Zitting van maandag 26 januari 2026

Van 20:00 uur

Locatie raadzaal, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat

 

Aanwezig : Robert Geysen - voorzitter

Adinda Van Gerven - waarnemend burgemeester

Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen - schepenen

Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Ingeborg Hermans, Jef Konings, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Kato Broos, Wouter Covens, Tim Willekens - raadsleden

Gigi De Schryver - waarnemend algemeen directeur

 

Verontschuldigd : Carla Pantens - schepen

Herman Van Mieghem - raadslid

Ward Schevernels - algemeen directeur

 

1 van 1

 

Overzicht punten

 

 

1 Notulen en zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 15 december 2025. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Op 15 december 2025 vond er een zitting van de gemeenteraad plaats. De gemeenteraad dient de notulen en het zittingsverslag van die zitting goed te keuren.

 

Juridisch kader

Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 15 december 2025 worden goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

2 INV Vernieuwing 2 ANPR-sites met trajectcontrole Sint-Jobsesteenweg Brasschaat. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hermans had een hele lijst vragen.  Ze wil hierbij graag de korpschef bedanken.  Er zijn nog 2 openstaande vragen en ze vraagt zich af of hier vanavond nog een antwoord op kan gegeven worden?  Het betreft het structureel inschrijven van de uitgaven in de meerjarenplanning en of dit inclusief de indexatie was?  Op de commissie kon hier nog geen volledige zekerheid over gegeven worden. 

Bijkomend heeft ze nog een vraag over het agentschap wegen en verkeer.  In artikel 3 van het éénparig besluit dat voorligt, staan er nog opschortende voorwaarden opgenomen.  Het agentschap wegen en verkeer moet aantonen dat zij de uitgaven aan hun kant geformaliseerd hebben.  Ze wil graag weten of dit ondertussen gebeurd is?  Of binnen welke tijd zal het bestuur hier zekerheid over hebben vooraleer deze uitgaven te doen? 

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat dat de exploitatie voorzien is in het meerjarenplan.  De investering zal enkel gebeuren als de paal er staat.  Een camera aankopen zonder paal, zal niet gebeuren.  Ze ontving de mondelinge goedkeuring van agentschap wegen en verkeer dat zij de investering zullen doen.  Dit kadert volledig in hun visie van verkeersveiligheid met 0 verkeersslachtoffers.  De waarnemend burgemeester gaat ervan uit dat een woord een woord is. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De huidige ANPR-sites zijn technisch verouderd en functioneren niet meer naar behoren. Hierdoor is de nummerplaatregistratie niet langer betrouwbaar, wat een negatieve impact heeft op de verkeershandhaving en monitoring. Gelet de veelvuldige defecten en ouderdom werden de ANPRsites langsheen de Sint-Jobsesteenweg buiten werking gezet en is er noch trajectcontrole noch nummerplaatherkenning/registratie.

 

Men had te maken met volgende problemen:

        Technische veroudering: De hardware en software van de bestaande ANPR-site (camera’s zijn verouderd en worden niet meer ondersteund door de leverancier (installatie van 2013).

        Uitval en storingen: De sites werken niet meer correct, wat leidt tot gemiste registraties en verlies van functionaliteit (o.a. trajectcontrole).

        Geen mogelijkheid tot reparatie: Door de verouderde componenten is herstelling niet mogelijk.

 

In het college van burgemeester en schepenen was eerst voorgesteld om maar één site te vernieuwen, het college heeft toen opdracht gegeven om de financiële impact voor vernieuwing van het volledige traject voor te leggen, waarna een voorstel tot aanpassing en volledige financiering door het lokaal bestuur werd voorgelegd op de gemeenteraad van 26 mei 2025. Uiteindelijk werd het voorstel niet weerhouden aangezien men extra onderzoek wilde doen naar cofinanciering door het Agentschap Wegen en Verkeer (verder AWV).

 

Op 13 oktober 2025 mochten politie en de schepen van mobiliteit de bevestiging ontvangen dat AWV de nodige middelen zal vrijmaken voor het vervangen van de camera's van de trajectcontrole, inclusief de eerste ijking en de conformiteitskeuring. Op de door AWV gestelde voorwaarde dat het lokale bestuur, zoals voordien, dient in te staan voor het onderhoud en beheer van het systeem werd door de het college, bij monde van de algemeen directeur, positief geantwoord (mail in bijlage toegevoegd). Een protocol terzake zal opgesteld worden door AWV.

 

AWV staat autonoom in voor zijn uitgave in dit kader. De beslissing tot uitgave door de politiezone Brasschaat en het gemeentebestuur zal worden overgemaakt, waarna AWV het nodige zal doen voor zijn uitgave. Indien AWV de afspraak m.b.t. de uitgave niet na zou komen, zullen ook de politiezone en het gemeentebestuur van Brasschaat niet overgaan tot uitvoering van de aanpassingswerken.

 

De vervanging van de ANPR-site (Sint-Jobsesteenweg ter hoogte van de Papestraat) is essentieel om de continuïteit van nummerplaatherkenning te waarborgen (in beide richtingen), dit in het kader van gerechtelijke en verkeersonderzoeken. De site maakt deel uit van onze ANPR-sites op de grenzen rondom onze gemeente. De site staat op een belangrijk in- en uitvalsweg (N117) van onze gemeente.

 

De vervanging van de “tweede” ANPR-site (Sint-Jobsesteenweg ter hoogte van de Durentijdlei) is noodzakelijk in functie van een trajectcontrole op de Sint-Jobsesteenweg (N117). Een tweede ANPRsite verfijnt onder andere (bijkomend) de aangeleverde informatie in functie van gerechtelijke en verkeersonderzoeken (naar plaats en tijd).

 

Bij de vernieuwing van de ANPR-sites wordt maximaal gebruik gemaakt van de bestaande hardware waaronder de wegkantkast. Een aantal hardwarecomponenten dienen vervangen te worden gelet de ouderdom van deze materialen (originele ANPR-site dateert van 2013).

 

Op voormelde locatie was een trajectcontrole actief, wat zorgde voor een permanente snelheidshandhaving dewelke een belangrijke bijdrage leverde aan de verkeersveiligheid (= geen verkeersongevallen met dodelijke afloop, significante daling van de verkeersongevallen met lichamelijk letsel).

 

Niet meer voorzien in een trajectcontrole betekent dat:

        Er geen permanente snelheidshandhaving meer zal zijn, wat mogelijk kan leiden tot een toename van snelheidsovertredingen en een verhoogd risico op ongevallen.

        De subjectieve en objectieve verkeersveiligheid afneemt, aangezien de preventieve werking van trajectcontrole wegvalt.

        Handhaving enkel nog via punctuele controles mogelijk is, wat minder effectief is dan een continu werkend ANPR/trajectcontrole-systeem.

 

Gezien de technische veroudering en de onmogelijkheid tot herstel, is vervanging de enige haalbare optie. Het voorzien van een permanente snelheidshandhaving betekent een belangrijke bijdrage aan de verkeersveiligheid in het voorkomen van verkeersongevallen. De lokale politie stelt voor om in vervanging te voorzien van twee ANPR-sites met trajectcontrole in functie van a) verkeersveiligheid en b) om de continuïteit van gerechtelijke en verkeersonderzoeken te waarborgen.

 

De financiering van de trajectcontrole wordt, zoals eerder vermeld, gedragen door AWV. Het voorzien van twee extra ANPR-camera’s draagt bij tot de gerechtelijke functionaliteiten door het ANPR-systeem en is gelijkaardig zoals bij de installatie op de Essensteenweg. Deze investering zou gedragen worden door het lokale bestuur en de politie.

 

Voor de installatie van nieuwe ANPR-camera’s op de portalen 5352ANT334A en 5352ANT335A wordt een offerte voorgelegd van Proximus/Trafiroad in het kader van de raamovereenkomst van VITO: VITO ICT Infra 2023 - perceel 4 – Netwerk & Security voor een totaal bedrag van 38.251,11 euro, BTWin (inclusief eerste ijking). De jaarlijks weerkerende onderhoudskosten bedragen 1.573,99 euro, BTWin en 1.990,14 euro, BTWin, voor het remote care pack. Er wordt, vanuit een kostenefficiënt oogpunt, gekozen voor deze oplossing, die budgettair minder impact heeft op de werkingskosten, in vergelijking tot een all-in onderhoudscontract.

 

De vernieuwde sites en trajectcontrole worden gekoppeld worden aan de TPS-server van de federale politie, en dit zonder bijkomende investeringen. De verwerking van de snelheidsovertredingen verloopt via het Gewestelijk Verwerkingscentrum (GVC) van de federale politie.

 

De bestaande data-abonnementen worden aangepast van een small “officepack” naar een “officepack” met een installatiekost van 272,25 euro, BTWin, en een maandelijkse kost van 100,10euro, BTWin, per portaal. Deze upgrade is noodzakelijk gelet de nieuwe generatie ANPR camera’s naast meer performante beelden (meer pixels) ook bijkomende informatie doorgeeft (o.a. kleur, merk, type voertuig).

 

De tweejaarlijkse herijking wordt geraamd op 18.542,48 Euro (conform de offerte in bijlage van Proximus/Trafiroad). Herijking kan echter ook rechtstreeks worden aangevraagd bij het Belgisch Meetinstituut, met mogelijks kleinere budgettaire impact. Een offerte terzake zal aangevraagd worden van zodra noodzakelijk.

 

Dit voorstel werd door het college principieel goedgekeurd, tijdens zijn zitting van 12 januari 2026.

 

Juridisch kader

Artikel 234 van de nieuwe gemeentewet, ingevolge artikel 33 van de wet op de geïntegreerde politie van toepassing op de politiezone.

Artikel 7/1, 1° van de Wet op het Politieambt die in het bijzonder het gezamenlijk optreden van verschillende korpsen van lokale politie definieert.

De ministeriële omzendbrief PLP 27 van 4 november 2002 inzake intensifiëring en bevordering van de interzonale samenwerking, B.S.4 december 2002.

Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 43, (Opdracht in het kader van een raamovereenkomst), en meer bepaald artikelen 2, 6° en 47 §2 die de aanbestedende overheden vrijstelt van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren wanneer ze een beroep doen op een aankoopcentrale.

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

 

Adviezen

Werner Hoogsteyns adviseert om beide sites te vernieuwen om de continuïteit van gerechtelijke en verkeersonderzoeken te waarborgen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen worden geraamd op:

Kost  38.251,11 btw inbegrepen (eenmalig)-vernieuwing sites

  3.564,13 euro, btw inbegrepen (jaarlijks)-onderhoud sites

  544,55 euro, btw inbegrepen (eenmalig)-datacommunicatie

  2.402,40 euro, btw inbegrepen (jaarlijks)- datacommunicatie

  18.542,48 euro, btw inbegrepen (2-jaarlijks)-ijking

Budgetsleutel 330/735-60 / Uitbreiding en renovatie ANPR netwerk

  330/140-06 / Werkingskosten ANPR

Budget/jaar Buitengewone dienst 2026

  Gewone dienst in 2026 en de volgende jaren

Krediet beschikbaar Ja

Visum financieel directeur Niet van toepassing

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Goedkeuring wordt verleend aan de opdracht “Vernieuwing en upgrade ANPR netwerk” via de raamovereenkomst VITO ICT Infra 2023 met de geraamde investeringen t.b.v. 38.251,11 BTWin, op budgetsleutel 330/735-60 / Uitbreiding en renovatie ANPR netwerk.

 

Art.2.- De werkings- onderhouds- en herijkingskosten ter zake worden ingeschreven in het werkingsbudget, vanaf 2026, op budgetsleutel 330/140-06 / Werkingskosten ANPR.

 

Art.3.- Als opschortende voorwaarde voor de effectieve uitvoering van de uitgaven wordt gesteld dat Agentschap Wegen en Verkeer schriftelijk moet aantonen dat zij van hun kant de beschreven uitgave eveneens geformaliseerd hebben.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

3 Opname reclame in gemeentelijk magazine #Beleef2930. Intrekking vanaf 1 februari 2026. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

 

Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :

 

“Onze fractie begrijpt dat besparen nodig is, maar de stopzetting van #Beleef2930 wordt uiteengezet als een soort besparing terwijl het naar mijn(onze) bescheiden mening vooral een verschuiving is omwille van tegenvallende reclame inkomsten.
In 2025 bracht reclame over twee edities samen 5.401 euro op. Dit is inderdaad niet veel…
Wij stellen ons de vraag of jullie geprobeerd hebben om dat bij te sturen? Hebben jullie het aanbod naar lokale ondernemers aantrekkelijker gemaakt, bv. op een ondernemersraad?
Zijn er alternatieve formules herbekeken , minder dikke edities, ander papier,
alternatieve of bijkomende advertentieformules?

Toch opgezocht in Meeting Mobile: na jullie bevraging en de resultaten, te lezen in het nummer van december ’25, lezen we dat 89% het magazine kent en 71% bekijkt elke editie?
Maw wij vinden deze cijfers heel positief en ze laten toch blijken dat dit magazine een belangrijk informatiekanaal was.
 

Mochten jullie het argument gebruiken dat de Brasschaatse Film de informatie wel zal opvangen omdat die om de twee weken in de bus valt, dan pleiten we ervoor om dat ook objectief te meten.
We hebben voor #Beleef2930 een enquête gezien met duidelijke resultaten!
Wij stellen daarom voor om exact dezelfde oefening te doen voor de Brasschaatse Film: hoeveel mensen kennen het, hoeveel lezen het effectief, en welke rubrieken worden bekeken?
Want “in de brievenbus krijgen” is niet hetzelfde als “gelezen worden”.
En vooraleer men een goed werkend kanaal definitief schrapt, en in het kader van constructief oppositie-werk,willen we vragen om toch eerst ook die enquête af te wachten en dan pas te beslissen.

Het gaat tenslotte over veel geld! Is het schepencollege bereid om de beslissing uit te stellen tot na de bevraging?”

 

Schepen Heirman licht toe dat de beslissing niet kan uitgesteld worden aangezien dit niet opgenomen is in de meerjarenplanning.  De beslissing werd genomen in december en goedgekeurd op de gemeenteraad.  Hij licht toe dat dit punt over reclame gaat en niet over de Beleef.

Schepen Heirman licht toe dat ten tijde van de Parkbode de reclame ongeveer de drukkosten dekten.  Nu werden de drukkosten helemaal niet meer gedekt door de reclame-opbrengsten.  Er was zelfs een verdubbeling.  Er wordt verwezen naar de midden-katern in de Brasschaatse Film.  De Parkbode kwam daar destijds nog eens bovenop.  Er zijn de kosten van het verdelen en de drukkosten, anderzijds is er ook de energie en vele capaciteit van mensen dat er werd ingestoken.  Er moest bespaart worden op personeel en uitgaven en er werd hiervoor gekozen.  Er werden meerdere beslissingen genomen die pijnlijk waren, maar deze kunnen nu niet terug gedraaid worden.  Een enquête over de midden-katern kan overwogen worden, maar schepen Heirman beloofd niets.  Hij neemt het voorstel zeker mee. 

 

Raadslid Hoegaerts stelt dat het niet de bedoeling mag zijn van een gemeenteblad om de Brasschaatse Film concurrentie aan te doen en dat de advertenties in Parkbode en Beleef2930 slechts van ondersteunende aard waren. Hij meent wel dat met het verdwijnen van Beleef2930 een besparingsbeslissing werd genomen die alweer ten koste is van de minder digitale medeburgers in Brasschaat.

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven wil hier graag nog wat aan toevoegen.  Het is volgens haar zeker niet de bedoeling om de communicatielijnen naar de burgers te verminderen, integendeel.  Men zal ten volle blijven inzetten op communicatie naar de burgers toe.  Dit zal gebeuren via alle kanalen.  De papieren media is 1 versie, maar er is ook de digitale media.  Je hebt instagram en facebook, maar binnenkort komen er ook de cityscreens in het straatbeeld.  Er zijn ook de digitale infoborden met een oppervlakte van 4-5m².  De burgers zullen ten volle geïnformeerd blijven.  Er zal ook nog steeds ingezet worden op Hoplr, hier kan men gericht per wijk communiceren.  Er zal gewerkt worden met de juiste middelen op de juiste wijze. 

Raadslid Hermans wil graag nog weten of er eerst alternatieven bekeken zijn vooraleer men hieromtrent een beslissing heeft genomen? 

 

Schepen Heirman licht toe dat alles bekeken werd tijdens het conclaaf.  Het is nu de beurt aan de diensten om te bekijken wat de alternatieven zijn.  Hij heeft bijvoorbeeld de prijzen van de druk- en verspreidingskoten van de Beleef, dit gaat om 30 000 euro.  Deze 30 000 euro zal men besparen alsook de capaciteit waar moeilijk een bedrag op geplakt kan worden.  Er worden dus heel wat uitgaven mee bespaard.  Hij weet dat het belangrijk is om alle burgers te blijven bereiken, dus dit zal zeker goed opgevolgd worden. 

 

Raadslid Hermans vraagt om de onthouding voor haar fractie te noteren. 

 

Schepen Heirman licht toe dat het hier om het reglement gaat en niet om het behoud van de Beleef. 

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Het besluit van de gemeenteraad van 25 augustus 2025 houdende vaststelling van het retributiereglement voor de opname van reclame in het gemeentelijk magazine #Beleef2930.

 

In opvolging van de beleidsbesprekingen zal dit magazine niet meer verschijnen en kunnen er dus geen advertenties meer in opgenomen worden. Het gestemde retributiereglement met een looptijd van onbepaalde duur heeft vanaf 2026 geen voorwerp meer en dient ingetrokken te worden.

 

Het is aangewezen het besluit met ingang van 1 februari 2026 in te trekken.

 

Juridisch kader

Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.

 

Financiële gevolgen

In het budget van 2026 werden hiervoor geen kosten noch opbrengsten ingeschreven.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Met ingang van 1 februari 2026 wordt het retributiereglement voor de opname van reclame in het gemeentelijke magazine Beleef2930 ingetrokken.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

4 Kader voor de organisatiebeheersing. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

 

Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :

 

“Collegae, ik wil hier toch iets heel duidelijk zeggen. In “de leidraad audit Vlaanderen” wordt gewerkt met de PDCA-cyclus en dan lees je letterlijk dat “plannen gerealiseerd moeten worden op een effectieve, efficiënte, integere en kwaliteitsvolle manier”.

Dat klinkt mooi en vooral ‘‘audit-proof’, maar het wringt voor onze fractie als je tegelijk ziet hoe er met medewerkers werd omgegaan. Als je een volledige ploeg, jullie noemden ze “onze toppers” verplaatst alsof deze medewerkers gewoon schaakstukken zijn, dan kunt ge niet ernstig blijven zwaaien met het woord “integriteit “alsof dat enkel over processen en schema’s gaat.

Voor alle duidelijkheid, wij koppelen deze beslissing niet rechtstreeks aan de audit. Maar net daarom is het dés te belangrijker dat we hier wél het juiste signaal geven. Integriteit is géén paragraaf in een rapport, integriteit moet blijken uit de manier waarop je met je medewerkers omgaat: transparant, respectvol en menselijk.

En als dat ontbreekt, beste collegae, dan is het woord ‘integer’ in zo’n tekst niet meer dan decoratie. Wij verwachten dat dit bestuur niet alleen efficiënt werkt, maar ook correct en waardig met mensen omgaat.” Bij deze onze motivering voor een onthouding”

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven vindt de reactie van raadslid Hermans platvloers.  Het gaat hier om een efficiëntie-oefening.  Men gaat met geld van de burgers om.  Ze zijn toekomstgericht en gaan heel integer met alle mensen om. 

 

Schepen Heirman verschiet ervan dat ze ook niet begint over de poetsdienst die 6 jaar geleden werd afgeschaft.  Deze mensen werden ook zeer goed begeleid.  De mensen die toen uit hun lood geslagen waren, zijn nu allemaal zeer tevreden.  Er waren ook met Igean goede gesprekken en zij zijn bereid om alle mensen over te nemen met redelijk goede arbeidsvoorwaarden.  Er was ook overleg met de vakbonden.  Ze gaan heel respectvol om met iedereen.  Hij vindt het dus geen mooi verwijt van raadslid Hermans. 

 

Raadslid Hermans vult nog aan dat ze dan ook hier verkeerde signalen zal ontvangen.  Ze ontving deze signalen redelijk recent. 

 

Raadslid Van der Schoepen is niet alleen benieuwd naar de menselijke afhandeling maar ook naar de materiële afhandeling. 

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven vult aan dat dit niet ter zitting staat.  Het gaat hier om het kader voor organisatiebeheersing. 

 

Raadslid Van der Schoepen wil in de toekomst graag een rapport van de aankopen en de winsten daaromtrent. 

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat dit niet veel gaat opbrengen.  Het gaat hier om een efficiëntie-oefening waar ze Igean ook voor zullen moeten betalen.  Ze denken dat dit logischer en efficiënter is dan enkel die fractie binnen Brasschaat zelf te behouden. 

 

Voorzitter Geysen licht nog toe dat men alle financiële informatie wel zal terugvinden in de cijfers. 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:

- 1° de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;

- 2° wetgeving en procedures naleeft;

- 3° over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;

- 4° op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;

- 5° de activa beschermt en fraude voorkomt.

 

Daartoe stelt de algemeen directeur, na overleg met het managementteam, het organisatiebeheersingssysteem vast. Dat systeem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het OCMW wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn.

Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem (en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn) moeten door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn worden goedgekeurd.

 

Het kader werd na voorlegging aan CBS en VB van 04/02/2019 en toelichting op de AC van 12/02/2019 op 25/02/2019 goedgekeurd door de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

De start van een nieuwe legislatuur is het ideale moment om een evaluatie op te maken van het kader en eventueel bij te sturen. Dit gebeurde door de algemeen directeur in samenwerking met O&O. Het aangepaste kader werd positief geadviseerd op het MAT van 22/04/25 en goedgekeurd op het VB & CBS van 5/5/2025 en de RVMW & GR van 26/5/2025.

 

In het vernieuwde kader bleven we nog vaag over de criteria en methodiek die we zouden gebruiken voor de selectie en auditering van de kritieke processen. Dit werd verder geconcretiseerd in rubriek 2.2.1.2. Het MAT gaf positief advies op 2/12/25. 

 

Het college en vast bureau van 12/01/2026 keurden het bijgestuurde kader voor organisatiebeheersing goed en gaven goedkeuring om het aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn voor te leggen.

 

 

Juridisch kader

Art.217 tot en met 220 van het decreet Lokaal bestuur.

 

Adviezen

Het managementteam verleende positief advies.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT:

Met 27 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Philip Cools, Jan Jambon, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer en Tim Willekens), 4 onthoudingen (Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans, Kato Broos en Wouter Covens).

 

Art.1.- Het algemeen kader voor de organisatiebeheersing wordt goedgekeurd.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

5 Lage Kaart 343. Goedkeuring projectovereenkomst verkoopbemiddeling Covast. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hoegaerts meent dat dit voorstel aflevering elfendertig is en een amechtige poging om een stuk grond, destijds in 2009 aangekocht als een strategisch stuk grond, opnieuw te koop te stellen aan een onhaalbare prijs. Zijn raad is en blijft aan het gemeentebestuur om aan introspectie te doen en zelfreflectie en toe te geven dat dit dossier verknoeid is en om ofwel het perceel verder te laten rusten in functie van toekomstige inzichten ofwel het financieel verlies te slikken. Het perceel is zijn inziens nog slechts de helft van de geciteerde 417.000 euro waard, het gemeentebestuur moet zijn politieke verantwoordelijkheid nemen, volgens het raadslid wordt dit weer een slag in het water.

 

Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :

 

“Wij zijn altijd tegen de verkoop geweest omdat wij van mening waren en zijn dat de 2 percelen in handen van de gemeente moesten blijven als strategische grondreserve. Bovendien zou de gemeente, naar woonbeleid toe, deze percelen in eigen handen hebben gehouden.

Onze bedenkingen zijn er nog steeds.

De gronden zijn of waren eigendom van de gemeente sinds 2009.

