7 Gemeentelijk deeltijds kunstonderwijs. Academie voor muziek en woord. Arbeidsreglement met ingang van 1 september 2019. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hermans merkt op dat het doorgestuurde ontwerpreglement voor de academie voor muziek en woord identiek is aan dat van academie Noord. Beide instellingen verschillen nochtans en hebben een eigen eigenheid. Ze vermoedt dat men zich heeft vergist en ze vraagt de bijlages in de notulen te corrigeren.
Schepen Ven antwoordt dat ze dit zal laten nakijken en desgevallend zal laten aanpassen.
Beslissing
Feiten en motivering
Met het besluit van 29 juni 2015 werden het arbeidsreglement en de bijlagen voor het gesubsidieerd personeel van de gemeentelijke academie voor muziek en woord goedgekeurd.
Door wijzigingen aan de wetgeving is het noodzakelijk het arbeidsreglement aan te passen.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Volgens het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs, onder meer gewijzigd door het decreet XVIII, afdeling III, artikel VIII.19, is het college van burgemeester en schepenen bevoegd voor de aanstelling, vaste benoeming en het ontslag van personeelsleden evenals voor het toekennen van een afwezigheid.
Adviezen
De representatieve vakorganisaties werden op 28 februari 2019 geraadpleegd over wijzigingen aan het arbeidsreglement.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Goedkeuring wordt gehecht aan de wijziging van het arbeidsreglement en de bijlagen voor de personen die arbeid verrichten in de gemeentelijke academie voor muziek en woord, als volgt:
Arbeidsreglement Academie voor muziek en woord
Algemene bepalingen en definities
Draagwijdte
Art.1 Dit arbeidsreglement is een reglement van inwendig bestuur en heeft een afdwingbaar karakter.
Art.2 Dit arbeidsreglement is ondergeschikt aan dwingende wetsbepalingen en hun uitvoeringsbesluiten.
Art.3 De arbeidsvoorwaarden die een gevolg zijn van andere wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen dan deze opgesomd in dit arbeidsreglement blijven onverkort gelden. Het gaat onder meer over de rechten en plichten opgesomd in het Decreet Rechtspositie voor de personeelsleden gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs en Vorming.
Toepassingsgebied
Art.4 Dit reglement is van toepassing op het gesubsidieerd personeel zoals bedoeld in het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding (verder genoemd Decreet Rechtspositie) met name:
•de vastbenoemde personeelsleden,
•tijdelijk aangestelde personeelsleden voor bepaalde duur,
•tijdelijk aangestelde personeelsleden voor doorlopende duur
tewerkgesteld in een ambt van een van volgende categorieën:
•bestuurs- en onderwijzend personeel,
•ondersteunend personeel,
•opvoedend hulppersoneel,
•die tewerkgesteld zijn in de gemeentelijke academie voor muziek en woord van Brasschaat met inbegrip van de personeelsleden die in deze academie tewerkgesteld zijn via reaffectatie of wedertewerkstelling,
•de personeelsleden die in de academie tewerkgesteld zijn en ten laste van de werkingsmiddelen of de eigen middelen aangesteld zijn in toepassing van het decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs, artikel 82.
Definities
Art.5 Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
§1ABOC: het afzonderlijk bijzonder comité. In dit comité zetelen afgevaardigden van het schoolbestuur en van de representatieve vakorganisaties. Zij onderhandelen vooraf over de grondregelingen met betrekking tot personeelsaangelegenheden, o.a. over voorliggend arbeidsreglement.
§2Academie: Het pedagogisch geheel waar deeltijds kunstonderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van een directeur. De academie omvat de volgende vestigingsplaatsen:
•Ploegsebaan 144 te Brasschaat
•Gemeentepark 10 te Brasschaat
•Bethaniëlei 89 te Brasschaat
•Leeuwenstraat 50 te Brasschaat
•Donksesteenweg 150 te Brasschaat
•Bredabaan 1093 te Brasschaat
•Kapelsesteenweg 72 te Brasschaat
•Gemeentepark 3 te Brasschaat
•Lage Kaart 564 te Brasschaat
•Antwerpsesteenweg 146 te Kapellen
§3Artistiek-pedagogisch project: Het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat het schoolbestuur voor de academie en haar werking heeft bepaald.
§4Dienstorder: een opdracht en/of mededeling uitgaande van het college van burgemeester en schepenen, een bevoegde ambtenaar of de directeur, die bepalingen van interne orde op een dwingende wijze vastlegt.
§5Directeur: de persoon die door het schoolbestuur met de dagelijkse leiding van de academie is belast.
§6Het schoolbestuur, de instantie die verantwoordelijk is voor de academie, nl. de gemeenteraad van de gemeente Brasschaat. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen van die gemeente bevoegd.
§7Leerlingen: de personen die ingeschreven zijn aan de academie overeenkomstig de reglementaire toelatingsvoorwaarden.
§8Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben.
§9Pedagogische begeleidingsdienst: de dienst belast met de externe ondersteuning van de academie volgens het eigen pedagogisch concept, onder meer bij het ontwikkelen van initiatieven ter bevordering van de onderwijskwaliteit en het stimuleren van initiatieven ter versterking van de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden.
§10Vakbondsafgevaardigde: afgevaardigde van één van de representatieve vakorganisaties.
§11Vestigingsplaats: een gebouw of gebouwencomplex waarin de academie of een gedeelte ervan is gehuisvest.
Arbeidsduur, arbeidstijd, prestatieregeling, vakantieregeling
Algemeen
Art.6 Het schooljaar begint op 1 september en eindigt op 31 augustus.
Art.7 De normale openingsuren van de academie zijn de volgende:
Dagen
Uren
Uren
Maandag
van 9.00 uur
tot 22.00 uur
Dinsdag
van 8.00 uur
tot 22.00 uur
Woensdag
van 8.00 uur
tot 22.00 uur
Donderdag
van 9.00 uur
tot 22.00 uur
Vrijdag
van 9.00 uur
tot 22.00 uur
Zaterdag
van 7.30 uur
tot 15.45 uur
Zondag
---
---
---
---
De normale openingsuren van het secretariaat van de hoofdschool zijn de volgende:
Dagen
Uren
Uren
Maandag
van 16.00 uur
tot 20.00 uur
Dinsdag
van 16.00 uur
tot 20.00 uur
Woensdag
van 14.00 uur
tot 20.00 uur
Donderdag
van 16.00 uur
tot 20.00 uur
Vrijdag
van 16.00 uur
tot 20.00 uur
Zaterdag
van 10.00 uur
tot 12.00 uur
Zondag
---
---
---
---
Art.8 De directeur stelt het lessenrooster op.
Art.9 De directeur stelt het ontwerp van individuele uurroosters van de personeelsleden op, met inbegrip van de toezichtroosters en rustpauzes. Hij streeft hierbij naar een optimale afstemming op de noden van de organisatie rekening houdend met het comfort en de vragen van de personeelsleden.
Art.10 De individuele lessenroosters van de personeelsleden worden aan het personeelslid gegeven in de loop van de maand oktober. Zij liggen tevens ter inzage in het leraarslokaal en op het secretariaat. Bij elke wijziging ontvangt het betrokken personeelslid een mededeling hierover.
Art.11 Het personeelslid leeft zijn individueel uurrooster stipt na. De afstand of de verplaatsing zijn, behoudens overmacht, geen rechtvaardiging voor afwezigheden of te laat komen, behoudens overmacht.
Art.12 De personeelsleden mogen hun lessen of activiteiten niet inkorten, verplaatsen of verwisselen met die van hun collega’s of ze op een andere dan de gebruikelijke plaats geven, zonder voorafgaande toestemming van de directeur. Zie ook hoofdstuk 7 ‘Lesverplaatsingen’.
Art.13
§1Personeelsvergaderingen (inclusief vakvergaderingen) en oudercontacten kunnen worden georganiseerd buiten de normale aanwezigheid van leerlingen.
§2De algemene personeelsvergaderingen en oudercontacten worden bij dienstorder meegedeeld bij het begin van het schooljaar.
§3De vakvergaderingen worden bij dienstorder meegedeeld minimaal vier weken op voorhand. Er worden per vakgebied jaarlijks twee vakvergaderingen georganiseerd.
§4Bijkomende personeels/vakvergaderingen kunnen uitzonderlijk worden gepland indien de noodzaak zich voordoet en worden bij dienstorder bekendgemaakt. Personeelsleden melden hun afwezigheid onmiddellijk bij de directie zodat ze niet gesanctioneerd kunnen worden.
§5Met het deeltijds karakter van een opdracht wordt rekening gehouden bij taken die niet tot de lesopdracht behoren.
Art.14 Er kan twee keer per schooljaar een pedagogische studiedag worden georganiseerd voor alle personeel of voor een groep van personeelsleden. Deze kan worden georganiseerd buiten de normale aanwezigheid van leerlingen. Deze studiedagen wordt bij het begin van het schooljaar per dienstorder bekend gemaakt. De lessen worden dan geschorst voor alle leerlingen of voor een groep van leerlingen.
Art.15 Elk personeelslid is verplicht de personeelsvergaderingen, oudercontacten en pedagogische studiedagen bij te wonen, tenzij het dienstorder anders bepaalt.
Art.16 De opvolging van leerlingen in het kader van leren in een alternatieve leercontext kan buiten het uurrooster van de academie en afwijkend van het individuele uurrooster van het personeelslid worden georganiseerd, ook tijdens het weekend, ’s avonds of op feestdagen. De hieraan gekoppelde opdrachten worden na onderling overleg verankerd in de geïndividualiseerde functiebeschrijving. Tussen het personeelslid en de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext wordt systematisch overleg gepleegd over het leerproces van de leerling.
Art.17Openbare voorstellingen en andere uitvoeringen, opendeurdagen en schoolfeesten met leerlingenactiviteiten kunnen buiten het uurrooster van de academie en afwijkend van het individuele uurrooster van het personeelslid worden georganiseerd, ook tijdens het weekend of op feestdagen . In dat geval kan het personeelslid gedurende maximaal twee beurten per jaar verplicht worden (niet op feestdagen) om aan deze activiteiten deel te nemen. Deelname aan andere activiteiten gebeurt op vrijwillige basis. De data van bovengenoemde activiteiten worden meegedeeld vóór 31 oktober van het betreffende schooljaar.
Art.18 Behoudens verplichte deelname aan voornoemde vergaderingen en activiteiten, kunnen aan personeelsleden ook andere opdrachten buiten de normale aanwezigheid van leerlingen worden geëist, indien deze opdrachten werden onderhandeld, met protocol van akkoord, in het ABOC. Deze andere opdrachten worden jaarlijks vóór 1 december aan de personeelsleden meegedeeld bij dienstorder. Het personeelslid is verplicht om deze onderhandelde opdrachten bij te wonen, tenzij het dienstorder anders bepaalt.
Art.19 De duur van de jaarlijkse vakantie wordt geregeld conform de bepalingen van de onderwijsreglementering:
1° de zomervakantie begint op 1 juli en eindigt op 31 augustus;
2° de herfstvakantie begint op de maandag van de week waarin 1 november valt en duurt één week. Als 1 november op een zondag valt, dan begint de herfstvakantie op 2 november;
3° de kerstvakantie begint op de maandag van de week waarin 25 december valt en duurt twee weken. Als 25 december op een zaterdag of een zondag valt, dan begint de kerstvakantie op de maandag na 25 december;
4° de krokusvakantie begint op de zevende maandag voor Pasen en duurt één week;
5° de paasvakantie begint op de eerste maandag van april en duurt twee weken. Als Pasen in maart valt, dan begint de paasvakantie op de maandag na Pasen. Als Pasen na 15 april valt, dan begint de paasvakantie op de tweede maandag voor Pasen.
