Zitting van maandag 30 september 2019

Van 21:00 uur

Locatie raadzaal, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat

 

Aanwezig:

Tom Versompel - voorzitter

Myriam Van Honste, Philip Cools, Goele Fonteyn, Inez Ven, Carla Pantens en Karina Hans - schepenen

Dirk de Kort, Dimitri Hoegaerts, Bart Brughmans, Jef Konings, André Van Mechelen, Niels de Kort, Luc Van der Schoepen, Rudi Pauwels, Lisa Buysse, Karin Willemen-Beyers, Christophe Thomas, Robrecht Eeman, Bart Thijs, Walter Vermeulen, Bruno Heirman, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Joris Van Cauwelaert, Dieter Heughebaert, Ingeborg Hermans, Greet Verbert, Tom Thys en Kasper Vanpoucke - raadsleden

Ward Schevernels - algemeen directeur

Afwezig:

Jan Jambon - burgemeester

Adinda Van Gerven - schepen

Shana Claessens - raadslid

 

1 van 1

 

Overzicht punten

 

 

1 Goedkeuring notulen en zittingsverslag van de zitting van 26 augustus 2019. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Op 26 september 2019 vond een zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn plaats. Aan de raad wordt verzocht het verslag goed te keuren.

 

Juridisch kader

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De notulen en het zittingsverslag van de zitting van 26 september 2019 worden goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 14/11/2019
Overzicht punten

 

 

2 Zorgbedrijf Brasschaat. Wijziging vertegenwoordigers. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

De CD&V fractie draagt Shana Claessens voor als lid van de algemene vergadering en als bestuurder van de raad van bestuur van Zorgbedrijf Brasschaat.

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het Zorgbedrijf Brasschaat (ZBB) is, conform het decreet Lokaal Bestuur, een welzijnsvereniging met rechtspersoonlijkheid. Het heeft een algemene vergadering en een raad van bestuur waarin de deelgenoten vertegenwoordigd moeten zijn.

Het ZBB kent één deelgenoot, met name OCMW Brasschaat.

 

De algemene vergadering bestaat uit

          12 vertegenwoordigers van OCMW Brasschaat aangeduid door de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

De raad van bestuur bestaat uit:

          vier bestuurders met stemrecht, aan te duiden door de raad voor maatschappelijk welzijn

          twee onafhankelijke bestuurders met raadgevende stem, zonder stemrecht, aan te duiden door de algemene vergadering op voordracht van de raad van bestuur;

          de algemeen directeur van OCMW Brasschaat, met raadgevende stem, zonder stemrecht.

 

De vertegenwoordigers werden op 25 februari 2019 door de raad voor maatschappelijk welzijn aangewezen, op voordracht van de fracties, en dit bij geheime stemming in één enkele stemronde. Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn beschikte daarbij over één stem.

 

Daarbij werd Babs De Vocht verkozen als vertegenwoordiger in de de algemene vergadering en als lid van de raad van bestuur.

 

Op 17 september 2019 heeft Babs De Vocht ontslag genomen als raadslid. Het is aangewezen haar te vervangen in de algemene vergadering en raad van bestuur van Zorgbedrijf Brasschaat.

 

Krachtens artikel 484 van het decreet lokaal bestuur kunnen, als het mandaat van afgevaardigde in de bestuursorganen een einde neemt, de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de lijst die het betreffende lid heeft voorgedragen, samen een kandidaat-lid aanwijzen.

 

Babs De Vocht is vanop de CD&V-lijst verkozen als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn. Het komt CD&V toe een raadslid voor te dragen als bestuurder in het zorgbedrijf.

 

Juridisch kader

Artikel 474 en volgende van het decreet lokaal bestuur

Statuten van het Zorgbedrijf Brasschaat

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- .Shana Claessens wordt verkozen als lid van de algemene vergadering en als bestuurder in de raad van bestuur van Zorgbedrijf Brasschaat

 

Art.2.- De raad voor maatschappelijk welzijn is aldus vertegenwoordigd in de algemene vergadering van Zorgbedrijf Brasschaat met volgende 12 vertegenwoordigers:

- Rudi Pauwels

- Karina Hans

- Tom Versompel

- Jef Konings

- Greet Verbert

- Walter Vermeulen

- Tom Thys

- Shana Claessens

- Christophe Thomas

- Joris Van Cauwelaert

- Bart Thijs

- Erwin Callens

 

Art.3.- Namens OCMW Brasschaat zijn volgende 4 vertegenwoordigers aangeduid voor de raad van bestuur van Zorgbedrijf Brasschaat:

- Shana Claessens

- Karina Hans

- Erwin Callens

- Tom Versompel

 

 

Publicatiedatum: 14/11/2019
Overzicht punten

 

 

3 Jaarverslag sociale dienst. Kennisneming. - KENNISGENOMEN

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hermans geeft aan reeds maanden geleden haar vragen te hebben doorgestuurd en ze heeft daar ook een uitgebreid antwoord op gekregen. Zij vraagt of haar vragen doorgestuurd kunnen worden naar alle raadsleden. Tevens vraagt ze de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn of zij de voorgelegde verslagen hebben doorgenomen en Zij bijkomende vragen hebben. Raadslid Hermans geeft aan dat haar ervaring leert dat het zeer nuttig is om dergelijke informatie aan iedereen te bezorgen zodat men iets kan bijleren over deze materie en dat dit een goed inzicht kan geven hierover. In de bijlagen aan dit punt heeft ze evenwel geen vragen terug gevonden.

 

Schepen Hans antwoordt dat er geen bijkomende vragen werden bezorgd. Het jaarverslag werd ook toegelicht op de algemene commissie en ze heeft hierover verder geen vragen gekregen. De cijfers zijn wat ze zijn. Ze geeft aan dat dat verdere vragen vragen nog altijd gesteld mogen worden, maar dat Brasschaat2012 inderdaad tot op heden de enige was die vragen heeft gesteld. De vragen zullen ter informatie doorgestuurd worden naar alle raadsleden.