De pogingen om deze bouwgrond te verkopen zijn bezig sinds 2020. Een eerste poging bestond erin om het zelf, als gemeentebestuur, te doen. Het ging toen over het achterste gedeelte samen met het voorste. Deze poging mislukte. Dan heeft men de 2 stukken apart verkocht en Biddit onder de arm genomen. Dat lukte voor het achterste gedeelte dat aan spotprijs de deur uit ging. Biddit bracht echter geen soelaas voor wat het voorste stuk betrof. Nu dus een derde poging met Covast. Zij zouden meer kansen tot verkoop bieden en krijgen 6 maanden de tijd om het verkocht te krijgen.

Het recht op doorgang, de strook van 3 meter naast de woning zal altijd een heikel punt blijven. Wie is erop uit om het risico te lopen dat er vlak naast zijn of haar huis verkeer kan langskomen dat zich naar het achterste gedeelte begeeft. We zien ook dat het bestuur de minimumvoorwaarden, die het eerder naar voor bracht, afzwakt. We kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat men per se van deze bouwgrond af wil en er zo druk ontstaat op de procedure met het gevaar om achter het net te vissen.

We bevinden ons nu in een nieuw hoofdstuk in een verhaal waarbij er al veel inkt gevloeid is. Benieuwd wat het gaat brengen, maar terugkijkend naar ons stemgedrag in het verleden gaan we consequent zijn en ook deze keer tegen stemmen.”

 

Raadslid Hoegaerts en zijn fractie stemmen ook tegen. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Sinds 2020 werden meerdere pogingen ondernomen om de gronden gelegen aan de Lage Kaart 343 te Brasschaat (totaal 7.313 m², sectie G, perceelnummers 97K2 en 97K) te verkopen, via opeenvolgende procedures waaronder de verkoop onder gesloten omslag en Biddit-procedures onder begeleiding van notariaat De Decker, Donksesteenweg 33 te Brasschaat. Ondanks het hernemen van de procedure in 2023 werden geen biedingen ontvangen.

 

Evaluatie van de gevoerde procedures leert dat de geïnteresseerde partijen slechts interesse toonden tot aankoop van één van beide percelen. 

 

Daarop werd in zitting van 25 maart 2024 goedkeuring gevraagd aan de gemeenteraad voor de opstart van een gefaseerde aanpak.In fase 1 werd het achtergelegen perceel (kadastraal nummer G97K, oppervlakte 5.875,81 m², woonuitbreidingsgebied) via een Biddit-procedure verkocht aan 90.000,00 euro. De minimale verkoopprijs bedroeg 55.000,00 euro.

 

Op 4 maart 2025 bezorgde notariaat De Decker het lastenkohier voor fase 2, betreffende het voorliggende perceel (kadastraal nummer G97K/P, oppervlakte 1.437,95 m² waarvoor een gelijkaardige verkoop werd opgestart. Een bijzonderheid voor deze verkoop betreft het recht van doorgang dat per akte werd vastgelegd ten aanzien van het achterliggend perceel ("heersend erf") dat in fase 1 verkocht werd.

 

In het stedenbouwkundig attest met referentie 2024/AT/0006 van 7 oktober 2024, werden de contouren voor de bouwmogelijkheden opgenomen. Hier kan een eengezinswoning, type open bebouwing gerealiseerd worden.

 

In het geactualiseerd schattingsverslag van landmeter-expert Marijke De Cleer van 3 oktober 2024, wordt de venale waarde van de grond geschat op 417.000,00 euro. Voor het bepalen van de minimale verkoopprijs, wordt bij dit bedrag verhoogd met 3% voor administratieve en verkoopkosten. De minimale verkoopprijs werd bepaald op 430.000,00 euro. De Biddit-procedure die hiervoor werd gevoerd, heeft geen biedingen opgeleverd.

 

Gezien het uitblijven van biedingen in de voorgaande procedures, die bovendien kosten met zich hebben meegebracht, wordt voorgesteld om voor de verkoop van het vooraan gelegen perceel over te gaan tot een alternatieve verkoopprocedure in samenwerking met Covast. Deze aanpak zou hogere verkoopkansen en administratieve ontzorging bieden, aangezien Covast de bemiddeling coördineert via een uitgebreid netwerk van erkende vastgoedmakelaars.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de presentatie die bij eerste toelichting in mei 2024 werd gegeven aan de diensten, waarin de procedure en werkwijze worden toegelicht. Betreffend dossier werd in 2025 voorgelegd aan Covast. Er wordt heden geopteerd voor een eenmalige samenwerking op basis van een projectovereenkomst.

 

Het verkoopproces start met de aankondiging op de website www.covast.be van het verkoopdossier, waarna Covast ook een startprijs en startdatum van de eerste biedingsfase publiceert. De verkopende vastgoedmakelaars zullen via hun eigen kanalen en op eigen kosten publiciteit kunnen voeren voor het goed. Op het goed wordt enkel een publiciteitsbord van Covast geplaatst. Andere publiciteit, ook door vastgoedmakelaars, is enkel toegestaan met voorafgaande schriftelijke toestemming van Covast (bijv. voor een open bezoekdag). Daarnaast zal publicatie worden opgenomen op de gekende vastgoedsites Immoweb, Zimmo, Immovlan, Spotto.

 

Omdat Covast nauw samenwerkt met het netwerk van CIB Vlaanderen (Confederatie van Immobiliënberoepen Vlaanderen), gebruikt het de ervaring en het brede netwerk van deze beroepsorganisatie van vastgoedprofessionals.

 

De duur van de opdracht in het kader van een projectovereenkomst bedraagt zes maanden en vangt aan vanaf de aankondiging van het verkoopdossier op de website van Covast.

 

Ook gemeentelijk zal de verkoop onder de aandacht gebracht worden op de website van de gemeente en eventueel sociale media. 

 

Gelet op het feit dat de koper de verkoopkosten ten laste neemt tot en met de eerste biedingsronde, wordt voorgesteld de minimale verkoopprijs gelijk te stellen aan de venale waarde, geschat op 417.000,00 euro.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan de projectovereenkomst.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan de overeenkomst en de bevoegdheid voor ondertekening van de projectovereenkomst over te dragen van de voorzitter van de gemeenteraad naar de waarnemend burgemeester. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het college van burgemeester en schepenen het mandaat te geven met betrekking tot de verdere besluitvorming met betrekking tot deze verkoop, voor zover de minimale verkoopprijs ontvangen zal worden. De gemeenteraad zal in kennis gesteld worden van het resultaat van de verkoopprocedure.

 

Juridisch kader

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikels 330 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Artikel 279 betreffende de ondertekening van de reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad, en alle andere stukken of briefwisseling die specifiek betrekking hebben op de gemeenteraad.

Artikel 281 betreffende de overdracht van bevoegdheid tot ondertekening van de voorzitter aan een of meer leden van de gemeenteraad.

 

Adviezen

Schattingsverslag van landmeter-expert Marijke De Cleer van 3 oktober 2024.

Het college van burgemeester en schepenen hechtte in zitting van 22 december 2025 principiële goedkeuring aan de projectovereenkomst verkoopbemiddeling Covast.

 

Ondernemerstoets

Deze werkwijze maakt mogelijk dat lokale immobiliënmakelaars kunnen deelnemen aan deze verkoopopdracht.

Binnen het CIB zijn de volgende Brasschaatse makelaars aangesloten:

        Vastymmo

        Immo Green Star

        Wolf Vastgoed

        Tensen Vastgoed

 

Daarnaast kunnen ook vastgoedmakelaars die geen lid zijn van het CIB zich kosteloos aansluiten en deelnemen aan de verkoopprocedure door zich te registreren als verkopende makelaar voor Covast en na online publicatie van het dossier, deelnemen aan de verkoopprocedure. Alle vastgoedmakelaars met een vestigingsadres in Brasschaat zullen hierover door de dienst administratie patrimoniumbeheer per e-mail worden geïnformeerd.

 

Financiële gevolgen

Het ereloon van de transactie is lastens de uiteindelijke koper na aanvaarding van het bod door de opdrachtgever. Dit ereloon bedraagt 4,00 % +( 21% btw) van de verkoopprijs. Om deze reden wordt de venale waarde niet verhoogd met 3% (administratiekost) voor het bepalen van de minimale verkoopprijs.

 

Indien de minimale verkoopprijs van 417.000,00 euro behaald wordt, zal het bedrag van de verkoopprijs volledig ontvangen worden door de gemeente op investeringssleutel 0050/ 26000000 Verkoop percelen Lage Kaart.

 

De kosten en erelonen van de gerechtsdeurwaarder die eventueel tussenkomt bij de organisatie van een tweede geheime biedingsronde (optioneel) zijn lastens de verkopende partij.

 

De kosten hiervoor zijn als volgt (bedragen exclusief btw):

        dossier met verkoopprijs van 300.001,00 euro tot 600.000,00 euro: 950,00 euro

 

Indien de verkoop uiteindelijk niet tot stand komt, zijn er voor de gemeente geen bijkomende kosten verschuldigd.

 

BESLUIT:

Met 22 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven en Elke De Maeyer), 9 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter, Kato Broos, Wouter Covens en Tim Willekens).

 

Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de projectovereenkomst tussen de gemeente Brasschaat en Covast betreffende de verkoop van een perceel bouwgrond aan de Lage Kaart ter hoogte van huisnummer 343, kadastraal gekend onder nummer G97K/P met een oppervlakte van 1.437,95 m². De minimale verkoopprijs wordt vastgesteld op 417.000,00 euro.

 

Art.2.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de projectovereenkomst en de bevoegdheid voor ondertekening van de overeenkomst over te dragen van de voorzitter van de gemeenteraad naar de waarnemend burgemeester. De gemeenteraad wordt tevens gevraagd om het college van burgemeester het mandaat te geven om de verkoop verder af te handelen, mits verkocht wordt aan de minimale verkoopprijs. De gemeenteraad zal in kennis gesteld worden van het resultaat.

 

Art.3.- Aan de groendienst wordt opdracht gegeven het terrein veilig en toegankelijk te maken voor de bezichtigingen.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

6 Annadreef 5 - GIBO Mariaburg - Renovatie plat dak Sporthal  - Goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Op het plat dak van de Sporthal, Annadreef 5, Gibo Mariaburg werd vastgesteld dat de huidige dakbedekking aan herstelling en vervanging toe is. Na destructief onderzoek werd een bestek opgemaakt voor volgende wijze van renovatie van het dak:

 

De huidige dakbedekking blijft behouden als dampscherm en er zal extra isolatie geplaatst worden met een meerlaagse dichting bovenop.

 

De uitvoering van de werken is voorzien tijdens de zomervakantie van de eaanpalende school.

Tijdens de uitvoering van de werken blijft de Sporthal geopend, dus zal ten alle tijde toegang voorzien blijven voor de sporters. De aannemer zal de werken zodanig organiseren dat zij een minimale weerslag hebben op de normale werking van de school/sporthal. De veiligheid van de leerlingen, personeel en sporters blijft ten allen tijde gegarandeerd.

 

In het kader van de opdracht “Annadreef 5 - GIBO Mariaburg - Renovatie plat dak Sporthal ” werd een bestek met nr. 2025-305 opgesteld door de heer Steve Danckers, deskundige gebouwen, dienst patrimonium en projecten.

 

De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 119.928,00 euro excl. btw, hetzij 127.123,68 euro incl. btw. Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.

 

Om de markt voldoende te kunnen bevragen worden verschillende aannemers uit de ruime omgeving geïnformeerd met betrekking tot deze opdracht (na publicatie van de openbare procedure) en specifiek één lokale aannemer uit Brasschaat:

 

- LID, Industrieweg 1019 te 3540 Herk-de Stad;

- Tectum Constructors, Brusselsesteenweg 188 A te 9090 Melle;

- A. Michielse & Zn., Leopoldslei 146 te 2930 Brasschaat;

- FTJ Van Der Linden bvba, Van Aertselaerstraat 41a te 2320 Hoogstraten;

- Zolderse Dakprojecten, Dellestraat 30B te 3560 Lummen;

- Crabbe Dakwerken, Ossenwegstraat 34 A te 3440 Zoutleeuw.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan de lastvoorwaarden, raming en gunningswijze.

 

Juridisch kader

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

Wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36.

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020, definitie dagelijks bestuur.

 

Adviezen

Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 22 december 2025 principiële goedkeuring gehecht aan de raming,  lastvoorwaarden en gunningswijze in dit dossier.

 

 

Ondernemerstoets

Na publicatie worden verschillende aannemers uit de ruime omgeving aangeschreven en specifiek één lokale aannemer uit Brasschaat:

        A. Michielse & Zn., Leopoldslei 146 te 2930 Brasschaat;

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen worden geraamd op:

Kost        127.123,68 euro, btw inbegrepen (eenmalig)

Budgetsleutel     0800/02/22100007: Gibo Mariaburg sporthal dakrenovatie

Budget/jaar    Investering in 2026

Krediet beschikbaar   Ja, bestelbon met nummer GE/2026/225 werd vastgelegd.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Het bestek met nr. 2025-305 en de raming voor de opdracht “Annadreef 5 - GIBO Mariaburg - Renovatie plat dak Sporthal ”, opgesteld door Steve Danckers, deskundge gebouwen, dienst patrimonium en projecten worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 119.928,00 euro excl. btw, hetzij 127.123,68 euro incl. btw.

 

Art.2.- Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.

 

Art.3.- De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.

 

Art.4.- De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026, sleutel 0800/02/22100007, Gibo Mariaburg, sporthal dakrenovatie.

 

Art.5.- Het college van burgemeester en schepenen kan de opdracht toewijzen met overschrijding van het voorziene budget, indien de overschrijding niet meer dan 20% bedraagt van het voorziene budget en mits het college beslist de noodzakelijke verhoging van het betrokken krediet voor goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen bij de eerstvolgende budgetwijziging.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

7 De Beelenlei 5. Goedkeuring grondruil distributiecabine Fluvius. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Op 10 augustus 1978 werd een perceel private grond van ongeveer 35m² door de gemeente verkocht door de gemeente aan de Verenigde Energiebedrijven van het Scheldeland (verkort: EBES) waarvan heden Fluvius rechtopvolger is, in functie van de opbouw van een nieuwe distributiecabine. Het perceel is afgesplitst van de perceel met huidig kadastraal nummer 11008_B_0186_R_000_00, gelegen aan de De Beelenlei 5 te Brasschaat. In dezelfde akte werd een recht van toegang naar het perceel vastgelegd. De vergoeding die de gemeente toen heeft ontvangen bedroeg destijds 31.104 Belgische Frank.

 

Voor de oprichting van de cabine werd op 17 mei 1978 een bouwvergunning afgeleverd. Deze werd echter nooit uitgevoerd.

 

Heden wordt door Fluvius vastgesteld door middel van de uitlezing van de digitale meters dat in deze buurt de spanningsproblemen toenemen. In dit geval soms zelfs boven de volgens de VNR (Vlaamse Nutsregulator; de vroegere VREG (Vlaamse regulator voor elektriciteit en gas) toegelaten spanning. Het betreft de zone waar de Beelenlei centraal ligt. Het is van belang dat in deze buurt dus een nieuwe cabine geplaatst wordt uit noodzaak om zo de klanten van Fluvius, de buurtbewoners dus, een stabiel en duurzaam spanningsnet te kunnen blijven bieden.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de gids betreffende inplanting van elektriciteitscabines, een publicatie van Fluvius in samenwerking met VVSG. In deze gids wordt de energietransitie toegelicht, de technische context besproken en een plan van aanpak voorgesteld, evenals de gevolgen voor de lokale besturen.

 

Er wordt voorgesteld een cabine elders op deze locatie te plaatsen, met name op de parking aan de straatzijde. De keuze voor deze nieuwe locatie in plaats van het aangekocht perceel, wordt voorgesteld vanuit volgende overwegingen:

 

        locatie vooraan aan het openbaar domein en ligt dichter bij de trajecten van kabels

        veel minder verliezen van energie op de kabels. Langere afstanden mogelijk om voeding te kunnen geven; kortom meer lengteopbrengst.

        geen bomen of wortels te beschadigen

        geen impact op aantal parkeerplaatsen

        kortere ‘aanrijtijden’; geen sleutelkastje voor extra toegang

        geen asfaltslijpwerk

        verder uit het zicht

 

Het enige nadeel is de zichtbaar vanuit het straatbeeld, maar de cabine wordt aan de hand van de keuze van materialisatie en kleurgebruik zo goed mogelijk geïntegreerd

 

Zowel het ontwerp van de cabine als de locatie en toegankelijkheid werden besproken binnen het domein Plaatsgebonden Zaken. De diensten geven positief advies. Voor het plaatsen van de nieuwe cabine zal een omgevingsvergunning aangevraagd worden, gelet deze zich niet op openbaar domein bevindt.

 

Er wordt voorgesteld deze wijziging van locatie van de cabine te realiseren in het kader van een grondruil. Het reeds aangekochte perceel (35m²) zal terug overgedragen worden aan de gemeente. Het perceel, aangeduid op het opmetingsplan in bijlage, opgemaakt op 10 november 2025 door Orison in opdracht van Fluvius System Operator, heeft een oppervlakte van 26 m² en zal overgedragen worden aan Fluvius. De ruil zal daarom kosteloos gerealiseerd worden. Alle kosten met betrekking tot de overdracht worden gedragen door Fluvius.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan het voorstel tot grondruil.

 

Juridisch kader

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en

latere wijzigingen.

Het bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel

40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikels 330 tot en met 334

betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020 betreffende de definitie van het dagelijks bestuur.

Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid [citeeropschrift: "het

Energiedecreet"] van 8 mei 2009.

 

Adviezen

Positief advies dienst ruimte en wonen

Positief advies dienst infrastructuur

Positief advies dienst groen en natuur

In zitting van 12 januari 2026 werd door het college van burgemeester en schepenen principiële goedkeuring gehecht aan de voorgestelde grondruil.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen voor de gemeente. De grondruil gebeurt kosteloos. Alle kosten met betrekking tot de grondruil, zijn ten laste van Fluvius.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeenteraad neemt kennis van de gids betreffende inplanting van elektriciteitscabines, een publicatie van Fluvius in samenwerking met VVSG.

 

Art.2.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de kosteloze grondruil van twee percelen ter hoogte van de De Beelenlei 5 te Brasschaat tussen de gemeente en Fluvius in functie van oprichting van een nieuwe distributiecabine. Het betreft een bestaand perceel met kadastraal nummer 11008_B_0186_F_000_00 met een oppervlakte van ca 35m² in eigendom van Fluvius en een nieuw te creëren perceel als een deel van huidig perceel met nummer 11008_B_0186_R_000_00 met een oppervlakte van ca 26m² in eigendom van de gemeente Brasschaat.

 

Art.3.- De ontwerpakte zal opgemaakt worden door notariaat De Decker, Donksesteenweg 33 te Brasschaat.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

8 Kapelsesteenweg 216. Ontwerpakte voor wederoverdracht in functie van uitbreiding Kerkfabriek. UITSTEL. - UITGESTELD

 

Dit punt werd uitgesteld naar een volgende zitting.

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

9 Leveren en plaatsen nieuwe verkeerslichten. Goedkeuring toetredingsovereenkomst voor V-plannen en verkeersregelaars voor aankoopcentrale van het Vlaams Gewest. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De gemeenteraad heeft in zitting van 23 oktober 2023 goedkeuring gegeven aan de

toetredingsovereenkomst van Agentschap Wegen en Verkeer voor het contract nieuwbouw en/of

onderhoud van verkeersregelaars.

 

Het contract betreft 3 onderdelen:

1. contract voor nieuwbouw en/of onderhoud van verkeersregelaars

2. contract voor nieuwbouw en onderhoud van de buiteninstallaties (lantaarns, detectiemiddelen,

palen,...)

3. contract voor “Opmaak lichtenregelingen, microsimulaties en V-plannen”

 

Toetreding tot het contract voor onderdeel 1 werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van

23 oktober 2023.

 

Toetreding tot het contract voor onderdelen 2 en 3 werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 27 november 2025.

 

Het contract voor onderdeel 2 loopt af op 30 juni 2026 , en zal mogelijk verlengd worden.

 

Het contract voor onderdeel 1 en 3 zijn afgelopen.

Daarom wordt een nieuwe toetredingsovereenkomst van Agentschap Wegen en Verkeer voorgelegd om toe te treden tot de nieuwe contracten:

        contract voor leveren, opstellen, onderhouden en aanpassen van intelligente verkeersregelaars  (VWT/INN/2022/07). Dit raamcontract werd toegewezen aan SWARCO Belgium NV, Paepsem Business Park, Boulevard Paepsem - Paapsemlaan 20, 1070 Anderlecht

        contract voor “Opmaak lichtenregelingen, V-plannen, verkeerskundige specificaties en microsimulaties” (VWT/VL/2023/1). Dit raamcontract werd toegewezen aan TML - Transport & Mobility Leuven, Diestsesteenweg 71, 3010 Leuven 

 

Volgende kruispunten staan momenteel op de planning tijdens huidige legislatuur:

- Augustijnslei - du Boislei (2026)
- Lage Kaart - Leopoldslei - Middelkaart (2028)

 

Op de meerjarenplanning is er in 2026 125.800,00 euro en in 2028 120.000,00 euro voorzien.

De plaatsing van de nieuwe verkeerslichten wordt geraamd op 120.000,00 euro per kruispunt.

 

De toetreding is volledig vrijblijvend, er zijn geen kosten verbonden aan de toetreding op zich.

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om formeel toe te treden in het contract van Agentschap

Wegen en Verkeer.

 

Na formele toetreding zal voor het kruispunt Augustijnslei - du Boislei een offerte gevraagd worden voor de 3 onderdelen. Deze offerte zal voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen. Indien de offerte hoger is dan het gebudgetteerd bedrag, zal hiervoor aan de gemeenteraad goedkeuring gevraagd worden.

 

Voor het kruispunt Lage Kaart - Leopoldslei - Middelkaart, zal in latere fase een actueel prijsvoorstel gevraagd worden.

 

Juridisch kader

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en

41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en

latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341

betreffende het bestuurlijk toezicht.

 

Adviezen

Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 12 januari 2026 principiële goedkeuring gegeven aan de toetredingsovereenkomsten van Agentschap Wegen en Verkeer.

 

Financiële gevolgen

Op de meerjarenplanning is in 2026 125.800,00 euro en in 2028 120.000,00 euro voorzien.

De plaatsing van de nieuwe verkeerslichten wordt geraamd op 120.000,00 euro per kruispunt.

 

Budgetsleutel   0200/22400007: Renovatie verkeerslichten

Budget/jaar   Investering in 2026 en 2028

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Goedkeuring wordt gegeven aan de toetredingsovereenkomsten in bijlage van Agentschap Wegen en Verkeer voor het contract voor leveren, opstellen, onderhouden en aanpassen van intelligente verkeersregelaars  (VWT/INN/2022/07) met tekst als volgt:

 

"TOETREDINGSOVEREENKOMST

Mobilidata – iVRI – leveren, opstellen, onderhouden en aanpassen van intelligente verkeersregelaars in Vlaanderen – gedeelte TLC

Dossiernummer: VWT/INN/2022/07

TUSSEN:

Het “GEMEENTEBESTUUR BRASSCHAAT”, openbare instelling met zetel te 2930 Brasschaat, Verhoevenlei 11, ingeschreven in het
rechtspersonenregister te Antwerpen onder het ondernemingsnummer BE0206.677.801,
Hier overeenkomstig artikel 279 Decreet Lokaal Bestuur vertegenwoordigd door:, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Gemeentestuur Brasschaat, voor wie optreedt mevrouw VAN GERVEN Adinda, in haar hoedanigheid van waarnemend burgemeester , en de heer Ward Schevernels, in zijn hoedanigheid van algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 26 januari 2026,

hierna genoemd “de bestellende entiteit”,

EN:

de aanbesteder, vertegenwoordigd, bij delegatie, in de persoon van de heer
B. Boterbergh, in zijn hoedanigheid van afdelingshoofd van de afdeling ICT & Innovatie van het Agentschap Wegen en Verkeer, gevestigd te 1000 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 20 bus 4,

hierna genoemd “de aanbesteder”,

WORDT OVEREENGEKOMEN WAT VOLGT.

