62 Reglement investeringstoelage infrastructuur kinderopvang baby's en peuters. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De Vlaamse Regering kent aan gemeenten middelen toe om organisatoren van kinderopvang te ondersteunen bij infrastructuurinvesteringen. Het doel is de realisatie van bijkomende, kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvangplaatsen voor baby’s en peuters. Het gaat om zogenaamde VIPA-middelen: middelen vanuit het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA - Departement Zorg) die via een Vlaamse subsidie aan gemeenten lokaal kunnen worden ingezet.  Voor Brasschaat gaat het éénmalig om 306.666,67 euro.

 

Kader VIPA

●        De middelen zijn bedoeld voor infrastructuur: aankoop/bouw/renovatie van gebouwen en gronden, inrichting van infrastructuur voor nieuwe kinderopvangplaatsen met een subsidiebelofte van Opgroeien voor basissubsidie (T1) of inkomenstarief (T2) .

●        Kinderopvangplaatsen die na 31 oktober 2025 een vergunning kregen, kunnen in principe nog financiële steun krijgen. Dat kan ook als het lokaal bestuur de subsidie pas na de vergunning toekent.

 Daarbij gelden enkele voorwaarden:

○        het lokaal bestuur kent de subsidie toe binnen een redelijke termijn

○        het lokaal bestuur motiveert de keuze zorgvuldig

○        het subsidiereglement respecteert het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel

●        Maximale subsidiepercentage t.o.v. de reële bouwkosten: maximaal 15% als de kinderopvanglocatie al VIPA-subsidie geniet (via VIPA zelf); maximaal 60% als de locatie geen VIPA-subsidie geniet.

●        Verplichte Vlaamse waarborgen blijven gelden, o.a. bestemmingsduur van de investering van minstens 25 jaar vanaf ingebruikname voor onroerende en 10 jaar voor roerende goederen.

●        Staatssteun/DAEB: kinderopvang is een economische activiteit waardoor de staatsteunregels van toepassing zijn. De toelagen vallen onder DAEB-compensatie, of voor kleine dossiers DAEB de-minimis.

●        Geen voorwaarden die de exploitatie/werking sturen of neerkomen op resultaatsverplichtingen (bv. verplichte bezettingsgraad/instroom).

●        De subsidie heeft betrekking op een periode van onbepaalde duur. Gemeenten rapporteren jaarlijks over:

○        het reeds toegewezen bedrag;

○        de ondersteunde investeringen;

○        het nog niet toegewezen deel van de subsidie;

○        eventueel teruggevorderde maar nog niet herbestede middelen.

 

Te maken keuzes:

●        Hoe het budget wordt ingezet: timing, budgetspreiding over jaren, oproepen, en volgorde van toekenning.

●        Hoeveel steun per initiatief: werken met percentages, opdeling op plaats of m², maximumbedragen en/of plafonds per dossier of per organisator.

●        Welke accenten: objectieve prioriteiten op basis van lokale noden zoals sociale toegankelijkheid, spreiding, kwaliteit/duurzaamheid van de infrastructuur.

Bij het maken van deze keuzes is het belangrijk om telkens ook de administratieve consequenties mee in rekening te nemen:

●        Het gaat wellicht om relatief beperkte bedragen.

●        Het vergt een aanzienlijke administratieve inspanning om 25 jaar bestemmingen van locaties en mogelijk overcompensatie te monitoren.

●        Meer prioriteiten leiden tot lijvigere dossiers en extra bewijsstukken, zowel voor de organisator als voor de administratie van het gemeentebestuur. Zeker gezien de lange bestemmingsduur zorgt dit voor bijkomende complexiteit.

●        Niet alle prioriteiten zijn even gemakkelijk te objectiveren; dit creëert ruimte voor interpretatie en discussie en kan leiden tot nog langere en complexere reglementen.

