1 Notulen en zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 18 mei 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Op 18 mei 2026 vond er een zitting van de gemeenteraad plaats. De gemeenteraad dient de notulen en het zittingsverslag van die zitting goed te keuren.
Juridisch kader
Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 18 mei 2026 worden goedgekeurd.
2 Kwartaalrapport van het eerste kwartaal van 2026. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Onze vragen zijn gesteld op de AC en we afdoende antwoorden gekregen. Van de gelegenheid wil ik wel gebruik maken om i.v.m. de ongevallenstatistieken, waarbij opvallend veel fietsers bij betrokken zijn, aandacht te vestigen op de situatie van het kruispunt Prins Kavellei/Peter Benoitlei/ Martouginlei. Het overzicht op dit kruispunt is voor alle weggebruikers zeer onoverzichtelijk. Onlangs gebeurde daar het zoveelste incident. Mag ik dan ook vragen aan de schepen van mobiliteit om dit in de aandacht te brengen en de situatie daar nog eens te bekijken. Waarvoor alvast dank.”
Schepen Brughmans licht toe dat dit probleem gekend is en dat ze dit vorige week nog besproken hebben.
Beslissing
Neemt kennis van het kwartaalrapport van het eerste kwartaal 2026 van de lokale politie van Brasschaat.
3 Gemeentelijke Holding. Aanduiding vertegenwoordiger 2026-2031. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Voorzitter Geysen licht toe dat hier volmacht werd gegeven aan raadslid Van Mieghem
Beslissing
Feiten en motivering
Het is aangewezen een gemeentelijke vertegenwoordiger aan te duiden voor de algemene vergaderingen van de Gemeentelijke holding nv.
Met het besluit van college van burgemeester en schepenen van 1 juni 2026 werd Herman Van Mieghem volmacht gegeven om deel te nemen aan de algemene vergadering van 24 juni 2026.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Vanwege de gemeente Brasschaat zal Herman Van Mieghem deelnemen aan de algemene vergadering van de aandeelhouders van de Gemeentelijke Holding nv in vereffening voor de periode 2026-2031.
Art.2.- De gemeenteraad beslist dat de afgevaardigde, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.
Art.3.- Neemt kennis van het besluit van college van burgemeester en schepenen van 1 juni 2026 waarbij volmacht wordt gegeven aan Herman Van Mieghem om deel te nemen aan de algemene vergadering van 24 juni 2026.
Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Herman Van Mieghem Bart Brughmans Hedwig van Baarle Karina Hans Jan Jambon Erwin Callens Robert Geysen Bruno Heirman Lynn De Vocht Inez Ven Lore Fonteyn Elke De Maeyer Kelly D'Haen Jef Konings Bryan Verhoeven Lisa Buysse Philip Cools Sylvia Lathouwers Joris Van Cauwelaert Rudi Pauwels Karin Beyers Carla Pantens Adinda Van Gerven Sven Simons Tim Willekens An-Sofie Dewinter Dimitri Hoegaerts aantal voorstanders: 24 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
4 Arbeidsreglement 2026. Goedkeuring wijzigingen. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“We pleiten nogmaals voor het begrip m.b.t. deze aanpassing naar onze toppers toe en eveneens pleiten we dat de overgangsmaatregel naar behoren verloopt. Het CBS heeft open gestaan voor verder overleg met de vakbonden en over nog een aantal andere zaken zijn er wel akkoorden bereikt, daarom zullen we het reglement mee goedkeuren. Met enige restricties naar de nieuwe uurregeling toe.”
Raadslid Hoegaerts doet volgende tussenkomst :
“Wij gaan dit punt niet goedkeuren. Als er een probleem is op vrijdag binnen het huidige werkrooster had dat volgens ons mits het nodig intern overleg ook binnen de diensten opgelost kunnen worden. De diensten hebben ten andere in de aanloop naar afgelopen weekend bewezen dat ze paraat stonden. Dit is eigenlijk weer een beknibbeling op bepaalde verworvenheden die mits goede afspraken wel verder hadden kunnen werken. Wij volgen m.a.w. ook de syndicale organisaties hierin.”
Beslissing
Feiten en motivering
Het laatst goedgekeurd arbeidsreglement dateert van 26 augustus 2024. Naar aanleiding van wetswijzigingen, wettelijk verplichte aanvullingen, wijziging uurroosters en andere wijzigingen de afgelopen jaren is een aanpassing van het arbeidsreglement noodzakelijk.
Het betreft:
- Toevoeging/ wijziging werkroosters van medewerkers met een vast uurrooster;
- actualisering ziektemelding en ziektecontrole (herval, verlenging, nieuwe ziekte);
- wijziging procedure ziektemelding werkgever;
- toevoeging procedure voor psychosociale risico's (bijlage 5);
- toevoeging policy wet private opsporing (bijlage 6);
Juridisch kader
De wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen die sinds 1 juli 2003 eveneens van toepassing werd op het overheidspersoneel.
De wet van 19 december 1974, zoals gewijzigd, tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse regering van 20 januari 2023, waarin de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel vermeld staan, zoals gewijzigd.
Het gemeenteraadsbesluit van 24 juni 2024 waardoor de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel werd goedgekeurd, zoals gewijzigd.
Adviezen
Deze aangelegenheid werd voorgelegd aan de representatieve vakorganisaties op 5 mei 2026.
De wijziging van werkrooster voor medewerkers technische dienst met een vast werkrooster werd uitgebreid besproken met de vakbonden op verschillende basisoverlegcomité's maar helaas zonder tot een akkoord te komen - het "protocol van niet akkoord" is bijgevoegd.
Op het basisoverlegcomité van 10 juni 2026 zijn de andere wijzigingen uitvoerig besproken en hiermee zijn de verschillende vakbonden wel mee akkoord gegaan. Het "protocol van akkoord" is bijgevoegd.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT:
Met 24 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Lisa Buysse), 3 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het aangepaste arbeidsreglement.
Art.2. Het goedgekeurde arbeidsreglement wordt voorgelegd aan de sociale inspectie.
Art.3. Het goedgekeurde arbeidsreglement wordt gecommuniceerd naar het personeel, gepubliceerd op het intranet en is steeds ter inzage op de dienst HRM.
5 Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat. Jaarrekening 2025. Advies. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
De Raad van Bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat, stelde op 17 juni 2025 de
jaarrekening 2025 vast met volgende resultaten
Beschikbaar budgettair resultaat:
Budgettair resultaat boekjaar: = -38.603 euro
Beschikbaar budgettair resultaat: = 440.938 euro
Autofinancieringsmarge: =67.016 euro
Balans per 31 december 2025
- vlottende activa: 557.449 euro
- vaste activa: 9.413.522 euro
Totaal van de activa: 9.970.970 euro
- schulden: 9.536.676 euro
- netto actief: 434.294 euro
Totaal van de passiva: 9.970.970 euro
De staat van opbrengsten en kosten dienstjaar 2025
Kosten: - 524.424 euro
Opbrengsten: 548.546 euro
Overschot van het boekjaar: = 24.122 euro
Feiten en motivering
De gemeenteraad dient advies te geven op de jaarrekening 2025.
De jaarrekening wordt opgemaakt in BBC vorm en, met ondersteuning van de externe partner PWC Consultants, in vennootschapsvorm. Deze wordt dan voorgelegd aan de bedrijfsrevisor Moore. PWC zorgt later voor officiële neerlegging van de rekening.
Juridisch kader
Artikel 61 van de statuten vermelden het volgende i.v.m. de goedkeuring van de jaarlijkse rekeningen:
§1. De controle op de financiële toestand en op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de
verrichtingen, weer te geven in de jaarrekening, vanuit het oogpunt van het gemeentedecreet, deze
statuten of de beheersovereenkomst, wordt uitgeoefend door de commissaris.
§2. De Raad van Bestuur stelt de jaarrekening vast en legt jaarlijks en uiterlijk op 30 juni de
jaarrekening van het voorbije boekjaar ter advies voor aan de gemeenteraad. Als de gemeenteraad geen advies heeft verstuurd aan de toezichthoudende overheid binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van de jaarrekening door het gemeentebestuur, wordt de gemeenteraad geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht. Als de toezichthoudende overheid geen besluit heeft verzonden over de goedkeuring van de jaarrekening binnen een termijn van honderdvijftig dagen, wordt ze geacht de jaarrekening goed te keuren. Die termijn gaat in op de dag nadat de gemeente de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht heeft van de bekendmaking van de jaarrekening van het autonoom gemeentebedrijf, met toepassing van artikel 286, § 1, en het autonoom gemeentebedrijf de digitale rapportering erover aan de Vlaamse Regering heeft bezorgd. De gemeenteraad beslist na deze termijn over de aan de bestuurders te verlenen kwijting.
Adviezen
De bedrijfsrevisor commissaris heeft de wettelijke controle uitgevoerd (bevestigingsbrief 15/6/2026)
van de jaarrekening van het Autonoom Gemeentebedrijf en oordeelt dat de jaarrekening een getrouw
beeld van het vermogen, de financiële toestand en het resultaat van het Autonoom Gemeentebedrijf
per 31 december 2025 geeft.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen. Het AGB heeft een positief resultaat dat niet uitgekeerd wordt.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt gunstig advies gegeven op de jaarrekening 2025 van het Autonoom Gemeentebedrijf
Brasschaat. Dit advies wordt verstuurd naar het Autonoom Gemeentebedrijf Brasschaat en de
toezichthoudende overheid.
6 Nominatieve toelage wijkwerking Mariaburg - Cultuur in den hof en Mariaburgse feesten - Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
VZW Wijkwerking Mariaburg is verantwoordelijk voor de organisatie voor de Mariaburgse feesten, alsook voor het evenement Cultuur in den hof.
Op 6 oktober verzocht het college om de Wijkwerking Mariaburg voortaan een nominatieve toelage uit te betalen voor de organisatie van Cultuur in den Hof bovenop de reeds bestaande toelage voor de organisatie van de Mariaburgse Feesten. De nominatieve toelagen voor beide evenementen werden in het ontwerp meerjarenplan 2026-2031 voorzien.
Juridisch kader
Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake toepassing van de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad.
Besluit Gemeenteraad: 24 februari 2025: Reglement Subsidie 2025 gemeenschapsvormende projecten Besluit College van Burgemeester en schepenen van 1 september 2025 Toelage Gemeenschapsvormende Projecten 2025/04 Wijkwerking Mariaburg
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 5.000 euro, btw inbegrepen (jaarlijks) |
Budgetsleutel | 0719/64930000 : Toelage Wijkvereniging Mariaburg |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026-2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het reglement met volgende bepalingen:
● Goedkeuring van de toelage voor een bedrag van maximaal 5.000 euro aan de vzw Wijkwerking Mariaburg voor de organisatie van de Mariaburge feesten en het evenement" Cultuur in den Hof"
● Met het oog op de uitbetaling van het subsidiebedrag verstrekt de organisator binnen de maand na de manifestatie de rekening van inkomsten en uitgaven, samen met de nodige bewijsstukken en het verslag van de manifestatie (projectverslag). Ook wordt om bevestiging gevraagd dat er voor hetzelfde project geen andere subsidies aangevraagd werden.
● Bij aanvraag uitbetaling toelage zal de organisator ook steeds de naam, het adres, het telefoonnummer en het email adres van de verantwoordelijke doorgeven, alsook het rekeningnummer waarop de toelage gestort mag worden en de naam van de rekeninghouder.
● Uitgaven of inkomsten die met catering of representatie te maken hebben worden niet opgenomen in de begroting of in de afrekening. Uitgaven of inkomsten eigen aan de werking van de organisatie of investeringskosten die niet duidelijk gerelateerd zijn aan het voorgestelde project komen niet in aanmerking voor subsidiëring. Eigen, regulier personeel kan nooit betoelaagd worden. Alle andere kosten komen in aanmerking voor subsidiëring.
● Als blijkt dat de toelage werd aangewend voor een ander doel dan datgene waarvoor zij werd toegekend, zal de gemeente het volledige bedrag terugvorderen.
7 Toelage 2026-2031 aan Sociëteit Triatlon Brasschaat voor organisatie triatlon. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
De gemeente verleent financiële steun aan Sociëteit Triatlon Brasschaat voor de organisatie van een jaarlijkse triatlon. Er wordt voorgesteld om deze te verlengen voor de volgende legislatuur. De budgetten zijn voorzien in het meerjarenplan.
Juridisch kader
Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake toepassing van de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve, niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad).
Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020 inzake "Definitie dagelijks bestuur". Bepaling Visumgrenzen.
Gemeenteraadsbesluit van 30 maart 2020 inzake betoelaging van de jaarlijkse triatlon.
Verdrag Werking Europese Unie, Artikel 107 met betrekking tot staatssteun, vijf criteria: publieke
middelen, selectief voordeel, voor een “onderneming” (economische activiteit), economisch voordeel en
potentieel effect op EU-handel en concurrentie.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 8.500 euro, geïndexeerd |
Budgetsleutel | 0740/64930410 Toelage triatlon |
Budget/jaar | Investering in 2026-2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeente verleent voor de dienstjaren 2026-2031, een jaarlijkse toelage aan de Sociëteit Triatlon Brasschaat vzw voor de organisatie van de Parktriatlon in Brasschaat.De toelage bedraagt € 8.500, geïndexeerd
Indexering: als basisindex wordt de consumptieprijsindex van december 2025 (100,73) genomen, bij aanpassing in volgende jaren (2027 en volgende) wordt de consumentindex van jaar x-1 vergeleken met de basisindex
Art.2.- Ten laatste 2 maanden na elke editie legt de vzw aan het college van burgemeester en schepenen een onkostenrekening voor alsmede de nodige verantwoordingsstukken waaruit blijkt dat de toelage werd aangewend voor de organisatie van de Brasschaatse Triatlon. Als de toelage evenwel werd aangewend voor een ander doel dan datgene waarvoor zij werd toegekend zal de gemeente volledige toelage terugvorderen. De toelage is uitbetaalbaar na indiening van de aanvraag voor de toelage en vanaf een volledig ingediend evenementendossier bij de dienst evenementen
Art. 3 Staatssteun: de activiteit wordt beschouwd als niet te vallen onder de verplichtingen van
staatssteunregels vermits de organisatie van de triatlon wordt beschouwd als een
activiteit met zuiver lokale impact (en dus niet verstorend voor concurrentie / EU-handelsverkeer)
8 Protestantse kerkgemeente de Olijftak. Investeringstoelage voor vervanging deuren. Aanpassing meerjarenplan. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
De protestantse kerkgemeenschap de Olijftak plant verbeteringswerken uit te voeren aan het kerkgebouw van de Olijftak, Leopoldslei Brasschaat. Het bestuur van de kerkgemeenschap dient hiervoor een aanvraag voor investeringstoelage in.
