Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Bruno Heirman Karin Beyers Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Bruno Heirman Karin Beyers Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Lisa Buysse Lore Fonteyn Elke De Maeyer Lynn De Vocht Sylvia Lathouwers Philip Cools Carla Pantens Inez Ven Erwin Callens Adinda Van Gerven Bryan Verhoeven Sven Simons Jan Jambon Kelly D'Haen Karina Hans Herman Van Mieghem Rudi Pauwels Hedwig van Baarle Goele Fonteyn Bruno Heirman Jef Konings Bart Brughmans Karin Beyers Joris Van Cauwelaert Robert Geysen An-Sofie Dewinter Dimitri Hoegaerts Linsey De Vooght Tim Willekens aantal voorstanders: 25 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
11 Belasting 2027-2031 op leegstaande gebouwen. Reglement inventarisatie. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Het is wenselijk dat de langdurige leegstand in de gemeente wordt voorkomen en bestreden. Leegstaande gebouwen doen het onveiligheidsgevoel toenemen en zijn vaak een voorbode voor verwaarlozing en verkrotting. De activering van leegstaande gebouwen kan de betaalbaarheid van handel drijven in de gemeente verbeteren en de overlast door leegstand vermijden.
In het bestuursakkoord wordt gesteld dat een kernversterking cruciaal is om de identiteit en charme van winkelgebieden te behouden en tegelijkertijd te zorgen voor een positieve en levendige ervaring voor bezoekers, bewoners en handelaars.
Het meerjarenplan heeft deze doelstelling verwoord als “via kernversterking verhogen we de economische en sociale vitaliteit van de winkelgebieden” en geconcretiseerd in het actieplan “we trachten de leegstaande handelspanden in de winkelkernen tegen 2031 onder de 6% te krijgen”.
In zitting van 15 december 2025 hernieuwde de gemeenteraad haar besluit van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van het reglement inventarisatie en van de belasting op de leegstand van gebouwen en woningen.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om afzonderlijke belastingreglementen op te maken voor woningen en gebouwen om zo het verschil in doelstelling van bestrijding van leegstand te kunnen benadrukken. Afzonderlijke reglementen maken het ook mogelijk om specifieke indicaties voor het vaststellen van leegstand te hanteren, alsook om verschillende tarieven te hanteren.
De gemeente Brasschaat wenst meer concreet in te zetten op de activering van leegstaande gebouwen in het kernwinkelgebied en haar aanloopstraten.
Een kernwinkelgebied is het belangrijkste winkelgebied van een gemeente, meestal in de kern van de gemeente gelegen. Het kernwinkelgebied moet een compact gebied zijn vol winkels en horeca, met een publieke ruimte ingericht voor flaneren en verblijven, geflankeerd door interessante potentiële horecapleinen. Het kernwinkelgebied vormt -samen met de aanloopstraten- een handelsgebied met bovenlokale aantrekkingskracht.
Een kernwinkelgebied moet een hoge commerciële dichtheid hebben. De commerciële dichtheid wordt gedefinieerd als het aantal handelspanden, ongeacht hun invulling, op het totaal aantal panden. Compacte goed gevulde winkelgebieden zijn aantrekkelijk voor de klanten maar ook voor de winkeliers die profiteren van elkaars aanwezigheid. Compacte winkelkernen met een geconcentreerd aanbod zijn aantrekkelijke winkelkernen waar de consument binnen wandelafstand vindt wat hij nodig heeft.
Voor het kernwinkelgebied is de beeld- en verblijfskwaliteit van uitermate belang om de bezoekers aan te trekken en te laten terugkomen.
Om een optimaal beeld te verkrijgen is een ononderbroken bedrijvige plint in het kernwinkelgebied nodig.
Een consequent en gedifferentieerd leegstandsbeleid laat toe om specifiek maatregelen te voorzien voor het kernwinkelgebied. Het opleggen van een leegstandsheffing is een adequate maatregel in de strijd tegen leegstand. Een jaarlijks toenemende taks spoort eigenaars aan om hun pand sneller te activeren of tegen gunstiger voorwaarden in de markt te zetten.
Dit verantwoordt dat het leegstandsbeleid voor de gebouwen zich focust op de activering en bestrijding van de leegstand binnen het kernwinkelgebied en de aanloopstraten.
Gemeenten kunnen in het kader van hun detailhandelsbeleid een kernwinkelgebied afbakenen.
De afbakening van het kernwinkelgebied gebeurde in het kader van de opmaak van het RUP Kernversterking wonen en detailhandel. Aan de hand van een uitgebreid participatief proces werden verschillende mogelijk scenario’s ontwikkeld en afgetoetst voor de afbakening van het kernwinkelgebied in Brasschaat-centrum. De afbakening werd gepubliceerd in de scopingsnota van het RUP Kernversterking wonen en detailhandel.