Art.20 Als ze niet tijdens een vakantieperiode vallen, is er bovendien vakantie op de volgende dagen:
1° 1 november;
2° 11 november;
3° 25 december;
4° Pasen;
5° paasmaandag;
6° 1 mei;
7° Hemelvaartsdag;
8° Pinksteren;
9° pinkstermaandag
Art.21 Per schooljaar legt het schoolbestuur twee facultatieve vakantiedagen vast. Deze facultatieve vakantiedagen worden aan de personeelsleden meegedeeld via een dienstorder bij de start van het schooljaar.
Art.22 De lessen kunnen de dag voor, van en na de parlementaire, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of een volksraadpleging worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van deze activiteit zijn gebruikt. De directeur brengt de personeelsleden hiervan per dienstorder op de hoogte.
Directeur
Art.23 De directeur is aanwezig in één van de vestigingsplaatsen wanneer de dienst het vereist, behoudens gerechtvaardigde afwezigheden in dienstverband.
Art.24 Tijdens de zomervakantie moet de directeur de prestaties uitvoeren die noodzakelijk zijn om de goede werking van de academie te garanderen, maar tijdens deze vakantie moet een vakantieperiode van zes weken gegarandeerd zijn, waarvan een ononderbroken periode van vijf weken op te nemen tussen 6 juli en 15 augustus.
Leraar en begeleider
Art.25Voor de ambten van leraar en begeleider is het aantal lestijden vereist voor een ambt met volledige prestaties als volgt vastgesteld:
§1domeinen Muziek en Woordkunst-drama:
in de eerste, tweede en derde graad: 22 lestijden;
in de vierde graad en in de kortlopende studierichtingen: 20 lestijden;
een lestijd duurt zestig minuten.
§2domeinoverschrijdende initiatieopleiding: 22 lestijden van zestig minuten.
Art.26 Elk personeelslid verzekert zijn opdracht zoals vastgelegd door het schoolbestuur. De wekelijkse opdracht van een personeelslid dat deeltijds fungeert, bedraagt een evenredig deel van het in voorgaand artikel vermeld aantal lestijden. De wekelijkse opdracht bestaat uit lesopdracht en/of opdracht begeleider en/of opdracht pedagogische coördinatie en/of opdracht aanvangsbegeleiding en/of opdracht ICT-coördinatie en/of opdracht beleidsondersteuning.
Art.27 De leraar en begeleider die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen en andere activiteiten of opdrachten, kunnen deze tijd niet compenseren. Deze vergaderingen en activiteiten maken deel uit van de normale werking van een academie voor deeltijds kunstonderwijs.
Art.28 Extra-murosactiviteiten
§1De organisatie van extra-murosactiviteiten in opdracht, wordt geregeld door de directeur in overleg met de betrokken personeelsleden. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt het tijdstip van deze activiteiten aan de personeelsleden zes weken op voorhand meegedeeld bij dienstorder.
§2De organisatie van extra-murosactiviteiten op initiatief van een of meerdere personeelsleden kan enkel mits voorafgaandelijk akkoord van de directeur.
§3Het personeelslid blijft tijdens de extra-murosactiviteiten verantwoordelijk voor het toezicht op de minderjarige leerlingen zowel tijdens de gezamenlijke verplaatsing als tijdens de activiteit zelf.
Art.29 De schoolvakanties zijn in principe vakantiedagen voor leraars en begeleiders.
In functie van de goede werking van de academie kan echter op hen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het ABOC, maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn.
Art.30 Het personeelslid verzekert toezicht gedurende 10 minuten voor het begin van de lessen tot alle kinderen zijn afgehaald na het einde van de lessen.
Administratief medewerker en studiemeester-opvoeder
Art.31 Prestatiestelsel studiemeester-opvoeders
§1Voor de studiemeester-opvoeders is het ambt met volledige prestaties vastgesteld op 32 klokuren per week.
§2De wekelijkse opdracht van een personeelslid dat deeltijds fungeert, bedraagt een geheel aantal van deze 32 klokuren.
Art.32 Prestatiestelsel administratieve medewerkers
§1Administratief bedraagt het aantal wekelijkse prestatie-eenheden voor een ambt met volledige prestaties: 38.
§2Een ambt met onvolledige prestaties wordt administratief uitgedrukt in een geheel aantal van deze 38 wekelijkse prestatie-eenheden.
§3De effectieve wekelijkse prestaties voor een ambt met volledige prestaties bedraagt 36 klokuren.
§4De effectieve wekelijkse prestaties in een ambt met onvolledige prestaties wordt bekomen door de administratieve opdracht zoals bepaald in §2, om te zetten aan de hand van de omrekeningstabel zoals gevoegd in bijlage 5.
Art.33 Personeelsleden die buiten het individuele uurrooster verplicht aanwezig moeten zijn op vergaderingen of andere activiteiten buiten de jaarlijkse vakantieperiodes, kunnen deze tijd compenseren binnen het individuele uurrooster en dit in samenspraak met de directeur.
Art.34
§1Voor de administratieve medewerkers zijn de schoolvakanties in principe vakantiedagen, met uitzondering van 12 prestatiedagen voor voltijds aangestelde personeelsleden. Er worden 10 dagen gepresteerd tijdens de zomervakantie, 1 dag tijdens de kerstvakantie en 1 dag tijdens de paasvakantie. Bij deeltijds werkenden wordt het aantal prestatiedagen verhoudingsgewijs aangepast.
§2Uiterlijk voor de kerstvakantie wordt aan de betrokken personeelsleden hun te leveren prestatiedagen tijdens de schoolvakanties van het volgende kalenderjaar meegedeeld per dienstorder. Een ononderbroken vakantieperiode van vijf weken, waarin alleszins 6 juli tot en met 15 augustus valt, wordt gegarandeerd.
§3De prestatiedagen zijn steeds volledige dagen, tenzij de inrichtende macht na akkoord met het personeelslid beslist om de dagen in halve prestatiedagen in te delen.
§4Om uitzonderlijke dienstredenen kan de inrichtende macht vragen om meer dan het vooraf bepaalde aantal prestatiedagen te werken tijdens de jaarlijkse vakantie. In dat geval kunnen die extra prestatiedagen gecompenseerd worden buiten de jaarlijkse vakantieperiodes en dit in samenspraak met de directeur.
Art.35 Voor de administratieve medewerkers zijn de schoolvakanties in principe vakantiedagen, met uitzondering van de zomervakantie waarvan de eerste week of de laatste week geen vakantiedagen zijn. In functie van de goede werking van de academie kan echter op hen een beroep worden gedaan binnen de lijst van opdrachten bepaald na onderhandeling in het ABOC, maar een ononderbroken vakantieperiode tussen 6 juli en 15 augustus moet gegarandeerd zijn. Zij kunnen deze tijd compenseren binnen het individuele uurrooster en dit in samenspraak met de directeur.
Afwezigheden en verlof
Individuele afwezigheden
Art.36 Bij te laat komen moet het personeelslid zich vooraf aanmelden bij de directeur of in geval van zijn afwezigheid, op het secretariaat.
Art.37 Bij vroegtijdig verlaten van de arbeidsplaats verwittigt het personeelslid onmiddellijk de directeur.
Art.38 Bij afwezigheid, om welke reden dan ook, verwittigt het personeelslid zo spoedig mogelijk de directeur of in geval van zijn afwezigheid, het secretariaat, zo mogelijk vóór het begin van de lessen en met vermelding van de reden en van de waarschijnlijke duur van de afwezigheid.
Art.39 De directeur meldt elke onwettige afwezigheid van een personeelslid schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven.
Art.40 Behoudens overmacht, overhandigt het personeelslid aan zijn vervanger het nodige om de continuïteit van de lessen te kunnen verzekeren.
Ziekte
Art.41 Bij afwezigheid wegens ziekte is het personeelslid gehouden de op hem/haar toepasselijke reglementering inzake ziekteverloven correct na te leven.
Art.42 In geval van ziekte verwittigt (of laat verwittigen) het personeelslid bij voorkeur voor 09.00 uur de directeur telefonisch.
Art.43 Bij verlenging van het ziekteverlof, maar ook bij vervroegde terugkeer uit ziekteverlof verwittigt het personeelslid de directeur ten laatste op de vooravond van de dag waarop het lopende verlof verstrijkt of het personeelslid vervroegd terugkeert uit ziekteverlof.
Art.44 Het schoolbestuur of de directeur kan vanaf een afwezigheid van één dag wegens ziekte een controleonderzoek aanvragen. Indien het initiatief uitgaat van de directeur, stelt hij schoolbestuur hiervan op de hoogte. Het personeelslid moet zich aan het controleonderzoek onderwerpen. Het controleonderzoek omvat alle medische, gespecialiseerde, klinische en radiologische onderzoeken. Het controleonderzoek is kosteloos voor de werknemer.
De beroepsmogelijkheden voorzien in het Besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte zijn onverminderd van toepassing.
Afwezigheids- en verlofstelsels
Art.45 Het personeel kan genieten van een persoonlijk(e) verlof, afwezigheid, loopbaanonderbreking of terbeschikkingstelling volgens de modaliteiten vastgelegd in de onderwijsreglementering;
§1Het personeel kan genieten van een persoonlijk(e) verlof, afwezigheid, loopbaanonderbreking, zorgkrediet of dienstvrijstelling volgens de modaliteiten vastgelegd in de onderwijsreglementering.
§2Het college van burgemeester en schepenen kan ad hoc beslissen om een dienstvrijstelling toe te kennen. Dit wordt meegedeeld per dienstorder.
Meting van en controle op de arbeid
Art.46 Het personeelslid dient telkens bij de aanvang en het einde van de arbeidsprestaties zijn aanwezigheid te registreren, hetzij via een automatisch registratiesysteem, hetzij door het ondertekenen van een aanwezigheidslijst.
Art.47 De prestaties van het personeel worden vastgesteld aan de hand van de uur- en/of toezichtroosters en de aanwezigheidslijst, de afwezigheden aan de hand van een afwezigheidsregister.
Betaling van het salaris
Art.48
§1Het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het ministerie van Onderwijs en Vorming is verantwoordelijk voor de uitbetaling van het salaris, het wachtgeld en de toelagen. Deze worden rechtstreeks door het Agentschap voor Onderwijsdiensten uitbetaald na verloop van termijn, met name op de laatste werkdag van de maand. De betaling gebeurt bij overschrijving op de post- of bankrekening van het personeelslid.
§2Het vakantiegeld wordt betaald van 1 mei af en uiterlijk op 30 juni van het jaar van de vakantie.
§3De eindejaarstoelage wordt in eenmaal uitbetaald tijdens de maand december van het in aanmerking genomen jaar.
Art.49
§1De directeur van de academie draagt er zorg voor dat de nodige gegevens om te komen tot de correcte uitbetaling van het salaris en/ of het wachtgeld tijdig naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten worden doorgezonden. De directeur zorgt ervoor dat elk personeelslid in kennis gesteld wordt van deze gegevens.
§2Het personeelslid kan een afschrift van de omtrent zijn opdracht doorgezonden gegevens vragen.
§3Het personeelslid draagt er zorg voor dat het de noodzakelijke documenten tijdig aan de directeur of zijn gemachtigde overhandigt.
Art.50 Het personeelslid kan de “schoollisting “met de salarisgegevens die het Agentschap voor Onderwijsdiensten doorstuurt naar de academie, raadplegen op het secretariaat van de academie voor wat de gegevens over het eigen salaris betreft. Bij elke wijziging van één van de bepalende elementen ontvangt het personeelslid een individueel betalingsuittreksel van het Agentschap voor Onderwijsdiensten.
Art.51 Het schoolbestuur vergoedt de kosten van het woon-werkverkeer van het personeelslid volgens de reglementaire bepalingen terzake.