 

Raadslid Eeman geeft aan kennis te nemen van een verslag waar een degelijk beeld wordt geschetst van de werking en dat dit wordt weergegeven door heel wat cijfermateriaal en grafieken. De verschillende werkterreinen van de sociale dienst worden uitvoerig besproken. Hij wenst alle medewerkers, de maatschappelijk werkers en de vrijwilligers namens zijn fractie proficiat te wensen voor hun dagelijkse inzet voor alle hulpvragers en zwakkeren in onze gemeenschap. De fractie hoopt dat er in de loop van de komende jaren niet zal bespaard worden op personeel en diensten.

Beslissing

 

 

Art.1.- Neemt kennis van het jaarverslag 2018 van de algemene sociale dienst, dienst tewerkstelling en KABAS.

 

 

Publicatiedatum: 14/11/2019
Overzicht punten

 

 

4 Jaarverslag LOI. Kennisneming. - KENNISGENOMEN

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hermans vraagt of er over dit jaarverslag bijkomende vragen zijn gesteld en indien ja, of men daar dan een inzicht van kan krijgen.

 

Schepen Hans antwoordt dat er ook hier geen bijkomende vragen werden gesteld.

 

Raadslid Eeman zegt dat dit jaarverslag ook een inzicht geeft met betrekking tot de werking van 2018. Het is goed gedocumenteerd met cijfers en hierdoor krijgt men een goed beeld over het aantal personen die begeleid worden bij nieuwe woonsten enzovoort.

Hij leest ook dat de inhoudelijke werking met betrekking tot taallessen, inburgering, kinderonderwijs, medische omkadering en vrije tijd goed beschreven wordt. Het verslag verwijst in de algemene evaluatie naast de positieve zaken op lokaal vlak ook naar een aantal knelpunten die zijn fractie zorgen baart en meer bepaald over de complexiteit van de regelgeving en de lange wachtlijsten met betrekking tot sociale woningen en het sociaal verhuurkantoor. Het feit dat mensen na een genomen beslissing over hun woonsituatie een tweede keer op korte termijn moeten verhuizen wat een nefaste impact heeft op deze gezinnen en zeker voor gezinnen met kinderen die bijvoorbeeld opnieuw van school moeten veranderen Dit zorgt voor een bijkomende vertraging van integratie en bemoeilijkt de wachtlijsten met betrekking tot inburgering en taallessen. Hij bedankt opnieuw ook alle betrokken medewerkers die zich hier dagelijks voor inzetten.

Beslissing

 

 

Art.1.- Neemt kennis van het jaarverslag 2018 LOI.

 

 

Publicatiedatum: 14/11/2019
Overzicht punten

 

 

5 Poets- en karweidienst toekomst: plan van aanpak. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Brughmans stelt dat hij zich had voorgenomen om zich als uittredend voorzitter eerder terughoudend te willen opstellen maar dat hij hierbij nooit gedacht zou hebben om hiermee op zo een korte termijn mee geconfronteerd zou worden en hij zich genoodzaakt ziet om hier tussen te komen. Hij merkt op dat de versnelde afbouw van het sociale beleid in de gemeente Brasschaat wordt verder gezet. Nadat eerder in juni van dit jaar de coördinatie van het lokaal sociaal beleid werd uitbesteed aan een derde partij en de gemeente op die manier haar regierol over het sociale beleid volledig afstootte, worden nu de poets- en karweidienst als pop-up in de etalage gezet.

 

Omdat het geen kerntaak is van de gemeente en dit 375.000 euro per jaar kost zegt het OCMW dat de klanten naar dienstenchequebedrijven moeten.

Men kan debatteren over het feit of het al dan niet een kerntaak is of over de kostprijs van de dienstverlening, maar laten we het dan doen over de gehele dienstverlening van de gemeente en het OCMW. De sociale dienstverlening kan volgens hem ook met andere maatstaf worden beoordeeld. Het OCMW, dat immers verplicht wordt om een analytische boekhouding te voeren waarbij elke uitgave of kost onmiddellijk toewijsbaar was, laat eenvoudiger toe om de cijfers te beoordelen terwijl dit bij de gemeentelijke boekhouding absoluut niet het geval was.

Hij vindt dan ook dat men zich niet mag blind staren op enkel een bedrag van 375.000 euro want als we hetzelfde zouden toepassen bij andere aspecten van de dienstverlening gemeente evenmin verplikcht is dit als dienstverlening aan te bieden zoals bijvoorbeeld sport, cultuur, etc., dan zou de gemeente wel eens erg in verlegenheid kunnen komen, denkt hij.

 

De CD&V fractie betreurt dan ook dat deze dienstverlening voor kwetsbare senioren vanuit het OCMW wordt afgebouwd. Overal in Vlaanderen wordt vanuit de lokale besturen ingezet op een gemeentelijk beleid waarbij senioren zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, en dit met een aangepaste hulpverlening. De gemeente heeft ook hierin een coördinerende rol. Doordat onze maatschappelijke werkers van het OCMW bij senioren aan huis komen in het kader van hulp door poets- of karweidienst, ontdekken we dikwijls nog andere noden.