Om beter te kunnen inspelen op de leegstand in het kernwinkelgebied en de aanloopstraten, worden leegstaande gebouwen binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten geïnventariseerd en belast. Leegstaande gebouwen buiten kernwinkelgebied en aanloopstraten worden enkel geïnventariseerd. Voor de leegstaande gebouwen in kernwinkelgebied en aanloopstraten wordt geopteerd voor een snellere belasting dan de huidige belasting. Zo zal de belasting onmiddellijk te betalen zijn bij opname in het leegstandsregister. Ook ligt de maximale belasting voor leegstaande gebouwen in kernwinkelgebied een aanloopstraten hoger dan de maximale belasting voor leegstaande woningen. Deze hogere en snellere belasting voor gebouwen in het kernwinkelgebied en aanloopstraten is gerechtvaardigd, door enerzijds de impact ervan op de gemeente als geheel en anderzijds door de specifieke inspanningen die de gemeente levert in deze zone om de beeld- en verblijfskwaliteit te verhogen.
Het is aangewezen om de vooropgestelde wijzigingen vanaf 1 januari 2027 toe te passen.
Juridisch kader
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.
De Vlaamse codex Wonen van 2021.
In zitting van 27 april 2026 heeft de gemeenteraad het RUP kernversterking, wonen en detailhandel voorlopig vastgesteld
Het gemeenteraadsbesluit van 27 april 2026 houdende goedkeuring van de voorlopige vaststelling van het RUP kernversterking, wonen en detailhandel, en latere aanvullingen en wijzigingen.
Ondernemerstoets
Indien de belasting op leegstaande gebouwen een invulling van leegstaande gebouwen als gevolg heeft, zal dit een positief effect hebben op de handelaars in het kernwinkelgebied. De aanwezige handelaars hebben baat bij een bruisend centrum met een divers winkelaanbod.
Adviezen
Het advies van de ondernemingsraad wordt in bijlage toegevoegd.
Financiële gevolgen
De ontvangsten zijn afhankelijk van het aantal leegstaande gebouwen en wordt vanaf 2028 geraamd op 47.250 euro op jaarbasis.
BESLUIT:
Met 25 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Lisa Buysse), 4 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- de gemeenteraad hecht goedkeuring aan 'Belasting 2027-2031 op leegstaande gebouwen. Reglement inventarisatie' als volgt:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.Definities
1° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten vermeld in artikel 2, 1° van het Decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen en woningen onder het leegstandsreglement woningen van juni 2026 en latere wijzigingen, houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
2° Registerbeheerder: de gemeentelijke dienst die door het college van burgemeester en schepenen is gelast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister;
3° Beveiligde zending: één van de hierna volgende betekeningswijzen:
- een aangetekend schrijven
- een afgifte tegen ontvangstbewijs;
4° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw in het leegstandsregister wordt
opgenomen a.d.h.v. de administratieve akte van leegstand.
5° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen op grond van de artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, opgemaakt als een digitaal bestand. Dit bevat het adres en de kadastrale gegevens van het leegstaande gebouw, de identiteit en het laatst gekende adres van de houder van het zakelijk recht, de datum van de administratieve akte, de feiten die aanleiding geven tot vrijstelling van de heffing, met vermelding van de begin- en einddatum van de vrijstelling, eventueel de datum van indiening van een betwisting zoals voorzien in artikel 8 en de datum en aard van de beslissing inzake die betwisting. Het leegstandsregister vormt een bestuursdocument overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 en is als zodanig toegankelijk voor het publiek;
6° Administratieve akte: : De beslissing van de administratie tot opname van een leegstaande gebouw in het gemeentelijk leegstandsregister. De administratieve akte bevat een opsomming van de elementen die het vermoeden van leegstand staven;
7° Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de leegstandsheffing als er grote verbouwingswerken aan het gebouw lopende/gepland zijn.
Hoofdstuk 2 Het gemeentelijk leegstandsregister gebouwen
Artikel 2.Leegstaand gebouw
Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde stedenbouwkundige vergunning, een melding in de zin van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, een milieuvergunning of een melding in de zin van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning of een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Een nieuw gebouw wordt pas als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
Artikel 3.Leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten
Een gebouw dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen in de zin van deze afdeling beschouwd.
Artikel 4. Opsporingsbevoegdheid
De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande gebouwen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 5. Verwaarloosde gebouwen
Een gebouw dat geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.