AANGEZIEN:

        de bestellende entiteit wil overgaan tot het opstellen van gecertificeerde intelligente verkeersregelaars (iVRI), en/of het aanpassen van bestaande verkeersregelaars tot gecertificeerde iVRI’s, en deze vervolgens gedurende hun hele levensduur wil laten onderhouden,

        de bestellende entiteit hiervoor een beroep wil doen op de opdrachtencentrale VWT/INN/2022/07, die werd aanbesteed door de aanbesteder,

        de bestellende entiteit hierdoor vrijgesteld is van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren, gelet op artikel 47§2, eerste lid van de Wet 2016,

        onderhavige toetredingsovereenkomst de rechten en verplichtingen van de aanbesteder en de bestellende entiteit in deze wil regelen.

ARTIKEL 1 – Opdracht.

De bestellende entiteit beslist om de werken uit te voeren via de opdrachtencentrale VWT/INN/2022/07 van de aanbesteder en gaat akkoord met alle bepalingen en modaliteiten zoals beschreven in het bestek VWT/INN/2022/07.

ARTIKEL 2 – Verantwoordelijkheid.

De bestellende entiteit neemt tegenover de aanbesteder de volledige verantwoordelijkheid op zich voor dat deel van de opdracht dat betrekking heeft op de installaties in beheer bij de bestellende entiteit, alsook voor de administratieve en technische bepalingen die zij ter zake in het bestek laat inlassen. Zij is m.a.w. verantwoordelijk voor de door haar georganiseerde minicompetities, de bestellingen, het toezicht hierop, de ontvangst en de betalingen in het kader van de uitvoering van de opdracht.

Alle wijzigingen of bijwerken die tijdens de uitvoering van de opdracht noodzakelijk blijken en verband houden met de uitvoering van de werken ten gunste van de bestellende entiteit, zijn ten laste van de bestellende entiteit.

De bestellende entiteit staat in voor het verwerven van de vergunningen die nodig zijn voor de uitvoering van de werken te haren laste.

ARTIKEL 3 – Kostenverdeling.

De bestellende entiteit staat in voor alle kosten die betrekking hebben op minicompetities en/of bestellingen door haar geplaatst.

ARTIKEL 4 – Borgtocht.

De bestellende entiteit kan geen beroep doen op de algemene borgstelling die de opdrachtnemers hebben gedaan ten voordele van de aanbesteder.

ARTIKEL 5 – Leiding van de werken.

De leiding van en toezicht op de werken voor dat deel van de opdracht dat betrekking heeft op de installaties in beheer bij de bestellende entiteit, gebeurt op kosten van de bestellende entiteit.

De bestellende entiteit duidt bijgevolg voor haar deel een gemachtigd ambtenaar aan. De gemachtigd ambtenaar neemt de leiding van de werken waar. Dit betekent dat hij alleen gemachtigd is om minicompetities in de markt te zetten, de gunning ervan te finaliseren, bestellingen te plaatsen bij de opdrachtnemer, proces-verbaal van ingebrekestelling op te maken, proces-verbaal van voorlopige en definitieve oplevering van de werken op te maken, de werken te schorsen, vorderingsstaten goed te keuren, eventuele maatregelen van ambtswege voor te stellen, edzm.

De bestellende entiteit stelt i.h.k.v. onderhavige opdracht Martine Kenis, directeur plaatsgebonden zaken,aan als gemachtigd ambtenaar.

Contactgegevens van de gemachtigd ambtenaar:

        03/650.02 51,

        martine.kenis@brasschaat.be

Voor beslissingen kan de gemachtigd ambtenaar voorafgaandelijk aan zijn beslissing advies vragen aan de leidend ambtenaar van de raamovereenkomst bij de aanbesteder.

Het verlenen van advies is een gunst van de aanbesteder. Het geven van advies door de aanbesteder is geen verplichting in hoofde van laatstgenoemde.

De bestellende entiteit draagt de volledige verantwoordelijkheid, inbegrepen de financiële verantwoordelijkheid, van de werken.

ARTIKEL 6 – Toezicht.

De bestellende entiteit staat in voor het toezicht op dat deel van de opdracht dat betrekking heeft op de installaties in beheer bij de bestellende entiteit, en draagt daarvan de kosten.

Hiertoe kan de gemachtigd ambtenaar zelf, al dan niet, nog een aatal gemachtigden aanstellen.

ARTIKEL 7 – Geschillen.

De bestellende entiteit verbindt zich ertoe om, met betrekking tot de werken ten laste van haar, de aanbesteder volledig te vrijwaren en in alle geschillen vrijwillig tussen te komen.

De bestellende entiteit kan beroep doen op de aanbesteder voor het verstrekken van inlichtingen ten behoeve van een gerechtelijke procedure.

ARTIKEL 8 – Betaling.

Het deel van de opdracht dat betrekking heeft op de installaties in beheer bij de bestellende entiteit wordt uitgevoerd voor rekening van de bestellende entiteit. De betalingsaanvragen en vorderingsstaten worden rechtstreeks ingediend bij de bestellende entiteit. Hiertoe bezorgt de bestellende entiteit alle nodige gegevens aan de opdrachtnemer(s) na toetreding tot de opdrachtencentrale.

De adressering voor schuldvordering, betalingsaanvragen en facturen is: Martine Kenis.

De bestellende entiteit stuurt binnen de termijn de goedgekeurde betalingsbundel naar de opdrachtnemer terug en nodigt tezelfdertijd de opdrachtnemer uit om een factuur in te dienen.

In geval van laattijdige betaling door de bestellende entiteit voor de werken ten hare laste, staat deze in voor de daaruit voortvloeiende verwijlintresten en andere schadevergoedingen en zal deze de andere betrokken partijen volledig vrijwaren.

ARTIKEL 9 - Boetes en straffen.

De door de bestellende entiteit vastgestelde tekortkomingen binnen haar deel, die aanleiding geven tot boetes en straffen komen ten goede aan de bestellende entiteit.

ARTIKEL 10 - Voorlopige en definitieve oplevering.

De bestellende entiteit staat in voor de voorlopige en definitieve oplevering van de door haar geplaatste bestellingen.

De processen-verbaal van voorlopige en definitieve oplevering worden, voor de opdrachten gegeven door de bestellende entiteit, door de gemachtigd ambtenaar van de bestellende entiteit opgesteld en ondertekend.

ARTIKEL 11 – Schadegevallen.

De bestellende entiteit zal instaan voor de administratieve afhandeling van elk schadegeval aan haar installaties. De bestellende entiteit zal vervolgens met de opdrachtnemer de nodige contacten nemen in verband met de herstellingswerken. De bestellende entiteit zal eveneens instaan voor het melden aan de aanbesteder van elk schadegeval aan de installaties van de aanbesteder.  Deze zal, in voorkomend geval, op haar beurt instaan voor de administratieve afhandeling van het schadegeval.

ARTIKEL 12 – Verlenging en opzegging van de opdracht.

De opdracht, voor het deel van de bestellende entiteit, start op de datum van toetreding tot het contract voor zover de sluiting van de opdracht VWT/INN/2022/7 reeds is gebeurd, en eindigt wanneer de opdracht VWT/INN/2022/7 eindigt. 

De duur van de raamovereenkomst bedraagt 12 kalendermaanden, maximaal 3 maal stilzwijgend te verlengen voor een duur van 12 kalendermaanden. De totale duur (incl. verlengingen) van deze overeenkomst is beperkt tot maximaal 48 kalendermaanden na het sluiten van de opdracht. Deze termijn vangt aan op de dag na verzending van de sluiting van de opdracht, tevens het algemeen aanvangsbevel van de raamovereenkomst. 

 

Elke Uitvraag leidt tot een opdracht voor simulatie voor elke partij met een raamcontract tegen een forfaitair bedrag af te ronden in 5 weken na opdracht.

Elke minicompetitie leidt tot de deelopdrachten toe te kennen aan één opdrachtnemer. Ter bevestiging van deze deelopdracht wordt een afzonderlijk dienstbevel afgeleverd.

        Deelopdracht A:
Deze deelopdracht heeft de volgende uitvoeringstermijn: het realiseren en operationeel maken van één of meerdere kruispunt-configuraties (TLC) conform de uitvoeringstermijn beschreven in bestek VWT/INN/2022/07 I.4.21. Art. 145: Uitvoeringstermijn.

        Deelopdracht B:
Deze deelopdracht vangt aan op de datum van de voorlopige oplevering van deelopdracht A van de eerste kruispunt-configuratie, altijd op de eerste dag van de volgende maand. De duur van deze deelopdracht bedraagt 12 kalendermaanden, maximaal 18 maal stilzwijgend te verlengen voor een duur van 12 kalendermaanden.

 

Bij het aflopen, of stopzetten, van de opdracht VWT/INN/2022/07 wordt de toetredingsovereenkomst automatisch ontbonden. Na toetreding van de bestellende entiteit tot het contract wordt eveneens de deelname aan het contract jaar na jaar stilzwijgend verlengd, telkens met dezelfde termijn van de opdracht VWT/INN/2022/07.

De bestellende entiteit heeft het recht de opdracht voor zijn gedeelte op te zeggen. De opzeg wordt aan de opdrachtnemer en de aanbesteder aangetekend genotificeerd tenminste vijftien kalenderdagen voor het verstrijken van de lopende geldigheidstermijn. De aanbesteder beschikt als coördinerende entiteit over de mogelijkheid de opdracht niet te verlengen. Dit wordt desgevallend ten minste 90 kalenderdagen voor het verstrijken van de lopende geldigheidstermijn door de aanbesteder aan de bestellende entiteit meegedeeld.

 

Opgemaakt te Brussel in evenveel exemplaren als partijen met een onderscheiden belang.

 

Voor de aanbesteder:                                                Voor de bestellende entiteit:

 

de heer B. Boterbergh         Ward Schevernels     Adinda Van Gerven
afdelingshoofd ICT & Innovatie    algemeen directeur      burgemeester"

 

       

Art.2.- Goedkeuring wordt gegeven aan de toetredingsovereenkomsten in bijlage van Agentschap Wegen en Verkeer voor het contract voor “Opmaak lichtenregelingen, V-plannen, verkeerskundige specificaties en microsimulaties” (VWT/VL/2023/1) met tekst als volgt:

"TOETREDINGSOVEREENKOMST

 

Overheidsopdracht “Opmaak lichtenregelingen, V-plannen, verkeerskundige specificaties en microsimulaties”

 

AID-nr: VWT/VL/2023/1

 

 

 

TUSSEN :

 

A. Het “GEMEENTEBESTUUR BRASSCHAAT”, openbare instelling met zetel te 2930 Brasschaat, Verhoevenlei 11, ingeschreven in het

rechtspersonenregister te Antwerpen onder het ondernemingsnummer BE0206.677.801,

Hier overeenkomstig artikel 279 Decreet Lokaal Bestuur vertegenwoordigd door:, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door Gemeentestuur Brasschaat, voor wie optreedt mevrouw VAN GERVEN Adinda, in haar hoedanigheid van waarnemend burgemeester , en de heer Ward Schevernels, in zijn hoedanigheid van algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 26 januari 2026,
 

“de deelnemende entiteit” of “de opdrachtgever”,

B. De aanbestedende overheid, vertegenwoordigd door zijn regering, bij delegatie, in de persoon van mevrouw ir. Veerle Schoutteet, afdelingshoofd bij het Agentschap Wegen en Verkeer, afdeling Expertisecentrum, gevestigd te 1000 BRUSSEL, Koning Albert II-laan 20 bus 4,

hierna genoemd “het Vlaams Gewest”,

hierna gezamenlijk aangeduid als de “partijen” en elk afzonderlijk als “partij”;

WORDT OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT.

 

ARTIKEL 1 – Opdracht

De deelnemende entiteit beslist om de werken uit te voeren via de betreffende opdrachtencentrale van het Vlaams Gewest en gaat akkoord met alle bepalingen en modaliteiten zoals beschreven in het bestek VWT/VL/2023/1, onverminderd de mogelijkheid voor de deelnemende entiteit om wijzigingen door te voeren binnen het kader van artikel 8 van deze akte, de mogelijkheden daartoe voorzien in het bestek en artikel 37 KB Uitvoering.

 

ARTIKEL 2 – Verantwoordelijkheid

De deelnemende entiteit neemt tegenover het Vlaams Gewest de volledige verantwoordelijkheid op zich voor dat deel van de opdracht dat betrekking heeft op de kruispunten in beheer bij de deelnemende entiteit, alsook voor de administratieve en technische bepalingen die zij ter zake in het bestek laat inlassen. Zij is m.a.w. verantwoordelijk voor de door haar geplaatste bestellingen, het toezicht hierop, de ontvangst en de betalingen in het kader van de uitvoering van de opdracht.

Alle wijzigingen of bijwerken die tijdens de uitvoering van de opdracht noodzakelijk blijken en verband houden met de uitvoering van de werken ten gunste van de deelnemende entiteit, zijn ten laste van de bestellende overheid.

ARTIKEL 3 – Kostenverdeling.

De deelnemende entiteit staat in voor alle kosten die betrekking hebben op bestellingen door haar geplaatst.

ARTIKEL 4 – Borgtocht.

De deelnemende entiteiten, zoals gedefinieerd in de hoofding van onderhavige toetredingsakte, kunnen geen beroep doen op de algemene borgstelling die de opdrachtnemer heeft gedaan ten voordele van de aanbestedende overheid.

ARTIKEL 5 – Geschillen.

De deelnemende entiteit verbindt zich ertoe om, met betrekking tot de diensten ten laste van haar, het Vlaams Gewest volledig te vrijwaren en in alle geschillen vrijwillig tussen te komen die op haar bestellingen betrekking hebben.

De deelnemende entiteit kan beroep doen op het Vlaams Gewest voor het verstrekken van inlichtingen ten behoeve van de gerechtelijke procedure.

ARTIKEL 6 – Betaling.

De deelnemende entiteit is verantwoordelijk voor de financiële afhandeling van de door haar geplaatste bestellingen in uitvoering  van de opdracht. De betalingsaanvragen en vorderingsstaten worden rechtstreeks ingediend bij de deelnemende entiteit. Hiertoe bezorgt de deelnemende entiteit alle nodige gegevens aan de opdrachtnemer na toetreding tot de opdrachtencentrale.

De deelnemende entiteit stuurt binnen de termijn het goedgekeurde betalingsbundel naar de opdrachtnemer terug en nodigt tezelfdertijd de opdrachtnemer uit om een factuur in te dienen.

In geval van laattijdige betaling, buiten de termijnen bepaald in artikel 15 van het KB Uitvoering dd. 14.01.2013, door de deelnemende entiteit voor de werken ten hare laste, staat deze in voor de daaruit voortvloeiende verwijlintresten en andere schadevergoedingen en zal deze de andere betrokken partijen volledig vrijwaren.

ARTIKEL 7 - Boetes en straffen.

De door de bestellende overheid vastgestelde tekortkomingen die aanleiding geven tot boetes en straffen komen ten goede aan de deelnemende entiteit.

ARTIKEL 8 - Voorlopige en definitieve oplevering.

De deelnemende entiteit staat in voor de voorlopige en of definitieve oplevering van de door haar geplaatste bestellingen, onverminderd de bepalingen van de Samenwerkingsovereenkomst in dat verband.

De processen-verbaal van voorlopige en definitieve oplevering worden, voor de opdrachten gegeven door de deelnemende entiteit, door de leidend ambtenaar  van de deelnemende entiteit opgesteld en ondertekend.

ARTIKEL 9 – Verlenging en opzegging van de opdracht.

De opdracht, voor het deel van de deelnemende entiteit, start op de datum van toetreding tot het contract en eindigt op 05/06/2025 Vervolgens wordt de opdracht jaar na jaar stilzwijgend verlengd met een termijn van 12 kalendermaanden, tot wanneer de opdrachtencentrale een einde neemt (ten laatste op 04/06/2028. Bij het aflopen, of stopzetten, van de opdracht VWT/VL/2023/1 wordt de overeenkomst automatisch ontbonden.

De deelnemende entiteit heeft het recht de opdracht voor zijn gedeelte op te zeggen. De opzeg wordt aan de opdrachtnemer en de aanbestedende overheid aangetekend genotificeerd tenminste vijftien kalenderdagen voor het verstrijken van de lopende geldigheidstermijn. Het Vlaams Gewest beschikt als coördinerende entiteit over de mogelijkheid de volledige opdracht op te zeggen. Dit wordt desgevallend ten minste 3 kalendermaanden op voorhand door de aanbestedende overheid aan de deelnemende entiteit meegedeeld.

ARTIKEL 10 – Informatie mee te delen aan de opdrachtnemer.

De deelnemende entiteit bezorgt volgende gegevens aan de opdrachtnemer indien van toepassing:

        contactgegevens van de door de deelnemende entiteit aangeduide leidend ambtenaar/gemachtigde;

        adressering voor schuldvorderingen, betalingsaanvragen, facturen,…;

Opgemaakt te Brussel op _________________________________in evenveel exemplaren als partijen met een onderscheiden belang.

Voor het Vlaams Gewest:

Mevrouw ir. Veerle Schoutteet
afdelingshoofd Expertisecentrum

Voor de Deelnemende entiteit:

Ward Schevernels    Adinda Van Gerven

algemeen directeur    waarnemend burgemeester"

 

Art.2.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de overdracht van de bevoegdheid tot ondertekening van de overeenkomsten van de voorzitter van de gemeenteraad aan de burgemeester.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

10 Samenwerkingsovereenkomst Lokale besturen en adviesnota in het kader van de uitvoering van het Routeplan 2030. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Hoegaerts stelt dat Vlaams Belang geen supporter is van de 50/50-ambitie van de Vlaamse regering. Men kan weliswaar inderdaad inzetten op meer duurzame verplaatsingen, maar het autogebruik moét blijkbaar ook worden teruggebracht tot onder de 50%. Men moet dat de Brasschaatenaar eens trachten op te solferen, die geen treinstation in eigen gemeente heeft, maar daarvoor naar Kapellen of Ekeren of Brecht moet en die vaak pendelt voor het werk naar het Waasland of zelfs Brussel. Anderzijds meent het raadslid dat in de adviesnota en de overeenkomst, waarvan wordt gevraagd ze beiden goed te keuren, de juiste aandachtspunten en prioriteiten vanuit Brasschaat naar voor worden geschoven. Raadslid Hoegaerts merkt wel een verschil tussen de overeenkomst en de adviesnota. Hij suggereert derhalve om de onderliggende adviesnota aan te vullen met betrekking tot de in de overeenkomst vermelde 5 aandachtspunten waarvan er twee niet in de adviesnota staan vermeld.

 

Schepen Brughmans licht toe dat er effectief 2 zijn toegevoegd op vraag van het college.  Het gaat om het fietspad Bredabaan – Maria Ter Heide centrum en over de vrachtwagenparking.  Er werd een vergunningsaanvraag ingediend door AWV om de parking te regulariseren.  De parking dateert van de periode van de HSL-verbinding.  Dit was toen een werfzone.  Nadien is deze omgevormd tot tijdelijke parking.  Dit is een stukje dat eigenlijk toebehoort aan Natuur & Bos.  AWV heeft een aanvraag gekregen om daar een aantal snel-laders te voorzien en in het kader van de vergunningsprocedure moest deze zone geregulariseerd worden.  Het voorstel van AWV is het verbieden van vrachtwagens.  De burgemeester, hijzelf en schepen Heirman zijn hiervoor naar kabinet De Ridder geweest met betrekking tot dit dossier.  Er werd vroeger een reglement goedgekeurd om vrachtwagens + 7,5 ton te weren uit woonkernen in Brasschaat.  Deze werden steeds systematisch afgeleid naar de park & ride zone.  Bij het wegvallen van de parking is hun vrees dat er geen alternatief is voor de +7,5 tonners.  Het bestuur vraagt aan de vervoerregio om een oplossing te zoeken. 

 

Raadslid Hoegaerts is helemaal akkoord, maar dan zou hij de adviesnota ook aanvullen in deze context. 

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven vindt het een goed idee om dit nog aan te vullen. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Vlaanderen is opgedeeld in vijftien vervoerregio’s waarvoor een regionaal mobiliteitsplan werd opgemaakt. Brasschaat behoort tot de Vervoerregio Antwerpen. Het Routeplan 2030, het regionaal mobiliteitsplan, legt de visie en ambities van de Vervoerregio Antwerpen vast met een tijdshorizon 2030 – 2050.

 

Het Routeplan 2030 is het multimodaal mobiliteitsplan voor de Vervoerregio Antwerpen en vormt het ontwikkelingskader voor de verdere uitwerking van programma’s en projecten op regionaal en lokaal niveau. De focus ligt op het realiseren van een bereikbare en leefbare regio en op een structurele verhoging van het gebruik van duurzame mobiliteitsmiddelen tegen 2030.

 

In dit verband werd een samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen Lantis en de gemeente Brasschaat in het kader van de uitvoering van het Routeplan 2030.

 

Deze samenwerkingsovereenkomst heeft als voorwerp om tussen Partijen afspraken te maken over de realisatie van de engagementen uit het Routeplan 2030, waarvoor Partijen verantwoordelijk zijn. Concreet worden afspraken gemaakt over de werking van de ondersteuning via een regionaal servicecenter en de wederzijdse opdrachten en verbintenissen hierin.

Hiermee verbinden Partijen zich om samen de regionale uitvoering van het Routeplan 2030 te realiseren en dit engagement verder te concretiseren om zo samen die bereikbare, leefbare en welvarende regio te realiseren.

 

Cathérine Sanspeur, diensthoofd mobiliteit, heeft een adviesnota opgemaakt voor projecten die relevant zijn voor onze regio, die aansluiten bij het Regionaal Mobiliteitsplan en waarvoor een duidelijke prioritering noodzakelijk is.

 

De gemeente Brasschaat vraagt bijzondere aandacht vraagt voor volgende punten:

        Ovonde Brechtsebaan x Sint-Jobsesteenweg

        Fietsverbindingen langs de Bredabaan en aansluitende trajecten

        Afstemming en fasering van grote infrastructuurwerken (N011 Ekeren–Brasschaat)

        Heraanleg fietspad Bredabaan tussen Pauwelslei en Durentijdlei

        Aandacht voor voldoende vrachtwagenparkeerplaatsen, zeker in de omgeving van de logistieke clusters, om verkeersonveilige situaties te voorkomen

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te geven aan de samenwerkingsovereenkomst en de adviesnota.

 

Juridisch kader

Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en

41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en

latere wijzigingen.

Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341

betreffende het bestuurlijk toezicht.

Het decreet op de basisbereikbaarheid van 26 april 2019.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 november 2020 over de regionale mobiliteitsplannen met integratie van de milieueffectrapportage.

 

Adviezen

Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 12 januari 2026 principiële goedkeuring gegeven aan de samenwerkingsovereenkomst Lokale besturen en adviesnota in het kader van de

uitvoering van het Routeplan 2030.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- Goedkeuring wordt gegeven aan de Samenwerkingsovereenkomst tussen Brasschaat en Lantis in het kader van de uitvoering van het Routeplan 2030 met tekst als volgt:

" Samenwerkingsovereenkomst tussen

 

Brasschaat

en

Lantis

In het kader van de uitvoering van het Routeplan 2030

Tussen

Brasschaat, hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Ward Schevernels, algemeen directeur en Bob Geysen, voorzitter van de gemeenteraad.

hierna genoemd de ‘gemeente/stad’

En

BEHEERSMAATSCHAPPIJ ANTWERPEN MOBIEL naamloze vennootschap van publiek

recht, handelend onder de benaming Lantis, met maatschappelijke zetel te 2000

Antwerpen, Sint-Pietersvliet 7, ingeschreven in de Kruispuntbank voor

Ondernemingen onder nummer 0860.139.085, hier rechtsgeldig vertegenwoordigd

door de heer Bart Van Camp, Directeur Omgeving, en door de heer Ward Schevernels, algemeen directeur en Bob Geysen, voorzitter van de gemeenteraad,

hierna genoemd ‘Lantis’

Hierna gezamenlijk de ‘Partijen’ genoemd en ieder afzonderlijk de ‘Partij’;

Met kennisgeving aan

Departement Mobiliteit en Openbare Werken, vertegenwoordigd door de Secretaris-Generaal.