Art.52
§1Het personeelslid dat in opdracht van het schoolbestuur een occasionele dienstverplaatsing maakt met de eigen wagen is vanuit het schoolbestuur omnium verzekerd. Het bedrag van de kilometervergoeding voor verplaatsingen met de eigen wagen, moto of bromfiets bedraagt 96,81 % van het bedrag dat jaarlijks bepaald wordt voor de federale ambtenaren. Tevens kan men recht hebben op een carpoolvergoeding.
§2Het schoolbestuur vergoedt de verplaatsingskosten als personeelsleden in opdracht van het schoolbestuur activiteiten buiten de gebruikelijke werkplaats bijwonen en daarvoor gebruik maken van het openbaar vervoer. De verplaatsingen per trein worden terugbetaald aan het tarief van een standaardbiljet 2de klas.
Leerlingentoezicht
Art.53 Het personeelslid mag leerlingen die onder zijn toezicht staan, geen opdrachten geven die los staan van de lesactiviteit en waarvoor de leerling zich buiten de academie moet begeven.
Art.54 Het personeelslid mag aan minderjarige leerlingen geen toestemming geven om de academie vroegtijdig te verlaten, ook niet tijdens lesonderbrekingen, tenzij de directeur hiermee instemt of per dienstorder andere richtlijnen worden meegedeeld hieromtrent. In voorkomend geval maakt het personeelslid de nodige afspraken met de ouders.
Art.55 In geval van extra-murosactiviteiten leeft het personeelslid de bepalingen na beschreven in artikel 27. Het personeelslid maakt met de directeur en desgevallend de ouders afspraken inzake voldoende begeleiding van de minderjarige leerlingen, de bereikbaarheid van het personeelslid, de verplaatsing van en naar de activiteit.
Art.56 Het personeelslid dat zijn taak wegens dringende redenen moet onderbreken, zorgt ervoor dat de leerlingen niet zonder toezicht blijven en verwittigt de directeur.
Art.57 Wanneer zich een ongeval of een ernstig feit voordoet met een leerling, verwittigt het personeelslid dat met het toezicht belast is, zo spoedig mogelijk de directeur.
De directeur neemt onmiddellijk alle nodige maatregelen en verwittigt desgevallend de ouders van de betrokken leerling. Bij afwezigheid van de directeur laat het personeelslid niet na zelf de nodige maatregelen te nemen. De directeur heeft de verantwoordelijkheid het college van burgemeester en schepenen van het ongeval of ernstig feit in kennis te stellen.
Lesverplaatsingen
Art.58 Een lesverplaatsing is elke les die verplaatst wordt binnen het door de academie vastgelegde uurrooster.
Art.59 Een lesverplaatsing heeft steeds een uitzonderlijk karakter en kan alleen worden toegestaan omwille van actieve deelname aan:
individuele artistieke redenen (repetities, uitvoeringen, opnamen, vernissages, ...),
professionaliseringsactiviteiten.
Art.60 Het contingent van het toegelaten aantal te verplaatsen lessen voor artistieke of pedagogische activiteiten is per leraar bepaald op maximaal 5% van zijn jaaropdracht, hetgeen overeenstemt met tweemaal zijn wekelijkse lesopdracht.
Art.61 Lesverplaatsingen die de continuïteit van het onderwijs in het gedrang brengen worden niet toegestaan. Lesverplaatsingen van meer dan veertien opeenvolgende kalenderdagen zijn pedagogisch en organisatorisch niet verantwoord, behoudens tussenliggende schoolvakanties. Bij langdurige en regelmatig terugkerende lesverplaatsingen moet gebruik worden gemaakt van een reglementair voorzien verlofstelsel.
Art.62 De leraar legt in samenspraak met de leerlingen datum en uur van de inhaalles vast en legt dit ter goedkeuring voor aan de directeur. Lessen kunnen niet worden verplaatst naar een vakantiedag of wettelijke feestdag.
Art.63 De inhaalles moet binnen een periode van 14 kalenderdagen vóór of na het oorspronkelijke lesuur worden gegeven, met inachtneming van een redelijke spreiding.
Art.64 Een verplaatste les heeft de gebruikelijke duurtijd. Bij een lesverplaatsing wordt bij voorkeur de samenstelling van de groep gerespecteerd.
Art.65 Aanvraagprocedure
§1Leraars/begeleiders die lesverplaatsingen wensen aan te vragen doen dit ten laatste veertien kalenderdagen vóór de te verplaatsen les via het elektronisch aanvraagformulier.
§2In bijzondere en uitzonderlijke gevallen kan afgeweken worden van de normale aanvraagtermijn, beschreven in §1. De leraar motiveert met de nodige bewijsstukken het bijzonder en uitzonderlijk karakter.
§3De aanvraag is gericht aan de directeur van de academie en vergezeld van een verantwoordingsstuk.
§4De directie geeft, na beoordeling van de motivering, binnen de vijf kalenderdagen na datum van aanvraag al of niet zijn toestemming.
Art.66 De leraar van wie de lesverplaatsing is toegestaan, brengt de leerlingen en de ouders van de minderjarige leerlingen schriftelijk of elektronisch op de hoogte van de lesverplaatsing.
Art.67 De directeur houdt alle aanvragen en beslissingen inzake lesverplaatsingen bij in een register dat ter inzage ligt van het schoolbestuur, onderwijsinspectie.
Art.68 De directeur neemt de nodige maatregelen voor een adequaat toezicht.
Art.69 Leraars die het oneens zijn met de beslissing van de directeur, kunnen zich wenden tot het college van burgemeester en schepenen.
Functiebeschrijving
Art.72 De rechten en plichten die van toepassing zijn met betrekking tot functiebeschrijvingen, functioneringsgesprekken en evaluaties zijn beschreven in:
hoofdstuk Vbis en Vter van het Decreet Rechtspositie;
en in de algemene afspraken (‘evaluatiereglement’) die het schoolbestuur na onderhandeling in het ABOC heeft vastgelegd. Dit ‘evaluatiereglement’ is opgenomen in bijlage en maakt integraal deel uit van het arbeidsreglement. Elk personeelslid ontvangt er een kopie van.
Art.73 Het personeelslid waarvoor een geïndividualiseerde functiebeschrijving is opgesteld, voert zijn opdrachten en taken uit zoals beschreven in zijn geïndividualiseerde functiebeschrijving en met naleving van de concrete afspraken die gemaakt zijn naar aanleiding van het functioneringsgesprek en/of het evaluatiegesprek.
Art.74 Het evaluatiedossier met de geïndividualiseerde functiebeschrijving per ambt, de verslagen van de functioneringsgesprekken, de verslagen van andere acties in verband met coaching en de evaluatieverslagen worden in de academie bewaard door de directeur (eerste evaluator), het evaluatiedossier van de directeur wordt bewaard door de algemeen directeur. Ook de eventuele schriftelijke opmerkingen van het personeelslid bij deze verslagen, maken hiervan deel uit. De algemeen directeur is gehouden door het ambtsgeheim.
Ontslagregeling
Opzeggingstermijnen
Art.75 De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden in een wervingsambt die nog geen rechten hebben voor een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 24 tot en met 29 en in de artikelen 60 en 61 van het Decreet Rechtspositie.
Art.76 De opzeggingstermijnen voor de tijdelijk aangestelde personeelsleden met recht op een tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur zijn vastgelegd in de artikelen 21, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie.
Art.77 De opzeggingstermijnen voor de vast benoemde personeelsleden in een wervingsambt zijn vastgelegd in de artikelen 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie.
Art.78 De opzeggingstermijnen voor een tijdelijk aangestelde directeur zijn vastgelegd in artikel 42 van het Decreet Rechtspositie.
Art.79 De opzeggingstermijnen voor een vast benoemde directeur zijn vastgelegd in de artikelen 43ter, 60 tot en met 62bis en 64 van het Decreet Rechtspositie.
Dringende redenen
Art.80 Volgende ernstige tekortkomingen, vastgesteld bij feitenverslag, maken het voortduren van de tijdelijke aanstelling van bepaalde duur onmiddellijk en definitief onmogelijk, onder voorbehoud van de beoordelingsbevoegdheid van de rechtbanken voor de arbeidsovereenkomsten en de Kamer van Beroep, en zonder dat deze lijst limitatief is:
herhaalde niet-naleving van de strikte uurregeling,
ongerechtvaardigde afwezigheid,
opzettelijke wanprestatie,
beledigingen of verwijten,
druggebruik, alcoholintoxicatie en dronkenschap tijdens de diensturen,
diefstal,
geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag,
bedrog,
weigering om toevertrouwde taken en opdrachten uit te voeren,
elk feit dat tegenstrijdig is met de goede zeden,
overtreden van veiligheidsvoorschriften,
opzettelijk schade toebrengen aan het gemeentebestuur, de academie of de infrastructuur van de academie, met inbegrip van het bewust binnenbrengen of verspreiden van een virus op de informaticaserver of elke poging om de veiligheidssystemen van de informatica te schenden,
het kraken of kopiëren van websites,
overbrengen aan derden van gegevens die beschermd zijn door ambtsgeheim,
het regelmatig bezoeken of verspreiden, op om het even welke manier, van beelden of teksten met een racistisch of pornografisch karakter binnen de gemeentelijke inrichtingen, met inbegrip van de informaticaserver;
het verspreiden van lasterlijke feiten.
Art.81 De beroepsprocedure tegen het ontslag om dringende redenen is vastgelegd in artikel 25 (wervingsambten) en artikel 42, §6 (bevorderingsambten) van het Decreet Rechtspositie en in artikel 8bis van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
Orde- en tuchtregeling
Art.82 Preventieve schorsing
§1In het geval dat een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de academie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid moet worden verwijderd in het belang van de dienst, spreekt het schoolbestuur een preventieve schorsing uit. Preventieve schorsing is enkel mogelijk tijdens de behandeling van een tuchtvordering of strafrechtelijk onderzoek, indien het belang van de dienst zulks vereist.
§2In het geval het schoolbestuur een ontslag om dringende redenen uitspreekt, wordt het betreffende tijdelijke personeelslid met onmiddellijke ingang preventief geschorst bij hoogdringendheid.
§3Wanneer het personeelslid strafrechtelijk vervolgd wordt of wanneer het personeelslid tuchtrechtelijk vervolgd wordt wegens een ernstig vergrijp waarbij het personeelslid op heterdaad betrapt is of waarvoor er afdoende aanwijzingen zijn, kan het schoolbestuur beslissen om aan de preventieve schorsing een inhouding van salaris te koppelen conform artikel 67 van het Decreet Rechtspositie.
Art.83 Een vast benoemd personeelslid, een personeelslid tijdelijk aangesteld van doorlopende duur of een in de academie gereaffecteerd of wedertewerkgesteld personeelslid wordt op verslag van de algemeen directeur door het schoolbestuur onderworpen aan een tuchtonderzoek met een eventuele tuchtsanctie tot gevolg indien het handelt in strijd met de bepalingen inzake rechten en plichten van het personeel zoals voorzien in het Decreet Rechtspositie, het gemeentedecreet/de gemeentewet en dit arbeidsreglement.
Art.84 De mogelijke tuchtstraffen zijn vastgelegd in de artikelen 64 tot en met 66 van het Decreet Rechtspositie.
Art.85 Het orgaan dat bevoegd is om een (voorstel tot) tuchtstraf uit te spreken (bepaald in artikel 68 van het Decreet Rechtspositie) oordeelt autonoom over de zwaarte van de (voorgestelde) tuchtstraf. Het respecteert hierbij de motiveringsplicht van bestuurshandelingen in openbare dienst.
Art.86De beroepsprocedure tegen de preventieve schorsing en deze tuchtstraffen is vastgelegd in de artikelen 67bis en 72 van het Decreet Rechtspositie en de artikelen 13 tot en met 19 van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de preventieve schorsing en de tucht, alsmede omtrent het ontslag van sommige tijdelijke personeelsleden in het gesubsidieerd onderwijs en in de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
Personeelsdossier
Art.87 Het schoolbestuur is houder van een bestand van persoonsgegevens. De verzamelde gegevens worden gebruikt om een personeelsbestand aan te leggen.
