21 Algemeen politiereglement. Aanpassingen bepalingen. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

 

Ingevolge de invoege treding van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, recente rechtspraak van de Raad van State betreffende de regelgeving over vuurwerk, en het KB van 14 januari 2026 tot wijziging van het KB van 9 maart 2014 betreffende GAS-overtredingen inzake stilstaan en parkeren zijn er aanpassingen aan het Algemeen Politiereglement nodig. Igean wijst erop dat het KB niet volledig in overeenstemming is met de Wegcode, waardoor er dus nog bijsturing zal volgen.

Het plafond van de maximale administratieve geldboete van 500 euro dient nog verder aangepast te worden.

Daarnaast volgt er later dit jaar nog een aanpassing van het KB betreffende de tarieven voor onmiddellijke inning ihkv de Wegverkeerswet, wat ook gevolgen zal hebben voor de bedragen voor GAS Teneinde te anticiperen op de volgende en eventuele latere aanpassingen van de bedragen voor GAS 4 wordt een herformulering van de bepalingen van artikel 4- sancties voorgesteld.

Van zodra het Nieuw Strafwetboek in werking treedt - thans uitgesteld naar vermoedelijk najaar 2026- worden een aantal misdrijven gedepenaliseerd, waaronder nachtlawaai en lichte gewelddaden. Deze inbreuken zullen dus niet langer gemengde inbreuken zijn en moeten dan worden ondergebracht onder Titel I van het Algemeen Politiereglement (zuivere inbreuken). De overige gemengde inbreuken opgesomd in artikel 18 van het Algemeen Politiereglement zullen ook een andere nummering moeten krijgen.

 

 

Juridisch kader

Art.2, 40§1, 135, 285, 286 van het Decreet Lokaal Bestuur.

Art.119 Nieuwe Gemeentewet

Het Algemeen Politiereglement Brasschaat gecoördineerde versie van 15 december 2025

KB van 14 januari 2026 tot wijziging van het KB van 9 maart 2014 betreffende GAS-overtredingen inzake stilstaan en parkeren

Nieuw Strafwetboek van 8 april 2026

 

Adviezen

Er wordt positief geadviseerd door de diensten IV, Igean, lokale politie

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de herwerkte versie van Titel I-Hoofdstuk 6 betreffende Algemene maatregelen voor veiligheid en orde, en Hoofdstuk 13- Verhuring van een goed bestemd voor bewoning, Titel III -betreffende bepalingen onderworpen aan een strafsanctie of een administratieve sanctie, en Titel VII-Hoofdstuk 4- bijzondere verordening dorpsdag en Hoofdstuk 6 betreffende de gemeentelijke sancties voor overtredingen betreffende stilstaan en parkeren, en Titel VIII-straffen en bemiddeling van het Algemeen Politiereglement zoals opgenomen in bijlage

 

Aan voormelde hoofdstukken en artikels wordt gewijzigd en toegevoegd als volgt:

 

Titel VII-

Hoofdstuk 6 - VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET STILSTAAN EN HET PARKEREN EN VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VERKEERSBORDEN C3 EN F103, VASTGESTELD MET AUTOMATISCHE WERKENDE TOESTELLEN.

A14 F87

 

- art.23.1, 2° (KB 1/12/1975) - Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

        buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

        indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

        indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

        indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.

        indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de zijdelingse strook, of op de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is;

        indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig worden opgesteld op de zijdelingse strook of op de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

- art.23.3 (KB 1/12/1975) - Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.

De voortbewegingstoestellen die  bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en deze parkeerstroken opgesteld worden.”

 

- art.23.4 (KB 1/12/1975) - Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

 

- art.24, lid 1 (KB 1/12/1975) - Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor de voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;

4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering;

5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

7° op de verhoogde inrichtingen behoudens plaatselijke reglementering.

 

- art.25.1 (KB 1/12/1975) - Het is verboden een voertuig te parkeren:

1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;

2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;

3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;

5° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;

8° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;

B9

9° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

E9a E9b

 

10° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

11° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;

12° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;

13° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middelste berm die deze rijbanen scheidt.

15° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg

 

- art.77.5 (KB 1/12/1975) - Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg

 

- art.68.3 (KB 1/12/1975)

Niet in acht nemen het verkeersbord C3

C3

 

-Art.71 (KB 1/12/1975)

Niet in acht nemen het verkeersbord F 103, wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

 

F103

 

-Art. 71.2:

Het niet in acht nemen van verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.

 

 

 

 

 

 

F103

 

-Art. 71.2:

Het niet in acht nemen van verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.

 

 

F111

 

Afdeling 5 - sancties, procedure- en slotbepalingen.

Onderafdeling 1 - sancties

Art.4.

De bedragen van de administratieve geldboeten bedoeld in dit reglement zijn de bedragen zoals vastgesteld door of krachtens de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103.