Extract, zie ook bijlagen: "Dit jaar staat in de door u goedgekeurde ‘ Religio’ begroting een bedrag van 9000,- voor de vernieuwing van de oorspronkelijk uit enkel glas bestaande 2-delige voordeur en de ’nooduitgang’ zijdeur. Inmiddels hebben we de firma Leonard bereid gevonden deze deuren te vernieuwen voor een bedrag van 12676,- , exclusief 6 % ...
Graag zou de 'Olijftak' kerk in aanmerking willen komen voor de hiervoor van toepassing zijnde 'subsidie' van onze hoofdgemeente Brasschaat , alsook van de Gemeenten Antwerpen en Kapellen .
Het is voor ons als Kerk Bestuur belangrijk dit project zo spoedig mogelijk uit te voeren, aangezien onze brand en inboedel verzekeraar Baloise ons heeft laten weten, dat zij de vorig jaar geïnstalleerde kostbare audio/Video apparatuur , waarmee onze zondagse diensten wekelijks via 'Youtube' wordt uitgezonden, niet kunnen verzekeren i.v.m. inbraakgevoeligheid van de huidige deuren."
De aanvraag werd besproken met de penningmeester van de Olijftak, de schepen van financiën en de financieel directeur.
Er wordt voorgesteld om een toelage te voorzien voor een bedrag van 30% van de uitgaven. Dat bedrag wordt voorzien door tussenkomst van de betrokken gemeentebesturen volgens de vaste verdeelsleutel: 54 % Brasschaat, 24 % Kapellen en 22 % Antwerpen.
Dit betekent voor het investeringsbedrag van 13.437 euro: 2.177euro voor de gemeente Brasschaat, 887euro voor de stad Antwerpen, 967euro voor de gemeente Kapellen.
Voor 2026 was er in het budget van de kerkfabriek een uitgavebudget voor investeringen van 9.000euro voorzien. Hoewel het niet over het grote bedrag gaat, diende de kerkfabriek een aangepast meerjarenplan in (uitgavebudget voor investeringen verhoogd naar 14.5000euro) zodat de uitgave afgedekt is voor 2026; de gemeentelijke investeringstoelage voor Brasschaat is met de nu voorziene 3.000euro voldoende.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om positief advies te verlenen op de aanpassing van het meerjarenplan.
Juridisch kader
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, artikel 52/1 § 1
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | 2.177 euro |
Budgetsleutel | 0790/66400000 Investeringstoelagen eredienstinstellingen |
Budget/jaar | Investeringsbudget 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja. |
Visum financieel directeur | 2026_54 |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad geeft positief advies aan de aanpassing van het meerjarenplan zonder impact op het toelagebudget vanuit de gemeente.
Art.2.- De gemeenteraad geeft goedkeuring aan een investeringstoelage aan de protestantse kerkgemeente de Olijftak voor vervanging van de deuren aan de voorkant en de zijkant van de kapel.
Art.3.- De toelage bedraagt 54 % van 30 % van de bewezen uitgaven voor deze investering, met een maximaal toelagebedrag van 2.177 euro.
art.4.- De toelage wordt uitbetaald na het voorleggen van facturen voor het uitvoeren van deze werken en voorlegging van
-ofwel betalingsbewijzen van deze facturen
-ofwel bewijzen dat de gefactureerde werken uitgevoerd werden.
Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Sylvia Lathouwers Sven Simons Jan Jambon Carla Pantens Joris Van Cauwelaert Bart Brughmans Philip Cools Bryan Verhoeven Inez Ven Jef Konings Herman Van Mieghem Kelly D'Haen Rudi Pauwels Robert Geysen Hedwig van Baarle Erwin Callens Lynn De Vocht Bruno Heirman Karin Beyers Adinda Van Gerven Lore Fonteyn Karina Hans Elke De Maeyer Lisa Buysse An-Sofie Dewinter Linsey De Vooght Tim Willekens Dimitri Hoegaerts aantal voorstanders: 24 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
9 Rekening 2025 Gemeente/OCMW. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hoegaerts doet volgende tussenkomst :
“Ook namens onze fractie wil ik beginnen met de diensten te bedanken voor de opmaak van deze jaarrekening. Over de kwaliteit van de rekening bestaat weinig discussie. Over de politieke lezing ervan uiteraard wel.
Zowel bij de bespreking van het meerjarenplan, aanpassingen als bij de bespreking van de rekening uitten wij de voorbije jaren een aantal bezorgdheden. Wanneer ik dan de rekening 2025 er bij neem, stel ik vast dat die bezorgdheden vandaag niet zijn aangepakt, laat staan verdwenen.
Men kan natuurlijk wijzen op een positief budgettair resultaat of op financiële ‘evenwichten’ die gehaald worden. Maar achter dat ‘evenwicht’ zit nog altijd een schuldenlast die de voorbije jaren fors is toegenomen en die ook de komende jaren een hypotheek legt op de financiële bewegingsruimte van Brasschaat, in een context evenwel van stijgende belastinginkomsten (personenbelasting, Diftar, inkomsten uit andere belastingen en boetes) evenals de inkomsten uit werkingssubsidies. En volgend jaar zal u kunnen uitkijken naar een spectaculaire inkomstenstijging in de onroerende voorheffing.
Tegelijkertijd en opnieuw zien we dat een aanzienlijk deel van de geplande investeringen niet wordt gerealiseerd of overgedragen.
Vorig jaar en sinds de aanvang van deze legislatuur heeft de meerderheid aangekondigd dat de organisatie efficiënter zou gaan werken. Er werd gesproken over het herbekijken van kernproducten en dienstverlening, over efficiëntiewinsten en over een besparing die de volgende jaren voelbaar moest worden. Wij hebben toen uitdrukkelijk gezegd dat dit niet ten koste mocht gaan van de dienstverlening aan de inwoners.
Wanneer we vandaag de beleidsevaluatie lezen, dan stel ik vast dat net de projecten die voor die efficiëntiewinst moesten zorgen, nog altijd niet volledig gerealiseerd zijn. Het evenementenloket loopt vertraging op. (blz. 15) [De verdere digitalisering van subsidieprocessen wordt opnieuw doorgeschoven. Het datagedreven werken wordt door het bestuur zelf als "niet op schema" beoordeeld.] De klachten voor burgerzaken stijgen door de grote drukte aan de loketten en afspraken. (blz. 15) Dan stel ik mij dezelfde vraag als vorig jaar: waarop is de verwachting gebaseerd dat de organisatie de komende jaren met minder middelen toch efficiënter zal kunnen werken als de noodzakelijkemoderniseringsprojecten zelf vertraging oplopen?
Ook op het vlak van het patrimonium ziet het Vlaams Belang weinig reden tot optimisme. Een budget voor een studie over het strategisch vastgoedplan werd niet weerhouden, laat staan dat het strategisch vastgoedplan al enige vorm heeft aangenomen. Men weet niet waarheen met het patrimonium of het staat op de teen, getuige ook het toegevoegd punt van collega Rudi Pauwels straks over de Lage Kaart 343. Ondertussen lezen we in het luik ‘duurzaamheid’ dat de open ruimte blijft afnemen. Soms is de beleidsevaluatie opvallend eerlijk.
Maar voorzitter, Wij vinden deze rekening dus niet het bewijs dat alles financieel onder controle is. Wij lezen ze als een rekening die een aantal structurele problemen maskeert. Een stijgende schuldenlast. Investeringen die opnieuw worden doorgeschoven. Projecten die vertraging oplopen. En beleidskeuzes die worden verschoven of die ten koste van het eigen personeel en de eigen instellingen gaan, na de klusjesdienst en de huisvuilophaling moeten nu de dienstencentra op de schop. Ik sluit me straks dan ook graag aan bij de vraag van weerom collega Pauwels. Een sluitende rekening in het bbc-verhaal is wat ons betreft geen garantie op een toekomstbestendig bestuur. Daarom zullen wij deze jaarrekening niet goedkeuren.”
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Vooreerst willen wij even kwijt dat de indieningstermijn voor de vragen over deze rekening zeer kort, te kort was. Het argument dat wij de nodige stukken tijdig in handen kregen, speelt niet. Die stukken waren inderdaad tijdig ter beschikking, volgens de termijn die voorzien was. De toelichting door de financieel directeur vervolledigd de informatie rond dit thema. Daarna zou een redelijke termijn tot vraagstelling moeten voorzien zijn. We worden alsmaar meer beknot en beperkt door deadlines die in het verleden ruimer waren. In het verleden volgde de algemene commissie, met de toelichting door de financieel directeur enkele dagen nadat we de stukken over de jaarrekening hadden gekregen. Samen met de toelichting hadden we dan een kleine week om onze vragen te formuleren. Nu beschikken wij over 1 nacht, gevolgd door 1 "morgenstond" om onze vragen binnen te sturen. Dit lijkt ons onredelijk en vandaar dat wij onze kritiek en protest willen laten horen. Als je van gemeenteraadsleden verwacht dat ze hun werk naar behoren doen, moeten er billijke termijnen voorzien worden waarop je iets degelijk kan doornemen. Wij pleiten ervoor om, op momenten dat zo'n jaarrekening en eveneens de aanpassing aan het MJP eind dit kalenderjaar geagendeerd staat, de commissie, in dat geval, een week vroeger te laten plaatsvinden en wij danken jullie alvast om dit te overwegen.
De rekening dan, een jaarrekening is cijfermatig uiteraard in orde met dank aan onze financieel directeur en zijn team. Toch vertegenwoordigt deze rekening een beleid waarin wij ons niet kunnen vinden. Getuige hiervan zijn onze tussenkomsten bij de presentatie van het meerjarenplan en onze tegenstem m.b.t. dit plan en de jaarlijkse aanpassingen ervan. Wij stemmen bijgevolg niet tegen de cijferdans, maar de inhoud van dit plan dat een afspiegeling is van het beleid.”
Schepen Heirman licht toe dat het hier om de jaarrekening van 2025 gaat en niet om de meerjarenplanning. De schuldenlast staat op 53,9 miljoen euro. Dit is volgens hem geen verrassing want dit werd voorspeld. Over de efficiëntie-oefening kan men pas volgend jaar iets in cijfers zeggen wanneer de jaarrekening van 2026 er is. Hij moet ten stelligste afstrijden dat het over 1 nacht en 1 ochtendstond ging. 14 dagen op voorhand, op maandagavond, werden alle stukken doorgestuurd naar iedereen. Volgens hem mag het voor ervaren raadsleden geen probleem zijn om gedurende een week de dossiers te lezen. Wanneer de financieel directeur zijn toelichting geeft op de algemene commissie kunnen de bijkomende vragen gesteld worden. Men laat nu uitschijnen dat men de vragen pas kan doorsturen na de toelichting van de financieel directeur maar dat klopt niet helemaal. Het kan perfect goed voorbereid worden volgens schepen Heirman.
Raadslid Pauwels licht toe dat de meeste raadsleden overdag nog werken en dan is het niet altijd mogelijk om dat zo altijd voor te bereiden.
|
Beslissing
Feiten en motivering
De dienst financiën legt het ontwerp van de jaarrekening 2025 van Gemeente en OCMW voor.
Juridisch kader
Decreet lokaal bestuur van 20 december 2017 artikels 41, lid 2,3° en 249
Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus.
Ministerieel van 26 juni 2018 besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningen-stelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
Financiële gevolgen
Het beschikbaar budgettair resultaat bedraagt 18.837.346 euro; dit is 7.130.778 euro meer dan voorzien na de laatste aanpassing van het meerjarenplan.
De autofinancieringsmarge bedraagt 4.777.232 euro.
BESLUIT:
Met 24 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Lisa Buysse), 4 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1. De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2025 (deel gemeente en geheel) vast als volgt: :
Beschikbaar budgettair resultaat:
Exploitatiesaldo | 6.170.157 euro |
Investeringssaldo | -8.282.063 euro |
Financieringssaldo | 13.794.302 euro |
Budgettair resultaat boekjaar | 11.682.396 euro |
Gecumuleerd budgettair resultaat vorig boekjaar | 7.154.951 euro |
Gecumuleerd budgettair resultaat | 18.837.346 euro |
Autofinancieringsmarge
Exploitatiesaldo | 6.170.157 euro |
Netto periodieke aflossingen | 1.392.925 euro |
Autofinancieringsmarge | 4.777.232 euro |
Balans per 31 december 2025
vlottende activa | 23.153.462 euro |
vaste activa | 200.996.183 euro |
totaal van de activa | 224.149.646 euro |
|
|
schulden | 104.965.280 euro |
netto actief | 119.184.366 euro |
totaal van de passiva | 224.149.646 euro |
De staat van opbrengsten en kosten dienstjaar 2025
kosten | 105.382.824 euro |
opbrengsten | 88.747.793 euro |
tekort van het boekjaar | -16.635.031 euro |
10 Politiezone Brasschaat jaarrekening 2025. Goedkeuring - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“De korpschef en haar team verdienen onze steun. De werking van onze politiediensten in al zijn facetten dient volledig ondersteund te worden. Onze goedkeuring wat deze jaarrekening betreft.”
Beslissing
Feiten en motivering
De dienst financiën legt het ontwerp van de politierekening 2025 voor (begrotingsrekening, balans en resultatenrekening), met synthesenota en toelichting bij de balans en resultatenrekening.
Juridisch kader
Wet van 7 december 1998 op de geïntegreerde politie (met latere wijzigingen).
Algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie (koninklijk besluit van 5 september 2001 met latere wijzigingen.
Financiële gevolgen
De gemeentelijke tussenkomsten bedroegen in 2025:
6.000.000 euro in de gewone dienst
287.000 euro in de buitengewone dienst
De rekeninguitslag in de gewone dienst is 790.930 euro hoger dan geraamd bij het opstellen van de begroting 2025.