WORDT VOORAFGAANDELIJK UITEENGEZET ALS VOLGT:

Samenwerking in de opmaak van het regionaal mobiliteitsplan “Routeplan 2030”

        Het Decreet Basisbereikbaarheid legt het kader vast voor het Vlaams, regionaal en lokaal mobiliteitsbeleid. Dit decreet voorziet in de oprichting van Vervoerregio’s die instaan voor de opmaak en opvolging van een regionaal mobiliteitsplan. Het werken met vervoerregio’s laat toe om aan een regionaal, gebiedsgericht en systemisch mobiliteitsbeleid te werken, en geeft lokale besturen een stem in dit mobiliteitsbeleid.

 

        Binnen dit kader is de Vervoerregio Antwerpen – onder impuls van het Toekomstverbond voor een bereikbare en leefbare Antwerpse regio[1] – opgestart in 2017. De Vervoerregioraad is de cockpit voor het mobiliteitsbeleid in de vervoerregio. Vanuit deze Vervoerregioraad werd samen met de stakeholders het regionaal mobiliteitsplan voor de Vervoerregio Antwerpen opgesteld: het Routeplan 2030.

 

De Vervoerregio Antwerpen wilt nu en in de toekomst een welvarende, kansrijke, gezonde, slimme en veelzijdige regio zijn. Het Routeplan 2030 legt de strategie neer om deze doelstellingen te bereiken, met maatregelen die de bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio garanderen. De gebruiker staat centraal in deze mobiliteitsvisie, die passende keuzes biedt aan gebruikers om zich te verplaatsen, zodat die gebruikers kunnen blijven wonen, werken, recreëren, leren… in de regio.

 

Om tot een mobiliteitstransitie te komen is een aanpak op verschillende fronten noodzakelijk: een beter multimodaal mobiliteitssysteem, ondersteund door een sterker en coherent ruimtelijk beleid én door (flankerende) maatregelen die het gedrag beïnvloeden; een aanpak op regionaal niveau ondersteund door maatregelen op lokaal niveau. Op het niveau van de Vervoerregio komen al deze lijnen samen.

 

Doorrekeningen bewijzen dat het Routeplan 2030 een antwoord biedt voor het bewaren en bewaken van de leefbaarheid in heel de regio. Het Routeplan 2030 tekent de toekomst van de mobiliteit in de vervoerregio uit en bevat concrete acties voor lokale en bovenlokale overheden om die toekomstvisie te realiseren.

 

        Het ontwerp Routeplan 2030 werd goedgekeurd in 2020. Het integrale Routeplan 2030 (inclusief milieueffectenrapport) trad op 10 juni 2024 in werking, na publicatie in het Belgisch Staatsblad en goedkeuring door de lokale besturen, de Vervoerregioraad en de Vlaams minister voor Mobiliteit.

 

        De regionale mobiliteitsplannen zijn bindend voor het Vlaamse Gewest, de diensten en agentschappen die eronder ressorteren, de provincies en gemeenten, en de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut, aldus het Decreet Basisbereikbaarheid (art. 13, §1).

 

Samenwerking in de uitvoering van het Routeplan 2030

        Het Routeplan 2030 weerspiegelt een gedeelde ambitie van alle spelers in de Vervoerregio Antwerpen en kan enkel door een intensieve samenwerking worden gerealiseerd. Hoewel verschillende grote initiatieven al op Vlaams niveau lopen, is het van belang dat alle beleidsniveaus bijdragen aan de uitvoering van de maatregelen, inclusief de lokale besturen die het Routeplan mee hebben ondertekend.
 

De realisatie van een aantal ambities in het Routeplan is reeds duidelijk toegewezen aan specifieke partijen. Zo nemen bijvoorbeeld De Lijn en de NMBS de realisatie van het A-net openbaar vervoer voor hun rekening, neemt AWV een belangrijke rol op zich voor het wegen- en fietswegennet en streeft Lantis naar een verbeterde doorstroming op hoofdwegen. Daarnaast moeten nog een aantal ambities worden toegewezen aan een eigenaar.

 

        De uitdagingen waar de Vervoerregio Antwerpen voor staat zijn groot: de Oosterweelwerken, talrijke onderhoudswerkzaamheden aan weg- en OV infrastructuur, stijgende verplaatsingsbehoeften van een toenemende bevolking, … Dit alles speelt zich af in een uitgestrekte regio met sterk wisselende bevolkingsdichtheden en kenmerken. Deze uitdagingen en complexiteit vragen om een goede samenwerking om tot snelle realisatie over te gaan.

 

        In oktober 2022 kreeg Lantis, wiens werkingsgebied zich richt op de Antwerpse regio, van de Vlaamse Regering de opdracht om de coördinatie op te nemen voor een uitvoeringsprogramma voor het Routeplan 2030. Dit uitvoeringsprogramma legt de prioriteiten en opdrachten vast om de komende jaren stappen te zetten in de realisatie van de mobiliteitsstrategie:

 

  1. Betrouwbaarheid van het openbaar vervoer & kortere reistijden
  2. Investeren om groei te faciliteren – door opstart van nieuwe openbaar vervoersprojecten
  3. Versterken van zachte netwerken & veilig en comfortabel fietsen – door afwerken van het fietsnetwerk, verbeteren van de verkeersveiligheid en realisatie van Hoppinpunten
  4. Mental shift in de regio: keuzevrijheid bij verplaatsingen

 

        Lokale besturen hebben een cruciale rol in de regionale uitvoering van het Routeplan, vooral met betrekking tot de 3e en 4e opdracht. Tegelijkertijd zijn er aanzienlijke kansen. Twee derde van de ritten in de Vervoerregio Antwerpen heeft vandaag herkomst en bestemming in de Vervoerregio zelf, waarbij een groot deel van de verplaatsingen zelfs binnen de eigen (deel)gemeente blijft. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat een groot aandeel van niet-duurzame verplaatsingen binnen de Vervoerregio zich situeert in meer landelijke delen van de regio. Dit wijst op een reeks laagdrempelige kansen, waarbij inzetten op lokale verplaatsingen de modal shift in de gehele vervoerregio ten goede komt. Er ligt dan ook veel potentieel door in te zetten op de verduurzaming van deze interne verplaatsingen via een mental shift-aanpak op maat van inwoners van lokale gemeenschappen.

 

        De verantwoordelijkheid voor deze (interne) verplaatsingen wordt gelegd bij lokale besturen. Via ondersteuning en samenwerking kan echter een grotere impact en vlottere realisatie worden bereikt. Om deze ondersteuning en samenwerking te concretiseren, werd binnen de schoot van de Vervoerregioraad een regionaal servicecenter voor lokale besturen gelanceerd. Op vraag van de lokale besturen vertegenwoordigd in de Vervoerregioraad neemt Lantis hierin een faciliterende rol op, samen met het departement MOW.

 

De nood aan een gerichte ondersteuning van lokale besturen bij de uitvoering van Routeplan 2030 wordt opgevangen door het aanbod van diensten en producten van het regionaal servicecenter. Bovendien biedt het regionaal servicecenter de mogelijkheid om maximaal in te zetten op schaalvergroting en samenwerking over gemeentegrenzen heen. Lantis werkt voor deze mobiliteitsondersteuning in de regionale uitvoering van het Routeplan nauw samen met het departement MOW en de Vervoerregioraad Antwerpen.

 

        De realisatie van het regionaal elektrisch deelfietsensysteem was het eerste concrete product dat vanuit de vervoerregio in het najaar van 2022 werd gelanceerd en uitgerold in de hele regio.

 

        De Vervoerregioraad dd. 28 juni 2023, 27 september 2023, 12 maart 2024 en 16 april 2024 (Routeplan Café), het ambtelijk overleg en de lokale besturen (via bilaterale gesprekken Lantis/team Vervoerregio & lokaal bestuur) hebben dit regionaal servicecenter verder vormgegeven.

 

Het resultaat van dit proces wordt vertaald in voorliggende samenwerkingsovereenkomst.

 

WORDT OVEREENGEKOMEN HETGEEN VOLGT:

  1. VOORWERP EN GEZAMENLIJK ENGAGEMENT
  1. Voorwerp van de overeenkomst

Deze samenwerkingsovereenkomst heeft als voorwerp om tussen Partijen afspraken te maken over de realisatie van de engagementen uit het Routeplan 2030, waarvoor Partijen verantwoordelijk zijn. Concreet worden afspraken gemaakt over de werking van de ondersteuning via een regionaal servicecenter en de wederzijdse opdrachten en verbintenissen hierin.

Hiermee verbinden Partijen zich om samen de regionale uitvoering van het Routeplan 2030 te realiseren en dit engagement verder te concretiseren om zo samen die bereikbare, leefbare en welvarende regio te realiseren.

  1. Definiëring en werking van het regionaal servicecenter

Definitie regionaal servicecenter 

Het regionaal servicecenterbiedt via concrete diensten en producten mobiliteitsondersteuning aan de gemeente/stad aan die deel uitmaakt van Vervoerregio Antwerpen en vult op deze manier een concrete nood van de gemeente/stad in. Dit door ofwel de gemeente/stad te ondersteunen en te faciliteren om tot uitvoering over te gaan ofwel door op regionale schaal een initiatief te nemen. Het Routeplan 2030 dient hierbij als kompas. Het regionaal servicecenter werd opgericht binnen de schoot van de Vervoerregioraad. Lantis staat in voor de uitbouw van dit servicecenter en haar diensten en producten, samen met het departement MOW (bv. als aanbestedende overheid, aanspreekpunt, organisator, adviseur…).

 

Uitvoeren en samenwerken

De overkoepelende ambitie van het regionaal servicecenter is de realisatie van het Routeplan 2030, ten dienste van alle betrokken lokale besturen, met in eerste instantie de realisatie van het uitvoeringsprogramma en de doorvertaling ervan naar regionale en lokale maatregelen. Om deze ambitie te kunnen realiseren is samenwerken over bestuurlijke niveaus en organisatiegrenzen heen cruciaal (zie ook Antwerps Werkplatform). De realisatie van het uitvoeringsprogramma kan bovendien enkel bereikt worden wanneer ook de stad/gemeente zelf projecten opneemt. Het regionaal servicecenter biedt hierbij ondersteuning.

 

Antwerps Werkplatform

Binnen de Antwerpse regio is vanuit het Toekomstverbond een governance-structuur vooropgesteld, met een ambtelijke samenwerking in het zogenaamde Antwerps Werkplatform. Dit platform fungeert als samenwerkingsmodel tussen ambtelijke entiteiten, waarmee gebiedsgericht de uitdagingen binnen de Antwerpse regio worden aangepakt.  Het doel is om een gezamenlijk programma en portfolio te managen, gericht op de uitvoering van het Routeplan 2030 en de verschillende werven in dat kader.

 

Meerwaarde voor lokale besturen

Dankzij de schaalvergroting biedt de vervoerregiowerking en het regionaal servicecenter voor lokale besturen op verschillende niveaus een antwoord. De diensten en producten van het regionaal servicecenter bieden een meerwaarde aan alle lokale besturen in de Vervoerregio en vangen de nood aan extra mobiliteitscapaciteit op. Daarnaast fungeert dergelijke organisatie als één aanspreekpunt, wat de efficiëntie verhoogt en tijd bespaart. De schaalvergroting en de regiobrede aanpak binnen het Antwerps Werkplatform creëren ook een meerwaarde op het vlak van regionale communicatie, waarbij alle partners die een rol opnemen in de realisatie van de model shift gezamenlijk kunnen en zullen communiceren. Dit vertaalt zich in kant- en-klare communicatiepakketten die aan lokale besturen worden aangereikt. De schaalvergroting biedt ook de mogelijkheid om de lokale mobiliteitsnoden te vervatten in een regiobreed advies dat aan de betrokken instanties kan worden voorgelegd.

 

  1. Bepaling van het programma voor het regionaal servicecenter

Lokale besturen in de Vervoerregio Antwerpen geven aan over onvoldoende capaciteit en/of kennis te beschikken om de gedeelde ambities van het Routeplan 2030 te realiseren. Met het regionaal servicecenter wordt binnen de schoot van Lantis een antwoord op deze hulpvraag geboden. Deze regionale aanpak omvat verschillende producten en diensten die op grotere schaal uitgerold worden teneinde de Antwerpse mobiliteitstransitie te realiseren.

De mobiliteitsondersteuning die Lantis via het regionaal servicecenter faciliteert voor de realisatie van het Routeplan 2030, vertrekt vanuit een vraaggestuurd aanbod gebaseerd op de noden en behoeften van de lokale besturen.  Dit programma kan evolueren en/of uitbreiden in functie van behoeften, nieuwe marktinzichten, beleidswijzigingen en/of technische evoluties. De Vervoerregioraad en het ambtelijk overleg dienen hierbij als klankbord om de inhoud af te toetsen.

Het aanbod van producten en diensten van het regionaal servicecenter is niet limitatief en kan in de loop van de tijd evolueren en uitbreiden. Ook kunnen producten en diensten verder en dieper uitgewerkt worden waardoor het nodig is om - naast deze samenwerkingsovereenkomst - specifieke (deel)overeenkomsten af te sluiten. Bij vragen voor nieuwe producten en/of diensten zal de afweging gemaakt worden in hoeverre deze kaderen binnen het Routeplan 2030, een regionale meerwaarde hebben en afgestemd worden binnen de vervoerregiowerking.

 

  1. AANBOD VAN HET REGIONAAL SERVICECENTER

 

  1. Infrastructuurprojecten

Infrastructurele maatregelen worden – afhankelijk van de bevoegdheid en wegbeheerder – uitgevoerd door hetzij Vlaamse entiteiten hetzij lokale besturen. Lantis staat in voor de uitvoering van infrastructuurprojecten (zoals fietsprojecten, P&R’s, andere knooppunten en OV-projecten) in functie van de minder hinder voor de Oosterweelverbinding, of zoals toegewezen door de Vlaamse overheid (via het Geïntegreerd Investeringsprogramma) voor projecten binnen het Routeplan 2030.

In het geval van gezamenlijke of samengevoegde werken met lokale besturen, of wanneer werken plaatsvinden op het terrein van een lokaal bestuur, wordt steeds een aparte samenwerkingsovereenkomst tussen Partijen afgesloten. In deze samenwerkingsovereenkomsten worden afspraken gemaakt over de financiële verdeelsleutel, aanbestedingswijze, beheer, communicatie en dergelijke.

 

  1. Impactmanagement & Minder hinder

Lantis neemt een coördinerende rol op voor minder hinder en (projectoverschrijdend) impactmanagement in de regio, zoals bepaald in de beleidsnota MOW. Vanuit deze coördinatie van het impactmanagement wordt op bovenlokale schaal aan werfcoördinatie gewerkt, met als resultaat een geïntegreerde planning en fasering van werven.

 

Om steden en gemeenten een goed overzicht te geven van alle projecten uit het Routeplan 2030, hun status, alsook de wegenwerken met impact op het verkeer in de Antwerpse vervoerregio, ontwikkelde de Vervoerregio een Dashboard Wegenwerken. Dit dashboard ondersteunt de verschillende wegbeheerders, waaronder de gemeenten, om de wegenwerken in de regio op elkaar af te stemmen, zodat de hinder voor de weggebruiker zoveel mogelijk wordt beperkt. De gemeente/stad (als wegbeheerder) engageert zich ertoe om informatie te verstrekken met betrekking tot wegenwerken met bovenlokale impact teneinde het Dashboard Wegenwerken actueel te houden en samen tot een optimale planning en fasering te kunnen komen.

  1. Mobiliteitsondersteuning

De Vervoerregio ondersteunt de gemeente/stad bij het initiëren van de juiste initiatieven en de uitvoering van projecten. Daarnaast wordt de kennis en/of capaciteit vergroot zodat de gemeente/stad zelf aan de slag kan gaan. Dit kan onder andere door het aanleveren van informatie en data, mobiliteitsplannen, verkeersveiligheidsmaatregelen, fietsbeleid, of de inrichting van bijvoorbeeld fietsstraten en schoolomgevingen.

De gemeente/stad krijgt de nodige tools en ondersteuning om sneller zelf tot uitvoering te kunnen overgaan. Dankzij de mobiliteitsbegeleiding werkt Lantis samen met steden en gemeenten om de Vlaamse en regionale mobiliteitsambities te vertalen naar het lokale niveau.

  1. Mobiliteitsbegeleiding & -advisering

Vanuit de vervoerregiowerking en het regionaal servicecenter worden lokale besturen begeleid in het lokaal en regionaal mobiliteitsbeleid. Naast de vastgelegde taken die het departement MOW uitoefent (bv. advies projecten en lokale mobiliteitsplannen), kan de Vervoerregio via het regionaal servicecenter de gemeente/stad ook bijkomend ondersteunen en adviseren op vraag.

Op vlak van data en inzicht in verplaatsingsgedrag, wordt er ondersteuning geboden: de Vervoerregio Antwerpen gebruikt Floating Car Data (FCD) om verkeersstromen in beeld te brengen in de regio, om op die manier wegsegmenten te identificeren die al dan niet gebruikt worden volgens de besliste wegencategorisering. De Vervoerregio Antwerpen brengt de stromen op de interlokale en regionale wegen in beeld en deelt deze informatie met alle lokale besturen in de regio. Knelpunten die aan de basis kunnen liggen van deze verstoorde stromen worden ook zoveel mogelijk in beeld gebracht door reistijden op geïdentificeerde segmenten te berekenen door middel van FCD. De gemeente/stad kan vragen aan de Vervoerregio Antwerpen om ook andere, meer lokale, stromen in beeld te brengen om zo eventueel te reageren op vragen vanuit het eigen bestuur of van eigen bewoners.

  1. Uitrol van mobiliteitsknooppunten/Hoppinpunten

 

Conform de geldende regelgeving staat de wegbeheerder in voor de realisatie van de mobiliteitsknooppunten of Hoppinpunten. De gemeente/stad staat in voor de realisatie van mobiliteitsknooppunten langs gemeentewegen op haar grondgebied.

 

Voor de Vervoerregio Antwerpen ondersteunt het regionaal servicecenter (via Lantis) de gemeente/stad bij de uitwerking en realisatie van deze Hoppinpunten.

 

Voor de ontwerpfase voorziet het regionaal servicecenter (via Lantis) reeds in ondersteuning voor opmaak van de Unieke Verantwoordingsnota (UVN) tot en met voorontwerp, naargelang de prioritering van de knooppunten (zie Projectfiche Hoppinpunten/Mobiliteitsknooppunten).

 

Van de gemeente/stad wordt verwacht aan de slag te gaan met de uitrol en realisatie van deze Hoppinpunten, waarvoor hij wegbeheerder is. Indien de gemeente/stad beroep doet op de ondersteuning van het regionaal servicecenter voor de opmaak van het voorontwerp en/of UVN, wordt volgende overeengekomen met de gemeente/stad:

        De gemeente/stad levert de nodige informatie aan aan Lantis;

        De gemeente/stad stemt met Lantis en het aangestelde studiebureau af over de gewenste scope, planning, inrichting en dergelijke;

        De gemeente/stad verbindt zich ertoe om deze Hopppinpunten uit te voeren en hiervoor financiering te voorzien binnen het meerjarenplan.[2]

        De gemeente/stad zal de werken die gepaard gaan met de realisatie van het Hoppinpunt, aanvatten binnen de 2 jaar na goedkeuring van de UVN of het definitief ontwerp.

  1. Inrichting lokaal openbaar domein

Door middel van het aanbieden van relevante data, informatie en/of studiecapaciteit ondersteunt de Vervoerregio lokale besturen bij de opmaak en uitvoering van lokale mobiliteitsplannen en de inrichting van het openbaar domein, waaronder parkeren, fietsinfrastructuur, fietsroutes, wayfinding, laadinfrastructuur, enz. De gemeente/stad blijft verantwoordelijk voor de uitvoering en financiering van haar eigen projecten.

  1. Vrachtverkeer en lokale logistiek

De Vervoerregio biedt inzicht in de mogelijkheden voor slimme en verkeersveilige vrachtroutes om de verkeersveiligheid in de kernen te verbeteren en tegelijk efficiënte en duurzame stadsdistributie en last mile logistiek te stimuleren.

Met het oog hierop zet Lantis, samen met de inhoudelijke ondersteuning van andere partners, open projectoproepen in de markt. Het doel van dergelijke projectoproepen is het ondersteunen van innovatieve goederenprojecten in de Vervoerregio Antwerpen die bijdragen aan een efficiënter, duurzamer én economisch robuust goederenvervoer in de ganse regio.

Rond vrachtverkeer & vrachtroutes kunnen nieuwe regiobrede initiatieven opgezet worden, samen met andere partners, naargelang de noden van de vervoerregio en lokale besturen.

 

  1. Deelmobiliteit
  1. Algemeen

Via de vervoerregiowerking worden lokale besturen ondersteund bij de uitrol van deelmobiliteit, door opzet van specifieke producten, diensten en/of contracten, of door algemene ondersteuning, zoals:

        Kennisuitwisseling om de kennis en expertise op het gebied van deelmobiliteit te vergroten, via informatiedeling, workshops, stakeholdersevents, enz.

        Het uittekenen van een kader voor deelmobiliteit met duidelijke en uniforme afspraken en regels voor alle aanbieders van deelmobiliteit, indien die noodzakelijk en gewenst is. Dit erkenningskader legt niet enkel regels op voor de aanbieders, maar biedt hen een helder overzicht van de verwachtingen waaraan zij moeten voldoen om in de gemeenten en steden van de Vervoerregio Antwerpen te mogen opereren.

        Monitoring van deelmobiliteit met als doel evaluatie en concreet advies over eventuele bijsturing in deelsystemen, aantallen, hubs en locaties enz. . Dit zorgt voor een dynamisch en responsief mobiliteitssysteem dat blijft voldoen aan de verwachtingen van de gebruikers. 

  1. Elektrisch deelfietsensysteem

Lantis fungeert als trekker, aanbestedende overheid en (deels) financier van het regionaal deelfietsensysteem[3] om over de hele regio te kunnen beschikken over een dekkend deelfietsennetwerk.

Lantis investeerde in een basisnetwerk van 1.650 elektrische deelfietsen in Vervoerregio Antwerpen en Waasland (in het kader van de minder hinder-aanpak). Daarnaast investeerden onder meer lokale besturen in extra (elektrische) fietsen in het aanvullend netwerk.

Lantis rapporteert op kwartaalbasis aan de Vervoerregio over de evolutie in het gebruik van de deelfietsen.

Deze samenwerkingsovereenkomst doet geen afbreuk aan de bestaande overeenkomsten met Lantis en Donkey Republic in het kader van dit deelfietsensysteem.

De gemeente/stad engageert zich ertoe om in uitvoering van het Routeplan 2030 te blijven inzetten op (uitbreiding van) dit deelfietsensysteem en hiervoor de nodige kredieten te blijven voorzien tijdens de looptijd van de opdracht.

  1. Autodelen

Binnen het kader van het Routeplan 2030 en actieplan Vervoer op maat werd gezamenlijk een strategie bepaald om deelwagens in te zetten[4]. Vanuit de Vervoerregio worden de nodige acties uitgezet om autodelen uit te rollen, gesteund op gezamenlijk en wederzijds engagement van de Vervoerregio via Lantis en van de lokale besturen:

 

  1. Aanbodzijde:

        Lantis staat in voor het in de markt zetten van de aanbestedingen om een autodeelaanbieder te contracteren, zodat deelwagens uitgerold kunnen worden in de hele Vervoerregio. Er wordt zowel ingezet op een back-to-one aanbod, uitgerold over de hele vervoerregio, als een back-to-many aanbod waarbij deelwagens uitgerold worden op knooppunten in functie van flexibel overstappen.
De gemeente/stad neemt af van de (raam)overeenkomst om deelwagens op het eigen grondgebied te plaatsen. Lantis neemt af voor deelwagens op prioritaire knooppunten in het kader van impactmanagement voor de Oosterweelwerken.