 

Mogelijkheden – advies dienst jeugd en MAT

Gemeente Brasschaat wenst deze middelen in te zetten via een transparant, objectief en juridisch sluitend investeringstoelagereglement. Daarbij wordt bewust gekozen voor een vereenvoudigde gemeentelijke procedure, in vergelijking met de Vlaamse VIPA-aanpak, met behoud van de noodzakelijke waarborgen inzake doelgerichtheid, controle en rechtszekerheid.

Gezien het doorgaans om beperkte bedragen met grote administratieve last gaat, adviseert de dienst jeugd om het aantal prioriteiten en uitzonderingsmechanismen beperkt te houden. Hoe meer criteria, hoe zwaarder de dossierlast (bewijsstukken, beoordeling en mogelijke discussies over interpretatie) voor alle betrokkenen. Objectieve, vooraf vastgelegde en gemakkelijk verifieerbare criteria zijn essentieel.

 

Managementteam adviseert een zo eenvoudig mogelijk systeem en prioriteit op grote dossiers (dus vb enkel in aanmerking nemen van dossiers met een minimum aantal plaatsen).

 

Om een werkbaar evenwicht te bewaren tussen regie, aansluiting bij het VIPA-kader, haalbaarheid voor organisatoren en beperking van de dossierlast, worden volgende keuzes voorgesteld:

●        Inzet budget: doorlopende openstelling (“openzetten” – op-is-op) met toekenning op volgorde van volledige en ontvankelijke aanvragen (First In First Out).

○        Dit biedt initiatiefnemers maximale voorspelbaarheid en vermijdt wachttijden die niet aansluiten bij de timing van vergunningen en de subsidiebelofte van Opgroeien.

○        De administratieve afhandeling blijft relatief eenvoudig: de volgorde hangt af van ontvankelijkheid/volledigheid, niet van een uitgebreide inhoudelijke scoring.

●        Berekening en plafonnering toelage: percentage + plafond per plaats (gebaseerd op VIPA-referentiebedragen).

○        Deze methode sluit het best aan bij het VIPA-kader en is herkenbaar voor de sector.

○        Ze houdt de beoordeling objectief (focus op aantal gerealiseerde plaatsen).

●        Minimum van 5 plaatsen toevoegen om focus te leggen op grotere dossiers waarbij administratieve last en impact in balans zijn.

●        Roerende investeringen laten vallen: opvolging nagenoeg onmogelijk, bedragen erg klein.

 

MJP

Het voorgestelde reglement sluit aan bij de beleidsdoelstellingen van het gemeentelijk meerjarenplan, in het bijzonder op het vlak van toegankelijke dienstverlening, ondersteuning van gezinnen en het versterken van het lokale kinderopvangaanbod.

●        BD 2.1 We versterken onze dienstverlening

○        02.01.02 We bieden kwalitatieve, digitale en toegankelijke dienstverlening aan

■        02.01.02.02 We digitaliseren het proces voor de aanvraag en toekenning van subsidies

●        BD 3.1 We bevorderen en ondersteunen het fysiek en mentaal welzijn van iedereen

○        ○ 03.01.01 We versterken het sociaal beleid en ondersteunen gezinnen

■        03.01.01.03 We ondersteunen gezinnen via toegankelijke en betaalbare kinderopvang

○        03.01.08 We zoeken een evenwicht tussen vraag en aanbod aan kwalitatieve kinderopvangplaatsen

■        03.01.08.03 We zoeken nieuwe panden en uitbreidingsmogelijkheden voor kinderopvangaanbieders ism andere diensten en partners

 

Juridisch kader

●        Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters; 

●        Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur;

●        Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters (Vergunningsbesluit van 22 november 2013);

●        Besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters (Subsidiebesluit van 22 november 2013);

●        Besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 houdende de procedures voor de aanvraag en de toekenning van de vergunning en de subsidies voor gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters (Procedurebesluit van 9 mei 2014);

●        Besluit van de Vlaamse Regering van 31 mei 2024 over de bestemmingsregels en de mogelijkheid tot het opnieuw in aanmerking komen voor subsidies die het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden verstrekt, en tot wijziging van de regelgeving over bestemmingswijzigingen en het eventueel opnieuw in aanmerking komen voor nieuwe subsidies (het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024);