 

Volgens zijn fractie verliest het sociaal beleid van Brasschaat door deze maatregel elke voeling met de sector van de thuiszorg. En dit op een moment waar alle gemeentebesturen fors investeren en zich volledig voorbereiden op de essentie van het nieuwe woonzorgdecreet. Een woonzorgdecreet waarvan de belangrijkste regels vanaf 1 januari 2020 in werking treden. Dit decreet kiest ervoor om alle zorg -en hulpverlening voor senioren verplicht te laten verlopen via erkende diensten voor gezinszorg en dit via een samenwerking tussen de OCMW’s, de zorgbedrijven en hiervoor erkende diensten. En juist dit professionele en deskundige aanbod aan thuiszorg en thuisverpleging voor senioren is enorm uitgebreid in Brasschaat en uitgebouwd rond een netwerk van professionele organisaties zoals Villers, Familiehulp, Huize Maria, de ziekenfondsen enzovoort.

 

Eind vorig jaar heeft de raad voor maatschappelijk welzijn beslist om zelf geen erkenning aan te vragen voor de reguliere poetsdienst, omdat men stilaan evolueerde naar een 100% poetsdienst met dienstenscheques. Maar wel vanuit de optiek om over te schakelen naar het nieuwe woonzorgdecreet en dus op zoek te gaan naar samenwerking. Het bestuur stelt nu voor om “out of the blue” alles op te doeken. Hiermee kleurt het beleid volledig buiten de Vlaamse lijntjes. Hij vraagt of de keuze van het gemeentebestuur daaraan is getoetst. Hij vreest dat dit een retorische vraag is waarop hij het antwoord al kent.

 

Hij zegt dat de grootste slachtoffers daarbij de senioren zijn die geholpen moeten worden. Want de Vlaamse regering vandaag heeft aangegeven dat ze nog meer wil inzetten op het principe van de persoonsvolgende budgetten en bijhorende persoonlijke financiering waardoor er minder naar de koepels en inrichtende organisaties gaat. Het decreet hiervoor werd vorige legislatuur alreeds goedgekeurd en dit treedt binnenkort dan ook in voege. De senioren die eender welke tegemoetkoming krijgen, zullen deze uitsluitend kunnen aanwenden om bijvoorbeeld poetshulp of karweihulp in te kopen bij een erkende organisatie voor gezinszorg. Niet bij een privaat dienstenchequebedrijf. Hij hoopt dat de meerderheid dit goed beseft.

 

Hij vraagt waarom het gemeentebestuur de bestaande professionele organisaties niet beschouwt als bevoorrechte partners zoals het decreet voorziet en aanmoedigt. Zij hebben maatschappelijk werkers in huis en een ruimere kijk op de leefwereld van senioren dan commerciële dienstenchequebedrijven. Nu gaat de gemeente gewoon de markt op. Het gemeentebestuur stelt dat het personeel elders aan de slag zal kunnen en wordt hierin begeleidt… het zou er nog aan moeten mankeren.

 

Hij zegt dat er bovendien 5 jaar geleden een eigen publiek Zorgbedrijf Brasschaat is opgericht, waarvan de statuten uitdrukkelijk toestaan dat dit zorgbedrijf een poetsdienst organiseert. Hij vraagt waarom de OCMW-poetsdienst niet wordt ondergebracht in het Zorgbedrijf zodat de ruime deskundige dienstverlening aan de senioren gewaarborgd wordt en er voor de medewerkers een toekomst kan verzekerd worden binnen de organisatie. Zo kunnen de maatschappelijk werkers beter blijven inspelen op de zorgen van de ouder wordende bevolking. Hij merkt op dat de exploitatie van het Zorgbedrijf in 2020 terug heronderhandeld moet worden en dit de ideale gelegenheid zou zijn om zoiets aan te pakken. Hij vraagt daarom of deze maatregel getoetst is aan het woonzorgdecreet en of de piste is onderzocht om de poetsdienst en karweidienst onder te brengen bij het eigen publiek zorgbedrijf Brasschaat.

 

CD&V keurt deze piste van de meerderheidscoalitie dan ook uitdrukkelijk af.

 

Raadslid Eeman citeert Jan Jambon: “jobs jobs jobs”, en zegt dat dit een uitspraak over jobcreatie is van meneer Jambon die tot in het oneindige is herhaald in debatten, tussenkomsten, interviews, verkiezingscampagnes en behoorde zelfs tot één van de eerste zinnen vandaag op een gegeven persconferentie. Maar in Brasschaat gaat hij verder, waar meneer Jambon zelf de touwtjes in handen heeft, wordt er aan jobafbouw gedaan onder het eigen personeel. Hoe men het ook draait of keert, uiteindelijk zal er geen poets- of karweidienst meer zijn. Dat betekent een afbouw van meer dan 28 voltijdse jobs of zoals in dit geval 58 personen minder.

 

Hij merkt op dat de beslissing in de sterren stond geschreven toen zijn fractie het bestuursakkoord in januari van dit jaar bestudeerde. Het was volgens zijn fractie een vaag bestuursakkoord waar er geen enkel antwoord werd geboden op de grote financiële uitdagingen waar de gemeente voor staat. Hij zegt dat er al werd verwittigd voor het “boomerang-effect” met de taxshift en de stijging van de pensioenlasten en hij citeert rechtstreeks uit zijn eerdere tussenkomst: “Het wordt dus een besparingscoalitie. Wij vrezen dat dit vooral ten koste van het gemeente- en OCMW personeel en het sociale beleid zal zijn.” Zijn fractie stelt vast dat er nog geen jaar verstreken is en dat dit reeds bewaarheid wordt.

 

De motivatie van het bestuur luidt “het is geen kerntaak meer van de gemeente”. Schepen Hans zegt zowel in haar motivatie in kranten als op ATV dat de poetsdienst van het OCMW herleid is tot de poetshulp die de concurrentie aanbiedt. Er wordt een beeld geschetst waaruit men wil laten blijken dat de leeftijd, de hulpbehoevendheid en de financiële mogelijkheden van de klanten niet verschillen met de klanten van de privébedrijven. Men zegt dat zowel u als ik kan gebruik maken van onze poetsdienst. Raadslid Eeman geeft aan dat hij er zelf inderdaad ook gebruik van zou kunnen maken maar dat hij bewust voor kiest dit niet te doen en hij veronderstelt de leden van het college ook niet.