Het surplus kan gebruikt worden voor de financiering van een eventuele begrotingswijziging 2026 of van de begroting 2027.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad stelt de rekening 2025 van de politiezone Brasschaat (5352) vast als volgt:
Begrotingsrekening gewone dienst
netto vastgestelde rechten | 11.844.732,27 euro |
vastgelegde uitgaven | 10.899.954,85 euro |
begrotingsresultaat gewone dienst | 944.777,42 euro |
over te dragen vastgelegde uitgaven | 76.465,25 euro |
boekhoudkundig resultaat gewone dienst | 1.021.242,67 euro |
Begrotingsrekening buitengewone dienst
netto vastgestelde rechten | 563.483,12euro |
vastgelegde uitgaven | 546.811,40 euro |
begrotingsresultaat buitengewone dienst | 16.671,72 euro |
over te dragen vastgelegde uitgaven | 247.696,16 euro |
boekkhoudkundig resultaat buitengewone dienst | 264.367,88 euro |
Balans per 31 december 2025
vaste activa | 3.412.753,73 euro |
vlottende activa | 2.128.702,24 euro |
totaal van de activa | 5.541.455,97 euro |
|
|
eigen vermogen | 4.430.676,48 euro |
vreemd vermogen | 1.110.779,49 euro |
totaal van de passiva | 5.541.455,97 euro |
Resultatenrekening over dienstjaar 2025
exploitatieresultaat | -183.102,86 euro |
uitzonderlijk resultaat | -46.475,95 euro |
resultaat van het dienstjaar | - 229.578,81 euro |
Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Adinda Van Gerven Lore Fonteyn Hedwig van Baarle Inez Ven Elke De Maeyer Erwin Callens Philip Cools Joris Van Cauwelaert Sylvia Lathouwers Bart Brughmans Karina Hans Lisa Buysse Carla Pantens Goele Fonteyn Lynn De Vocht Robert Geysen Bryan Verhoeven Kelly D'Haen Sven Simons Karin Beyers Jef Konings Rudi Pauwels Bruno Heirman Jan Jambon Herman Van Mieghem Dimitri Hoegaerts Linsey De Vooght An-Sofie Dewinter Tim Willekens aantal voorstanders: 25 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 4 Goedgekeurd
11 Belasting 2027-2031 op leegstaande gebouwen. Reglement inventarisatie. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Buysse en haar fractie zijn heel blij dat hier werk van gemaakt wordt. Zij vinden het een goed idee dat men eerst in dialoog gaat en de mensen zal verwittigen om het probleem aan te pakken en te beboeten bij hardleersheid. Dit is een aanpak die haar fractie kan smaken.
Raadslid Hoegaerts doet volgende tussenkomst :
“Onze fractie is in het verleden coulant geweest tegenover zulke reglementen in verband met leegstand en verwaarlozing, wat volgens ons echter – en dat zegden we ook van in het begin en wordt ook beaamd vanuit de Ondernemersraad - niet het zelfde is en niet het zelfde effect heeft op het uitzicht van de gemeente. Maar we begrijpen de filosofie die er achter zit, zolang er ook pro-actief wordt gehandeld. Ook dat is een vraag van de Ondernemersraad.
Nu, de opname in het leegstandsregister zal al een eerste alarmbel zijn voor eigenaren van geviseerde panden. Maar we komen tot de slotsom dat in het geval van bedrijfspanden toch een en ander wat onduidelijk blijft en zoals ook terecht werd opgemerkt op de commissie: waarom in de ene kern wel en in de andere niet. Er worden uitzinderingen voorzien voor handige eigenaars of eigenaars die iemand in dienst hebben die kan gelden als ‘leegstandsbeheerder’. Aantonen dat “ze er mee bezig zijn” is voldoende om een aantal grote spelers op de Bredabaan vrij te stellen van een belasting. De beoogde leegstandsvermindering met 6% wordt door de ondernemersraad als ‘weinig ambitieus’ beschouwd en de geraamde opbrengst als laag, hoewel: 50.000 euro dat is toch wellicht minimum de helft van het brutoloon van het diensthoofd ondernemen, evenementen en toerisme, wat meegenomen lijkt. Dit geld zou echter beter aan een échte centrummanager besteed worden die – zoals gezegd - de leegstand op een pro-actieve manier wil aanpakken. Het is een oud zeer dat we hier al herhaaldelijk herhaalden. Er wonen ongetwijfeld een paar honderden CEO’s in Brasschaat. Is met hen al eens het gesprek aangegaan om een kantoor, een hoofdkantoor of een bijkantoor, een winkel of een filiaal in eigen gemeente te openen? Ongetwijfeld een win-win voor iedereen. Maar zolang de centrummanager geen centrummanager is, maar diensthoofd ondernemen, evenementen en toerisme is en zich dus moet bezighouden met reglementen, evenementen, koersen, belastingen, vergunningen, enzovoort, aan werk geen gebrek hoor, dan kan er van een pro-actieve aanpak van de leegstand geen sprake zijn.
Onze slotconclusie is dat je leegstand niet oplost door een nieuwe of extra belasting. Eigenaars van leegstaande panden hebben heus zelf geen belang bij lege winkels. De extra belasting rekenen ze uiteindelijk gewoon door wanneer eindelijk een huurder gevonden wordt of zelfs – onder het mom van indexering, een techniek die het gemeentebestuur ook goed kent - aan andere huurders in hun portefeuille.
Wij gaan dit dus niet goedkeuren.”
Schepen Heirman licht toe dat het niet de bedoeling is van deze reglementen om geld in het laadje te brengen. De bedoeling van dit reglement is het voeren van beleid. De leegstand zal vastgesteld worden, een jaar later komen zij in het leegstandregister en vanaf die dag is het een belastbaar feit. Hij stelt dat dit beleidsmatig een belangrijk signaal is. Het is echt de bedoeling dat de leegstand weg gaat.
Raadslid Cools stelt vast dat er tegemoet gekomen werd aan de opmerkingen die hij maakte. Er zal niet gekeken worden naar de datum van de akte maar naar de datum van verwerving. Hierdoor zullen mensen die een leegstaand pand erven niet onmiddellijk belast worden maar een vrijstelling van 2 jaar krijgen. Hij dankt het bestuur hiervoor. Hij kwam ook tussen op het RUP kernversterking en kreeg hier ondertussen ook een antwoord op. Het RUP kernversterking zou dit jaar rond moeten zijn en indien dit niet het geval is, is er nog voldoende tijd om het reglement op het einde van het jaar aan te passen met een andere bewoording erbij.
Schepen Heirman bedankt raadsleden Cools en Van Mieghem om de opmerkingen door te geven.
Schepen Pantens doet graag nog een aanvulling op de tussenkomst van raadslid Hoegaerts. Het is volgens haar echt wel de bedoeling om de leegstand aan te pakken. Ze geeft ook nog mee dat het afdelingshoofd zeker mee inzet op de bestrijding van de leegstand. Ze neemt de voorgestelde opties zeker mee.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Het is wenselijk dat de langdurige leegstand in de gemeente wordt voorkomen en bestreden. Leegstaande gebouwen doen het onveiligheidsgevoel toenemen en zijn vaak een voorbode voor verwaarlozing en verkrotting. De activering van leegstaande gebouwen kan de betaalbaarheid van handel drijven in de gemeente verbeteren en de overlast door leegstand vermijden.
In het bestuursakkoord wordt gesteld dat een kernversterking cruciaal is om de identiteit en charme van winkelgebieden te behouden en tegelijkertijd te zorgen voor een positieve en levendige ervaring voor bezoekers, bewoners en handelaars.
Het meerjarenplan heeft deze doelstelling verwoord als “via kernversterking verhogen we de economische en sociale vitaliteit van de winkelgebieden” en geconcretiseerd in het actieplan “we trachten de leegstaande handelspanden in de winkelkernen tegen 2031 onder de 6% te krijgen”.
In zitting van 15 december 2025 hernieuwde de gemeenteraad haar besluit van 27 mei 2024 houdende goedkeuring van het reglement inventarisatie en van de belasting op de leegstand van gebouwen en woningen.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om afzonderlijke belastingreglementen op te maken voor woningen en gebouwen om zo het verschil in doelstelling van bestrijding van leegstand te kunnen benadrukken. Afzonderlijke reglementen maken het ook mogelijk om specifieke indicaties voor het vaststellen van leegstand te hanteren, alsook om verschillende tarieven te hanteren.
De gemeente Brasschaat wenst meer concreet in te zetten op de activering van leegstaande gebouwen in het kernwinkelgebied en haar aanloopstraten.
Een kernwinkelgebied is het belangrijkste winkelgebied van een gemeente, meestal in de kern van de gemeente gelegen. Het kernwinkelgebied moet een compact gebied zijn vol winkels en horeca, met een publieke ruimte ingericht voor flaneren en verblijven, geflankeerd door interessante potentiële horecapleinen. Het kernwinkelgebied vormt -samen met de aanloopstraten- een handelsgebied met bovenlokale aantrekkingskracht.
Een kernwinkelgebied moet een hoge commerciële dichtheid hebben. De commerciële dichtheid wordt gedefinieerd als het aantal handelspanden, ongeacht hun invulling, op het totaal aantal panden. Compacte goed gevulde winkelgebieden zijn aantrekkelijk voor de klanten maar ook voor de winkeliers die profiteren van elkaars aanwezigheid. Compacte winkelkernen met een geconcentreerd aanbod zijn aantrekkelijke winkelkernen waar de consument binnen wandelafstand vindt wat hij nodig heeft.
Voor het kernwinkelgebied is de beeld- en verblijfskwaliteit van uitermate belang om de bezoekers aan te trekken en te laten terugkomen.
Om een optimaal beeld te verkrijgen is een ononderbroken bedrijvige plint in het kernwinkelgebied nodig.
Een consequent en gedifferentieerd leegstandsbeleid laat toe om specifiek maatregelen te voorzien voor het kernwinkelgebied. Het opleggen van een leegstandsheffing is een adequate maatregel in de strijd tegen leegstand. Een jaarlijks toenemende taks spoort eigenaars aan om hun pand sneller te activeren of tegen gunstiger voorwaarden in de markt te zetten.
Dit verantwoordt dat het leegstandsbeleid voor de gebouwen zich focust op de activering en bestrijding van de leegstand binnen het kernwinkelgebied en de aanloopstraten.
Gemeenten kunnen in het kader van hun detailhandelsbeleid een kernwinkelgebied afbakenen.
De afbakening van het kernwinkelgebied gebeurde in het kader van de opmaak van het RUP Kernversterking wonen en detailhandel. Aan de hand van een uitgebreid participatief proces werden verschillende mogelijk scenario’s ontwikkeld en afgetoetst voor de afbakening van het kernwinkelgebied in Brasschaat-centrum. De afbakening werd gepubliceerd in de scopingsnota van het RUP Kernversterking wonen en detailhandel.
Om beter te kunnen inspelen op de leegstand in het kernwinkelgebied en de aanloopstraten, worden leegstaande gebouwen binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten geïnventariseerd en belast. Leegstaande gebouwen buiten kernwinkelgebied en aanloopstraten worden enkel geïnventariseerd. Voor de leegstaande gebouwen in kernwinkelgebied en aanloopstraten wordt geopteerd voor een snellere belasting dan de huidige belasting. Zo zal de belasting onmiddellijk te betalen zijn bij opname in het leegstandsregister. Ook ligt de maximale belasting voor leegstaande gebouwen in kernwinkelgebied een aanloopstraten hoger dan de maximale belasting voor leegstaande woningen. Deze hogere en snellere belasting voor gebouwen in het kernwinkelgebied en aanloopstraten is gerechtvaardigd, door enerzijds de impact ervan op de gemeente als geheel en anderzijds door de specifieke inspanningen die de gemeente levert in deze zone om de beeld- en verblijfskwaliteit te verhogen.
Het is aangewezen om de vooropgestelde wijzigingen vanaf 1 januari 2027 toe te passen.
Juridisch kader
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.
De Vlaamse codex Wonen van 2021.
In zitting van 27 april 2026 heeft de gemeenteraad het RUP kernversterking, wonen en detailhandel voorlopig vastgesteld
Het gemeenteraadsbesluit van 27 april 2026 houdende goedkeuring van de voorlopige vaststelling van het RUP kernversterking, wonen en detailhandel, en latere aanvullingen en wijzigingen.
Ondernemerstoets
Indien de belasting op leegstaande gebouwen een invulling van leegstaande gebouwen als gevolg heeft, zal dit een positief effect hebben op de handelaars in het kernwinkelgebied. De aanwezige handelaars hebben baat bij een bruisend centrum met een divers winkelaanbod.
Adviezen
Het advies van de ondernemingsraad wordt in bijlage toegevoegd.
Financiële gevolgen
De ontvangsten zijn afhankelijk van het aantal leegstaande gebouwen en wordt vanaf 2028 geraamd op 47.250 euro op jaarbasis.
BESLUIT:
Met 25 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Lisa Buysse), 4 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- de gemeenteraad hecht goedkeuring aan 'Belasting 2027-2031 op leegstaande gebouwen. Reglement inventarisatie' als volgt:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.Definities
1° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten vermeld in artikel 2, 1° van het Decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen en woningen onder het leegstandsreglement woningen van juni 2026 en latere wijzigingen, houdende de maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
2° Registerbeheerder: de gemeentelijke dienst die door het college van burgemeester en schepenen is gelast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister;
3° Beveiligde zending: één van de hierna volgende betekeningswijzen:
- een aangetekend schrijven
- een afgifte tegen ontvangstbewijs;
4° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw in het leegstandsregister wordt
opgenomen a.d.h.v. de administratieve akte van leegstand.
5° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen op grond van de artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, opgemaakt als een digitaal bestand. Dit bevat het adres en de kadastrale gegevens van het leegstaande gebouw, de identiteit en het laatst gekende adres van de houder van het zakelijk recht, de datum van de administratieve akte, de feiten die aanleiding geven tot vrijstelling van de heffing, met vermelding van de begin- en einddatum van de vrijstelling, eventueel de datum van indiening van een betwisting zoals voorzien in artikel 8 en de datum en aard van de beslissing inzake die betwisting. Het leegstandsregister vormt een bestuursdocument overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 en is als zodanig toegankelijk voor het publiek;
6° Administratieve akte: : De beslissing van de administratie tot opname van een leegstaande gebouw in het gemeentelijk leegstandsregister. De administratieve akte bevat een opsomming van de elementen die het vermoeden van leegstand staven;
7° Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de leegstandsheffing als er grote verbouwingswerken aan het gebouw lopende/gepland zijn.
Hoofdstuk 2 Het gemeentelijk leegstandsregister gebouwen
Artikel 2.Leegstaand gebouw
Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd indien meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde stedenbouwkundige vergunning, een melding in de zin van artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, een milieuvergunning of een melding in de zin van het Decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning of een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
Een nieuw gebouw wordt pas als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
Artikel 3.Leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten
Een gebouw dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen in de zin van deze afdeling beschouwd.
Artikel 4. Opsporingsbevoegdheid
De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstaande gebouwen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 5. Verwaarloosde gebouwen
Een gebouw dat geïnventariseerd is als verwaarloosd, kan eveneens opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.
Artikel 6. Administratieve akte van leegstand
De leegstand van een gebouw wordt vastgesteld door een administratieve akte van leegstand en wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
- opname in de detailhandelsdatabank “Locatus”;
- ontbreken van aangeduide openingsuren die duidelijk maken aan de klanten wanneer ze er terecht kunnen;
- ontbreken van een neergelegde jaarrekening x-2 in het jaar x van de feitelijke opname van de
onderneming die gevestigd is op het adres van het te inventariseren gebouw;
- ontbreken van een vestigings-/ondernemingsnummer in de Kruispuntbank voor Ondernemingen;
- langdurig niet voor het publiek toegankelijk zijn tijdens de gebruikelijke of geafficheerde
openingsuren;
- aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of
onproductiviteit;
- de onmogelijkheid om het gebouw te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
- sporen die wijzen op langdurig niet- gebruik, zoals een uitpuilende brievenbus, geblindeerde ramen,
afval of onkruid;
- een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van
het gebouw kan worden uitgesloten;
- getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent;
- andere indicaties die bij controlebezoeken kunnen vastgesteld worden.
