Zitting van maandag 15 december 2025

Van 21:00 uur

Locatie raadzaal, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat

 

Aanwezig : Robert Geysen - voorzitter

Adinda Van Gerven - waarnemend burgemeester

Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen - schepenen

Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Ingeborg Hermans, Jef Konings, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem, Kato Broos, Wouter Covens, Tim Willekens - raadsleden

Ward Schevernels - algemeen directeur

 

1 van 1

 

Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

1 Meerjarenplan 2026-2031. Vaststelling deel gemeente en goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Voorzitter Geysen heet iedereen welkom op deze laatste gemeenteraad van 2025.  Hij vraagt aan iedereen om vanavond respect te hebben voor elkaar.  Hij overloopt het verloop van het punt met betrekking tot de meerjarenplanning.  Eerst zal het voltallige college het woord nemen, vervolgens de fractievoorzitters van de verschillende partijen en daarna kunnen de vragen beantwoord worden. 

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven doet volgende tussenkomst :

 

“Goedenavond collega’s

In naam van het ganse college van burgemeester en schepenen van harte welkom op de laatste GR van het eerste jaar van deze legislatuur.

De anciens onder jullie weten al dat dit meestal ook de meest bepalende is voor de ganse legislatuur. Het mjp met al zijn toeters en bellen (ofwel doelstellingen, actieplannen, acties,…) ligt ter tafel.

 

Dat Anno 2025 een meerjarenplan voor de 6 volgende jaren vastleggen geen ‘walk in the park’ (in het nederlands geen zondags uitje) zou worden was van bij den beginne duidelijk.  Maar dat het ‘Brasschaat mooiste’ zou worden kon niemand in maart 2025 vermoeden.

 

Onze eerste conclaaf-dag met MAT en college dateert immers van 24 maart op de mooiste plek van onze gemeente (de site rond het vliegveld). Ons vetrekpunt toen was een zeer fragiel evenwicht, maar we gingen vol moed de uitdaging aan. De 5 strategische doelstellingen werden vastgelegd.

De daaropvolgende weken werd het bestuursakkoord (met memoranda, omgevingsanalyse in de hand) gefileerd in acties (met dank aan MAT en diensten).

 

Op 10 juli (niet toevallig de vooravond van de Vlaamse Feestdag)  kregen we als college een eerste overzicht van de ganse doelstellingenboom. De eerste harde kasseien kondigden zich aan. Het woord kerntakendebat lag terug op tafel. En collega’s, ik moet eerlijk toegeven dat uit mijn 12 jaren ervaring als schepen ik op dat moment dacht ‘dat waait wel over’. Maar niets was minder waar….

 

In Brussel gaf de federale en Vlaamse regering aan dat de situatie ernstig was en is. Ik geef eerlijk toe dat ik op 10 juli zelf met een heel klein hartje in het zolderkamertje van het oud gemeentehuis de vergadering met college en mat voorzat. Maar daarboven, in dat torentje, op een snikhete dag hebben we elkaar diep in de ogen gekeken en beseft dat we enkel door een goede samenwerking en wederzijds vertrouwen tussen mat en college, een solid meerjarenplan voor onze burgers konden opstellen.

 

De zomermaanden werd er hard gewerkt, de doelstellingenboom kreeg meer vorm met beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties. Budgetten werden erop gekleefd.

 

Het was eind september. De forse hellingen kwamen in zicht.

        Brussel meldde ons dat de APB inkomsten 10,5 miljoen minder zouden zijn.

        De tussenkomst in de responsabiliseringsbijdrage zou dalen. Een minderinkomst van 1.9 miljoen

        De dividendeninkomst zou sterk verminderen (geen Elia compensatie meer tbv 606.918€ (in budget voorzien), ander dividendenpolitiek bij Fluvius, geen Fluviuscompensatie meer) een total van 235.510€ en 207.180€ een totaal minderwaarde v Fluvius van 442.690€. Samen goed voor 1 miljoen minderinkomsten.

        De gemeenten krijgen meer taken (BOA rol, beperking v werkloosheid in de tijd, sociale tewerkstelling…) 

Begin oktober kregen we de eerste simulaties. Dieprode cijfers.

Maar geen nood. Op 7 oktober  ontving het college van burgemeester en schepenen een schrijven van minister Crevits. Ik neem het even ter hand.

We hadden de keuze: de problemen voor ons uit schuiven of de koe bij de horens vatten.

Dat laatste hebben wij gedaan.

 

Dit college heeft zijn verantwoordelijkheid genomen. 

Een toekomstgericht 6 jaren plan voor Brasschaat opstellen. Dat was onze plicht. En niet 1 jaar vooruit kijken maar wel 6 jaar….

Wij beseften dat er keuzes moesten gemaakt worden. Besturen = keuzes maken.

Het kerntakendebat werd ten gronde gevoerd: investeringen, exploitatie, toelagen, het organogram werden één voor één geanalyseerd. Er werd voor miljoenen  bespaard, simulaties draaiden, tabellen lagen op tafel. De hellingen werden minder steil maar de kasseien bleven hard. De cijfers bleven rood.

Het was duidelijk dat er bijkomende maatregelen nodig waren.  Een verhoging van de opcentiemen op de onroerend voorheffing drong zich op.

 

Vandaag, collega’s stellen we als college van burgemeester en schepenen een haalbaar, realistisch en ambitieus 6 jaren plan voor. Onze hoofddoelstelling was en is onze gemeente klaarmaken voor de toekomst met aandacht voor al onze burgers jong en oud.

 

Het voorliggende plan is opgebouwd rond 5 strategische doelstellingen.  Ik noem ze even op :

        Brasschaat veilige gemeente

        Brasschaat goed bestuur

        Brasschaat veerkrachtiger – actieve gemeenschap

        Brasschaat kwaliteitsvol wonen & werken

        Brasschaat groene, duurzame toekomst

 

Wij zullen als college samen dit plan voorstellen. Iedere schepen behandelt concrete plannen mbt zijn/haar beleidsdomein.

 

Alvorens dit plan voor te stellen wil ik toch nog eerst mijn dank betuigen aan al mijn collega’s schepenen. De ganse rit over de harde kasseien en over de steile hellingen waren jullie trouw, sterk en constructief aan het meefietsen (soms wel eens een lekke band maar die was snel gerepareerd). Zonder dit teamwerk hadden we de eindmeet niet gehaald.

Maar in een koers zijn er ook de techniekers, de specialisten. En nu, mag ik wel in naam van het  ganse college spreken. Het mat, onze specialisten,  stond steeds paraat, zette zich mee in het team, zocht mee naar oplossingen. Niets was teveel voor hen. Dankjewel algemeen directeur en leden van het managementteam. Speciale pluim voor onze financieel directeur die de eerste keer zonder zijn trouwe kompaan de tocht moest maken maar hij deed het. Dankjewel mr G hier aanwezig.”

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven heeft ook de eer om als eerste de spits af te bijten om de plannen rond veiligheid toe te lichten en doet volgende tussenkomst :

 

“Veiligheid is voor ons bestuur prioriteit nummer 1.

 

Iedere burger in Brasschaat moet zich veilig voelen en veilig zijn.

Organisatiebreed moeten alle beleidsbeslissingen de veiligheidstoets doorstaan. 

Meer concreet steunt onze dagdagelijkse veiligheidsaanpak op 4 partners: politie, brandweer, onze eigen dienst integrale veiligheid en noodplanning en jullie onze burgers.

Wat de politie betreft zet dit bestuur extra in op het preventieve en reactieve veiligheidsbeleid zodat de ganse veiligheidsketen sterk sluitend is.

In concreto:

        Wordt een Overlastteam (zichtbaar, aanspreekbaar en contacteerbaar) uitgerold om kleine criminaliteit en overlast te voorkomen en aan te pakken.

        We investeren verder in een  extra deskundige op dienst Jeugd van de politie voor aanpak IF geweld

        Zo ook blijven we de functie van schoolagent continueren.

        De volgende 3 jaar wordt er fors geïnvesteerd in een uitgebreid cameranetwerk. !!!!!!!
Met een investering van 285.000€ zullen er een drone, 2 overlastcamera’s een ANPR camera en meerdere vaste camera’s aangekocht worden om de veiligheid en leefbaarheid te garanderen.

Met betrekking tot  de brandweer blijft een paraat vrijwilligersteam cruciaal om in een minimum van tijd de beste adequate hulp te verlenen.

Als 1 van de 20 gemeenten van Zone Rand blijven wij dan ook stevig bijdragen aan het personeel-, materialen en kazerneplan van de zone.

Voor post Brasschaat is het belangrijk dat er extra aandacht is

        Voor Opleidingen en specialisaties in de kazerne zelf (concreto is onze post specialist in oa natuurbestrijdingsbrand en adembescherming,….)

        Het stormcommando van de ganse zone bevindt zich in Brasschaat

        Tenslotte voorziet het nieuwe personeelsplan een versterking van het middenkader om de kritische functie van onderofficier (noodzakelijk voor het uitrukken van een autopomp te waarborgen).

Beste gemeenteraad, ik zou een ganse avond ons veiligheidsbeleid kunnen toelichten. Het is mijn nieuwe passie geworden. Maar de tijd noopt mij af te ronden.

Laat mij toe om toch als laatste uw aandacht te vragen voor het engagement van ons allen samen. De weerbaarheid van onze burgers verhogen.

Hiervoor heeft Brasschaat zich als eerste in de provincie Antwerpen ingetekend in het project vrijwilligerskorps.
Het verder uitrollen, begeleiden en oefenen van dit vrijwilligerskorps staat dan ook hoog op de agenda van onze dienst Integrale Veiligheid en noodplanning.”

 

Eerste schepen Heirman doet volgende tussenkomst :

 

“Als schepen van financiën is het presenteren van de MJP een zeer belangrijke dag en het rondkrijgen was zoals reeds door onze burgemeester aangegeven een huzarenstuk en is in uiterst moeilijke omstandigheden tot stand gekomen.

 

We blijven investeren in het ontwikkelen van onze medewerkers, waarbij we naast opleidingen, interne stages en meeloopdagen introduceren om de samenwerking over teams heen te versterken en onze interne arbeidsmarkt te stimuleren. Stages en meeloopdagen, dit ook om medewerkers intern te heroriënteren wanneer hun functie komt te vervallen in het kader van de optimalisatie. We ontwikkelen verder het systeem van flexibele verloning waarbij medewerkers een deel van hun brutoloon of eindejaarspremie kunnen omruilen voor diverse extralegale voordelen, zoals bijvoorbeeld fietslease. Dit is het zogenaamde cafetariaplan en biedt meer keuzevrijheid naar verloning toe, zonder verhoging van budget. Koopkracht versterken we door middelen te voorzien om een verhoging van maaltijdcheques te realiseren zodra het wettelijk kader hiervoor rond is. Op korte termijn zou dit een verhoging van 2,5 EUR per gewerkte dag inhouden.

 

Als lokaal bestuur staat een goede dienstverlening voorop. We voorzien investeringen in ICT voor 1,6 Mio€ om onze digitale dienstverlening te versterken, klantgericht te werken en data gedreven te beslissen. Zo realiseren we in 2026 al digitale postverzending en integreren we verschillende databanken in één kenniscentrum. We hebben hierbij grote aandacht voor onze veiligheid en voorzien de implementatie van een Security Operations Center dat 24/24 onze digitale systemen monitort. We zetten in op nieuwe digitale technieken zoals bijvoorbeeld  AI-tools en een pakket voor optimaal debiteurenbeheer.”

 

 

 

 

Schepen Brughmans doet volgende tussenkomst :

 

“Binnen mijn bevoegdheden maken we deze legislatuur duidelijke keuzes voor veilige mobiliteit, kwaliteitsvolle infrastructuur, een sterk patrimoniumbeleid en meer groen en duurzaamheid.

 

Wegen, voet- en fietspaden krijgen daarbij absolute prioriteit. We investeren ruim 13 miljoen euro in de vernieuwing en het buitengewoon onderhoud van wegen, voet- en fietspaden, aangevuld met een extra 800.000 euro voor de heraanleg van belangrijke fietspaden langs de Donksesteenweg, Zegersdreef en Leopoldslei. Structureel onderhoud en herstel van voet- en fiestpaden gaat over 6 maal 600.000 euro

 

Ook riolering en waterbeheer vormen een essentiële pijler, met een investeringstussenkomst van meer dan 15 miljoen euro, aangevuld met 900.000 euro voor de Kapelsesteenweg.

 

Om de verkeersveiligheid verder te verhogen, voorzien we middelen voor de renovatie van verkeerslichten, infrastructurele ingrepen en de heraanleg van het kruispunt Leopoldslei–du Boislei, samen goed voor bijna 600.000 euro. De uitvoering van het mobiliteitsplan en de wijkplannen wordt ondersteund met 250.000 euro, aangevuld met 90.000 euro voor veiligere schoolomgevingen.

 

 Tegelijk investeren we fors in ons gemeentelijk patrimonium, met een sterke focus op onderwijs. Het scholenproject Kaart vertegenwoordigt een investering van 15,7 miljoen euro, aangevuld met gerichte renovaties aan schoolgebouwen voor samen bijna 5 miljoen euro, waarbij we maximaal gebruikmaken van subsidiemogelijkheden.

 

Tot slot zetten we stevig in op groen, natuur en leefkwaliteit. We investeren in parken, straatgroen en laanbomen, maken middelen vrij om begraafplaatsen te evolueren naar parkbegraafplaatsen, en trekken 300.000 euro uit voor ontharding en groenblauwe oplossingen. De vergroening van speelplaatsen en het kernwinkelgebied vervolledigt deze aanpak. Zo bouwen we stap voor stap aan een veilige, duurzame en aangename leefomgeving voor alle inwoners.”

 

 

Schepen Ven doet volgende tussenkomst :

 

“Binnen onderwijs wordt het scholenproject eindelijk uitgevoerd, zodat leerlinge, leerkrachten en directies kunnen rekenen op een nieuw, duurzaam schoolgebouw met een vergroende speelruimte.  We versterken hierdoor samenwerking tussen de twee scholen, de buurt, cultuurpartners, de kinderopvang en omliggende wooneenheden, en bieden kinderen meer kansen om in een groene omgeving te spelen.  Daarnaast worden andere schoolgebouwen verder gerenoveerd en geïsoleerd, en blijven we investeren in kwalitatief onderwijs met blijvende aandacht voor infrastructuur en ICT.  Ook veilige schoolomgevingen blijven een belangrijke prioriteit. 

 

In burgerzaken blijven we inzetten op digitalisering, zodat inwoners steeds meer zaken vanop afstand kunnen regelen en zich minder vaak hoeven te verplaatsen naar het gemeentehuis.  Tegelijk garanderen we een warm en behulpzaam onthaal, zowel aan de balie als via het klantencontactcenter.  Onze begraafplaatsen krijgen blijvende aandacht, zodat ze een mooie, serene en goed onderhouden rustplaats blijven.

 

Binnen het domein lokaal mondiaal beleid hebben we keuzes gemaakt, dat wil zeggen we behouden de tweejaarlijkse wereldmeerdaagse, waarbij we in de Ruiterhal duizenden leerlingen ontvangen en hen laten kennis maken met mondiale uitdagingen.  We blijven landen in nood financieel ondersteunen.  De stedenband met Tarija wordt geleidelijk afgebouwd, maar lokale projecten met een mondiale insteek blijven we verder stimuleren, steunen en indexeren.”

 

Schepen Pantens doet volgende tussenkomst :

 

“Beste collega’s,


Brasschaat blijft een gemeente die vooruitkijkt, die investeert in mensen, in beleving en in samenwerking. De toelages worden geïndexeerd, en ondanks een strakker budget en enkele uitdagingen, staan we vandaag fier met een ambitieus beleid voor ondernemen, toerisme én cultuur.

 

Onze lokale economie blijft een prioriteit. We stimuleren inwoners om lokaal te kopen, versterken de band tussen consument en handelaar met initiatieven zoals de Beleefbon, en ondersteunen ondernemers via een actieve Ondernemersraad. Nieuwe premies en een vernieuwd reglement zorgen voor extra stimulansen. We creëren sfeervolle handelszones met feestverlichting en zetten in op evenementen die verbinden. Ook bij wegenwerken laten we onze ondernemers niet in de kou staan: we zetten in op communicatie qua bereikbaarheid van de ondernemers en onze VZW Toerisme blijft ambitieus en creatief, zodat Brasschaat een gastvrije gemeente blijft voor recreanten en toeristen.

 

Cultuur en bibliotheekwerking blijven even sterk. We vereenvoudigen reglementen voor culturele initiatieven, behouden het budget en voorzien renovaties: Zaal Born krijgt in 2027 een grondige vernieuwing en Theater Hemelhoeve wordt de back stage helemaal up-to-date. We investeren in extra voorzieningen zoals bewegwijzering in het park en blijven inzetten op samenwerking en creativiteit. Onze bibliotheek blijft een warme ontmoetingsplaats met een hoogwaardige collectie, en het project ‘Bib op school’ breidt verder uit naar drie lagere scholen per jaar.

 

Kortom: Brasschaat kiest voor samenwerking, creativiteit, beleving en gastvrijheid. We blijven investeren in een sterke lokale economie én een rijk cultureel leven. Samen zorgen we ervoor dat Brasschaat een bruisende, aantrekkelijke gemeente blijft waar ondernemen én cultuur alle kansen krijgen. Dank u wel.”

 

Schepen Hans doet volgende tussenkomst :

 

“Voorzitter, collega-raadsleden,

Na de opmaak van de meerjarenplanning licht ik graag de projecten toe die binnen mijn

bevoegdheid in de komende jaren zullen worden gerealiseerd. Het gaat om investeringen die

rechtstreeks bijdragen aan de levenskwaliteit van onze inwoners, van jong tot oud, en die onze

sociale dienstverlening toekomstgericht versterken.

 

1. Nieuw woonzorgcentrum Sint-Jozef volgens het Tubbe-model

Eén van de meest ingrijpende en vooruitstrevende projecten is de bouw van een nieuw

woonzorgcentrum op de site van Sint-Jozef. We kiezen voor een volledig vernieuwde zorgvisie,

namelijk het Tubbe-model, waarbij kleinschaligheid, autonomie en huiselijkheid centraal staan.

Het woonzorgcentrum wordt opgebouwd in leefgroepen van telkens 16 bewoners, elk met een

centrale keuken en een warme, open leefruimte. Zo creëren we geen klassieke instelling, maar een

echte thuis. Binnen dit model kunnen bewoners hun dagritme mee bepalen, worden familie en

mantelzorgers intensief betrokken en ontstaat een leefomgeving die veiligheid combineert met

vrijheid en persoonlijke keuze.

 

2. Uitbreiding van Kabas en de Sociale Kruidenier op de nieuwe welzijnscampus

Met de verhuis van het Sociaal Huis Kabas en de Sociale Kruidenier naar de nieuwe

welzijnscampus versterken we onze sociale dienstverlening op een centrale, moderne en

laagdrempelige locatie.

De nieuwe campus maakt het mogelijk om de werking van Kabas aanzienlijk uit te breiden. Zo

zetten we nog sterker in op tewerkstelling en huisvesting, ondersteuning van anderstaligen bij het

leren van Nederlands, mobiele tandartsen en de pamperbank. De samenwerking met de

bibliotheek biedt bijkomende mogelijkheden rond taal en digitale vaardigheden. Ook de Sociale

Kruidenier kan haar werking verder uitbouwen.

 

3. Krachtige samenwerking met lokale partners rond tewerkstelling

Onze gemeente blijft sterk inzetten op duurzame tewerkstellingstrajecten. Dat doen we in nauwe

samenwerking met Selab / ALD, Noordheuvel, Inzet, OLO-Rotonde, Aralea, de Jobconnector en de

VDAB.

 

4. Kinderopvang: digitaal loket en uitbreiding gemeentelijke capaciteit

We lanceren het digitaal kinderopvangloket en investeren in nieuwe gemeentelijke infrastructuur

voor kinderopvang, goed voor 18 extra plaatsen.

 

5. Versterking van het dierenwelzijnsbeleid

We blijven actief inzetten op de bestrijding van ratten, eikenprocessierupsen en de Aziatische

hoornaar. We houden toezicht op zwerfkatten en ondersteunen de twee dierenasielcentra in Brasschaat.

 

Al deze projecten tonen onze duidelijke ambitie: een gemeente die zorgzaam, toekomstgericht en

inclusief is. Deze investeringen versterken onze samenleving op een manier die rechtstreeks

voelbaar is voor onze inwoner.”

 

Schepen Van Cauwelaert doet volgende tussenkomst :

 

“Beste collega’s,

Deze legislatuur passen we onze DIFTAR werking aan.  De bestaande gebruikers/service kost en de ledigingskost vormen we om tot een aanbiedingskost.  Deze eenvormige kost zorgt ervoor dat de burger meer invloed op zijn eindfactuur heeft. Door het aantal aanbiedingen .

Onze GFT sorteerregels maken we eenvormig met de geldende Vlaamse regels, gebaseerd op het Lokaal Materialenplan 2030.  Toch behouden we de kans voor het gratis aanleveren van tuinafval , zonder afspraak op het recyclage park.  We werken een duidelijkere regelgeving uit voor de bladkorven, die een oplossing bieden voor het blad van onze vele laanbomen.

 

We plannen het afronden van een aantal langlopende Ruimtelijke Uitvoerings Plannen, die een duidelijker kader scheppen.

Opstart van een aantal nieuwe RUP ‘s staan ook gepland alsook provisie voor eventuele andere planningsinitiatieven .

 

Ook op het programma staat het opmaken van  een Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan (GRS), om de toekomstige visie op een samenhangende ruimtelijke ontwikkeling vast te leggen.

Dan geef ik nu graag het woord aan onze jongste collega.”

 

Schepen D’Haen doet volgende tussenkomst :

 

“Goede avond,

 

Eerst en vooral: de indexeringen op toelagen zijn erdoor gekomen. Dat is belangrijk voor iedereen, onze verenigingen, sportclubs en partners zodat zij niet achterblijven in deze uitdagende tijden. Ondanks de bredere besparingen zorgen we er lokaal voor dat sportclubs en verenigingen zich gesteund voelen, onder meer door financiële ondersteuning voor onderhoud en door het versterken van werkings- en jeugdsubsidies. Dat engagement wordt duidelijk gewaardeerd.

 

Jeugd

Jeugd blijft een speerpunt. We zetten in op veilige jeugdlokalen: asbestattesten worden aangevraagd, brandveiligheid krijgt prioriteit en brandkeuringsverslagen zijn in opmaak.
Daarnaast verschuiven we de focus van enkel jeugdkampen naar jeugdwelzijn. Samen met sociale partners nemen we de regierol op, zodat jongeren die het moeilijk hebben de weg vinden naar hulp.
We blijven investeren in publieke speeltuinen en publieke ontmoetingsruimten, en werken samen met partners voor jongerenfuiven.
Voor + 12-jarigen vullen we gaten in het vrijetijdsaanbod aan.
Voor - 12-jarigen verwijzen we actief door naar externe partners.
Ook voor buitenschoolse opvang en activiteiten nemen we als lokaal bestuur onze regierol op, zodat we het aanbod verder versterken en afstemmen op de noden van kinderen en gezinnen.

 

Sport

Onze focus ligt op regie en ondersteuning. We versterken sportclubs en hun infrastructuur. Voor onderhoud voorzien we nu ook steun voor kunstgrasvelden.
Daarnaast blijven we investeren in sportinfrastructuur en zorgen we dat deze middelen mee evolueren, zodat clubs kunnen blijven groeien.
We stimuleren bovendien multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties.

 

Militaire relaties

Brasschaat heeft een unieke band met Defensie, en die blijft belangrijk.
Wij ondersteunen elkaar waar nodig: bij evenementen, logistiek, en in crisissituaties. Het is een partnerschap dat niet in cijfers uitgedrukt wordt, maar in wederzijds respect en praktische hulp.
Dus geen tanks op onze begroting, maar wel sterke bruggen tussen gemeente en leger.

 

Kortom: we kiezen voor veiligheid, welzijn en sterke partnerschappen. We faciliteren, we verbinden, en we zorgen dat Brasschaat een plek blijft waar jongeren en sportclubs zich thuis voelen.

Ik geef nu graag het woord terug aan onze eerste burger. (Gemeenteraadsvoorzitter)”

 

Voorzitter Geysen licht toe dat er nu de mogelijkheid is om vragen te stellen naar aanleiding van de tussenkomsten van de burgemeester en de schepenen. 

 

Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :

 

“Voor ik straks overga tot onze toelichting vanuit de fractie, wil ik eerst een duidelijk dankwoord uitspreken. Namens onze fractie wil ik de financieel directeur en zijn team uitdrukkelijk bedanken voor het grondige werk en de bijzonder heldere antwoorden op onze vragen.
Méér nog, het is zelfs verfrissend, om vast te stellen dat onze vragen  au serieux worden genomen. Voor die professionele (en correcte, objectieve houding )zetten we hen vandaag graag even figuurlijk in de bloemen !
Een welgemeende dank je wel!”

 

Raadslid Hoegaerts doet volgende tussenkomst :

 

“Voorzitter,
mevrouw de waarnemend burgemeester,
collega’s,

 

Het meerjarenplan 2026-2031 zou de concrete vertaling moeten zijn van het bestuursakkoord tussen N-VA en CD&V. We moeten dat meerjarenplan dus toetsen aan wat dit bestuur zelf heeft beloofd. Maar wie het bestuursakkoord naast het voorliggende meerjarenplan legt, kan niet anders dan vaststellen dat woorden en daden op zijn zachtst gezegd uiteen lopen.

Collega’s, laat ons beginnen met wat misschien wel de meest frappante woordbreuk is.

In het bestuursakkoord - speerpunt 1 - werd expliciet beloofd: geen belastingverhogingen. Meer in detail: de aanslagvoet van de opcentiemen op de onroerende voorheffing zou de volledige legislatuur ongewijzigd blijven.

 

Wat lezen we nu in het meerjarenplan?
Dat die aanslagvoet per 1 januari 2026 stijgt van 567 naar 667 opcentiemen. Een verhoging met 100 opcentiemen, of bijna 18%, goed voor 2,6 miljoen euro extra inkomsten per jaar, jaar na jaar geïndexeerd.

 

Dit is een rechtstreekse belastingverhoging voor elke Brasschaatse eigenaar, in sommige gevallen ten laste ook van nieuwe huurders – want doorgerekend aan hen die soms in een zwakke positie staan, maar in elk geval in flagrante tegenspraak met wat men de kiezer heeft beloofd.

Alsof dat nog niet volstaat, voert het bestuur ook een nieuw betalend gewichtsdiftar-systeem voor GFT-afval in. Vanaf midden 2026 wordt elke kilo GFT betalend, op een beperkte vrijstelling per gezinslid na. Dat systeem is onrechtvaardig, asociaal en discriminerend. Alleenstaanden, senioren en mensen met beperkte mobiliteit betalen relatief meer, terwijl men zich verschuilt achter theoretische gezinsgemiddelden om te schermen met een hogere korting. De gemiddelde huishoudensgrootte in Brasschaat is 2 personen, vaak zelfs 1 persoon, geen “modelgezin van vier”, geef ik maar mee aan de schepen van financiën.

Ook hier geldt dat het een nieuwe last is, zonder sociale correctie en opnieuw een breuk met het bestuursakkoord.