Uit het antwoord op een gestelde vraag via het secretariaat blijkt er dat er van de 448 klanten die in 2018 gebruik maakten van de poetsdienst, er slechts 38 klanten waren jonger dan 65 jaar. Dit betekent slechts 8,5% van het totaal en hij stelt dan ook dat er niet zoveel klanten zijn zoals hijzelf of de schepen. Verder sluit hij niet uit dat er zelfs ook in die groep er nog mensen zijn die hulpbehoevend zijn door een bepaalde vorm van invaliditeit. De vergelijking en motivatie gaat dus voor zijn fractie totaal niet op. Hij vraagt of men dat cijfer kan bevestigen.

 

Inzake het unieke karakter van de poetsdienst stelt hij dat onze poetsdienst meer doet dan enkel poetsen. Als er een aanvraag is volgt er een intakegesprek met een medewerker van het OCMW. Hierdoor kan men ook andere noden opsporen en hier onmiddellijk op inspelen. De drempel tot het aanvragen van hulp wordt hier verlaagd omdat men zelf naar ouderen en hulpbehoevenden gaat. Ook vormde het personeel de ideale verbindingspersoon om signalen op te vangen tijdens hun werk in wisselwerking van het OCMW. Dit kan men niet compenseren met een meldpunt of projecten ter voorkoming van eenzaamheid bij ouderen. Dit is ook geen taak van privé poetsdiensten. Het personeel heeft bij hun sollicitatie aan duidelijk gekozen te hebben voor poetshulp omwille van het sociale aspect van de job. Ze zorgen er in de eerste plaats voor dat het huis proper is, maar doen zo veel meer. En dat zo veel meer dreigt weg te vallen en vormt de grootste bekommernis van de poetsvrouwen. Ze zijn begaan over het verlies van hun job, maar ze zijn vooral begaan met hun klanten, voor wie ze zo veel meer betekenden als enkel poetshulp. En hij citeert uit de gesprekken die hij heeft gehad met een aantal van hen: “Ja, ik deed soms steunkousen aan bij mijn klant voor de thuisverpleging aan kwam. Ja, ik waste de voeten van mijn zorgvrager zodat dit minstens één keer per week gebeurde. Ja, ik bood ondersteuning bij dringend, moeilijk mailverkeer. Ja, als ik boodschappen deed voor mezelf kocht ik koffiebonen voor mijn klant die zelf niet meer tot in de winkel geraakt. Ja, ik verving een nieuwe lamp en stak een nieuwe vijs in een stoel die op doorzakken stond. Ja, ik programmeerde de opnames van thuis en familie zodat ze geen van beide zouden missen. En ja, ik dronk samen een tas koffie en at een speculaasje tussen het poetsen door en luisterde vooral over hun verhalen over eenzaamheid, over verdriet bij een sterfgeval of geldproblemen. Ja, ik belde de dokter en regelde via het OCMW dat er thuisverpleging kwam want er zijn mensen zonder familie of mantelzorgers.

En neen, gaat hij verder, privébedrijven zullen deze taken niet overnemen. Bij hen gaat het vooral over het poetsen. Ook al probeert men het personeel samen met hun klanten over te dragen naar een ander bedrijf, want dit is wat men zegt aan het personeel: “neem uw klant mee naar de privé”. Men lijkt respect te tonen over de binding tussen poetsvrouw en klant maar eigenlijk is men graag van beide partijen vanaf.

 

Hij zegt dat alternatieven zoals gezinscoaching en dergelijke ter compensatie respect verdienen, maar ze zullen niet voldoende zijn. Men zegt dat de poets- en karweidienst niet meer behoort tot de kerntaken. Indien men, voor dit dossier plots op de algemene commissie kwam, een overleg had gedaan met vakbonden en personeel, zou men misschien anders nagedacht hebben over de uitspraken. Men had al beslist en iedereen werd in snelheid gepakt. Daags na de commissie konden de raadsleden, het personeel en de klanten het bericht in de krant lezen. Hij vindt dit ronduit beschamend. Als de poets- en karweidienst niet meer tot de kerntaken van de gemeente behoren, dan daagt hij iedereen uit om een kritische blik te werpen op andere initiatieven die worden genomen en waar veel geld wordt aan gespendeerd.

 

Hij vraagt vandaag te beslissen om de poets- en karweidienst te behouden. De fractie, de poetsdienst, klanten en andere oppositiepartijen proberen het bestuur ervan te overtuigen dat het niet behouden een groot verlies zou betekenen voor het welzijn van hulpbehoevenden en personeel. Stap af van het principe dat een meerderheidscoalitie alleen het recht heeft om te weten wat hun kiezers willen want in dit geval zit de meerderheid er volgens hem lelijk naast.

Omwille van deze gevoeligheden vraagt de fractie een hoofdelijke stemming.

 

Raadslid Hermans zegt sinds vorige week geconfronteerd te zijn geworden met het uitdoofscenario voor de poets- en karweidienst. Een zeer cruciale dienstverlening en sinds jaren verbonden aan het OCMW. Diensten die hun succes bewezen hebben en, voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om gewoonweg “bij een klant de vloer te gaan dweilen” of “bij een klant een tak te gaan afzagen”. Het gaat volgens haar  over een veel dieper liggend gevoel, het gaat over een bepaalde interactie tussen klant en OCMW medewerker, dat soort contact dewelke mede door de geëngageerdheid, de professionaliteit en het grote eergevoel dat deze mensen, dagdagelijks jarenlang werd mogelijk maakt. Dit is iets om als gemeente echt trots op te zijn.