Bij de administratieve akte wordt een beschrijvend verslag gevoegd met vermelding van alle indicaties van leegstand.
Artikel 7. Betwisting van vaststelling van leegstand
De registerbeheerder stelt de houder van het zakelijk recht per beveiligde zending in kennis van de vaststelling van leegstand en het voornemen tot opname van een leegstaand gebouw in het leegstandsregister. De kennisgeving omvat een kopie van de administratieve akte en het beschrijvend verslag, samen met informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar huidig belastingreglement, informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk leegstandsregister en over de mogelijkheid tot schrapping uit dat register.
Tegen de vaststelling en het voornemen tot opname in het leegstandsregister kan via beveiligde zending bezwaar worden aangetekend bij het college van burgemeester en schepenen binnen de dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening.
Het bezwaar moet ondertekend zijn en bevat minstens volgende gegevens:
- Identiteit, adres en eventueel hoedanigheid en volmacht van de indiener.
- Aanwijzing van de administratieve akte en/of van het pand waarop het bezwaarschrift betrekking heeft.
- De bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de vereisten tot opname of dat voldaan is aan de vereisten tot schrapping.
- De datum van indienen van het bezwaarschrift.
Het college doet uitspraak over het bezwaar binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na de betekening van het bezwaarschrift. Het verklaart het bezwaar ongegrond wanneer de toegang tot de woning of het gebouw, in het kader van een feitenonderzoek, geweigerd of verhinderd wordt.
De registerbeheerder betekent de beslissing aan de indiener per beveiligde zending.
Artikel 8. Opname in het leegstandsregister
De gebouwen die in een eerder op grond van artikel 2.2.6 van het Decreet op het Grond en Pandenbeleid opgemaakt register zijn opgenomen worden opgenomen in het register op grond van het huidig reglement met behoud van de oorspronkelijke datum van opname.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt overeenkomstig artikel 7 of indien het bezwaar onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de inventarisbeheerder het gebouw in het leegstandsregister op vanaf de datum van de administratieve akte van leegstand.
Artikel 9. Schrapping uit het leegstandsregister
Een schrapping van een gebouw uit het leegstandsregister gebeurt op schriftelijk verzoek van de houder van het zakelijk recht.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie vermeld in artikel 2, tweede en derde lid aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De registerbeheerder schrapt het gebouw met ingang van de eerste dag van de invulling overeenkomstig die functie.
Tegen een weigering tot schrapping door de registerbeheerder staat eveneens bezwaar open bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig artikel 7.
Hoofdstuk 3 Belasting op leegstaande gebouwen
Artikel 10. Heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2027 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de gebouwen die zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister én gelegen zijn binnen het kernwinkelgebied en de aanloopstraten.
De belasting voor een leegstaand gebouw binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten is onmiddellijk verschuldigd bij opname in het leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 11. Belastingplichtige
§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het leegstaande gebouw. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen de maand na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
- nauwkeurige aanduiding van het overgedragen gebouw.
Artikel 12 Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting voor leegstaande gebouwen binnen kernwinkelgebied en aanloopstraten wordt als volgt berekend:
- Belasting verschuldigd in het aanslagjaar van opname van het gebouw in het
leegstandsregister: 3.500 euro.
- Belasting verschuldigd na 12 maanden opname in het leegstandsregister: 7.000 euro
- Belasting verschuldigd na 24 maanden opname in het leegstandsregister: 10.500 euro
- Belasting verschuldigd na 36 maanden opname in het leegstandsregister: 14.000 euro
- Belasting verschuldigd na 48 of meer maanden opname in het leegstandsregister: 17.500 euro
Artikel 13 Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de vaststelling van leegstand en het voornemen tot opname van een leegstaand gebouw in het leegstandsregister. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2.Een bezwaar tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 16.
§3. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing;
2° de belastingplichtige die (mede)eigenaar is, wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van verwerving vrijgesteld;
§4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw:
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod;
5° gerenoveerd wordt met een niet vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning;
6° gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen;
Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:
● vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk
● vernieuwing van de volledige dakbedekking
● vernieuwing van de volledige elektrische installatie
● vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…)
● vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…)
● vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding)
● vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…)
● vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…)
De aanvraag dient per beveiligde zending bezorgd te worden aan de dienst toerisme, evenementen en ondernemen en bevat volgende zaken:
● foto’s voor en tijdens de renovatiewerken
● grondplannen voor en na de renovatiewerken
● eventueel facturen en goedgekeurde offertes
● een motivatienota met planning van de werken
● indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars
7° in de 12 maanden voorafgaand de verjaardag van de opnamedatum in leegstandsregister hinder heeft ondervonden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de gemeente.
Onder hinder wordt begrepen: sterk verminderde toegankelijkheid ten gevolge van wegenwerken waarbij de volgende voorwaarden cumulatief voldaan zijn:
● de rijbaan wordt geheel of gedeeltelijk afgesloten;
● de werken hebben een oppervlakte van meer dan 50 m²;
● de werken duren minstens 90 opeenvolgende kalenderdagen;
● in de hinderzone gelegen zijn. Om de hinderzone te bepalen, wordt gekeken naar de geregistreerde gegevens in het GIPOD, de databank van wegenwerken. Alle wegvakken en kruispunten die overlappen met de GIPOD-werkzone, vormen de hinderzone. De GIPOD-werkzone is de zone waarbinnen de wegenwerken worden uitgevoerd. Een wegvak is het gedeelte van de weg tussen twee opeenvolgende kruispunten.
8° dat voor tijdelijke invulling ter beschikking is gesteld van een door het college van burgemeester en schepen erkende organisatie die actief op zoek gaat naar invulling.
Deze vrijstelling geldt gedurende één jaar vanaf de datum van de overeenkomst tussen de zakelijk gerechtigde van het gebouw en de door het college van burgemeester en schepenen erkende organisatie. Het college kan beslissen om deze vrijstelling met maximaal één jaar te verlengen.
○ De zakelijk gerechtigde moet een overeenkomst voor de terbeschikkingstelling voor tijdelijke invulling met een door het college van burgemeester en schepenen erkende organisatie kunnen voorleggen.
○ De zakelijk gerechtigde kan zonder gegronde redenen een eventuele invulling niet weigeren tijdens de duur van de vrijstelling. Indien hij dat toch doet, vervalt de vrijstelling.
○ De organisatie heeft (o.a.) als doel leegstand te bestrijden door het ter beschikking stellen van leegstaande panden voor tijdelijke invullingen.
○ De organisatie is ingeschreven in het handelsregister en de omschrijving van de activiteiten dient minimaal de doelstelling inzake leegstandbeheer te bevatten. Met leegstandbeheer wordt bedoeld: het tijdelijk beheren van leegstaande panden met als doel ongewenste betreding en achteruitgang van de algemene staat te voorkomen en daarnaast de leefbaarheid voor omwonenden te vergroten, door het activeren en op de markt brengen van de leegstaande panden die in beheer zijn gegeven.
○ De organisatie moet aantonen om in dit kader over aantoonbaar werkende procedures te beschikken (zowel met betrekking tot het pand als de eventuele gebruiker).
○ De organisatie moet aantonen dat zij met betrekking tot het pand de nodige initiatieven voor effectieve invulling heeft genomen.
De zakelijk gerechtigde moet bewijzen dat zowel hij als de organisatie aan deze voorwaarden voldoet.
Het college doet binnen de 60 dagen uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing, ingaande de dag na deze van betekening van deze aanvraag.
§5. De vrijstellingen vermeld onder artikel 13 kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend (uitgezonderd §4 7°) en zijn niet (uitgezonderd §3 2°) cumuleerbaar. De vrijstelling §3 2° kan slechts éénmaal worden gecumuleerd met vrijstelling §4 5° of vrijstelling §4 6°.
Artikel 14 Belasting na vrijstelling
Indien een vrijstelling werd toegekend en het gebouw na afloop van de vrijstellingsperiode nog steeds opgenomen is in het leegstandsregister, zal er opnieuw een belasting verschuldigd zijn berekend vanaf het aanvankelijk belastbare jaar.
Artikel 15 Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 16 Bezwaarprocedure
§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen
vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de
kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:
- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;
- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930
Brasschaat.
§ 2 Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en
latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
§3 Tegen de beslissing genomen door het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de gestelde termijnen kan een beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.
Artikel 17 Toepasselijke regelgeving
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Artikel 18 Bekendmaking
Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht
overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 19
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de belasting 2026-
2031 op de leegstand van woningen en gebouwen wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit.
Artikel 20
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2027, onder voorbehoud van de wettelijke bekendmaking overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Philip Cools Hedwig van Baarle Lynn De Vocht Inez Ven Jef Konings Carla Pantens Karin Beyers Goele Fonteyn Adinda Van Gerven Bryan Verhoeven Elke De Maeyer Bruno Heirman Kelly D'Haen Lore Fonteyn Herman Van Mieghem Jan Jambon Sven Simons Robert Geysen Karina Hans Erwin Callens Joris Van Cauwelaert Rudi Pauwels Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Bart Brughmans Tim Willekens An-Sofie Dewinter Dimitri Hoegaerts Linsey De Vooght aantal voorstanders: 25 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
12 Belasting 2027-2031 op de leegstand van woningen. Reglement inventarisatie. Wijziging. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Buysse en haar fractie zijn heel blij dat hier werk van gemaakt wordt. Zij vinden het een goed idee dat men eerst in dialoog gaat en de mensen zal verwittigen om het probleem aan te pakken en te beboeten bij hardleersheid. Dit is een aanpak die haar fractie kan smaken.
Raadslid Hoegaerts en zijn fractie steunen zeker wel de aanpak van leegstand en verwaarlozing maar de taks op de 2e verblijven is volgens hen te hoog. Op basis van deze reglementen gebeurden er in het verleden volgens hem wel eens fouten in de uitvoering van deze belastingen. Zijn fractie zal zich hier onthouden alsook bij punt 13.
Beslissing
Feiten en motivering
Het besluit van de gemeenteraad van 15 december 2025 houdende goedkeuring van het reglement inventarisatie en van de belasting 2026-2031 op de leegstand van gebouwen en woningen.
Het college van burgemeester en schepenen stelt voor om afzonderlijke belastingreglementen op te
maken voor woningen en gebouwen om zo het verschil in doelstelling van bestrijding van leegstand
te kunnen benadrukken. Afzonderlijke reglementen maken het ook mogelijk om specifieke indicaties
voor het vaststellen van leegstand te hanteren, alsook om verschillende tarieven te hanteren.
Het is wenselijk dat alle op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen optimaal worden benut.
De langdurige leegstand van woningen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.
Het Vlaamse Gewest legt met ingang van aanslagjaar 2017 aan de gemeenten alleen een strategisch kader met hoofdlijnen op maar geeft verder een grote autonomie om een eigen beleid te voeren, zowel bij de opmaak van een leegstandsregister als bij de invoering van een gemeentelijke heffing op leegstaande woningen.
De strijd tegen de leegstaande woningen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2027-2031 te wijzigen.
Juridisch kader
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.
De artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de gecodificeerde decreten over het Vlaamse woonbeleid (Vlaamse Codex Wonen van 2021), gecodificeerd bij Besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 en gewijzigd en bekrachtigd door het Decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.
Financiële gevolgen
De ontvangsten voor 2027 worden geraamd op 175.000 euro.
BESLUIT:
Met 25 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Lisa Buysse), 4 onthoudingen (Dimitri Hoegaerts, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan 'Belasting 2027-2031 op de leegstand van woningen. Reglement inventarisatie. Wijziging' als volgt:
DEEL 1: ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1: Belastbaar voorwerp
Er wordt voor de aanslagjaren 2027 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
De belasting voor een leegstaande woning is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat die woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 2: Definities
1° Woning: Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
2° Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
3° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande woningen op grond van de artikelen 2.9 tot en met 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, opgemaakt als een digitaal bestand. Dit bevat het adres en de kadastrale gegevens van de leegstaande woning, de identiteit en het laatst gekende adres van de houder van het zakelijk recht, de datum van de administratieve akte, de feiten die aanleiding geven tot vrijstelling van de heffing, met vermelding van de begin- en einddatum van de vrijstelling, eventueel de datum van indiening van een betwisting zoals voorzien in artikel 10 en de datum en aard van de beslissing inzake die betwisting. Het leegstandsregister vormt een bestuursdocument overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 en is als zodanig toegankelijk voor het publiek;
4° Leegstaande woning: Een woning die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden niet wordt aangewend in overeenstemming met de woonfunctie.
5° Leegstand bij nieuwbouw: Een nieuwe woning wordt als een leegstaande woning beschouwd indien die woning binnen zeven jaar na afgifte van een stedenbouwkundige
vergunning / omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
6° Administratieve akte: De beslissing van de administratie tot opname van een leegstaande woning in het gemeentelijk leegstandsregister. De administratieve akte bevat een opsomming van de elementen die het vermoeden van leegstand staven;
7° Eigenaar: De houder van de volle eigendom. In geval er een erfpacht, opstalrecht of vruchtgebruik op de woning rust, wordt voor de toepassing van dit reglement de erfpachter, de opstalhouder of de vruchtgebruiker als houder van het zakelijk recht beschouwd;
8° Belastbaar: Een woning opgenomen op het leegstandsregister is belastbaar als het minimum 12 opeenvolgende maanden opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister ongeacht of er een vrijstelling van belasting kan worden toegekend;
9° Registerbeheerder: de gemeentelijke dienst die door het college van burgemeester en schepenen is gelast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister;
10° Beveiligde zending: één van de hierna volgende betekeningswijzen: een aangetekend schrijven of een afgifte tegen ontvangstbewijs.
11° Verwaarloosde woningen: een woning geldt pas als verwaarloosd, wanneer deze ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Een woning kan gelijktijdig opgenomen zijn in het leegstandsregister en in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen.
12° Ongeschikt- of onbewoonbaar verklaarde woningen: een woning die niet voldoet aan de minimale Vlaamse woningkwaliteitsnormen op vlak van veiligheid, gezondheid of wooncomfort, en bij besluit van de burgemeester officieel als onveilig (onbewoonbaar) of kwalitatief onvoldoende (ongeschikt) werd verklaard. Een woning die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, kan niet opgenomen worden in het leegstandsregister.
13° Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de leegstandsheffing als er grote verbouwingswerken aan de woning lopende/gepland zijn.
DEEL 2: HET LEEGSTANDSREGISTER
Artikel 3: Opname in het leegstandsregister
De vaststelling van een leegstaande woning gebeurt op basis van een geheel van feitelijke en administratieve indicaties, waarbij in hoofdzaak gebruik wordt gemaakt van administratieve gegevens, waaronder het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister.