●        Masterplan van de Vlaamse Regering voor de toekomst van kinderopvang (4 april 2025); 

●        Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (Algemene Verordening Gegevensbescherming – AVG/GDPR);

●        Wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;

●        Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (o.m. artikel 41, tweede lid, 23°: vaststellen van gemeentelijke toelagen en voorwaarden is een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad);

●        Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), artikelen 106, 107 en 108;

●        Besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang (DAEB) belaste ondernemingen;

●        Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 VWEU op de-minimissteun verleend aan ondernemingen die diensten van algemeen economisch belang (DAEB) verrichten; 

●        Besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg  

●        Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen;

●        Decreet inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden van 23 februari 1994;

●        Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020 met betrekking tot definitie dagelijks bestuur en visumgrenzen;

●        Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.

 

Adviezen

MAT adviseert om de keuze te leggen op grote dossiers om de verhouding tussen administratieve werklast en impact in evenwicht te houden.

 

Ondernemerstoets

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn:

 

Kost

306.666,67 euro, btw inbegrepen (eenmalig - verspreid over meerdere jaren))

Budgetsleutel

22100007/BO/0945/ Uitgave Vlaamse infrastructuursubsidie kinderopvang

Budget/jaar

Investering in 2026

Krediet beschikbaar

Ja - MJP nog aan te passen bij AMJP aan boekingsschema ABB

Visum financieel directeur

Visum wordt verleend voorafgaand aan de toekenning en uitbetaling bij de concrete dossiers

 

BESLUIT:

 

Art.1.- Het college geeft principiële goedkeuring voor het reglement investeringstoelage voor kinderopvang baby's en peuters en verzend naar de gemeenteraad van 26 oktober.

 

REGLEMENT

Art. 1. Doelstelling

Gemeente Brasschaat kent een investeringstoelage toe aan organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur met als doel de realisatie van bijkomende, kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvangplaatsen voor baby’s en peuters. Deze investeringstoelage wordt gefinancierd met middelen die de Vlaamse Regering aan de gemeenten toekent in het kader van infrastructuursubsidies kinderopvang en wordt verleend voor investeringen die leiden tot bijkomende vergunde kinderopvangplaatsen.

 

Art. 2 – Definities

●        Organisator kinderopvang: organisator kinderopvang zoals omschreven in artikel 2, 8° van het Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters. De natuurlijke persoon of rechtspersoon die kinderopvang organiseert.

●        Kinderopvanglocatie: een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt.

●        Vergunde plaats: een kinderopvangplaats waarvoor de organisator een vergunning heeft van Opgroeien Regie.

●        Subsidiebelofte: belofte van Opgroeien Regie dat, als de nieuwe plaatsen vergund zijn, er subsidies worden toegekend.

●        Subsidieerbare plaats: plaats waarvoor Opgroeien Regie subsidies heeft toegekend.

●        Gesubsidieerde plaats: plaats waarvoor Opgroeien Regie subsidies uitbetaalt.

●        Nieuwe plaatsen: capaciteit uitbreiding die op het moment van aanvraag nog niet vergund is door Opgroeien Regie. Dit zijn dus geen omschakelingen van gezinsopvang naar groepsopvang.

●        Subsidiecategorie kinderopvang (T1, T2, T3): de door het agentschap Opgroeien toegekende subsidiëringscategorie voor kinderopvangplaatsen, waarbij:

○        T1 staat voor basissubsidie met vrije prijs, organisatoren moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen;

○        T2 voor subsidie met inkomenstarief, bepaalde gezinnen krijgen voorrang en organisatoren moeten voldoen aan de voorwaarden voor basissubsidie en bijkomende voorwaarden;

○        T3 voor plussubsidie voor kinderopvang met een verhoogde sociale opdracht, organisatoren moeten naast voorgaande voorwaarden nog aan extra voorwaarden voldoen.

overeenkomstig het Decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters en de toepasselijke uitvoeringsbesluiten.