Niet enkel de trouwe medewerkers zijn boos, gechoqueerd en verontwaardigd. Neen, ook de mond van de raadsleden viel open bij het horen van de besparingsplannen die men met dit voorstel beoogt.

Bovenop deze beslissing, durft men in vraag te stellen of het “verlenen van deze diensten” wel een “kernopdracht “ is van het OCMW. Men kan natuurlijk steeds en altijd alles in twijfel trekken en zo deze besparingsbeslissing voor het geweten draagbaarder maken, maar volgens onze fractie had men beter tijd uitgetrokken om de OCMW-wet eens grondig na te lezen. Onze vragen zouden indien er een  goed begrip van de tekst en de intentionele boodschap zou zijn dan allicht niet gesteld moeten worden.

Het toont en zegt heel veel over de meerderheidspartijen, die zonder blikken of blozen zulk voorstel amper 13 dagen voor aanvang van het uitdoofscenario openbaar maken.

 

Brasschaat2012 heeft los van deze bedenkingen heel veel vragen. Waarom werd dit plan niet op voorhand doorgesproken met het desbetreffende personeel en de vakorganisaties? Waarom werd men van dit gremium pas vorige week op de algemene commissie op de hoogte gesteld? Waarom werd er in de nacht, volgend op de algemene commissie, al een persbericht de wereld ingestuurd, alvorens het personeel om 8.00 uur zelf te informeren? Waar is het respect en vertrouwen voor zowel de raadsleden als al de OCMW medewerkers? Op zijn zachtst gezegd vindt Raadslid Hermans dit een laffe houding en dit puur uit schrik voor sociale onrust.

 

Zij stelt dat men zich blind staart en verleid wordt voor een besparing van 361.483 euro en zich verstrikt in de netten van de economische en cijfermatige benadering.

Dat men daar bovenop nog aan die trouwe medewerkers vriendelijk vraagt om vooral niets te zeggen aan de klanten tart werkelijk alle verbeelding. Men moet doen alsof hun neus bloedt terwijl men sinds een week wakker ligt over hun onzekere toekomst en hun harten bloeden. Dit is niet te bevatten.

Zij merkt op dat er tot vanmorgen geen enkel democratisch overleg plaatsvond en dan nog omdat het waarschijnlijk niet anders ging. Geen debatcultuur, geen luisterend oor voor de professionele ervaring van de medewerkers. Woorden schieten haar tekort bij zoveel misstappen in dit dossier en dit alles zo geconcentreerd op een paar dagen.

 

De plannen van o.a. uitdoven en uitverkoop naar de privé, die volgens het bestuur de medewerkers met open armen zullen ontvangen, werden in de donkere achterkamers van de secretariaten bedisseld. Zij zegt te twijfelen aan enige realiteitszin. Zij richt zich rechtstreeks tot de bestuurders van de meerderheid en zegt zulke plannen van sociale afbraak en uitverkoop van betrouwbare werkkrachten met de fractie niet goed te keuren en heel overtuigend nee te zullen stemmen.

 

Raadslid Van der Schoepen zegt dat wat het sociale luik betreft en na de overheveling van het woon- en zorgcentrum Vesalius naar de privésector enkele jaren geleden, het uitdoofscenario van de poets- en karweidienst binnen het OCMW hen niet verbaast. Een grondige sanering van de overheidsfinanciën stond immers al in de sterren geschreven of nog beter, het staat in de analen van de beleidsvisie geschreven. Structuren die volgens die visie meer geld kosten dan dat ze opbrengen worden zonder meer platgewalst ongeacht de reden van hun bestaan. Dat is de beleidsvisie, dat is de opdracht.

Hij merkt op men met leden ogen moet toezien dat met deze grondige sanering het kind met het badwater wordt weggegooid. Dat kind heet bij deze ‘kerntaak van de overheid’.

Hij merkt op dat dit bestuur vindt, ongeacht het sociale aspect, dat de poets- en karweidienst geen echte kerntaken zijn van de gemeente, noch van het OCMW.

Dat net ouderen en hulpbehoevenden zich moreel gesteund voelen door de nabijheidspolitiek van de lokale overheid mag niet onderschat worden.

Voor de ouderen betekent het dat de overheid iets kan terugdoen als dank voor levenslang bewezen diensten, voor de hulpbehoevenden betekent het dat hun lokale overheid begrip heeft voor de vaak penibele levensomstandigheden waarin ze verkeren. Hij betwijfelt of privéondernemingen genoeg affiniteit hebben voor het sociale aspect dat net werd beschreven. Hij vindt dat er lessen moeten getrokken worden uit het verleden, waar men heeft geleerd dat het in de privésector eerder om de winsten is te doen en minder om het sociale aspect.

 

In de voorgelegde cijfers ontbreekt het aandeel van het oorspronkelijke doelpubliek. Hij vraagt wat de kosten en baten zijn ten opzichte van de categorie overige gebruikers. En of de noodlijdenden in de privésector nog kunnen genieten van de sociale voordeeltarieven.

Van bezuinigen op overheidsfinanciën is in deze echter geen sprake omdat er tegenover uitgaven ook inkomsten staan. Dus als de inkomsten weggenomen worden dan zijn er alleen maar uitgaven, dus het is niet echt een besparingsmaatregel.

 

Het personeel van de poets- en karweidienst vormt een belangrijk instrument dat wordt bekleed met personeel die bijna een familiale rol spelen bij hen die gebruik maken van de aangeboden diensten. De maatschappelijke rol is van onschatbare waarde. In alle omstandigheden werd er steeds goed werk geleverd en zijn dus verweven met de hulpbehoevenden.

Hij zegt dat wat hen betreft het personeel, dat nu in het door het bestuur voorgestelde scenario, overgebracht zal worden naar de technische diensten en in een later stadium kan terugvloeien naar de poets- en karweidienst als daar door natuurlijke afvloeiingen ruimte vrijkomt. Hij vraagt verder nog wat men gaat doen met de Artikel 60’ers die tewerkgesteld zijn binnen dit orgaan.