Gaan wij meer belastingen betalen om de schuldenlast te verlagen dan? Helaas. De financiële realiteit achter dit meerjarenplan is ronduit zorgwekkend. De schuldenlast van de gemeente stijgt van ongeveer 54 miljoen euro in 2026 naar meer dan 88 miljoen euro tegen 2031.

Dat betekent tientallen miljoenen nieuwe leningen en meer rentelasten, geld dat men zelf niet meer kan investeren maar dat rechtstreeks in de zakken van de banken verdwijnt. Die schuldenlast betekent een zware hypotheek op de volgende generaties en steeds minder beleidsruimte in de toekomst. In Schoten, een vergelijkbare gemeente, worden geen nieuwe schulden aangegaan en bouwt men de bestaande schuld zelfs af.

Er wordt door het gemeentebestuur geschermd met minderinkomsten: “moeilijk, moeilijk”. Ja die zijn er zeker, uit dividenden bijvoorbeeld. Maar de opbrengst uit de personenbelasting, de tweede belangrijke inkomstenbron naast de onroerende voorheffing, daalt de komende jaren niet, zij brengt alleen minder op dan jullie hadden verwacht, maar ze gaat wel degelijk in stijgende lijn. In 2024 was de ontvangst uit de personenbelasting 15 miljoen euro. Voor 2025 kan op een bijgestelde 16 miljoen euro gerekend worden, in 2026 op 16,6 miljoen en zo verder.

 

De opbrengst uit het Gemeentefonds, een andere grote sloef van inkomsten stijgt netjes door van 9.100.000 euro naar boven de 10 miljoen euro tegen het einde van de legislatuur, 10.330.581 euro in 2031. Anderzijds kan de gemeentelijke toelage aan de politiezone met 955.000 euro verminderd worden, zonder – ik geef het toe -  dat we de indruk hebben dat er op de politiewerking wordt bespaard. Dan is er nog bijvoorbeeld de Vlaamse subsidie “financiering open ruimte” die jaarlijks netjes binnenkomt en groeit van 480.000 naar 615.000 in de komende jaren. Voor wat die subsidie wordt aangewend is niet heel duidelijk, ik vind daar weinig of geen verantwoording of rapportering over, maar in Maria-ter-Heide zal men in elk geval zeggen dat het niet is om “open ruimte” te bewaren.

 

Het scholenproject Kaart wordt er zo ook met de karwats doorgejaagd en zal - uiteraard - niet meer budgetneutraal zijn. Nu, investeren in een kwalitatieve schoolomgeving hoeft niet budgetneutraal te zijn. Investeren in een kwalitatieve schoolomgeving is een kwestie van vooruitzien en een goed onderhoud, want onderhouden is beter dan herstellen. Vijftien jaar geleden, twintig jaar geleden – toen N-VA en CD&V ook al samen aan zet waren, met een tussenbeurt voor de verdwenen VLD - had het gemeentebestuur al kunnen voorzien dat bijvoorbeeld rond 2025 de scholen aan de Kaart een renovatie zouden nodig hebben. Gewoon een reserve voorzien eigenlijk voor toekomstige maar zekere investeringen, zonder dat grond in beslag moet genomen worden, op elkaar gebouwd moet worden of dat in een vastgoedproject moet uitmonden.

 

En dan, volgende rubriek, is er de afvloeiing van personeel en de verschraling van de dienstverlening.

Het meerjarenplan voorziet een afbouw van het personeelsbestand van 344 voltijdsequivalenten in 2025 naar 318 in 2029, een daling met 8%, maar in vergelijking met vorig jaar 2024 toen er nog 351 voltijdsen aan het werk waren, zelfs een daling van 10%.

In deze cijfers zitten bovendien de mensen niet in die nu instaan voor de inzameling van ons restafval in eigen beheer, de chauffeurs en de karladers die willens nillens zullen overgeheveld worden naar IGEAN en wiens lot onzeker is. Wat worden hun arbeidsvoorwaarden, wat wordt hun werkplaats, wat zijn de voorwaarden bij ontslag? Over die overdracht van dat personeel en van materiaal - zoals twee huisvuilwagens die vorig jaar werden besteld en die binnenkort zullen geleverd worden, kostprijs 600.000 euro - is zelfs nog niet onderhandeld met IGEAN! Die aanschaf van huisvuilwagens illustreert dat men nauwelijks een jaar geleden helemaal niet van plan was deze dienst af te schaffen.

Uitbesteden is bovendien niet noodzakelijk goedkoper, meestal zelfs integendeel wanneer men een dienst opnieuw moet inkopen, laat staan beterkoop, want de mensen die we in huis hadden deden de ‘extra mile’ om onze gemeente proper te houden. In Schoten, u weet wel de gemeente die de schulden afbouwt én de gemeente die de voorzitter van de raad van bestuur van IGEAN levert, kiest men er ook voor om het in eigen beheer te blijven doen.

In het algemeen: wat hier als een “efficiëntie-oefening” - er worden veel eufemismen gebruikt in het meerjarenplan en bij de toelichtingen die we kregen - wordt voorgesteld is een loutere besparingsoefening op de kap van het personeel.

Ik heb in het verleden in elk geval nooit horen vertellen dat er te veel volk op het gemeentehuis of in de magazijnen zat. Ik heb wel vaak al horen spreken over digitalisering. Maar digitalisering haalt het huisvuil niet op en houdt onze straten niet proper en onderhoudt het groen niet. Ik heb al wel vaak gehoord dat er in tegendeel steeds meer taken op de gemeente afkomen, inderdaad mevrouw de waarnemend burgemeester. Voor steeds minder mensen dus.

Minder personeel betekent onvermijdelijk minder dienstverlening.

Dat vertaalt zich concreet in bijvoorbeeld ook het stopzetten van de buurtbus, ondanks eerdere beloften en het stopzetten van het cultuuraanbod in de Sint-Jozefkapel, de gezelligste en intiemste cultuurzaal van Brasschaat. Wat de buurtbus betreft, wordt er gezegd dat er wordt voorzien in “flankerende maatregelen”, waarbij dan het bestaande aanbod van buslijnen, handicar, minder mobielencentrale worden opgesomd die geen alternatief zijn voor de gebruikers van de buurtbus. Vandaag schermt men met het gebrek aan succes, maar die buurtbus heeft nooit een volwaardig bestaan gekend zoals wij het voor ogen hadden de voorbije jaren. Bestond ze nu nog wel of bestond ze nu niet meer, de mensen wisten het op den duur niet meer.

 

Ook op sociaal vlak zien we een pijnlijke breuk met eerdere beloften en met name de afschaffing van de ligdagkorting voor Brasschaatenaren in het woonzorgcentrum. Luidde het in speerpunt 8 van het bestuursakkoord niet dat “de korting voor Brasschatenaren van kracht” bleef? Brasschaatse senioren betalen straks meer, simpelweg omdat ze in hun eigen gemeente oud worden en het Zorgbedrijf wordt meer en meer een melkkoe voor het gemeentebestuur waar nog iets van af te pitsen valt.

 

Beste collega’s,

In het geheel van dit plaatje mag wel een inspanning van de politiek verwacht worden. De oppositie deed alvast een duit in het zakje. De themacommissies worden afgeschaft, niet dat dat de kwaliteit van het debat ten goede komt, thema’s zoals de financiën van de gemeente worden op een commissie vorige week afgehandeld, waar meer vragen dan antwoorden bleven. Dat lag voor alle duidelijkheid niet aan de vakkundige uitleg van ‘Mister G’. Maar delen van het  meerjarenplan blijven ook vandaag virtueel. Maar dus: de themacommissies moesten afgeschaft worden omwille van het ‘hoge’ kostenplaatje.

 

Het Vlaams Belang stelt voor dat nu ook de burgemeester en het schepencollege een duit in het zakje doet. In dit meerjarenplan zien we immers dat de vergoeding van de burgemeester en schepenen opnieuw automatisch meestijgt met de index. Dat is wettelijk zo bepaald door Vlaanderen, maar dat betekent in de praktijk dat de vergoedingen voor het bestuur jaar na jaar toenemen, ook wanneer van onze inwoners extra inspanningen worden verwacht.

 

Laat mij heel concreet zijn.

De burgemeester verdient vandaag 112.586,76 euro bruto per jaar.

De schepenen verdienen 67.552,06 euro bruto per jaar.

Dat is een vergoeding voor de burgemeester die gebaseerd is op 99,14% van een parlementaire wedde voor een gemeente als Brasschaat van 38.000 inwoners. De schepenen verdienen 60% van de wedde van de burgemeester.

 

Maar terwijl deze bedragen automatisch blijven stijgen, heeft men in het Vlaams Parlement wél beslist om de eigen parlementaire wedden níét te indexeren, net zoals in de Kamer Van Volksvertegenwoordigers. Elke partij – meerderheid én oppositie – heeft dat gesteund.

 

Wij vragen daarom een inspanning van de burgemeester en de schepenen - uit solidariteit met de inspanningen van de Brasschaatenaar zoals gezegd - om dezelfde beslissing als het Vlaams Parlement en de Kamer te nemen, namelijk hun loon niet te indexeren van 2026 tot 2031. Ik vraag dus geen loonsverlaging, maar deze geste zou budgettair minstens zo’n 80.000 euro opleveren. Wie bestuurt en besparingen vraagt aan de bevolking moet zelf het goede voorbeeld geven. Ik dien ter zake een amendement op het meerjarenplan in.

 

 

AMENDEMENT

De gemeenteraad beslist dat de wedden van burgemeester en schepenen vanaf 1 januari 2026 niet meer zullen geïndexeerd worden en dit voor de rest van de duur van de legislatuur.

Indien de niet-indexering van de wedden van burgemeester en schepenen juridisch onmogelijk blijkt, beslist de gemeenteraad een inhouding door te rekenen tot de hoogte van de theoretische niet-indexering, waardoor de wedden in reële termen behouden blijven op het huidige niveau.

Ongetwijfeld zal de gemeenteraad zich hierover in positieve zin uitspreken.

 

Collega’s,

 

Ik zou nog kunnen blijven stilstaan bij mijn pleidooi voor het behoud van een gemeentelijke hinderpremie uit solidariteit met de Brasschaatse ondernemers – communicatie is één zaak, een symbolische ondersteuning is een andere zaak en incentive, mevrouw Pantens - of bij ruimtelijke uitvoeringsplannen die nog allemaal op stapel staan en die we dus niet meer op een themacommissie kunnen bespreken.

 

Wat zal er overigens uiteindelijk terechtkomen van de verwerving van de Gunfire-site waar we nu al sinds 2014 aan werken? Ik hoor geruchten dat we onze kans na al die jaren hebben gemist. In dat geval mag de aeroclub bijvoorbeeld de hoop opbergen hun locatie te verwerven en mogen ook andere stakeholders diezelfde hoop opbergen om ooit iets moois te realiseren. In dat geval is ook het lot van het Gunfire-museum, dat toch niet in de bovenste schuif lag bij het gemeentebestuur, meteen bezegeld. In dat geval mogen we spreken van schuldig verzuim vanwege het gemeentebestuur.

 

Ik zou nog kunnen blijven stilstaan bij een stuk bouwgrond aan de Lage Kaart dat nog steeds aan 400.000 euro wordt gewaardeerd, maar dat nog maar een fractie waard is, ik zou nog kunnen blijven stilstaan bij het debat over kerntaken, maar tegelijk de inspanningen die onze gemeentediensten moeten leveren om de meest verdienstelijke burger of de tofste ondernemer of de grootste tegelwipper of de duurzaamste autodeler te belonen.

 

En ja, ik zou ook nog kunnen stilstaan bij goede maatregelen, een korte paragraaf, zoals een realistischere benadering van allerlei klimaatmaatregelen en -plannen en het afbouwen van wat men mondiaal beleid noemt, de samenwerking tussen de bibliotheek en Breesgata inzake het archief van de vereniging.

 

Ik zou er tot slot nog kunnen op wijzen dat u de viering van 45 jaar verbroedering met Bad Neuenahr-Ahrweiler in 2027 niet mag vergeten in het meerjarenplan, een verbroedering waar toch de waarnemend burgemeester mee de motor van wenst te zijn, maar ik besluit collega’s:

 

Dit meerjarenplan legt meer belastingen op,
bouwt meer schulden op, bouwt personeel af,
schroeft dienstverlening terug
en breekt met meerdere expliciete beloften uit het N-VA/CD&V-bestuursakkoord.

Dit plan is geen “Samen voor Brasschaat”.
Dit is de rekening doorschuiven naar de inwoners van Brasschaat en naar de toekomst.

Om al die redenen kan het Vlaams Belang dit meerjarenplan niet steunen.”

 

Voorzitter Geysen komt terug op het amendement van raadslid Hoegaerts.  Hij heeft het één en ander opgezocht en de gemeenteraad blijkt niet bevoegd voor het vastleggen van de lonen van de schepenen.  Dit wordt bepaald in het besluit van de Vlaamse regering rekening houdende met het statuut van de lokale mandataris.  De indexering is eveneens vast gelegd in het besluit van de Vlaamse regering.  Conclusie : de gemeenteraad is niet bevoegd wat betreft vaststelling en de afwijking van de wedden van de mandatarissen.  Er kan dus niet gestemd worden over dit amendement omdat de gemeenteraad daar geen bevoegdheid over heeft. 

 

Raadslid Hoegaerts stelt dat de mandatarissen wel afstand zouden kunnen doen van hun indexering. 

 

Voorzitter Geysen stelt dat dit niet wettelijk is.  Men moet uitbetalen zoals het voorzien is. 

Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat ze het uitgezocht hebben.  Het decreet lokaal bestuur geeft geen bevoegdheid en hier kan dus niet over gestemd worden. 

 

 

Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :

 

“Ik zal zelf als eerste van wal steken, waarna elk fractielid een specifiek onderdeel van de meerjarenplanning voor zijn of haar rekening zal nemen. Ikzelf zal nadien , namens de fractie, aan het einde terugkomen met onze finale conclusie.

 

Openbare dienstverlening & personeel

Wij hebben de volgende bedenkingen en zorgen over wat we gelezen hebben in deze MJP:

-8% afbouw van personeel, vooral in C- en D-categorieën, wat volgens ons de ruggengraat van de gemeente is.

-Vakmensen zoals schrijnwerkers en andere stielmannen “Onze Toppers”van oa.de Mortel, worden minder ingezet waardoor er jarenlange opgebouwde expertise verloren gaat.

-Onze huisvuilophalers worden overgedragen aan IGEAN, wat met de loon -en arbeidsvoorwaarden? Tegelijk koopt de gemeente zelf een nieuwe huisvuilwagen.

En ik lees het hier op de vele plakkaten die toehoorders hier vanavond bijhebben "afval geef je mee aan Igean, personeel NIET"

 

-Er zijn heel wat problemen met de verluchting, de verwarming en de akoestiek in de Ruiterhal! We weten uiteraard dat het nog niet finaal opgeleverd is, maar de renovatie van deze hal is absoluut niet in orde!

 

-Een belofte werd verbroken i.v.m. het verhogen van de toelage aan personeelsvereniging “CoVer”. Dit was nochtans tijdens de gemeenteraad van april 2025 beloofd.
Ter opfrissing een citaat uit een goedgekeurd verslag van die bewuste gemeenteraad waar dit ter sprake kwam: 

“ Schepen Heirman licht toe dat bij een stijging van het lidgeld, ook de toelagen omhoog gaan aangezien de toelage gebaseerd is op het lidgeld.  Het komt de vereniging toe om het lidgeld te bepalen”. 

De personeelsvereniging heeft nu haar lidgeld opgetrokken en een verzoek gedaan aan het bestuur om evenredig daar in mee te gaan. Dit is geweigerd!

- collega’s, onze fractie erkent de efficiëntie-oefeningen binnen de dienstverlening, maar waarschuwt dat dit niet ten koste mag gaan van menselijk contact, en al zéker niet aan het sociaal loket.


-Het “Click–call–connect principe” en meer bepaald het “connect” aspect, dat wijst op nabijheid, is voor ons heel belangrijk.

 

Onze Conclusie:
Minder mensen, minder diensten, minder zekerheid voor het personeel, méér uitbesteden, maar wél tegenstrijdige investeringen die grote verwarring scheppen en al hélemaal geen“deugdelijk bestuur” ten toon stellen”

 

 

Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :

 

“Openbaar Bestuur, Democratie & Belastingen

-Gemeenteraadsleden werden niet betrokken bij kerntakendebat. Hier was nochtans meer dan genoeg ruimte voor, getuige hiervan was de soms beperkte agenda van de algemene commissie. Dit debat had daar gefaseerd kunnen geagendeerd worden. Of is dit exclusief voor de meerderheid? Gemeenteraadsleden leveren in door het aflassen van de themacommissies, wat met de schepenen en de burgemeester? De intercommunales nemen veel van de kerntaken over, hierdoor vermindert jullie werklast ook. Doen jullie dan ook een duit in het zakje? Daar blijft het stil. Veel te stil.

 

- De opcentiemen verhogen van 567 naar 667, dit is een stijging van 17%. Nochtans lazen wij in het verkiezingsprogramma van N-VA, en ik citeer: “Wat betreft de Aanvullende Persoons Belasting (APB) en de Onroerende Voorheffing (OOVH) zit Brasschaat in de kopgroep van de tien laagste tarieven van heel Vlaanderen. Dat willen wij absoluut zo behouden en daarom verhogen we de belastingen niet. De APB van 6% en de OOVH van 566,75 worden gedurende gans de volgende bestuursperiode wederom niet gewijzigd.”

De CD&V was hierover korter.  In een soort actieplan met 23 punten stond op plaats 2: “Betaalbaar Brasschaat: geen verhoging van de belastingdruk voor gezinnen en alleenstaanden.”

Bovendien worden de ophaalkosten voor het restafval vervijfvoudigd en daarbovenop komt nog de retributie voor de GFT-fractie.

-Ondanks deze nieuwe belastingen stijgt de schuldgraad per inwoner met bijna 54% meer bepaald van €1499/inwoner in 2026 naar €2306/inwoner in 2031. Wordt het niet tijd om bepaalde prestigeprojecten te herzien.  Wij hebben ook graag dat Brasschaat bruist, maar met iets minder kan het ook sprankelen.

 

-U zoekt nieuw inkomsten, wij zoeken met u mee. Er is geen toeristentaks in Brasschaat. Met pakweg €2,5, wat het gemiddelde is in Vlaanderen,  en  68.398 overnachtingen op een jaar (cijfers van 2023) brengt men € 171.000 in het laatje.  Dit is ongeveer het equivalent van tweemaal de kosten die in het verleden begroot waren voor de Stedenband met Tarija, plus 7 x klassiek in het groen.  Of Tarija en behoud van de buurtbus.  Of Tarija en optrekken van budget voor cultuur want die worden nu wel erg misdeelt

 

-Wij merken op dat er weinig ambities zijn op het vlak van milieu en duurzaamheid. Elke beleidsdoelstelling wordt in vage termen omschreven, zeer weinig concreet. een voorbeeld hiervan is de :CO2 reductie.  Elke beleidsdoelstelling is eigenlijk een inhaaloperatie in plaats van een blik vooruit.

We vinden geen enkele nieuwe, creatieve of vooruitstrevende doelstelling terug, alleen remediëren van foute beslissingen uit het verleden en de wetgeving die is opgelegd van bovenaf.

Er heerst onduidelijkheid over de duurzaamheidsraad.  Wordt die, na de afslanking van de milieuraad tijdens de vorige legislatuur, opgedoekt? Zoja, waar is dan de mogelijkheid tot inspraak, dialoog, medewerking van experten en ervaringsdeskundigen?

Klimaat is een taboe-onderwerp, waterbeheerplannen zijn onbestaande. Getuige hiervan zijn de  bronbemaling-plannen en de visie op de grondwaterwinning die nu nog moeten ontwikkeld worden.

 

-Overlast, criminaliteit en “vreemdelingendossiers” worden op één beleidslijn gezet (volgens ons een gevaarlijke framing). Overlast vraagt sociale en preventieve aanpak, niet enkel repressie. Het wordt hoog op de agenda geplaatst, maar structurele oplossingen ontbreken.

 

Conclusie:
Minder democratie, meer belastingen, minder inspraak, en een bestuur dat keuzes maakt zonder de gemeenteraad te respecteren.”

 

Raadslid Covens doet volgende tussenkomst :

 

“Cultuur, Jeugd en Gemeenschapsleven

-  Ondanks de verkiezingsbelofte en het financieel engagement van €1.7Mio zal de St.-Jozefkapel geen deel meer uitmaken van het cultureel centrum. Dit is een woordbreuk en het maakt van onze gemeente een onbetrouwbare partner en geeft ons imago als gemeente een grote deuk. Daarnaast zal Brasschaat dan nog amper tentoonstellingsruimtes hebben. Temeer omdat ook de verbintenis met Kerk Bethanië stopt in 2028 en niet verlengd zal worden. 

 

-Het Initiatief “Hoog Geëerd Publiek” krijgt geen middelen meer. Startende of minder bekende beeldende of uitvoerende artiesten verliezen hierbij een podium en een steun in de rug.

 

-De Cultuurraad verliest 33% van zijn werkingsmiddelen.

 

-Behoud van stedenband Ahrweiler (D) maar Het afschaffen van  de stedenband met Tarija (Bolivia) Waar zit de logica? (Welke ideologie stuurt dit?) Dit is een spijtige zaak omdat het juist het internationaal karakter van de stedenbanden is die voor een meerwaarde zorgen voor de gemeente.

Conclusie
Het voorliggende meerjarenplan staat voorEen systematische afbouw van cultuur, participatie en internationaal engagement — instellingen en verenigingen verliezen hun zuurstof.”

 

 

Raadslid Broos doet volgende tussenkomst :

 

“Woonzorg, Welzijn & Leefkwaliteit

-We betreuren het wegvallen van de korting voor Brasschaatse inwoners in WZC’s.

 

-Buurtbus wordt afgeschaft, er is onvoldoende duidelijkheid over flankerende maatregelen.  → directe impact op senioren en minder mobiele inwoners.

 

-De LOI’s verdwijnen en wijkgerichte ondersteuning is zoek.

 

- Het OCMW-budget voor individuele hulp blijft stabiel, maar wij missen vooruitziende investeringen om de verwachte toename van hulpvragen en de groeiende activeringsopdracht op te vangen. Maatwerk en het realiseren van sociale rechten moeten primeren.

 

- Met slechts 15 artikel 60-plaatsen schiet dit bestuur tekort, zeker gezien de dogmatische nadruk op werken.

 

- De heropening van het inleefhuis en de verhuis van Kabas zijn positief, maar zonder structurele versterking blijft dit te mager om te spreken van een ambitieus sociaal beleid.

 

- Zorgwekkend is de sterke daling van het welzijnsbudget: meer dan €3 miljoen minder over de legislatuur. Wij delen de illusie niet dat welzijnsproblemen vanzelf verdwijnen.

 

- Tot slot vragen wij duidelijkheid over jeugdopbouwwerk, de jaarlijkse inzet van Agentschap voor Integratie & Inburgering-credits, en garanties dat de dienstencentra toegankelijk en nabij blijven.

 

Conclusie
Sociale weefsels rafelen: minder mobiliteit, minder ondersteuning, minder betaalbaarheid, meer onzekerheid.”


 

Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :

 

“Algemene Conclusie: 

Hooggeëerd Publiek, collega’s,

Wat vandaag op tafel ligt, is géén meerjarenplanning.
Het is een afbraakoefening, een koerswijziging die niets te maken heeft met modernisering maar alles met minimalisering van de lokale overheid, met uitholling van diensten, en vooral met het niet nakomen van verkiezingsbeloften!

 

Wij zullen het heel duidelijk zeggen:

“Men kan niet een hele legislatuur roepen of in de verkiezingsfolders beloven dat men wil bouwen aan een sterk Brasschaat, om vervolgens systematisch alles af te breken wat mensen net sterker maakt.”

Sociale mobiliteit wordt ingeperkt.
Duurzaamheid wordt geparkeerd.
Het cultuurleven wordt gesmoord.
Het personeelsbeleid wordt gedegradeerd tot een oefening in tekentafel-cijfers.
En het democratisch proces?
Ook daar wordt serieus aan gemorreld. Getuige hiervan is het afschaffen van de themacommissies.
Een aanslag op de transparante werking van de gemeenteraad.
Deze wordt teruggebracht tot een ongemakkelijke bijkomstigheid.

“Wie een buurtbus schrapt maar tegelijkertijd opcentiemen verhoogt,
heeft de verkeerde prioriteiten.”

“Wie cultuur onder financiert, investeert in stilte.”

En boven dit alles hangt nog een andere realiteit: een schuldgraad per inwoner die maar liefst met 53,9% stijgt, terwijl men tegelijk beweert dat dit bestuur een toonbeeld van zuinigheid is.
Dit kan men met de beste wil van de wereld geen zuinigheid meer noemen!
Dit is visieloos besparen zonder sociaal kompas.

Collega’s, wij staan hier namens de mensen die elke dag wél voelen wat deze beslissingen zullen betekenen:
→ voor hun mobiliteit,
→ voor hun zorg,
→ voor hun cultuur,
→ voor hun leefomgeving,
→ voor hun portemonnee,
→ én voor hun toekomst!

Wij zijn als fractie niet tegen modernisering.
Wij zijn niet tegen efficiëntie.
Wij zijn niet tegen besparingen wanneer die eerlijk verdeeld zijn.

Maar dit?
Dit is géén evenwicht.
Dit is ideologie verpakt als noodzaak.

Daarom zeggen wij met onze fractie héél duidelijk:

“Brasschaat verdient beter dan een bestuur dat uitbesteedt wat het zelf niet meer wil dragen, maar de factuur neerlegt bij de inwoners én bij zijn personeel! “
Vorige legislatuur was het de poets- en karweidienst die eraan moest geloven.
Nu haalt men de zeis boven voor onze chauffeurs en afvalophalers.

“Brasschaat verdient een sociaal beleid, geen sociaal afbraakbeleid.”

En zolang dit bestuur kiest voor afbouw in plaats van opbouw, zullen wij  met respect, maar met vuur, élke stap blijven controleren, bevragen en bestrijden waar nodig.

Voor ons is oppositie geen rol. Het is een verantwoordelijkheid.
En die zullen wij ten volle blijven opnemen, en starten met deze voorliggende meerjarenplanning niet goed te keuren.

Gelieve dit zo, te noteren."

 


Raadslid Gulickx doet volgende tussenkomst :

 

“Ik zou eerst ook nog even willen opmerken dat 10 dagen om zo’n meerjarenplanning, zo’n lijvig document, documenten eigenlijk, te doorploeteren echt te weinig is. Ik weet niet of die periode langer gemaakt kan worden in de toekomst, ik begrijp dat jullie daar een jaar mee bezig zijn en dat we dat voor het einde van het jaar op de gemeenteraad moeten krijgen, maar op 10 dagen heel dat document moeten doorgronden om er dan vragen over te stellen is niet echt doenbaar. En zeker niet voor mensen die voltijds werken. En voor de meesten hier is dat bovendien ook nog eens materie waar we niet veel vanaf weten. Dus dat is lastig, maar goed, we zijn er doorgegaan natuurlijk en wij hebben er met onze partij uiteraard ook een aantal zaken uitgehaald die we hier willen opbrengen.