Art.88 Het dossier van het personeelslid omvat een administratief dossier en desgevallend een tuchtdossier.
Art.89 Het schoolbestuur of de personen die door het schoolbestuur zijn belast met het houden van het dossier en iedere andere persoon die het betreffende dossier mag inkijken, zijn gehouden door het ambtsgeheim.
Art.90 Het personeelslid kan na afspraak kennisnemen van de inhoud van zijn dossier en kan een aanpassing vragen van eventuele fouten.
Het personeelslid kan zich hierbij door een raadsman of vakbondsafgevaardigde laten bijstaan of vertegenwoordigen. De documenten moeten ter plaatse blijven. Op eenvoudig verzoek heeft het personeelslid recht op een afschrift, eventueel tegen kostprijs.
Administratief dossier
Art.91 Het administratief dossier bestaat uit de documenten (beslissingen, brieven, stukken,...) betreffende de loopbaan die door het ministerie van Onderwijs en Vorming of in het kader van de sociale wetgeving kunnen worden opgevraagd aangaande de indiensttreding, de opdrachtwijziging, de vaststelling van opdracht, de uitdiensttreding, de dienstonderbrekingen, de cumulatie en het pensioen.
Art.92 Het personeelslid verschaft het schoolsecretariaat alle inlichtingen die noodzakelijk zijn voor inschrijving in of wijziging aan het administratief dossier.
Art.93 Het schoolbestuur, de directeur en het personeelslid voegen steeds alle relevante stukken toe aan het administratief dossier.
Art.94 Het personeelslid deelt aan het schoolbestuur en het schoolsecretariaat schriftelijk elke wijziging mee in zijn persoonlijke toestand die verband houdt met de aanstellingsbeslissing of met de bezoldigingsregeling, inzonderheid wijzigingen in de burgerlijke staat, de nationaliteit, de bekwaamheidsbewijzen, de samenstelling van het gezin, de woonplaats, de cumulaties en het bezit van burgerlijke en politieke rechten. Deze inlichtingen moeten vooraf of uiterlijk zeven kalenderdagen na het intreden van de wijzigingen meegedeeld worden en zo spoedig mogelijk gestaafd worden met de vereiste officiële documenten. Een kopie van deze officiële documenten wordt bewaard in het administratief dossier.
Art.95 Wanneer de dossiers die bestemd zijn voor het ministerie van Onderwijs en Vorming voorzien in een afschrift voor het personeelslid, wordt dit afschrift hem/haar onverwijld bezorgd.
Tuchtdossier
Art.96 Het tuchtdossier omvat de stukken die worden opgesteld en verzameld met het oog op de toepassing van de tuchtregeling.
Art.97 Zo nodig kunnen bepaalde stukken uit het administratief dossier en/of functioneringsdossier overgebracht worden naar het tuchtdossier.
Art.98 De stukken worden genummerd en in chronologische volgorde gerangschikt. Er wordt een inventaris toegevoegd. Het schoolbestuur legt aan het personeelslid elk stuk dat in zijn tuchtdossier wordt opgenomen, voor ondertekening ter kennisneming voor.
Art.99 De doorgehaalde tuchtstraffen worden na de decretaal voorziene termijn definitief uit het tuchtdossier verwijderd.
Bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personeelsleden
Algemeen
Art.100
§1Het personeelslid komt de verplichtingen na die hem/haar zijn opgelegd door wetten, decreten, besluiten, omzendbrieven, reglementen, dienstorders en schoolwerkplan.
§2De deontologische code voor het gemeentepersoneel is integraal op de personeelsleden van toepassing en is terug te vinden in bijlage 8.
Art.101 Alle berichten die het personeelslid aanbelangen, worden hem/haar elektronisch bij dienstorder medegedeeld. Deze dienstorders zijn nadien te raadplegen op het schoolsecretariaat.
Ten aanzien van het schoolbestuur, de directeur en het personeelsteam
Art.102 Het personeelslid erkent het gezag van het schoolbestuur, van zijn afgevaardigden en van de directeur van de academie. Het personeelslid is gehoorzaamheid en respect verplicht aan deze instantie/personen.
Art.103 De directeur en de personeelsleden moeten zich loyaal opstellen ten opzichte van de academie en het bestuur in aanwezigheid van leerlingen of ouders en ze verzekeren discretie naar derden.
Art.104 Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet belemmeren om de onderwijsinstelling te bezoeken overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente. Gemeenteraadsleden hebben niet het recht om bij deze gelegenheid opmerkingen te maken aan het personeelslid, opdrachten of onderrichtingen te geven of leerlingen te ondervragen.
Art.105 Het personeelslid mag de gemeenteraadsleden niet verhinderen om inzage te krijgen van elke akte en elk stuk betreffende het bestuur van de onderwijsinstelling (ongeacht de drager), overeenkomstig het huishoudelijk reglement van de gemeente.
Art.106 Het personeelslid staat onder toezicht van de directeur en moet handelen volgens de instructies en opdrachten die hij van de directeur ontvangt. Het personeelslid mag niet verhinderen dat de directeur de klassen bezoekt zo dikwijls als hij nodig acht.
Art.107 De directeur is door het schoolbestuur belast met de leiding over de academie, met de uitvoering van de beslissingen van de gemeentelijke overheden en met de toepassing van de wets- en reglementaire bepalingen en de dienstorders met betrekking tot de academie. Hij is ook bevoegd om de kwaliteit van de geleverde prestaties te controleren. Dit houdt ook de bevoegdheid in om de aan- en afwezigheden te controleren, de taken te verdelen, orde en tucht te handhaven.
Art.108 Bij afwezigheid van de directeur fungeert het secretariaat als aanspreekpunt. In geval van afwezigheid wegens langdurige ziekte of het opnemen van een reglementair verlof door de directeur wordt hij vervangen door een persoon die door het schoolbestuur tijdelijk aangesteld wordt in het ambt van directeur.
Art.109 Het schoolbestuur kan na overleg en rekening houdend met de bepalingen van de gemeentewet/het gemeentedecreet bepaalde taken en verantwoordelijkheden delegeren aan de directeur. Het schoolbestuur steunt de directeur in zijn gezag.
Art.110 De directeur moet tegenover de personeelsleden de nodige objectiviteit, respect en redelijkheid aan de dag leggen.
Art.111 Het personeelslid richt zich in principe via de directeur tot het schoolbestuur, die zo nodig zijn advies aan de vraag of het voorstel van het personeelslid toevoegt. De directeur bezorgt deze vraag of dit voorstel aan het schoolbestuur binnen zeven kalenderdagen, de schoolvakanties uitgezonderd, na ontvangst van de vraag of het voorstel.
Art.112 Het schoolbestuur en de directeur steunen het gezag van het personeel ten aanzien van de leerlingen en hun ouders.
Art.113 Het schoolbestuur en de directeur van de academie laten ruimte voor de eigen persoonlijkheid van elk personeelslid, in zoverre deze de realisatie van het artistiek pedagogisch project, het schoolwerkplan en het goed functioneren van de academie niet in de weg staat.
Art.114 De directeur meldt elke door hem vastgestelde overtreding van dit reglement schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen. Het personeelslid ontvangt een kopie van dit schrijven.
Ten aanzien van ouders, leerlingen en derden
Art.115 Het personeelslid moet zich in zijn dienstrelaties en in de omgang met de leerlingen, de ouders van de leerlingen en het publiek op een correcte wijze gedragen. Het personeelslid moet alles vermijden wat het vertrouwen van het publiek kan schaden of afbreuk kan doen aan de eer of de waardigheid van zijn functie in het onderwijs.
Art.116 Het personeelslid verleent aan de leerlingen / ouders de nodige informatie, openheid en samenwerking.
Art.117 Het personeelslid respecteert in zijn omgang met de leerlingen internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.
Art.118 Het personeelslid is mede verantwoordelijk voor de pedagogische kwaliteit van de school.
Art.119 Het personeelslid geeft blijk van een individuele bekommernis voor alle leerlingen en doet in hun belang aanbevelingen aan de directeur. Het personeelslid moedigt de persoonlijke en collectieve inspanningen van de leerlingen aan en zet zich in voor het welzijn van alle leerlingen.
Art.120 De relaties met de ouders zijn gegrondvest op het wederzijds en gezamenlijk nastreven van het ontwikkelings- en opvoedingswelzijn van de leerling.
Art.121 De directeur zorgt voor de nodige informatiekanalen (schoolagenda, rapport, ...) en zorgt er ook voor dat oudercontacten worden georganiseerd waarop ouders en personeelsleden elkaar op geregelde tijdstippen kunnen ontmoeten.
Art.122 Het personeelslid mag geen onregelmatige leerlingen aanvaarden, tenzij mits uitdrukkelijke goedkeuring van de directeur.
Art.123 Het personeelslid laat in de gebouwen van de academie geen personen toe die vreemd zijn aan de academie zonder de toestemming van de directeur.
Art.124 De directeur stelt het schoolbestuur in kennis van een ongeval of ernstig feit binnen de academie.
Art.125 Het personeelslid doet geen beroep op externen (gastsprekers, ouders...) zonder toestemming van de directeur.
Ten aanzien van de inspectie, verificatie en de pedagogische begeleidingsdienst
Art.126 Het personeelslid werkt constructief mee aan de externe controles voorzien door het Ministerie van onderwijs en vorming en andere overheidsinstellingen. Het personeelslid maakt controle mogelijk en verleent zijn medewerking aan de opgelegde acties of onderzoeksverrichtingen.
Art.127 De directeur agendeert na een doorlichting het doorlichtingsverslag binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst en bespreekt het integraal op een personeelsvergadering. Het doorlichtingsverslag ligt ter inzage op het bureel van de directeur.
Art.128 Het personeelslid streeft ernaar om tekortkomingen, vastgesteld bij externe controles, weg te werken.
Art.129 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de pedagogische begeleiders en andere personen waarop het schoolbestuur een beroep doet, voor zover hun optreden conform is met hun opdracht. In geval van een conflict wordt dit voorgelegd aan de directeur en/of het schoolbestuur.
Specifieke verplichtingen
Ambtsgeheim, discretieplicht, privacy en informatieveiligheid
Art.130 Er worden geen persoonsgegevens verzameld of opgeslagen in welke vorm ook, of op enige andere wijze verwerkt, zonder dat de inrichtende macht zijn gemotiveerde toestemming heeft gegeven. Elke betwisting wordt aan de inrichtende macht voorgelegd.
De informatieveiligheidsconsulent (functionaris voor gegevensbescherming, zie bijlage 9) is verantwoordelijk voor de naleving van de regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming. Hij/zij informeert en adviseert de personeelsleden over hun verplichtingen als gegevensverwerker. Binnen de academie is er een aanspreekpunt informatieveiligheid (zie bijlage 9) dat in contact staat met de informatieveiligheidsconsulent en betrokken wordt in het informatieveiligheidsbeleid van de inrichtende macht (wat onderwijs betreft).
Art.131 Het personeelslid dat uit hoofde van zijn taak toegang heeft tot persoonsgegevens, hetzij van personeelsleden, hetzij van leerlingen, ziet erop toe dat deze gegevens worden bijgewerkt en dat onjuiste, onvolledige of niet terzake dienende gegevens worden verbeterd of verwijderd.
Het personeelslid respecteert het beleid inzake toegangsrechten en paswoorden.
Het personeelslid zorgt ervoor dat de toegang tot de verwerking beperkt blijft tot personen die uit hoofde van hun taak of voor de behoeften van de dienst rechtstreeks toegang hebben tot de geregistreerde informatie. Het personeelslid zorgt ervoor dat de persoonsgegevens alleen worden meegedeeld aan de personen die wettelijk gerechtigd zijn toegang te hebben.