 

De diversiteit van het publiek dat gebruik maakt van onze diensten is inderdaad boven zichzelf uitgegroeid. Maar dit maakt niet dat de poetshulp- en karweidiensten buiten de kerntaken van de gemeente zijn gevallen maar dat deze diensten van hun eigen kerntaken zijn vervreemd.

 

Als conclusie stelt hij dat als we al nu de concurrent zijn van de poetsbedrijven, dat dit louter is omdat het OCMW in het verleden fouten heeft gemaakt door zich als speler op de markt van dienstverlening te willen positioneren. Door op die markt te willen inspelen is er arbeidspotentieel aangetrokken en nu blijkt dat men zich heeft mispakt en heeft men blijkbaar een probleem.

Hij zegt dat de poets- en karweidienst behouden moet blijven en de dienst moet gebruikt worden waarvoor hij dient, namelijk de kerntaak van de lokale overheid uitvoeren. Hij wenst geen uitdoofscenario, maar wel werkzekerheid onder eenzelfde statuut met de daaraan gekoppelde geldende arbeidsvoorwaarden. Die werkzekerheid moet gegarandeerd worden ook na de komende 5 jaar voor wie dan nog in dienst is. Hij wilt liefst geen overheveling naar de privésector waar men onder een minder aantrekkelijk arbeidsregime of arbeidsvoorwaarden terechtkomt.

Hij sluit af door te zeggen dat het gemeentebestuur niet moet tillen aan het feit dat zorgverstrekking geld kost, maar dat men moet beseffen dat de mensen dat geld waard zijn. Voor hen mag die zorg best geld kosten ook al zijn de cijfers rood. Er is van een groot deel van ons doelpubliek door de jaren heen het meervoudige afgedwongen. Er zijn in onze huidige samenleving andere heilige huisjes waar men niet aan tornt en waarvan het financiële verlies ons net dwingt om onpopulaire maatregelen te nemen.

 

Schepen Hans zegt dat het haar deugd deed om de laatste weken te mogen lezen op sociale media en andere mogelijke kanalen dat alle partijen hier aanwezig op de gemeenteraad begaan zijn met de senioren in de gemeente en bezorgd zijn over de toekomst van onze poets- en karweidienst.

 

Ze schetst een historiek. De poetsdienst is opgericht in de jaren 80 van de vorige eeuw als tewerkstellingsproject en uiteraard ook als hulp voor de senioren en OCMW klanten. In 2004 werd er door het toenmalige bestuur gestart met de dienstencheques. Er zijn dus klanten die werken met dienstencheques en de OCMW klanten met een beperkt inkomen die een tussenkomst krijgen van 4 euro per uur.

 

Richting de meerjarenplanning is binnen het OCMW, aan de hand van het bestuursakkoord en het kerntakendebat, de werking herbekeken.

Na een grondige analyse van de poets- en karweidienst heeft men zich de vraag gesteld of dit wel degelijk een kerntaak is van de gemeente en is er besloten om tot stopzetting over te gaan, dit met een uitdoof-scenario gedurende over 5 jaar.

Er is niet over één nacht ijs gegaan. Er is met verschillende organisaties in gesprek gegaan in verband met de overname van de gehele ploeg, bijvoorbeeld Villers, Familiehulp, Zorgbedrijf Brasschaat en een zelfstandige organisatie.

 

De dienstenchequebureaus in Brasschaat werden opgelijst en er zijn niet minder dan 28 bureaus die deze diensten aanbieden. Hier leidt men uit af dat de gemeente in concurrentie gaat met de zelfstandige ondernemers in Brasschaat en dat is iets wat het bestuur niet wenst te doen.

 

De eerder vernomen reacties van enkele werkneemsters van de poetsdienst, dat zij echt niet willen gaan poetsen in een woon- zorgcentrum, heeft de doorslag gegeven om te kiezen voor een uitdoof-scenario en niet voor een overname door één enkel bedrijf. De werkneemsters van de poetsdienst zijn volledig vrij in hun keuze, namelijk waar en bij wie ze willen verder werken. Hierdoor wordt er niemand verplicht om bij een door het bestuur gekozen overnemer tewerkgesteld te worden. Dit lijkt de oplossing op maat.

 

Zij deelt mee dat er op vrijdag 18 oktober 2019 een jobbeurs wordt georganiseerd in het Atrium van het gemeentehuis waar alle dienstcheque organisaties, het Zorgbedrijf Brasschaat, Villers en Familiehulp uitgenodigd worden. De poetsdames krijgen hiervoor een uur uitbetaald om info te verzamelen bij de verschillende standen zodat men de beste keuze kan maken voor zichzelf.

De optie om klanten, waar het personeel tijdens hun werkjaren een goede band mee opgebouwd hebben, te mogen meenemen werd hen ook toegelicht. Bureaus zullen hen uiteraard graag tewerkstellen met klanten.

De poetsdames van de gemeente zijn zeer goed opgeleid en spreken allemaal Nederlands, wat voor senioren belangrijk is.

Schepen Hans voegt daar nog aan tot dat elk personeelslid van onze dienst HRM een individuele begeleiding krijgt met een groot aanbod van mogelijkheden.

Personeel dat op pensioen gaat binnen die 5 jaren mogen blijven tot hun pensioen.

De open functies binnen onze interieurverzorgende diensten worden eerst aan hen aangeboden. Ook administratieve functies moeten kunnen, mits ingangsexamen.