        Lantis ondersteunt de gemeente/stad bij het aantrekken van particulier autodelen via communicatie, het delen van best practices en contacten met de sector. De gemeente/stad zet (in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen) in op het faciliteren van particulier autodelen.

  1. Vraagzijde:

        De gemeente/stad wordt ondersteund door de vervoerregiowerking bij het opzetten van communicatiecampagnes om de bewustwording rond en het gebruik van autodelen te vergroten;

        Daarnaast werkt Lantis samen met de gemeente/stad voor het organiseren van infosessies teneinde bewoners en autodeelaanbieders samen te brengen, om eventuele drempels weg te nemen en mensen te overtuigen van de voordelen van autodelen. 

 

  1. Mental Shift/gedragsverandering
  1. Bereikbaarheidsaanpak

Om lokale besturen te ondersteunen bij het stimuleren van een gedragsverandering naar duurzame verplaatsingen bij gebruikers (werknemers, inwoners, bezoekers, etc.), wordt er vanuit het regionaal servicecenter een Bereikbaarheidsaanpak opgeschaald naar de Vervoerregio. 

 

De gemeente/stad neemt in dit kader een dubbele rol op:

        Enerzijds als werkgever, door deel te nemen aan de Bereikbaarheidsaanpak voor haar eigen werknemers;

        Anderzijds als lokale partner, door:

        organisaties op haar grondgebied actief aan te moedigen tot deelname aan de Bereikbaarheidsaanpak;

        opportuniteiten (zoals wegenwerken, gebiedsontwikkelingen, …) aan te grijpen  om de Bereikbaarheidsaanpak in te zetten;

        actief mee te communiceren naar verschillende stakeholders;

          

De Bereikbaarheidsaanpak bestaat uit een vast proces met een mobiliteitsscan, een proefaanbod, infosessies en opvolgingsgesprekken, communicatie en een lerend netwerk.[5]

 

De gemeente/stad onderschrijft de Bereikbaarheidsaanpak en neemt als werkgever actief deel aan deze aanpak en de daaruit volgende mobiliteitsoplossingen, die haar werknemers  laat nadenken over hun verplaatsingsgedrag.

 

De gemeente/stad heeft de mogelijkheid om de Bereikbaarheidsaanpak éénmalig gratis te organiseren voor haar eigen werknemers. Voor volgende rondes betaalt de gemeente/stad een éénmalige instapkost van 5.000 euro exclusief btw.

 

De gemeente/stad die als werkgever deelgenomen heeft aan één of meerdere rondes van de  Bereikbaarheidsaanpak, engageert zich ertoe om periodiek - zelf en/of via haar werknemers – deel te nemen aan bevragingen. Deze bevragingen maakt het mogelijk om de voortgang en de impact van de Bereikbaarheidsaanpak te meten. De resultaten bieden de gemeente/stad inzicht in het verplaatsingsgedrag van haar werknemers en stellen haar in staat om verdere maatregelen hierop af te stemmen.

 

Met betrekking tot de deelname van de gemeente/stad als werkgever aan deze Bereikbaarheidsaanpak wordt tussen de Partijen een afzonderlijke overeenkomst afgesloten, waarin de specifieke rechten en verbintenissen van beide Partijen nader worden vastgelegd.

 

Daarnaast tracht de gemeente/stad, samen met het regionaal servicecenter, andere potentiële deelnemers op haar grondgebied (bedrijven, scholen, ziekenhuizen, attractiepolen, ...) in kaart te brengen en actief aan te sporen om deel te nemen aan een ronde binnen de Bereikbaarheidsaanpak. Voor de opstart legt de gemeente/stad, samen met het regionaal servicecenter, de nodige contacten.

 

Met deze dubbele rol – als deelnemende werkgever en als faciliterende partner binnen haar grondgebied – draagt de gemeente/stad bij aan de bredere gedragsverandering binnen de vervoerregio.

 

2. Andere initiatieven ter ondersteuning van gedragsverandering

Het Routeplan 2030 bevat ook andere initiatieven die bijdragen aan gedragsverandering, grotendeels gebaseerd op de bestaande aanpak en de ervaringen binnen het programma Slim naar Antwerpen. De bedoeling is om ook deze initiatieven verder op te schalen naar het niveau van de hele Vervoerregio.

Het gaat onder meer om:

        het opschalen van de multimodale routeplanner naar een lokaal detailniveau,

        het organiseren van themasessies rond mobiliteitstopics,

        het opzetten van een delend netwerk tussen lokale besturen,

        en ondersteuning bij communicatiecampagnes.

De concrete engagementen en wederzijdse verwachtingen maken deel uit van eventueel nog specifiek af te sluiten overeenkomsten. Er wordt hier ook verwezen naar onderstaande artikelen met betrekking tot communicatie en mobiliteitsdata.

 

  1.  SAMENWERKINGSPRINCIPES

 

In dit deel wensen Partijen een aantal principes op te nemen over hun samenwerking, waaronder afspraken over bevoegdheidsverdeling, overleg en aanspreekpunten, en (gezamenlijke) communicatie. Specifieke afspraken over concrete producten of diensten zullen voorwerp uitmaken van afzonderlijke overeenkomsten.

  1.  Afbakening van bevoegdheden en verantwoordelijkheden - Lokale uitvoering van het Routeplan 2030

Conform artikel 13 van het Decreet Basisbereikbaarheid zijn lokale besturen – net als de Vlaamse entiteiten – gebonden aan het regionaal mobiliteitsplan en staan ze in voor uitvoering van de projecten die onder hun lokale bevoegdheid vallen, op dezelfde manier als de entiteiten op Vlaams niveau verantwoordelijk zijn voor projecten binnen hun bevoegdheidsgebied.

Vanuit de vervoerregiowerking wordt het Routeplan 2030 vertaald naar het lokaal niveau met fiches op maat van elk lokaal bestuur. Deze fiches bevatten projecten, maatregelen en overkoepelende engagementen uit het Routeplan, aangevuld met relevante data.

Zowel op Vlaams als lokaal niveau is de geplande uitvoering en financiering onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting en meerjarenplannen.

  1. Afname van producten/diensten

Wanneer de Vervoerregio niet beschikt over de benodigde expertise met betrekking tot een specifiek product of dienst, kan beroep gedaan worden op gespecialiseerde leveranciers en/of experten. Indien de Vervoerregio op vraag van lokale besturen een raamovereenkomst of aanbesteding in de markt zet, verbindt de gemeente/stad zich ertoe de nodige informatie aan te leveren teneinde een correcte opmaak van het bestek mogelijk te maken. Daarnaast verbindt de gemeente/stad zich ertoe om de gevraagde afname van de raamovereenkomst of aanbesteding op te nemen in de budgetten en het meerjarenplan. 

  1. Overleg

Deze gevorderde samenwerking vormt enkel een succes wanneer er een transparante communicatie en structureel overleg plaatsvindt. Daarom worden volgende overlegstructuren ingezet die door de vervoerregiowerking worden gefaciliteerd en gecoördineerd:

        Vervoerregioraad met 1 politieke afvaardiging per stad of gemeente: minstens 3x/jaar

        Ambtelijk overleg met minimaal 1 ambtelijke afvaardiging per stad of gemeente: minstens 3x/jaar

        Bilateraal overleg

        Corridor/clusteroverleg

Deze overlegmomenten kunnen wijzigen en/of uitgebreid worden, bijvoorbeeld met lerend netwerkmomenten, informatiesessies, participatietrajecten en dergelijke.

De Partijen engageren zich ertoe om deel te nemen aan deze overlegmomenten of (netwerk)events georganiseerd in het kader van het Routeplan 2030.

  1. Mobiliteitsdata en monitoring

Door het gebruik van data kan de Vervoerregio Antwerpen het regionaal mobiliteitsplan Routeplan 2030 evalueren en, in samenspraak met de Vervoerregioraad, bijsturen waar nodig. De lokale besturen kunnen dankzij deze data geïnformeerde beslissingen nemen en eventueel gerichte maatregelen nemen op hun grondgebied.

 

Naast de evaluatie op basis van indicatoren die in het kader van het Routeplan 2030 gemonitord worden, kan de Vervoerregio op vraag van de gemeente/stad volgende data aanleveren om haar projecten te staven met objectieve cijfers:

        Index van de belangrijkste publieke informatiebronnen voor mobiliteit;

        Reistijden op courante routes;

        Selected link analyses op floating car data;

        Indicatoren Routeplan 2030;

        Verkeerstellingen;

        Gebruik van deelmobiliteit;

        Analyse van OpenStreetMap-data zoals bv. fietsnetwerk (verlichting, verharding, snelheid, afstand tot BFF ism Provincie Antwerpen, verkeerslichten…);

        Analyse van pendelgedrag en modale verdeling;

        Herkomst-bestemmingsanalyse

       

De gemeente/stad engageert zich om alle relevante mobiliteitsdata uit te wisselen in het kader van de aangeboden mobiliteitsondersteuning en de uitvoering van het Routeplan 2030. Zeker in functie van het opschalen van reisinformatie en routeplanning is het aanleveren van data over wegenwerken, evenementen, verkeersreglementen en dergelijke noodzakelijk.

  1. Kennisdeling

Via een digitale kennishub van het Routeplan 2030 biedt de Vervoerregio en het regionaal servicecenter lokale besturen een platform aan waarbij aan kennisdeling en informatie-uitwisseling wordt gedaan. Dit platform stelt lokale besturen in staat om efficiënter samen te werken.

De gemeente/stad ontvangt als lid van de Vervoerregio een persoonlijke login en paswoord, waarmee toegang wordt verkregen tot allerhande nuttige documenten en informatie. Dat omvat o.a.: gemeentefiches RP2030​, deelmobiliteit, mobiliteitsknooppunten, subsidiewijzer, infrastructuurprojecten, mobiliteitsdata & monitoring, bereikbaarheidsaanpak, verslagen overlegmomenten, nieuws en blogfunctie, events, routeplanner, contactpagina, enz.

Lokale besturen kunnen via het platform met elkaar in dialoog gaan en gemeentelijke info met betrekking tot het Routeplan 2030 delen met elkaar.  

  1. Communicatie – gezamenlijke inspanningen en verantwoordelijkheid
  1. Gezamenlijke communicatiestrategie (in kader van projecten)

Om gebruikers te ondersteunen en te sturen in hun keuzes, is heldere communicatie en reizigersinformatie cruciaal, aldus het Routeplan 2030. Daarom wordt een gezamenlijke communicatiestrategie gevolgd op basis van de principes van het Routeplan 2030, waarbij bereikbaarheid – ook tijdens de uitvoering van projecten en werven – van de regio centraal staat:[6]

        Alle bouwheren communiceren over hun project (bv. Lantis, De Lijn, AWV…); lokale besturen kunnen uiteraard ook bouwheer zijn voor projecten;

        Ook mobiliteitsaanbieders promoten hun aanbod en verwijzen door naar alternatieven en naar de routeplanner van Slim naar Antwerpen;

        Beide groepen brengen dit bereikbaarheidsverhaal naar de verschillende stakeholders (bv. hulpdiensten, ondernemers, zorginstellingen en scholen, belangenorganisatie, pers…);

        De bestaande kanalen worden maximaal benut, zoals websites en sociale media van bouwheren, Slim naar Antwerpen en gemeentelijke kanalen.

Lokale besturen spelen hierin een actieve rol door op hun grondgebied tijdig en helder te communiceren over projecten, infrastructuurwerken en mobiliteitsmaatregelen.

Vanuit de Vervoerregio (door Antwerps Werkplatform) wordt gezorgd voor de opmaak van de gezamenlijke communicatiestrategie, het narratief en alle (communicatie)initiatieven die hiervoor nodig zijn. Lantis is hiervoor SPOC van en naar lokale besturen en maakt middelen vrij om deze communicatiestrategie waar te maken.

De gemeente/stad schaart zich achter deze gezamenlijke communicatiestrategie, engageert zich ertoe deze toe te passen in eigen project- en/of werfcommunicatie en zet zich mee in om via deze aangereikte communicatie-initiatieven gebruikers (bewoners, bezoekers, pendelaars) en de verschillende doelgroepen te informeren en te betrekken.

  1. Reisadvies op maat en nudging

In functie van gedragsverandering en het nudgen of verleiden van gebruikers naar alternatieven, worden verschillende initiatieven opgezet, die regiobreed kunnen uitgerold worden. Uiteraard worden hier steeds evenwichten gezocht tussen de types verplaatsingen, doelgroepen en gebiedstypes (denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van de trein in gebieden met treinaanbod, het in de kijker zetten van trams in de urbane zone, beelden op maat van de regio gebruiken,…)

In de eerste plaats worden de succesvolle Slim naar Antwerpen-campagnes regiobreed gevoerd en in de kijker gezet. Deze campagnes richten zich op pendelaars, inwoners en bezoekers.

De frequentie en inhoud van deze campagnes worden afgestemd op actuele en seizoensgebonden activiteiten. De gemeente/stad ontvangt kant-en-klare communicatiematerialen die een breed publiek bereiken.

Om de impact van deze campagnes te maximaliseren, verbinden lokale besturen zich ertoe  deze actief te verspreiden via hun eigen communicatiekanalen, zoals gemeentelijke websites, sociale media, infobrochures en lokale evenementen. Dit kan gemakkelijk via de widget van Slim naar Antwerpen/Slim Onderweg. Alleen door gezamenlijke inspanningen  kan gedragsverandering worden gestimuleerd en kan de mobiliteit in de regio verduurzamen.

Op lange termijn dragen deze nudging-campagnes bij aan een positieve gedragsverandering bij reizigers, los van de specifieke locaties en timing van infrastructuurwerken. Het uiteindelijke doel is een beter bereikbare en leefbare Antwerpse regio, zowel tijdens als na de werken.

  1. Communicatiepakketten over producten en diensten

Lokale besturen worden op vlak van communicatie ondersteund door communicatiepakketten aan te bieden over de producten en diensten (bv. deelmobiliteit).  De lokale besturen verbinden zich ertoe deze communicatiepakketten actief in te zetten om hun inwoners te informeren en te stimuleren tot duurzamere mobiliteitskeuzes.

 

  1. Participatie binnen de vervoerregio

Conform artikel 31 §2 van het Decreet Basisbereikbaarheid bepaalt de vervoerregioraad de structurele participatie van burgers en het middenveld in het mobiliteitsbeleid van de vervoerregio. Binnen het door de vervoerregioraad vastgelegde participatiekader werkt de gemeente/stad mee aan de concrete uitwerking hiervan binnen de clusters van de Vervoerregio. De vervoerregiowerking en het regionaal servicecenter bieden hierin ondersteuning en faciliteren de participatie binnen de Vervoerregio Antwerpen.


  1. ALGEMENE BEPALINGEN

 

  1. Duur van de overeenkomst

Huidige overeenkomst wordt aangegaan voor een duurtijd van 6 jaar, gelijklopend met het meerjarenplan van de gemeente/stad en rekening houdend met de richttijd van het huidige Routeplan 2030.

 

Een verlenging van deze overeenkomst is mogelijk mits schriftelijk akkoord van de Partijen.

 

  1. Nietigheid

De nietigheid van een bepaling in deze overeenkomst zal geenszins de nietigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst of van de overeenkomst zelf met zich meebrengen. Partijen zullen, in voorkomend geval, de nietige bepaling vervangen door een werkbare en geldige bepaling met een praktisch en economisch gelijkaardig resultaat.

Evenzo zullen partijen te goeder trouw onderhandelen ten einde een voor iedere partij aanvaardbare oplossing te vinden indien zich een situatie of omstandigheid zou voordoen die niet is voorzien in de overeenkomst doch die gevolgen heeft ten aanzien van de uitvoering ervan.

  1. Toepasselijk recht en bevoegde rechtbank

Op onderhavige overeenkomst is uitsluitend het Belgische recht van toepassing.

Uitsluitend de rechtbanken en hoven gelegen in het arrondissement Antwerpen zijn bevoegd om geschillen met betrekking tot onderhavige overeenkomst te beslechten.

Alvorens een geschil voor te leggen aan de rechtbanken, verbinden de partijen er zich toe alles in het werk te stellen om het geschil in der minne te regelen.

  1. Verwerking persoonsgegevens

Indien partijen in kader van onderhavige samenwerkingsovereenkomst aan elkaar persoonsgegevens overmaken, dan is dat uitsluitend met het oog op de uitvoering van de samenwerking.

De partijen worden beschouwd als afzonderlijke verwerkingsverantwoordelijken aangezien deze zelf het doel van en de middelen voor de verwerking van de persoonsgegevens in dit kader bepalen.

Alle partijen waarborgen dat zij bij de verwerking van deze persoonsg egevens strikt de Belgische en Europese wetgeving inzake privacy en gegevensbescherming, waaronder de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming 2016/679 van 27 april 2016, zullen naleven."

 

Projectfiche Autodelen

Routeplan 2030: Hoofdstuk 8 – Vervoer op maat

Binnen het Routeplan 2030[7] vormt autodelen een belangrijk onderdeel in het actieplan Vervoer op Maat. Dat actieplan definieert drie strategieën voor de Vervoerregio Antwerpen:
 

  1. Deelwagens binnen stedelijke gebieden

Verdere stimulans door de marktwerking en samenwerking met lokale besturen is niet nodig.

  1. Deelwagens aan de rand van het stedelijk gebied

Aangezien de marktwerking hier onvoldoende is, is een coördinerende rol van de Vervoerregio wenselijk.  

  1. Deelwagens bij stations- en P+R-knooppunten

Deelwagens worden hier ingezet als natransport na een rit met het OV. Dit biedt een betere reisoptie dan volledig reizen met OV of auto. Locaties van deelwagens hebben doorgaans een sterke verbinding met het OV en een goede auto-ontsluiting. 

 

Regionale aanpak

 

Rond autodelen is er bij lokale besturen nood aan een regionale aanpak. Om hen hierin te ondersteunen, wil Lantis samenwerken op basis van de drie kernpijlers van autodelen: aanbod, vraag en kader.

 

  1. Inzetten op aanbod

 

  1. Aantrekken van particulier autodelen 

Lantis zal de gemeente/stad ondersteunen bij het aantrekken van particulier autodelen. Hierbij ligt vooral de focus op het ontwikkelen van communicatiemateriaal en het verspreiden van handleidingen en best practices via het kennisplatform, ten behoeve van lokale besturen.

 

  1. Aantrekken van autodeelaanbieders met eigen vloot – opstart raamovereenkomst

Lokale besturen ondervinden moeilijkheden bij het aantrekken van autodeelaanbieders naar de randstedelijke en landelijke gebieden. Om hierin te ondersteunen, zal Lantis een raamovereenkomst in de markt zetten volgens een financieel haalbaar businessmodel, waarop de gemeente/stad kan intekenen. Daarnaast voorziet Lantis deelwagens op de meest cruciale P+R’s in het kader van het Minder Hinderprogramma.

 

 

  1. Implementeren in het ruimtelijk beleid  

Ten laatste zal gewerkt worden op het aanmoedigen van autodelen op nieuwe woonontwikkelingen. Dit zal in eerste instantie gebeuren door het uitwisselen van best practices.
 

  1. Inzetten op de vraag
     
  1. Focus op communicatie 

Om de bewustwording en acceptatie van autodelen (en elektrische voertuigen) te vergroten, is communicatie naar de eindgebruiker (inwoners) essentieel. Lantis zal samen met de geselecteerde autodeelaanbieder de gemeente/stad helpen bij de opmaak van een doordacht communicatieplan. Dit plan maakt gebruik van diverse kanalen zoals sociale media, lokale kranten en gemeenschapsbijeenkomsten om verschillende doelgroepen te bereiken.

 

  1. Informatiesessies en testmomenten voor inwoners

Daarnaast werkt Lantis en de geselecteerde autodeelaanbieder samen met de stad/gemeente voor het organiseren van infosessies teneinde bewoners en autodeelaanbieders samen te brengen. Het doel van deze sessies is om eventuele drempels weg te nemen en mensen te overtuigen van de voordelen van autodelen. 
 

  1. Inzetten op een kader

 

  1. Erkenningskader voor de Vervoerregio 

Een erkenningskader omschrijft duidelijke en uniforme afspraken en regels voor alle aanbieders van deelmobiliteit. Dit erkenningskader legt niet enkel regels op voor de aanbieders, maar biedt hen tevens een helder overzicht van de verwachtingen waaraan zij moeten voldoen om in de steden en gemeenten van de Vervoerregio Antwerpen te mogen opereren.

 

  1. Kennisuitwisseling

Om de kennis en expertise op het gebied van deelmobiliteit te vergroten, zet Lantis in op kennisuitwisseling tussen de lokale besturen. Dit wordt gerealiseerd door het delen van informatie via de kennishub, maar ook door het organiseren van workshops en andere gerelateerde stakeholderevents.

 

  1. Monitoring van autodelen in de Vervoerregio 

Het monitoren en evalueren van het autodeelprogramma is cruciaal voor succes op lange termijn. Lantis zal de verzamelde gegevens en resultaten delen met de gemeente/stad om zo te kunnen bijsturen en aan te passen aan veranderende omstandigheden en behoeften. Dit zorgt voor een dynamisch en responsief mobiliteitssysteem dat blijft voldoen aan de verwachtingen van de gebruikers. 

 

Het aanbod en de ondersteuning van Lantis met betrekking tot de regionale uitrol van deelwagens vraagt ook een actieve bijdrage van de gemeente/stad om autodelen op regionale schaal te doen slagen. Dit omvat het ontwikkelen en ondersteunen van een duidelijke beleidsvisie, het vrijmaken van financiële middelen om autodelen te integreren,  het promoten bij de inwoners om opportuniteiten (ontwikkelingen, heraanleg, wegenwerken, ...) vollop te benutten . Alleen door gezamenlijke inspanningen kunnen de voordelen van autodelen volledig benut worden en kan worden bijgedragen aan een duurzamer mobiliteitssysteem. 

 

Indien de gemeente/stad gebruik wenst te maken van de ondersteuning van Lantis, zal zij een sterk en aantoonbaar engagement moeten aangaan:

 

  1. Gedragen visie: de gemeente/stad heeft een doordachte & gedragen visie rond autodelen op hun grondgebied met doelstellingen en actiepunten.
  2. Actieve deelname aan informatiemomenten: de gemeente/stad neemt deel aan de door Lantis georganiseerde informatiesessies om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen en best practices op het gebied van autodelen. 
  3. Lokale promotie: de gemeente/stad helpt bij het promoten van autodelen door middel van lokale communicatiekanalen zoals gemeentelijke websites, nieuwsbrieven, en sociale media. 
  4. Faciliteren van infrastructuur: de gemeente/stad zorgt voor de nodige infrastructuur, zoals gereserveerde parkeerplaatsen voor deelauto’s en laadpunten voor elektrische voertuigen. 
  5. Toepassing van erkenningskader: De gemeente/stad past het erkenningskader autodelen toe. Het erkenningskader zal samen met de lokale besturen worden uitgewerkt.  
  6. Degressieve afnamegarantie: indien de gemeente/stad instapt in de toekomstige raamovereenkomst zal deze de financiële kosten voor de opstart en de degressieve afnamegarantie op zich nemen
  7. Integratie van het gemeentelijke wagenpark: de gemeente/stad onderzoekt de mogelijkheid om het gemeentelijke wagenpark te integreren in commercieel of particulier autodelen.  
  8. Beleidsmatige ondersteuning: de gemeente/stad kan een aanvullend beleid ontwikkelen dat autodelen stimuleert, bijvoorbeeld door het aanbieden van subsidies of belastingvoordelen voor autodeelaanbieders en gebruikers.  
  9. Samenwerking met lokale organisaties: de gemeente/stad legt actieve connecties met lokale bedrijven en organisaties om autodelen te integreren in hun mobiliteitsplannen en zo een breder draagvlak te creëren. 
  10. Feedback en Evaluatie: de gemeente/stad geeft regelmatig feedback over de voortgang en effectiviteit van de autodeel initiatieven, zodat er continu verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. 

 

Indien de gemeente/stad gebruik wil maken van de ondersteuning van Lantis, zal de gemeente/stad ten minstens punt 1 en punt 2 opnemen. Indien de gemeente/stad gebruikmaakt van de toekomstige raamovereenkomst, zal de gemeente/stad bovendien ook punt 3, punt 4, punt 5 en punt 6 toepassen.  