Eerst en vooral, als het gaat over de financiële situatie van de gemeente, die niet geweldig is, en de moeilijke oefening waar jullie, naar eigen zeggen, voor stonden, dan wordt er naar verschillende oorzaken verwezen. Eerst en vooral de globale, economische situatie, het feit dat we verschillende crisissen hebben doorworsteld de afgelopen jaren, en het feit dat we momenteel niet echt in een economische hoogconjunctuur zitten. En daar valt natuurlijk weinig op af te dingen. Maar daarnaast wordt er ook verwezen naar het feit dat steden en gemeenten steeds minder middelen krijgen van de bovenlokale overheden. En dat is zo, maar dat valt natuurlijk wel een belangrijke kanttekening bij te maken want het is natuurlijk jullie partij zelf, en dan kijk ik vooral naar de N-VA die in al die bovenlokale regeringen zit. Jullie zitten in de Vlaamse regering, in de federale regering. Dus ja, het is gemakkelijk om te wijzen naar de bovenlokale overheden maar de beslissing om minder geld naar de lokale overheden te laten gaan neemt jullie partij dus wel zelf. En we weten dat de N-VA gelooft in een besparingslogica en in een slankere overheid, in een kerntakendebat voeren en bepaalde taken afstoten en uitbesteden. Dus er zijn twee opties: oftewel is dit gewoon de strategie van de partij, ook op lokaal niveau, en is dit dus ook wat jullie zelf willen doen in Brasschaat: het kerntakendebat voeren, afslanken, afdanken, maar dan kunt ge dat natuurlijk niet inroepen als argument, dan kunt ge niet naar die bovenlokale overheden wijzen. Oftewel zijn jullie het niet eens met dat beleid van jullie partij en dan hoop ik dat jullie jullie collega’s in de Vlaamse en federale regering daar regelmatig op aanspraken, maar goed.

En dan ja, jullie halen dus verschillende oorzaken aan, maar natuurlijk is er nog een andere oorzaak, jullie moeten de hand ook in eigen boezem steken, want jullie zijn natuurlijk niet nieuw. Jullie hebben de afgelopen zes jaar bestuurd, dus als de situatie nu niet geweldig is dan is dat op zijn minst ook deels jullie eigen verantwoordelijkheid. Ik snap dat ge dat zelf niet aanhaalt, maar goed, het is natuurlijk wel zo. Ge kunt naar allerlei externe factoren wijzen, maar jullie waren de afgelopen legislatuur zelf de bestuurspartij. De situatie zoals ze nu is, hebben jullie minstens voor een stuk mee zelf veroorzaakt.

Dan, wat hebben wij verder nog uit de meerjarenplanning gehaald? Wat natuurlijk het meest in het oog springt, en waar het meest rond te doen is, zijn de besparingen op het personeel. 8% procent dat is niet min. Dat gaat over heel wat mensen. En het is jammer dat er in tijden van besparingen altijd zo gemakkelijk naar het personeel gekeken wordt. Op korte termijn is dat altijd een quick fix, maar op lange termijn durft zich dat wel eens wreken. Nu, ik beweer niet dat jullie enkel kijken naar het personeel, maar het gaat hier toch weldegelijk om een serieuze besparing op de kap van dat personeel: 27 personeelsleden. En dan begrijp ik uit de antwoorden op de vragen die de oppositie gesteld heeft dat de mensen van de vervoersdienst die aan Igean overgedragen zullen worden en de buurtbuschauffeur, dat die niet eens meegerekend worden in die 27. Dus de situatie is eigenlijk nog erger. Het gaat om meer dan 27 personen, ik weet niet over hoeveel mensen het juist gaat, maar als ge daar nog eens 5 à 6 personen bijtelt dan komt ge aan ongeveer 10%. En dat is veel.

En ik wil het iets uitgebreider hebben over die mensen die naar Igean zullen moeten verkassen. Want daar ben ik toch wel van de ene verbazing in de andere gevallen. Ik heb ondertussen de afgelopen weken met een aantal van die mensen gesproken, en ik had uiteraard heel wat concrete vragen over wat er juist met hen ging gebeuren, en ik merkte snel dat die mensen mij heel weinig antwoorden konden geven. En dan vorige week op de algemene commissie werd duidelijk waarom dat dat zo was, en dat dat uiteraard niet aan die mensen zelf ligt. Wij vernamen vorige week allemaal dat de onderhandelingen met Igean nog moeten beginnen! Dus met andere woorden: dit is een zogezegde besparingsoperatie, een efficiëntieoefening: het kost ons te veel en Igean gaat het goedkoper doen. Maar we weten blijkbaar niet eens wat we Igean gaan moeten betalen. We weten niet hoeveel ze gaan willen betalen voor de vuilkarren die we al hebben en die besteld zijn. Hoe kunt ge in hemelsnaam beweren dat het goedkoper is als het door Igean gebeurt als ge de twee kostenplaatjes niet eens tegenover elkaar hebt kunnen zetten.

En nu hebt ge volgens mij ook een bijzonder zwakke onderhandelingspositie want Igean weet dat jullie het door hen willen laten doen en nu kunnen zij gewoon gaan zeggen wat ze willen betalen voor de vuilkarren en wat alles mag gaan kosten. Ge weet dus eigenlijk niks, alleen dat ge die mensen, sorry voor de uitdrukking, zelf bij het grof huisvuil wilt zetten.  En of dat dan iets gaat opleveren, dat zien we dan wel. Dat vind ik een heel bijzondere gang van zaken. En ik vind dat dat getuigt van heel weinig respect voor dat personeel. Want ondertussen zijn die mensen ongerust. En kwaad. Uiteraard. Er is een reden waarom die hier al voor de derde keer komen luisteren naar ons saaie gezaag en gewauwel. Die mensen willen antwoorden. En die zijn er niet.

Nog een ander belangrijk punt daarover. Strikt genomen zullen dat geen naakte ontslagen zijn, dat zeggen jullie graag, dat klinkt goed, en dat klopt, allez, juridisch zal dat wel kloppen, want ze kunnen mee naar Igean als ze dat willen, maar in de feiten is het dat natuurlijk wel. Die mensen hebben een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, die jullie nu gewoon eenzijdig opzeggen. Ik ben zelf een transportplanner in de haven, met een contract van onbepaalde duur. Als mijn baas morgen naar mij komt en zegt: “Matthias, ge moogt hier blijven maar we zetten u wel op een andere locatie, uw arbeidsvoorwaarden gaan we hier en daar wat aanpassen, uw werkrooster zal er mogelijks helemaal anders uitzien”, dan is dat een ontslag he. Dat is niet waarvoor ik getekend heb.

 

En ik hoop dat jullie stilstaan bij wat voor concrete problemen dat kan opleveren in die mensen hun privéleven. Die hebben nu hun privéleven afgestemd op hun arbeidsvoorwaarden. Waar ze werken, wanneer ze beginnen, wanneer ze kunnen stoppen, hoeveel ze verdienen. Die nieuwe arbeidsvoorwaarden die ze zullen krijgen die gaan voor die mensen misschien helemaal niet werkbaar zijn. En laat ons eerlijk zijn, beter zullen ze waarschijnlijk niet zijn. Ik heb ondertussen ook van een aantal mensen gehoord dat Igean absoluut geen geweldige werkgever is. Ik hoop dat jullie op zijn minst, de mensen die niet bereid zijn mee te gaan naar Igean, dat jullie op zijn minst gewoon die hun verbrekingsvergoeding gaan betalen, en niet gaan afkomen met “Ge moet uw opzeg presteren”.

Soit, we hadden dus Brasschatenaren die in Brasschaat voor Brasschaat werken, dat was het idee, en dat is lovenswaardig, zo zou het moeten zijn, maar dat moet nu blijkbaar voor een stuk op de schop. En waarom? Dat is eigenlijk niet helemaal duidelijk. Het enige wat duidelijk is, is dat er een aantal werknemers die zich jaar en dag hard hebben ingezet voor de gemeente gewoon aan de deur gezet worden.

Nog iets anders dat hier in Brasschaat eigenlijk goed was en nu verdwijnt, is de korting in woonzorgcentrum Vesalius voor de Brasschatenaren zelf. De prijzen in woonzorgcentra zijn schandalig hoog, ook in Brasschaat, ook in Vesalius, daar moet volgens ons dringend iets aan gebeuren, maar op zijn minst kregen Brasschatenaren een fikse korting. Die wordt nu ook gewoon afgeschaft. De Brasschatenaar zal zo per maand ongeveer €270 meer mogen ophoesten. En dat is veel, want het leven wordt duurder, langs alle kanten, en de N-VA wil ondertussen altijd maar meer beknibbelen op onze pensioenen, en dan dus dit. Dit gaan onze Brasschaatse senioren voelen.

En die senioren in Brasschaat delen ook nog op een andere manier in de klappen want ook de buurtbus wordt afgeschaft. Dat zagen we natuurlijk van mijlenver aankomen, maar we hebben nu ook cijfers gekregen: het kostte zo’n €94.000 per jaar, er komende flankerende maatregelen waarvoor een budget is voorzien van €30.000 per jaar, dus voor een besparing van een goede €60.000 maken we onze senioren nog wat minder mobiel. Dat is bijzonder jammer.

En het afschaffen van die buurtbus wil ik graag gebruiken als bruggetje naar Scholenproject Kaart, ja nog eens over Scholenproject Kaart. Want de mobiliteit in die wijk zou helemaal in orde komen omdat dat daar een soort mobiliteitsknooppunt zou gaan worden. Een mobiliteitsknooppunt maar ondertussen rijdt de 73 al niet meer door die wijk en nu wordt dus ook de buurtbus afgeschaft. Ik vraag mij af hoe de mensen daar in en uit de wijk gaan moeten geraken als ze niet over een eigen wagen beschikken, of over twee. Wij blijven ervan overtuigd dat die wijk die extra toestroom aan verkeer niet gaat kunnen slikken. De studies van Van Roey gaven trouwens zelf al aan dat er een situatie is waarin er niet genoeg parkeergelegenheden zullen zijn. En dan gingen ze volgens mij al uit van een veel te beperkt gebruik van die nieuwe parking op de Middelkaart door bv. de scholen en de bewoners zelf.

Maar goed, we gaan die hele discussie hier niet opnieuw voeren, maar wat ik wél belangrijk in het kader van de meerjarenplanning is het feit dat er nu gezegd wordt dat het project niet meer budgetneutraal zal zijn. En dat was volgens mij toch een van de grote argumenten voor. We geven weer wat grond uit handen, misschien is niet alles ideaal, de wijk vindt het misschien niet geweldig, maar de gemeenteschool wordt wel kosteloos gerenoveerd. Ja, niet meer dus. Om verschillende redenen, die jullie netjes hebben opgelijst, zal het de gemeente toch iets gaan kosten. Maar dan zitten we natuurlijk terug met een heel ander verhaal. Wij hebben van in het begin gezegd dat de renovatie van een gemeenteschool door de gemeente zelf zou moeten gebeuren wanneer dat nodig is. Dat is voor ons een kerntaak van de gemeente: Het onderhouden van de eigen scholen. Jullie zien dat anders en vinden dat geen kerntaak van de gemeente, en hebben het project dan proberen te verkopen aan de Brasschatenaar o.a. met die budgetneutraliteit.
 

Maar als het de gemeente nu wél iets gaat kosten dan moeten we ons toch meteen de vraag stellen wat het de gemeente had gekost als ze de school jaren geleden gewoon zelf had gerenoveerd? Ik stelde jullie die vraag en ik kreeg als antwoord dat zoiets moeilijk berekend kan worden zonder studiewerk, dat snap ik, maar ook dat dat niet relevant is. Niet relevant?! Natuurlijk is dat relevant! Wie weet had het evenveel gekost, wie weet zelfs minder, en alleszins hadden de kinderen ondertussen al in nieuwe klaslokalen gezeten, had er geen juridische strijd geweest met de wijkbewoners en zou de wijk niet al die extra woningen en al dat extra verkeer moeten gaan slikken. Heel dat scholenproject is een fiasco en had vermeden kunnen worden als de gemeente gewoon had gedaan wat ze hoort te doen: investeren in haar eigen scholen.

En verder, ja, dit is een meerjarenplanning zoals we die zouden verwachten van de N-VA: naast besparingen op personeel en bepaalde sociale voorzieningen, ook besparingen op cultuur en mondiaal beleid, én bijzonder weinig ambitie voor het realiseren van sociale woningen of gewoon betaalbare woningen. En de CD&V doet natuurlijk vrolijk mee, omdat hen dat goed uitkomt. Voor zo’n beleid, voorzitter, moogt ge uiteraard een tegenstem noteren van onze partij.

Maar ik wil nog één laatste bedenking maken. Telkens wanneer wij als oppositie kritiek geven op het gemeentebestuur en klagen over een gebrek aan transparantie of dialoog dan wordt dat verontwaardigd ontkend of weggelachen, maar het valt me wel op dat als ik ga kijken naar de reacties op de meerjarenplanning van bv. de Cultuurraad en de GROS, dat ik daar dan dezelfde bekommernissen zie terugkeren. Ik lees bv. ‘De Cultuurraad betreurt dat zij niet werd betrokken noch geconsulteerd bij het opstellen van het MJP voor Cultuur.’  Wat betreft het schrappen van de toelage voor 11.11.11. lees ik in de reactie van de GROS: ‘We betreuren dan ook dat we, ook na herhaalde vraag, hierover niet vooraf in overleg konden gaan’. Dat begint toch vaak te lijken op een rode draad doorheen jullie bestuursperiode en ik denk dat het misschien aan de orde is om nog eens te reflecteren over wat transparant, democratisch en sociaalvoelend besturen betekent. Dank u.”

 

Voorzitter Geysen licht toe dat waarnemend burgemeester Van Gerven eerst zal tussen komen op de tussenkomsten vooraleer fractie CD&V en fractie N-VA hun tussenkomst nog doen. 

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat ze naar de betogen geluisterd hebben.  Ze wil graag starten met het feit dat de oppositie precies op een andere planeet leeft.  Als men naar de financiële toestand van België kijkt, is het hun plicht om ook als gemeente een bijdrage te leveren.  De negatieve berichten waren niet fijn.  De minderinkomsten waren lagere ramingen dan voorzien.  De personenbelastingen stijgen, maar ze dalen fors tegenover wat er voorspeld was in vroegere perioden.  Het bestuur neemt zijn verantwoordelijkheid en ze blijven voor een financieel gezonde toekomst gaan.  Schepen Heirman zal ook nog terugkomen op het financieel gegeven.  Besturen is keuzes maken en ze stelt dat ze dit ook echt gedaan hebben.  Ze hadden alles kunnen vooruit duwen maar ze hebben hun verantwoordelijkheid genomen en keuzes gemaakt.  Wat betreft het kerntakendebat, er zal gedaan worden wat wettelijk moet gedaan worden.  Wat anderen beter kunnen, zal aan hen overgelaten worden.  Er werd bewust gekozen om geen naakte ontslagen uit te voeren.  Er was reeds 1 fractie die Igean op zich nam, het was dus een logische beslissing dat zij ook de andere fractie op zich nemen.  Het bestuur zal alle besprekingen voeren voor het personeel dat overgedragen zal worden.  De beste voorwaarden zullen meegenomen worden en er zal niemand in de steek gelaten worden.  Het gaat om natuurlijke afvloeïingen, optimalisatie en verschuivingen.  Anno 2025 moet er gewerkt worden aan een toekomstgericht Brasschaat. 

De meer specifieke vragen zullen behandeld worden door de desbetreffende schepenen.

 

Schepen Heirman komt terug op de verhoging van de opcentiemen op de onroerende voorheffing.  Hij heeft hier 1 duidelijk antwoord op : “dit is een geval van heirkracht”.  Heirkracht is overmacht waardoor men zijn verplichtingen niet kan nakomen.  Als men de kraan dicht draait en aan de andere kant blijft de kraan open, dan loopt het leeg.  Er zal op 3 niveaus ingegrepen worden om ervoor te zorgen dat Brasschaat niet zal leeg lopen.  Er werden voor miljoenen investeringen geschrapt in de plannen, er werden miljoenen geschrapt op werkingskosten en er wordt afgebouwd in personeel.  Ondanks deze 3 ingrepen stond men nog in het rood.  Er is de verplichting om een structureel evenwicht te hebben, een positieve autofinancieringsmarge.  Omwille hiervan heeft het bestuur de opcentiemen toch moeten verhogen.  Er was helaas geen alternatief. 

 

Schepen Heirman licht nog toe dat financiën geen doel op zich zijn.  Gemeenten en OCMW’s streven niet naar financieel- maar wel naar een maatschappelijk rendement.  Brasschaat blijft meerwaarde creëren en men blijft dus investeren.  Er zullen leningen aangegaan worden en Brasschaat is ook perfect in staat om deze leningen terug te betalen.  Hij blijft het herhalen : “niet de grootte van de schuldgraad telt maar wel de mate waarin men in staat is om deze terug te betalen”. 

Hij citeert ook nog een artikel uit Lokaal : “ gemeenten met zeer lage schulden of gemeenten met grote overschotten zijn niet noodzakelijk goed bestuurde gemeenten die veel maatschappelijk rendement afleveren.  Het kunnen evengoed besturen zijn die geen of nauwelijks initiatieven nemen waardoor ze ook weinig uitgeven of investeren, zelfs niet in noodzakelijke of wenselijke initiatieven”. 

Hij geeft nog mee dat het geen optie was om de school te renoveren.  Het is volgens hem echt nodig om de school te vernieuwen. 

Het is volstrekt normaal dat gemeenten schulden hebben.  Op deze manier halen ze koopkracht binnen om maatschappelijke behoeften van nu in te vullen.  Bijvoorbeeld : een nieuwzwembad, een nieuw woonzorgcentrum of een nieuwe school.  De te betalen rente is hiervoor de kostprijs.  Als een gemeente al dit geld zou moeten sparen alvorens te spenderen dan zullen ze jarenlang middelen moeten vragen aan belastingbetalers waar geen diensten tegenover staan.  Als de gemeenten leningen afsluit en intresten aflost, genieten burgers de baten van de investering. 

 

Schepen Heirman concludeert dat gemeenten die niet investeren een uitgestelde schuld creëren.  Wij investeren in een nieuw woonzorgcentrum, een nieuwe school, nieuwe voet- en fietspaden,…  Er zijn gemeenten die dit nu niet doen maar zij creëren volgens hem een uitgestelde schuld omdat ze dit op termijn toch gaan moeten doen.  De 285 Vlaamse besturen dragen op deze manier ook bij aan een goed draaiende Vlaamse economie volgens hem. 

Het vergelijken met andere besturen gaat niet altijd op gezien de verschillen.  De bedragen per inwoner worden vaak als vergelijking genomen maar dat is niet aan de orde. 

 

Schepen Heirman komt graag ook nog terug op de tabel waar raadslid Hoegaerts naar verwees.  Hij had in de tabel in maart 2025 een stijgingspercentage van de APP van 3%, wat een normale prognose was.  In 2031 zou men 21 miljoen euro krijgen van ABB.  Eind september / begin oktober (in volle besprekingen) kreeg het bestuur het bericht dat dit bedrag een heel stuk lager zou zijn.  In 2030 ziet hij zelfs een daling van 0,42%.  Als je vergelijkt met het getal van 2024 is dat een zeer lichte stijging maar als je dit vergelijkt met de prognoses die in maart voor lagen dan gaat daar 3,5 miljoen af. 

Wat betreft het kerntakendebat geeft hij nog mee dat wanneer je minder gaat doen, je daar ook minder mensen voor nodig hebt. 

 

Schepen Brughmans komt eerst graag terug op de buurtbus die stopt vanaf 1 januari 2026.  Hij wil graag toch even terug grijpen naar het ontstaan en de geschiedenis van de buurtbus.  De buurtbus had sinds 1989 een voorganger, dat was een afspraak met de toenmalige NMVB die een bus liet rijden tussen de wijken in Brasschaat (betalend).  In 2000 werd door toedoen van ere-burgemeester Bertels de buurtbus gratis en dit was tot de dag van vandaag.  Vorige legislatuur werd de overeenkomst die het bestuur had met De Lijn stopgezet door hen per 1 januari 2025.  In de vorige setting leverde De Lijn de bus en Brasschaat de chauffeur.  Het gemeentebestuur besliste per 1 januari 2025 om de buurtbus dan te huren.  Afgelopen jaar was er een evaluatie en er waren gemiddeld 10 reizigers per dag.  Dit is op een maandag, wat de drukste dag van de buurtbus is.  De totale onkost voor de buurtbus is 95 000 euro dus dat betekent per enkele rit een kostprijs voor de gemeente van 35-40 euro per passagier per rit.  Omwille hiervan heeft het college beslist om de buurtbus per 1 januari 2026 stop te zetten en over te schakelen naar ‘vervoer op maat’.  Dit is volgens hem voor de gebruikers een stap vooruit.  De buurtbus reed van maandag tot vrijdag op een vaste dienstregeling.  Het vervoer op maat is flexibel, op afroep van de gebruiker zelf. 

Er zijn verschillende alternatieven, o.a. de handicar.  De handicar is niet enkel voor rolstoelpatiënten.  De gemeente kocht hiervoor een bus en deze bus legde vorig jaar meer dan 20 000km af.  Dit was goed voor 896 ritten.  Het bestuur besliste om onze werking van de handicar te integreren met de werking van handicar Zoersel.  Zij hebben een ruimer werkingsgebied dan enkel de gemeente Zoersel.  Dit betekent dat er schaalvoordeel is en een betere dienstverlening met minder lege ritten en minder weigeringen.  De gebruikskosten vervallen bij integratie.  Het gemeentebestuur houdt de eigen bus nog 2 jaar aan en zal dan met de budgetten van flankerende maatregelen een nieuwe minibus aanleveren en inbrengen in de pool van 6 minibussen van handicar Zoersel.  Het is belangrijk dat de minibus wel in Brasschaat blijft. 

 

Het tweede alternatief is de minder mobiele centrale.  Brasschaat was pionier als het aankomt op de organisatie van de MMC die zuiver werkt met vrijwilligers, zowel de chauffeurs als de coördinatie.  De doelgroep is breder dan enkel senioren.  In 2024 waren er 8373 ritten.  Dit wordt voornamelijk gebruikt voor een bezoek aan de dokter, boodschappen,…  Dit werkt perfect en deze dienst zal nog beter ondersteund worden vanuit de diensten van schepen Hans vanuit de dienstencentra die de coördinerende rol zullen overnemen van de MMC. 

 

Het derde alternatief is het vervoer op maat, de zogenaamde flex-bus van De Lijn.  Dit systeem werd op 1 januari 2025 ingevoerd in heel Vlaanderen.  Uit de eerste cijfers van De Lijn, blijkt dat dit aanslaat bij de burgers.  Er waren vorige week nog onderhandelingen met De Lijn en de vervoerregio om ervoor te zorgen dat de opstapplaatsen dezelfde blijven als de buurtbus.  Binnen het scholenproject Kaart zullen ook opstapplaatsen voorzien worden. 

Het andere alternatief is dan de taxi. 

Schepen Brughmans stelt dat men met het ‘vervoer op maat’ wel degelijk tegemoet komt aan de nood voor vervoer voor die bepaalde doelgroep, voornamelijk senioren. 

 

Schepen Hans licht toe dat ze dit ook besproken heeft op de seniorenraad.  Ze heeft ook de Uber-taxi besproken en iedereen was daar voor.  Ophalen en afhalen aan de deur en op 2-3 minuten zijn ze daar.  Iedereen is er fan van en ze zijn mee in het gebruik van dit nieuwe transport. 

 

Schepen Brughmans doet volgende tussenkomst met betrekking tot het duurzaamheidsbeleid :

 

“2025 is een kanteljaar: tien jaar Agenda 2030, met nog vijf jaar om de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen te realiseren.

Brasschaat onderschrijft deze doelstellingen en vertaalt ze consequent naar lokaal beleid, binnen haar bevoegdheden.

Brasschaat erkent, samen met Audit Vlaanderen (“Audit Vlaanderen waarschuwt: lokale besturen stoten op grenzen van hun klimaataanpak”, 25 november 2025), dat:

        lokale besturen de klimaatdoelen niet alleen kunnen realiseren,

        stabiele regelgeving en structurele financiering cruciaal zijn.

 

De mogelijke afbouw van het LEKP na 2026 vormt een risico voor de continuïteit van lokale klimaatacties.  Ik citeer :

 

“Na 2026 is er momenteel geen basisfinanciering meer voorzien. Het LEKP zal vervellen tot een structureel dialoogplatform. Het LEKP is een belangrijke financiële hefboom voor lokale klimaatplannen. Een dialoogplatform kan waardevol zijn, maar zonder financiering dreigt het pact een lege doos te worden”

 

Aanbevelingen : focus op kerntaken en voorbeeldrol

 

het gemeentelijk patrimonium, publieke ruimte, mobiliteit, waterbeheer en de eigen organisatie à voorbeeldrol om burgers en lokale actoren te stimuleren om mee te stappen in de transitie

 

Wat kan Brasschaat doen :

 

        Renovatie is een sleutel tot CO₂-reductie:

        gebouwen zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de uitstoot,

        de gemeente neemt een voorbeeldrol op.

        Strategisch vastgoedplan:

        doel: het gemeentelijk patrimonium stapsgewijs klimaatneutraal en fossielvrij maken,

        met financiële doorrekening, terugverdieneffecten en energiebesparingen.

        Concrete investeringen in de meerjarenplanning:

        scholenproject Kaart (15,7 miljoen euro),

        renovatie GIBO Driehoek (daken en buitenschrijnwerk – 1,7 miljoen euro),

        renovatie gevels en ramen GIB (1,5 miljoen euro),

        verduurzaming kinderboerderij (518.000 euro).

        Maximale benutting van AGION- en andere subsidies.

 

De focus zal liggen op het eigen patrimonium, de eigen infrastructuur en het eigen openbaar domein”. 

 

Schepen Brughmans doet ook nog een tussenkomst met betrekking tot de afschaffing van de duurzaamheidsraad en de nieuwe aanpak en betrokkenheid :

 

“De gemeente Brasschaat blijft sterk inzetten op duurzaamheid, klimaat en leefkwaliteit. De Duurzaamheidsraad heeft in het verleden waardevolle input geleverd, en we danken alle leden en verenigingen voor hun engagement.

 

Binnen de huidige bestuursperiode zetten we echter in op een meer efficiënte en wendbare manier van werken, waarbij advies en betrokkenheid op maat worden georganiseerd. In dat kader is beslist om de Duurzaamheidsraad niet langer te behouden.

 

De formele structuur van een vaste adviesraad vraagt een aanzienlijke organisatorische ondersteuning en administratieve opvolging. De verwachtingen zijn ook totaal anders: enerzijds experten die te hoge verwachtingen hebben, anderzijds vertegenwoordigers van verenigingen waarvan de vertegenwoordiger komt luisteren voor de eigen interesses en eigen werking van de vereniging.  De praktijk levert dat niet altijd het gewenste rendement op, zeker wanneer advies niet continu maar eerder projectmatig nodig is.

 

We volgen hiermee een trend die we bij vele Vlaamse gemeenten zien: evolueren van permanente adviesraden naar meer flexibele, doelgerichte vormen van input.

 

Veel duurzaamheidsthema’s – zoals energie, renovatie, warmte, waterbeheer, mobiliteit – worden vandaag al ondersteund door gespecialiseerde bovenlokale organisaties (VITO, Fluvius, VMM, provincies, burgercoöperaties).
Hierdoor is het efficiënter om expertise rechtstreeks in te winnen bij gespecialiseerde instanties in functie van concrete projecten, in plaats van een algemene en permanente adviesstructuur in stand te houden.

 

Er zal meer doelgericht gewerkt worden per project.  Er is geen vermindering van betrokkenheid maar een andere, meer gerichte werkwijze. 