Art.132 Het is het personeelslid verboden feiten bekend te maken die het kent uit hoofde van zijn ambt of die hem zijn toevertrouwd, uitgezonderd de feiten die het personeelslid om deontologische of wettelijke redenen kan of moet melden aan een externe begeleider, een vertrouwensarts, het jeugdbeschermingscomité of de gerechtelijke instanties.
Art.133
§1. Het is verboden om privacygegevens van leerlingen en/of personeelsleden kenbaar te maken en/of door te geven aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling, of in het kader van het lidmaatschap bij de Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten (OVSG) en de daaruit voortvloeiende dienstverlening.
Conform artikel 30 van het Gemeentedecreet kan een gemeenteraadslid in het kader van zijn controlerecht inzage krijgen in privacygegevens van personeelsleden op voorwaarde dat deze gegevens noodzakelijk zijn om het controlerecht effectief uit te kunnen oefenen (aftoetsen van finaliteit, proportionaliteit, transparantie en veiligheid).
§ 2. Het personeelslid dat kennis neemt van een datalek, zoals een identiteitsdiefstal of schending van een geheimhoudingsplicht, meldt dit onmiddellijk aan het aanspreekpunt informatieveiligheid binnen de academie (zie bijlage 9).
Art.134
§1De academie kan foto’s waar personeelsleden herkenbaar en centraal op afgebeeld zijn, slechts publiceren na ondubbelzinnige toestemming van het personeelslid.
§2Personeelsleden die tijdens een schoolactiviteit foto’s en filmpjes maken waarop personeelsleden en/of leerlingen zijn afgebeeld, mogen deze enkel publiceren met toestemming van de betrokkenen.
Zorgvuldig bestuur
Art.135 Het personeelslid mag geen giften, geschenken, beloningen of andere voordelen die zijn integriteit kunnen aantasten, vragen, eisen of aannemen.
Art.136 Het personeelslid mag zijn gezag niet aanwenden voor politieke of commerciële doeleinden.
Art.137 Het personeelslid geeft blijk van respect voor de religieuze, filosofische of politieke overtuiging van de leerlingen en hun ouders.
Art.138 De verkoop van goederen is verboden, behoudens schriftelijke goedkeuring door het schoolbestuur of het college van burgemeester en schepenen.
Art.139 Mededelingen waarvan derden vragen ze te verspreiden onder of via de leerlingen worden alleen verdeeld met toestemming van de directeur. De directeur wint indien nodig het advies in van het college van burgemeester en schepenen.
Initiatieven van personeelsleden
Art.140 Alle teksten die het personeelslid wil verspreiden in de academie, moeten vooraf ter goedkeuring aan de directeur worden voorgelegd.
Art.141 Een geldomhaling in de academie door het personeelslid kan slechts gebeuren na schriftelijke goedkeuring van de directeur.
Art.142 Het personeelslid dat deelneemt aan kunstmanifestaties buiten de academie en daarbij de naam van de academie wil gebruiken, moet daarvoor de schriftelijke toestemming van de directeur bekomen.
Art.143 Activiteiten die personeelsleden op eigen initiatief organiseren voor een bepaalde leerlingengroep, vallen niet onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Het personeelslid dient dit duidelijk te communiceren naar de leerlingen/ouders toe.
Art.144
§1Het personeelslid mag geen machines, toestellen, grondstoffen en dienstvoertuigen van de academie gebruiken voor privédoeleinden, behalve mits uitdrukkelijke toestemming van de directeur.
§2Het personeelslid mag geen persoonlijke machines of toestellen gebruiken in de academie, behoudens uitdrukkelijke toestemming van de directeur.
Verzekering
Art.145 Het schoolbestuur onderschrijft een verzekeringspolis om de professionele burgerlijke aansprakelijkheid, op basis van de artikelen 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, van elk personeelslid in schoolverband te dekken, dit volgens de normale gangbare voorwaarden van dergelijke verzekeringspolis.
Hierdoor is het personeelslid in het kader van de uitoefening van zijn opdracht verzekerd als zijn professionele burgerlijke aansprakelijkheid, op basis van de artikelen 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, in het gedrang komt of als het personeelslid gevat wordt door een juridische procedure. Als het personeelslid zelf, ten laste van een derde die niet het schoolbestuur is of een van haar leden, een vordering tot schadevergoeding instelt voor fysieke of materiële schade of de daaruit voortvloeiende morele schade opgelopen in of ten gevolge van de uitoefening van zijn ambt, dan staat het schoolbestuur in voor de juridische bijstand.
Op eenvoudig verzoek kan het personeelslid de polis inkijken.
De inrichtende macht neemt de kosten die normaal voortvloeien uit deze verplichtingen, voor zijn rekening.
Art.146 Het personeelslid laat zijn persoonlijke bezittingen niet onbeheerd achter. Het schoolbestuur is niet verantwoordelijk voor gebeurlijke diefstallen.
Academiereglement
Art.147 Het personeelslid doet, binnen zijn verantwoordelijkheid, het academiereglement door de leerlingen naleven en zorgt voor orde en tucht op een manier die verenigbaar is met de menselijke waardigheid.
Art.148 Het personeelslid beoordeelt objectief de laakbare daden of houdingen van de leerlingen. Sancties worden opgelegd conform het academiereglement en moeten pedagogisch verantwoord zijn.
Art.149 Het personeelslid verwittigt de directeur ingeval van ernstige inbreuken op het academiereglement die hij/zij vaststelt bij de leerlingen en hun ouders.
Gebruik van communicatie- en informaticatoepassingen
Art.150 Het personeelslid kan gebruik maken van alle communicatie- en informaticatoepassingen van de school voor zover dit nodig is voor de goede uitoefening van zijn/haar taak.
Art.151
§1Het personeelslid maakt van deze toepassingen gebruik overeenkomstig de richtlijnen van het schoolbestuur.
§2Deze richtlijnen worden meegedeeld bij dienstorder en bevatten de controlemaatregelen en de gevolgen die verbonden zijn aan overtredingen.
Art.152
§1Het geheel van policies en procedures die in het kader van het informatieveiligheidsbeleid zullen worden ingevoerd, maken integraal deel uit van dit arbeidsreglement. Alle personeelsleden waarop deze policies en procedures van toepassing zijn, zullen bij invoering of wijziging ervan steeds in kennis worden gesteld van de inhoud, hetzij elektronisch, hetzij op papier. De policies zullen steeds ter goedkeuring aan de representatieve vakorganisaties worden voorgelegd.
§2Deze richtlijnen worden meegedeeld bij dienstnota en bevatten de controlemaatregelen en de gevolgen die verbonden zijn aan overtredingen.
Bestellingen en schoolfinanciën
Art.153 De keuze en de aankoop van leerboeken, cursussen, didactisch materiaal, instrumenten en andere arbeidsmiddelen gebeuren door het schoolbestuur op voorstel van de directie, na overleg met het betrokken personeelslid en in voorkomend geval in overeenstemming met de toepasselijke reglementering en/of op advies van de preventieadviseur.
Art.154 Het personeelslid dat een bestelling wenselijk acht, legt een aanvraag voor aan de directeur. De directeur onderneemt de nodige stappen voor de eventuele bestelling overeenkomstig de interne richtlijnen en betreffende regelgeving. De middelen waarvoor het schoolbestuur de kosten draagt, blijven uiteraard eigendom van het schoolbestuur.
Art.155 De financieel directeur is verantwoordelijk voor de girale inning van de gelden die door de leerlingen en/of de ouders worden betaald. De algemeen directeur of zijn gemachtigde is verantwoordelijk voor de chartale inning van de gelden die door de ouders worden betaald. De directeur of een ander personeelslid kan, onder de voorwaarden bepaald door de gemeenteraad, worden belast om geringe dagontvangsten te innen. Het schoolbestuur definieert de controlemodaliteiten en legt deze vast in het intern controlesysteem.
Religieuze symbolen
Art.156 Het dragen van opzichtige religieuze symbolen is enkel toegestaan aan leerkrachten levensbeschouwelijke vakken. Wanneer een personeelslid buiten zijn taak als leerkracht levensbeschouwelijke vakken nog een andere taak uitoefent in het gemeentelijk onderwijs van Brasschaat, is het dragen van opzichtige religieuze symbolen enkel toegestaan tijdens de lessen levensbeschouwelijke vakken.
Auteurswet
Art.157 Het personeelslid respecteert te allen tijde de geldende auteursrechten, naburige rechten en reprografierechten.
Auteursrechten (werken)
Art.158
§1Voor het publiek gebruik van beschermde werken moet een vergoeding worden betaald aan de beheersvennootschap van de rechten.
§2De aanvraag voor het gebruik gebeurt via de inrichtende macht of na delegatie door de directeur. De betaling gebeurt via de inrichtende macht.
§3Er is geen vergoeding verschuldigd voor het gebruik in het kader van de kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten.
Art.159
§1Bij alle werken die de leerlingen maken, worden zij als auteur beschouwd. Het personeelslid kan hierop geen enkele afbreuk doen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de leerling.
§2De leerlingen worden uitgenodigd om alle werken die in de loop van het schooljaar op de academie werden gemaakt, vrij ter beschikking te stellen van de academie.
Deze werken kunnen enkel worden gebruikt voor didactisch-pedagogische doeleinden (voorbeeldfunctie) of activiteiten die de academie naar buiten uit moeten vertegenwoordigen (tentoonstellingen, opendeurdagen, drukwerk...).
§3Het personeelslid verbindt er zich toe om, bij iedere activiteit waarbij op de één of andere manier gebruik wordt gemaakt van werken van leerlingen, de naam van de leerling te vermelden en het recht op eerbied voor deze werken te garanderen.
Naburige rechten (prestaties)
Art.160
§1Voor het publiek gebruik van opgenomen muziekuitvoeringen moet een billijke vergoeding worden betaald aan de beheersvennootschap van de rechten belast met de inning van de billijke vergoeding.
§2Er is geen vergoeding verschuldigd voor het gebruik in het kader van de kosteloze uitvoering in het kader van schoolactiviteiten (bijvoorbeeld muziek gebruikt tijdens de lessen) en voor publieke examens.
§3De billijke vergoeding is niet van toepassing op muziek die wordt gebruikt als begeleiding van een optreden van leerlingen bij schoolvoorstellingen. Bij dit gebruik van muziek is het exclusief recht van toepassing, dat wil zeggen dat de uitdrukkelijke toestemming vereist is van de auteur, de artiest en de producent.
§4De aanvraag voor het gebruik gebeurt via de inrichtende macht of na delegatie door de directeur. De betaling gebeurt via het schoolbestuur.
Reprografierechten (werken, databanken en prestaties)
Art.161
§1Het personeelslid mag werken, databanken en prestaties kopiëren en meedelen voor onderwijsdoeleinden en leeft hierbij de richtlijnen van de desbetreffende dienstorders na.
§2 Het personeelslid mag de vermelde werken, databanken en prestaties enkel reproduceren, voor zover dit verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling en wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan de uitgave van het oorspronkelijke werk.
Het personeelslid mag de vermelde werken, databanken en prestaties enkel meedelen, voor zover dit verantwoord is door de nagestreefde niet-winstgevende doelstelling, plaatsvindt in het kader van de normale activiteiten van de instelling, beveiligd wordt door passende maatregelen en geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk.
§3 Bij het kopiëren van volledige boeken, audiovisuele werken en elektronische bestanden is de uitdrukkelijke toelating van de auteur of een andere rechthebbende vereist. Hiertoe moet het personeelslid een toelating vragen via de inrichtende macht of na delegatie via de directeur.
§4Voor het kopiëren van volledige partituren is altijd de toestemming vereist van de auteur, zijn uitgever of een andere rechthebbende.