 

Wat betreft de bezorgdheden rond onze ouderen in Brasschaat antwoordt zij dat we hier spreken over 9.050 personen boven 65 jaar en dit een groot aandachtspunt is. Voor de problematiek van vereenzaamde en hulpbehoevende ouderen wilt men de vinger aan de pols houden en zal men dus verder nauw samenwerken met alle organisaties zoals Villers, Familiehulp en de dienstenchequebedrijven. Dit gebeurt reeds via de werkgroep buurtvervlechting.

 

Er is ook niets mis met dienstenchequebedrijven, zij geven hun werknemers opleidingen en zorgen voor een goede match met de families of de ouderen en gaan ook op huisbezoek.

 

De gemeente blijft stevig inzetten op alle diensten die worden aangeboden voor senioren. Een greep uit het aanbod: drie goed werkende dienstencentra met uitstekende warme maaltijden en tal van activiteiten, de Remise en de Buurtvervlechtingsacties: ‘meld en bezoek een eenzame in je straat’,

Hoplr, de buurtbus, de minder mobiele centrale, vrijwilligersorganisatie Vonak, voorleesacties, de boekfiets, streaming, Salvé en Zorgbedrijf Brasschaat, die buurtgericht werken met het nieuw woonzorgdecreet, mantelzorgers die meer en meer in de verf gezet worden, de seniorenraad en het seniorenloket.

 

Wat betreft de OCMW klanten antwoordt zij dat de maatschappelijk werkers beslissen via het sociaal onderzoek wie een tegemoetkoming kan krijgen voor poets- of karweihulp. Dit brengt ons terug naar de corebusiness van het OCMW, wat betekent dat de ondersteuning voor de meest hulpbehoevende blijft.

 

Zij sluit af door te zeggen dat de beslissing van het uitdoofscenario poets- en karweidienst menselijk zwaar te noemen is, maar ervan overtuigd is dat men iedereen met respect en op een warme, correcte wijze verder kan helpen naar een volgende tewerkstelling.

 

Raadslid Pauwels vraagt vanuit de fractie Brasschaat2012 ook om een hoofdelijke stemming.

 

Raadslid Brughmans zegt dat dit eerder een antwoord is van een bemiddelingskantoor dan van sociaal bewogen bestuur. De opsomming van wat men aanbiedt is terecht, mede dankzij CD&V. De corebusiness is niet enkel de behoeftige mensen, dit is een visie van meer dan een eeuw geleden. Er is niet enkel een financiële behoefte, maar een bredere behoefte. Hij zegt ook nog geen antwoord te hebben gehad op zijn vragen met name of dit afgetoetst werd aan de bepalingen van het nieuw woonzorgdecreet dat op 1 januari 2020 van kracht wordt. Hij stelt alvast dat zijn fractie dit punt niet zal goedkeuren en dat hij in functie van het antwoord op deze vraag overweegt om de voorliggende beslissing voor te leggen aan de toezichthoudende overheid.

 

Raadslid Eeman zegt nog geen bevestiging te hebben gekregen aangaande het percentage van klanten onder de 65 jaar. Dit is immers de grootste motivatie waarop deze beslissing gestoeld wordt. De vergelijking die wordt gemaakt tussen het aanbod dat de poestdienst van het OCMW brengen en de privé, daar is deze gehele motivatie op gebaseerd. Hij vraagt bevestiging van de cijfers die hij heeft ontvangen. Hij vult nog aan dat het niet enkel gaat over de wijze waarop men het personeel de deur wijst en dat men zal hier wellicht geen 5 jaar voor zal nodig hebben. Hij verduidelijkt dit met een een voorbeeld: alleenstaanden met kinderen die het aanbod krijgen om in een school te gaan poetsen vanaf 16.00 uur kunnen ernstige problemen betekenen voor deze medewerkers. Hij zegt niet overtuigd te zijn van de zorg voor de medewerkers omdat er geen volwaardige alternatieven worden aangeboden ter vervanging van de huidige  jobsituatie. De zaak is voor veel personeelsleden afgesloten, maar niet voor de honderden of duizenden mensen die in de toekomst geen gebruik meer zullen kunnen maken van de fantastische poets- en karweidienst.

 

Schepen Hans bevestigt de cijfers. Deze staan ook in het jaarverslag van het OCMW.

 

Raadslid Eeman leidt hieruit af dat de motivatie en de vergelijking dus niet correct is. Hij vraagt om dan toch duidelijk te stellen waarom men zegt dat dit hetzelfde doelpubliek is en hij citeert “Gemiddelde burgers die niet hulpbehoevend zijn, die gebruik maken van de poets- en karweidienst is te hoog”. Dit werd nagevraagd en het blijkt dus dat dit aantal dossiers zeer laag is.

 

Schepen Hans merkt op dat dit niet is gezegd, maar wel dat men niemand mag weigeren. Dit is een vereiste wanneer men werkt met dienstencheques.

 

Raadslid Hermans dankt schepen Hans voor de toelichting, maar zegt ook dat de meeste zaken al gelezen konden worden in de nota. Ze vindt dit geen antwoord en zeker niet op de vragen van haar fractie. Zij blijft bij de vragen die gesteld zijn en vraagt een reactie: waarom werd dit plan niet op voorhand besproken met personeel en vakorganisaties, waarom deze timing in die snelheid. Zij citeert schepen Hans uit de commissie van 17 september “de nota wordt zo laat uitgegeven uit respect voor het personeel zodat zij het eerst te horen krijgen”. Uiteindelijk wordt er om 1.21 uur toch een persbericht van de gemeente de wereld ingegaan. Het personeel dat om 8.00 uur ’s morgens ingelicht ging worden, was uiteraard al op de hoogte. Zij vraagt zich af waarom het op die manier verlopen is.

 

Schepen Hans antwoordt dat sociale onrust enkel tegengegaan kan worden door foute informatie tegen te gaan. Het persbericht is verstuurd omdat er anders andere berichten verstuurd zouden worden met foutieve informatie. Dit was de juiste informatie en deze informatie is doorgestuurd naar de pers.