 

Schepen Pantens komt graag terug op de hinderpremie.  Naar aanleiding van de vraag op de commissie legde ze dit voor op de ondernemersraad.  Daar was men het er unaniem over eens dat de communicatie veel belangrijker is dan de hinderpremie die een druppel op een hete plaat is.  Zij zijn voorstander van een goede communicatie qua bereikbaarheid. 

 

Schepen Pantens licht toe dat er qua cultuur vorige legislatuur veel geïnvesteerd werd.  Dit blijven ze zeker doen.  De Sint Jozefkapel is een dierbaar iets voor velen maar in mindere financiële tijden zoals nu is 1,7 miljoen euro voor de renovatie wel heel veel.  De kapel zal zeker niet dicht getimmerd worden en er zal over gewaakt worden dat het een mooie, verdere bestemming krijgt.  Dit moet nog verder onderhandeld worden.  Het klopt niet dat er 2 zalen minder zijn aangezien de Kerk Bethanie gehuurd werd ter vervanging van de Sint Jozefkapel.  De Kerk zal vervreemd worden, dus dat zou sowieso ten einde lopen.  Tot eind 2027 kan er nog heel wat doorgaan.  De toelagen worden geïndexeerd en als ze dan de som maakt, gaat er een heel mooi bedrag naar cultuur.  Het cultuurprogramma blijft hetzelfde en men wil het zeker ook laagdrempelig houden.  De toelagen voor de verenigingen blijven ook.  De reglementen zullen herschreven worden en zullen ook aan de index aangepast worden.  Het werkingsbudget van de cultuurraad zal 33% minder zijn.  Dit klinkt veel maar dat gaat eigenlijk maar over 1000 euro.  Zij hadden altijd 3000 euro maar gebruikten maar 2000 euro.  Deze 2000 euro wordt nu voorzien. 

 

Schepen Pantens vindt inspraak heel belangrijk, o.a. cultuurraad, ondernemersraad,…  Er wordt veel tijd geïnvesteerd en overleg gepleegd met de adviesraden.  Gezien de tijdsdruk en de moeilijke oefening was er nu niet al de tijd om overal nog adviezen te vragen.  Ze is zelf grote voorstander van inspraak maar soms moeten er beslissingen genomen worden en dan is dat niet zo leuk voor de adviesraden.

 

Kunstenaars zullen nog zeker een plaatsje vinden in Brasschaat.  In Antverpia zijn er 2 tentoonstellingsruimten.  Zalen Thijs 1 & 2 zijn ook volwaardige tentoonstellingsruimten geworden.  Deze zijn vorig jaar gerenoveerd.  Zaal Born wordt ook voor tentoonstelling gebruikt en op de planning staat ook een renovatie in 2027.  In de Ruiterhal is een expressiezaal die ook voor tentoonstellingen zou kunnen gebruikt worden, alsook de foyer van de Ruiterhal.  Er is volgens schepen Pantens dus zeker voldoende ruimte waar culturele activiteiten plaats kunnen vinden.  Ze verwijst ook nog naar de Grasdries die voor allerlei doeleinden wordt gebruikt.  Als laatste geeft ze nog mee dat ze heel hard werken aan de verlichting, verwarming en akoestiek van de Ruiterhal.  Ze zijn echter ook afhankelijk van externe firma’s en dat duurt helaas soms wat langer. 

 

Schepen Van Cauwelaert komt graag terug op de vraag met betrekking tot diftar.  Brasschaat was nog één van de enige gemeenten waar GFT nog niet via diftar werd opgehaald.  Er was geen keuze.  Het uitstel tot 1 januari 2026 kwam dichter bij dus er moesten knopen doorgehakt worden.  Hij verwijst naar het voorbeeld Schoten waar men voor een 240 liter container een servicekost van 6 euro betaalt en 8,32 euro voor de ledigingskost.  Dit komt op 14,32 euro.  Het voorbeeld in Brasschaat : 1,8 euro voor de aanbieding + 6,36 euro voor lediging.  Dit maakt dat het 225% duurder is in Schoten t.o.v. Brasschaat. 

 

Schepen Hans geeft graag nog toelichting over het feit waarom men de korting stop zet.  Dit gebeurde volgens het principe van het gelijkheidsbeginsel.  Men zou dit dan aan alle mensen uit Brasschaat moeten geven, ook in andere woonzorgcentra en dat doet men niet.  Dit gebeurde nu enkel voor de mensen die in het eigen woonzorgcentrum zitten. 

 

Als afsluiting neemt waarnemend burgemeester Van Gerven nog graag even het woord.  Graag komt ze nog terug op het punt over de Gunfire-site.  Enkele weken geleden was er contact met kolonel Van Reckem, hij is bevoegd voor het patrimoniumbeleid van defensie.  De kolonel was heel duidelijk over het nieuwe defensieplan van maart 2025.  Er wordt een forse opbouw van materieel en mankracht voorzien.  Dat impliceert ook dat alle bestaande basissen behouden blijven en alles on hold werd gezet om die te vervreemden.  Hij voorziet qua infrastructuur de nodige locaties.  De site staat dus niet meer te koop.  Het bestuur bleef niet bij de pakken zitten en gaf mee dat de aeroclub hen zeer nauw aan het hart ligt.  Met alle betrokken partijen wordt nu bekeken wat een wettelijke, aanvaardbare oplossing kan zijn die voor alle partijen haalbaar is. 

 

Raadslid Gulickx komt nog even terug op de tussenkomst van de waarnemend burgemeester.  Hij geeft mee dat zij uit de ‘echte’ wereld komen, de werkende klasse.  Zij voelen de gevolgen van alle maatregelen dag in dag uit. 

 

Raadslid Hoegaerts doet nog volgende tussenkomst :

 

“Ik dank u voor een weinig overtuigende toelichting.

Mevrouw Pantens, inzake de hinderpremie heb ik gezegd dat het én/én had moeten zijn: communicatie, wat een evidentie is bij wegenwerken én een hinderpremie.

Ik heb overigens uit uw mond ook genoteerd dat samenwerken met externe firma’s niet altijd efficiënter is dan het zelf te doen en dan nog een vraag: met wie of wat wordt er eigenlijk onderhandeld over de toekomst van de St. Jozefkapel?

 

Verwachten wij m.a.w. dat het Zorgbedrijf aan cultuur gaat doen? Dat lijkt me geen kerntaak voor het Zorgbedrijf.

 

Schepen Van Cauwelaert, ik heb in de context van GFT niet over Schoten gesproken, maar wat de tarieven en de uiteindelijke kostprijs voor de burger betreft, u spreekt over een gemiddelde 30kg tuinafval, mijn moeder beweert dat haar container met eikels en natte bladeren veel zwaarder is, the proof of the pudding zal in the eating zijn.

 

Schepen Heirman, we baseren ons op dezelfde tabel, u bevestigt dat de inkomsten uit de personenbelasting stijgen. Ik ben gestopt bij 16,5 miljoen in 2026, maar zal er aan toevoegen dat het zal blijven stijgen tot 18,3 miljoen euro in 2031.

U heeft als schepen van personeelszaken nu tot tweemaal toe de kans gemist om te melden wat het lot zal zijn van de chauffeurs en karladers, vooral op de vraag ‘wat als zij niet op het aanbod van IGEAN ingaan’?

 

Tot slot, dank voor de bevestiging mevrouw Van Gerven over het nieuwe defensieplan, wat dus inderdaad betekent dat het gemeentebestuur sinds 2014 veel te veel tijd heeft verloren om de site te verwerven.”

 

Schepen Heirman licht toe dat Igean een intergemeentelijke vereniging is en dat het zeker de bedoeling is om die mensen aan het werk te krijgen bij Igean.  Wanneer zij niet op het aanbod ingaan, zullen zij waarschijnlijk hun opzeg krijgen. 

 

Raadslid Van der Schoepen heeft nog een vraag met betrekking tot het afschaffen van de duurzaamheidsraad.  Hij vindt het jammer dat er geen ander alternatief naar voor komt zoals bijvoorbeeld de milieuraad zoals die vroeger bestond.  Brasschaat heeft onder zijn bevolking heel wat expertise volgens hem.  De mensen van de wijk Het Leeg – Rietbeemden zijn daar een mooi bewijs van.  Zijn fractie vindt het echt jammer dat er geen alternatief gezocht wordt onder de bevolking van Brasschaat.  Hij weet niet of deze mensen daar destijds zitpenningen voor ontvingen? 

 

Schepen Brughmans licht toe dat er wel een budget voorzien is voor voordrachten.  Hij verwijst naar een uiteenzetting mbt bomen die er een tijdje geleden was.  Het bestuur zal het niet zelf meer organiseren maar er zijn dus wel middelen om het te faciliteren. 

 

Raadslid Pauwels verwijst graag nog eens naar de Sint Jozefkapel.  Er was volgens hem een engagement van 1,7 miljoen euro.  De gemeente trekt dit nu in.  Volgens hem kan hier nu een juridische procedure ontstaan wat dan ook veel geld kost. 

 

Schepen Heirman licht toe dat het Zorgbedrijf Brasschaat een erfpacht heeft op de volledige site.  Er was het idee om 1,7 miljoen euro te investeren in cultuur.  Nu de investering niet doorgaat, krijgt Zorgbedrijf Brasschaat de volledige site.  Zij zullen ook deze investering op zich nemen.  Cultuur is geen winstgevend model.  Zorgbedrijf Brasschaat kan iets uitwerken waardoor ze op een break-even model uitkomen.  Het zal voor hen geen verliespost zijn terwijl dit voor Brasschaat wel was.  Dit is één van de investeringen die het bestuur heeft moeten laten vallen.  De raad van bestuur van het Zorgbedrijf heeft dit reeds besproken. 

 

 

 

Raadslid Simons doet volgende tussenkomst :

 

“Geachte collega’s beste voorzitter

 

Het schepencollege is erin geslaagd om de vele mooie ambities uit het bestuursakkoord “Samn voor Braschaat”  te vertalen in een concrete, realistische en haalbare financiële meerjarenplanning 2026-2031, en zo onze gemeente klaar te stomen voor de toekomst.

Dat de meerjarenplanning een moeilijke oefening is geworden is een open deur intrappen. De vele uitdagingen werden duidelijk geschetst door onze financieel directeur en algemeen directeur in de voorstelling tijdens de commissievergadering van vorige week, waarvoor overigens onze welgemeende dank. werd dan ook nog bemoeilijkt door de aangepaste ramingen van de aanvullende personenbelasting. College en managementteam zijn er de voorbije maanden in geslaagd om een negatieve autofinancieringsmarge om te buigen tot een positieve marge eind 2031 waarbij er ruimte is om mogelijke onvoorziene schokken in de toekomst op te vangen.

Het kerntakendebat is gevoerd en er is goed nagedacht over de toekomst van onze gemeente. Met telkens in het achterhoofd onze ambities en de vraag “maken we het verschil voor onze bevolking.”  

Politiek is ook in moeilijke tijden verantwoordelijkheid nemen. Het is belangrijk vandaag nog eens erop te wijzen dat voor onze medewerkers er geen naakte ontslagen zijn bij het realiseren van het nieuwe personeelsbehoefteplan. Iedereen wordt meegenomen in het verhaal.

Het aanpassen van de opcentiemen op de onroerende voorheffing is ook zo’n voorbeeld van politieke verantwoordelijkheid nemen. Noodzakelijk om Brasschaat niet in een stand-still te laten komen, want stilaan is achteruitgaan. Naast zuiver asset-management of onderhoud investeert dit meerjarenplan fors in de toekomst namelijk 92 mio euro:

        Het scholenproject Kaart

        Het nieuwe woonzorgcentrum Vesalius

        Het op punt stellen van ons uitgebreid net van voet-en fietspaden

        Enzovoort.

De parkwachter komt er, of is er bijna. Neen het is geen parkwachter meer zij of hij zit in het overlastteam, en dat team mag ook buiten de kantooruren werken. Want overlast gaat ook niet naar huis na de werkdag.  Er wordt dus geïnvesteerd in onze veiligheid.

 

Niet enkel het overlastteam moet dat doen, ook de ANPR camera’s die een update van software nodig hebben worden onder handen genomen.

 

En we blijven investeren als bestuur in onze politiediensten. In 2026 is de bijdrage van ons bestuur 7.25 mlj euro.

 

We werken aan de vermindering van de afvalberg, voor restafval verdwijnt de maandelijkse servicekost of lees, de huur van je container die in sommige gevallen aangekocht werd. Nu betaal je op het restafval nog enkel per kg en per afhaling, de vervuiler betaalt principe.

Wat het GFT afval betreft moet het nieuwe diftarsysteem ervoor zorgen dat de kg GFT afval per inwoner daalt. We zitten nu boven de 200 kg. En om de kost voor de inwoner te beperken zijn er een aantal flankerende maatregelen voorzien: per inwoner mag je nog 50 kg gratis aanbieden.

 

Wie een compostcursus volgt krijgt een gratis compostvat met het volgen van een cursus, tuinafval mag je gratis aanleveren op het containerpark. Er zijn nog steeds de bladkorven voor straten met laanbomen. Het afsprakensysteem van het containerpark gaat eindelijk ook op de schop. Je hoeft dus niet extra na te denken om uw afspraak te plannen.

De lokale en sociale economie wordt nog met 757 000 euro jaarlijks ondersteund.

We blijven investeren in kinderopvang en buitenschoolse opvang samen met partners.

Het totaal van de investeringen in deze meerjarenplanning 92 miljoen waarvoor we  ongeveer 16 miljoen aan subsidies ontvangen.

De toelagen naar de verenigingen worden geïndexeerd, wat ten goede komt aan de verenigingen en het gaat automatisch.

 

Wij keuren als CD&V deze meerjarenplanning goed.”

 

 

Raadslid Beyers doet volgende tussenkomst :

 

“Voorzitter, collega’s,

 

Het meerjarenplan dat vandaag voorligt, is het resultaat van intens werk door het college, MAT en onze diensten. 

Daar wil ik eerst mijn waardering en dank voor uitspreken.

Ik wil ook eerlijk zijn: binnen onze fractie is dit geen eenvoudige oefening geweest. We hebben veel gediscussieerd, moeilijke keuzes moeten maken en veel woorden gebruikt om alles goed uit te leggen. Dat hoort bij democratie en bij verantwoordelijkheid nemen.

 

Maar juist door die gesprekken is er nu een breed draagvlak gegroeid. Onze fractie schaart zich achter het college en geeft hen het vertrouwen om dit plan uit te voeren. 

Want uiteindelijk delen we hetzelfde doel: een sterk, toekomstgericht en financieel gezond Brasschaat waar inwoners op kunnen rekenen.

 

Dit plan legt de basis voor die toekomst. Het combineert ambitie met realisme.

 

Ik nodig iedereen uit om samen te blijven werken, ook in de uitvoering, zodat we deze keuzes omzetten in resultaten voor onze inwoners.”

 

 

Raadslid Van Mieghem wil graag afwijken van wat de fractieleider zegt met betrekking tot het voorliggende meerjarenplan.  Hij maakte 2 afwegingen die tegenover elkaar staan en die hem nopen te onthouden.  Enerzijds heeft hij lof voor de collega’s in het schepencollege die zeer veel werk gestoken hebben in de opstelling van de meerjarenplanning.  Hij beseft dat zij in een moeilijke context hebben moeten werken.  Sommige componenten staan onder een neerwaartse druk.  Zij hebben zich moeten buigen over besparingen en dat is altijd moeilijk omdat besparingen altijd weerstand opwekken.  De goede werking van de organisatie moet gevrijwaard blijven en dit zeker voor haar kerntaken.  Hij heeft alle lof en respect voor hun werk dat zij hebben moeten doen in uitdagende omstandigheden.  Anderzijds heeft de opstelling van de meerjarenplanning ook geleid tot een belastingverhoging.  We leven in een land waar de belastingen bij de allerhoogste van Europa horen en toch heeft elke overheid in dit land toch last van een chronisch geldtekort.  In zo’n land moet volgens hem het probleem vooral aan de uitgavenkant gezocht worden.  In dit land kunnen volgens hem enkel overheden enkel besparingen uitvoeren van enige betekenis die altijd weerstand zullen oproepen als tegelijkertijd ook weer de belastingkraan weer wat meer wordt open gedraaid.  Nieuwe belastingen worden soms ook gezien als een weg van mindere weerstand.  Jammer genoeg heeft men hier de belastingkraan open gezet en dit is jammer want de partij had beloofd om dat niet te doen.  Omwille van deze 2 zaken gaat hij zich onthouden bij de stemming. 

 

Hoofdelijke stemming :

Ja : 22

Neen : 10

Onthouding : 1

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven wil iedereen bedanken voor het vertrouwen in dit realistisch, haalbaar en slagkrachtig plan.  Het vertrouwen zal niet geschaad worden en het bestuur zal zijn uiterste best doen om de rit verder af te maken.  Ze zullen zeker ook blijven denken aan de mensen die dit plan niet hebben goedgekeurd want ze zijn er voor heel Brasschaat. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De meerjarenplannen van de lokale besturen starten het tweede jaar na de lokale verkiezingen, zodat de nieuwe bewindsploegen in 2025 hun strategische en financiële planning opmaken en vastleggen voor de periode van 2026 tot 2031.

 

Om een geïntegreerd sociaal beleid mogelijk te maken stellen gemeente en OCMW een gezamenlijk meerjarenplan op, dat evenwel door elk van beide raden dient vastgesteld te worden voor zijn deel (zoals dat tot uiting komt in het schema M3), waarna de gemeenteraad het deel dat werd vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goedkeurt.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het gemeentelijk deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast te stellen en het globale meerjarenplan goed te keuren volgens voorgelegd ontwerp.

 

 

 

Juridisch kader

Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen.

Omzendbrief KBBJ/ABB 2025 van 18 juli 2025 van de Vlaamse minister van binnenlands bestuur betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.

 

 

Adviezen

De adviezen van volgende adviesraden zijn bijgevoegd:

- Ondernemersraad

- Cultuurraad

- Sportraad

- Jeugdraad

- Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK)

- Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking (GROS)

 

Financiële gevolgen

Het budgettair resultaat is positief in alle boekjaren alsook de autofinancieringsmarge tot en met 2031.

 

BESLUIT:

Met 22 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven en Elke De Maeyer), 10 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans, Linsey De Vooght, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Kato Broos, Wouter Covens en Tim Willekens), 1 onthouding (Herman Van Mieghem).

 

Art.1.-  De gemeenteraad

- neemt kennis van de errata in het document "A0_Erratum_Budgetwijziging_2025_en_Meerjarenplan_20262031"  opgenomen in de bijlagen van dit punt en geeft goedkeuring om deze te verwerken in een eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.

- geeft goedkeuring aan de wijzigingen op budgetjaar 2025 met bijhorend "M2 Schema Staat van het financieel evenwicht 2020-2025" en "M3 Schema Overzicht van de kredieten" voor 2025 zoals opgenomen in bijgevoegde documenten, dewelke ook mede de onderbouw vormen in MJP 2026-2031 "M2 Staat van het financieel evenwicht - alternatief schema"

- stelt het gemeentelijk deel vast van en hecht goedkeuring aan het globale meerjarenplan 2026-2031 gemeente-OCMW volgens voorgelegd ontwerp.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links A0_Erratum_Budgetwijziging_2025_en_Meerjarenplan_2026.pdf Download
00_MEERJARENPLAN_2026_2031_DEF_GR.pdf Download
A0_M3_Budget2025_overzicht_van_de_kredieten_2025.pdf Download
A0_M2_Budget2025_staat_van_het_financieel_evenwicht_2020_2025.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

2 Politiebegroting 2025. Begrotingswijziging 1 in de gewone en de buitengewone dienst. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De dienst financiën legt het ontwerp van begrotingswijziging 1 van 2025 voor.

De geraamde resultaten voor 2024 zijn vervangen door de (gunstigere) rekeninguitslag 2024, zowel in de gewone als in de buitengewone dienst.

De belangrijkste wijzigingen in de gewone dienst betreffen:

* hoger resultaat gewone dienst +/- 252.000euro

* saldo afrekening verkeersveiligheidsfonds 2020 : +/- 176.000euro

* daling uitgaven personeel +/- 450.000euro

* stijging uitgaven arbeidsongevallenverzekering  +/- 41.000euro

* stijging federale toelagen met +/- 310.000euro

* Stijging huur politievoertuigen owv uitgestelde levering +30.000euro

* verhoing uitgaven voor gedetacheerd personeel: +65.000euro (uitblijven invulling in politiekader)

Hierdoor kan de gemeentelijke toelage verlaagd worden met 955.000euro op dienstjaar 2025 tot een bedrag van 6Mio euro.

 

De belangrijkste wijzigingen in de buitengewone dienst betreffen:

* stijging uitgaven onderhoud gebouw : van 0 naar 35.000euro onder andere CV ketel

* Stijging 30.000euro voor de aankoop hogere aankoopwaarde van 2 politievoertuigen

* daling uitrudsting en materieel (oa telefooncentrale)

* lagere uitgave ANPR: -47.000euro, wordt doorgeschoven naar 2026.

Hierdoor kan de gemeentelijke toelage voor de buitengewone dienst verlaagd worden met 50.000euro tot een bedrag van 287.000euro.

 

Juridisch kader

Koninklijk Besluit van 5 september 2001 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie.

 

Adviezen

De financiële commissie, zoals bedoeld in artikel 11 van voormeld koninklijk besluit, heeft gunstig advies verleend.

 

Financiële gevolgen

De gemeentelijke toelage voor de gewone dienst wordt verlaagd met 955.000euro op dienstjaar 2025 tot een bedrag van 6.000.000euro.

 

De gemeentelijke toelage voor de buitengewone dienst wordt verlaagd met 50.000euro tot een bedrag van 287.000euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1. De gemeenteraad geeft goedkeuring aan begrotingswijziging 1 (gewone en buitengewone dienst) dienstjaar 2025 van de politiezone Brasschaat.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links D_POL_PZ5352_2025BW1_Samenvattingstabel_buitengewonedienst2025.pdf Download
A_POL_PZ5352_2025BW1_LijstBegrotingswijziging2025_1.pdf Download
B_POL_PZ5352_2025BW1_begrotingswijziging_advies_fincom.pdf Download
C_POL_PZ5352_2025BW1_Samenvattingstabel_GewoneDienst2025.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

3 Begroting 2026 Politiezone Brasschaat. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Fractie Brasschaat 2012 zal de politiebegroting uiteraard goedkeuren.  Hij vermoed dat niemand in de gemeente er iets op zal tegen hebben dat men middelen ter beschikking stelt om het beleid verder te zetten.  Op die manier zorgt de gemeenteraad ervoor dat de middelen bestendigt worden.  Ook in 2026 zal de evolutie van het maatschappelijk gebeuren een grote uitdaging blijven voor de korpschef en haar team. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De dienst financiën legt het ontwerp voor van de politiebegroting 2026.

 

Juridisch kader

Wet van 7 december 1998 op de geïntegreerde politie.

Koninklijk besluit van 5 september 2011, met latere wijzigingen, inzake het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie.

Ministeriële omzendbrief PLP 67 betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2026 ten behoeve van de politiezones, dd november 2025

 

 

Adviezen

De financiële commissie heeft gunstig advies verleend.

 

Financiële gevolgen

De gemeentelijke tussenkomsten bedragen

        7.250000euro in de gewone dienst

          639.000euro in de buitengewone dienst.

 

Deze toelagen worden opgenomen in het ontwerpmeerjarenplanning 2026-2031 van het gemeentebestuur Brasschaat

 

BESLUIT eenparig:

 

 Art.1.- De gemeenteraad  keurt de begroting 2026 van de Politiezone PZ5352 Brasschaat goed als volgt:

 

Gewone dienst uitgaven

 

70 Personeel

10.244.420,00 euro

71 Werkingskosten

 967.450,00 euro

72 Overdrachten

296.800,00 euro

7x Schuld

94.840,00 euro

TOTAAL

11.603.510,00 euro

 

Gewone dienst ontvangsten

 

60 Prestaties

 30.800,00 euro

61 Overdrachten

11.524.754,00 euro

62 Schuld

1.000,00 euro

Vorige dienstjaren

91.546 ,00 euro

Totaal ontvangsten begroting

11.556.554,00 euro

Geraamd begrotingsresultaat 2026

Geraamd begrotingsresultaat 2025

44.590,00 euro

153.849,85 euro

 

 

 

 

Geraamd begrotingsresultaat

 198.439,85 euro

 

Buitengewone dienst uitgaven
 

91  Investeringen

639.000,00 euro

TOTAAL

639.000,00 euro

 

Buitengewone dienst ontvangsten
 

80 Overdrachten

639.000,00 euro

 

 

Totaal ontvangsten

639.000,00 euro

Geraamd begrotingsresultaat 2025

23.425,46 euro

Geraamd begrotingsresultaat

23.425,46 euro

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links 00_POL_Politiebegroting2026.pdf Download
Overzicht punten

 

 

4 Bijdragen politiezone 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het college van burgemeester en schepenen legt in zitting van heden de aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente, evenals de politiebegroting 2026 ter goedkeuring voor aan de raad.

 

 

Juridisch kader

Omzendbrief BA 2002/12 van 27 september 2002 inzake het administratief toezicht op de gemeenten en politiezones, waarin wordt aanbevolen om de gemeentelijke toelage aan de politiezone vast te stellen in een afzonderlijk besluit.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn:

Kost

7.250.000 euro exploitatietoelage en 639.000euro investeringstoelage

Budgetsleutel

00400/64940000 Exploitatietoelage politiezone
0400/66400000 Investeringstoelage politiezone

Budget/jaar

Exploitatie- en Investeringbudget 2026

Krediet beschikbaar

Ja

Visum financieel directeur

2025_93

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Stelt de dotatie aan de politiezone Brasschaat voor het dienstjaar 2026 vast op 7.250.000euro, met een bijkomende investeringstoelage van 639.000 euro.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

5 Brandweerzone  begrotingswijziging 2025. Begroting 2026. Ramingen 2026-2031. Kennisneming. Gemeentelijke toelage correctie 2025. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

In de zitting van de gemeenteraad van 24 november werd voor de exploitatie- en investeringstoelage naar de brandweerzone Rand voor 2025 wel het juiste bedrag vermeld bij de paragraaf "feiten en motivering" en "financiële gevolgen" maar een fout bedrag in de tabel bij de beslisartikelen.  Door dit gemeenteraadsbesluit worden de exploitatie- en investeringstoelage in de beslisartikelen juist gezet voor 2025 (lagere bedragen). De overige bedragen blijven ongewijzigd.

 

Vanaf 1 januari 2015 is de gemeentelijke brandweer opgegaan in de nieuwe brandweer / hulpverleningszone Rand.

 

Het jaarlijks tekort van de zone moet gefinancierd worden door de 20 deelnemende gemeenten. De verdeelsleutel wordt vastgelegd op basis van het inwonersaantal (75 %) en het kadastraal inkomen (25 %).

Het gemeentelijk aandeel voor 2026 bedraagt aldus 9,39 %.

 

Brandweerzone Rand stuurde een uitnodiging voor een infovergadering op 22 oktober over de begroting 2026, met bijgevoegde toelichting; op 24 oktober vond de Zoneraad plaats waar goedkeuring werd gegeven over de begroting 2026 en de aan de besturen gevraagde exploitatie- en investeringstoelage voor opname in de meerjarenplannen van 2026 tot 2031.