Projectfiche Hoppinpunten/Mobiliteitsknooppunten

Routeplan 2030: Hoofdstuk 4 – Mobiliteitsknopen

Lantis ondersteunt lokale besturen met het uitwerken van Hoppinpunten op hun grondgebied. Deze mate van ondersteuning is afhankelijk van een prioritering op basis van objectieve criteria:

        Focus op lokale en regionale Hoppinpunten

        Volume aanbod openbaar vervoer en deelmobiliteit

        Overstappotentieel

        Lokaal beheer (gemeente is wegbeheerder)

        Impactgebied Oosterweelwerken

Afhankelijk van deze prioritering biedt Lantis 3 vormen van ondersteuning aan:

  1. Hoppinpunten met hoge prioriteit: Lantis voorziet budget voor de opmaak van een Unieke Verantwoordingsnota (UVN)[8] en draagt de ontwerpkosten via een door Lantis aangesteld studiebureau.
  2. Hoppinpunten met medium prioriteit: Lantis voorziet budget voor de opmaak van een UVN.
  3. Hoppinpunten met lage prioriteit of buurthoppinpunten: Lantis voorziet een UVN-sjabloon dat de gemeente/stad kan aanvullen op basis van de lokale situatie.

De gemeente/stad zal aan de slag gaan met de uitrol van deze Hoppinpunten, waarvoor hij wegbeheerder is:

        De gemeente/stad levert de nodige informatie aan, aan Lantis;

        De gemeente/stad stemt met Lantis en het aangestelde studiebureau af over de gewenste scope, planning, inrichting en dergelijke;

        De gemeente/stad verbindt t zich ertoe om deze Hopppinpunten uit te voeren en hiervoor financiering te voorzien binnen het meerjarenplan.[9]

        De gemeente/stad zal de werken die gepaard gaan met de realisatie van het Hoppinpunt, aanvatten binnen de 2 jaar na goedkeuring van de UVN of het definitief ontwerp

         

Projectfiche Mental shift - Bereikbaarheidsaanpak

Routeplan 2030: Hoofdstuk 10 – Focus op intermediaire groepen

Het Routeplan 2030 streeft naar een gedragsverandering (mental shift) via zachte maatregelen die bijdragen aan een bereikbare regio. Het uiteindelijke doel is een regionale modal split van 50/50: maximaal 50% autoverkeer en minimaal 50% alternatieve vervoersmodi. Dit vergt een regiobrede aanpak, waarin lokale besturen hun rol en verantwoordelijkheden opnemen en het goede voorbeeld geven.

 

Deze mental shift-aanpak is vanuit stad Antwerpen, in samenwerking met Vlaanderen, gegroeid vanuit impactmanagement/minder hinder. Dit mental shift-programma maakt gebruik van een werf om mensen te laten nadenken over hun mobiliteitsgedrag en zet de werken om in een hefboom naar duurzame mobiliteit.

 

Om lokale besturen te ondersteunen bij het stimuleren van een gedragsverandering naar duurzame verplaatsingen bij gebruikers (werknemers, inwoners, bezoekers, etc.) wordt er vanuit het regionaal servicecenter een Bereikbaarheidsaanpak opgeschaald naar de Vervoerregio. 

 

De gemeente/stad neemt in dit kader een dubbele rol op. Zo zal ze eerst en vooral als werkgever deelnemen aan de Bereikbaarheidsaanpak voor haar eigen werknemers. Hiervoor zal een afzonderlijke overeenkomst tussen Partijen moeten worden afgesloten, waarin de specifieke rechten en verbintenissen van beide Partijen nader worden vastgelegd.

 

Daarnaast zal zij als lokale actor andere potentiële organisaties (bedrijven, scholen, ziekenhuizen, attractiepolen, ...) op haar grondgebied in kaart brengen en actief aanmoedigen tot deelname aan de Bereikbaarheidsaanpak.

 

Indien de gemeente/stad als werkgever zelf deelneemt aan deze Bereikbaarheidsaanpak dan bestaat deze erin dat Lantis de volgende mobiliteitsmaatregelen en het aanbod van mobiliteitsproducten en/of mobiliteitsdiensten door derde partijen faciliteert en ondersteunt:

 

        Mobiliteitsscan. Er zal een mobiscan uitgevoerd worden om het mobiliteitsprofiel en -potentieel in kaart te brengen. Deze mobiscan dient als startpunt voor een verdere mental shift-aanpak.

        Proefaanbod. Lantis  biedt een probeeraanbod aan van verschillende types fietsen, abonnementen voor het openbaar vervoer en probeerpassen voor deelmobiliteit. Het ter beschikking stellen van de vervoermiddelen gebeurt volgens de gebruiksvoorwaarden, die door de gebruikers bij inschrijving uitdrukkelijk aanvaard zullen moeten worden.

        Het lokaal bestuur kan als werkgever aansluiten bij het lerend netwerk en infosessies rond verschillende mobiliteitsthema’s en -onderwerpen. Daarnaast is er een jaarlijks netwerkevent met inspirerende sessies, contact met andere bedrijven en besturen en infodeling.

Indien het lokaal bestuur de Bereikbaarheidsaanpak wenst in te zetten naar inwoners wordt de mobiscan vervangen door het in kaart brengen van de pendelbewegingen en bestaande mobiliteitsoplossingen in de gemeente.

De gemeente/stad neemt deel aan de tweejaarlijkse werknemersbevraging zodat de evolutie van de inspanningen van de Bereikbaarheidsaanpak meetbaar en aantoonbaar zijn. Dit biedt de gemeente/stad inzicht in het verplaatsingsgedrag van haar medewerkers en inwoners en de mogelijkheid om maatregelen hierop af te stemmen.

 

 

Projectfiche Communicatie

Routeplan 2030: Hoofdstuk 9 – Gebruikers sturen in hun keuze

Communicatiestrategie duurzame mobiliteit en gedragsverandering in de Vervoerregio Antwerpen.

De communicatiestrategie vertrekt vanuit een gedeeld narratief van alle betrokken bouwheren en mobiliteitsaanbieders in Vervoerregio Antwerpen. Enerzijds het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid in de Antwerpse regio via multimodale oplossingen en een versnelde modal shift, anderzijds het uitvoeren van noodzakelijke infrastructuurprojecten.

Binnen deze context heeft de communicatiestrategie van het regionaal servicecenter als doel om duurzame mobiliteit en gedragsverandering te stimuleren in de vervoerregio. Dit gebeurt via gerichte communicatiecampagnes, een nauwe samenwerking met lokale besturen en mobiliteitspartners. Maar ook door het opschalen van bestaande tools en campagnes van Slim naar Antwerpen naar de volledige vervoerregio.

Tegelijk worden infrastructuurwerven in de regio beter op elkaar afgestemd en worden slimme vervoersalternatieven elke keer aangeboden. Zo wordt hinder maximaal beperkt en wordt duurzame mobiliteit actief gepromoot.

Doelgroep

De communicatie richt zich op verschillende doelgroepen:

        lokale besturen: gemeenten en steden binnen de vervoerregio

        inwoners en pendelaars, bezoekers van de regio, en werkgevers

        organisaties die een rol kunnen spelen in het mobiliteitsgedrag van hun medewerkers.

Aanpak

Er worden campagnes opgezet die gedragsverandering stimuleren, zoals het gebruik van alternatieven voor de auto en er wordt ingezet op duidelijke bereikbaarheidscommunicatie bij infrastructuurprojecten en werven.

In communicatie over werven maken we duidelijk wat er wanneer staat te gebeuren en welke impact dat heeft op de bereikbaarheid voor de verschillende doelgroepen. We verwijzen daarbij altijd naar de oplossingen of alternatieven en verwijzen naar een plek waar men meer informatie kan vinden. De tools en platformen van Slim naar Antwerpen worden versterkt en breder ingezet. Via een taskforce communicatie tussen verschillende mobiliteitspartners (AWV, De Lijn, PoAB, Lantis en Stad Antwerpen) wordt samenwerking geoptimaliseerd en staan afstemming en gezamenlijke planning centraal.

Tone of Voice

De communicatie gebeurt op een positieve en verbindende toon. Er wordt steeds gesproken over bereikbaarheid en alternatieven, met de nadruk op het gewenste gedrag. De boodschap is helder en actief geformuleerd. Er wordt rekening gehouden met de diversiteit van doelgroepen en vervoersmodi, zonder te stigmatiseren of uit te sluiten.

 

Samenwerkingsafspraken

Er zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen Slim naar Antwerpen en het regionaal servicecenter. Zo wordt er jaarlijks een communicatieplanning opgesteld en per kwartaal geüpdatet. We werken aan een licentieovereenkomst voor het gebruik van het merk 'Slim onderweg'. Campagnes worden ontwikkeld, gevalideerd en geëvalueerd.

Timing & opvolging

De communicatieplanning wordt jaarlijks herzien en afgestemd via kwartaaloverleggen. De effectiviteit van campagnes wordt gemeten via bevragingen en campagnemetingen. Op basis van deze inzichten worden toekomstige acties bijgestuurd. De samenwerking wordt continu geëvalueerd en waar nodig versterkt.

 

Art.2.- Goedkeuring wordt gegeven aan de adviesnota in bijlage die integraal deel uitmaakt van onderhavig besluit. De nota werd geschreven door Cathérine Sanspeur, diensthoofd mobiliteit, voor projecten die relevant zijn voor onze regio, die aansluiten bij het Regionaal Mobiliteitsplan en en waarvoor een duidelijke prioritering noodzakelijk is

De gemeente Brasschaat vraagt bijzondere aandacht vraagt voor volgende punten:

        Ovonde Brechtsebaan x Sint-Jobsesteenweg

        Fietsverbindingen langs de Bredabaan en aansluitende trajecten

        Afstemming en fasering van grote infrastructuurwerken (N011 Ekeren–Brasschaat)

        Heraanleg fietspad Bredabaan tussen Pauwelslei en Durentijdlei

        Aandacht voor voldoende vrachtwagenparkeerplaatsen, zeker in de omgeving van de logistieke clusters, om verkeersonveilige situaties te voorkomen

 

Art.3.- Een afschrift van dit besluit zal bezorgd worden aan de Vervoerregio Antwerpen.

 

Art.4.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de overdracht van de bevoegdheid tot ondertekening van de overeenkomst van de voorzitter van de gemeenteraad aan de burgemeester.

 

 


[2] Lokale besturen kunnen een subsidie aanvragen voor de aanleg van één of meerdere Hoppinpunten langs gemeentewegen. Zie: https://www.vlaanderen.be/basisbereikbaarheid/subsidies-voor-de-aanleg-of-herinrichting-van-een-hoppinpunt

[3] Cfr. huidige overheidsopdracht gegund aan Donkey Republic

[4] Zie Projectfiche Autodelen

[5] Zie Projectfiche Mental Shift – Bereikbaarheidsaanpak

[6] Cfr. huidige overheidsopdracht gegund aan Donkey Republic

[7] Zie Projectfiche Mental Shift – Bereikbaarheidsaanpak

[8] Naast het Routeplan 2030 vormt autodelen ook een van de vier pijlers van het Vlaamse Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) dat steden en gemeenten ondersteunt bij het realiseren van klimaatdoelstellingen. Door de ondertekening van dit LEKP engageerden steden en gemeenten van de Vervoerregio Antwerpen zich om te streven naar 2 deelwagens per 1.000 inwoners tegen 2030.

[9]  Lokale besturen kunnen een subsidie aanvragen voor de aanleg van één of meerdere Hoppinpunten langs gemeentewegen. Zie: https://www.vlaanderen.be/basisbereikbaarheid/subsidies-voor-de-aanleg-of-herinrichting-van-een-hoppinpunt

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

11 Toelage muziekateliers schooljaar 2025-2026 en 2026-2027. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Pauwels wil graag een tussenkomst doen die betrekking heeft op de punten 11,12,13,14 en 15.  Het gaat over de evaluatie van de manier waarop de toelagen toegekend worden.  Het reglement zal wel op de gemeenteraad komen maar zijn fractie zou ook graag het resultaat van de evaluatie kennen. 

 

Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat men meer transparantie wil geven.  Er zijn momenteel heel veel verschillende reglementen, wat het soms moeilijk maakt.  Ze hoopt dat het dit jaar zeker afgerond wordt en dan zal dit besproken worden op de commissie en vervolgens op de gemeenteraad. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De gemeente verleent toelagen voor muziekateliers; het is aangewezen deze ondersteuning verder te zetten.

Bij de start van de nieuwe legislatuur is het toelagereglement voor schooljaar 2024 - 2025 verlengd, in afwachting van een grondige evaluatie van het toelagereglement, voor vernieuwing.

De laatste fase van deze evaluatie in overleg met MAT, CBS en cultuurraad loopt nog verder in 2026.  7Daarom wordt voorgesteld de huidige modaliteiten nog tot einde schooljaar 2026 - 2027 te verlengen.

 

Juridisch kader

Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen;
Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad);

Gemeenteraadsbesluit van 27 mei 2019 punt 17, toelage 2019-2024 muziekateliers.

Collegebesluit van 27 januari 2025 punt 61, voorstel tot verlenging van de modaliteiten van het reglement muziekateliers met 1 jaar door gemeenteraad (voor schooljaar 2024-2025) en opdracht aan Cultuurcentrum om het reglement samen met de cultuurraad grondig te evalueren in de loop van 2025.

Gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2025, punt 31 toelage muziekateliers schooljaar 2024 - 2025.

Het college van burgemeester en schepenen stemde op 15 december 2025 principieel in met het voorstel om het huidige reglement toelage muziekateliers schooljaar 2024-2025, met dezelfde modaliteiten te verlengen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn:

Kost

4.000 euro, btw inbegrepen (jaarlijks)

Budgetsleutel

0739/64930000 toelage muziekateliers

Budget/jaar

Exploitatie /  in 2026 en 2027

Krediet beschikbaar

Ja

Visum financieel directeur

Niet van toepassing

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeente verleent  onder de hierna vermelde voorwaarden, een werkingssubsidie en een ledensubsidie. aan de Brasschaatse muziekateliers voor schooljaar 2025-2026 en 2026-2027.

Komen niet in aanmerking voor een subsidie onder toepassing van dit reglement:

        Overheidsbesturen

        Rechtspersonen die door overheidsbesturen opgericht zijn of waarin overheidsbesturen participeren

        Commerciële organisaties

        Verenigingen opgericht ten bate van een commerciële organisatie

        Onderwijsinstellingen

 

Art.2.- Onder Brasschaatse muziekateliers wordt verstaan, elk plaatselijk muziekatelier dat:

        minstens één jaar onafgebroken werkzaam is in de gemeente Brasschaat

        dat beschikt over een eigen rechtspersoon

 

Art.3.- Als muziekatelier wordt beschouwd, elke inrichting die door vaktechnische en pedagogisch gekwalificeerde begeleiders muziekonderricht geeft aan jongeren en volwassenen waarbij creativiteit, muzikale ontwikkeling en het samen “spelen” centraal staat, en waar ruimte is voor experiment. Hierin dient een muziekatelier zich te onderscheiden van het gewone muziekonderwijs.

 

Art.4.- De werksessies van het atelier staan los van elke schoolse activiteit ingericht door een onderwijsinstelling. Voor ateliers, gehuisvest in een schoolgebouw, geldt in het bijzonder dat bij publiciteitsvoering deze ondubbelzinnigheid ruimer moet zijn dan de onderwijsinstelling waar het atelier is gehuisvest. Dergelijk atelier dient te beschikken over een vast toegewezen ruimte. Via het werkingsverslag en/of aan de hand van publiciteitsmateriaal (persartikels, folder…) is een open werking aan te tonen.

 

Art.5.- Om in aanmerking te komen voor werkings- en ledensubsidie moet voldaan worden aan volgende voorwaarden:

        De vereniging moet een werking ontplooid hebben sinds 1 januari van het jaar van de subsidieaanvraag.

        De voertaal van de werking is het Nederlands.

        Het pedagogisch hoofd van het muziekatelier moet tenminste 21 jaar zijn, een monitor tenminste 18 jaar.

        De leiding van de activiteiten/werksessies is steeds in handen van een gekwalificeerd begeleider. Dit is minstens iemand die geslaagd is in het eerste jaar van hogere studiën in een sociale, pedagogische of artistieke richting of personen met een diploma van bachelor /gegradueerde in een sociale, pedagogische of artistieke richting.

 

Art.6.- De aanvraag dient te gebeuren vóór 30 augustus op de hiervoor bestemde formulieren en heeft betrekking op de periode van 1 augustus van het voorgaande tot 30 juli van het lopende jaar.

 

Art.7.- De burgerlijke aansprakelijkheid van het bestuur en de deelnemers ten opzichte van derden moet door een verzekering gedekt zijn. Bij de start van het werkjaar zijn deze polissen en de betalingsbewijzen aan de gemeente voor te leggen.

 

Art.8.- Aan de plaatselijke muziekateliers wordt een werkingssubsidie toegekend, als tussenkomst in de werkingskosten, mits voldaan wordt aan bovenvermelde voorwaarden. De jaarlijkse werkingssubsidie bedraagt 1.000,00 euro.

 

Art.9.- Naast de basissubsidie kan een atelier in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie die:

a) afhankelijk wordt gemaakt van het aantal ingeschreven personen per werksessie. Een werksessie is een activiteit met eenzelfde groep kinderen/volwassenen, deze mag niet opgesplitst worden om er subsidievoordeel uit te halen. De duur van een werksessie voor groepsmusiceren bedraagt minimaal 60 minuten.

De duur van een werksessie voor individueel musiceren bedraagt minimaal 30 minuten.

b) extra werking met een open(baar) karakter stimuleert;

 

Art.10.- Na aftrek van het totaal van de basistoelage van het op het gemeentebudget voorziene krediet, wordt de aanvullende subsidie (saldo van het krediet) verhoudingsgewijs berekend volgens onderstaand puntensysteem

2 punten per ingeschreven kind per werksessie

1 punt per ingeschreven volwassene per werksessie

2 punten per buitengewone activiteit met een open karakter

 

Art.11.- De aanvraag voor subsidiëring dient volgende gegevens te bevatten:

        naam en zetel van de vereniging;

        adres lokalen;

        aantal leden;

        aantal instrumentwerkvormen;

        opgave met naam, adres en leeftijd van de leden van de Raad van Bestuur;

        naam en adres van de verantwoordelijke die de aanvraag indient;

        naam en adres van de pedagogisch verantwoordelijke;

        bank- en/of postrekeningnummer;

        een lijst van de verzekerde leden (naam, adres, geboortedatum);

        bewijsstukken waaruit blijkt dat de opgegeven instrumentwerkvormen daadwerkelijk worden gegeven (folders, werkingsverslag…).

        financieel verslag met balans van het laatste werkjaar

        begroting van het volgende werkjaar

 

Art.12.- Volgende gegevens moeten kunnen voorgelegd worden indien hiernaar gevraagd wordt door
het gemeentebestuur:

        diploma’s van de begeleiders;

        verslagen waaruit de werking van de Raad van Bestuur blijkt.

 

Art.13.- De uitbetaling van subsidie geschiedt op het bank-of postrekeningnummer van het aanvragend atelier, binnen de 3 maand na ontvangst van de aanvraag

 

Art.14.- De gemeente kan de uitbetaalde toelage geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien deze werd toegekend op basis van een onjuiste aangifte. In voorkomend geval kan het college van burgemeester en schepenen de aanvrager tijdelijk of definitief uit te sluiten voor deze subsidie.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

12 Toelage gemeenschapsvormende projecten 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De gemeente verleent toelagen voor gemeenschapsvormende projecten; het is aangewezen deze ondersteuning verder te zetten.

Bij de start van de nieuwe legislatuur is het toelagereglement tot einde 2025 verlengd, in afwachting van een grondige evaluatie voor vernieuwing.

De laatste fase van deze evaluatie, in overleg met MAT, CBS en cultuurraad loopt nog verder in 2026. Daarom wordt voorgesteld de huidige modaliteiten nog voor 1 jaar - dus tot einde 2026 - te verlengen.

 

Juridisch kader

Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen;
Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad);

Gemeenteraadsbesluit van 27 mei 2019 punt 21, subsidie 2019-2024 gemeenschapsvormende projecten.

Gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2025,punt 30, applaustoelage 2025 gemeenschapsvormende projecten.

Het college van burgemeester en schepenen stemde op 15 december 2025 principieel in met het voorstel om het huidige reglement gemeenschapsvormende projecten 2025, met dezelfde modaliteiten, tot eind 2026 te verlengen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn:

Kost

8.000 euro, btw inbegrepen (eenmalig/jaarlijks)

Budgetsleutel

0719/649302010 subsidie gemeenschapsvormende projecten

Budget/jaar

Exploitatie / Investering in 2026 -2027

Krediet beschikbaar

Ja

Visum financieel directeur

Niet van toepassing

 

BESLUIT eenparig:

 

 

Art.1.- De gemeente kan subsidies toekennen voor gemeenschapsvormende culturele projecten

volgens de regels en voorwaarden die hierna worden vastgesteld.

 

Art.2.- Het college stelt de toelagebedragen vast na het inwinnen van het advies van de

beoordelingscommissie ter uitvoering van dit reglement.

Deze commissie wordt door het college van burgemeester en schepenen samengesteld uit minimaal 4

en maximaal 6 deskundigen uit de kunst- en cultuursector, welzijnssector en/of het sociaal-cultureel

vormingswerk én de schepen voor cultuur. De voorzitter en commissieleden worden aangesteld voor

een periode van maximaal zes jaar. Ontslagnemende leden kunnen op elk ogenblik worden

vervangen. Om een geldig advies te kunnen formuleren, dienen minimum 4 leden aan de jurering deel

te nemen. De beoordelingscommissie wordt hernieuwd in het eerste jaar van de nieuwe legislatuur.

 

Art.3.- Om in aanmerking te komen voor subsidies dienen de initiatieven aan de volgende criteria te

voldoen:

• een project is een activiteit afgebakend in tijd en ruimte;

• met gemeenschapsvormende projecten worden culturele projecten bedoeld die het delen van

ervaringen in een publieke ruimte stimuleren en zo mee vorm geven aan het samenleven in een

diversiteit van gemeenschappen en generaties.

 

Bij de beoordeling van de aanvragen wordt rekening gehouden met het inspelen op twee of meer van

de volgende criteria:

a) de betrokkenheid van en de kans tot ontmoeting en dialoog tussen bewoners van de

gemeente;

b) samenwerking met andere verenigingen, initiatieven en individuen of samenwerking tussen

sectoren (cultuur, onderwijs, jeugd, …);

c) proceswerking (niet louter het resultaat van het project is van belang, maar ook het proces of

de methodiek die daaraan is voorafgegaan);

d) actieve cultuurparticipatie (de bevolking/bewoners niet louter als publiek bij het project

betrekken, maar wel als mede-actor of medeorganisator);

e) interculturele dimensie (er worden aantoonbare inspanningen geleverd om andere

gemeenschappen en culturen actief bij het project te betrekken of te integreren);

f) inhoudelijke en/of geografische "blinde vlekken" in de gemeente (het project kan inhoudelijk

vernieuwend zijn en/of zich afspelen op een nieuwe, vernieuwde of originele locatie op het

grondgebied van de gemeente).

 

Art.4.- Voor subsidiëring komen projecten in aanmerking:

• die niet behoren tot de reguliere werking van de organisatie;

• die al of niet mits betaling toegankelijk zijn voor alle belangstellenden;

• die op het grondgebied van de gemeente Brasschaat plaats vinden.

 

Art.5.- Voor de toepassing van dit reglement komen niet in aanmerking initiatieven die opgezet zijn

door een commerciële organisatie en in hoofdzaak commerciële doeleinden nastreven.

 

Art.6.- Om aanspraak te kunnen maken op een subsidie moet de organisator aan de volgende

voorwaarden voldoen:

a) zetel van de organisatie is gevestigd op het grondgebied van de gemeente Brasschaat;

b) de controle van de gemeente betreffende de activiteiten en de boekhouding aanvaarden.