De belastingplichtige kan het vermoeden van leegstand weerleggen met alle middelen van recht, met uitzondering van de eed.
De opname gebeurt via een genummerde administratieve akte. De datum van deze akte geldt als opnamedatum in het leegstandsregister.
De eigenaar wordt per aangetekende zending in kennis gesteld van de opname. Deze zending bevat de administratieve akte, informatie over de gevolgen van de opname, informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname en informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.
De woningen, die in een eerder op grond van artikel 2.2.6 van het Decreet op het Grond en Pandenbeleid opgemaakt register zijn opgenomen, worden opgenomen in het register op grond van het huidig reglement voor zover deze woningen voldoen aan de bepalingen van dit reglement.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt overeenkomstig de beroepsprocedure, bepaald in dit reglement of indien het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de registerbeheerder de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de administratieve akte van leegstand.
Artikel 4: Bezwaar tegen opname in het leegstandsregister
Een eigenaar kan bezwaar aantekenen tegen de opname in het leegstandsregister bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet op straffe van onontvankelijkheid schriftelijk en gemotiveerd worden ingediend binnen een termijn van 30 kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de kennisgeving van de opname, bedoeld in artikel 3.
Het bezwaarschrift kan via één van volgende kanalen worden ingediend:
- e-mail: woonloket@brasschaat.be;
- aangetekende post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst ruimte en wonen, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.
Het bezwaarschrift moet op straffe van onontvankelijkheid gedateerd worden en minimaal de volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- het nummer van de administratieve akte en het adres van de woning waarop het bezwaar betrekking heeft;
- de motivatie van het bezwaar;
- één of meer bewijsstukken die aantonen dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor leegstand, met dien verstande dat de vaststelling van de leegstand betwist kan worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, met uitzondering van de eed.
De ontvangst van het bezwaarschrift wordt aan de indiener bevestigd en het feit dat er een bezwaar werd ingediend, wordt in het leegstandsregister vermeld. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een feitenonderzoek ter plaatse uitvoeren.
Het bezwaar wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het pand geweigerd of verhinderd wordt voor een feitenonderzoek.
Het college doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing binnen een ordetermijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van het beroepschrift. De uitspraak over het bezwaar wordt verstuurd via het kanaal waarmee het werd ingediend. Indien het bezwaar wordt afgewezen, wordt de uitspraak eveneens per aangetekende zending verstuurd.
Indien de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond is, neemt de gemeentelijke administratie de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de administratieve akte.
Artikel 5: Schrapping uit het leegstandsregister
De schrapping van een woning uit het leegstandsregister gebeurt ambtshalve of op schriftelijk verzoek van de houder van het zakelijk recht.
Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer een houder van het zakelijk recht aantoont dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
Het gebruik overeenkomstig de woonfunctie wordt in principe aangetoond door een inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister op het adres van de woning.
Bij gebrek aan inschrijving kan de belastingplichtige het gebruik overeenkomstig de woonfunctie aantonen met alle middelen van recht, met uitzondering van de eed.
De administratie beoordeelt de voorgelegde bewijsstukken en kan bijkomend een onderzoek ter plaatse uitvoeren. Een woning wordt eveneens geschrapt indien zij volledig gesloopt werd.
Tegen een weigering tot schrapping door de registerbeheerder staat eveneens bezwaar open bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de beroepsprocedure bepaald in dit reglement.
DEEL 3: BELASTING
Artikel 6: Berekeningsgrondslag en tarief
De basisbelasting bedraagt:
- 1.500 euro voor een leegstaande woning;
- 750 euro voor een leegstaande kamer.
De belasting van de kamer wordt vermeerderd met 750 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de kamer in het leegstandsregister staat, tot een maximum van 3.750 euro.
De belasting van de woning wordt vermeerderd met 1.500 euro per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning in het leegstandsregister staat, tot een maximum van 7.500 euro.
Bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende de woning wordt de termijn van opname in het leegstandsregister opnieuw berekend vanaf de datum van overdracht.
Indien een vrijstelling werd toegekend en de woning na afloop van de vrijstellingsperiode nog steeds opgenomen is in het leegstandsregister, zal er opnieuw een belasting verschuldigd zijn berekend vanaf het aanvankelijk belastbare jaar.
Artikel 7: Belastingplichtige
§ 1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de leegstaande woning op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§ 2. In geval van mede-eigendom is iedere niet-vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtig naar verhouding van zijn aandeel in de leegstaande woning. Onverminderd deze verdeling zijn de niet-vrijgestelde mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per aangetekend schrijven een kopie van overdracht bezorgen aan de gemeente, binnen de maand na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- Naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
- Datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
- Nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning.
Artikel 8: Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan door de houder van het zakelijk recht worden aangevraagd via beveiligde zending aan de gemeentelijke administratie of via e-mail. De aanvraag moet duidelijk het adres van de woning vermelden en vergezeld zijn van de nodige bewijsstukken die aantonen dat aan de voorwaarden voor vrijstelling is voldaan.
§2. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing;
2° de belastingplichtige die (mede)eigenaar is, wordt gedurende twee jaar volgend op de datum van verwerving vrijgesteld;
3° de belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een erkende psychiatrische instelling, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van start van verblijf in de ouderenvoorziening/ instelling;
§3. Een vrijstelling wordt verleend als de woning :
1° gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
2° geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
3° vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
4° onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, deze vrijstelling geldt slechts tot één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod;
5° gerenoveerd wordt met een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning;
6° gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de goedkeuring van het renovatiedossier door het college van burgemeester en schepenen;
Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:
- vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk;
- vernieuwing van de volledige dakbedekking;
- vernieuwing van de volledige elektrische installatie;
- vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…);
- vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…);
- vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding);
- vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…);
- vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…).
De aanvraag dient per beveiligde zending of e-mail bezorgd te worden aan de dienst huisvesting en bevat volgende zaken:
- foto’s voor en tijdens de renovatiewerken;
- grondplannen voor en na de renovatiewerken;
- eventueel facturen en goedgekeurde offertes;
- een motivatienota met planning van de werken;
- indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars.
7° het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 90 van de Vlaamse Wooncode;
8° ter beschikking wordt gesteld voor een periode van 3 jaar aan de gemeente en het OCMW om te gebruiken als noodwoning indien deze nood zich stelt bij gemeente of OCMW. Gemeente of OCMW beslissen of de woning hiervoor geschikt is, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van drie jaar volgend op de startdatum van de inventarisatie;
9° tijdelijk wordt gebruikt zonder domiciliëring, mits voorlegging van een overeenkomst van precaire bewoning, deze vrijstelling geldt slechts gedurende een termijn van twee jaar volgend op de startdatum van de inventarisatie;
Het college doet uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de dag na de betekening van de aanvraag.
§4.Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 10.
§5. De vrijstellingen vermeld onder artikel 8 (uitgezonderd §3 8° en 9°) kunnen maar éénmalig aan dezelfde houder van het zakelijk recht worden toegekend en zijn niet (uitgezonderd §2 2°) cumuleerbaar. De vrijstelling §2 2° kan slechts éénmaal worden gecumuleerd met vrijstelling §3 5° of vrijstelling §3 6°.
Artikel 9: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10: Bezwaarprocedure
§1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan een bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:
- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;
- aangetekende post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.
§2 Tegen de beslissing genomen door het college van burgemeester en schepenen of bij gebrek aan een beslissing binnen de gestelde termijnen kan een beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.
Artikel 11: Toepasselijke regelgeving
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
Artikel 12: Bekendmaking
Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 13.- Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2027, onder voorbehoud van de wettelijke bekendmaking overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Artikel 14
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de belasting 2026-2031 op de leegstand van woningen en gebouwen wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit.
Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jef Konings Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Karin Beyers Karina Hans Elke De Maeyer Bryan Verhoeven Herman Van Mieghem Lore Fonteyn Rudi Pauwels Inez Ven Joris Van Cauwelaert Robert Geysen Sven Simons Erwin Callens Kelly D'Haen Carla Pantens Lisa Buysse Adinda Van Gerven Philip Cools Bart Brughmans Sylvia Lathouwers Hedwig van Baarle Jan Jambon Linsey De Vooght An-Sofie Dewinter Tim Willekens Dimitri Hoegaerts aantal voorstanders: 25 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
13 Belasting 2027-2031 op de woningen zonder inschrijving. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Het besluit van de gemeenteraad van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de belasting 2026-2031 op de tweede verblijven.
De gemeente heeft de bevoegdheid om een eigen beleid te voeren inzake woningen die effectief worden gebruikt voor bewoning, zonder inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister.
Dit reglement kadert binnen die autonomie en beoogt een transparante en rechtvaardige toepassing van de belasting op gebruikte woningen zonder inschrijving, dus geen leegstaande woningen. Voorheen werd dit een belasting op tweede verblijven genoemd.
De gemeente wenst met deze belasting op woningen zonder inschrijving een evenwichtige bijdrage te verzekeren van alle gebruikers van haar grondgebied aan de financiering van de gemeentelijke dienstverlening en infrastructuur. Gebruikers van deze woningen, hoewel zij niet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, zijn regelmatig aanwezig in de gemeente en maken gebruik van gemeentelijke voorzieningen zoals afvalinzameling, openbare veiligheid, onderhoud van wegen en groen, recreatieve en culturele infrastructuur, enzovoort.
Bewoners dragen bij via de aanvullende personenbelasting, waardoor een onevenwicht ontstaat in de verdeling van de kosten voor deze dienstverlening.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven. Aangezien niemand is ingeschreven op het adres van de betrokken woning, is het voor de gemeente niet onredelijk om voor de eenvoud ervoor te opteren om deze belasting te innen van de eigenaar of de zakelijk gerechtigde.
De belasting is niet bedoeld als een loutere weeldebelasting, maar als compensatie voor het gebruik van gemeentelijke diensten en als instrument om de lokale woonmarkt te ondersteunen.
De controle en detectie van leegstaande woningen en woningen zonder inschrijving zijn aan elkaar gekoppeld. Zowel de belasting op leegstand als de belasting op woningen zonder inschrijving gelden als stimulans om de woongelegenheden op het gemeentelijk grondgebied effectief als hoofdverblijfplaats aan te wenden en op die manier het residentieel wonen te beschermen en de sociale cohesie te versterken, die in het gedrang komt wanneer woongelegenheden niet of alleen occasioneel gebruikt worden.
Het reglement voorziet een belastingverhoging bij niet-naleving van de aangifteplicht. De belastingverhoging is noodzakelijk om de correcte toepassing van het reglement te waarborgen, fraude te voorkomen en de belastingplichtigen te motiveren hun aangifteverplichtingen na te komen.
De vrijstelling voor collectieve zorg- en wooninstellingen past in het doel van de belasting omdat de bedoelde verblijfaccommodaties geen concurrentie vormen voor de residentiële woningmarkt. Het zijn collectieve accommodaties met specifieke maatschappelijke doelen zoals zorgverlening aan personen en/of de maatschappij en waar het verblijf een deelaspect of onderdeel is van het ruimere sociale of maatschappelijke doel dat deze instellingen beogen of de zorgen die zij er verstrekken, zodat het niet onredelijk is een vrijstelling te voorzien.
Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2027-2031 te wijzigen.
Juridisch kader
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen;
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.
Financiële gevolgen
De ontvangsten voor 2027 worden geraamd op 200.000 euro.
BESLUIT:
Met 25 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Lisa Buysse), 4 onthoudingen (Dimitri Hoegaerts, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring gaan 'Belasting 2027-2031 op de woningen zonder inschrijving', als volgt:
Artikel 1: Het belastbare voorwerp
Er wordt voor de aanslagjaren 2027 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen gelegen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat waar op 1 januari van het aanslagjaar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister en die in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar effectief werden gebruikt, met uitzondering van de woningen die opgenomen zijn in het register van ongeschikte en onbewoonbare woningen.
Artikel 2: Definities
1) Woning: Elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
Het gaat hier over elke woning, met uitzondering van de woningen die op 1 januari van het desbetreffende aanslagjaar vallen onder één van de volgende categorieën:
- Collectieve zorg- of wooninstelling zoals o.m. ziekenhuizen, rustoorden voor bejaarden, rust- en verzorgingstehuizen, kazernes, internaten, kloosters, opvangcentra of gevangenissen;
- Hotels, jeugdherbergen en panden die stedenbouwkundig vergund zijn voor verblijfsrecreatie;
- Woning opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen of de Vlaamse inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen;
- Woning die als toeristisch logies vergund is en bijgevolg aangemeld bij toerisme Vlaanderen;
2) Effectief gebruik: de woning dient o.a. ingericht te zijn voor gebruik, een verbruik van nutsvoorzieningen te hebben en dient als een redelijk en voorzichtig persoon onderhouden te worden. Effectief gebruik wordt beoordeeld op basis van objectieve elementen, zoals: structureel nutsverbruik, aanwezigheid van meubels, regelmatige toegang…”
3) Geen inschrijving: Op het betrokken adres is geen enkele natuurlijke persoon ingeschreven in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister. Het adres wordt daardoor niet beschouwd als de hoofdverblijfplaats van een persoon.
4) Beveiligde zending: Een aangetekende brief, afgifte tegen ontvangstbewijs of elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten wijze van zending.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de woning waar er op 1 januari van het betrokken jaar geen inschrijving gekend is.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder. Allen zijn hoofdelijk aansprakelijk.
De belasting wordt steeds gevestigd in verhouding tot het aandeel van elk van de belastingplichtigen in de woning indien er meerdere eigenaars zijn zoals blijkt uit de kadastrale legger. In geval dat de woning in onverdeeldheid blijkt tussen meerdere eigenaars zijn allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de volledige belasting.
Artikel 4: Aangifteplicht
Elke belastingplichtige heeft een jaarlijkse aangifteplicht.
Artikel 4.1 Voor belastingplichtigen die een voorstel van aangifte ontvangen:
§ 1. Het voorstel van aangifte moet correct ingevuld en ondertekend voor 31 maart van het aanslagjaar worden teruggestuurd indien:
a. de voorgedrukte gegevens op het voorstel van aangifte foutief en/of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar.
Hieraan wordt toegevoegd:
- vermelding van de juiste gegevens;
- datum van de wijziging;
- bewijsstukken, indien mogelijk.
EN/OF
b. de belastingplichtige zich wenst te beroepen op een vrijstelling.
De belastingplichtige dient hiervoor de nodige bewijsstukken, zoals opgenomen in artikel 6, bij de aangifte te voegen.
§ 2. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte geldt als aangifte. Als de gegevens op het voorstel van aangifte overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, is de belastingplichtige niet verplicht dit formulier terug te sturen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde voorstel van aangifte.