 

De gevraagde exploitatietoelage voor Brasschaat bedraagt 

> 1.526.182euro voor 2025: In september 2025 werd de begrotingswijziging van de brandweerzone goedgekeurd. Dit is een stijging van ongeveer 121.000euro t.o.v. het nu opgenomen bedrag. Het bedrag voor de Brandweerzone kwam in 2024 te laat binnen om nog te verwerken in de aanpassing van het meerjarenplan van de gemeente voor budget 2025.

> 1.699.065euro voor 2026, met een groei zie onderstaande tabel tot 1.990.196euro in 2031.
 

De gevraagde investeringstoelage bedraagt

> 362.343euro in 2025;

> +/- 480.000euro in 2026 en volgende jaren.

 

 

 

 

Juridisch kader

Decreet lokaal bestuur van 17 december 2017.

Wet van 15 mei 2007 inzake de civiele veiligheid, artikel 68.

Besluit van de prezoneraad van 3 november 2014 inzake de overeenkomst tussen de prezone Rand en de gemeenten inzake de financiële verdeelsleutel

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn:

 

Kost

1.526.182euro (exploitatie) en 362.343 euro (investering)

Budgetsleutel

0410/64940000 Bijdrage werking brandweerzone
0641/66400000 Investeringstoelage brandweerzone

Budget/jaar

Exploitatie en investeringsbudget 2025

Krediet beschikbaar

Neen 121.000euro tekort, wijziging in budget 2025 noodzakelijk

Visum financieel directeur

2025_ 87 mits goedkeuring verhoging door gemeenteraad

 

Kost

2026: 1.699.065 euro (exploitatie) en 455.972 euro (investering)

Budgetsleutel

0410/64940000 Bijdrage werking brandweerzone
0641/66400000 Investeringstoelage brandweerzone

Budget/jaar

Exploitatie en investeringsbudget 2026

Krediet beschikbaar

Te voorzien in Budget / AMJP 2026

Visum financieel directeur

2025_ 88 mits goedkeuring door de gemeenteraad van het meerjarenplan 2026-2031

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeenteraad geeft goedkeuring aan de vaststelling van de exploitatie- en investeringstoelagen voor 2025 zoals opgenomen in de begrotingswijziging 2025 van de brandweerzone, mogelijk door budgetverschuiving in 2025. Zie onderstaande tabel.

 

Art. 2.- De gemeenteraad geeft goedkeuring aan de vaststelling van de toelagebedragen voor 2026

en  goedkeuring van de opname van de geraamde toelagebedragen voor 2027-2031 in het ontwerpmeerjarenplan 2026-2031 van het gemeentebestuur, voor onderstaande bedragen (de bedragen in "%" zijn de stijging ten opzichte van het vorige jaar):

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links A_BWzoneRand_begrotingswijziging_cijferbundel.pdf Download
D_BWzone_Rand_motivatienota_budget_2026.pdf Download
B_BWZoneRand_begrotingswijziging_2025_Motivatienota.pdf Download
C_BWZoneRand_cijferbundel_Begroting2026.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

6 Erediensten. Meerjarenplannen 2026-2031. Budget 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

De algemeen directeur licht toe dat de financieel directeur in het besluit onder de puntjes a tot en met f aangeeft waar voorgesteld wordt dat de gemeenteraad haar instemming geeft en waar niet met betrekking tot investeringen die door de kerkfabriek zijn voorgesteld voor Bethanie & Maria Ter Heide.  De financieel directeur vroeg om hier nog even de aandacht op te vestigen omdat dit niet louter een goedkeuring is. 

 

Raadslid Hoegaerts vraagt zich af of ze nog investeringen wilden doen in de Sint Jozefkerk?

 

De algemeen directeur bevestigt dat er inderdaad nog investeringen werden voorgesteld.  Bij de onderhandeling door het centraal kerkbestuur over het kerkenplan en de daaruitvolgende investerings meerjarenbegroting werd overeengekomen dat binnen de gefusioneerde kerkfabriek dat die zou uitkomen op een investeringstoelage van 0 euro.  De oorspronkelijk gevraagde investering zou herleid worden naar 0 euro.  Er wordt nu ook aan de gemeenteraad gevraagd om dit te volgen. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Zoals gemeente/OCMW dienen ook de erkende eredienst instellingen in het eerste jaar van de nieuwe legislatuur een meerjarenplan 2026-2031 voor te leggen.

 

A) Protestantse kerkgemeente

De protestantse kerkgemeente "De Olijftak" bezorgde op 31 augustus 2025 zijn nieuw meerjarenplan 2026-2031 en budget 2026 via Religiopoint. In het meerjarenplan worden geen exploitatietoelagen gevraagd; wel beperkte vraag voor investeringstoelagen voor een bedrag van 3.000euro (2026) en een geraamd bedrag van 2.000euro (2029); dit laatste wordt enkel in de strategische nota vermeld maar is nog niet opgenomen in de cijfers.

 

B) Katholieke erediensten - grondgebied Brasschaat

Het Centraal Kerkbestuur Brasschaat ondertekende in Religiopoint op 1 oktober de meerjarenplannen voor voor de 6 kerkfabrieken op Brasschaats grondgebied. Het document voor OLV Onbevlekt werd "digitaal" opgehaald; vermits deze parochie geen Religiopointgebruiker is, kan Financiën de status van de goedkeuring door het Bisdom niet verifiëren. Op 22 november trok de kerkfabriek Heilig Hart Donk het meerjarenplan in; op 27 november werd dit zonder wijzigingen met bijgevoegd verslag opnieuw en ongewijzigd ingediend.

Er geldt een goedkeuringstermijn van 100 dagen voor goedkeuring van een meerjarenplan.

 

De budgetten 2026 van de 6 kerkfabrieken, werden nog niet via Religiopoint gebundeld bezorgd. Normalerwijze begint de termijn van 50dagen na goedkeuring door het bisdom en verwerking van de opmerkingen van het bisdom door het centraal kerkbestuur, te lopen na een volledige herbundeling en goedkeuring door het bisdom. Achterliggend werden de budgetdocumenten wel uit de software gehaald.

 

In het kerkenbeleidsplan 2026-2031 en de afsprakennota 2026-2031, werd met het Centraal kerkbestuur een duidelijke overeenkomst gesloten met betrekking tot statuten van de kerken (artikel 2. afsprakennota)  en de financiering (artikel 4. afsprakennnota).

De kerken kregen volgende statuten:

- Kerk Maria-ter Heide, Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen: A-kerk

- Kerk Bethanie, Goddelijk Kind Jezus : B-kerk

- Kerk Driehoek, Sint Jozef: B-kerk

- Kerk Centrum, Sint Antonius: A-kerk

- Kerk Kaart, Heilige Familie: C-kerk

- Kerk Vriesdonk, Heilig Hart: A-kerk

 

Er worden investeringstoelagen voorzien met prioriteit voor A-kerken; momenteel worden enkel budgetten voorzien voor het lopend investeringsproject van de kerk Heilig Hart (Donk).

"Het lokaal bestuur wenst voor de kerk van Sint-Jozef (wijk Driehoek), omwille van het B-statuut, enkel te faciliteren in de studie van de her- of nevenbestemming; er worden geen investeringstoelagen voorzien voor de uitvoering van de investeringen in een nevenbestemming."

 

Er werd door het bisdom goedkeuring verleend voor een eengemaakte parochie die de parochies OLV Onbevlekt Ontvangen, Goddelijk Kind Jezus (Bethanie) en Sint Jozef Driehoek verenigt.

Opmerking Bisdom (toegevoegd 6/11/2025 in ReligioPoint):"Goedkeuring meerjarenplan met opmerking: "Aandachtspunt voor de verdere opvolging : De kerkraad van Goddelijk Kind Jezus heeft het budget goedgekeurd op 18/06/2025. Het Ministerieel Besluit rond de samenvoeging van 3 parochies te Brasschaat dateert van 22/07/2025 (van latere datum), en werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 04/08/2025. De kerkfabriek O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Maria-ter-Heide is inmiddels in de rechten en plichten van de kerkfabriek Goddelijk Kind Jezus getreden. Er zal dan ook rekening gehouden moeten worden met een 'optelsom' van de budgetten."

 

De gecoördineerde meerjarenplanning die door het Centraal Kerkbestuur werd bezorgd, bevat nog drie afzonderlijke meerjarenplannen  2026-2031 en budgetten 2026. In het budget van Sint Jozef Driehoek staat investeringstoelage van +/-31.000euro.

Na het indienen van het meerjarenplan werd mondeling bevestigd dat deze investering niet noodzakelijk is, en in het eengemaakte meerjarenplan voor de drie parochies niet zal worden overgenomen. De gevraagde investeringstoelage is niet conform de gemaakte afspraken.

 

C) Katholieke eredienst niet op grondgebied Brasschaat

Via Stad Antwerpen kwam het meerjarenplan 2026-2031 en budget 2026 van OLV van Gedurige Bijstand (Ekeren) binnen. Er wordt geen exploitatie- noch investeringstoelage gevraagd.

 

Juridisch kader

Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en de werking van de erkende eredienstbesturen bepaalt dat:

artikel 52/1 §1: de gemeentebesturen passen de tekorten bij van de exploitatie van de kerkfabrieken en dragen bij in de investeringen in de gebouwen van de eredienst;

artikel 41-43: de eredienstbesturen stellen een meerjarenplan vast dat onderworpen is aan de goedkeuring van de gemeenteraad. De gemeenteraad kan het meerjarenplan goedkeuren, niet goedkeuren of aanpassen aan wat in het overleg met het centraal kerkbestuur is afgesproken.

artikel 46-49: de gemeenteraad neemt akte van het budget als het budget past in het meerjarenplan. Als het budget niet past in het goedgekeurd meerjarenplan, kan de gemeenteraad het budget aanpassen aan het meerjarenplan, behalve wat de kosten betreft die betrekking hebben op het vieren van de eredienst.

 

Gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2025 "18. Erediensten. Kerkenbeleidsplan en afsprakennota 2026-2031. Goedkeuring."

 

Financiële gevolgen

De vereiste kredieten voor de voorziene exploitatie- en investeringstoelagen dienen opgenomen te worden in het meerjarenplan 2020-2025 van de gemeente.

Alle vragen voor investeringstoelagen zullen na concretisering afzonderlijk voor goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

Visum financieel directeur

Vereist vóór goedkeuring van de individuele investeringstoelagen

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeenteraad geeft goedkeuring aan

a) een aanpassing door de gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 en een aanpassing door de gemeente van budget 2026 van de kerkfabriek Sint Jozef (en dus ook van de kerkfabriek van de ééngemaakte parochie OLV Onbevlekt Ontvangen): de opgenomen investeringstoelage vanuit de gemeente dient naar 0euro gewijzigd te worden  conform de afsprakennota.

b) de aanpassing door de gemeente van het meerjarenplan 2026-2031 en een aanpassing van het budget 2026 van de kerkfabriek OLV Onbevlekt Ontvangen (en dus ook van de kerkfabriek van de eengemaakte parochie) vermits mondeling en schriftelijk  toegelicht werd dat de eengemaakte kerkfabriek geen exploitatietekorten zou hebben: de opgenomen exploitatietoelage dient naar 0euro aangepast te worden

c) de goedkeuring van de meerjarenplannen van de kerkfabrieken:

* Sint Antonius (Centrum)

* Goddelijk Kind Jezus (Bethanie)

* Heilige Familie (Kaart)

* Heilig Hart (Donk)

* Protestantse kerkgemeente de Olijftak

d) goedkeuring van volgende toelagebedragen in het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

e) verzoekt het Centraal Kerkbestuur tegelijk met de aanpassing van de bedragen van Sint Jozef Driehoek en OLV Onbevlekte Ontvangen, een geïntegreerd meerjarenplan 2026-2031 en budget 2026 voor de eengemaakte kerkfabriek OLV Onbevlekt Ontvangen in te dienen.

 

f) er wordt opdracht gegeven om de goedkeuringen en aanpassingen van de meerjarenplannen 2026-2031 en de budgetten 2026 aan de betrokken besturen, het Bisdom Antwerpen en het Agentschap Binnenlands Bestuur via de geijkte kanalen te communiceren.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

7 Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat AGB. Meerjarenplan 2026-2031. Budget 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat  (AGB) heeft in de zitting van 26 november 2025 het meerjarenplan 2026 - 2031 en het budget 2026 vastgesteld.

De gemeenteraad dient goedkeuring te geven aan het meerjarenplan 2026 - 2031 en het budget 2026 van het AGB.

 

 

Juridisch kader

Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, Art. 242. "De boekhouding wordt gevoerd

onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de raad van bestuur. De raad van bestuur stelt het

meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad."

Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale

en provinciale besturen.

Artikel 29 en 62 van de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat.

 

Financiële gevolgen

In het voorliggend meerjarenplan 2026-2031 is het beschikbaar budgettair resultaat positief in alle boekjaren. De autofinancieringsmarge is positief in alle boekjaren.

Er wordt zo voldaan aan de vereiste financiële evenwichten.

 

Er zijn geen financiële gevolgen voor het gemeentebestuur.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeenteraad geeft goedkeuring aan het meerjarenplan 2026-2031 en het budget 2026 van het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links 00_AGB_20262031_Meerjarenplan20262031v23112025.pdf Download
Overzicht punten

 

 

8 Notulen en zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 24 november 2025. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Op 24 november 2025 vond er een zitting van de gemeenteraad plaats. De gemeenteraad dient de notulen en het zittingsverslag van die zitting goed te keuren.

 

Juridisch kader

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 24 november 2025 worden goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

 

 

9 Evaluatieverslag Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Artikel 227 van het Decreet lokaal bestuur stelt dat elk gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad een evaluatieverslag moet voorleggen aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheersovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt.

 

De raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat heeft een evaluatieverslag opgesteld aan de hand van een tool hiervoor ter beschikking gesteld door het VVSG.

 

Juridisch kader

Artikel 227 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeenteraad neemt kennis van de evaluatiedocumenten en van het algemeen besluit opgesteld door het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat.

 

Art.2.- De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel van het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat om haar werking verder te zetten betreffende de uitbating van het Gemeentehuis. (Realisatie overige projecten?)

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

10 Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) 2026-2031. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2019 houdende goedkeuring van de opcentiemen op de onroerende voorheffing 2020-2025.

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Omwille van de financiële toestand van de gemeente stelt het college voor om vanaf 2026 de gemeentelijke opcentiemen van 566,75 naar 667 te verhogen.

 

Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te wijzigen en te hernieuwen.

 

Juridisch kader

De artikels 41, 162 en 170 §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

Het artikel 464/1, 1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992

De artikels 2.1.4.0.2 en 3.1.0.0.4  van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 17.815.000 euro.

 

BESLUIT:

Met 22 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven en Elke De Maeyer), 10 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans, Linsey De Vooght, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Kato Broos, Wouter Covens en Tim Willekens), 1 onthouding (Herman Van Mieghem).

 

Art.1.- Belastbare grondslag en belastbare periode

 

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden 667 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.

 

Art.2.- Wijze van inning

 

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

11 Aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) 2026-2031. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2019 houdende goedkeuring van de aanvullende belasting op de personenbelasting 2020-2025.

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

De artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994

De artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 16.585.000 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Belastbare grondslag en belastbare periode

 

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Art.2.- Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet

 

De belasting wordt vastgesteld op 6% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Art.3.- Wijze van inning

 

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

12 Activeringsheffing 2026-2031 op onbebouwde bouwgronden en kavels. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2024 houdende goedkeuring van de activeringsheffing 2025 op onbebouwde bouwgronden en kavels.

 

Om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan is het wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de gemeente. Het toepassen van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.

 

Het is aangewezen ter vrijwaring van het groene karakter van de gemeente de weekendzones (Grote Heide en Mikseheide) in de mate van het mogelijke onbebouwd te laten. Daarentegen geeft de activeringsheffing op de onbebouwde gronden en kavels een stimulans om voormelde percelen te bebouwen voor tweede verblijf. Voor de realisatie van haar ruimtelijke doelstellingen kunnen aanvullende ontheffingen voorzien worden bovenop de wettelijk vastgestelde.

 

Percelen die gelegen zijn in watergevoelig open ruimte gebieden (WORG) worden niet geactiveerd gezien zij door de afbakening niet meer bebouwbaar zijn voor woningbouw. Volgens de VCRO komen zij enkel nog in aanmerking in functie van waterbeheer, natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt de heffing noodzakelijk van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen;

Het decreet van 27 maart 2009 en latere wijzigingen betreffende het grond- en pandendecreet;

De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening;

De Vlaamse Codex Wonen van 2021;

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 200.000 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels geheven.

 

Art.2.- Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

- Bouwgrond: een perceel grond, met uitsluiting van kavels, dat paalt aan een voldoende uitgeruste weg, gelegen in een woon(park)gebied of in een woonreservegebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt overeenkomstig de bepalingen van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening.

 

- Voldoende uitgeruste weg: een weg met duurzame materialen, verhard en voorzien van een elektriciteitsnet.

 

- Kavel: het in een verkavelingsvergunning / omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden van een niet vervallen verkaveling afgebakend perceel, grenzend aan een openbare weg.

 

- Bebouwd: een kavel of een bouwgrond wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning/ omgevingsvergunning, mits deze bouwwerken ook in de loop van het aanslagjaar een normale afwerking kennen.

Een bouwgrond of kavel die niet aan deze omschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.

 

Art.3.- Belastingplichtige

 

De activeringsheffing is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de onbebouwde bouwgrond of kavel.

Indien er recht van opstal of erfpacht bestaat, is de activeringsheffing verschuldigd door de erfpachter of de opstalhouder.

 

In geval van mede-eigendom, wordt de belasting gevestigd ten aanzien van elk van de niet-vrijgestelde belastingplichtigen in verhouding tot hun eigendomsaandeel.

 

Alle zakelijk gerechtigden zijn hoofdelijk tot betaling verplicht.

 

Art.4.- Tarief en berekening

 

Het bedrag van de activeringsheffing wordt als volgt vastgesteld:

 

        1ste onbebouwde bouwgrond of kavel: 18,83 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan een openbare weg, met een minimumaanslag van 150,00 euro;

        2de onbebouwde bouwgrond of kavel: 21,72 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan een openbare weg, met een minimumaanslag van 175,00 euro;

        3de onbebouwde bouwgrond of kavel: 31,86 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan een openbare weg, met een minimumaanslag van 250,00 euro;

        elke volgende onbebouwde bouwgrond of kavel: 31,86 euro per strekkende meter van de onbebouwde bouwgrond of kavel grenzend aan de openbare weg, met een minimumaanslag van 250,00 euro.

 

 

De in dit artikel vermelde bedragen per lopende meter zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van november 2025. Ze worden op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.

 

 

Als 1ste onbebouwde bouwgrond of kavel wordt beschouwd de grond met de kleinste perceelsbreedte, als tweede onbebouwde bouwgrond of kavel, de grond met de tweede kleinste perceelsbreedte, als derde onbebouwde bouwgrond of kavel, de grond met de derde kleinste perceelsbreedte, enz

 

Indien een onbebouwde bouwgrond of kavel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.

 

Art.5.- Vrijstellingen

Enkel de vrijstellingen opgenomen in dit artikel zijn van toepassing in de gemeente.

 

Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:

 

1. De eigenaar van de onbebouwde bouwgrond of kavel, op voorwaarde dat deze geen ander

onroerend goed, bebouwd of onbebouwd in eigendom heeft.

2. De ouders met kinderen ten laste. Deze vrijstelling is beperkt tot één onbebouwde bouwgrond of kavel per kind ten laste. Indien de belastingplichtige méér onbebouwde bouwgronden of kavels in eigendom bezit dan hij kinderen ten laste heeft, zal de vrijstelling gelden voor de onbebouwde bouwgronden of kavels met de kleinste belastingsaanslag.

Op de vrijstellingen 1 en 2 kan men zich beroepen gedurende maximaal 5 aanslagjaren volgend op de verwerving van het betrokken onroerend goed.

 

3. De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de erkende sociale woonorganisaties, het Vlaams Woningfonds en de sociale verhuurkantoren.

4. De onbebouwde bouwgrond of kavel die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht met alle middelen van recht mag worden geleverd.

5. De onbebouwde bouwgrond of kavel die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge de werkelijke en volledige aanwending voor land- of tuinbouw gedurende het hele jaar.

6. De onbebouwde bouwgrond of kavel die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kan worden bestemd ingevolge een bouwverbod of een erfdienstbaarheid van openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt.

7. De onbebouwde bouwgrond of kavel die gelegen is in een weekendzone.

8. De onbebouwde kavels, indien een verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd afgeleverd:

8.1. indien de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geen werken - verbonden aan de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning zelf - omvat, geldt de vrijstelling gedurende het aanslagjaar volgend op het jaar waarin de verkavelingsvergunning/ omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werd afgeleverd.

8.2. indien de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werken - verbonden aan de verkavelingsvergunning/omgevingsvergunning zelf -omvat:

a) Indien deze werken niet door de verkavelaar zelf worden uitgevoerd, geldt de vrijstelling gedurende het aanslagjaar dat volgt op het jaar waarin het attest, bedoeld in artikel 4.2.16 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening, werd toegekend. Bedoeld wordt: het attest van het college van burgemeester en schepenen waaruit blijkt dat alle in de verkavelingsvergunning opgelegde voorwaarden en lasten zijn uitgevoerd of dat voor de uitvoering van de lasten een afdoende financiële waarborg is gestort in de handen van de financieel beheerder of in zijn voordeel op onherroepelijke wijze door een bankinstelling is verleend.

b) Indien deze werken door de verkavelaar zelf worden uitgevoerd, geldt de vrijstelling gedurende maximaal drie aanslagjaren vanaf het jaar volgend op de afgifte van de verkavelingsvergunning.

Wanneer de verwezenlijking in fasen wordt vergund, zijn de bepalingen van artikel 8.2. op de delen van elke fase van toepassing.

 

Art.6.- Aangifte

§ 1. Elke belastingplichtige moet uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar voor elke onbebouwde bouwgrond of onbebouwde kavel een aangifte indienen op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt. Het aangifteformulier kan op eenvoudig verzoek bekomen worden of er kan een digitale aangifte via de website www.brasschaat.be/geldzaken/aangifte/onbebouwde bouwgrond ingevuld worden.

De correct ingevulde aangifte moet binnen de hiervoor gestelde termijn toekomen bij het gemeentebestuur.

 

§ 2. De gemeente kan een voorstel van aangifte bezorgen.

Als dat voorstel overeenstemt met de belastbare toestand moet het niet teruggestuurd worden.

Als er op het voorstel onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte binnen de gestelde termijn in § 1 indienen bij het gemeentebestuur, met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen en aanvullingen. Het is de belastingplichtige die moet bewijzen dat het (verbeterd/aangevuld) voorstel van aangifte tijdig heeft ingediend. Het aangevulde en/of verbeterde formulier geldt als aangifte.

 

Art.7.- Meldingsplicht

 

De verkoper van een onbebouwde bouwgrond of kavel is verplicht binnen de twee maanden na het verlijden van de notariële akte, bij aangetekende brief, per brief afgegeven tegen ontvangstbewijs of per e-mail met leesbevestiging aan de administratie-financiën een kopie over te maken van de volledige verkoopakte, uitgezonderd de prijsaanduiding.

 

Art.8.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging

 

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belastingplichtige ambtshalve worden opgenomen in het kohier, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruikte maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen in te dienen.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:

• 10% bij een eerste overtreding;

• 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde opeenvolgende overtreding;

• 200% vanaf een vijfde opeenvolgende overtreding

 

Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

Art.9.- Wijze van inning

 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De activeringsheffing moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art.10.- Bezwaarprocedure

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

 

Art.11.- Procedure

 

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.12.- Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

13 Belasting 2026-2031 (inkomtaks) op de lijkbezorging. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 28 november 2022 houdende goedkeuring van de belasting 2023-2025 op de lijkbezorging (inkomtaks).

 

Een belasting is budgettair noodzakelijk met als doel de uitgaven van de gemeente in het algemeen te dekken, zowel de verplichte als de facultatieve.

 

Het is financieel aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het decreet van 16 januari 2004 en latere wijzigingen betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 20.000 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven voor elke lijkbezorging van personen die niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van de gemeente Brasschaat. De belasting treft zowel de begraving als de verstrooiing of het bijplaatsen in een columbarium/urnenveld, van de as van gecremeerde overledenen.

 

Art.2.- De belasting is verschuldigd door de aanvrager.

 

Art.3.- De belasting bedraagt 500 euro voor een persoon vanaf 10 jaar oud en 250 euro voor een kind beneden de 10 jaar oud.

 

Art.4.- Zijn van de belasting vrijgesteld:

        het opgraven en wederbegraven van de voor het vaderland gevallen militairen en burgers;

        personen die inwoner van de gemeente Brasschaat geweest zijn, doch verbleven in een rustoord voor bejaarden, een serviceflat, een zorgflat, een psychiatrische inrichting of enige andere instelling buiten de gemeente of als zorgbehoevende bij familieleden werden ondergebracht. Zij moeten gedurende een ononderbroken periode van 10 jaar ingeschreven geweest zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister van Brasschaat en mogen op het ogenblik van overlijden niet langer dan 10 jaar om voorgaande redenen uitgeschreven zijn uit de bevolkingsregister van Brasschaat.

 

Art.5.- De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebrek aan een contante betaling, wordt de belasting een kohierbelasting.

 

Art.6.- Bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij

het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en

worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen

vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de

kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930

Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en

latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van

gemeentebelastingen.

 

Art.7.- De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in de gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.8.-  Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht

overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

14 Belasting 2026-2031 op de ontgravingen. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2019 houdende vaststelling van de belasting 2020-2025 op de ontgraving van het stoffelijke overschot van personen.

 

Het ontgraven en verplaatsen van stoffelijke resten brengt kosten met zich mee door de inzet van personeel en materieel. Het is billijk hiervoor een specifieke belasting te heffen.

 

Het is financieel aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 5.000 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op het ontgraven van een stoffelijk overschot of een asurn en op het verplaatsen of uitnemen van een asurn uit een urnenkelder of uit een columbarium.

 

Art.2.- De belasting wordt vastgesteld op 250 euro voor het ontgraven van een stoffelijk overschot of een asurn en op het verplaatsen of uitnemen van een asurn uit een urnenkelder of uit het columbarium.

 

Art.3.- De belasting is verschuldigd door de persoon die de ontgraving, uitneming of verplaatsing aanvraagt.

 

Art.4.- De belasting is niet verschuldigd voor de ontgravingen:

        opgelegd door de rechterlijke overheden;

        van de voor het vaderland gestorven militairen en burgers

        die ambtshalve door de gemeente worden verricht noodzakelijk voor het overbrengen van het oude naar de nieuwe begraafplaats van het stoffelijk overschot van personen in een voor de duur van de begraafplaats in concessie gegeven begravingsperceel.

 

Art.5.- De belasting is verschuldigd vanaf het moment dat de aanvraag tot ontgraving is ingediend bij de bevoegde dienst. Bij gebrek aan contantbetaling wordt de belasting ingekohierd.

 

Art.6.- Bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij

het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en

worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen

vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de

kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930

Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en

latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van

gemeentebelastingen.

 

Art.7.- De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen terzake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in de gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.8.-  Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht

overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

15 Belasting 2026-2031 op de tweede verblijven. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2024 houdende goedkeuring van de belasting 2025 op de tweede verblijven.

 

Het is wenselijk om een bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woon- en verblijfsgelegenheden die gebruikt worden zonder dat iemand daar zijn hoofdverblijfplaats heeft, dat wil zeggen waarvoor een inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente ontbreekt.