●        Aanvrager: de toelage kan worden aangevraagd door organisatoren van groepsopvang die voldoen aan deze drie voorwaarden:

○        Beschikken over een vergunning voor groepsopvang of hiervoor in aanmerking komen;

○        Beschikken over een subsidiebelofte of subsidiebeslissing van het agentschap Opgroeien voor nieuwe plaatsen;

○        En zelf investeren in een kinderopvanglocatie voor groepsopvang gelegen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat.

●        VIPA: het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.

●        Reële bouwkost: de finale kosten zoals bepaald in het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur:

○        ruwbouw;

○        technische uitrusting;

○        afwerking;

○        studie- en algemene kosten;

○        omgevingswerken;

○        btw die gerelateerd is aan de bovenstaande kostenposten;

○        in geval van aankoop: de finale aankoopprijs, de notariskosten en de registratiebelasting of registratierechten en de btw die aan de aankoop zijn verbonden.

Uitzondering op omschrijving VIPA: het gemeentebestuur van Brasschaat kiest ervoor géén roerende goederen te betoelagen in dit reglement.

●        Genotsrecht: het recht om de infrastructuur te gebruiken of te exploiteren, zoals vereist door artikel 12 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.

●        Bestemmingsduur: de periode waarin de gesubsidieerde investering effectief haar bestemming als kinderopvang voor baby’s en peuters moet behouden. De bestemmingsduur vangt aan op de datum van ingebruikname van de gesubsidieerde investering en eindigt op de dag vóór de bestemmingswijziging of stopzetting.

●        DAEB: Diensten van Algemeen Economisch Belang zoals bedoeld in Besluit 2012/21/EU van de Europese Commissie.

 

Art. 3 – Budget

De toelagen worden toegekend binnen de perken van het door Vlaanderen aan de gemeente Brasschaat toegekende budget voor infrastructuursubsidies kinderopvang en overeenkomstig de kredieten zoals opgenomen in het goedgekeurde meerjarenplan. Dit betreft een budget van 306.666,67 euro door de gemeente ontvangen in december 2025.

 

Wanneer het totaal van de ontvankelijke subsidieaanvragen het beschikbare krediet overschrijdt, worden de toelagen toegekend in chronologische volgorde van volledige en ontvankelijke indiening van de aanvragen.

 

Zodra het beschikbare budget volledig is aangewend, kunnen geen bijkomende toelagen meer worden toegekend, tenzij na een door de gemeenteraad goedgekeurde aanpassing van het meerjarenplan of de toekenning van bijkomende kredieten.

 

Art. 4 – Mogelijke aanvragers en voorwaarden

§1. De toelage kan worden aangevraagd door organisatoren van groepsopvang die voldoen aan deze drie voorwaarden (zie art 2.):

●        Beschikken over een vergunning voor groepsopvang of hiervoor in aanmerking komen;

●        Beschikken over een subsidiebelofte of subsidiebeslissing van het agentschap Opgroeien voor minimaal 5 nieuwe plaatsen;

●        En zelf investeren in een kinderopvanglocatie voor groepsopvang gelegen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat;

De financiële ondersteuning kan uitsluitend worden toegekend voor nieuwe plaatsen die in aanmerking komen voor een basissubsidie (T1) of een subsidie inkomenstarief (T2 of T3).
Kinderopvangplaatsen die na 31 oktober 2025 een vergunning kregen, kunnen in financiële steun krijgen. Indien de aanvraag na de vergunning en werken komt, moet de aanvrager motiveren waarom.

 

§2. Gezinsopvang is uitgesloten van dit reglement.

 

§3. De aanvrager zorgt ervoor dat alle gegevens in verband met erkenning en subsidiëring beschikbaar zijn in het Nederlands, erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.

