepassing zijnde bepalingen 

na te leven. De integrale en geconsolideerde tekst van titel II van het VLAREM is raadpleegbaar op de 

milieunavigator, via de link: https://navigator.emis.vito.be/ "

 

Art.2.- De beroepsprocedure en vervalregeling van de omgevingsvergunning zijn van toepassing.

 

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.