Karin Beyers Erwin Callens Ward Schevernels Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert Barbara Cloet An-Sofie Dewinter Karin Beyers Erwin Callens Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Sylvia Lathouwers Goele Fonteyn Sven Simons Robert Geysen Karina Hans Philip Cools Bart Brughmans Inez Ven Joris Van Cauwelaert Kelly D'Haen Bruno Heirman Lynn De Vocht Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Karin Beyers Hedwig van Baarle Erwin Callens Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bryan Verhoeven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Tim Willekens Dimitri Hoegaerts Ingeborg Hermans An-Sofie Dewinter Rudi Pauwels aantal voorstanders: 20 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
9 Belasting 2026-2031 op de waardevermeerdering van een perceel. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hoegaerts doet volgende tussenkomst :
“Een nieuwe maand, een nieuwe belasting. De N-VA deinst er niet voor terug om het imago van belastingpartij, meerwaardebelastingpartij zelfs te cultiveren. De invoering van een nieuwe belasting op de waardevermeerdering van een perceel, geïnspireerd door enkele andere N-VA-gemeentebesturen is een nieuwe vorm van belastingkoterij, waarbij het stelsel van gemeentebelastingen nog wat complexer en onoverzichtelijker wordt. Eigenaars van deze percelen betalen al registratierechten, onroerende voorheffing en eventueel belasting bij doorverkoop. Dit is een bijkomende laag aan lasten die op hetzelfde vastgoed wordt gelegd. Waar stopt dat? De grond voor het opleggen van een belasting op de waardevemeerdering van een perceel wordt door het bestuur zelf geschapen en op die manier kan de gemeente op die manier in een aantal gevallen een mooi graantje meepikken, zeker op grote en dure stukken grond. De ontvangsten zijn ‘moeilijk in te schatten’ zo luidt het, maar ongetwijfeld rekent het gemeentebestuur op een zekere return.
Meer principieel: We bevinden ons midden in een ongeziene wooncrisis. Inflatie, hogere rentevoeten, milieueisen en geëxplodeerde prijzen voor bouwmaterialen hebben de verwerving van een eigen woning voor de jonge middenklasse bijna onmogelijk gemaakt, ook en zeker in Brasschaat. Herinner u dat we voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen hier over gedebatteerd hebben en dat dat, het behoud van een jonge middenklasse in Brasschaat, een belangrijk thema was. In deze volatiele en dure context, introduceert het gemeentebestuur een bijkomende belasting van 25% op de waardevermeerdering van percelen. Halen we dan niet op korte termijn gewoon wat geld op als gemeente terwijl we anderzijds mensen het nog moeilijker maken om een eigendom te verwerven? Bouwheren zullen dit soort zaken gewoon doorrekenen aan een toekomstig bewoner van een woning op deze percelen.
En dan een meer technische opmerking: De belasting op afwijkingen van oude BPA's (artikel 4.4.9/1 VCRO) wordt geïnd wanneer de omgevingsvergunning "definitief uitvoerbaar" is na de beroepstermijnen (artikel 4, §1). In de complexe realiteit van het omgevingsrecht is "definitief" echter een relatief begrip. Vergunningen kunnen na jaren nog steeds vernietigd worden door de Raad voorVergunningsbetwistingen of de Raad van State wegens procedurefouten. Als het bouwproject uiteindelijk niet mag doorgaan, verdwijnt de gerealiseerde meerwaarde als sneeuw voor de zon, terwijl de gemeente de 25% belasting reeds heeft geïnd.
Wij zouden dan bij het bestuur willen aandringen om een extra bepaling, een soort expliciete teruggaveregeling, toe te voegen aan het reglement dat automatisch voorziet in de integrale en versnelde terugbetaling van de geheven belasting in het specifieke geval dat de onderliggende omgevingsvergunning, die de grondslag vormde voor de heffing, finaal en onherroepelijk wordt vernietigd door een rechtscollege. Het ontbreken van deze bepaling staat namelijk op gespannen voet met het principe van behoorlijk bestuur en kan problemen geven op termijn.”
Raadslid Pauwels stelt dat bepaalde partijen in hun verkiezingscampagnes beloften hebben gemaakt die nu niet nagekomen worden. Deze belasting treft niet elke burger van Brasschaat maar het is volgens hem toch weer een nieuwe belasting. Na de verhoging van de opcentiemen en de GFT worden de mensen hier volgens hem toch weer mee geconfronteerd.
Schepen Heirman stelt dat er misschien toch niet zo goed geluisterd werd op de algemene commissie. Het gaan hier om een aanvulling op de bestaande regelgeving van Vlaanderen. Vlaanderen heeft zo’n meerwaardebelasting bij RUP’s. Hier wordt dit toegepast bij een RUP waar een bestemmingswijziging van een perceel wordt goedgekeurd. Er zijn 2 situaties waarbij deze planbatenheffing niet van toepassing zijn en daar heeft men nu een reglement voor geschreven. Het is geen nieuwe belasting maar een uitbreiding van de Vlaamse belasting. Het zijn geen belasting voor de gemeente volgens hem maar voor de burger. Met dit geld kan men extra beleid voeren.