 

§4. De aanvrager aanvaardt controle door de gemeente en Zorginspectie en geeft toegang tot alle relevante documenten ter plaatse of op afstand. De aanvrager aanvaardt dat Zorginspectie toegang krijgt tot alle relevante documenten en dat de controle ter plaatse of vanop afstand kan worden uitgeoefend op de aanwending van de financiële ondersteuning, waaronder op financiële stukken.

 

§5. De vereiste wettelijke toelatingen of vergunningen kunnen worden voorgelegd voor het uitvoeren van de infrastructuurwerken.

 

§6. De aanvrager bewijst dat voor het project eerst alle mogelijke subsidiekanalen worden aangewend die door overige overheidsinstellingen of andere organisaties zijn uitgeschreven.

 

§7.De toelage kan enkel worden toegekend aan een organisator die de infrastructuur waarop de investering betrekking heeft:

  1. in gebruik heeft op basis van een overeenkomst met de gemeente over de terbeschikkingstelling van gemeentelijke terreinen en/of lokalen, op voorwaarde dat de bepalingen van deze overeenkomst worden nageleefd en er toelating is voor de geplande werken;
    of
  2. in eigendom heeft, of in exclusief gebruik heeft op basis van een overeenkomst met een derde eigenaar met een duurtijd die minstens gelijk is aan de toepasselijke bestemmingsduur zoals bepaald in §8.

 

§ 8. De aanvrager zorgt ervoor dat de gesubsidieerde infrastructuur binnen zijn bestemming behouden, beheerd en onderhouden wordt volgens de bepalingen in het VIPA bestemmingsbesluit en dus gedurende minstens 25 jaar voor onroerende investeringen.

De bestemmingsduur start op de datum van ingebruikname van de gesubsidieerde investering en is verbonden aan de infrastructuur op de kinderopvanglocatie. Elke voorgenomen wijziging wordt vooraf schriftelijk gemeld aan het gemeentebestuur en vereist een voorafgaand schriftelijk akkoord:

●        stopzetting kinderopvanglocatie;

●        bestemmingswijziging;

●        overdracht van eigendom, zakelijk recht of exploitatie

Bij niet-naleving van de bestemmingsverplichting kan de gemeentelijke toelage geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd overeenkomstig artikel 10.

 

Art. 5 – Samenstelling van de toelage

§1. De totale toelage (som van de toelagen per plaats) wordt begrensd tot maximaal 15% van de aanvaarde totale reële bouwkost indien de kinderopvanglocatie VIPA-steun geniet, of maximaal 60% van de aanvaarde totale reële bouwkost indien de kinderopvanglocatie geen VIPA-steun geniet.
De reële bouwkost wordt in aanmerking genomen. BTW wordt enkel in aanmerking genomen voor zover deze voor de aanvrager niet recupereerbaar is.

De gemeentelijke toelage wordt berekend als aanvulling op de voor dezelfde investering toegekende VIPA-steun. De som van de VIPA-steun en de gemeentelijke toelage

●        mag nooit hoger mag zijn dan 60% van de aanvaarde totale reële bouwkost;

●        en mag nooit hoger zijn dan de overeenkomstig dit reglement berekende maximale gemeentelijke toelage per plaats.

 

§2. Voor de berekening worden enkel de bijkomende plaatsen meegeteld die effectief vergund zijn als groepsopvang en die, conform artikel 4, §1, op basis van een subsidiebelofte of subsidiebeslissing van Opgroeien in aanmerking komen voor T1, T2 en T3 plaatsen. De financiële ondersteuning wordt berekend als een bedrag per dergelijke plaats en wordt opgeteld voor het project.

 

§3. Om in aanmerking te komen voor de toelage moet de aanvrager beschikken over een subsidiebelofte of subsidiebeslissing van het agentschap Opgroeien voor minimaal 5 nieuwe plaatsen.

 

§4. Per gerealiseerde plaats is er een investeringstoelage voor onroerende goederen voorzien gebaseerd op de berekeningswijze zoals toegepast door VIPA.