Artikel 6. Administratieve akte van leegstand
De leegstand van een gebouw wordt vastgesteld door een administratieve akte van leegstand en wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
- opname in de detailhandelsdatabank “Locatus”;
- ontbreken van aangeduide openingsuren die duidelijk maken aan de klanten wanneer ze er terecht kunnen;
- ontbreken van een neergelegde jaarrekening x-2 in het jaar x van de feitelijke opname van de
onderneming die gevestigd is op het adres van het te inventariseren gebouw;
- ontbreken van een vestigings-/ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor Ondernemingen;
- langdurig niet voor het publiek toegankelijk zijn tijdens de gebruikelijke of geafficheerde
openingsuren;
- aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of
onproductiviteit;
- de onmogelijkheid om het gebouw te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
- sporen die wijzen op langdurig niet- gebruik, zoals een uitpuilende brievenbus, geblindeerde ramen,
afval of onkruid;
- een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van
het gebouw kan worden uitgesloten;
- getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;
- andere indicaties die bij controlebezoeken kunnen vastgesteld worden.
Bij de administratieve akte wordt een beschrijvend verslag gevoegd met vermelding van alle indicaties van leegstand.
Artikel 7. Betwisting van vaststelling van leegstand
De registerbeheerder stelt de houder van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de vaststelling van leegstand en het voornemen tot opname van een leegstaand gebouw in het leegstandsregister. De kennisgeving omvat een kopie van de administratieve akte en het beschrijvend verslag, samen met informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar huidig belastingreglement, informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk leegstandsregister en over de mogelijkheid tot schrapping uit dat register.
Tegen de vaststelling en het voornemen tot opname in het leegstandsregister kan via beveiligde zending bezwaar worden aangetekend bij het college van burgemeester en schepenen binnen de dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening.
Het bezwaar moet ondertekend zijn en bevat minstens volgende gegevens:
- Identiteit, adres en eventueel hoedanigheid en volmacht van de indiener.
- Aanwijzing van de administratieve akte en/of van het pand waarop het bezwaarschrift betrekking heeft.
- De bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten tot opname of dat voldaan is aan de vereisten tot schrapping.
- De datum van indienen van het bezwaarschrift.
Het college doet uitspraak over het bezwaar binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de betekening van het bezwaarschrift. Het verklaart het bezwaar ongegrond wanneer de toegang tot de woning of het gebouw, in het kader van een feitenonderzoek, geweigerd of verhinderd wordt.
De registerbeheerder betekent de beslissing aan de indiener per beveiligde zending.
Artikel 8. Opname in het leegstandsregister
De gebouwen die in een eerder op grond van artikel 2.2.6 van het Decreet op het Grond en Pandenbeleid opgemaakt register zijn opgenomen worden opgenomen in het register op grond van het huidig reglement met behoud van de oorspronkelijke datum van opname.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt overeenkomstig artikel 7 of indien het bezwaar onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de inventarisbeheerder het gebouw in het leegstandsregister op vanaf de datum van de administratieve akte van leegstand.
Artikel 9. Schrapping uit het leegstandsregister
Een schrapping van een gebouw uit het leegstandsregister gebeurt op schriftelijk verzoek van de houder van het zakelijk recht.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie vermeld in artikel 2, tweede en derde lid aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De registerbeheerder schrapt het gebouw met ingang van de eerste dag van de invulling overeenkomstig die functie.
Tegen een weigering tot schrapping door de registerbeheerder staat eveneens bezwaar open bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 7.
Hoofdstuk 3 Belasting op leegstaande gebouwen
Artikel 10. Heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2027 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de gebouwen die zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister én gelegen zijn binnen het kernwinkelgebied en de aanloopstraten.
De belasting voor een leegstaand gebouw binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten is onmiddellijk verschuldigd bij opname in het leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 11. Belastingplichtige
§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het leegstaande gebouw. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen de maand na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
- nauwkeurige aanduiding van het overgedragen gebouw.
Artikel 12 Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting voor leegstaande gebouwen binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten wordt als volgt berekend:
- Belasting verschuldigd in het aanslagjaar van opname van het gebouw in het
leegstandsregister: 3.500 euro.
- Belasting verschuldigd na 12 maanden opname in het leegstandsregister: 7.000 euro
- Belasting verschuldigd na 24 maanden opname in het leegstandsregister: 10.500 euro
- Belasting verschuldigd na 36 maanden opname in het leegstandsregister: 14.000 euro
- Belasting verschuldigd na 48 of meer maanden opname in het leegstandsregister: 17.500 euro
Artikel 13 Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de vaststelling van leegstand en het voornemen tot opname van een leegstaand gebouw in het leegstandsregister. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2.Een bezwaar tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 16.