Raadslid Gulickx heeft geen opmerkingen bij dit punt.
Fractie N-VA en fractie CD&V keuren dit punt goed.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Door de inwerkingtreding van het Vlaamse instrumentendecreet vloeien de opbrengsten van de planbatenheffing voortaan door naar de betrokken gemeenten. De gewijzigde planbatenregeling is van toepassing op ruimtelijke uitvoeringsplannen die voorlopig vastgesteld zijn vanaf 15 april 2024.
Bij de inwerkingtreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan waarbij voor een perceel een bestemmingswijziging wordt goedgekeurd, int het Vlaamse Gewest de planbatenheffing overeenkomstig de artikelen 2.6.4 tot en met 2.6.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en stort deze door aan de gemeente. Daarmee erkent de Vlaamse decreetgever dat waardevermeerderingen van onroerende goederen, die het gevolg zijn van publieke ruimtelijke beslissingen, mede aan de gemeenschap toekomen.
De planbatenheffing is evenwel beperkt tot gevallen waarin een bestemmingswijziging wordt gerealiseerd via een ruimtelijk uitvoeringsplan. Ook zonder formele bestemmingswijziging kunnen de ontwikkelingsmogelijkheden van een perceel echter aanzienlijk worden uitgebreid. Dit kan onder meer het geval zijn bij de herziening of opheffing van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften overeenkomstig artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), alsook bij het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij, overeenkomstig artikel 4.4.9/1 VCRO, wordt afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan vijftien jaar.
Dergelijke beslissingen van het vergunningverlenend bestuursorgaan kunnen leiden tot een substantiële waardevermeerdering van het betrokken perceel. Het wordt niet wenselijk geacht dat deze meerwaarde uitsluitend ten goede komt aan de begunstigde, zonder enige bijdrage aan de gemeenschap.
Er wordt dan ook een rechtvaardige verdeling van deze meerwaarde nagestreefd tussen de ontwikkelaar of grondeigenaar enerzijds en de gemeente en haar inwoners anderzijds. Om redenen van rechtsgelijkheid wenst het college dossiers waarbij een verruiming van vergunningsmogelijkheden wordt toegestaan zonder bestemmingswijziging, op een gelijkaardige wijze te behandelen als dossiers die aanleiding geven tot de heffing van planbaten.
Er wordt daarom voorgesteld om vanaf 1 april 2026 een belasting van 25% in te voeren op de berekende waardevermeerdering van een perceel naar aanleiding van het herzien of opheffen van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften in toepassing van artikel 7.4.4/1 VCRO of afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften bij toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO in het kader van de ruimtelijke ordening.
De inkomsten uit deze belastingen komen rechtstreeks ten goede aan de inwoners van de gemeente. Diverse projecten van de gemeente zullen met deze opbrengsten worden gefinancierd. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 in te voeren.
Juridisch kader
Artikel 170, §4 Gw, artikel 41, eerste lid en artikel 162, tweede lid, 2° Gw. Betreffende de algemene fiscale autonomie van gemeenten;
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen;
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur;
De fiscale Vlaamse omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019;
Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Financiële gevolgen
De ontvangsten zijn moeilijk in te schatten, aangezien het aantal dossiers dat in de toekomst aanleiding zal geven tot de toepassing van artikel 4.4.9/1 en/of artikel 7.4.4/1 VCRO afhankelijk is van concrete vergunningsaanvragen en beleidsmatige keuzes.
De uitgaven die gepaard gaan met de toepassing van dit reglement zijn afhankelijk van het aantal dossiers.
De kosten hangen af van type dossier, maar worden geraamd op 1.500 euro per schatting. We kunnen bestellen via het raamcontract van Igean, via een externe landmeter-expert om geen schijn van partijdigheid te wekken.
BESLUIT:
Met 20 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer en Herman Van Mieghem), 7 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- Met ingang van 1 april 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de waardevermeerdering van een perceel naar aanleiding van het herzien of opheffen van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften in toepassing van artikel 7.4.4/1 VCRO of afwijkingen van de stedenbouwkundige voorschriften bij toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO.
Art.2.- Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement hebben de volgende termen de betekenis zoals bepaald in dit artikel.
- Perceel: als perceel dient te worden begrepen een kadastraal perceel of een deel van een kadastraal perceel.
- Inwerkingtreding van een beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO:
het moment waarop de beslissing tot herziening of opheffing van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften definitief in werking treedt en niet langer vatbaar is voor schorsing of vernietiging.
- Uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning: het moment waarop een vergunninghouder tot uitvoering kan gaan van diens vergunning, na het doorlopen van alle toepasselijke (schorsende) beroepstermijnen.
- Vergunninghouder: de aanvrager van een omgevingsvergunning die na besluit van het vergunningverlenende bestuursorgaan beschikt over een rechtsgeldige vergunning. Een vergunning heeft een zakelijk recht en kan worden overgedragen. De door de vergunningverlenende overheid gekende vergunninghouder moet een eventuele overdracht kenbaar maken aan de gemeente.
Art.3.- Voorwerp
Er wordt een eenmalige belasting gevorderd op de waardevermeerdering die ontstaat bij één van de hierna vermelde gebeurtenissen:
- Het herzien of opheffen van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO.
- Het afleveren van een omgevingsvergunning waarin wordt afgeweken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg overeenkomstig artikel 4.4.9/1 VCRO.
Art.4.- Grondslag
§1 Met waardevermeerdering wordt bedoeld het verschil tussen de waarde van het perceel vóór en na het beslissingsmoment van:
– een beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO;
– de definitieve uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning waarbij toepassing wordt gemaakt van artikel 4.4.9/1 VCRO.
Voor artikel 7.4.4/1 VCRO wordt onder beslissingsmoment verstaan:
de definitieve inwerkingtreding van de beslissing tot herziening of opheffing van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften.
Voor artikel 4.4.9/1 VCRO wordt onder beslissingsmoment verstaan:
de definitieve uitvoerbaarheid van de vergunning na het verstrijken van de toepasselijke beroepstermijnen.
De gemeente brengt de belastingplichtige per aangetekend schrijven op de hoogte van de door de beëdigd schatter vastgestelde waarden en het aldus bepaalde bedrag van de waardevermeerdering.
§2
1. Indien de belastingplichtige de door de beëdigd schatter vastgestelde waarden betwist, brengt hij de gemeente hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte binnen een termijn van 60 kalenderdagen die aanvangt vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van het aangetekend schrijven door de gemeente waarvan sprake in artikel 4 §1van dit reglement. In zijn aangetekend schrijven duidt de belastingplichtige reeds een beëdigd schatter van zijn keuze aan.
2. Beide beëdigde schatters stellen samen een derde beëdigd schatter aan en dit binnen een termijn van 45 kalenderdagen die een aanvang neemt vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van het aangetekend schrijven door de belastingplichtige waarvan sprake in artikel 4, §2.1 van dit reglement.
Indien de belastingplichtige in gebreke blijft een beëdigd schatter aan te duiden of indien de door beide partijen aangestelde beëdigde schatters in gebreke blijven of geen overeenstemming bereiken over de aanstelling van de derde beëdigd schatter, zal deze aanduiding gebeuren door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, en dit op verzoek van de meest gerede partij.
Het college van beëdigde schatters zal onverwijld en uiterlijk vier maanden na de aanstelling van de derde beëdigd schatter het bedrag van de waardevermeerdering bepalen.
De kosten in verband met de waardebepalingen door het college van beëdigd schatters zullen worden gedragen door de gemeente en de belastingplichtige, elk voor de helft, tenzij andersluidende beslissing door de rechter.
Art.5.- Belastbaar moment
De belasting is verschuldigd op het ogenblik van de definitieve bepaling van de waardevermeerdering zoals berekend overeenkomstig artikel 4, ingevolge:
– de definitieve inwerkingtreding van een beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO;
– de definitieve uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 4.4.9/1 VCRO.
Art.6.- Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door:
1. Bij toepassing van artikel 7.4.4/1 VCRO: de eigenaar van het onroerend goed op het ogenblik van de definitieve inwerkingtreding van de beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO.
ln geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de gehele belasting.
2. Bij toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO: de vergunninghouder(s) of diens rechtsopvolger(s). Alle vergunninghouders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de gehele belasting.
Art.7- Tarief
De belasting bedraagt 25% van de aldus berekende waardevermeerdering.
Art.8.- Uitzondering
De gemeentebelasting is niet verschuldigd wanneer de herziening, opheffing of afwijking
minder dan 25% van een perceel bestrijkt of een perceel gedeelte van minder dan 200 m 2 betreft.
Art.9.- Toepassingsgebied
Het reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Brasschaat.
Voor percelen die slechts gedeeltelijk op het grondgebied van de gemeente Brasschaat zijn gelegen, wordt de belasting vastgesteld in verhouding van het gedeelte van het perceel dat op het grondgebied van de gemeente is gelegen tot de totale oppervlakte van het perceel.
Art.10.- Vestiging van de belasting
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art.11.-. Inwerkingtreding
In toepassing van artikel 288 Decreet lokaal bestuur treedt huidig reglement in werking op 1 april 2026.
Art.12.- Bezwaarprocedure
§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:
- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;
- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.
§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
Art.13.- Bekendmaking
Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.