●        Geen toelage via VIPA: 35.077,20 euro

●        Wel toelage via VIPA: 8.769,3 euro

Indien de BTW niet in aanmerking komt, vermindert deze toelage met het toepasselijke percentage van de BTW.

De toelage wordt op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.

 

Art. 6 – Aanvraagprocedure

§1. De aanvrager dient de aanvraag in via het digitale aanvraagformulier van de gemeente.

 

§2. De aanvraag wordt ingediend vóór de start van de werken. Een gemotiveerde afwijking kan door het college van burgemeester en schepenen worden toegestaan, bijvoorbeeld bij dringende of onvoorziene omstandigheden.

 

§3. Het aanvraagdossier bevat minstens:

●        een bewijs van eigendom, erfpacht, opstalrecht of een ander voldoende duurzaam gebruiksrecht op de infrastructuur, geldig gedurende minstens 25 jaar vanaf de ingebruikname van de investering voor onroerende goederen;

●        een schriftelijke verbintenis van de aanvrager tot naleving van de bestemmingsduur zoals vastgesteld in dit reglement, met inbegrip van de verbintenis tot gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de gemeentelijke toelage bij vroegtijdige stopzetting of bestemmingswijziging.

●        identificatiegegevens van de organisator en de kinderopvanglocatie;

●        gedetailleerde omschrijving van de geplande investeringen;

●        het aantal bestaande en nieuwe kinderopvangplaatsen;

●        een raming van de reële bouwkost, gestaafd met offertes en/of kostenraming;

●        een verklaring of de locatie VIPA-steun geniet, en een bewijs van subsidiebelofte of subsidiebeslissing van het agentschap Opgroeien;

●        financieel plan waaruit blijkt dat de organisator de investering en het gebruik van de infrastructuur financieel kan dragen (inclusief onderhouds-, financierings- en herstelkosten) en dat de looptijd van eventuele leningen niet langer is dan de levensduur van de infrastructuur;

●        een verklaring van alle voor dezelfde investering aangevraagde of verkregen subsidies, tegemoetkomingen, vergoedingen, verzekeringsuitkeringen of andere vormen van publieke financiering;

●        indien de steun wordt toegekend met toepassing van Verordening (EU) 2023/2832, een verklaring op eer met een overzicht van alle gedurende de voorafgaande driejarige periode ontvangen de-minimissteun en DAEBmiddelen;

 

§4. Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich akkoord met dit reglement en eventuele bijkomende voorwaarden opgelegd door het gemeentebestuur.

 

Art. 7 – Toekenningsprocedure

§1. Binnen 30 werkdagen na indiening wordt aan de aanvrager meegedeeld of het dossier volledig is.

 

§2. Indien het dossier onvolledig is, krijgt de aanvrager de mogelijkheid het dossier binnen een opgelegde termijn aan te vullen.

 

§3. Na advies van het Lokaal Overleg Kinderopvang wordt de beslissing over de aanvraag (geheel, gedeeltelijk of onder voorwaarden), binnen de grenzen van dit reglement en het beschikbare budget genomen

●        Voor dossiers met een toelagebedrag tot 100.000 euro of  minder door het college van burgemeester en schepenen, en dit binnen een termijn van 5 weken na indienen van een volledig dossier.

●        Voor dossiers met een toelagebedrag vanaf 100.000 euro door de gemeenteraad en dit binnen een termijn van 10 weken na indienen van een volledig dossier

 

§4. Ten laatste 11 weken nadat het dossier volledig is, ontvangt de aanvrager de beslissing. Deze beslissing vermeldt minstens het maximaal toegekende subsidiebedrag en de voorwaarden voor uitbetaling en controle.

 

Art. 8 – Uitbetaling

§1. De toelage wordt uitbetaald in schijven op basis van ingediende en goedgekeurde bewijsstukken.