Artikel 4.2 Voor belastingplichtigen die geen voorstel van aangifte ontvingen:
De belastingplichtige dient in deze belasting zelf aangifte te doen uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar. Hij kan een aangifteformulier bekomen op eenvoudig verzoek bij de administratie of via de website van de gemeente Brasschaat.
Artikel 4.3 Indienen van het aangifteformulier:
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend
- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;
- aangetekende post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst debiteuren, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat
Artikel 5: Tarief en berekening
De belasting wordt forfaitair vastgesteld op 1.500,00 euro per woning waar er op 1 januari van het betrokken jaar geen inschrijving gekend is.
De belasting is verschuldigd voor het volledige aanslagjaar, zelfs wanneer de woning in de loop van het aanslagjaar haar belastbare toestand verliest of van eigenaar verandert.
Artikel 6: Vrijstellingen
Van de belasting worden vrijgesteld:
- de woning waarop tijdelijk niemand als hoofdverblijfplaats is ingeschreven en waarvan het bewijs wordt voorgelegd dat zij in het kalenderjaar voorafgaand aan het aanslagjaar gedurende ten minste zes opeenvolgende maanden als hoofdverblijf werd aangewend;
- de woning waar op 1 januari van het aanslagjaar geen inschrijving is in het bevolkings- of vreemdelingenregister door verbouwingswerken mits voorlegging van:
- een omgevingsvergunning waarvan de werken gestart en gemeld zijn aan de gemeente via het omgevingsloket vóór 1 januari van het aanslagjaar. Deze vrijstelling wordt toegekend per aanslag en kan maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren worden verleend, te rekenen vanaf het uitvoerbaar worden van de stedenbouwkundige vergunning/omgevingsvergunning, of
- gerenoveerd wordt zonder vergunningsplichtige werken met een goedgekeurd renovatiedossier. Deze vrijstelling wordt toegekend per aanslagjaar en kan maximaal drie opeenvolgende aanslagjaren worden verleend, te rekenen vanaf goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
Renovatiedossier: een dossier dat ingediend kan worden voor het verkrijgen van een vrijstelling op de heffing als er grote verbouwingswerken aan de woning of gebouw lopende/gepland zijn. Er dient aan minstens 3 van de volgende voorwaarden voldaan te worden:
-vernieuwing van het volledige buitenschrijnwerk;
-vernieuwing van de volledige dakbedekking;
-vernieuwing van de volledige elektrische installatie;
-vernieuwing van de volledige sanitaire installatie (leidingen, toestellen…);
-vernieuwing van de volledige verwarmingsinstallatie (leidingen, ketel…);
-vernieuwing van 60% van de vloerafwerking (chape en vloerbekleding);
-vernieuwing van 60% van de binnenmuurafwerking (bepleistering, gyproc…);
-vernieuwing van 60% van de plafondafwerking (bepleistering, gyproc…).
De aanvraag dient per beveiligde zending of e-mail bezorgd te worden aan de dienst huisvesting en bevat volgende zaken:
- foto’s voor en tijdens de renovatiewerken;
- grondplannen voor en na de renovatiewerken;
- eventueel facturen en goedgekeurde offertes;
- een motivatienota met planning van de werken;
- indien van toepassing: akkoord van de mede-eigenaars.
Het college doet binnen de 60 dagen vanaf de dag na verzending, uitspraak over de aanvraag tot vrijstelling van de heffing.
Om aanspraak te kunnen maken op een vrijstelling dient de vrijstelling steeds voor 31 maart van ieder aanslagjaar te worden aangevraagd via het aangifteformulier, vergezeld van de nodige bewijsstukken. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een controle ter plaatse uitvoeren. Een vrijstelling wordt telkens voor één aanslagjaar toegekend.
Zelfs indien men zich volgens het reglement meerdere aanslagjaren kan beroepen op dezelfde vrijstellingsgrond, moet de vrijstelling, elk aanslagjaar opnieuw aangevraagd worden via het aangifteformulier.
Bij elke aanvraag zal beoordeeld worden of aan de voorwaarde voor vrijstelling voldaan is. De belastingplichtige wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling. Als een vrijstelling wordt toegekend, blijft de woning belastbaar, maar moet de belasting voor dat aanslagjaar, niet betaald worden.
Artikel 7: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8: Ambtshalve vaststelling en bijhorende belastingverhoging
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 4 gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting
ambtshalve worden vastgesteld en ingekohierd, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
De ambtshalve vastgestelde elementen kunnen o.m. gebaseerd zijn op administratieve gegevens, controles ter plaatse en gegevens uit nutsverbruik.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om toepassing te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd, evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk bij het college van burgemeester en schepenen in te dienen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:
- 10% bij een eerste overtreding;
- 40%, 70% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde opeenvolgende overtreding;
- 200% vanaf een vijfde opeenvolgende overtreding.
Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 9: Bezwaarprocedure
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting en de administratieve geldboetes, voorzien in dit reglement, bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;
- aangetekende post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.
Artikel 10.- Procedure
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het gelijknamige Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 11.- Bekendmaking
Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikel 12.- Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2027, onder voorbehoud van de wettelijke bekendmaking overeenkomstig de artikelen 285 tot en met 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Artikel 13.- Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de belasting 2027-2031op de tweede verblijven wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit.
14 Tennisvereniging RUA. Investeringstoelage 2026 vernieuwing tennisvelden. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Tennisclub RUA diende een aanvraag in voor een toelage sportinfrastructuur voor sportclubs: vernieuwing tennisvelden 1 & 2 voor een bedrag van 139.856,69euro inclusief BTW.
Dit betreft het uitbreken van 2 gravelvelden, heropbouw van 2 gravelvelden met drainage en vernieuwde sproeiinstallatie en daarnaast de vernieuwing van 4 verlichtingsmasten met LED verlichting.
In het kader van het vernieuwde toelagereglement diende uitgebreidere financiële informatie opgevraagd te worden; onder ander een meer jarenkasplanning met onderbouwing, zie bijlage C. De documenten werden geanalyseerd en tussen de dienst financiën en TC RUA verder besproken.
De werken werden intussen gerealiseerd.
De meerjarenkasplanning gaat uit van onder andere onderstaande
A) Financiering
Belangrijkste bronnen projectfinanciering:
Eigen financiering: 92.000euro
Investeringstoelage van gemeentebestuur Brasschaat: +/-47.000euro
Algemene financiering
Er is de lopende lening bij financiële instelling waar het gemeentebestuur borg voor staat; de jaarlijkse leninglast bedraagt (+/-13.000euro/jaar). Een andere lening wordt in 2026 wordt afgelost; bij effectieve betaling in 2026 valt dit risico dus weg.
B) ontvangstenposten:
● diverse courante ontvangsten poste met geen specifieke opmerkingen
● lidgelden: 184.000euro - gemiddelde zonder stijging
● verhuurontvangsten en recuperatie kosten door uitbater Clubhuis: 18.000euro
● sponsoring met grote spreiding over aantal sponsors: 30.000euro
C) uitgaven
● geen specifieke opmerkingen bij de courante clubuitgaven
● de club voorziet nog investeringsuitgaven in 2027 en 2028, in het schema opgenomen met eigen financiering
De meerjarige kasplanning (opgegeven tot 2030) is stabiel en positief, het resultaat op kasbasis groeit jaarlijks met verwacht jaarlijks resultaat van +/- 50.000euro.
Openstaand risico:
Gemeentebestuur Brasschaat staat borg voor de lopende lening met openstaand bedrag van +/- 73.000euro (situatie mei 2026).
De uitbetaling van de investeringstoelage wordt uitsluitend toegekend ter ondersteuning van activiteiten die een louter lokaal karakter hebben en die in hoofdzaak gericht zijn op de inwoners van de gemeente Brasschaat. Op basis hiervan wordt vastgesteld dat de in dit reglement bedoelde subsidie geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Adviezen
Advies 26 004 van de sportraad : " De raad van bestuur geeft positief advies inzake de vraag van TC RUA voor een toelage van 46.619,00 euro voor het vernieuwen van de tennisvelden 1 & 2. "
De financieel directeur stelt geen wezenlijke verhoging vast van het risico (voor de lopende lening), de investering werd reeds met eigen middelen voorzien.
Juridisch kader
Decreet lokaal Bestuur dd. 22 december 2017 art 41 lid 2,23° m.b.t. tot de bevoegdheden gemeenteraad: het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad.
Gemeenteraadsbesluit dd. 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.
Gemeenteraadsbesluit dd. 29 juni 2020 met betrekking tot dagelijkse bestuur en visum
Gemeenteraadsbesluit dd. 23 februari 2026, punt 23 Toelagereglement voor rechtstreekse toelagen aan sportverenigingen 2026-2031.
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Regels betreffende de mededinging - Steunmaatregelen van de staten - Artikel 107 , vijf criteria publieke middelen, selectief voordeel, voor een “onderneming” (economische activiteit), economisch voordeel en potentieel effect op EU-handel en concurrentie.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen voor de investeringstoelage zijn:
Uitgave maximum 46.619,00euro
Budgetsleutel 0740 / 6640 0000 Investeringstoelagen sportinfrastructuur
Budget/jaar 2026
Krediet beschikbaar Ja
Visum 2026_55
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de investeringstoelage voor TC RUA (Koninklijke Rua Tennis en Padelclub, Azalealaan, Brasschaat) voor een bedrag van maximum 46.619,00euro voor vernieuwing tennisvelden 1 & 2, sproeiinstallatie en terreinverlichting.
Art.2. De toelage wordt uitbetaald op basis van het bewijs van de uitgevoerde werken en betaalde facturen.
Het bedrag wordt beperkt tot maximum 33% van de projectuitgaven op het geraamde bedrag van 139.856,69 euro inclusief BTW.
Art.3. De activiteiten van een lokale sportvereniging worden beschouwd als niet te vallen onder de verplichtingen van staatssteunregels vermits dit wordt beschouwd als een activiteit met zuiver lokale impact (en dus niet verstorend voor concurrentie / EU-handelsverkeer).
Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Inez Ven Bart Brughmans Carla Pantens Jan Jambon Bruno Heirman Karin Beyers Elke De Maeyer Herman Van Mieghem Joris Van Cauwelaert Robert Geysen Lisa Buysse Sven Simons Kelly D'Haen Erwin Callens Goele Fonteyn Philip Cools Bryan Verhoeven Hedwig van Baarle Lore Fonteyn Adinda Van Gerven Jef Konings Lynn De Vocht Rudi Pauwels Sylvia Lathouwers Tim Willekens An-Sofie Dewinter Linsey De Vooght Dimitri Hoegaerts aantal voorstanders: 24 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
15 Klassiek in 't Groen. Toelage 2026-2031. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hoegaerts is niet tegen dit initiatief maar het onderliggende dossier is volgens hem geen ernstig financieel plan. Er werd gewoon een briefje geschreven. Hij vindt dat men op basis hiervan niet kan besluiten of de 20 000 euro goed besteed werd. Zijn fractie zal zich onthouden.
Beslissing
Feiten en motivering
De vzw Klassiek in 't groen vraagt voor de organisatie van Klassiek in 't Park een toelage aan voor 20.000euro. Het gemeentebestuur ondersteunt deze organisatie reeds verschillende jaren.
Voor toelagen boven 2.500 euro dient een toelagereglement opgesteld te worden; het bepalen van de voorwaarden voor een reglement is de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Juridisch kader
Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake toepassing van de wet van 14 november 1983
betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad.
Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020 inzake "Definitie dagelijks bestuur. Bepaling Visumgrenzen. Goedkeuring."
Verdrag Werking Europese Unie, Artikel 107 met betrekking tot staatssteun, vijf criteria publieke middelen,
selectief voordeel, voor een “onderneming” (economische activiteit), economisch voordeel en potentieel effect op EU-handel en concurrentie.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 20.000 euro, geïndexeerd |
Budgetsleutel | 0712/64930000 Toelage Klassiek In 't groen |
Budget/jaar | Exploitatiebudget 2026 - 2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | 2026_57 |
BESLUIT:
Met 24 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Lisa Buysse), 4 onthoudingen (Dimitri Hoegaerts, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de exploitatietoelage voor een bedrag van 20.000 euro aan
de vzw Klassiek in 't groen voor de organisatie van "Klassiek in 't Park" tijdens de maand augustus, voor de jaren 2026 - 2031.
Art.2. Uiterlijk einde november legt de vzw Klassiek in 't groen een onkostenoverzicht met bewijsstukken voor van de voorbije editie Klassiek in 't Park (Brasschaat) van het betrokken jaar; voor de uitbetaling voor het jaar 2026 worden de bewijsstukken van 2025 aangeleverd.
Art.3-. De uitbetaling kan aangevraagd en uitgevoerd worden vanaf de aanvraag van het evenement in het evenementenloket en mits goedkeuring van de jaarlijkse afrekening.
Art.4. De toelage wordt aangewend voor de algemene productionele en artistieke kosten verbonden aan de organisatie van het concert, inclusief personeelskosten, organisatiekosten en kosten verbonden aan marketing en communicatie die toegewezen kunnen worden aan de editie die plaatsvindt in Brasschaat.
Art.5. Indexering: als basisindex wordt de consumptieprijsindex van december 2025 (100,73) genomen, bij aanpassing in volgende jaren (2027 en volgende) wordt de consumentindex van jaar x-1 vergeleken met de basisindex
Art. 6. Als blijkt dat de toelage werd aangewend voor een ander doel dan datgene waarvoor zij werd toegekend, zal de gemeente het volledige bedrag terugvorderen.
Art.7. Staatssteun: de activiteit wordt beschouwd als niet te vallen onder de verplichtingen van staatssteunregels vermits de organisatie van het zomerconcert wordt beschouwd als een activiteit met zuiver lokale impact (en dus niet verstorend voor concurrentie / EU-handelsverkeer).
16 Voetbalclub OSSMI. Toelage vernieuwing kunstgrasveld 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Voetbalvereniging OSSMI Sport VZW diende een aanvraag in voor een toelage sportinfrastructuur voor sportclubs: vernieuwen kunstgrasmat A-veld voor een bedrag van 285.000,00euro exclusief BTW. De club kan BTW recupereren. De werken werden reeds in het derde kwartaal van 2025 gerealiseerd.
De sportraad gaf, met zijn advies 26 002, van 5 februari 2026 positief advies voor een maximumtoelage van 95.000euro (1/3 van het bedrag).
In het kader van het vernieuwde toelagereglement diende uitgebreidere financiële informatie opgevraagd te worden, onder andere een meerjarenkasplanning met onderbouwing, zie bijlage C.
Voetbalclub OSSMI bezorgde de nodige informatie, onder andere: jaarrekeningen van de voorbije jaren, meerjarenplanning op kasbasis, offerte, facturen en betaalbewijzen. De documenten werden geanalyseerd en tussen de dienst financiën en OSSMI verder besproken.