 

Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister brengt ook minderontvangsten mee voor de gemeente op het vlak van aanvullende personenbelasting.

 

De controle en detectie van leegstaande panden en tweede verblijven zijn aan elkaar gekoppeld. Zowel de belasting op leegstand als de belasting op tweede verblijven gelden als stimulans om de woongelegenheden op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden en op die manier het residentieel wonen te beschermen en de sociale cohesie te versterken, die in het gedrang komt wanneer woongelegenheden niet of alleen occasioneel gebruikt worden.

 

De expliciete aanbeveling van de Vlaamse Overheid om het tarief van tweede verblijven gelijk te

schakelen met het aanvangstarief van de leegstaande woningen.

 

Het al dan niet gelegen zijn in een gebied voor verblijfsrecreatie (weekendzone) een verantwoord en objectief vast te stellen criterium vormt.

 

Het belastingreglement werd geëvalueerd en het college stelt voor om artikel 2: woningen die niet als tweede verblijf worden beschouwd uit te breiden met woningen opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen of de Vlaamse inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.

 

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te wijzigen en te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen;

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

De fiscale Vlaamse omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 200.000 euro.

 

BESLUIT:

Met 28 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Ingeborg Hermans, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem, Kato Broos en Wouter Covens), 5 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).

 

Art.1.- Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

 

Art.2.- Definities

 

Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke private woon- of verblijfsgelegenheid die voor de eigenaar, de huurder of de gebruiker niet tot hoofdverblijf dient, maar op elk ogenblik door hen voor bewoning kan worden gebruikt.

 

Er is alleen sprake van een tweede verblijf wanneer het om een bruikbare woongelegenheid gaat, wat onder meer inhoudt:

        de aanwezigheid van een minimale infrastructuur: bruikbare keuken, was- en slaapgelegenheid

        de aanwezigheid van een minimale bemeubeling

 

Worden niet als tweede verblijf beschouwd:

        lokalen uitsluitend bestemd voor het beoefenen van een beroepsactiviteit;

        tenten, verplaatsbare caravans, woonaanhangwagens, motorhomes;

        studentenhuizen en -kamers

        woningen opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen of de Vlaamse inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen

 

 

Art.3.- Belastingplichtige

 

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.

 

Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of door een derde feitelijk gebruikt wordt.

 

Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.

 

In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.

 

In geval van medeëigendom is iedere niet-vrijgestelde medeëigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf. Elke niet vrijgestelde medeëigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Art.4.- Tarief

 

De belasting wordt vastgesteld als volgt:

 

500 euro per tweede verblijf gelegen in een gebied voor verblijfsrecreatie (weekendzone)

1.500 euro per tweede verblijf niet gelegen in een gebied voor verblijfsrecreatie (weekendzone)

 

Art.5.- Aangifte

 

§ 1. Elke belastingplichtige moet uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar voor elk tweede verblijf een aangifte indienen op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt. Het aangifteformulier kan op eenvoudig verzoek bekomen worden of er kan een digitale aangifte via de website www.brasschaat.be/geldzaken/aangifte/tweede verblijf ingevuld worden. De correct ingevulde aangifte moet binnen de hiervoor gestelde termijn toekomen bij het gemeentebestuur.

 

§ 2. De gemeente kan een voorstel van aangifte bezorgen. Als dat voorstel overeenstemt met de belastbare toestand moet het niet teruggestuurd worden.

 

Als er onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte binnen de gestelde termijn in § 1 indienen bij het gemeentebestuur, met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen en aanvullingen. Het is de belastingplichtige die moet bewijzen dat het (verbeterd/aangevuld) voorstel van aangifte tijdig heeft ingediend. Het aangevulde en/of verbeterde formulier geldt als aangifte.

 

Art.6.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging.

 

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belastingplichtige ambtshalve worden opgenomen in het kohier, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruikte maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen in te dienen.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:

• 10% bij een eerste overtreding;

• 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde opeenvolgende overtreding;

• 200% vanaf een vijfde opeenvolgende overtreding.

 

Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

Art.7.- Wijze van inning

 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art.8.- Bezwaarprocedure

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

 

Art.9.- Procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.10.- Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

16 Belasting 2026-2031 op dansgelegenheden. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 26 februari 2024 houdende goedkeuring van de belasting 2024-2025 op de permanente en periodieke bals en danspartijen.

 

Bals en dansgelegenheden brengen een geconcentreerde publiekstoeloop met zich mee binnen een kort tijdsbestek en in eenzelfde beperkte ruimte. Hieruit vloeien voor de gemeente extra verplichtingen en kosten voort op het vlak van veiligheid, openbare orde en onderhoud van het openbaar domein.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt de heffing noodzakelijk van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen;

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 6.200 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een belasting geheven op de dansgelegenheden.

 

Art.2.- De belasting is verschuldigd voor inrichtingen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat waar regelmatig, d.w.z. quasi dagelijks of wekelijks, bals of danspartijen worden georganiseerd.

 

Art.3.- Belastingplichtige

 

De belasting is verschuldigd door de exploitant.

De eigenaar van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Art.4.- Tarief en berekening

 

Het basistarief van de belasting bedraagt 0,50 euro per dag en per vierkante meter oppervlakte van de inrichting.

 

De belastingplichtige heeft evenwel de keuze tussen het basistarief ofwel een forfaitair tarief van 6.200 euro op jaarbasis voor inrichtingen waar het ganse jaar door iedere dag of tijdens de weekends wordt gedanst.

 

Deze forfaitaire belasting van 6.200 euro is voor een volledig jaar verschuldigd voor exploitaties die geopend zijn tijdens het eerste kwartaal van het aanslagjaar. Exploitaties die openen vanaf het tweede kwartaal van het aanslagjaar zijn 75 % van de forfaitaire belasting van 6.200 euro verschuldigd. Exploitaties die openen vanaf het derde kwartaal van het aanslagjaar zijn 50 % verschuldigd van de forfaitaire belasting van 6.200 euro en exploitaties die openen in het vierde kwartaal van het aanslagjaar zijn 25 % van de forfaitaire belasting van 6.200 euro verschuldigd.

 

Er wordt geen ontheffing noch vermindering van de forfaitaire belasting verleend wegens ontbinding, sluiting van de exploitatie, of afgelasting van de bals in de loop van het aanslagjaar.

 

Art.5.- Aangifteplicht

§ 1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks uiterlijk op 31 december van het aanslagjaar voor elke danspartij een aangifte indienen op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt. Het aangifteformulier kan op eenvoudig verzoek bekomen worden.

De correct ingevulde aangifte moet binnen de hiervoor gestelde termijn toekomen bij het

gemeentebestuur.

 

§ 2. De gemeente kan een voorstel van aangifte bezorgen.

Het voorstel van aangifte moet verder worden aangevuld en binnen de gestelde termijn in §1 terug

bezorgd worden.

 

Als er onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet

overeenstemmen met de belastbare toestand van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte binnen de gestelde termijn in § 1 indienen bij het gemeentebestuur, met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen en aanvullingen. Het is de belastingplichtige die moet bewijzen dat het voorstel van aangifte tijdig heeft ingediend. Het aangevulde en/of verbeterde formulier geldt als aangifte.

 

Art.6.- Meldingsplicht

 

De exploitant moet ingeval van stopzetting of overdracht dit onmiddellijk meedelen aan het gemeentebestuur, met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming en adresgegevens).

 

Art.7.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging.

 

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of

onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belastingplichtige ambtshalve worden

opgenomen in het kohier, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei

2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en

gemeentebelastingen.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve belasting, betekent het college van burgemeester en

schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruikte maken

van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling

van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde

werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk bij het

college van burgemeester en schepenen in te dienen.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:

• 10% bij een eerste overtreding;

• 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde opeenvolgende overtreding;

• 200% vanaf een vijfde opeenvolgende overtreding

 

Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting

ingekohierd.

 

Art.8.- Wijze van inning

 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art.9.- Bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij

het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en

worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen

vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de

kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930

Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en

latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van

gemeentebelastingen.

 

Art.10.- Procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens

de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.11.- Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht

overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

17 Belasting 2026-2031 op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 26 februari 2024 houdende goedkeuring van de belasting 2024-2025 op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie.

 

De activiteiten van nacht- en telefoonwinkels verschillen grondig met de activiteiten van de gewone kleinhandel: de openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden en het publiek is enigszins verschillend dan dat van de overige kleinhandel.

De uitbating van deze zaken gaat ook vaak gepaard met verstoring van de openbare orde, met inbegrip van verstoring van nachtrust en overlast, wat extra inspanningen van de gemeente vraagt voor het handhaven ervan.

 

Verder zijn ook extra controles op het naleven van de voorwaarden van de vergunning nodig.

 

Aangezien deze situatie aldus kan leiden tot verhoogde inspanningen vanwege de gemeente, o.a. wat betreft de inzet van de lokale politie voor de handhaving van de openbare rust en verkeersveiligheid en ook van de andere diensten die instaan voor de openbare netheid.

 

Het is billijk een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting op nacht- en telefoonwinkels als bijdrage in deze financiële last te vorderen. Beide belastingen kunnen niet in hetzelfde jaar worden opgelegd.

 

De eigenaars van de panden, waar deze winkels of private bureaus zich vestigen, moeten zich bewust zijn van het feit dat zij een grote medeverantwoordelijkheid dragen bij de verhuur van hun goed voor activiteiten die de openbare orde kunnen verstoren, de netheid kunnen aantasten, het imago van het winkelapparaat kunnen schaden. De eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de handelszaak wordt uitgebaat zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belastingschuld.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt de heffing noodzakelijk van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Gelet op de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening;

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen;

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

De omzendbrief Vlaamse Regering KB/ABB2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit, punt 3.28.

Het bijzonder politiereglement tot exploitatie van nacht- en telefoonwinkels in Brasschaat.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 1.500 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.-

 

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt er zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op de nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie (telefoonwinkels), gelegen op het grondgebied van Brasschaat.

 

Art.2.- Definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 

- nachtwinkel: een vestigingseenheid die

a) ingeschreven is in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) uitsluitend onder de rubriek “verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen”;

b) geen andere handelsactiviteit uitoefent dan die hierboven bedoeld;

c) een maximale netto-verkoopsoppervlakte heeft van 150 m²;

d) en op een duidelijke en permanente manier de vermelding “Nachtwinkel” of “avondwinkel” of een gelijkaardig opschrift draagt.

- privaat bureau voor telecommunicatie: iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid voor het verlenen van telecommunicatiediensten, hoe miniem het aanbod van diensten ook is.  (zoals bijvoorbeeld belwinkels en internetcafés).

- uitbater: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging, of de rechtspersoon,

ongeacht hun eventuele hoedanigheid van handelaar, voor wiens rekening en risico de

inrichting, die hij huurt of waarvan hij eigenaar is, wordt uitgebaat.

- uitbatingsvergunning: een toelating die aan de uitbater het recht verleent om op het

aangeduide adres de betrokken inrichting uit te baten.

- vestigingseenheid: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres en die voor de consument toegankelijk is, waar activiteiten waarop de Wet van 10 november 2006 van toepassing is, uitgeoefend worden.

 

Art.3.- Belastingplichtige

 

De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nacht- of belwinkel, ongeacht of de maatschappelijk zetel in de gemeente gelegen is of niet.

 

De eigenaar van de handelszaak, de uitbater ervan en de eigenaar van het pand waar de handelszaak wordt uitgebaat zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

 

Art.4.- Tarief en berekening

 

De openingsbelasting is een éénmalige belasting die is vastgesteld op 6.000 euro. Deze is verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel of een privaat bureau voor telecommunicatie, zoals gedefinieerd in artikel 2 van dit reglement.

Elke wijziging van uitbating staat gelijk aan een nieuwe handelsactiviteit.

 

De aanslagvoet van de jaarlijkse belasting is vastgesteld op 1.500 euro per gevestigde nachtwinkel of privaat bureau voor telecommunicatie.

 

De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Ze zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de economische activiteit of wijziging van de uitbating in het jaar is.

 

De jaarlijkse belasting gaat in vanaf het jaar, volgend op het jaar van de inkohiering  van de openingsbelasting, of bij gebreke hiervan, vanaf de inwerkingtreding van dit belastingreglement. Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan, om welke reden dan ook.

 

Art.5.- Aangifte

§ 1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks uiterlijk op 31 december van het aanslagjaar voor elke nacht- of belwinkel een aangifte indienen op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt. Het aangifteformulier kan op eenvoudig verzoek bekomen worden. De correct ingevulde aangifte moet binnen de hiervoor gestelde termijn toekomen bij het gemeentebestuur.

 

§ 2. De gemeente kan een voorstel van aangifte bezorgen. Het voorstel van aangifte moet verder worden aangevuld en binnen de gestelde termijn in §1 terug bezorgd worden.

 

Als er onjuistheden of onvolledigheden zijn vermeld of indien de voorgedrukte gegevens niet overeenstemmen met de belastbare toestand van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel van aangifte binnen de gestelde termijn in § 1 indienen bij het gemeentebestuur, met een duidelijke en volledige vermelding en opgave op het voorstel van aangifte van de correcte gegevens en/of alle verbeteringen en aanvullingen. Het is de belastingplichtige die moet bewijzen dat het voorstel van aangifte tijdig heeft ingediend. Het aangevulde en/of verbeterde formulier geldt als aangifte.

 

Art.6.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 5 gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belastingplichtige ambtshalve worden opgenomen in het kohier, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruikte maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen in te dienen.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:

• 10% bij een eerste overtreding;

• 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde opeenvolgende overtreding;

• 200% vanaf een vijfde opeenvolgende overtreding

 

Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

Art.7.- Meldingsplicht

 

Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder de verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs te worden gemeld aan het gemeentebestuur.

 

Art.8.- Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art.9.- Bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

 

Art.10.- Procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.11.- Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

18 Belasting 2026-2031 op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerken en van gelijkgestelde producten. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hoegaerts stelt dat dit niet het aantal papier verminderd maar het ontneemt wel publiciteit voor lokale handelaars. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2024 houdende goedkeuring van de belasting 2025 op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten.

 

De gemeente betaalt een hoge kost voor papierophaling- en verwerking waarin het gedeelte reclame een groot aandeel heeft. Het is dan ook aangewezen om het principe “de vervuiler betaalt” toe te passen. Daarom worden de tarieven vastgesteld per exemplaar en gedifferentieerd naargelang de grootte en het aantal bladzijden. In het kader van het principe “de vervuiler betaalt” is het tevens gerechtvaardigd om ervoor te zorgen dat de vervuiler ook effectief betaalt. De kosten voor een invordering, a fortiori in het buitenland, kunnen enorm oplopen en kunnen er zelfs toe leiden dat er ultiem geen belasting kan worden geïnd. Om misbruik te vermijden wordt naar gelang de situatie een andere belastingplichtige aangeduid om een zo vlot mogelijke invordering te waarborgen. Het kan niet worden ontkend dat er eenheid van belang bestaat tussen de schuldenaren die hoofdelijk gehouden zijn tot betaling van de belasting, aangezien deze allen aan de belaste activiteit deelnemen, zodat dit het in het belastingreglement opgenomen solidariteitsmechanisme rechtvaardigt.

 

Het is verantwoord om enkele vrijstellingen op te nemen vanuit een maatschappelijk doel. Bij deze vrijstellingen wordt rekening gehouden met de aard van de instantie die de drukwerken verspreidt, de beperkte periode van verspreiding en het informatief karakter van het drukwerk. Zowel bij de publicaties van publiekrechtelijke personen, als die van socio-culturele, politieke en sportverenigingen ontbreekt immers het commercieel karakter en wordt er geen winst nagestreefd. Bovendien zullen die drukwerken een informatief karakter kennen, wat nuttig kan zijn voor alle burgers, minstens de meerderheid ervan. Daarnaast gebeurt de verspreiding van deze drukwerken slechts een beperkt aantal keer per jaar of tijdens een afgebakende periode, waardoor zij het milieu minder negatief beïnvloeden.

 

Het reglement werd geëvalueerd en het college stelt voor om de ambtshalve procedure forfaitair toe te passen op basis van het aantal commerciële brievenbussen in Brasschaat.

 

De financiële toestand van de gemeente maakt de heffing noodzakelijk van alle rendabele belastingen.

 

Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te wijzigen en te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van  30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het decreet van 23 december 2011 betreffende  het duurzaam beheer van  materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet), met latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA), met latere wijzigingen;

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 140.000 euro.

 

BESLUIT:

Met 28 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Ingeborg Hermans, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem, Kato Broos en Wouter Covens), 5 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).

 

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op het huis-aan-huis verspreiden van reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de gemeente.

 

Art.2.- Definities

 

Reclamedrukwerk: elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen, en die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder.

 

Huis-aan-huis verspreiding:  het systematisch achterlaten van drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.

 

Niet-geadresseerd: het ontbreken van een individuele adressering, waarbij ook de collectieve adresaanduiding per straat, of een gedeeltelijke adresvermelding, wordt beschouwd als niet-geadresseerd.

 

Gelijkgestelde producten: onder meer alle stalen en reclamedragers, door de adverteerder aangeboden, die willen aanzetten tot het gebruik of verbruik van diensten, producten of transacties.

De opsomming is niet limitatief.

 

Art.3.- Belastingplichtige

 

De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever. Wanneer de verantwoordelijke uitgever geen aangifte gedaan heeft of niet gekend is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.

 

Indien de verantwoordelijke uitgever een natuurlijk persoon is met als adresgegevens de maatschappelijke zetel of vestigingszetel van een rechtspersoon wordt de rechtspersoon als verantwoordelijke uitgever beschouwd.

 

Indien de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Wanneer er geen Belgische vestiging is, is de belasting in afnemende volgorde verschuldigd door de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf.

 

De verantwoordelijke uitgever, de genieter wiens naam, logo of embleem het niet-geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product draagt, de opdrachtgever van de verdeler of de verdeler zelf zijn in elk geval steeds hoofdelijk gehouden tot betaling van de belasting.

 

Art.4.- Berekeningsgrondslag en tarief

 

De belasting is verschuldigd telkens er een huis-aan-huis verspreiding van reclamedrukwerk of daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt en wordt onderverdeeld in twee categorieën, naargelang de grootte, volume of aard:

 

        1ste categorie: 0,005 euro per bedeeld exemplaar met een minimum van 25 euro per bedeling voor reclamedrukwerk (of gelijkgesteld) kleiner of gelijk aan A4 met maximum 1 blad (= 2 bladzijden);

        2de categorie: 0,02 euro per bedeeld exemplaar met een minimum van 100 euro per bedeling voor alle reclamedrukwerk of gelijkgestelde producten die niet tot categorie 1 behoren

 

Het al dan niet volledig bedrukt zijn van de bladzijden geeft geen aanleiding tot een belastingvermindering.

 

Art.5.- Vrijstellingen

 

Zijn van de belasting vrijgesteld:

 

        publicaties van publiekrechtelijke personen

        publicaties van socio-culturele, politieke- en sportverenigingen

 

Art.6.- Aangifteplicht

 

De belastingplichtige is gehouden aangifte te doen van de voor de aanslag noodzakelijke gegevens.

 

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand januari van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 februari van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand februari van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 maart van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand maart van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 april van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand april van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 mei van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand mei van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 juni van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand juni van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 juli van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand juli van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 augustus van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand augustus van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 september van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand september van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 oktober van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand oktober van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 november van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van de maand november van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 december van het aanslagjaar.

De gegevens met betrekking tot de verspreidingen in de loop van maand december van het aanslagjaar moeten worden aangegeven uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar

 

De aangifte kan digitaal ingediend worden via de website van de gemeente Brasschaat (www.brasschaat.be /geldzaken/aangifte/reclamedrukwerk).

 

Op eenvoudig verzoek kan een aangifteformulier bekomen worden. Het aangifteformulier kan via één van volgende kanalen terug bezorgd worden:

        e-mail: debiteuren@brasschaat.be

        post: Gemeentehuis dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat

        afgifte: Gemeentehuis onthaal, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat 

 

Art.7.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging

 

Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

Indien een verspreiding van reclamedrukwerk in de brievenbussen ambtshalve wordt vastgesteld wordt het aantal verspreide exemplaren forfaitair vastgesteld op 11.979 exemplaren, dit is het aantal commerciële brievenbussen in Brasschaat.

 

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

 

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 100% van de ontdoken belasting. De belastingverhoging  wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

 

Art.8.- Wijze van inning

 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art.9.- Bezwaarprocedure

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

 

Art.10.- Procedure

 

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.11.- Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

19 Belasting 2026-2031 op het ontbreken van parkeerplaatsen. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hoegaerts stelt dat sommige bouwheren er zich te makkelijk van kunnen afmaken via dit reglement om zo geen parkeerplaatsen te moeten realiseren. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2023 houdende goedkeuring van de belasting 2024-2025 op het ontbreken van parkeerplaatsen.

 

In navolging van het decreet basisbereikbaarheid van 26 april 2019, waarin wordt opgenomen dat

ingezet dient te worden op combi- en deelmobiliteit, en rekening houdend met de Visienota van de

vervoerregio Antwerpen waarin wordt vermeld dat een modal split van 50% auto - 50% andere

vervoersmodi dient te worden nagestreefd, wenst de gemeente Brasschaat het gebruik van alternatieve en duurzame vervoersmodi te stimuleren.

 

Brasschaat wil zich eveneens profileren als mobiliteitsduurzame- en fietsgemeente, met een sterke groei van het fietsgebruik. In dit kader wenst de gemeente ook verplichtingen op te leggen inzake het stallen van alle soorten fietsen.

 

In zitting van 25 september 2023 werd de nieuwe gemeentelijke parkeerverordening door de

gemeenteraad goedgekeurd:  op basis van de maatschappelijke noden omtrent beschikbare ruimte, parkeerdruk en mobiliteit, heeft de gemeente besloten om de bestaande parkeernormen te wijzigen en alsook om verplichtingen op te leggen inzake het stallen van alle soorten fietsen.

 

In toepassing van deze nieuwe parkeerverordening moet bij bepaalde vergunningsplichtige werken een minimum aantal parkeerplaatsen aangelegd worden. Parkeerplaatsen omvatten dus zowel

autostaanplaatsen als fietsstalplaatsen.

 

In de mate dit minimumaantal niet gerealiseerd kan worden, dient de houder van de stedenbouwkundige vergunning de reden daarvan te motiveren en een compensatoire vergoeding (belasting) aan de gemeente te betalen na definitieve vaststelling van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen.

 

Dit geldt enkel voor zover de afwijking leidt tot een verhoogde ruimtelijke kwaliteit, waarbij op basis van de goede ruimtelijke ordening zowel de kwaliteit van het project bekeken wordt, als de impact

op de omgeving bv:.

- Het is om technische redenen volgens de vergunningsplichten onmogelijk om de normen na te leven

- De specifieke perceelsconfiguratie laat de inplanting van parkeerplaatsen niet toe of veroorzaakt

onaanvaardbare hinder voor een aanpalend perceel.

- Het is niet wenselijk of mogelijk om een toegang tot het openbaar domein te creëren.(bv. ligging op een druk kruispunt), Het opvangen van parkeerplaatsen voor projecten in de nabije omgeving Een beschrijvende nota kan door een parkeeronderzoek in de buurt en een enquêtering aantonen dat er een marktconforme vraag is naar parkeerplaatsen (kopen).  

 

De financiële toestand van de gemeente maakt de heffing noodzakelijk van alle rendabele belastingen.

Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het gemeenteraadsbesluit van 18 november 2013 bepaalde de tarieven van de belasting op het ontbreken van parkeerruimten voor de aanslagjaren 2014-2019.

Het gemeenteraadsbesluit van 25 november 2019 bepaalde de tarieven van de belasting op het ontbreken van parkeerruimten voor de aanslagjaren 2020-2023.

Het gemeenteraadsbesluit van 18 december 2023 bepaalde de tarieven van de belasting op het ontbreken van parkeerruimten voor de aanslagjaren 2024-2025.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

Het gemeenteraadsbesluit van 22 december 2011 en latere wijzigingen houdende goedkeuring van de parkeerverordening buiten de openbare weg.

Het gemeenteraadsbesluit van 25 september 2023 en latere wijzigingen houdende goedkeuring van de parkeerverordening buiten de openbare weg.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 50.000 euro.

 

BESLUIT:

Met 28 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Ingeborg Hermans, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem, Kato Broos en Wouter Covens), 5 onthoudingen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).

 

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op het ontbreken van autoparkeerplaatsen en fietsstalplaatsen. Ze is van toepassing op het uitvoeren van volgende vergunningsplichtige werken:

 

− het optrekken van nieuwe gebouwen;

− het herbouwen van gebouwen;

− het uitbreiden van gebouwen met meer dan 50 m² bruto-vloeroppervlakte;

− het doorvoeren van vergunningsplichtige functiewijzigingen;

− het vermeerderen van het aantal wooneenheden;

− de regularisatie van één of meer van bovenstaande werken;

− kleinhandelsactiviteiten

 

De normen, de afmetingen en de ligging van parkeerplaatsen werden vastgelegd in de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening van 25 september 2023 en latere wijzigingen op het aanleggen van parkeerplaatsen buiten de openbare weg.

 

Art.2.- Belastingplichtige

 

De belasting is verschuldigd door:

 

1) de houder van een stedenbouwkundige vergunning

 

a) die, op grond van deze vergunning, ontheven wordt van de verplichting of in de onmogelijkheid verkeert één of meer van de in de stedenbouwkundige vergunning voorgeschreven parkeerplaatsen aan te leggen

b) die één of meer van de in de stedenbouwkundige vergunning verplicht aan te leggen parkeerplaatsen niet heeft aangelegd

 

2) de eigenaar die de noodzakelijk aan te leggen parkeerplaatsen overeenkomstig de stedenbouwkundige vergunning heeft aangelegd maar die alsnog een andere bestemming geeft aan vergunde parkeerplaatsen

 

Art.3.- Belastbaar tijdstip

 

De belasting is verschuldigd, na controle van uitvoering van de vergunning, bij de definitieve vaststelling van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen.

 

Art.4.- Tarief en berekening

 

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld volgens de tarieven, bepaald in de belastingverordening die van kracht was op het ogenblik van de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning:

 

        voor de vergunningen, afgeleverd vóór 1 maart 2011, wordt het tarief per ontbrekende of niet behouden parkeerplaats vastgesteld op 2.500,00 euro

        voor de vergunningen, afgeleverd op basis van het gemeenteraadsbesluit van 22 december 2011 en latere wijzigingen houdende goedkeuring van de parkeerverordening buiten de openbare weg, wordt het tarief vastgesteld op :

        2.500,00 euro indien er 1 parkeerplaats ontbreekt of niet behouden blijft

        3.000,00 euro per ontbrekende parkeerplaats indien er twee parkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

        3.500,00 euro per ontbrekende parkeerplaats indien er drie parkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

        4.000,00 euro per ontbrekende parkeerplaats indien er vier parkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

        5.000,00 euro per ontbrekende parkeerplaats indien er vijf of meer parkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

        voor de vergunningen, afgeleverd op basis van het gemeenteraadsbesluit van 25 september 2023 en latere wijzigingen houdende goedkeuring van de parkeerverordening buiten de openbare weg, wordt het tarief vastgesteld op :

        1.014,40 euro per ontbrekende fietsstalplaats of niet behouden fietsstalplaats

        2.536,00 euro indien er 1 autoparkeerplaats ontbreekt of niet behouden blijft

        3.043,30 euro per ontbrekende autoparkeerplaats indien er twee autoparkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

        3.550,40euro per ontbrekende autoparkeerplaats indien er drie autoparkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

        4.057,60 euro per ontbrekende autoparkeerplaats indien er vier autoparkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

        5.072,00 euro per ontbrekende autoparkeerplaats indien er vijf of meer autoparkeerplaatsen ontbreken of niet behouden blijven

 

Art.5.- Indexering

 

De belastingtarieven met betrekking tot de vergunningen die werden afgeleverd op basis van het gemeenteraadsbesluit van 25 september 2023 en latere wijzigingen houdende goedkeuring van de parkeerverordening buiten de openbare weg zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van november 2025. Ze worden op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat.De geïndexeerde tarieven worden afgerond tot 1 cijfer na de komma.