 

Art.7.- Aanvragen moeten ingediend worden op het Cultuurhuis Brasschaat, Verhoevenlei 11,

2930 Brasschaat, cultuurhuis@brasschaat.be.

 

Bij deze aanvraag wordt gevoegd:

a)  een aanvraagformulier (te verkrijgen bij Cultuurhuis Brasschaat, Verhoevenlei 11, 2930

 Brasschaat, cultuurhuis@brasschaat.be) met een motivering van aanvraag;

b) een nauwkeurige omschrijving van het initiatief, de doelstellingen, de doelgroep, de

 problematiek, de wijze van aanpak;

c)  de begroting voor het project met duidelijke vermelding van eigen uitgaven en verwachte

 inkomsten;

d)  andere gevraagde subsidies voor hetzelfde doel;

e)  naam, adres, telefoonnummer, e-mail van een persoon die bevoegd is namens de

 organisatoren informatie te verschaffen, of die bij beoordeling gehoord kan worden;

f)  het rekeningnummer van een op naam van de organisator of initiatief nemende vereniging

 bestaande bankrekening;

g)  een korte voorstelling van de aanvragende organisator, via een exemplaar van de statuten,

 indien de initiatief nemende vereniging rechtspersoonlijkheid bezit.

 

Elke twee drie maanden komt de beoordelingscommissie samen om de ingediende aanvragen

projecten te beoordelen die in deze periode binnen werden gebracht.

 

De uiterste datum voor het indienen van de projectdossiers is 3 maanden voor de activiteit datum.

om de ingediende aanvragen te beoordelen.

De aanvragen dienen vóór de activiteit en binnen de vooropgestelde termijn ingediend te worden.

Voor de deadline om aanvragen in te dienen en de timing van de jurering zie onderstaande tabel:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Art.8.- Binnen de maand na de samenkomst van de commissie formuleert de commissie een

gemotiveerd advies met betrekking tot het in het vooruitzicht gestelde subsidiebedrag.

Dit advies wordt aan het college van burgemeester en schepenen meegedeeld. Het college van

burgemeester en schepenen neemt een beslissing. Het Cultuurhuis brengt de indieners van de

subsidieaanvraag zo snel mogelijk op de hoogte van deze beslissing.

 

Art.9.- Het bedrag van de subsidie wordt bepaald in functie van de beoordeling van het initiatief door

de beoordelingscommissie.

 

Art.10.- Het maximale bedrag dat kan toegewezen worden aan een gemeenschapsvormend project

kan niet hoger zijn dan 30% van het door het gemeentebestuur toegewezen jaarbudget voor

gemeenschapsvormende projecten.

 

Art.11.- Indien het initiatief niet kan plaats vinden of indien het opzet grondig wordt gewijzigd, geeft de

organisator daarvan onverwijld bericht aan het college van burgemeester en schepenen. De

organisator nodigt het college van burgemeester en schepenen en de beoordelingscommissie uit tot

de manifestatie, zodat controle en evaluatie mogelijk zijn.

 

Art.12.- In uitzonderlijk geval kan de organisator na bekendmaking van de goedkeuring een voorschot

vragen van maximum 50% van de goedgekeurde toelage. Dit doet de aanvrager in een aparte brief

gericht aan het college van burgemeester en schepenen. Een voorschot kan uitbetaald worden na

voorlegging en maximaal ten belope van facturen of betalingsbewijzen voor gemaakte kosten in

verband met het evenement.

 

Art.13.- Met het oog op de uitbetaling van het subsidiebedrag verstrekt de organisator binnen de

maand na de manifestatie de rekening van inkomsten en uitgaven, samen met de nodige

bewijsstukken en het verslag van de manifestatie (projectverslag), gestaafd met documenten aan

Cultuurhuis, p/a gemeentehuis, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.

Uitgaven of inkomsten die met catering of representatie te maken hebben worden niet opgenomen in

de begroting of in de afrekening. Uitgaven of inkomsten eigen aan de werking van de organisatie of

investeringskosten die niet duidelijk gerelateerd zijn aan het voorgestelde project komen niet in

aanmerking voor subsidiëring. Eigen, regulier personeel kan nooit betoelaagd worden.

Alle andere kosten komen in aanmerking voor subsidiëring.

 

Het college van burgemeester en schepenen kan zich genoodzaakt zien de principieel toegekende

subsidie terug in te trekken of ten onrechte toegekende subsidies terug te vorderen.

In de volgende gevallen moet de begunstigde de subsidie terugbetalen:

a) als de subsidie niet aangewend werd voor het toegekende doel;

b) als de verantwoording niet tijdig of niet correct verstrekt werd;

c) als controle verhinderd wordt;

d) bij niet naleven van het reglement.

Indien blijkt dat het toegekende bedrag niet volledig gebruikt werd, kan de subsidie gedeeltelijk

teruggevorderd worden.

Deze terugbetaling dient binnen de 30 dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven van het

college van burgemeester en schepenen te gebeuren.

 

Art.14.- In alle publicaties met betrekking tot het project moet de medewerking van de gemeente

Brasschaat duidelijk leesbaar worden vermeld door het gebruik van het logo van de gemeente en de

vermelding 'met medewerking van de gemeente Brasschaat’. Info over de logo’s is te verkrijgen via de

communicatiedienst, communicatie@brasschaat.be of tel.03/650.29.30.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

13 Toelage socio-culturele verenigingen werkjaren 2025 en 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De gemeente verleent toelagen aan niet-professionele verenigingen aangesloten bij de cultuurraad voor het organiseren van (sociaal-)culturele activiteiten. Het is aangewezen deze vorm van ondersteuning verder te zetten.

Bij de start van de nieuwe legislatuur is het toelagereglement met 1 jaar verlengd, in afwachting van een grondige evaluatie voor vernieuwing.

De laatste fase van deze evaluatie, in overleg met MAT, CBS en cultuurraad loopt nog verder in 2026. Daarom wordt voorgesteld de huidige modaliteiten nog tot einde werkjaar 2026 (uitbetaling in 2027) te verlengen.

 

Juridisch kader

Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen;
Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad);

Gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2018 inzake de betoelaging van verenigingen voor het organiseren van (socio-)culturele activiteiten;

Gemeenteraadsbesluit van 27 mei 2019 punt 15, toelage 2019-2024 socio-culturele activiteiten.

Collegebesluit van 27 januari 2025 punt 1, verlenging bestaande reglementen tot 31/12/2025 met evaluatie in 2025.

Gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2025, punt 28, toelage socio-culturele verenigingen.

Het college van burgemeester en schepenen stemde op 15 december 2025 principieel in met het voorstel om het huidige reglement toelage socio-culturele verenigingen, met dezelfde modaliteiten, voor een jaar te verlengen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn:

Kost

37.000 euro, btw inbegrepen (jaarlijks)

Budgetsleutel

0719/64930200/toelage organisatie culturele activiteiten

Budget/jaar

Exploitatie in 2026 en 2027

Krediet beschikbaar

Ja

Visum financieel directeur

Niet van toepassing

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.-a) Binnen de perken van het budget of jaarlijks aangepast meerjarenlan wordt onder de hiernavolgende voorwaarden een gemeentelijke toelage verleend aan de niet-professionele culturele en sociaal-culturele verenigingen, organisaties en instellingen. Laatstgenoemden dienen door het privé-initiatief te zijn opgericht zonder beroeps-, winst- of handelsdoeleinden. Professionele organisaties en instellingen beheerd en betoelaagd door de gemeentelijke, provinciale of Vlaamse inrichtende machten komen niet in aanmerking voor subsidiëring, ook scholen en onderwijsinstellingen dienen hier onder begrepen te worden.

b) De toelagen worden toegekend na advies van de Cultuurraad van Brasschaat. Indien het gemeentebestuur het advies niet volgt, dient het dit te motiveren.

 

Art.2.-
a) Alle niet-professionele verenigingen, instellingen en organisaties die aangesloten zijn bij de gemeentelijke cultuurraad en zodoende erkend zijn door het gemeentebestuur en die een minimale werkingsduur van 1 jaar hebben, kunnen langs het hierna omschreven reglement betoelaagd worden voor publiek toegankelijke culturele en sociaal-culturele activiteiten die ze zelf uitvoeren of organiseren.

b) Verenigingen, instellingen en organisaties die op een andere wijze voor een bepaalde activiteit door het gemeentebestuur betoelaagd worden, of via andere gemeentelijke adviesraden komen niet in aanmerking voor een toelage voor dezelfde activiteit.

 

Art.3.- Elke vereniging die volgens het puntenstelsel wenst betoelaagd te worden, dient aan de voorschriften voorzien in de statuten en het huishoudelijk reglement van de gemeentelijke cultuurraad te voldoen.

 

Art.4.- De subsidies worden berekend op basis van de gegevens en activiteiten betreffende het vorige werkjaar, zijnde het kalenderjaar.

Verenigingen die erkend zijn door de cultuurraad vóór 30 september en die één jaar werking kunnen aantonen, ontvangen vanaf het daaropvolgende kalenderjaar een basistoelage.

 

Art.5.- Jaarlijks zal de administratie cultuur aan de erkende niet-professionele culturele verenigingen, instellingen en organisaties een inlichtingenblad toesturen teneinde in aanmerking te komen voor de basissubsidie. Dit inlichtingenblad dient vóór 15 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de activiteiten plaatsvonden, ingevuld en ondertekend door voorzitter en secretaris teruggestuurd te worden naar de administratie cultuur.

Voor 1 juni zal de administratie cultuur het dossier voorbereiden en ter advisering voorleggen aan het bestuur van de cultuurraad.

 

Art.6.- Ter ondersteuning van de verenigingen wordt een systeem ingevoerd, gebaseerd op twee niveaus van subsidiëring.

a) Basissubsidie. Deze is gelijk voor elke erkende vereniging. Onder deze subsidie verstaan we de financiële ondersteuning die het gemeentebestuur verleent aan elke door de cultuurraad erkende sociaal-culturele vereniging. De basissubsidie ondersteunt de passieve cultuurparticipatie en de normale werking van de vereniging. Al wat tot de omkaderingsactiviteiten valt die noodzakelijk zijn om de werking van de vereniging te garanderen, valt onder dit principe (zoals vaste repetities, bestuursvergaderingen, groepsateliers, ontspannings- en ontmoetingsactiviteiten).

b) Werkingssubsidie. Deze subsidie wordt uitgekeerd via een puntenstelsel en is gebaseerd op het principe dat de gemeente Brasschaat extra impulsen wil geven in bepaalde sectoren en domeinen van het cultuurleven. De werkingssubsidie beloont creativiteit, gemeenschapsvorming, originaliteit, authenticiteit of grensoverschrijdende werking.

 

Art.7. Basissubsidie

- Al de niet-professionele verenigingen die door de cultuurraad erkend worden, ontvangen jaarlijks een gelijke basissubsidie. Het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld op 100,00 euro per vereniging.

-Ter verantwoording dienen de verenigingen een inlichtingenformulier in waar hun jaarwerking uit blijkt. Desgewenst kan het gemeentebestuur bijkomende bewijsstukken opvragen.

 

Art.8. Werkingssubsidie

Niet professionele culturele en sociaal-culturele verenigingen, instellingen en organisaties kunnen ook in aanmerking komen voor een werkingssubsidie gebaseerd op hun werking tijdens het afgelopen werkjaar dat loopt van 1 januari tot 31 december.

Voor de werkingssubsidie komen activiteiten in aanmerking die:

- de cultuurspreiding bevorderen: tentoonstellingen, lezingen, podiumactiviteiten zoals theater, muziek, film, dans en mengvormen;

- de cultuurparticipatie verhogen zoals kunsteducatieve activiteiten;

- een gemeenschapsversterkend karakter hebben;

- de cultuurcreatie aanwakkeren;

- buiten de gemeente georganiseerd worden en bijdragen tot de uitstraling van Brasschaat.

Een extra bonus wordt gegeven indien de activiteiten het resultaat zijn van een intensief samenwerkingsverband en als dusdanig een discipline overschrijdend karakter hebben.

 

Om in aanmerking te komen voor de werkingssubsidie dienen de verenigingen een aanvraagformulier in te zenden voor 15 februari van het jaar dat volgt op het werkingsjaar.

Bij het formulier dienen de nodige bewijsstukken (zie specificering van de bewijsstukken en controle achteraan in de tekst van dit reglement) gevoegd te worden.

De ingeleverde aanvraagformulieren, inlichtingenbladen en bewijsstukken worden gecontroleerd door de administratie cultuur, waar ook het puntentotaal wordt berekend.

De punten en de corresponderende bedragen worden vastgesteld. Het bestuur van de gemeentelijke cultuurraad geeft advies over de eindberekeningen. Het college van burgemeester en schepenen legt definitief vast.

Het bedrag van de werkingssubsidie is gelijk aan het totale subsidiebudget voor verenigingen met aftrek van het totale basissubsidiebudget.

 

Art.9.- Het puntenstelsel wordt opgesplitst in 7 groepen:

A) muziek, toneel en volkskunst

B) erfgoed

C) beeldende kunstbeoefening

D) vorming

E) algemeen

F) discipline overschrijdende projecten (in de gemeente georganiseerd).

 

Het college stelt de werkingstoelage die aan elke vereniging toekomt vast volgens de hierna vermelde procedure:

        het algemeen totaal van de waardepunten, toegewezen aan elke vereniging, wordt voorlopig vastgesteld;

        een vereniging die meer dan 10% van de punten behaalt van het voorlopig vastgesteld aantal punten, krijgt slechts 10% van dit totaal;

        een nieuw totaal van de waardepunten wordt vastgesteld, ongeacht of een vereniging nu nog steeds meer dan 10% van het nieuwe totaal heeft verkregen.

 

De waarde van een punt wordt berekend door het totaal bedrag van de werkingssubsidie te delen door het totaal behaalde aantal punten van de verenigingen samen. Het resultaat van de deling vormt de waarde van één punt.

De jaarlijkse toelage van een vereniging wordt vastgesteld door de geldwaarde van één punt te vermenigvuldigen met het aantal aan de vereniging toegewezen punten.

 

Art.10.- Er mogen geen activiteiten dubbel worden opgegeven. Een activiteit met een meervoudig karakter kan slechts onder 1 rubriek worden vermeld. Activiteiten die gespreid zijn over meerdere dagen gelden als één activiteit.

 

Art.11.- Manifestaties in één der gemeenten die officieel ‘verzusterd’ zijn met Brasschaat, worden beschouwd als manifestaties te Brasschaat.

 

Art.12.- Bij opgave van activiteiten die niet rechtstreeks in één der rubrieken zijn onder te brengen, kan de administratie cultuur oordelen in welke rubriek deze activiteiten thuishoren.

 

Art.13.- Indien blijkt dat onjuiste opgaven voor betoelaging werden verstrekt kan het gemeentebestuur, op advies van de gemeentelijke cultuurraad, de betreffende vereniging sanctioneren.

Deze sanctie houdt in dat de vereniging voor een jaar geschorst wordt voor betoelaging.

Het gemeentebestuur kan te allen tijde controles uitvoeren. In geval van ingebrekestelling wordt de voorzitter van de betreffende vereniging hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Hij heeft het recht binnen de veertien dagen het bezwaar van zijn vereniging te laten kennen tegen de overwogen maatregel, waarna het College van Burgemeester en Schepenen beslist.

Deze beslissing wordt aan belanghebbende meegedeeld.

 

Art.14.- Vaststelling van de punten en vademecum:

 

A

Muziek, toneel en volkskunst :

Punten

A01a

openbare uitvoering met eigen leden: première

20

A01b

2de en volgende opvoeringen met eigen leden (maximum 10)

10

A02

gastgroep

10

A03

artistieke voorbereidingsactiviteiten (muziekmaatschappijen, koren, instrumentale ensembles, repetities rond één activiteit e.a.)

5

A04

deelname aan manifestaties of volle participatie aan producties te Brasschaat, niet georganiseerd door de vereniging zelf (festivals, wedstrijden,…)

5

 

Opmerkingen:

        Optredens in gebedshuizen gelden enkel als zij een artistiek karakter hebben. Dit moet blijken uit het programma dat samen met de aanvraag van de toelage, of eerder, werd ingediend. Speciale artistieke misopluisteringen worden beperkt tot 5 per werkjaar.

        In rubriek A02 betekent ‘gastgroep’ de organisatie van het optreden van een groep, vreemd aan de organiserende vereniging, dit kan eventueel gecombineerd met eigen leden / eigen vereniging.

        In rubriek A03 betekent ‘voorbereidingsactiviteiten’ het geheel van voorafgaande repetities, leergangen, die minstens één openbare uitvoering van een nieuw programma  tot gevolg hebben.

        Indien een koor een optreden verzorgt, samen met een vaste begeleidingsgroep die eveneens tot de vereniging behoort, worden voor dit optreden 5 punten extra bijgerekend.

 

 

A

A Muziek, toneel en volkskunst:Toneel en volkskunst 

Punten

A05a

toneelopvoering: première

20

A05b

toneel 2de of volgende opvoering (maximum 10)

10

A06

volkskunstopvoering

20

A07

poppenkast

20

A08

gastgroep

10

A09

voorbereidingsactiviteiten

5

A10

deelname aan manifestaties of volle participatie aan producties te Brasschaat, niet georganiseerd door de vereniging zelf (festivals, wedstrijden…)

5

 

Opmerkingen: 

        In rubriek A08 betekent ‘gastgroep’ de organisatie van het optreden van een groep vreemd aan de organiserende vereniging.

        Rubriek A09 betekent ‘voorbereidingsactiviteiten’ het geheel van activiteiten zoals repetities, leergangen, die minstens één openbare uitvoering van een nieuw programma tot gevolg hebben.

B

Erfgoed 

Punten

B1a

inrichten historische of erfgoedtentoonstelling: eerste dag

20

B1b

historische of erfgoedtentoonstelling: volgende dagen (maximum 10)

10

B1c

historische of erfgoedtentoonstelling: voorbereidingsactiviteiten

5

B2

uitgave historisch werk over Brasschaat

15

B3

inventarisatie en ontsluiten archief (materieel) of erfgoed 

15

B4

inrichten van erfgoedwandelingen, exploratie van gebouwen en monumenten waarbij het publiek wordt gewezen op de waarde van het erfgoed (vorm van educatie)

10

 

C

Kunstbeoefening

Punten

C1a1

openbare projecties en tentoonstellingen van eigen werk (tentoonstellingen in cultuurcentra, ontmoetingscentra en kunstgalerijen...): eerste dag

20

C1a2

openbare projecties en tentoonstellingen van eigen werk: volgende dagen (maximum 10

10

C1a3

openbare projecties en tentoonstellingen van eigen werk: voorbereidingsactiviteiten

5

C1b

openbare projecties en tentoonstellingen van vreemd werk

10

C2

doorlopende projectie

5

C3

literaire avonden

10

 

Opmerkingen: 

        De projecties moeten minstens 60 minuten duren en een volwaardige manifestatie zijn.

        De projecties en tentoonstellingen moeten toegankelijk zijn voor iedereen.

        Met ‘eigen werk’ wordt bedoeld: film, dia’s, expositiewerken, gemaakt door meerdere leden van de vereniging.

        Met ‘vreemd werk’ wordt bedoeld: film, dia’s, expositiewerken, gemaakt door één of meerdere personen vreemd aan de vereniging.

        Enkel manifestaties die geprogrammeerd worden vanuit de vereniging komen in aanmerking, dus niet het aanwezig zijn op manifestaties door derden.

        De rubriek ‘literaire avonden’ is enkel bedoeld voor specifiek literaire lezingen of poëzie in aanwezigheid van de auteur.             

 

D

Vorming

Punten

D1

voordracht, discussie, debat (maximum 10)

10

D2

inrichten van theoretische en creatieve leergangen en cursusreeksen (maximum 10)

10

 

Opmerkingen bij rubriek D1:

        De manifestatie moet minstens 10 deelnemers tellen.

        Het betreft een volwaardige manifestatie waar een bepaald onderwerp wordt besproken. Hiervan moeten bewijzen geleverd worden.

 In deze rubriek horen thuis:

        voordrachten en discussieavonden (met of zonder illustratiemateriaal);

        vergaderingen met spreker vreemd aan de vereniging;

        noch algemene statutaire, noch bestuursvergaderingen of vergaderingen voor beperkte werk- of deelgroepen van de organiserende vereniging komen in aanmerking;

        manifestaties die door een koepelorganisatie worden ingericht, komen niet in aanmerking;

        het maximum aantal prestaties (avonden of namiddagen) bedraagt 10

 

 

Opmerkingen bij rubriek D2:

        Een leergang is een lessenreeks (minimum 2 lessen, gespreid over 2 dagen) rond een zelfde onderwerp, waar telkens minimum 10 deelnemers en een lesgever aanwezig zijn.

        Het maximum aantal lessenreeksen per jaar dat in aanmerking komt bedraagt 10.

        Manifestaties die door een koepelorganisatie worden ingericht, komen niet in aanmerking.

        Met theoretische leergangen worden lessenreeksen bedoeld met een wetenschappelijk of semiwetenschappelijk thema als onderwerp.             

 

E

Algemeen

Punten

E1a

Aanwezigheid op de algemene vergadering van de cultuurraad (1 punt per vergadering met een maximum van 2 punten)             

1

E1b

Aanwezigheid op de deelraadvergadering (1 punt per vergadering met een maximum van 4 punten)

1

E1c

Lid van een werkgroep van de cultuurraad (actieve medewerking vereist) 2 punten per werkgroep (punten worden niet per vergadering toegekend) (maximaal 6 punten

2

E2

Deelname aan gemeentelijke activiteiten

5

E3a

Tijdschriften en periodieken: informatieblad van de vereniging

2

E3b

Periodiek blad of jaarboek met redactionele bijdrage (artikels)

10

E4

Wedstrijden en tornooien

20

 

Opmerkingen bij rubriek E1:

 Enkel de effectieve aanwezigheid (minimum één afgevaardigde per vereniging) van de vereniging
 komt in aanmerking, dus geen verontschuldigingen.

 Maximum 12 punten in totaal.

 

Opmerkingen bij rubriek E3:

        Het puntenaantal wordt toegekend per uitgegeven exemplaar.

        Enkel die bladen van de verenigingen waarvan een exemplaar is binnen gestuurd op de administratie cultuur, komen in aanmerking.

        Bladen die overwegend reclame bevatten of kalenders vallen niet onder de noemer van informatiebladen.

        Het betreft hier tijdschriften en bladen die door de vereniging of een afdeling ervan zelf worden gemaakt, dus niet door een overkoepelende federatie.

Opmerkingen bij rubriek E4:

        Hier worden bedoeld: het organiseren van educatieve en/of culturele wedstrijden of tornooien zoals tekenwedstrijden, opstelprijskampen, toeristische zoektochten met wedstrijdkarakter, voordrachtwedstrijden, muziekwedstrijden of muziektornooien, toneelwedstrijden, foto-, film- of diawedstrijden.

        Steeds is de vereniging de organisator.

        Het betreft enkel manifestaties van culturele aard, dus geen sport- of hobbywedstrijden.

        Manifestaties die zich over verscheidene dagen spreiden, gelden als één activiteit. 

 

F

Discipline overschrijdende projecten

Punten

F1

Extra bonuspunten voor discipline- overschrijdende projecten (10 punten per deelnemende Brasschaatse vereniging)

10

 

Opmerkingen

 

        Dit is een extra ondersteuning voor verenigingen die een bijzonder project uitwerken in
 samenwerking met andere verenigingen (ook van buiten de gemeente) en gericht op een brede
 betrokkenheid van diverse actoren / partners.Minstens twee autonome verenigingen richten samen de activiteit in.

        De activiteit heeft een eenmalig en uitzonderlijk karakter.

        Een van de inrichtende verenigingen moet een Brasschaatse vereniging zijn;

        De activiteit moet plaatsvinden te Brasschaat.

        Er dient ruime promotie te worden gemaakt voor deze activiteit.