Vermits alle facturen reeds betaald zijn, wordt hieronder verder uitgegaan van alle betaalde facturen minus creditnota: afgerond 282.929,50euro. Maximum toelage: 1/3 van 282.929,50euro is 94.310euro.
De meerjarenkasplanning gaat uit van onder andere onderstaande
A) Financiering
Belangrijkste projectfinanciering:
Eigen middelen, zonder extra externe lening, 188.620euro
Investeringstoelage gemeentebestuur Brasschaat: 94.310euro (1/3 met eerst prefinanciering door de club)
Investeringstoelage Vlaanderen: er zijn geen middelen van Vlaanderen aangewend.
Er zijn geen andere leningen lopende.
B) Ontvangstenposten
● diverse courante (geïndexeerde) ontvangsten posten met geen specifieke opmerkingen
● eenmalige ontvangsten zoals bv seniorentoernooi: 20.000euro (omzet)
● sponsoring met grote spreiding over aantal sponsors: 25.000euro
C) Uitgavenposten
● diverse courante clubuitgaven
● opgenomen uitgaven voor onderhoud terreinen en gebouwen / "chalet"
● stijgende kosten voor bv. Voetbal Vlaanderen
De meerjarige kasplanning (opgegeven tot 2030) is stabiel en positief. De kasmiddelen per einde jaar liggen tussen de 287.000euro en 300.000euro. Het resultaat van de boekjaren is ongeveer break-even.
Risico:
Vermits:
> de werken reeds volledig zijn uitgevoerd en betaald zijn met eigen middelen;
> uit de meerjarenkasplanning blijkt dat de werking break-even draait;
> er voldoende kasmiddelen zijn;
> er geen lopende leningen zijn,
wordt er een erg laag risico gescoord op niveau van het resultaat van de betoelaging (is het project levensvatbaar) en het voortbestaan van de vereniging.
Staatssteun
De uitbetaling van de investeringstoelage wordt uitsluitend toegekend ter ondersteuning van activiteiten die een louter lokaal karakter hebben en die in hoofdzaak gericht zijn op de inwoners van de gemeente Brasschaat. Op basis hiervan wordt vastgesteld dat de in dit reglement bedoelde subsidie geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Adviezen
De sportraad gaf, met zijn advies 26 002, van 5 februari 2026 positief advies voor een maximumtoelage van 95.000euro (1/3 van het bedrag).
De financieel directeur geeft positief advies voor de uitbetaling op basis van ingediende en betaalde facturen.
Juridisch kader
Decreet lokaal Bestuur dd. 22 december 2017 art 41 lid 2,23° m.b.t. tot de bevoegdheden gemeenteraad: het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad.
Gemeenteraadsbesluit dd. 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.
Gemeenteraadsbesluit dd. 29 juni 2020 met betrekking tot dagelijkse bestuur en visum
Gemeenteraadsbesluit dd. 23 februari 2026, punt 23 Toelagereglement voor rechtstreekse toelagen aan sportverenigingen 2026-2031.
Verdrag Werking Europese Unie, Artikel 107 met betrekking tot staatssteun, vijf criteria publieke
middelen, selectief voordeel, voor een “onderneming” (economische activiteit), economisch voordeel en
potentieel effect op EU-handel en concurrentie.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen voor de investeringstoelage zijn:
Uitgave: op basis van ingediende facturen / creditnota: 94.310euro
Budgetsleutel: 0740 / 6640 0000 Investeringstoelagen sportinfrastructuur
Budget/jaar: 2026
Krediet beschikbaar: Ja
Visum: 2026_56
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de investeringstoelage voor een bedrag van maximum 95.000,00euro voor de aanleg van een kunstgrasveld aan Ossmi Sport VZW.
Art.2. De toelage wordt uitbetaald op basis van het bewijs van de uitgevoerde werken en betaalde facturen
Dit bedrag wordt beperkt tot maximum van 1/3 van de projectuitgaven op het geraamde bedrag van 285.000euro exclusief BTW; vermits alle facturen reeds ontvangen en betaald zijn voor een bedrag van 282.929,50euro exclusief BTW, is het uit te betalen bedrag 94.310euro.
Art.3.- Staatssteun: de activiteiten van een lokale sportvereniging worden beschouwd als niet te vallen onder de verplichtingen van staatssteunregels vermits dit wordt beschouwd als een activiteit met zuiver lokale impact (en dus niet verstorend voor concurrentie / EU-handelsverkeer).
17 Rapportering audit. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
Beslissing
Feiten en motivering
Het decreet Lokaal Bestuur vermeldt dat de algemeen directeur jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau rapporteert over de organisatiebeheersing. Deze rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van het rapport over audits van 2025-2026.
Juridisch kader
Artikel 219 van het decreet lokaal bestuur.
Art.1.- Neemt kennis van de rapportering van audits van 2025-2026.
18 Humanitaire hulp in kader van gewapend conflict Ethiopië. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Aanhoudende gevechten tussen rebellengroepen en de regering in de Tigray- en Amhara-regio treft vele honderdduizenden mensen(schattingen lopen erg uiteen), voornamelijk vrouwen, kinderen en overlevenden van seksueel geweld. En leidt tot de verwoesting van kerninfrastructuur.
In Ethiopië verblijven daarbovenop heel wat vluchtelingen uit omringende landen zoals Soedan. En zorgt aanhoudende droogte in de Oromia-regio voor hongersnood en klimaatvluchtelingen.
Dringendste noden voor meer dan 300.000 mensen:
● Voedsel & water
● Onderdak
● Sanitaire voorzieningen
● Basisgezondheidszorg
● Bescherming tegen gendergerelateerd geweld
Leden Mondiale Raad: er zijn geen leden actief in Ethiopië
Kandidaten: SOS Kinderdorpen, Tearfund, World Food Programme, Caritas, AZG, …
Juridisch kader
MJP 2026-2031
SDG-engagementsverklaring (SDG 17)
Adviezen
De Algemene Vergadering van de Mondiale Raad adviseert om 2.000 euro aan humanitaire hulp te voorzien via het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 2.000 euro, btw inbegrepen (eenmalig) |
Budgetsleutel | 0160/64930920 Toelage humanitaire hulp |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het bieden van humanitaire hulp via het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties in kader van het conflict in Ethiopië. Het vastgelegde bedrag is 2.000 euro.
19 Humanitaire hulp in kader van humanitaire crisis Myanmar. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Een staatsgreep in 2021 en een verwoestende aardbeving in 2025 stortten Myanmar in de ergste humanitaire crisis in hun geschiedenis. Er vinden willekeurige arrestaties plaats, martelingen, gendergerelateerd geweld en er worden kindsoldaten ingezet.
Omwille van etnische vervolging zijn er 1,2 miljoen Rohingya op de vlucht. 12,4 Miljoen mensen krijgen te maken met acute hongersnood. Sinds eind 2026 zijn 4 miljoen mensen ontheemd.
Dringendste noden van +- 16 miljoen mensen:
Voedselzekerheid
Noodopvang
Water & sanitair
Basisgezondheidszorg
Bescherming tegen geweld
Voorlopig geraakt slechts 32% van deze noden gefinancierd.
Leden Mondiale Raad: er zijn geen leden actief in Myanmar
Kandidaten: AZG, Caritas, World Food Programme, Unicef, …
Juridisch kader
MJP 2026-2031
SDG-engagementsverklaring (SDG 17)
Adviezen
De Mondiale Raad adviseert om 2.000 euro aan humanitaire hulp te voorzien, bij voorkeur via Caritas of Unicef.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 2.000 euro, btw inbegrepen (eenmalig) |
Budgetsleutel | 0160/64930920 Toelage humanitaire hulp |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het bieden van humanitaire hulp via Unicef in kader van de humanitaire crisis in Myanmar. Het vastgelegde bedrag is 2.000 euro.
Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Lisa Buysse Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Bruno Heirman Elke De Maeyer Tim Willekens Jef Konings Karin Beyers Joris Van Cauwelaert Robert Geysen Linsey De Vooght Goele Fonteyn Philip Cools Erwin Callens Lynn De Vocht Inez Ven An-Sofie Dewinter Sylvia Lathouwers Jan Jambon Sven Simons Bart Brughmans Lore Fonteyn Herman Van Mieghem Hedwig van Baarle Kelly D'Haen Karina Hans Adinda Van Gerven Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Carla Pantens Lisa Buysse Rudi Pauwels aantal voorstanders: 27 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
20 Aanvraag vermindering specifieke inhaalbeweging Bindend Sociaal Objectief 2026-2042. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Ik zal beginnen met de positieve vaststelling dat de vraag goed geformuleerd en vrij goed onderbouwd is. Dat moet wel want het zal niet zo evident zijn dat dit door “Wonen Vlaanderen” zonder slag of stoot aanvaard wordt. “Proberen gaat mee” zegt de uitdrukking. Die uitdrukking houdt in dat je iets moet proberen of een poging moet wagen, vaak met de implicatie dat je er niets bij verliest door het te proberen. Of we er niets mee verliezen is zeer de vraag. De geloofwaardigheid van het bestuur bijvoorbeeld. Hoe gaan jullie deze actie uitleggen aan mensen die al lang op die ellenlange wachtlijsten staan. Die blijven in de kou staan. Zij zijn de dupe van deze aanvraag. Dat vinden wij alvast een negatieve toets in dit gegeven die wij ten zeerste betreuren.. Tenslotte willen wij erop wijzen dat de huidige saldo van de inhaalbeweging 44 woningen bedraagt terwijl, het in de argumentatie aangehaalde element over de “nieuwe” toestand van de resterende gronden aan “Het Leeg-De Rietbeemden” over 38 woningen gaat. Wat met de vijf overige? Die worden in jullie aanvraag meegenomen alsof het peanuts is. We stellen jullie dan ook de vraag in hoeverre jullie geloof hechten aan deze aanvraag aan het departement “Wonen Vlaanderen”. En een tweede logische vraag luidt als volgt: is er een plan B als jullie vraag naar de prullenmand wordt verwezen?”
Schepen Van Cauwelaert vraagt zich af of ze het goed vinden dat de aanvraag werd gedaan maar ze niet akkoord zijn met de inhoud? Ze kregen de kans om de aanvraag te doen en het leek hen dan ook logisch om dit te doen. De druk op het bouwen binnen de gemeente is al groot. Wanneer er een aanvraag wordt gedaan voor deze woningen en men moet veel bomen kappen, is men ook niet tevreden. Er moeten 325 woningen gecreëerd worden. Men zou oneindig hoog kunnen bouwen, maar dat is zeker niet de intentie van de gemeente. Het is onvoorspelbaar en afwachten nu volgens hem. Er kan voor maximaal 44 woningen een vrijstelling verkregen worden.
Raadslid Pauwels stelt dat hij nu nog niet kan reageren op bomen die eventueel zouden moeten gerooid worden. Hij reageert nu enkel op basis van wat nu voor ligt.
Waarnemend burgemeester Van Gerven vult nog aan dat in de aanvraag werd opgenomen dat we nu al heel intens bevolkt zijn. Het is volgens haar logisch dat de druk van de gemeente wat mag weggenomen worden. Er werd aangevraagd wat haalbaar is en dat zijn 38 woningen. De densiteit van de gemeente, de druk op de mobiliteit, de druk op de leefbaarheid,… iedereen ondervindt het elke dag. Via meerdere kanalen probeert men de druk weg te nemen en dit is daar één van.
Raadslid Pauwels vult nog aan dat ze niet pleiten voor het aansnijden van nieuwe dingen. Hij doelt eerder op sanering of nieuwe mogelijkheden zoeken.
Schepen Van Cauwelaert vult nog aan dat ze volop bezig zijn met de opmaak van een plan van aanpak. Hij kan daar nu nog niet veel over vertellen. Er zal een mooi plan voorgelegd worden waarbij men kijkt naar o.a. bestaande panden en percelen. Er wordt gekeken naar 2042 om de 325 woonentiteiten te ontwikkelen. Er is dus zeker nog tijd om bij te sturen indien nodig.
Als voorzitter van De Voorkempen wil raadslid Callens graag nog een aanvulling doen. Hij kan alleen maar toejuichen dat het gemeentebestuur deze aanvraag doet. Er werd niet met de woonmaatschappijen in overleg gegaan. Ook zij zitten als woonmaatschappij met heel wat vragen. Zij mogen geen extra personeel aannemen maar ze moeten tegen 2042 wel stijgen met 3000 woningen. Hij bedankt het bestuur voor het feit dat ze de aanvraag ingediend hebben.
Raadslid Pauwels vult nog aan dat er een oplossing moet komen voor de lange wachtlijsten die er bestaan.
Raadslid Callens licht toe dat men met de richtlijnen die bestaan tegen 2042 de helft van de wachtlijsten zou kunnen oplossen. Het zal volgens hem altijd onvoldoende zijn.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Het Bindend Sociaal Objectief (BSO) is een door de Vlaamse overheid opgelegde doelstelling die ertoe strekt het aanbod aan sociale huurwoningen op gemeentelijk niveau uit te breiden en evenwichtiger te spreiden over Vlaanderen.
Het eerste BSO liep van 2008 tot en met 2025. Voor gemeenten die hun toenmalige doelstelling niet volledig hebben gerealiseerd, wordt het niet-gerealiseerde aantal sociale huurwoningen opgenomen als een specifieke inhaalbeweging binnen het nieuwe BSO 2026-2042.
De Vlaamse regelgeving bepaalt dat een gemeente, wanneer zij wordt geconfronteerd met manifeste ruimtelijke beperkingen of aan de vastgestelde voorwaarden voldoet, een gemotiveerde aanvraag kan indienen tot gehele of gedeeltelijke vermindering van deze specifieke inhaalbeweging. Op basis van een onderbouwd dossier kan de Vlaamse minister van Wonen beslissen een dergelijke vermindering toe te kennen.
Voor de gemeente Brasschaat werd voor de periode 2026-2042 een bindend sociaal objectief vastgesteld van 325 bijkomende sociale huurwoningen. Dit objectief omvat tevens een specifieke inhaalbeweging van 44 sociale huurwoningen, die voortvloeit uit het niet volledig realiseren van de doelstelling van het vorige BSO.
Met voorliggend dossier vraagt de gemeente Brasschaat een vermindering van deze specifieke inhaalbeweging aan. De aanvraag is gebaseerd op manifeste ruimtelijke beperkingen die zich sinds de vaststelling van het vorige BSO hebben voorgedaan, meer bepaald het wegvallen van de ontwikkelingssite Het Leeg-Rietbeemden als gevolg van de aanduiding als Watergevoelig Openruimtegebied. Hierdoor is een aanzienlijk deel van de geplande sociale wooncapaciteit definitief niet meer realiseerbaar.
Juridisch kader
De Vlaamse Codex Wonen en de uitvoeringsbesluiten betreffende het Bindend Sociaal Objectief.