Op de vragen van raadslid Brughmans antwoordt zij dat er met het zorgbedrijf Brasschaat in gesprek is gegaan en zij waren bereid om de ploeg volledig over te nemen.

 

Raadslid Brughmans zegt dat dit niet zijn vraag was, maar wel waarom men niet binnen het eigen zorgbedrijf gebruik kan maken van een artikel dat de poetsdienst toelaat zodat de OCMW poetsdienst overgeheveld wordt naar het Zorgbedrijf Brasschaat.

 

Schepen Hans antwoordt dat het antwoord van het Zorgbedrijf meteen was dat het personeel dan ingezet kan worden in het woonzorgcentrum.

 

Raadslid Brughmans zegt dat het dan niet de bedoeling zou zijn om het personeel in te schakelen in het woonzorgcentrum, maar binnen de poetsdienst aan huis, zoals nu het geval is. Dit kan perfect binnen het Zorgbedrijf georganiseerd worden.

De gemeente is het Zorgbedrijf dus men kan zelf beslissen over de inzet. De exploitatie verloopt ook in 2021 dus was het een ideale mogelijkheid om dit te onderzoeken. Maar hij leidt af uit het antwoord van schepen Hans dat deze piste niet onderzocht is en vindt dit een totaal gemiste kans.

 

Raadslid N. de Kort zegt de tussenkomsten van het college hallucinant te vinden. Er is totaal geen antwoord geboden op de gestelde vragen, er werd een gebrek aan menselijkheid getoond en een gebrek aan inleving in de zorgen van het personeel. Hij zegt ook dat schepen Hans een gebrek aan dossierkennis vertoond. Hij vindt dit een schande voor het gemeentebeleid en het sociaal beleid. Hij citeert “sinds enkele weken hebben we geen schepen van sociale inclusie, maar een schepen van sociale afbraak”. Hij is over dit alles zeer ontevreden.

 

Raadslid Brughmans komt nog terug op zijn tweede vraag die hij stelde namelijk of dit alles getoetst is aan het nieuwe woonzorgdecreet.

 

Schepen Hans antwoordt dat het nieuwe woonzorgdecreet uitvoerig is gelezen en hier staat in dat men buurtgericht moet werken. Het woonzorgcentrum zal nu veel meer voor de buurt instaan, voor de alleenstaanden in de buurt. De woonzorgcentra zullen die grote taak op zich nemen.

 

Raadslid Brughmans zegt dat in het woonzorgdecreet staat dat in de loop van 2020 elke soort van gezingszorg verplicht verloopt via een erkende dienst en anders kan de senior zijn tegemoetkomingen niet aanwinden. Hij noteert dat het dus niet is afgetoetst met het woonzorgdecreet en voegt toe dat Toezicht dit dan ook wel zal opmerken.

 

Schepen Hans antwoordt dat men dan nog steeds zelf de beslissing kan nemen. Men is niet verplicht om personeel over te hevelen naar een woonzorgcentrum en het bestuur wil het personeel ook niet verplichten.

 

Raadslid Van der Schoepen voegt nog toe dat ook zij vragen om een hoofdelijke stemming.

 

Schepen Hans voegt nog toe dat de artikel 60’ers hier volledig los van staan.

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Gelet op het feit dat de poetsdienst in hoofdzaak met dienstencheques werkt.

 

Gelet op het feit dat er op het grondgebied van Brasschaat niet minder dan 28 dienstenchequeondernemingen actief zijn.

 

Overwegend dat kan vastgesteld worden dat poetsdienst geen kerntaak van het OCMW is.

Dat de poetsdienst daarenboven 375 000 EUR per jaar verlies maakt.

 

Gelet op het feit dat de karweidienst zich in hoofdzaak toelegt op het onderhoud van tuinen.

Gelet dat er voldoende aanbod is aan tuinondernemers.

 

Dat het dus bijgevolg niet wenselijk is om nog een eigen dienst in het leven te houden.

Dat de karweidienst daarenboven 86 000 EUR per jaar verlies maakt.

 

Gelet op de toelichting verstrekt op de algemene commissievergadering van 17 september 2019.

 

Er wordt kennisgenomen van de toegestuurde presentatie.

 

Juridisch kader

Artikel 77 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Adviezen

Overleg werd gepleegd met de vakorganisaties op 30 september 2019.

 

Financiële gevolgen

Er zijn positieve financiële gevolgen.

 

BESLUIT:

Met 17 ja-stemmen (Myriam Van Honste, Philip Cools, Goele Fonteyn, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Karin Willemen-Beyers, Christophe Thomas, Bart Thijs, Walter Vermeulen, Bruno Heirman, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Joris Van Cauwelaert, Dieter Heughebaert, Tom Thys en Tom Versompel), 13 neen-stemmen (Dirk de Kort, Dimitri Hoegaerts, Bart Brughmans, Jef Konings, André Van Mechelen, Niels de Kort, Luc Van der Schoepen, Rudi Pauwels, Lisa Buysse, Robrecht Eeman, Ingeborg Hermans, Greet Verbert en Kasper Vanpoucke).

 

Art.1.- De poetsdienst volgt een uitdoofscenario met ingang van 1 oktober 2019 en houdt definitief op te bestaan op 31 december 2024.

 

Art.2.- De karweidienst, onder de huidige vorm, stopt op 1 januari 2020. Door overheveling van de personeelsleden naar de gemeentelijke technische diensten en groendienst kan alsnog voorzien worden in specifieke hulp voor de cliënten van de sociale dienst.

 

Art.3.- Met de vakbondsorganisaties zal verder overleg gepleegd worden over de modaliteiten van overgang.

 

 

Publicatiedatum: 14/11/2019