-Indien het schoolbestuur hiervoor een licentieovereenkomst heeft afgesloten met de erkende beheersvennootschap van muziekuitgevers, SEMU:
Het personeelslid eerbiedigt te allen tijde onderstaande voorwaarden:
-elke reproductie van een beschermd werk wordt gemaakt aan de hand van een origineel uitgegeven en aangekocht exemplaar van de muziekpartituur op grafische drager, dat in het bezit is van de academie of van de leerkracht;
-de reproductie gebeurt uitsluitend op grafische drager, met uitdrukkelijke uitsluiting van elke digitale drager;
-de reproductie wordt uitsluitend gebruikt binnen het Deeltijds Kunstonderwijs, binnen de lesactiviteiten, de examens en de andere activiteiten van de academie zoals bekendgemaakt in een officiële activiteitenkalender;
-de reproductie mag niet aan derden ter beschikking worden gesteld;
-de reproducties mogen onder geen enkel beding worden verkocht;
-bij officiële openbare proeven voor de graden 2.3 volwassenen, 2.4, 3.3, 4.3 en de specialisatiegraad S1 en S2 dient de leerling ingeval van individuele vakken steeds de beschikking te hebben over een originele partituur. Ingeval van collectieve vakken (bv. samenspel en instrumentaal ensemble) dient steeds minstens één originele set van partituren in het examenlokaal aanwezig te zijn.
Het maken van integrale reproducties van methode- of studieboeken valt niet onder deze toestemming en is bijgevolg niet toegestaan.
Overdracht van vermogensrechten
Art.162
§1Het personeelslid dat in uitvoering van zijn aanstelling werken tot stand brengt die vallen binnen het toepassingsgebied van zijn ambt of opdracht, behoudt alle morele rechten op die werken en draagt zijn vermogensrechten over aan het schoolbestuur.
§2De vermogensrechten worden zonder specifieke vergoeding overgedragen, in hun meest volledige wettelijke omvang, voor alle gekende exploitatievormen en voor de volledige beschermingsduur van de werken.
§3Het schoolbestuur kan deze werken vrij naar eigen inzichten exploiteren en is niet verplicht tot exploitatie over te gaan.
§4Indien het werk in de toekomst geëxploiteerd wordt volgens exploitatievormen die momenteel onbekend zijn, zal het winstaandeel van het personeelslid gelijk zijn aan het winstaandeel dat volgens de marktvoorwaarden die gelden op het ogenblik van exploitatie, toegekend wordt aan auteurs die hun werk volgens dezelfde exploitatievormen in het gewone commerciële circuit uitgeven.
Veiligheid, gezondheid en welzijn
Algemeen
Art.162 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de personeelsleden en stagiairs in de academie en werkt hiervoor een beleid uit.
Art.163 Het schoolbestuur heeft een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk op met ten minste één preventieadviseur.
De gegevens van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit arbeidsreglement.
Art.164 Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het uitwerken van een dynamisch risicobeheersingssysteem in samenwerking met de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk en de leden van de hiërarchische lijn. Het personeelslid volgt de richtlijnen op die hieruit voortvloeien.
Art.165 De directeur houdt, als lid van de hiërarchische lijn en in overleg met de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming, toezicht op de toepassing van het beleid en reglementering inzake veiligheid, gezondheid en welzijn in de academie.
Art.166 Het personeelslid draagt naar best vermogen zorg voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van anderen. Daartoe moet het op de juiste wijze gebruik maken van arbeidsmiddelen en veiligheidsvoorzieningen, verwittigt het de directeur onmiddellijk van elke situatie die een gevaar kan betekenen en verleent het bijstand aan het schoolbestuur, de directeur en de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Art.167 Het personeelslid neemt deel aan de vormingen die het schoolbestuur organiseert over de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de academie.
Art.168 Het schoolbestuur is aangesloten bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
De contactmogelijkheden van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en de namen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de preventieadviseur-psychosociale aspecten zijn opgenomen in bijlage 2 bij dit arbeidsreglement.
Art.169 Het personeelslid aanvaardt de bevoegdheid van de leden van de gemeentelijke interne en de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en van andere personen die van het schoolbestuur een opdracht hebben gekregen in het kader van de welzijnswet, de codex over de wet welzijn en het ARAB (algemeen reglement voor arbeidsbescherming).
Art.170 Het schoolbestuur duidt per vestigingsplaats een of meerdere verantwoordelijke(n) aan inzake eerste hulp bij ongevallen. De namen van deze verantwoordelijken voor EHBO per vestigingsplaats en de plaats van de EHBO-kist zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit arbeidsreglement.
Art.171 Een personeelslid of leerling dat een letsel in dienstverband oploopt, kan zich wenden tot de verantwoordelijke inzake eerste hulp bij ongevallen.
Gezondheid
Art.172 Het personeelslid dat door het schoolbestuur als onderworpen is opgegeven is verplicht in te gaan op het verzoek zich te melden voor het gezondheidstoezicht.
Art.173 Het personeelslid of, mits zijn toestemming, de behandelende arts mag rechtstreeks een spontane raadpleging bij de preventieadviseur - arbeidsgeneesheer aanvragen naar aanleiding van gezondheidsklachten toe te schrijven aan zijn arbeidssituatie.
Art.174 Het personeelslid deelt elk gebruik van geneesmiddelen en elke wijziging in hun lichamelijke en/of geestelijke gezondheidstoestand onmiddellijk aan de directeur mee als die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van de leerlingen en/of derden.
Art.175 Het personeelslid dat door zijn functie instaat voor de bediening van toestellen, machines en/of voertuigen deelt elk gebruik van geneesmiddelen en elke wijziging in zijn lichamelijke en/of geestelijke gezondheidstoestand onmiddellijk aan de directeur mee indien deze de bediening van deze toestellen, machines en/of voertuigen in het gevaar brengt.
Art.176 De werkgever is verplicht de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer te verwittigen wanneer:
een personeelslid klaagt over ongemakken of tekenen van aandoening die kunnen worden toegeschreven aan zijn arbeidsomstandigheden;
de werkgever vaststelt dat de lichamelijke of geestelijke toestand van het personeelslid de risico’s verbonden aan de werkpost onmiskenbaar verhoogt.
Genotsmiddelen
Art.177 Binnen de volledige academie, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen en andere open ruimten is het verboden:
-te roken,
-alcohol te gebruiken (tenzij directie anders bepaald),
-drugs en/of roesopwekkende middelen te gebruiken.
Art.178 Het rookverbod is eveneens van kracht buiten de openingsuren van de school en tijdens de vakantieperioden.
Art.179Het personeelslid mag zich niet aanbieden in de academie indien hij onder invloed verkeert van alcohol, drugs of roesopwekkende middelen.
Art.180De bepalingen van artikel 178 en 179 zijn eveneens van toepassing tijdens extra-murosactiviteiten.
Art.181 Het personeelslid moet handelen conform de richtlijnen van de inrichtende macht inzake drug- en alcoholbeleid. Deze richtlijnen worden meegedeeld in bijlage 2 en bevatten de controlemaatregelen en de gevolgen die verbonden zijn aan overtredingen.
Art.182 Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk 10, kan het personeelslid bij overtreding van de bepalingen vermeld in art. 177 tot en met art. 181 als volgt gesanctioneerd worden:
-mondelinge opmerking door de directeur/algemeen directeur;
-schriftelijke neerslag van de overtreding opnemen in het personeelsdossier van het betrokken personeelslid;
-schriftelijke melding van de overtreding(en) aan het schoolbestuur.
Veiligheid
Art.183 Het personeelslid neemt de nodige veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de leerlingen bij activiteiten waaraan een gevaar of een risico verbonden is.
Art.184 Het personeelslid leeft de richtlijnen van het schoolbestuur na in verband met de risico’s en preventiemaatregelen die van toepassing zijn in de academie.
Art.185 Het personeelslid leeft de bepalingen in verband met brandveiligheid na en neemt deel aan alle initiatieven die het schoolbestuur neemt om het personeel vertrouwd te maken met evacuatie en het gebruik van blusmiddelen.
Art.186 Het personeelslid neemt de nodige veiligheidsmaatregelen en volgt desgevallend de instructies van het schoolbestuur wat betreft het dragen van aangepaste kledij om redenen van veiligheid:
-het dragen van aangepaste kledij;
-het dragen van beschermkledij;
-het gebruik van beschermingsmiddelen;
-het verbod om bijvoorbeeld hoofddeksels, sieraden, losse kledij, sjaaltjes,… te dragen,
-het vaststeken van lang haar (in het bijzonder in het domein Dans).
Arbeidsongeval, ongeval op weg naar of van het werk
Art.187 Het personeelslid dat slachtoffer is van elk arbeidsongeval of ongeval op weg naar en van het werk, al dan niet met arbeidsongeschiktheid tot gevolg, brengt onmiddellijk de directeur of het secretariaat van de school op de hoogte. Het personeelslid geeft een volledige beschrijving van de omstandigheden waarin het ongeval zich heeft voorgedaan.
Art.188 Bij een ongeval op het werk kan het personeelslid zich wenden tot een geneesheer naar keuze.
Art.189 De naam van de arbeidsongevallenverzekeraar is opgenomen in bijlage 1 bij dit arbeidsreglement.
Bescherming psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk
Algemeen
Art.190 Begripsomschrijving
§1Psychosociale risico’s op het werk: de kans dat een of meerdere personeelsleden psychische schade ondervinden die al dan niet kan gepaard gaan met lichamelijke schade, ten gevolge van een blootstelling aan de elementen van de arbeidsorganisatie, de arbeidsinhoud, de arbeidsvoorwaarden, de arbeidsomstandigheden en de interpersoonlijke relaties op het werk, waarop de werkgever impact heeft en die objectief een gevaar inhouden.
Beginselverklaring geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag
Art.191 Geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk wordt niet getolereerd omdat het strijdig is met de rechten van de personeelsleden en met de eerbied voor hun menselijke waardigheid en omdat het een overtreding van de wet is.
Art.192 Het personeelslid onthoudt zich van elke vorm van verbaal, niet-verbaal of lichamelijk gedrag, waarvan hij of zij weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van een persoon en een ontoelaatbare schending inhoudt van die waardigheid. Elk personeelslid onthoudt zich bijgevolg van elke daad van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.
Art.193 De dader die vastgestelde inbreuken heeft gepleegd, wordt behandeld en gesanctioneerd overeenkomstig de bepalingen omtrent tucht (vast benoemde en TADD’er) en ontslag (gewone tijdelijke) zoals beschreven in het Decreet Rechtspositie.
Art.194 Het personeelslid heeft een meldingsplicht, via de aangestelde personeelsleden, wanneer er ernstige aanwijzigen zijn dat een leerling of een personeelslid slachtoffer is van grensoverschrijdend gedrag.
Raadgeving en hulp
Art.195
§1Het schoolbestuur stelt een preventieadviseur psychosociale belasting aan. Hij is bevoegd om de bij wet voorziene opdrachten te vervullen met betrekking tot de preventie van geweld, pesterijen en/of ongewenst seksueel gedrag op het werk. Zo werkt hij op aanvraag mee aan het opstellen van de algemene preventiemaatregelen en moet hij de verzoeken tot interventie die hij in ontvangst neemt, onderzoeken.
§2Het schoolbestuur kan ook een vertrouwenspersoon aanduiden binnen de academie die bevoegd is voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag vanwege personeelsleden en/of leerlingen. De vertrouwenspersoon wordt aangesteld om volledig onafhankelijk op te treden als vertrouwenspersoon. Hij dient het slachtoffer op te vangen, te helpen, te steunen en bij te staan in het zoeken naar een oplossing.
§3De namen en contactmogelijkheden van de preventieadviseur psychosociale belasting en desgevallend van de vertrouwenspersoon zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit arbeidsreglement.