§3. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing;
2° de belastingplichtige die (mede)eigenaar is, wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van verwerving vrijgesteld;
§4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw:
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod;
5° gerenoveerd wordt met een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning;
6° gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen;
Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:
● vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk
● vernieuwing van de volledige dakbedekking
● vernieuwing van de volledige elektrische installatie
● vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)
● vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)
● vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)
● vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)
● vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)
De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst toerisme, evenementen en ondernemen en bevat volgende zaken:
● foto’s voor en tijdens de renovatiewerken
● grondplannen voor en na de renovatiewerken
● eventueel facturen en goedgekeurde offertes
● een motivatienota met planning van de werken
● indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars
7° in de 12 maanden voorafgaand de verjaardag van de opnamedatum in leegstandsregister hinder heeft ondervonden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de gemeente.
Onder hinder wordt begrepen: sterk verminderde toegankelijkheid ten gevolge van wegenwerken waarbij de volgende voorwaarden cumulatief voldaan zijn:
● de rijbaan wordt geheel of gedeeltelijk afgesloten;
● de werken hebben een oppervlakte van meer dan 50 m²;
● de werken duren minstens 90 opeenvolgende kalenderdagen;
● in de hinderzone gelegen zijn. Om de hinderzone te bepalen, wordt gekeken naar de geregistreerde gegevens in het GIPOD, de databank van wegenwerken. Alle wegvakken en kruispunten die overlappen met de GIPOD-werkzone, vormen de hinderzone. De GIPOD-werkzone is de zone waarbinnen de wegenwerken worden uitgevoerd. Een wegvak is het gedeelte van de weg tussen twee opeenvolgende kruispunten.
8° dat voor tijdelijke invulling ter beschikking is gesteld van een door het college van burgemeester en schepen erkende organisatie die actief op zoek gaat naar invulling.
Deze vrijstelling geldt gedurende één jaar vanaf de datum van de overeenkomst tussen de zakelijk gerechtigde van het gebouw en de door het college van burgemeester en schepenen erkende organisatie. Het college kan beslissen om deze vrijstelling met maximaal één jaar te verlengen.
○ De zakelijk gerechtigde moet een overeenkomst voor de terbeschikkingstelling voor tijdelijke invulling met een door het college van burgemeester en schepenen erkende organisatie kunnen voorleggen.
○ De zakelijk gerechtigde kan zonder gegronde redenen een eventuele invulling niet weigeren tijdens de duur van de vrijstelling. Indien hij dat toch doet, vervalt de vrijstelling.
○ De organisatie heeft (o.a.) als doel leegstand te bestrijden door het ter beschikking stellen van leegstaande panden voor tijdelijke invullingen.
○ De organisatie is ingeschreven in het handelsregister en de omschrijving van de activiteiten dient minimaal de doelstelling inzake leegstandbeheer te bevatten. Met leegstandbeheer wordt bedoeld: het tijdelijk beheren van leegstaande panden met als doel ongewenste betreding en achteruitgang van de algemene staat te voorkomen en daarnaast de leefbaarheid voor omwonenden te vergroten, door het activeren en op de markt brengen van de leegstaande panden die in beheer zijn gegeven.
○ De organisatie moet aantonen om in dit kader over aantoonbaar werkende procedures te beschikken (zowel met betrekking tot het pand als de eventuele gebruiker).
○ De organisatie moet aantonen dat zij met betrekking tot het pand de nodige initiatieven voor effectieve invulling heeft genomen.
De zakelijk gerechtigde moet bewijzen dat zowel hij als de organisatie aan deze voorwaarden voldoet.
Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag.
§5. De vrijstellingen vermeld onder artikel 13 kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend (uitgezonderd §4 7°) en zijn niet (uitgezonderd §3 2°) cumuleerbaar. De vrijstelling §3 2° kan slechts éénmaal worden gecumuleerd met vrijstelling §4 5° of vrijstelling §4 6°.
Artikel 14 Belasting na vrijstelling
Indien een vrijstelling werd toegekend en het gebouw na afloop van de vrijstellingsperiode nog steeds opgenomen is in het leegstandsregister, zal er opnieuw een belasting verschuldigd zijn berekend vanaf het aanvankelijk belastbare jaar.
Artikel 15 Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 16 Bezwaarprocedure
§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen
vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de
kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:
- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;
- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930
Brasschaat.
§ 2 Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en
latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
§3 Tegen de beslissing genomen door het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de gestelde termijnen kan een beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.
Artikel 17 Toepasselijke regelgeving
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Artikel 18 Bekendmaking
Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht
overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 19
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de belasting 2026-
2031 op de leegstand van woningen en gebouwen wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit.
Artikel 20
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2027, onder voorbehoud van de wettelijke bekendmaking overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.