 

§2. Voor de uitbetaling bezorgt de aanvrager de bewijsstukken die de gemeente nodig acht, waaronder minstens facturen en betalingsbewijzen en een overzicht van de gemaakte kosten. Voor de eindafrekening (laatste schijf) bezorgt de aanvrager bovendien:

●        een overzicht van de totale reële bouwkost met bijhorende facturen en betalingsbewijzen;

●        een overzicht van alle andere publieke financiering/subsidies en eventuele verzekeringsvergoedingen voor dezelfde investering;

●        een verklaring inzake het btw-statuut en de (on)mogelijkheid tot btw-recuperatie, alsook stukken waaruit de btw-aftrekbaarheid blijkt.

 

§3. De gemeente kan de laatste schijf pas uitbetalen nadat alle bewijsstukken zijn nagekeken.

 

§4. Het totaal uitbetaalde bedrag mag de maximaal toegelaten percentages van de reële bouwkost niet overschrijden.

 

Art. 9 – Controle

§1. De gemeente behoudt zich het recht voor om administratieve en financiële controles uit te voeren en plaatsbezoeken te organiseren.

 

§2. De aanvrager bezorgt alle gevraagde informatie binnen de opgelegde termijn.

 

§3. Vanaf de ingebruikname van de gesubsidieerde investering kan de gemeente gedurende de bestemmingsduur bijkomende informatie opvragen die redelijkerwijs nodig is om te controleren of de toelage correct is gebruikt, of de kinderopvangbestemming behouden blijft en of de staatssteunvoorwaarden worden nageleefd (waaronder de controle op overcompensatie).

 

Art. 10 – Sancties

§1. Bij niet-naleving van dit reglement, de toekenningsvoorwaarden, de bestemmingsverplichting, de DAEB-verplichtingen of de controle- en informatieverplichtingen kan het college van burgemeester en schepenen;

●        de uitbetaling van de toelage geheel of gedeeltelijk schorsen;

●        de toelage geheel of gedeeltelijk herzien;

●        reeds uitbetaalde bedragen geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

 

§2. Indien de bestemmingsverplichting niet wordt nageleefd, wordt het terug te vorderen bedrag berekend pro rata van de niet-gerespecteerde bestemmingsduur.

 

§3. Indien blijkt dat onjuiste of onvolledige gegevens werden verstrekt of dat de subsidie werd berekend op basis van voorwaarden die achteraf niet of niet langer vervuld blijken, wordt de toelage herberekend en wordt het teveel ontvangen bedrag teruggevorderd.

 

Art. 11 – Staatssteun (DAEB)

§1. De toelage wordt toegekend met inachtneming van de Europese staatssteunregels en wordt in principe verleend als compensatie voor een dienst van algemeen economisch belang (DAEB).

Uitsluitend voor beperkte dossiers kan de toelage worden toegekend onder de toepasselijke (DAEB) de-minimisverordening, indien het totale steunbedrag binnen de geldende plafonds blijft.

 

§2. In geval van DAEB-compensatie belast de gemeente Brasschaat de organisator met de opdracht om gedurende de bestemmingsduur infrastructuur voor vergunde groepsopvang voor baby’s en peuters ter beschikking te stellen, uit te baten en in stand te houden op haar grondgebied.

 

§3. De DAEB-opdracht loopt gedurende 25 jaar voor onroerende investeringen;

 

§4. De toelage mag niet leiden tot overcompensatie. De organisator bezorgt alle informatie die nodig is om kosten en cumulatie met andere publieke steun te controleren. Vastgestelde overcompensatie wordt teruggevorderd.

 

§5. Bij stopzetting, overdracht of overname vóór het einde van de bestemmingsduur kan de gemeente beslissen de DAEB-opdracht toe te wijzen aan een andere organisator, zonder terugvordering, op voorwaarde dat:

●        de kinderopvangbestemming behouden blijft;

●        de nieuwe organisator voldoet aan alle wettelijke voorwaarden;

●        de resterende verplichtingen schriftelijk worden overgenomen.

 

Art. 12 – Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking na goedkeuring door de gemeenteraad en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke communicatiekanalen.

 

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.