Procedures
Art.196 Informele psychosociale interventie
§1Het personeelslid dat schade ondervindt ten gevolge van psychosociale risico’s op het werk, waaronder geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, kan een beroep doen op de procedure voor informele psychosociale interventie.
§2Het personeelslid richt zich tot de vertrouwenspersoon of de preventieadviseur psychosociale aspecten voor een eerste raadpleging. Dit eerste persoonlijk onderhoud moet plaatsvinden binnen een termijn van 10 kalenderdagen en moet in een document worden bevestigd, waarvan het personeelslid een kopie ontvangt.
§3De vertrouwenspersoon of preventieadviseur psychosociale aspecten zal naargelang de keuze van het personeelslid:
- actief luisteren en eventueel advies geven aan het personeelslid;
- een interventie bij een ander persoon uitvoeren;
- een bemiddeling tussen de partijen ondernemen, indien beide partijen hiermee instemmen.
§4De vertrouwenspersoon of preventieadviseur psychosociale aspecten neemt het type van interventie op in een gedateerd en ondertekend document waarvan het personeelslid een kopie ontvangt.
Art.197 Formele interventie
§1Indien de bemiddeling of de informele interventie niet tot een resultaat leidt of onmogelijk blijkt, kan het personeelslid een verzoek tot formele interventie indienen.
§2Binnen de termijn van 10 kalenderdagen moet de preventieadviseur psychosociale aspecten een verplicht persoonlijk onderhoud hebben met het personeelslid. Hij bevestigt in een document dat het verplicht persoonlijk onderhoud heeft plaats gevonden en overhandigt hiervan een kopie aan het personeelslid.
§3De preventieadviseur psychosociale aspecten kan het verzoek weigeren wanneer de situatie duidelijk geen psychosociale risico’s op het werk inhoudt.
§4De preventieadviseur psychosociale aspecten brengt het schoolbestuur op de hoogte van het verzoek met collectief karakter of het verzoek met individueel karakter.
§5Indien het een verzoek is met collectief karakter dient de werkgever op zoek te gaan naar een gepaste reactie. Uiterlijk na drie maanden deelt de werkgever schriftelijk en gemotiveerd zijn beslissing mee over de gevolgen die hij aan het verzoek zal geven. Hij doet dit aan de preventieadviseur psychosociale aspecten, de preventieadviseur interne dienst en het ABOC.
§6Indien het gaat om een verzoek met individueel karakter dan zal de preventieadviseur psychosociale aspecten een onpartijdig onderzoek instellen in volledige onafhankelijkheid en brengt hij de inrichtende macht een advies met voorstellen betreffende de toe te passen maatregelen. Hij brengt het personeelslid en alle rechtstreeks betrokkenen schriftelijk op de hoogte wanneer hij dit advies aan het schoolbestuur heeft overhandigd.
§7Het schoolbestuur is verplicht om de betrokken partijen te informeren over de gevolgen van het verzoek.
§8Wanneer de feiten niet ophouden, of wanneer de inrichtende macht geen passende maatregelen treft, moet de preventieadviseur psychosociale aspecten – in overleg met de klager – een beroep in stellen bij toezicht Welzijn op het Werk.
Onthaal van nieuwe personeelsleden
Art.198 De indiensttreding van het personeelslid is het gevolg van een aanstellingsbesluit. Het personeelslid ontvangt bij de indiensttreding een afschrift van:
- het aanstellingsbesluit;
- de beginselverklaring neutraliteit;
-het artistiek pedagogisch project;
- het arbeidsreglement, met inbegrip van de aanvullende verplichtingen en onverenigbaarheden;
- het academiereglement;
- de richtlijnen in geval van evacuatie;
- desgevallend de geïndividualiseerde functiebeschrijving.
De goedgekeurde leerplannen die worden bijgehouden op het schoolsecretariaat, zijn ter beschikking van de personeelsleden.
Het personeelslid wordt geacht deze documenten te kennen, te aanvaarden en ze na te leven.
Art.199
§1De directeur organiseert het onthaal van nieuwe personeelsleden, geeft hen de nodige inlichtingen en instructies met het oog op de bescherming van het welzijn op het werk bij de uitvoering van hun werk en het voorkomen van ongevallen en vergewist zich ervan dat deze nieuwe personeelsleden deze inlichtingen goed hebben begrepen en in de praktijk brengen. De directeur of een ervaren personeelslid (aangeduid door de directeur), begeleidt het beginnende personeelslid hierbij.
Bevoegde inspectiediensten
Art.200 De adressen van de volgende bevoegde inspectiediensten zijn opgenomen in bijlage 3 bij dit arbeidsreglement:
het Toezicht op de Sociale Wetten,
het Toezicht op het Welzijn op het werk,
Sociale Inspectie.
BIJLAGE 1: MEDEDELINGEN INZAKE WELZIJN
INTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK
Namen en contactmogelijkheden van de leden van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk:
IGEAN
Doornstraat 60
2160 Wommelgem
03 350 08 11
pbw@igean.be
aanspreekpunt binnen het gemeentebestuurChristiane Pernet
03 650 06 46
christiane.pernet@brasschaat.be
EXTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK
Namen en contactmogelijkheden van de leden van de gemeentelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk:
naam en adres:IDEWE
hoofdzetelInterleuvenlaan 58
3001 Leuven
016 39 04 11
kantoor AntwerpenEntrepotkaai 15
2000 Antwerpen
preventieadviseur-arbeidsgeneesheerDr. Hanne Gorissen
Dr. Joris Hellebaut
Afspraak maken via dienst HRM 03 650 02 73
(Mireille De Wachter of Eva Van Strydonck)
GEWELD, PESTERIJEN EN ONGEWENST SEKSUEEL GEDRAG OP HET WERK
naam en adres: IDEWE
cel psychosociaal welzijnInterleuvenlaan 58
3001 Leuven
016 39 04 11 kantoor Antwerpen Entrepotkaai 15
2000 Antwerpen
03 218 72 69
Preventieadviseur Katty Waeyenbergh
psychosociaal welzijn
VertrouwenspersonenChantal (Gemeentehuis)
03 650 03 47
Cindy (Oud gemeentehuis)
03 650 02 76
Jan (De Mortel)
03 650 06 59
Cindy (Remise)
03 651 24 87
Joke (Oud gemeentehuis)
03 650 02 89
Ben (Oud gemeentehuis)
03 650 03 27
Ivo (De Mortel)
03 650 06 50
Ingrid (Oud gemeentehuis)
03 650 29 49
EERSTE HULP BIJ ONGEVALLEN
naam van de verantwoordelijken voor EHBO per school:
vestiging BrasschaatPauline Bergsma
vestiging KapellenWesley Van Tichelt
plaats van de EHBO-kist per school:
vestiging Brasschaatsecretariaat
vestiging KapellenEHBO-lokaal (tegenover secretariaat)
ARBEIDSONGEVALLENVERZEKERAAR
Ministerie van de Vlaamse gemeenschap
Afdeling CBO Arbeidsongevallen
Hendrik Consciencegebouw
Koning Albert II laan 15
1210 BRUSSEL
BIJLAGE 2: PROCEDURE TEGEN MISBRUIK VAN ALCOHOL EN/OF DRUGS
ALGEMEEN
Voorliggende procedure bepaalt hoofdzakelijk ten behoeve van de directie hoe zij dient op te treden wanneer zij in de onderwijsinstelling misbruik van alcohol en/of drugs vaststellen.
TOEPASSING
Voor de toepassing van de procedure tegen misbruik van alcohol en/of drugs wordt verstaan onder:
a.directie: directeur van de onderwijsinstelling
b.diensturen: alle werkuren die, op welk tijdstip ook, in opdracht worden gepresteerd
c.verslag: het document waarvan een voorbeeld in bijlage dat de directie gebruikt bij misbruik van alcohol en/of drugs (bijlage 2.1)
d.personeel met een veiligheidsfunctie: het personeel dat ingevolge misbruik van alcohol en/of drugs daden kan stellen of beslissingen kan nemen die, naast zijn persoonlijke veiligheid, ook de veiligheid van andere personen in gevaar kunnen brengen. In het bijzonder wordt gedacht aan het personeel met een technische bediening dat de leiding heeft over een werkplaats
e.personeel dat een veiligheidspost bekleedt: elke betrekking die het besturen omvat van voertuigen.
PROCEDURE
1.Al wie vaststelt dat een personeelslid tijdens de diensturen hetzij gedragingen vertoont die wijzen op misbruik van alcohol en/of drugs hetzij alcoholische dranken en/of drugs tot zich heeft genomen, maakt zijn bevindingen onmiddellijk over aan de directie.
2.1.De directie begeeft zich ter plaatse, en gaat na of het betrokken personeelslid al dan niet in staat is om zijn normale taak uit te oefenen.
2.2.De onmogelijkheid om de normale taak uit te oefenen wordt vastgesteld aan de hand van uiterlijke tekenen van intoxicatie door alchohol en/of drugs. Een indicatieve lijst is als bijlage 2.2 bijgevoegd.
2.3.Indien de directie oordeelt dat de betrokkene zijn normale taak niet kan uitoefenen, verwittigt hij onverwijld de gemeentesecretaris of diens vervanger evenals de preventieadviseur.
2.4.De onmogelijkheid om de normale taak uit te oefenen wordt onverwijld opgetekend in het verslag. Dit verslag wordt mede ondertekend door de betrokkene en door twee getuigen. Indien betrokkene zich niet akkoord verklaart, wordt dit vastgesteld in het verslag.
2.5.Indien de betrokkene zich niet akkoord verklaart, onderscheiden zich twee hypothesen.
2.5.1. Het personeelslid oefent geen veiligheidsfunctie uit en bekleedt geen veiligheidspost:
a.de gemeentesecretaris stuurt de betrokkene onverwijld en onder begeleiding naar de arbeidsgeneesheer
b.de arbeidsgeneesheer levert een attest (kaart van medisch onderzoek) af aan de gemeentesecretaris met vermelding van de datum, het uur waarop de betrokkene zich bij hem heeft aangeboden. De arbeidsgeneesheer attesteert dat de betrokkene de dag van de verwijzing werkonbekwaam is of geeft aanwijzingen aan de gemeentesecretaris omtrent de werkhervatting van de betrokkene
c.in voorkomend geval wordt de betrokkene onder begeleiding naar zijn verblijfplaats gebracht.
2.5.2. Het personeelslid oefent een veiligheidsfunctie uit of bekleedt een veiligheidspost:
a.de gemeentesecretaris treft de nodige schikkingen om de betrokkene ter plaatse of op het politiebureau te onderwerpen aan een ademtest. Hiervan wordt verslag opgemaakt
b.in voorkomend geval wordt de betrokkene onder begeleiding naar zijn verblijfplaats gebracht.
VERSLAG OVER MISBRUIK VAN ALCOHOL EN/OF DRUGS
GEGEVENS OVER HET BETROKKEN PERSONEELSLID:
Naam:
Personeelsnummer:
Dienst:
Uitgeoefende functie:
VASTSTELLINGEN:
Datum, uur en plaats van de feiten:
Vaststeller:
Getuigen:
Vastgestelde uiterlijke tekenen:
Bijkomende opmerkingen:
Gedaan te Brasschaat, op
De getuigen:
De directie:
Voor akkoord: JA/NEEN
Het personeelslid.
UITERLIJKE TEKENEN VAN INTOXICATIE DOOR ALCOHOL EN/OF DRUGS
De aandacht van de directie wordt erop gevestigd dat op misbruik van alcohol en/of drugs wijzende gedragingen en tekenen, zomede de omstandigheden waarin de vaststelling gebeurt, met de grootste nauwkeurigheid moeten worden beschreven, teneinde als bewijskracht te kunnen dienen in een feitenverslag met het oog op tuchtrechtelijke sancties.