 

Elke wijziging van de door de hogere overheid vastgestelde bedragen is van rechtswege van toepassing op dit reglement, zonder dat een gemeentelijke aanpassing noodzakelijk is

 

 

 

Hoofdstuk 13 – VERHURING VAN EEN GOED BESTEMD VOOR BEWONING

Art.13

§1.Als een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis, wordt verhuurd, wordt in elke officiële of publieke mededeling minstens het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de kosten en lasten vermeld.
§2. Als de verhuurder of zijn gevolmachtigde de verplichting, vermeld in het eerste lid, niet naleeft, legt de gemeente diegene die de officiële of publieke mededeling doet, een administratieve boete tot 500 euro.
§3. Dit artikel is niet van toepassing wanneer het goed te huur wordt aangeboden als toeristisch logies in de zin van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.

 

Titel VIII: Straffen en bemiddeling

Art.1.1.

§1. De overtredingen op de bepalingen van titel I en Titel III van dit reglement, zullen worden gestraft met een administratieve geldboete van maximum 500,00 euro, overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet en de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben op het tijdstip van de feiten, kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete opgelegd krijgen van maximum 175,00 euro.

§2. De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

§3. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.

 

Afdeling 6 – houder van de kentekenplaat

Art.1.7

§1.Wanneer een overtreding van deze verordening is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel.

§2. Wanneer een overtreding van deze verordening is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft.

De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd.

Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen.

De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.

Zij die overeenkomstig de artikelen 6.5 tot en met 6.17 van het Nieuw Burgerlijk wetboek betreffende feiten die toe aansprakelijkheid leiden,  burgerrechtelijk aansprakelijk zijn voor de vergoeding en kosten, zijn insgelijks aansprakelijk voor de geldboete.

 

Titel VII

Hoofdstuk 4 – BIJZONDERE POLITIEVERORDENING “DE DORPSDAG IN BRASSCHAAT

Artikel 16. Sancties

Tenzij de overtreding reeds wordt bestraft door hogere wetgeving of geldend politiereglement en onverminderd de bevoegdheden en maatregelen die het dorpsdagcomité mag nemen, wordt elke overtreding van artikels 7.0, 7.4, 7.5, 7.6, 9.1/2/3, 10.1/2/3/5, 11.1/2/3/4/5/6 en 12.1/3/4/5 van het huidig politiereglement overeenkomstig artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet bestraft met:

een administratieve geldboete tot 500,00 euro;

een administratieve schorsing of intrekking van een afgeleverde vergunning of toelating;

een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een instelling.

De burgemeester kan telkens de openbare orde in gevaar is, alle maatregelen nemen om het gevaar te doen ophouden. Indien deze bevelen niet worden uitgevoerd kan de burgemeester ambtshalve, op kosten van diegene die in gebreke is gebleven, tot uitvoering laten overgaan.

 

Titel I

Hoofdstuk 6 - ALGEMENE MAATREGELEN VOOR VEILIGHEID EN ORDE

Art.6.13 Het gebruik van springstoffen/vuurwerk 

§1. Buiten de gevallen bij de wet toegestaan is het verboden om, zonder vergunning, zowel op de openbare weg als op private plaatsen, vuurwerk te ontsteken, stoffen die rook ontwikkelen te ontsteken, knalbussen of voetzoekers te doen ontploffen, buskruit af te steken of om automatische knalkanonnen of gelijkaardige apparaten te gebruiken.

§2. Een vergunning kan enkel aangevraagd worden voor het afsteken van vuurwerken als aan beide volgende voorwaarden voldaan is:

Het vuurwerk wordt afgestoken door een  professioneel vuurwerkbedrijf,

Het vuurwerk wordt afgestoken in het kader van een vergund evenement of een niet-vergund evenement dat plaatsvindt op een stedenbouwkundig vergunde evenementenlocatie

§3. De vergunning, vermeld in §1, wordt toegekend door het College van Burgemeester en Schepenen, en bevat de (rand)voorwaarden en maatregelen om het ontsteken van vuurwerk op een veilige en gecontroleerde manier te laten verlopen.

§4. Het gebruik van Bengaals vuurwerk is altijd verboden, net zoals het gebruik van wensballonnen of gelijkaardig.

§5. Alle voorwerpen waarmee de overtredingen in §1 en §4 werd begaan, zowel de springstof, het vuurwerk, de wensballonen als de apparaten kunnen in beslag worden genomen. In dit geval worden ze, op diens verzoek, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar de eerstvolgende werkdag tijdens de kantooruren.

 

Titel VIII

STRAFFEN EN BEMIDDELING

Art.1.1.

§1. De overtredingen op de bepalingen van titel I en Titel III van dit reglement, zullen worden gestraft met een administratieve geldboete van maximum 500,00 euro, overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet en de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben op het tijdstip van de feiten, kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete opgelegd krijgen van

maximum 175,00 euro.

§2. De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.

§3. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.

 

Art.2-
De gecoördineerde versie van het algemeen politiereglement zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur, zijnde publicatie op de gemeentelijke website

 

Art.3.-
Dit reglement treedt in werking 5 werkdagen na publicatie.

 

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.