 

Art.6.- Wijze van inning

 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar

verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art.7.- Bezwaarprocedure

 

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij

het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en

worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen

vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de

kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930

Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en

latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van

gemeentebelastingen.

 

Art.8.- Procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens

de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.9.- Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

20 Belasting 2026-2031 op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 november 2019 houdende goedkeuring van de belasting 2020-2025 op bouwen en verbouwen van woningen en gebouwen.

 

De belasting is verschuldigd bij het ontstaan van het belastbare feit (toestand winddicht).

 

Het belastingreglement werd geëvalueerd en het college stelt voor om deze belasting vanaf het aanslagjaar 2026 enkel toe te passen op omgevingsvergunningen die tot en met 31 december 2025 door het college werden goedgekeurd.

 

Op de omgevingsvergunningen die vanaf 1 januari 2026 door het college worden goedgekeurd zal een verhoogde dossierkost van toepassing zijn.

 

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te wijzigen en te hernieuwen.

 

Juridisch kader

De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en haar bijlagen.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 45.000 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Het belastbaar voorwerp

 

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op het bouwen, herbouwen en verbouwen van woningen en gebouwen.

 

Dit belastingreglement is van toepassing op elke omgevingsvergunning die door het college voor 31 december 2025 werd goedgekeurd en waarvan de datum van het einde der werken plaatsvindt na inwerkingtreding van dit reglement.

 

De belastingschuld ontstaat op het ogenblik dat de vergunde werken beëindigd zijn. De werken worden als beëindigd beschouwd als de bouwwerken winddicht zijn.

 

Art.2.- Tarief en berekening

 

De belasting wordt als volgt vastgesteld voor de gebouwde, herbouwde en verbouwde gedeelten:

 

        0,30 euro per m³ tot 650 m³ inhoud;

        0,80 euro per m³ vanaf 650 m³ tot 1.000 m³ inhoud

        1,50 euro per m³ vanaf 1.000 m³ inhoud.

 

De minimumbelasting bedraagt 30 euro.

 

Art.3.- Belastingplichtige

 

De belasting is verschuldigd door de titularis van de omgevingsvergunning.

 

De eigenaar van het gebouw, op het moment van het beëindigen van de werken, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling. In geval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van het gebouw aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Art.4.- Vrijstellingen

 

Zijn van de belasting vrijgesteld:

 

        het bouwen, herbouwen of verbouwen van onroerende goederen die eigendom zijn van een openbaar bestuur;

        het bouwen, herbouwen of verbouwen van woningen of gebouwen door de autonome gemeentebedrijven van Brasschaat;

        het bouwen, herbouwen of verbouwen van schoolgebouwen, bestemd voor gesubsidieerde onderwijsinrichtingen;

        het bouwen, herbouwen of verbouwen van woningen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaaschappijen

 

Art.5.- Aangifteplicht

De belastingplichtige moet ten laatste binnen de termijn van 1 maand na beëindigen van de werken aangifte doen bij het gemeentebestuur van het volume dat werd gerealiseerd bij het bouwen, herbouwen of verbouwen.

 

De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:

 

        website: www.brasschaat.be/geldzaken/aangifte/bouwen- en verbouwen

        e-mail: ruimtelijkeordening@brasschaat.be

        post: Gemeente Brasschaat - Ruimtelijke ordening, Verhoevenlei 11 te 2930 Brasschaat.

 

Indien de belastingplichtige van mening is dat hij in aanmerking komt voor een vrijstelling, dient hij deze vrijstelling aan te vragen en te staven met de nodige bewijsstukken bij het indienen van de aangifte.

 

Art.6.- Procedure van ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging

 

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 10 %.

 

Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

 

Art.7.- Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Art.8.- Bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij

het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en

worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen

vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de

kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930

Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en

latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van

gemeentebelastingen.

 

Art.9.- Procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens

de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Art.10.- Bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht

overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

21 Belasting 2026-2031 op de leegstand van woningen en gebouwen. Reglement inventarisatie. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van het reglement inventarisatie en van de belasting 2024-2025 op de leegstand van gebouwen en woningen.

 

Het is wenselijk dat alle op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwen optimaal worden benut.

 

De langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.

 

Het Vlaamse Gewest legt met ingang van aanslagjaar 2017 aan de gemeenten alleen een strategisch kader met hoofdlijnen op maar geeft verder een grote autonomie om een eigen beleid te voeren, zowel bij de opmaak van een leegstandsregister als bij de invoering van een gemeentelijke heffing op leegstaande woningen en gebouwen.

 

De strijd tegen de leegstaande woningen en gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

 

Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

De artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid (Vlaamse Codex Wonen van 2021), gecodificeerd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 en gewijzigd en bekrachtigd door het Decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 170.500 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.Definities

 

1° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten vermeld in artikel 2, 1° van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;

 

2° woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

 

3° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;

 

4° registerbeheerder: de gemeentelijke dienst die door het college van burgemeester en schepenen is gelast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister;

 

5° beveiligde zending: één van de hierna volgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;

 

 

Hoofdstuk 2 Het gemeentelijk leegstandsregister

Artikel 2. Het leegstandsregister

 

§ 1. De gemeente houdt een leegstandsregister bij op grond van de artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

§ 2. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

- een lijst “leegstaande gebouwen”

- een lijst “leegstaande woningen”. Hier zitten ook de kamers bij.

 

§3. Het leegstandsregister bevat de volgende vermeldingen:

1.  Het adres en de kadastrale gegevens van het leegstaande pand;

2.  De identiteit en het laatst gekende adres van de houder van het zakelijk recht;

3.  De datum van de administratieve akte;

4.  De feiten die aanleiding geven tot vrijstelling van de heffing, met vermelding van de begin- en einddatum van de vrijstelling;

5.  Eventueel de datum van indiening van een betwisting zoals voorzien in artikel 10 en de datum en aard van de beslissing inzake die betwisting.

 

Artikel 3.Leegstaand gebouw

 

Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.

 

De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde stedenbouwkundige vergunning, een melding in de zin van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, een milieuvergunning of een melding in de zin van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning of een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.

 

Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

 

Een nieuw gebouw wordt pas als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

 

Artikel 4. Leegstaande woning

 

Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie (domiciliëring) of als gebruik tweede verblijf of met elke andere functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt. Zowel een gebruik als tweede verblijf als een effectieve en niet-occasioneel gebruik worden ter plaatse gecontroleerd op de aanwezigheid of het ontbreken van een kook-, was- en slaapgelegenheid.

 

Een nieuwe woning wordt pas als leegstaand beschouwd indien die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.

 

Artikel 5. Leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten

 

Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.

 

De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van deze afdeling beschouwd.

 

Artikel 6. Opsporingsbevoegdheid

 

De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 7. Verwaarloosde woningen en gebouwen

 

Een gebouw dat of een woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.

 

Artikel 8. Ongeschikt- of onbewoonbaar verklaarde woningen

 

Een woning die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.

 

Artikel 9. Administratieve akte van leegstand

 

De leegstand van een woning of van een gebouw wordt vastgesteld door een administratieve akte van leegstand en wordt onder meer beoordeeld aan de hand van de volgende indicaties:

- Het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;

- Het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;

- Het ontbreken van een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning, hiermee wordt het ontbreken  van een keuken, bad- en slaapgelegenheid bedoeld; bewijslast ligt bij de eigenaar;

- Getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;

- Het vermoeden van een fictieve inschrijving als domiciliëringsadres;

- Onafgewerkte nieuwbouw waarop geen geldige stedenbouwkundige/omgevingsvergunning (meer) rust;

- De vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

- Aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

- Een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;

- Het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;

- Het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;

- De woning of het gebouw is niet bemeubeld;

- Een uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;

- Een verwaarloosde tuin (onverzorgd, zwerfvuil, opgebroken verharding,…);

- Rolluiken die langdurig neergelaten zijn;

- De onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een verzegeling of een geblokkeerde toegang;

- Buitenschrijnwerk is ernstig vervuild, verweerd, beschadigd of dichtgemaakt;

- De woning/het gebouw is niet meer waterdicht door zware infiltratie doorheen dak/gevel;

 

Bij de administratieve akte wordt een beschrijvend verslag gevoegd met vermelding van alle indicaties van leegstand.

 

Artikel 10. Betwisting van vaststelling van leegstand

 

De registerbeheerder stelt de houder van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de vaststelling van leegstand en het voornemen tot opname van een leegstaand gebouw of een leegstaande woning in het leegstandsregister. De kennisgeving omvat een kopie van de administratieve akte en het beschrijvend verslag, samen met informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar huidig belastingreglement, informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk leegstandsregister en over de mogelijkheid tot schrapping uit dat register.

 

Tegen de vaststelling en het voornemen tot opname in het leegstandsregister kan via beveiligde zending beroep worden aangetekend bij het college van burgemeester en schepenen binnen de dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening.

Het beroep moet ondertekend zijn en bevat minstens volgende gegevens:

1.  Identiteit, adres en eventueel hoedanigheid en volmacht van de indiener.

2.  Aanwijzing van de administratieve akte en/of van het pand waarop het beroepschrift betrekking heeft.

3.  De bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten tot opname of dat voldaan is aan de vereisten tot schrapping.

Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de betekening van het beroepschrift. Het verklaart het beroep ongegrond wanneer de toegang tot de woning of het gebouw, in het kader van een feitenonderzoek, geweigerd of verhinderd wordt.

De registerbeheerder betekent de beslissing aan de indiener per beveiligde zending.

 

Artikel 11. Opname in het leegstandsregister

 

De woningen en gebouwen die in een eerder op grond van artikel 2.2.6 van het Decreet op het Grond en Pandenbeleid opgemaakt register zijn opgenomen worden opgenomen in het register op grond van het huidig reglement met behoud van de oorspronkelijke datum van opname.

 

Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt overeenkomstig artikel 10 of indien het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de inventarisbeheerder het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de administratieve akte van leegstand.

 

Artikel 12. Schrapping uit het leegstandsregister

 

Een schrapping van een woning of gebouw uit het leegstandsregister gebeurt ofwel ambtshalve ofwel op schriftelijk verzoek van de houder van het zakelijk recht.

 

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie vermeld in artikel 3, tweede en derde lid aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

 

De registerbeheerder schrapt het gebouw met ingang van de eerste dag van de aanwending overeenkomstig die functie.

 

Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de functie vermeld in artikel 4, eerste lid.

 

De registerbeheerder schrapt de woning met ingang van de eerste dag van de aanwending overeenkomstig die functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in het bevolkingsregister.

 

Tegen een weigering tot schrapping door de registerbeheerder staat eveneens beroep open bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 10.

 

Hoofdstuk 3:  Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

Artikel 13. Heffingstermijn en belastbaar feit

 

Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Artikel 14. Belastingplichtige

§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§ 2. Ingeval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in de leegstaande woning/gebouw. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

 

§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen de maand na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

 Naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;

 Datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;

 Nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt aan de overdrager van een zakelijk recht een administratieve geldboete van 250 euro opgelegd.

 

Artikel 15. Berekeningsgrondslag en tarief

 

De basisbelasting bedraagt:

        1.500 euro voor een leegstaand gebouw;

        1.500 euro voor een leegstaande woning.

        750 euro voor een leegstaande kamer

 

De belasting van de kamer wordt vermeerderd met 750 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de kamer in het leegstandsregister staat, tot een maximum van 3.750 euro.

 

De belasting van de woning of het gebouw wordt vermeerderd met 1.500 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in het leegstandsregister staat, tot een maximum van 7.500 euro.

 

Het aantal termijnen van twaalf opeenvolgende maanden dat een gebouw of een woning op de inventaris staat, wordt herrekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

 

Indien een vrijstelling van de heffing werd toegekend en het pand, na het verstrijken van de duurtijd van de vrijstelling, nog steeds opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister dan wordt er herrekend en is de zakelijke gerechtigde op de eerst volgende peildatum de basisbelasting verschuldigd.

 

Artikel 16. Vrijstellingen

 

§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

 

§2.Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 19.

 

§3. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:

1° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing;

 

2° de belastingplichtige die (mede)eigenaar is, wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van de definitieve koopakte vrijgesteld;

 

3° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een erkende psychiatrische instelling, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van start van verblijf in de ouderenvoorziening/ instelling;

 

§4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning :

1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

 

2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

 

3° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;

 

4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod;

 

5° gerenoveerd wordt met een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning;

 

6° gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring  door het college van burgemeester en schepenen;

 

Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning of gebouw lopende/gepland zijn.

Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:

        vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk

        vernieuwing van de volledige dakbedekking

        vernieuwing van de volledige elektrische installatie

        vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)

        vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)

        vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)

        vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)

        vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)

De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst huisvesting en bevat volgende zaken:

        foto’s voor en tijdens de renovatiewerken

        grondplannen voor en na de renovatiewerken

        eventueel facturen en goedgekeurde offertes

        een motivatienota met planning van de werken

        indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars

Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag.

 

Voor het uitvoeren van een energie-audit wordt door de gemeente een subsidie voorzien. De modaliteiten zijn raadpleegbaar op de website www.brasschaat.be.

 

7° het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode;

 

8° ter beschikking wordt gesteld voor een periode van 3 jaar aan de gemeente en het OCMW om te gebruiken als noodwoning indien deze nood zich stelt bij gemeente of OCMW. Gemeente of OCMW beslissen of de woning hiervoor geschikt is, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de startdatum van de inventarisatie;

 

9° tijdelijk wordt gebruikt zonder domiciliëring, mits voorlegging van een overeenkomst van precaire bewoning, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van twee jaar volgend op de startdatum van de inventarisatie;

 

§5. De vrijstellingen vermeld onder artikel 16 (uitgezonderd  §4 8° en 9°) kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en zijn niet (uitgezonderd §3 2°) cumuleerbaar. De vrijstelling §3 2° kan slechts éénmaal worden gecumuleerd met vrijstelling §4 5° of vrijstelling §4 6°.

 

 

Artikel 17: wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar

verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 18: bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij

het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en

worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen

vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930

Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en

latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van

gemeentebelastingen.

 

Artikel 19 procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Artikel 20 bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

22 Belasting 2026-2031 op verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen. Reglement inventarisatie. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van het reglement inventarisatie en de belasting 2024-2025 op verwaarloosde woningen, gebouwen en terreinen.

 

Het decreet van 23 december 2016 waarmee het beleid rond de bestrijding van verwaarlozing volledig aan de gemeenten werd toevertrouwd.

 

De verwaarlozing van woningen, gebouwen en terreinen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

 

De strijd tegen verwaarloosde woningen en/of gebouwen onder meer een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een inventarislijst ook daadwerkelijk zal belast worden.

 

Het woonbeleid van de gemeente Brasschaat er naar streeft om enerzijds de kwaliteit van de woningen én de woonomgeving te verhogen en anderzijds het aanbod van woningen en gebouwen wenst te verhogen met het oog op de betaalbaarheid hiervan en dit als doelstelling binnen het woonbeleid heeft vooropgesteld.

 

Het doel van de inventarisatie en belasting is om woningen en gebouwen van goede woonkwaliteit te hebben zodat de huur- en koopprijzen van het woonpatrimonium niet onder druk komen;

Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal wordt benut.

 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

 

Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

De artikel 2.15 tot en met 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 4.500 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 begripsbepalingen

- Gebouw:  elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bedrijfsruimten;

- Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of van een alleenstaande;

- Terrein: elk bebouwd en onbebouwd perceel;

- Registerbeheerder: de gemeentelijke dienst die door het college van burgemeester en schepenen is gelast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister;

 

Hoofdstuk 2 Het gemeentelijk verwaarlozingsregister

Artikel 2 het verwaarlozingsregister

 

§ 1. De gemeente houdt een verwaarlozingsregister bij op grond van de artikelen 2.15 tot en met 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

§ 2. Een gebouw of woning wordt als verwaarloosd beschouwd als het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.

Een terrein wordt als verwaarloosd beschouwd als er afval aanwezig is, verhardingen opgebroken zijn of overwoekerd is door begroeiing.

 

§ 3. Dit wordt vastgesteld aan de hand van het technisch verslag dat als bijlage bij dit reglement hoort. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten en van categorie IV voor achttien punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 9 punten.

 

Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning, het gebouw of het terrein toegevoegd.

 

§ 4. Schrapping uit het verwaarlozingsregister kan als de houder van het zakelijk recht bewijst dat de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval werden hersteld of verwijderd.

De zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval zijn in geval van sloop pas verwijderd als alle puin geruimd is.

 

§ 5. Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.

 

§ 6. Een gebouw dat of een woning die geïnventariseerd is als leegstaand, kan ook worden opgenomen in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.

Een woning die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, kan ook worden opgenomen in het verwaarlozingsregister.

 

§ 7. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde gebouwen,  woningen en terreinen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 3 – Administratieve akte van verwaarlozing

De verwaarlozing van een woning, een gebouw of van een terrein wordt vastgesteld door een administratieve akte van verwaarlozing.

 

Bij de administratieve akte wordt het technisch verslag gevoegd volgens het model dat als bijlage bij dit reglement hoort.

 

Artikel 4 – Betwisting van vaststelling van verwaarlozing

 

De registerbeheerder stelt de houder van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de vaststelling van verwaarlozing en het voornemen tot opname van een verwaarloosd gebouw, een verwaarloosde woning of een verwaarloosd terrein in het verwaarlozingsregister. De kennisgeving omvat een kopie van de administratieve akte en het technisch verslag, samen met informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar huidig belastingreglement, informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk verwaarlozingsregister en over de mogelijkheid tot schrapping uit dat register.

Tegen de vaststelling en het voornemen tot opname in het verwaarlozingsregister kan beroep worden aangetekend bij het college van burgemeester en schepenen binnen de dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening.

Het beroep bevat minstens volgende gegevens:

1.  Identiteit, adres en eventueel hoedanigheid en volmacht van de indiener

2.  Aanwijzing van de administratieve akte en/of van het pand waarop het beroepschrift betrekking heeft.

3.  De bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten tot opname of dat voldaan is aan de vereisten tot schrapping.

Het college doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de betekening van het beroepschrift. Het verklaart het beroep ongegrond wanneer de toegang tot de woning of het gebouw, in het kader van een feitenonderzoek, geweigerd of verhinderd wordt.

De registerbeheerder betekent de beslissing aan de indiener per beveiligde zending.


Artikel 5 – Opname in het verwaarlozingsregister

 

Indien de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt overeenkomstig artikel 4, of indien het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de registerbeheerder het gebouw, de woning of het terrein in het verwaarlozingsregister op vanaf de datum van de administratieve akte van verwaarlozing. Het verwaarlozingsregister bevat volgende vermeldingen:

1.  Het adres en de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning, gebouw of terrein;

2.  De identiteit en het laatst gekende adres van de houder van het zakelijk recht;

3.  De datum van de administratieve akte;

4.  De feiten die aanleiding geven tot vrijstelling van de heffing, met vermelding van de begin- en einddatum van de vrijstelling;

5. Eventueel de datum van indiening van een betwisting zoals voorzien in artikel 4, en de datum en aard van de beslissing inzake die betwisting.

 

Artikel 6 – Schrapping uit het verwaarlozingsregister

 

De houder van het zakelijk recht kan bij de registerbeheerder een verzoek tot schrapping indienen.

Een woning, gebouw of terrein wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister, ambtshalve of op schriftelijk verzoek van de houder van het zakelijk recht, wanneer bewezen of vastgesteld wordt dat de woning, het gebouw of het terrein geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 2, negen punten of meer zouden opleveren.

Tegen een weigering tot schrapping door de registerbeheerder staat eveneens beroep open bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 4.

De registerbeheerder schrapt het gebouw op datum van de betekening van een verzoek tot schrapping of op datum van de ambtshalve vaststelling.

 

Hoofdstuk 3:  Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

Artikel 7 heffingstermijn en belastbaar feit

 

§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026  tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen, gebouwen of terreinen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister.

 

§ 2. De belasting voor een verwaarloosde woning, een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosd terrein is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning, het gebouw of het terrein gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister.

 

Zolang het verwaarloosd gebouw, de verwaarloosde woning of het verwaarloosd terrein niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

 

Artikel 8 belastingplichtige

 

§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende de woning, het gebouw of het terrein  op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§ 2. In geval van mede-eigendom of gezamenlijke uitoefening van een zakelijk recht is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar of mede-houder van het zakelijk recht belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in de geïnventariseerde woning, gebouw of terrein. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar of mede-eigenaar van het zakelijk recht is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het register.

Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de authentieke overdrachtsakte bezorgen aan de gemeente, binnen één maand na het verlijden ervan. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

 naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel,

 datum van de akte, naam en standplaats van de instrumenterende ambtenaar;

 onnauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt aan de overdrager van een zakelijk recht een administratieve geldboete van 250 euro opgelegd.

 

Artikel 9 berekeningsgrondslag en tarief

De basisbelasting wordt vastgesteld als volgt:

 1.500 euro per verwaarloosd gebouw

 1.500 euro per verwaarloosde woning

 1.500 euro per verwaarloosd terrein

 

De belasting wordt vermeerderd met 1.500 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden die de woning, het gebouw of het terrein in het register staat, tot een maximum van 7.500 euro.

 

Het aantal termijnen van twaalf opeenvolgende maanden dat een gebouw , een woning of een terrein op de inventaris staat, wordt herrekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

 

Indien een vrijstelling van de heffing werd toegekend en het pand, na het verstrijken van de duurtijd van de vrijstelling, nog steeds opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister dan wordt er herrekend en is de zakelijke gerechtigde op de eerst volgende peildatum de basisbelasting verschuldigd.

 

Artikel 10 vrijstellingen

 

§1. In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht van de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.

 

§2. Een vrijstelling van de heffing moet aangevraagd worden door de zakelijke gerechtigde. De heffing wordt niet automatisch toegekend door de administratie.

 

De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.

 

§3. Tijdens de periode van vrijstelling van de belasting blijft de woning, gebouw of terrein wel geïnventariseerd.

Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing alsnog betaald te worden.

 

§4. Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:

 

• de belastingplichtige die (mede)eigenaar is wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van de definitieve koopakte vrijgesteld.

 

§5. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw, de woning of het terrein:

 

• gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

 

• geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevings-vergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

 

• vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts tot twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;

 

• onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure,  deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.

 

• gerenoveerd wordt. Een woning of een gebouw wordt gerenoveerd als:

o het gaat om handelingen die stedenbouwkundig gezien vergunningsplichtig zijn en een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden kan voorgelegd worden én de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van verwaarlozing

o het niet gaat om vergunningsplichtige handelingen en er een renovatiedossier wordt voorgelegd, de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van verwaarlozing

Deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op datum toekenning van college voor stedenbouwkundige vergunning of renovatiedossier.

 

Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn.

Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door college van Burgemeester en Schepenen van een renovatiedossier. Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:

        vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk

        vernieuwing van de volledige dakbedekking

        vernieuwing van de volledige elektrische installatie

        vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)

        vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)

        vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)

        vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)

        vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)

De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst huisvesting en bevat de volgende zaken:

        foto’s voor en tijdens de renovatiewerken

        grondplannen voor en na de renovatiewerken

        eventueel facturen en goedgekeurde offertes

        een motivatienota met planning van de werken

        indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars

Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag;

 

Voor het uitvoeren van een energie-audit wordt door de gemeente een subsidie voorzien. De modaliteiten zijn raadpleegbaar op de website www.brasschaat.be.

 

§6. De vrijstellingen vermeld onder artikel 10 kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en zijn niet cumuleerbaar.

 

Artikel 11 wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 12 bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

 - e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

 - post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

 

Artikel 13 procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Artikel 14 bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

23 Belasting 2026-2031 op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen. Reglement inventarisatie. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van de belasting 2024-2025 op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.

 

Op 23 december 2016 besliste het Vlaams parlement om de Vlaamse heffing op ongeschikt- en onbewoonbaarheid vanaf het aanslagjaar 2017 niet meer te heffen in gemeenten met een eigen heffing op de woningen opgenomen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, op voorwaarde dat de eigen gemeentelijke belasting beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 2.5.1.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliiteit.

 

Voor de vestiging van de eigen gemeentebelasting is het verantwoord dat de gemeente gebruik maakt van de bestaande gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.

 

Om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de gemeente te vrijwaren moet de kwaliteit van de woningen op het grondgebied van de gemeente bewaakt worden. De fiscale handhaving voor ongeschikt- en onbewoonbaarheid is een essentieel element in het bewaken van dat grondrecht, aangezien het de eigenaar van een ongeschikte of onbewoonbare woning (dwingend) stimuleert om de opgelegde renovatiewerken uit te voeren.

 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

 

Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

Het decreet van 13 december 2013 betreffende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, art. 2.5.1.0.1;

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

Het Boek 3 deel 5 titel 2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Financiële gevolgen

De opbrengsten zijn afhankelijk van het aantal ongeschikte en onbewoonbare woningen.

 

BESLUIT eenparig:

 

Artikel 1 heffingstermijn en belastbaar feit

 

§ 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting geheven op de ongeschikte en onbewoonbare woningen, gelegen op het grondgebied van de gemeente, die opgenomen zijn in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen bedoeld in de artikelen 3.19 tot en met 3.23 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

§ 2. De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat die woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de gewestelijke inventaris.

 

Zolang de woning niet geschrapt is uit de gewestelijke inventaris, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden.

 

Artikel 2 belastingplichtige

 

§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.

 

§ 2. In geval van mede-eigendom of gezamenlijke uitoefening van een zakelijk recht is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar of mede-houder van het zakelijk recht belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in de geïnventariseerde woning. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar of mede-eigenaar van het zakelijk recht is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

 

Artikel 3 berekeningsgrondslag en tarief

 

De basisbelasting wordt vastgesteld als volgt:

 750 euro per ongeschikte of onbewoonbare kamer als vermeld in artikel 1.3, § 1, eerste lid, 25°, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 ;

 1.500 euro per ongeschikte of onbewoonbare woning die niet onder het begrip ‘kamer’ valt.

 

De belasting wordt vermeerderd met 750 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de kamer in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, tot een maximum van 3.750 euro.

 

De belasting wordt vermeerderd met 1.500 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen staat, tot een maximum van 7.500 euro.

 

Het aantal termijnen van twaalf opeenvolgende maanden dat een gebouw of een woning op de inventaris staat, wordt herrekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

 

Indien een vrijstelling van de heffing werd toegekend en het pand, na het verstrijken van de duurtijd van de vrijstelling, nog steeds opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister dan wordt er herrekend en is de zakelijke gerechtigde op de eerst volgende peildatum de basisbelasting verschuldigd.

 

Artikel 4 vrijstellingen

 

§1. In enkele gevallen kan de houder van een zakelijk recht  van de woning vrijgesteld worden van betaling van de heffing.