De bevoegde persoon dient alle door hem waargenomen uitwendige tekenen en gedragingen van een persoon te relateren aan dezelfde persoon zoals hij deze in normale omstandigheden kent.
De directie kan bij zijn beschrijving volgend schema hanteren. Hij dient hierbij rekening te houden dat de hieronder beschreven voorbeelden niet beperkend doch indicatief zijn, noch dat ze zich alle tegelijk zullen voordoen.
UITERLIJK VOORKOMEN
-wijziging in de persoonlijke verzorging van een individu: bijvoorbeeld ongeschoren, onzorgvuldig geschoren, ongewassen of ongekamd haar, (on)zorgvuldigheid en aard van de reinheid van de kledij (nauwkeurig beschrijven);
-wijziging in het uitzicht van het lichaam: bijvoorbeeld rood aangelopen aangezicht, bloeddoorlopen ogen, naar alcohol ruikende adem;
-wijziging in de motoriek: bijvoorbeeld bevende handen, onvaste gang met zoeken naar breed steunvlak, onzeker grijpen naar voorwerpen, trager bewegen van de ledematen of sneller bewegen doch bewegingen zonder doel (ongedurigheid, opgewonden), onzorgvuldige articulatie van de spraak.
WIJZIGING IN HET GEDRAG
-vertraagd reageren op uitwendige prikkels: bijvoorbeeld laat of niet antwoorden op vragen, niet reageren op bepaalde signalen, desinteresse voor wat zich in de omgeving van het individu afspeelt;
-overdreven reactie op uitwendige prikkels: bijvoorbeeld gejaagde spraak, prikkelbaarheid, neiging tot ruzie maken;
-'bizar' gedrag, dwz. gedrag dat gegeven de omstandigheden als niet gepast en/of niet adequaat geldt (nauwkeurig beschrijven).
WIJZIGING IN DE WERKPRESTATIE
-maken van overdreven veel fouten, onzorgvuldigheid in de uitvoering van een werk;
-abnormale trage uitvoering van het werk;
-snel en ongedurig handelen in het contrast met een verlengde periode waarin het werk tot een einde wordt gebracht, al dan niet gepaard met een verminderde kwaliteit van het geleverde werk.
BIJLAGE 3: ADRESSEN VAN DE BEVOEGDE INSPECTIEDIENSTEN
FOD Werkgelegenheid, Arbeid & Sociaal Overleg
arbeidsinspectie, Toezicht op het Welzijn op het Werk
naam en adresprovincie Antwerpen
Theater Building
Italiëlei 124 - bus 77
2000 Antwerpen
02 233 42 90
tww.antwerpen@werk.belgie.be
arbeidsinspectie, Toezicht op de Sociale Wetten
naam en adresAntwerpen 2
Theater Building
Italiëlei 124 - bus 56
2000 Antwerpen
02 235 55 55
tsw.antwerpen@werk.belgie.be
FOD Sociale Zekerheid & Openbare instellingen van sociale zekerheid
sociale inspectie
naam en adresregio Antwerpen
Theater Building
Italiëlei 124 – bus 63
2000 Antwerpen
03 206 99 00
socinspantwerpen@minsoc.fed.be
BIJLAGE 4: OMREKENINGSTABEL PRESTATIEREGELING VOOR ADMINISTRATIEF PERSONEEL IN HET DEELTIJDS KUNSTONDERWIJS
- Omkaderingseenheden
- Prestatie-eenheden voor administratieve opdracht
- Deler voor bezoldigingsregeling
Effectieve wekelijkse prestaties
1
1 u
2
2 u
3
2 u 45’
4
3 u 45’
5
4 u 45’
6
5 u 45’
7
6 u 45’
8
7 u 30’
9
8 u 30’
10
9 u 30’
11
10 u 30’
12
11 u 15’
13
12 u 15’
14
13 u 15’
15
14 u 15’
16
15 u 15’
17
16 u
18
17 u
19
18 u
20
19 u
21
20 u
22
20 u 45’
23
21 u 45’
24
22 u 45’
25
23 u 45’
26
24 u 45’
27
25 u 30’
28
26 u 30’
29
27 u 30’
30
28 u 30’
31
29 u 15’
32
30 u 15’
33
31 u 15’
34
32 u 15’
35
33 u 15’
36
34 u
37
35 u
38
36 u
BIJLAGE 5: SAMENSTELLING HOOG OVERLEGCOMITÉ VOOR HET PERSONEEL VAN HET GESUBSIËERD OFFICIEEL ONDERWIJS VAN DE GEMEENTE BRASSCHAAT
De afvaardiging van de werkgever:
-Jan Jambon, burgemeester;
-Philip Cools, schepen van HRM, communicatie, ICT, financiën en interne organisatie;
-Inez Ven, schepen van onderwijs en burgerzaken.
De afvaardiging van de vakorganisaties:
voor het ACOD:
-Lars van Santvoort, adjunct provinciaal secretaris;
-Hocine Trari, adjunct provinciaal secretaris;
-Dirk Raijmaekers, vast benoemd leraar gemeentelijk secundair onderwijs.
voor het COV:
-Dave Brocatus, vast benoemd leermeester katholieke godsdienst;
-Nick Wijnants, vast benoemd onderwijzer;
met als vast technicus:
-Lisbeth Reyniers, vrijgesteld secretaris.
voor het COC:
-Luc De Beuckelaer, vast benoemd leraar gemeentelijk secundair onderwijs;
-Jan Materné, vast benoemd leraar gemeentelijk secundair onderwijs;
-Serge Vermunicht, vast benoemd opsteller en leraar kunstvakken in de gemeentelijke academie voor muziek en woord.
met als vast technicus:
-Sus Govaerts, provinciaal begeleider;
-Erik Michielsen, provinciaal vrijgesteld.
voor het VSOA:
-Dirk Dietrich, provinciaal secretaris.
BIJLAGE 6: SAMENSTELLING AFZONDERLIJK BIJZONDER ONDERHANDELINGSCOMITÉ VOOR HET PERSONEEL VAN HET GESUBSIDEERD OFFICIEEL ONDERWIJS VAN DE GEMEENTE BRASSCHAAT
De afvaardiging van de overheid
-Jan Jambon, burgemeester;
-Philip Cools, schepen van HRM, communicatie, ICT, financiën en interne organisatie;
-Inez Ven, schepen van onderwijs en burgerzaken.
De afvaardiging van de vakorganisaties:
voor het ACOD:
-Lars van Santvoort, adjunct provinciaal secretaris;
-Hocine Trari, adjunct provinciaal secretaris;
-Dirk Raijmaekers, vast benoemd leraar gemeentelijk secundair onderwijs.
voor het COV:
-Dave Brocatus, vast benoemd leermeester katholieke godsdienst;
-Nick Wijnants, vast benoemd onderwijzer;
met als vast technicus:
-Lisbeth Reyniers, vrijgesteld secretaris.
voor het COC:
-Luc De Beuckelaer, vast benoemd leraar gemeentelijk secundair onderwijs;
-Jan Materné, vast benoemd leraar gemeentelijk secundair onderwijs;
-Serge Vermunicht, vast benoemd opsteller en leraar kunstvakken in de gemeentelijke academie voor muziek en woord.
met als vast technicus:
-Sus Govaerts, provinciaal begeleider;
-Erik Michielsen, provinciaal vrijgesteld.
voor het VSOA:
-Dirk Dietrich, provinciaal secretaris.
voor de gemeenschappelijke dienst preventie en bescherming op het werk:
-Herman Weyers, preventieadviseur
-Frank De Vocht, preventieadviseur- diensthoofd
voor de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk:
-Dr. Hanne Gorissen, preventieadviseur-arbeidsgeneesheer
-Dr. Joris Hellebaut, preventieadviseur-arbeidsgeneesheer
BIJLAGE 7: DEONTOLOGISCHE CODE
Arikel 97 §2 bepaalt dat de deontologische code van het gemeentepersoneel ook van toepassing is op het personeel van het gemeentelijk onderwijs. Deze is vastgesteld als volgt:
12bis. DEONTOLOGISCHE RECHTEN EN PLICHTEN
Artikel 26
PARAGRAAF 1
De personeelsleden oefenen hun ambt op een loyale en correcte wijze uit.
De personeelsleden zetten zich op een actieve en constructieve wijze in voor de realisatie van de opdracht en de doelstellingen van de gemeente.
PARAGRAAF 2
De personeelsleden respecteren de persoonlijke waardigheid van iedereen.
Artikel 27
PARAGRAAF 1
De personeelsleden hebben spreekrecht ten aanzien van derden met betrekking tot de feiten waarvan zij kennis hebben uit hoofde van hun ambt.
Onder voorbehoud van de toepassing van de regelgeving inzake openbaarheid van bestuur is het voor hen verboden feiten bekend te maken die betrekking hebben op:
1° de veiligheid van het land;
2° de bescherming van de openbare orde;
3° de financiële belangen van de overheid;
4° het voorkomen en het bestraffen van strafbare feiten;
5° het medisch geheim;
6° het vertrouwelijke karakter van commerciële, intellectuele en industriële gegevens;
7° het vertrouwelijke karakter van de beraadslagingen.
Het is voor hen verboden feiten bekend te maken als de bekendmaking ervan een inbreuk vormt op de rechten en de vrijheden van de burger, in het bijzonder op het privé-leven, tenzij de betrokkene toestemming heeft verleend om de gegevens die op haar of hem betrekking hebben, openbaar te maken.
Deze paragraaf geldt eveneens voor personeelsleden die hun ambt hebben beëindigd.
PARAGRAAF 2
De personeelsleden die in de uitoefening van hun ambt nalatigheden, misbruiken of misdrijven vaststellen, brengen een hiërarchische meerdere hiervan onmiddellijk op de hoogte.
Artikel 28
PARAGRAAF 1
De personeelsleden behandelen de gebruikers van hun dienst welwillend en zonder enige discriminatie.
PARAGRAAF 2
De personeelsleden mogen, zelfs buiten hun ambt, noch rechtstreeks noch via een tussenpersoon, giften, beloningen of enig ander voordeel dat verband houdt met het ambt, vragen, eisen of aannemen.
Artikel 29
De hoedanigheid van personeelslid is onverenigbaar met elke activiteit die het personeelslid zelf of via een tussenpersoon verricht en waardoor:
1° de ambtsplichten niet kunnen worden vervuld;
2° de waardigheid van het ambt in het gedrang komt;
3° de eigen onafhankelijkheid wordt aangetast;
4° een belangenconflict ontstaat.
Artikel 30
PARAGRAAF 1
De personeelsleden hebben recht op informatie en vorming zowel met betrekking tot aspecten die nuttig zijn voor de uitoefening van de functie als om te kunnen voldoen aan de bevorderingsvereisten.
PARAGRAAF 2
De personeelsleden houden zich op de hoogte van de ontwikkelingen en de nieuwe inzichten in de materies waarmee zij beroepshalve belast zijn.
PARAGRAAF 3
De vorming is een plicht als ze noodzakelijk blijkt voor een betere uitoefening van de functie of het functioneren van een dienst, of als ze een onderdeel uitmaakt van een herstructurering of reorganisatie van een afdeling of een implementatie van nieuwe werkmethodes en infrastructuur.
Artikel 31
De gemeenteraad stelt een deontologische code voor het gemeentepersoneel vast. Die concretiseert de bepalingen van deze afdeling en kan bijkomende deontologische rechten en verplichtingen opnemen.
BIJLAGE 8: MEDEDELINGEN INZAKE INFORMATIEVEILIGHEID
Informatieveiligheidsconsulent (functionaris voor gegevensbescherming)
Naam en contactmogelijkheden
-Karin Janvier
karin.janvier@brasschaat.be
03 650 03 26
Aanspreekpunt informatieveiligheid academie
Naam en contactmogelijkheden
-Katrien Van Loon
gamw@brasschaat.be
03 663 09 90