 

Art.15.- Bewijsstukken:

A01 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

A02 idem

A03 verklaring van inrichter

A04 idem

A05 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

A06 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

A07 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

A08 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

A10 verklaring van inrichter

B1 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...), exemplaar catalogus

B2 publiciteitsmateriaal en exemplaar van uitgave

B3  exemplaar van inventaris

B4 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

C1 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

C2 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

C3 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

D1 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...) en verklaring inrichter over het aantal

 deelnemers  

D2 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...) en verklaring inrichter over het aantal

 deelnemers

E1 datum en soort vergadering opgeven en naam werkgroep vermelden, maar geen bewijsstuk

 in te dienen (kan immers achterhaald worden door controle van de aanwezigheidslijsten)

E2 aflevering attest van deelname door gemeentebestuur (zijnde de inrichtende dienst)

E3 exemplaar tijdschrift

E4 aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...) en verklaring inrichter over het aantal

 deelnemers, de laureaten 

F aankondiging (uitnodiging, affiche, persartikel enz...)

 

Bij twijfel over de ingediende bewijsstukken kan de cultuuradministratie een steekproef uitvoeren en de vereniging om bijkomende uitleg, informatie en gegevens vragen.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

14 Applaustoelage eenmalig artistieke projecten 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

De gemeente verleent toelagen voor eenmalige artistieke projecten; het is aangewezen deze ondersteuning verder te zetten.

Bij de start van de nieuwe legislatuur is het toelagereglement tot einde 2025 verlengd, in afwachting van een grondige evaluatie voor vernieuwing.

De laatste fase van deze evaluatie in overleg met MAT, CBS en cultuurraad loopt nog verder in 2026. Daarom wordt voorgesteld de huidige modaliteiten nog voor 1 jaar - dus tot einde 2026 - te verlengen.

 

 

Juridisch kader

Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen;
Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad);

Gemeenteraadsbesluit van 27 mei 2019 punt 16, applaustoelage 2019-2024 eenmalige artistieke projecten;

Het college van burgemeester en schepenen gaf op 27 januari 2025 opdracht aan het Cultuurcentrum om dit reglement samen met de cultuurraad grondig te evalueren en zo nodig voorstellen tot aanpassing voor te dragen aan het schepencollege in de loop van 2025.

Gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2025, punt 29, applaustoelage 2025 eenmalig artistieke projecten.

Het college van burgemeester en schepenen stemde op 22 december 2025 in met het voorstel om het huidige reglement eenmalig artistieke projecten 2025, met dezelfde modaliteiten, tot eind 2026 te verlengen.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn:

Kost

1.000 euro, btw inbegrepen (eenmalig/jaarlijks)

Budgetsleutel

071964930230 / toelage éénmalig artistieke projecten

Budget/jaar

Exploitatie / Investering in 2026 - 2027

Krediet beschikbaar

Ja

Visum financieel directeur

Niet van toepassing

 

BESLUIT eenparig:

 

Art.1.- De gemeente kan onder hierna vermelde voorwaarden en na advies van het bestuur van de cultuurraad een toelage verlenen voor eenmalige artistieke projecten.

 

Art.2.- In aanmerking komen eenmalige artistieke projecten van een Brasschaats kunstenaar of groep van kunstenaars, zowel feitelijk verenigd als in een vzw, en dit zowel voor activiteiten op het grondgebied van de gemeente als daarbuiten, mits op zichtbare wijze het logo van de gemeente Brasschaat wordt aangebracht of getoond.

 

Art.3.- Uitgesloten zijn activiteiten met een duidelijk winstoogmerk.

Deze toelage is niet cumuleerbaar met andere toelagen van de gemeente Brasschaat voor hetzelfde project.

De toelage mag niet gebruikt worden als intern werkingsmiddel of structurele betoelaging.

 

Art.4.- Elke aanvraag moet schriftelijk gebeuren door middel van het aanvraagformulier en gericht worden aan Cultuurhuis Brasschaat, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat, cultuurhuis@brasschaat.be

De aanvraag dient tenminste 2 maand vóór het project bij het college toe te komen. Het aanvraagformulier moet volledig en correct ingevuld worden.

De aanvraag moet minstens de volgende gegevens bevatten:

- naam en adres van de aanvrager;

- de praktische gegevens van het project: titel, datum, plaats,…;

- omschrijving van het artistiek project;

- het bedrag van de gewenste toelage en een raming van inkomsten en uitgaven;

- de rekening van de aanvrager waarop de toelage kan worden gestort.

Het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens kan aanleiding geven tot terugvordering van de gehele of een deel van de toegekende som.

De aanvragen worden behandeld in volgorde van indienen.

 

Art.5.- Het bestuur van de cultuurraad formuleert een schriftelijk en gemotiveerd advies binnen de 30 dagen na ontvangst van het dossier, op basis van toetsing van de aanvraag aan de volgende criteria:

- artistieke kwaliteit van het project;

- bovenlokale en/of internationale uitstraling;

- artistieke relevantie voor Brasschaat, bijvoorbeeld omdat het project een wezenlijke
             aanvulling betekent op het bestaande kunstaanbod;

- een financieel plan

Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toelage, en motiveert in voorkomend geval afwijking van het advies van de cultuurraad.

 

Art.6.- Het toelagebedrag wordt vastgesteld op maximum 500 euro. De toelage kan nooit meer dan de effectieve kosten dekken. Iedere begunstigde van een toelage moet deze toelage gebruiken voor het doel waarvoor zij is toegekend en moet het gebruik ervan rechtvaardigen.

 

Art.7.- Het gemeentebestuur heeft steeds toegang tot alle informatie betreffende de toelage en heeft het recht om ter plaatse na te gaan of de verleende toelage werd aangewend voor het doel waarvoor ze werd toegekend.

 

Art.8.- Uitbetaling van de toelage geschiedt na voorlegging van documenten tot staving van het project en de gemaakte kosten, zoals uitnodigingen, affiches, de afrekening van de activiteit, betaalbewijzen, foto’s. Alle documenten dienen, getekend door de aanvragers, ten laatste één maand na het beëindigen van het project op het cultuurhuis Brasschaat, p/a gemeentehuis, Verhoevenlei 11, cultuurhuis@brasschaat.be te worden afgeleverd, zoniet vervalt het recht op de toelage.

De uitbetaling gebeurt op het door de initiatiefnemers opgegeven rekeningnummer.

 

Art.9.- In de volgende gevallen zal het gemeentebestuur het voorziene toelagebedrag niet uitbetalen:

- als de toelage niet aangewend werd voor het doel waarvoor zij is toegekend;

- als de gevraagde verantwoordingsstukken niet of niet correct voorgelegd werden;

- als geen controle werd toegelaten.

 

Art.10.- Het gemeentebestuur draagt geen enkele verantwoordelijkheid bij de organisatie van de activiteit of het project en kan derhalve op geen enkele manier aansprakelijk worden gesteld.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

 

 

15 Toelagereglement bijzondere sportmanifestaties 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

Raadslid Pauwels verwijst naar het feit dat dit reglement voor 1 jaar verlengd wordt.  Vervolgens zal dit bekeken worden.  Hij wil graag weten of hij het goed begrijpt dat er meer focus zal liggen op de G-sporters?  Hij vermoed dat er ook verenigingen zijn die deze toelagen ook kunnen gebruiken.  Hij vindt het vreemd dat de sportraad er op dit moment zo snel aan voorbij gaat.  Vanaf 2027 zou er dan geen toelage meer voorzien zijn voor de andere sportverenigingen vraagt hij zich af?  Zijn fractie gaat akkoord met de verlenging maar het wegvallen vinden ze natuurlijk minder. 

Raadslid Pauwels dankt schepen D’Haen voor de 13 sportmanifestaties die hij ontving. 

 

Schepen D’Haen licht toe dat het zeker niet zo is dat de andere clubs niets meer zullen krijgen.  Er staat momenteel 6000 euro gebudgetteerd op deze lijn en deze lijn blijft zeker bestaan maar ze zal anders verdeeld worden.  Alle clubs die een aanvraag doen en voldoen aan de voorwaarden zullen een toelage ontvangen.  De verdeelsleutel zal gewijzigd worden omdat men toch meer wil geven aan clubs die inzetten op G-sport initiatieven.  Zeker aan clubs die gemixte initiatieven organiseren. 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

In gemeenteraadszitting van 24 februari 2025 is het toelagereglement voor bijzondere sportmanifestaties 2025 goedgekeurd.

 

In de meerjarenplanning 2026-2031 is de toelage bijzondere sportmanifestaties terug mee opgenomen en is de indexering goedgekeurd. Er is echter wel opgemerkt om het toelagereglement voor de werkingsjaren 2026 tot en met 2031 te herwerken in die zin dat de toelage zich focust op G-sport evenementen.

 

Momenteel zijn er voor 13 sportmanifestaties die gaan plaatsvinden in 2026 aanvragen ingediend voor een toelage voor bijzondere sportmanifestatie. Dit zijn aanvragen voor zowel gewone sportevenementen als voor G-sport evenementen.

Deze aanvragen moesten bij de sportdienst toekomen voor 30 september 2025, en zijn nog ingediend op basis van het toelagereglement dat goedgekeurd is op 24 februari 2025. Op het moment van indiening was er nog niet beslist dat in de toekomst de focus op G-sport evenementen moet liggen.

 

Door de sportdienst wordt er voorgesteld om het toelagereglement volgens de huidige modaliteiten te verlengen met één jaar zodat de aanvragen die momenteel ingediend zijn voor 2026 volgens die modaliteiten beoordeeld kunnen worden.

 

Juridisch kader

Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983

inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.

Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke

toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare

bevoegdheid van de gemeenteraad).
Gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2025 inzake de toelage 2025 voor bijzondere sportmanifestaties.

 

Adviezen

Gunstig advies van de raad van bestuur sportraad van 8 januari 2026 inzake het voorstel om het toelagereglement bijzondere sportmanifestaties volgens de huidige modaliteiten te verlengen voor het dienstjaar 2026.
De sportdienst zal in samenwerking met de sportraad starten met de opmaak van een aangepast reglement voor de aanvragen die binnenkomen eind september 2026 met betrekking tot evenementen van het jaar 2027.

Het college hecht principiële goedkeuring aan het voorstel om het toelagereglement bijzondere sportmanifestaties voor het dienstjaar 2026 met één jaar te verlengen volgens de huidige modaliteiten.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen worden geraamd op:

Kost

6.000,00 euro, btw inbegrepen (jaarlijks)

Budgetsleutel

0740/64930490/toelage bijzondere sportmanifestaties

Budget/jaar

Exploitatie in 2026

Krediet beschikbaar

Ja

Visum financieel directeur

Niet van toepassing

 

BESLUIT eenparig:

 

Art. 1 - omschrijving

Binnen de perken van de kredieten in het gemeentebudget, verleent de gemeente voor de periode 2026 subsidies aan sportclubs voor de organisatie van bijzondere sportmanifestaties, volgens de normen en de voorwaarden die hierna worden gesteld.

Het college van burgemeester en schepenen stelt de toelagen vast in toepassing van dit reglement. De raad van bestuur van de sportraad geeft advies over de betoelaging.

 

Art. 2 – voorwaarden voor subsidiëring

Om subsidies te verkrijgen dient de vereniging en de bijzondere sportmanifestatie die ze organiseren te voldoen aan het volgende:

  1. De vereniging dient te beantwoorden aan de volgende voorwaarden:
    1. De zetel van de vereniging dient gevestigd te zijn op het grondgebied van Brasschaat;
    2. De vereniging moet minimum 1 jaar actief zijn in de gemeente;
    3. De vereniging zorgt ervoor dat alle gegevens die verband houden met de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden op de zetel voorhanden zijn in het Nederlands en hij stelt die ter beschikking voor toezicht door de administratie;
    4. De vereniging erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten;
    5. De sportmanifestatie wordt ingericht door 1 of meerdere sportverenigingen die aangesloten zijn bij de sportraad van Brasschaat;
    6. De sportmanifestatie moet, tenzij dit onmogelijk is wegens het ontbreken van de vereiste infrastructuur, op het grondgebied van de gemeente geschieden;
    7. Het evenement biedt een duidelijke meerwaarde aan de promotie van de sport en heeft een uniek karakter, door omvang of deelnemersveld, binnen de eigen sport in het Vlaamse sportlandschap;
    8. De sportmanifestatie geeft minimaal een regionale uitstraling aan de gemeente Brasschaat;
    9. De sportmanifestatie moet toegankelijk zijn voor het publiek (toeschouwers);
    10. De sportmanifestatie moet hoofdzakelijk in eigen inkomsten voorzien;
    11. De organisatoren werken een goede communicatiestrategie uit in functie van de promotie van hun eigen sporttak en het aantrekken van nieuwe sporters met het oog op het aanzetten tot een regelmatige sportbeoefening;
    12. Op het promotiemateriaal moet het logo van de gemeente Brasschaat en de sportraad worden opgenomen.
  2. Komen o.a. niet voor subsidiëring in aanmerking:
    1. De reguliere competitie of de voorbereiding ervan;
    2. De gebruikelijke interclubontmoetingen en tornooien;
    3. Trainingen;
    4. Stages, initiaties en sportkampen;
    5. Vormingsactiviteiten en symposia.

 

Art. 3 – aanvraag toelage voor sportmanifestaties

Uiterlijk op 30 september moet het aanvraagdossier ingediend worden op de sportdienst en dit voor sportmanifestaties die plaatsvinden in het daaropvolgende jaar.

 

  1. Het aanvraagdossier dient te bevatten:

 VÓÓR de sportmanifestatie

  1. Ingevuld aanvraagformulier.
  2. Ontwerpen van het promotiemateriaal met het logo van de gemeente Brasschaat en het logo van de sportraad.
  3. Een gedetailleerde raming van de te verwachten inkomsten en uitgaven.
  4. Een uitnodiging aan zowel ‘het schepencollege’, p/a gemeentehuis, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat, als aan ‘de raad van bestuur van de sportraad’, p/a Sportdienst, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat, bezorgen.

 

 NA de sportmanifestatie – ten laatste 1 maand na de sportmanifestatie

  1. Bewijs van uitgaven binnenbrengen aan de hand van rekeningen, facturen, …
  2. Overhandigen van promotiemateriaal met het logo van de gemeente Brasschaat en het logo van de sportraad, alsook een eventueel persbericht (bewijs dat evenement doorgegaan is).

 

  1. Indien de sportraad dit nodig acht (enkel bij twijfel), wordt de organisator uitgenodigd om de sportmanifestatie toe te lichten.

 

  1. Voor elk aanvraagdossier adviseert de Raad van Bestuur van de sportraad aan het Schepencollege of er al dan niet een subsidie wordt gegeven.

 

Art. 4 - subsidieregeling

  1. Een club kan maximaal 1 keer betoelaagd worden over een tijdspanne van 1 jaar én slechts voor 1 evenement. Eén evenement kan maar 1 maal gesubsidieerd worden onafhankelijk of dit door 1 of meerdere verenigingen georganiseerd wordt. Deze toelage is maximaal een bedrag van 500,00 euro.
  2. Het toegekende bedrag kan niet hoger zijn dan de aangetoonde uitgaven.
  3. De gemeenteraad stelt het totaal te verdelen bedrag vast in het gemeentebudget of het

 jaarlijks aangepast meerjarenplan.

  1. De uitbetaling zal in 2 delen verlopen:
    1. Voor sportmanifestaties die plaatsvinden tussen 1 januari en 30 juni volgend op het indienjaar zal ten laatste op 31 augustus van het jaar van de sportmanifestatie, het bedrag uitbetaald worden aan de hand van binnengebrachte bewijzen (rekeningen, facturen, …) die de uitgaven kunnen staven.
    2. Voor sportmanifestaties die plaatsvinden tussen 1 juli en 31 december volgend op het indienjaar zal ten laatste op 28 februari van het jaar volgend op de sportmanifestatie, het subsidiebedrag uitbetaald worden aan de hand van binnengebrachte bewijzen (rekeningen, facturen, …) die de uitgaven kunnen staven.

 

Art. 5 – individuele aanvragen

Individuele aanvragen die door de clubs rechtstreeks aan het college van burgemeester en schepenen worden toegezonden en die betrekking hebben op deze bijzondere sportmanifestaties, zullen door het college voor advies overgemaakt worden aan de Raad van Bestuur van de Sportraad om alsnog de voorziene procedure te laten doorlopen. Dit op voorwaarde dat het aanvraagdossier tijdig wordt ingediend.

Laattijdige aanvragen worden niet meer behandeld; het college van burgemeester en schepenen kan hierbij echter, om objectieve redenen en na advies van de sportraad, afwijkingen toestaan.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

16 Gemeentelijk basisonderwijs. Scholengemeenschap Stakabra. Uitstap uit de interlokale vereniging met ingang van 1 september 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

 

Zittingsverslag

 

 

Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :

 

“Collega’s,  voor onze fractie voelt deze beslissing, ik zou bijna "platvloers" zeggen zoals ik daarnet nog moest horen, maar wel bijzonder oncollegiaal.

Brasschaat kan alleen verder, maar Stabroek en Kapellen kunnen dat niet: zij halen samen niet het minimum van 900 leerlingen om zelf een scholengemeenschap te vormen.

Met andere woorden: Brasschaat stapt eruit, en de jarenlange trouwe partners blijven achter met een structureel probleem.

(Bovendien vinden wij dit kortzichtig. Vandaag kan Brasschaat het alleen, maar morgen hebben we elkaar misschien opnieuw nodig. Dan is de vraag: met welk vertrouwen stappen we dan nog in een samenwerking als we nu op deze manier met onze partners omgaan?)

Wat ook Brasschaat 2012 stoort, is dat dit nergens duidelijk in de motivering staat. We lezen bijna uitsluitend de Brasschaatse voordelen: efficiëntiewinst, minder overleg, en besparingen. Maar over de gevolgen voor Stabroek en Kapellen lezen we niet bijzonder veel.

Daarom vraag ik heel concreet: wat zijn de effectieve gevolgen voor Stabroek en Kapellen?
Welke middelen of ondersteuning verliezen zij hierdoor en voorziet Brasschaat een overgangsregeling of
ondersteuning zodat dit geen afwenteling wordt op de partners?

Tot slot en nogmaals, dit dossier had minstens meer toelichting verdiend,  een thema commissie, zoals het altijd gebeurde, raadsleden werden degelijk geïnformeerd  vóóraleer zulke beslissingen werden genomen.
Wij kunnen en zullen deze beslissing dan ook niet goedkeuren.”

 

Schepen Ven deelt mee dat deze vraag gerust ook op de commissie mocht gesteld worden. 

Deze beslissing werd niet zomaar genomen.  Bij de gesprekken in december werd gekeken naar het besparen op personeel.  Niemand van het bestuur vindt het fijn om personeel te moeten afgeven maar er werd wel bekeken hoe men kon besparen.  Ze bevestigt dat het misschien wel een beetje egoïstisch is om Stakabra te ontbinden.  De scholen binnen Brasschaat zijn groot genoeg om 1 scholengemeenschap te behouden.  Ze licht toe waarom dit gedaan wordt.  Er is een verschil in beleid.  Er was geen ruzie onderling maar je merkte volgens haar wel dat er een verschil is.  Er zal ook zeker een efficiëntiewinst zijn.  Om de zoveel weken was er overleg met de eigen directies maar omdat Stakabra er was, moest er daar ook altijd nog verder overleg zijn.  Dit was dubbel werk.  Hier was een halve FTE mee bezig. 

Op de dienst onderwijs was al een tijdje een te kort aan personeel, maar door besparingen moest ze niet vragen om personeel bij te krijgen.  De uren die nu vrijkomen kunnen ingezet worden op onderwijs.  De schepen durft ook wel meegeven dat er de laatste jaren veel moeilijke dossiers zijn op onderwijs.  Dit was vroeger niet het geval.  Het digitaal aanmelden en de scholenbeurs vragen ook veel tijd. 

Schepen Ven had begin november contact met de collega schepenen om hen het nieuws te vertellen.  Er was overleg met alle directies, schepenen en vakbonden om alles goed toe te lichten.  Er werd per personeelslid bekeken wat alle opties waren.  Alles werd tot in de puntjes uitgewerkt.  Er is nog een scholengemeenschap tot eind augustus.  Ze had recent contact met de schepen van Kalmthout en er werd alleen maar positief over gesproken dus ze hoopt dat zij bij de scholengemeenschap kunnen gaan. 

De scholengemeenschap GIB / GITOK loopt verder aangezien dit op een andere manier verloopt. 

 

Raadslid Hermans bedankt de schepen voor de toelichting maar er is geen goedkeuring vanwege haar fractie. 

 

 

 

 

 

Beslissing

 

 

Feiten en motivering

Met het gemeentebesluit van 26 juni 2003 werd een intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst afgesloten met de gemeentebesturen van Kapellen en Stabroek tot het vormen van een scholengemeenschap basisonderwijs.

 

Met de gemeenteraadsbesluiten van 4 september 2003, 30 juni 2005, 28 april 2011, 28 april 2014 en 17 februari 2020 werd telkens goedkeuring gehecht aan de verlenging van de scholengemeenschap Stakabra.

 

Met ingang van 1 september 2026 dient de interlokale vereniging met de gemeenten Stabroek en Kapellen in verband met scholengemeenschap basisonderwijs (Stakabra) opnieuw te worden verlengd.

 

De scholengemeenschap Stakabra telt op datum van 1 februari 2025 2110 leerlingen als volgt samengesteld:

        Brasschaat:1464 leerlingen

        Stabroek: 456 leerlingen

        Kapellen: 190 leerlingen

 

Om een scholengemeenschap in het basisonderwijs te organiseren is het noodzakelijk om minstens 900 leerlingen te hebben en mag het maximale aantal scholengemeenschappen dat door het desbetreffende onderwijsnet georganiseerd wordt niet worden overschreden. Voor het officieel gesubsidieerd onderwijs is het aantal scholengemeenschappen vastgesteld op 95.

 

Het gemeentelijk basisonderwijs van Brasschaat heeft met 1464 leerlingen voldoende leerlingen om op zichzelf een scholengemeenschap te vormen. Het is niet noodzakelijk om met een ander schoolbestuur samen te werken.

 

Met het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 13 oktober 2025 werd principieel ingestemd om de interlokale vereniging met de gemeenten Stabroek en Kapellen in verband met de scholengemeenschap basisonderwijs stop te zetten met ingang van 1 september 2026.

 

Uit overleg met OVSG is gebleken dat het voor het gemeentelijk basisonderwijs van Brasschaat mogelijk is om een eigen scholengemeenschap op te richten.

 

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om in te stemmen om uit de scholengemeenschap Stakabra te stappen, onder andere omdat er:

        Verschillen zijn in het algemeen beleid op niveau van de verschillende schoolbesturen;

        Efficiëntiewinst ontstaat wanneer er alleen met eigen scholen wordt gewerkt en er geen rekening moet gehouden worden met andere schoolbesturen

        Besparing op mensmiddelen mogelijk zijn door de efficiëntiewinst.

 

Juridisch kader

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017. Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. Het decreet van 4 april 2004 over participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. De ministeriële omzendbrief van 30 juni 2005 over de scholengemeenschap basisonderwijs.

 

Adviezen

De definitieve beslissing tot het stopzetten van de scholengemeenschap Stakabra werd besproken met de representatieve vakorganisaties op niveau van de scholengemeenschap op 10 december 2025.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen zijn nog niet bekend.

 

BESLUIT:

Met 27 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Philip Cools, Jan Jambon, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer en Tim Willekens), 4 neen-stemmen (Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans, Kato Broos en Wouter Covens).

 

Art.1.- Er wordt ingestemd met het voorstel om uit de interlokale vereniging met de gemeenten Stabroek en Kapellen in verband met de scholengemeenschap basisonderwijs te stappen met ingang van 1 september 2026.

 

Art.2.- Aan de dienst onderwijs wordt opdracht gegeven dit te melden aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming tussen 1 en 31 maart 2026.

 

Art.3.- Aan de dienst onderwijs wordt opdracht gegeven de vorming van de nieuwe scholengemeenschap voor het gemeentelijke basisonderwijs van Brasschaat voor te leggen aan de gemeenteraad van februari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Overzicht punten

 

 

17 Resultaat selectie afdelingsverantwoordelijke commissaris Lokale Recherche ten gevolge van mobiliteit 2025-04. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD

 

Publicatiedatum: 25/02/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.