 

§2. Een vrijstelling van de heffing moet via beveiligde zending aangevraagd worden. De vrijstelling wordt niet automatisch door de administratie toegekend.

 

§3. Tijdens de periode van vrijstelling op de heffing blijft de woning wel geïnventariseerd.

Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, vervalt de vrijstelling en dient de heffing als nog betaald te worden.

 

§4. Van de heffing op verwaarlozing zijn vrijgesteld:

 

• de belastingplichtige die (mede)eigenaar is wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van de definitieve koopakte vrijgesteld.

 

§5. Een vrijstelling wordt verleend als de woning:

 

• gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;

 

• geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevings-vergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;

 

• vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts tot twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Onder ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning, waardoor de bewoning van de woning geheel of ten dele onmogelijk wordt;

 

• onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure,  deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod.

 

• gerenoveerd wordt. Een woning of een gebouw wordt gerenoveerd als:

o het gaat om handelingen die stedenbouwkundig gezien vergunningsplichtig zijn en een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden kan voorgelegd worden en de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van de ongeschikt/onbewoonbaarheid

o het niet gaat om vergunningsplichtige handelingen en er een renovatiedossier wordt voorgelegd én de werken zijn relevant volgens het technisch verslag van de ongeschikt/onbewoonbaarheid

Deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.

 

Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn.

Een vrijstelling op de heffing kan bekomen worden bij goedkeuring door college van Burgemeester en Schepenen van een renovatiedossier. Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:

        vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk

        vernieuwing van de volledige dakbedekking

        vernieuwing van de volledige elektrische installatie

        vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)

        vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)

        vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)

        vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)

        vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)

De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst huisvesting en bevat de volgende zaken:

        foto’s voor en tijdens de renovatiewerken

        grondplannen voor en na de renovatiewerken

        eventueel facturen en goedgekeurde offertes

        een motivatienota met planning van de werken

        indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars

Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag;

 

§6. De vrijstellingen vermeld onder artikel 4 kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en zijn niet cumuleerbaar.

 

Artikel 5 wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 6 bezwaarprocedure

§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

 

Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:

 - e-mail: debiteuren@brasschaat.be;

 - post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.

 

§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.

 

Artikel 7 procedure

De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.

 

Artikel 8bekendmaking

Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

24 Retributie op het voltrekken van huwelijken. Wijziging vanaf 1 januari 2026. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2022 houdende goedkeuring van de retributie 2023-2025 op de luister bij huwelijksplechtigheden.

 

De tijdstippen van de huwelijksplechtigheden worden vastgesteld van maandag tot en met zaterdag, uitgezonderd feestdagen. Op vrijwillig verzoek kan een trouwboekje afgeleverd worden.

 

Het voorstel tot tekstuele aanpassing van artikel 2: "Op zaterdagen kan er gehuwd worden tussen 9 en 12 uur."

 

Het is financieel aangewezen voormeld besluit met ingang van 1 januari 2026 te wijzigen en te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het artikel 165/1 van het Burgerlijk Wetboek.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 15.000 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2026 en voor een onbepaalde duur wordt een retributie geheven op het voltrekken van huwelijken op dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag en op het afleveren van een trouwboekje.

 

Art.2.- Het tarief van de retributie voor het voltrekken van huwelijken bedraagt 96,40 euro per huwelijk op dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag.

 

Het voltrekken van huwelijken op maandag is gratis.

Op zaterdagen kan er gehuwd worden tussen 9 en 12 uur.

Op feestdagen worden geen huwelijken voltrokken.

 

Art.3.- Het tarief voor het afleveren van een trouwboekje bedraagt 32,20 euro per stuk.

 

Art.4.- De retributie is verschuldigd door één van de aanvragers van het huwelijk.

 

Art.5.- De retributie moet voorafgaandelijk betaald worden door één van de aanvragers van het huwelijk op het ogenblik van het opstellen van de akte van aangifte van het huwelijk op het gemeentehuis. Deze betaling gebeurt tegen ontvangstbewijs. Wanneer de retributie niet betaald is, is de gemeente Brasschaat niet verplicht de dienst te leveren, die de aanvrager vrijwillig aangevraagd heeft.

 

Art.6.- Indien deze dienst, aangeboden door de gemeente Brasschaat, om welke reden dan ook niet kan plaatsvinden, dan zal de vergoeding door de gemeente terugbetaald worden aan de aanvrager van het huwelijk die de vergoeding vooraf betaald heeft.

 

Art.7.- Artikel 177 van het decreet Lokaal Bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

 

Art.8.- De retributies worden op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar, met afronding tot op 1 cijfer na de komma. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.

 

Art. 9-. Bezwaar

De betwisting moet grondig gemotiveerd zijn; een betwisting die gericht is op vertraging of uitstel van betaling wordt niet als een betwiste schuld aangezien.

De betwisting moet gebeurd zijn binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de betalingsuitnodiging of betaling ter plaatse.

De betwisting moet per brief of per e-mail gebeuren bij het college van burgemeester en schepenen, Verhoevenlei 11 te 2930 Brasschaat of debiteuren@brasschaat.be.

 

Art.10.-. Bekendmaking

De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

25 Retributie voor de afgifte van omgevingsvergunningen. Wijziging vanaf 1 januari 2026. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hoegaerts en zijn fractie zullen zich hier onthouden.  Volgens hem is dit één van de kerntaken van een gemeentebestuur.

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van de retributie voor afgifte van omgevingsvergunningen en het uitvoeren van opzoekwerk.

 

De huidige tarieven voor het afleveren van een omgevingsvergunning en bouwplannen werden geëvalueerd en zijn niet meer realistisch in vergelijk met de administratieve kost die hieraan verbonden is.

 

Het voorstel van het college om de tarievenstructuur te vereenvoudigen en op basis van de werklast een verhoogde dossierkost voor het afleveren van omgevingsvergunningen toe te passen en de kost voor het afleveren van een bouwplan te verhogen naar 20 euro.

 

De belasting op bouwen en verbouwen zal niet meer worden toegepast op omgevingsvergunningen die vanaf 1 januari 2026 door het college worden goedgekeurd . Op deze omgevingsvergunningen zal vanaf 1 januari 2026 een verhoogde dossierkost van toepassing zijn.

 

Het is financieel aangewezen om het besluit met ingang van 1 januari 2026 te wijzigen.

 

Juridisch kader

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).

Het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017 tot wijziging van diverse besluiten naar aanleiding van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

Besluit van de Vlaamse Regering tot codificatie van de decreten betreffende het Vlaams Woonbeleid van 17 juli 2020.

De Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 150.000 euro.

 

BESLUIT:

Met 28 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Ingeborg Hermans, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem, Kato Broos en Wouter Covens), 5 onthoudingen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).

 

Art.1.- Met ingang van 1 januari 2026 en voor een onbepaalde duur worden voor het administratief verwerken van omgevingsvergunningen, het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken en diverse administratieve stukken volgende retributies geheven:

 

1. het administratief verwerken van een meldingsdossier binnen de omgevingsvergunning: 75,00 euro per aanvraag;

 

2. het administratief verwerken van een omgevingsvergunning voor het rooien van bomen: 75,00 euro per aanvraag;

 

3. het administratief verwerken van een stedenbouwkundig attest of van een omgevingsvergunning zonder openbaar onderzoek: 150,00 euro per aanvraag;

 

4. het administratief verwerken van een omgevingsvergunning met openbaar onderzoek: 300,00 euro per aanvraag;

 

5. het administratief verwerken van een omgevingsvergunning met een milieuluik en openbaar onderzoek: 500,00 euro per aanvraag;

 

6. het organiseren van een projectvergadering: 60,30 euro per vergadering;

 

7. het administratief verwerken van een bijstelling van de voorwaarden van een omgevingsvergunning: 75,00 euro per aanvraag;

 

8. het administratief verwerken en het afleveren van een permanente drankvergunning: 21,40 euro per aanvraag;

 

9. het afleveren van een kopie van een vergund bouwplan: 20,00 euro per exemplaar;

 

10. uitvoeren van conformiteitsonderzoeken:

        In kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest: 75,30 euro

        Voor een conformiteitsonderzoek van een kamerwoning: een basisbedrag van 75,30 euro, verhoogd met 15,10 euro per kamer vanaf de zesde kamer; en met een maximum van 1.506,10 euro.

 Geen retributie verschuldigd:

        Voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring.

        In kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren.

        In kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure.

 

11. externe adviezen en de onkosten voor aangetekende zendingen worden tegen kostprijs teruggevorderd. 

Art.2.- De retributie is verschuldigd door de aanvrager.

 

Art.3.- De retributie wordt betaald bij de aanvraag en/of bij de aflevering van het gevraagde.

 

Art.4.- Vrijstellingen

Deze retributies worden niet toegepast voor aanvragen uitgaande van openbare besturen, openbare instellingen, rechterlijke overheden en intercommunales.

 

Sociale verhuurkantoren (SVK) zijn vrijgesteld van de retributie voor het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken wegens het afsprakenkader inhuurname van nieuwe SVK woningen.

 

Art.5.- De particulieren en de private instellingen die wensen dat de gevraagde administratieve stukken hun per post worden toegezonden, dienen het bedrag van de verzendingskosten vooraf aan de betrokken dienst over te maken, zelfs indien de afgifte van de stukken kosteloos is.

 

Art.6.- De retributies worden op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar, met afronding tot 1 cijfer na de komma. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.

 

Art.7.- Artikel 177 van het decreet Lokaal Bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit

te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale

schuldvorderingen. Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden

om de retributie in te vorderen.

 

Art. 8-. Bezwaar

De betwisting moet grondig gemotiveerd zijn; een betwisting die gericht is op vertraging of uitstel van betaling wordt niet als een betwiste schuld aangezien.

De betwisting moet gebeurd zijn binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de betalingsuitnodiging of betaling ter plaatse.

De betwisting moet per brief of per e-mail gebeuren bij het college van burgemeester en schepenen, Verhoevenlei 11 te 2930 Brasschaat of debiteuren@brasschaat.be.

 

Art.9.-. Bekendmaking

De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

Art.10.- Het gemeenteraadsbesluit van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van de retributie voor afgifte van omgevingsvergunningen en het uitvoeren van opzoekwerk wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

26 Retributiereglement taxistandplaatsen op de openbare weg. Wijziging vanaf 1 januari 2026. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 31 mei 2021 houdende goedkeuring van de voorwaarden tot het verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg en de hierop toepasselijke retributie 2022-2025.

 

Het retributiereglement werd geëvalueerd en het voorstel van het college om artikel 20 uit te breiden waarmee handhaving kan uitgevoerd worden.

 

Het is financieel aangewezen om met ingang van 1 januari 2026 het besluit te wijzigen en te hernieuwen.

 

Juridisch kader

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen.

Het Decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2020 betreffende tijdelijke noodmaatregelen voor het individueel bezoldigd personenvervoer naar aanleiding van de Coronacrisis.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 1.837 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Er wordt goedkeuring gehecht aan het gemeentelijk reglement houdende de voorwaarden tot het verkrijgen van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg, met tekst als volgt:

 

Gemeentelijk reglement en retributie met ingang van 1 januari 2026 op het uitreiken van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg.

Inhoud

Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2. - Machtigingsaanvraag

Hoofdstuk 3 – Retributie

Hoofdstuk 4 – Gebruik standplaatsen

Hoofdstuk 5 - Tarieven

Hoofdstuk 6 – Bijkomende machtigingsvoorwaarden

Hoofdstuk 7 – Handhaving

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Situering en toepassingsgebied

In aanvulling op de Vlaamse taxiregelgeving stelt dit reglement specifieke gemeentelijke voorschriften vast voor de machtigingen voor standplaatstaxi’s op het grondgebied van de gemeente Brasschaat.

Dit reglement herhaalt niet alle bepalingen van de genoemde Vlaamse regelgeving. Het herhaalt ook geen voorschriften uit de verkeerswetgeving, technische normen, enzovoort. Het moet daar dus steeds samen mee gezien en in acht genomen worden.

 

Hoofdstuk 2. Machtigingsaanvraag

Artikel 2. Niemand mag zonder gemeentelijke machtiging voor de exploitatie van een dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer vanaf een standplaats op de openbare weg die daarvoor voorbehouden is (hierna verder genoemd de machtiging), gebruik maken van de taxistandplaatsen op de openbare weg die zich op het grondgebied van de gemeente Brasschaat bevinden.

Artikel 3. De machtiging wordt slechts afgegeven aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die hetzij een taxivergunning heeft, hetzij samen met de machtigingsaanvraag een taxivergunning aanvraagt.

Artikel 4. De machtiging wordt aangevraagd bij het College van Burgemeester en Schepenen.

Artikel 5. In de machtigingsbeslissing van het College van Burgemeester en Schepenen wordt aan elk voertuig een identificatienummer toegekend. Elk identificatienummer kan slechts eenmaal worden toegewezen.

De exploitant ontvangt pas machtigingskaarten nadat hij van elk vergund voertuig de aankoopfactuur, de verzekeringspolis, het keuringsbewijs en het kentekenbewijs heeft voorgelegd.

Artikel 6. Onder de voorwaarden vastgesteld door de Gemeenteraad in dit reglement wordt de machtiging of de hernieuwing van de machtiging op het grondgebied van de gemeente Brasschaat uitgereikt door het College van Burgemeester en Schepenen binnen vijfenveertig dagen vanaf de dag waarop de aanvraag volledig is. Als het bevoegde college gedurende de voormelde termijn niet zetelt, wordt de termijn verlengd tot maximum zestig dagen. De weigeringsbeslissingen worden aan de aanvrager betekend.

De machtiging omvat de toelating voor het stationeren op eender welke standplaats op de openbare weg in de vergunningverlenende gemeente die voorbehouden wordt voor de taxi’s.

De houder van een machtiging kan op geen enkel ogenblik en op geen enkele manier een schadevergoeding eisen van de gemeente Brasschaat, wanneer taxistandplaatsen heringericht, verwijderd, verplaatst worden, tijdelijk niet inneembaar zijn, eventueel om redenen van openbare orde of openbaar nut.

Artikel 7 Het College van Burgemeester en Schepenen levert maximaal het aantal machtigingen af als het aantal taxivoertuigen dat de aanvrager in exploitatie heeft en waarvoor hij dus over taxikaarten of vergunningskaarten beschikt.

Er worden twee machtigingskaarten uitgereikt per voertuig waarvoor een machtiging wordt verleend.

De machtigingskaarten worden in het voertuig bevestigd, onderaan rechts op de achterruit en aan de rugleuning van de voorste passagierszetel.

Artikel 8. De duur van de machtiging valt samen met de duur van de taxivergunning en kan de duur van de taxivergunning niet overschrijden.

In afwijking van het eerste lid kan het College van Burgemeester en Schepenen gemotiveerd, wegens bijzondere omstandigheden, een machtiging voor een kortere duur dan de vergunning verlenen.

Een aanvraag tot hernieuwing van de machtiging moet, samen met alle vereiste bijlagen, ten minste twee maanden vóór het verstrijken van de machtiging, aan de gemeente overgemaakt worden.

Artikel 9. De norm voor het maximaal aantal standplaatstaxi’s op het grondgebied van Brasschaat bedraagt 30.

Artikel 10. Voor de goedkeuring van de machtiging geldt volgende voorrangsregeling:

1° de houders van een taxivergunning op basis van het decreet van 20 april 2001 die vergund waren om gebruik te maken van de standplaatsen blijven gemachtigd om de standplaatsen te gebruiken;

2° als het maximum aantal machtigingen nog niet bereikt is, komen vervolgens de aanvragers op een wachtlijst in aanmerking;

3° als het maximum aantal machtigingen na afhandeling van de wachtlijst nog niet bereikt is, of als er geen wachtlijst is, komen de andere aanvragers in aanmerking.

In elk van de in het eerste lid bepaalde mogelijkheden, krijgen zero emissie-voertuigen voorrang.

Artikel 11. De machtiging is persoonlijk en onoverdraagbaar. Na een voorafgaande toelating van het bevoegde college mag de echtgeno(o)t(e) of de duurzaam samenwonende partner of mogen bloed- of aanverwanten tot de tweede graad bij overlijden of permanente arbeidsongeschiktheid van de houder van de machtiging, onder dezelfde voorwaarden het gebruik van de taxistandplaatsen voortzetten tot het einde van de in de machtiging gestelde termijn. [analoog art. 9 decreet]

Een rechtspersoon kan de machtiging van een natuurlijk persoon die houder is van een machtiging voortzetten wanneer deze houder zijn machtiging inbrengt in deze rechtspersoon die hij opricht en waarvan hij de meerderheidsvennoot is, alsook de zaakvoerder.

Artikel 12. De machtiging dient afgehaald te worden binnen de drie maanden vanaf de datum van de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen. Na deze termijn vervalt de machtiging.

Artikel 13. Bij een met redenen omklede beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen kan de machtiging ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden of kan de hernieuwing van de machtiging worden geweigerd:

1° indien de exploitant de machtigingsvoorwaarden van dit reglement niet naleeft;

2° indien de exploitant om om het even welke reden (schorsing, intrekking, vrijwillige stopzetting…) niet langer over een taxivergunning beschikt.

Artikel 14. Tegen de in artikel 13 genoemde beslissingen, of in voorkomend geval bij ontstentenis van beslissing binnen de termijnen bepaald in artikel 6, kan een herzieningsaanvraag ingediend worden bij het College van Burgemeester en Schepenen. De herzieningsaanvraag moet worden ingediend met een beveiligde zending binnen vijftien dagen na de betekening van de weigering of binnen vijftien dagen na de datum waarop de termijnen bepaald in artikel 6 verstrijken die op de indiening van de aanvraag volgt.

Daarop organiseert de gemeente binnen de dertig dagen een hoorzitting.

Als daarna de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen wordt bevestigd, kan een beroep ingesteld worden bij de Raad van State.

 

Hoofdstuk 3 – Retributie

Artikel 15. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een onbepaalde duur wordt een retributie geheven op het uitreiken van een machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen op de openbare weg. De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de machtiging. De retributie bedraagt 367,41 euro per machtiging per jaar.

Artikel 16. Deze retributie is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de machtiging werd afgeleverd. Ze zijn jaarlijks verschuldigd en ondeelbaar ten laste van de houder van de machtiging vermeld op 1 januari van het kalenderjaar of op het moment van de afgifte van de machtiging.

Artikel 17. De vermindering van het aantal voertuigen of het niet langer gebruik maken van de taxistandplaatsen geeft geen aanleiding tot een retributieteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een machtiging of het buiten werking stellen van één of meer voertuigen voor welke reden dan ook. Het indienen van een klacht heft de invorderbaarheid van de retributie niet op.

Artikel 18. Het bedrag vermeldt in artikel 15 wordt op 1 januari 2026 en nadien jaarlijks aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2024.

Artikel 19. De betaling van de retributie dient te gebeuren binnen de 30 dagen vanaf het verzoek tot betaling op rekeningnummer van het gemeentebestuur.

 

Hoofdstuk 4 – Gebruik standplaatsen

Artikel 20. Bepalingen voor de taxistandplaatsen op de openbare weg

§1. Het college bepaalt de taxistandplaatsen (zowel het aantal als de locaties) op de openbare weg.

§2. De machtigingen zijn ook geldig voor tijdelijke taxistandplaatsen, goedgekeurd door het college (bijvoorbeeld bij evenementen)

§3. Het aantal voertuigen dat aanwezig is op een bepaalde standplaats op de openbare weg, mag in geen geval het aantal beschikbare plaatsen overschrijden.

§4. Op taxistandplaatsen met het symbool ‘elektrische voertuigen’ mogen alleen elektrische

taxivoertuigen stationeren.

 

Hoofdstuk 5 - Tarieven

Artikel 21. Bij vertrek van op de taxistandplaats met een klant moet de taxameter steeds in werking gesteld zijn.

Artikel 22 binnen de grenzen die de Vlaamse minister kan bepalen.

Artikel 23. De tarieven moeten zichtbaar uitgehangen worden in het voertuig waarvoor de machtiging geldt.

 

Hoofdstuk 6 – Bijkomende machtigingsvoorwaarden

Artikel 24. Vereisten voor de taxistandplaatsvoertuigen – emissienorm

Het voertuig voldoet aan de volgende emissienorm:

met ingang van 1 januari 2020:

als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit na 1 januari 2020: een minimale ecoscore van 71 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 66 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 56 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;

met ingang van 1 januari 2025:

a) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit voor 1 januari 2025: een minimale ecoscore van 71 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 66 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 56 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;

b) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit na 1 januari 2025: een minimale ecoscore van 74 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 71 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 61 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;

met ingang van 1 januari 2030:

a) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit voor 1 januari 2030: een minimale ecoscore van 74 voor voertuigen tot en met vijf zitplaatsen, van 71 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen en van 61 voor voertuigen met meer dan vijf zitplaatsen die voldoen aan de definitie van een minibus, vermeld in artikel 1, §2, 48, van het voormelde koninklijk besluit;

b) als het voertuig is ingeschreven bij de Dienst Immatriculatie van Voertuigen van de federale overheidsdienst Mobiliteit na 1 januari 2030: zero-emissie voor alle voertuigen.

Artikel 25. De machtiging is ook van toepassing voor tijdelijke taxistandplaatsen bij evenementen.

 

Hoofdstuk 7 – Handhaving

Artikel 26. Bij de vaststellingen van overtredingen op dit reglement, andere dan de overtredingen die al gevat zijn door artikel 31 §§ 1 en 2 van het decreet en door de tabel in bijlage 11 van het besluit, wordt een gemeentelijke administratieve sanctie toegepast, met een maximumbedrag van 350 euro en volgens de wet van 24 juni 2013.

 

Art.2.- Artikel 177 van het decreet Lokaal Bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen. Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

 

Art. 3-. Bezwaar tegen retributie

De betwisting moet grondig gemotiveerd zijn; een betwisting die gericht is op vertraging of uitstel van betaling wordt niet als een betwiste schuld aangezien.

De betwisting moet gebeurd zijn binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de betalingsuitnodiging of betaling ter plaatse.

De betwisting moet per brief of per e-mail gebeuren bij het college van burgemeester en schepenen, Verhoevenlei 11 te 2930 Brasschaat of debiteuren@brasschaat.be.

 

Art.4.-. Bekendmaking

De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

27 Retributie voor het parkeren van voertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg (blauwe zone). Wijziging vanaf 1 januari 2026. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het gemeenteraadsbesluit van 30 september 2024 houdende goedkeuring van de retributie voor het parkeren van voertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg (blauwe zone).

 

De verhoging van de parkeermogelijkheden vereist de controle op de beperking van de parkeerduur op de voorgeschreven plaatsen. Het aanleggen en verbeteren van de parkeermogelijkheden brengt voor de gemeente aanzienlijke lasten met zich mee.

 

Het reglement werd geëvalueerd en het voorstel van het college om een aantal tekstuele aanpassingen door te voeren. In artikel 1 dient het woord voertuig vervangen te worden door motorvoertuig. Artikel 2 dient uitgebreid te worden met de dagen en tijdstippen dat de blauwe zone van toepassing is. Van maandag tot en met zaterdag van 9 uur ’s morgens tot 18 uur ’s avonds tenzij de plaatselijke signalisatie anders aangeeft.

 

Het is financieel aangewezen om het besluit met ingang van 1 januari 2026 te wijzigen.

 

Juridisch kader

Het decreet van 16 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeertekens.

Het ministerieel besluit van 1 december 1975 tot vaststelling van de kenmerken van bepaalde schijven, bebakeningen, en platen die voorgeschreven zijn door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

Het koninklijk besluit van 1 december 1975 en latere wijzigingen betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode).

Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.

Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.

De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gecoördineerde onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 80.000 euro.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Toepassingsgebied

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een onbepaalde duur wordt een retributie gevestigd op het parkeren van een motorvoertuig daar waar het gebruik van de parkeerschijf verplicht is.

 

Art.2.- Richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf

Bij inname van een parkeerplaats waar het gebruik van de parkeerschijf verplicht is, dient de aankomsttijd (de pijl van de parkeerschijf dient geplaatst te worden op het streepje dat volgt op het tijdstip van aankomst bij inname van de parkeerplaats) verplicht aangeduid te worden op de parkeerschijf en dient deze zichtbaar en leesbaar aangebracht te worden achter de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.

 

Het gebruik van automatische parkeerschijven is verboden.

Het plaatsen van meerdere parkeerschijven in het voertuig is verboden.

Het wijzigen van de aankomsttijd zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten is verboden.

 

De blauwe zone is van toepassing van maandag tot en met zaterdag van 9 uur 's morgens tot 18 uur 's avonds tenzij de plaatselijke signalisatie anders aangeeft.

 

Art.3.- Retributieplichtige

De retributie geldt per geparkeerd voertuig en is verschuldigd door de houder van de nummerplaat, dan wel door de gebruikelijke bestuurder wanneer het voertuig is ingeschreven op naam van een rechtspersoon en die rechtspersoon de gebruikelijke bestuurder heeft laten registreren in de Kruispuntbank van de voertuigen.

Art.4.- Tarieven

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

● gratis voor de parkeertijd die toegelaten is ingevolge de aangebrachte verkeerssignalisatie en op voorwaarde dat de richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf werden nageleefd overeenkomstig de bepalingen van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

● er is een forfaitaire retributie verschuldigd van 30,00 euro wanneer er in het geparkeerde voertuig geen parkeerschijf is aangebracht conform het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer of wanneer de toegelaten gratis parkeertijd overschreden werd. Deze forfaitaire retributie geeft recht op een parkeertijd  vanaf het ogenblik van de vaststelling van de retributie en tot uiterlijk het einde van de kalenderdag. Dit forfaitair tarief is enkel geldig in de blauwe zone waar het voertuig geparkeerd stond op het ogenblik van de vaststelling van de retributie.

 

Art.5.- Betaling

De betaling van de retributie dient te gebeuren binnen de 5 kalenderdagen door overschrijving overeenkomstig de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet dat op verzoek wordt overhandigd of door de aangestelde op het voertuig wordt aangebracht.

 

Art.6.- Vrijstellingen

 

Voertuigen die geparkeerd staan voor de inrij van eigendommen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht, zijn vrijgesteld van het plaatsen van de parkeerschijf en dus van de retributie.

 

De bepalingen van dit reglement zijn niet van toepassing op de motorvoertuigen gebruikt door personen met een handicap, voor zover de speciale kaart, bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zichtbaar en leesbaar achter de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig is aangebracht.

 

Art.7.-

De retributie wordt op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar, met afronding tot 1 cijfer na de komma. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.

 

Art.8.- Artikel 177 van het decreet Lokaal Bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit

te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale

schuldvorderingen. Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden

om de retributie in te vorderen.

 

Art. 9-. Bezwaar

De betwisting moet grondig gemotiveerd zijn; een betwisting die gericht is op vertraging of uitstel van betaling wordt niet als een betwiste schuld aangezien.

De betwisting moet gebeurd zijn binnen de vijftien kalenderdagen volgend op de betalingsuitnodiging of betaling ter plaatse.

De betwisting moet per brief of per e-mail gebeuren bij het college van burgemeester en schepenen, Verhoevenlei 11 te 2930 Brasschaat of debiteuren@brasschaat.be.

 

Art.10.-. Bekendmaking

De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

 

Art.11.-

Het gemeenteraadsbesluit van 30 september 2024 houdende goedkeuring van de retributie voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit.

 

 

Publicatiedatum: 27/01/2026