De bepalingen inzake het Bindend Sociaal Objectief 2026-2042 zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering.
Het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Bindend Sociaal Objectief 2026-2042, waarin is bepaald dat gemeenten onder bepaalde omstandigheden een gemotiveerde aanvraag kunnen indienen tot vermindering van de specifieke inhaalbeweging wanneer objectieve ruimtelijke of beleidsmatige omstandigheden de realisatie van de opgelegde doelstelling onmogelijk of disproportioneel bemoeilijken.
De regelgeving betreffende de aanduiding van Watergevoelige Openruimtegebieden (WORG).
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid de bepalingen betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Adviezen
De dienst Wonen adviseert om de bijgevoegde nota betreffende de aanvraag tot vermindering van de specifieke inhaalbeweging binnen het Bindend Sociaal Objectief 2026-2042 goed te keuren en over te maken aan Wonen in Vlaanderen.
De aanvraag steunt op de volgende argumenten:
● het wegvallen van 38 sociale huurwoningen door de aanduiding van Het Leeg-Rietbeemden als Watergevoelig Openruimtegebied;
● de fundamenteel gewijzigde ruimtelijke context sinds de vaststelling van het vorige BSO;
● de beperkte resterende ontwikkelingscapaciteit op het gemeentelijk grondgebied;
● de aantoonbare inspanningen die de gemeente heeft geleverd om haar sociale woonopgave te realiseren;
● het blijvende engagement van het gemeentebestuur om de nieuwe BSO-taakstelling maximaal te realiseren.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT:
Met 27 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Dimitri Hoegaerts, Philip Cools, Jan Jambon, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Tim Willekens), 2 onthoudingen (Rudi Pauwels en Lisa Buysse).
Art.1.- De gemeenteraad neemt kennis van het schrijven aan Wonen in Vlaanderen in verband met de aanvraag voor de vermindering van de specifieke inhaalbeweging van het BSO 2026-2042.
Art.2.- De gemeenteraad geeft goedkeuring voor de verzending van de aanvraag voor de vermindering van de specifieke inhaalbeweging van het BSO 2026-2042 aan Wonen in Vlaanderen.
21 Kerkedreef 10. Huize Maria vzw. Goedkeuring addendum verlenging overeenkomst. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Huize Maria draagt de kosten van deze verbouwing. De huurprijs is in 2022 vastgesteld op € 600 per maand en wordt geïndexeerd. Blijf die ongewijzigd?”
Schepen Brughmans licht toe dat de huurprijs niet aangepast wordt op basis van deze vraag. Voor de indexering moet hij nakijken wat er opgenomen werd in het contract.
Beslissing
Feiten en motivering
In zitting van 24 oktober 2022 heeft de gemeenteraad goedkeuring gehecht aan de overeenkomst tussen de gemeente en Thuisverpleging Huize Maria vzw (hierna: "Huize Maria") betreffende het gebruik van de lokalen aan de Kerkedreef 10 te Brasschaat.
Aanpassingswerken Kerkdreef 10
Op 25 maart 2026 werd de dienst administratie patrimoniumbeheer gecontacteerd door architect Hans De Beenhouwer. In opdracht van vzw Huize Maria, die het gebouw huurt aan de Kerkedreef 10, wordt het college verzocht om interne aanpassingswerken in de gehuurde lokalen goed te keuren. De aanpassingswerken zijn noodzakelijk, gelet op de vereisten van het RIZIV voor het aanbieden van meerdere disciplines in het kader van het Interfederaal Plan Geïntegreerde Zorg, waarbij naast de huidige verpleegpost ook spoedig een flankerende dienstverlening dient ingericht te worden door opstart van minstens één dokter. De aanpassingen aan de lokalen zijn niet vergunningsplichtig.
De werken hebben als doel herinrichting tot wijkgezondheidscentrum met drie kabinetten en onthaal
en omvatten voornamelijk volgende aanpassingen:
- plaatsen bijkomende muren in gipsplaat
- beperkte aanpassingen elektriciteit en verlichting
Het verzoek kadert in de bepaling van de huurovereenkomst die stelt:
"Aan het goed mogen geen veranderings- of verbeteringswerken uitgevoerd worden tenzij nadat het college van burgemeester en schepenen hiervoor een schriftelijke toestemming heeft verleend."
De plannen in bijlage werden voorgelegd aan Jan Peeters, diensthoofd facilitair beheer. Hiervoor wordt positief advies verleend. Van de gemeente wordt geen financiële bijdrage gevraagd.
Het college van burgemeester en schepenen hechtte in zitting van 18 mei 2026 goedkeuring aan de aanpassingswerken, op voorwaarde dat:
● bij oplevering van de werken aan de gemeente een postinterventiedossier overhandigd wordt, inclusief alle nodige (blanco) keuringen van de installaties
● de kosten volledig door de gebruiker gedragen worden
● toegestaan wordt dat Jan Peeters als vertegenwoordiger van de gemeente als eigenaar toezicht op de werken houdt en het proces-verbaal van oplevering van de werken mee goedkeurt
De werken werden aangevat van zodra de goedkeuring door het college verleend werd, zodat de aannemer tijdig de werken kan afronden voor de eindtermijn van 1 juli 2026 die opgelegd werd door het RIZIV.
De werken zijn in afrondingsfase en worden conform uitgevoerd, zoals ter plaatse vastgesteld door Jan Peeters.
Verlenging Kerkedreef 10
De overeenkomst kent een looptijd tot en met 31 oktober 2031. Gelet op de geraamde kostprijs van de aanpassingen van 56.176,87 euro (exclusief btw), verzoekt de vzw per e-mail van de heren Sven Simons en Frederik Looten van 7 mei 2026 om een verlenging van de overeenkomst. Er wordt voorgesteld om te verlengen met een termijn 4 jaar, dus tot 31 oktober 2035. Deze termijn is voldoende afgestemd en in verhouding tot de financiële kost van de aanpassingswerken en de toekomstvisie van de vzw met betrekking tot herlocalisatie. Het college van burgemeester en schepenen heeft hiervoor principiële goedkeuring verleend aan het addendum in bijlage, opgemaakt door de dienst administratie patrimoniumbeheer. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan het addendum.
Juridisch kader
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikels 330 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Het gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020 betreffende de definitie van het dagelijks bestuur.
Artikel 279 betreffende de ondertekening van de reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad, en alle andere stukken of briefwisseling die specifiek betrekking hebben op de gemeenteraad.
Artikel 281 betreffende de overdracht van bevoegdheid tot ondertekening van de voorzitter aan een of meer leden van de gemeenteraad.
Adviezen
Positief advies van Jan Peeters, diensthoofd facilitair beheer.
In zitting van 18 mei 2026 heeft het college goedkeuring gehecht aan de aanpassingswerken en principiële goedkeuring gehecht aan addendum 1 aan de overeenkomst.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen. De aanpassingswerken zijn ten laste van de gebruiker.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het addendum 1 met betrekking tot de aanpassingswerken en verlenging van de huurovereenkomst tot en met 31 oktober 2035 voor het gebruik van de lokalen aan de Kerkedreef 10 te Brasschaat door vzw Huize Maria.
Art.2.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de overdracht van de bevoegdheid tot ondertekening van het addendum van de voorzitter van de gemeenteraad aan de burgemeester.
22 Mikseheide. De Philippen Aard 3. Overdracht gronden openbaar domein. Goedkeuring akte grondafstand. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
In zitting van 26 mei 2011 werd het RUP Mikseheide definitief goedgekeurd door de gemeenteraad. In
uitwerking van dit RUP werd een onteigeningsplan met bijhorende schatting door Geomodus cvba opgemaakt voor overdracht van de delen van percelen in privaat eigendom die zich in de wegbedding bevinden. Om deze situatie juridisch recht te zetten, werd het proces opgestart waarbij aan de betreffende eigenaars een verbintenis tot overdracht werd voorgelegd, die heden als basis voor opmaak van de akte tot overdracht gelden.
In zitting van 23 mei 2011 heeft het college van burgemeester en schepenen haar principiële
goedkeuring verleend met betrekking tot de verbintenissen tussen de gemeente Brasschaat en
eigenaars in het kader van overdracht van gronden naar openbaar domein, met name de wegbedding.
In zitting van 26 mei 2011 heeft de gemeenteraad goedkeuring verleend voor het aangaan van deze
verbintenissen.
Voor inneming 32 gelegen aan De Philippen Aard 3 werd een ontwerpakte van wegenisoverdracht opgesteld.
Op 8 juni 2026 werd van notaris Jennifer De Weggheleire, geassocieerd notaris te Brecht, handelend voor rekening van de BV “Luc Bracke en Jennifer De Weggheleire, geassocieerde notarissen” met zetel te Brecht, Handelslei 33, de ontwerpakte van kosteloze grondafstand ontvangen.
Deze grondafstand gebeurt om reden van openbaar nut en zonder beding van prijs. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan deze ontwerpakte van wegenisoverdracht.
Juridisch kader
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel
40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikels 330 tot en met 334
betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en
latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Artikel 279 betreffende de ondertekening van de reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad, en alle andere stukken of briefwisseling die specifiek betrekking hebben op de gemeenteraad.
Artikel 281 betreffende de overdracht van bevoegdheid tot ondertekening van de voorzitter aan een of meer leden van de gemeenteraad.
Adviezen
Het college hechtte in zitting van 15 juni 2026 principiële goedkeuring aan de ontwerpakte.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de ontwerpakte in bijlage betreffende de kosteloze grondafstand - afstand te verlijden door notaris Jennifer De Weggheleire te Brecht ter hoogte van De Philippen Aard 3 te Brasschaat van 158,42 m² naar het openbaar domein op basis van het onteigeningsplan, opgemaakt door Geomodus cvba op 30 november 2015. De ontwerpakte maakt integraal deel uit van onderhavig besluit.
Art.2.- Er wordt goedkeuring gehecht aan opname van betreffende gronden tot het openbaar domein.
Art.3.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de overdracht van de bevoegdheid tot ondertekening van de authentieke akte van de voorzitter van de gemeenteraad aan de burgemeester.
23 Subsidiereglement 'fietsinfrastructuur voor reca'. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
In Brasschaat kan de recreatieve fietser via het fietsknooppuntennetwerk zijn weg vinden. Langs dit netwerk liggen verschillende restaurants en cafés (reca) die dagelijkse de recreatieve fietser ontvangen in hun zaak.
De dienst TEO stelt voor om in te zetten op verbetering van het comfort en voorzieningen voor de recreatieve fietser door middel van een subsidiereglement voor lokale ondernemers.
Deze actie sluit aan op het meerjarenplan;
● SD 4 - Brasschaat kwaliteitsvol wonen en werken
● BD BD 4.2 We versterken onze lokale en sociale economie
● AP 04.02.02 Via toeristische acties vergroten we de aantrekkingskracht Brasschaat en onze handelaars en horeca
● A 04.02.02.03. We optimaliseren het wandel- en fietstoerisme (aanbod, faciliteiten, promotie) met 2 acties per jaar
Juridisch kader
De voorgenomen steunmaatregel kan onder het toepassingsgebied vallen van artikel 107, lid 1 VWEU
inzake staatssteun. Overeenkomstig Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13
december 2023 worden steunbedragen tot € 300.000 over drie belastingjaren per onderneming niet
als staatssteun beschouwd. Deze maatregel wordt toegepast binnen de geldende Vlaamse en lokale
regelgeving. De begunstigde legt een verklaring op eer af waaruit blijkt dat het de-minimisplafond niet
wordt overschreden, en de overheid verzekert de nodige registratie en controle.
De steun wordt toegekend met naleving van de voorwaarden van de voormelde deminimisverordening.
Adviezen
Juridische dienst: gunstig
Financiële dienst: gunstig, gemeenteraad
Infrastructuur: gunstig (Laadpalen voor fietsers hebben een zeer klein vermogen (0.1 kVA) ten
opzichte van laadpalen voor auto’s (11 kVA). Het zou dus geen probleem zijn om laadpalen voor
fietsers bij te plaatsen op het net in Brasschaat. Fluvius gaf ook mee dat de aanvrager zelf een
aansluiting moet aanvragen bij Fluvius om het laadpunt te kunnen voeden en dat dit eventueel ook
mogelijk was via een stopcontact op de gevel, aangesloten op gebouw.)
Financiële gevolgenDe financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | 8000 euro, btw inbegrepen (eenmalig) |
Budgetsleutel | 61490000/0521 – acties toerisme |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt goedkeuring gegeven aan het subsidiereglement 'fietsinfrastructuur voor reca':
Artikel 1 - Doel
Gemeente Brasschaat biedt een gesubsidieerde ondersteuning voor initiatieven die de fietsvriendelijkheid en het comfort voor recreatieve fietsers verhogen.
Artikel 2 - Begunstigden
De vraag tot subsidie kan enkel uitgaan van een uitbater van reca gelegen op;
○ het grondgebied van Brasschaat
○ het fietsknooppuntennetwerk zoals bestaande in april 2026
○ max. 500 meter van het fietsknooppuntennetwerk zoals bestaande in april 2026
Onder reca verstaan we alle ondernemingen of uitbaters die als hoofdactiviteit het ter plaatse of voor verbruik elders verstrekken van maaltijden, dranken of lichte versnaperingen aanbieden aan het publiek, met inbegrip van restaurants, cafés, brasseries, snackbars, tearooms, broodjeszaken en gelijkaardige handelszaken.
Artikel 3 – Staatssteun
De toegekende subsidie valt onder toepassing van de Verordening (EU) 2023/2831 inzake deminimissteun. De steun verleend op basis van dit reglement geldt als de-minimissteun en wordt geacht geen staatssteun te zijn in de zin van artikel 107, lid 1 VWEU, voor zover de voorwaarden van deze verordening worden nageleefd. Het totaalbedrag aan de-minimissteun dat aan één onderneming wordt verleend mag over een periode van drie jaar het plafond van € 300.000 niet overschrijden. De subsidie kan enkel worden toegekend nadat de aanvrager een verklaring op eer heeft ingediend waarin alle ontvangen de-minimissteun van de afgelopen drie jaar wordt vermeld.Indien blijkt dat door de toekenning van de subsidie het toepasselijke plafond wordt overschreden:
○ wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd, of
○ indien reeds toegekend: geheel of gedeeltelijk teruggevorderd
De begunstigde verbindt zich ertoe:
○ alle relevante informatie correct mee te delen
○ de steun te aanvaarden onder het de-minimiskader
De gemeente registreert de toegekende steun overeenkomstig de toepasselijke Europese en nationale verplichtingen. De gemeente kan controles uitvoeren. Onjuiste verklaringen of nietnaleving leiden tot:
○ weigering
○ terugvordering van de subsidie
Artikel 4 – Initiatieven
De initiatieven die onderwerp zijn van de subsidie verhogen de fietsvriendelijke ervaring en het comfort van recreatieve fietsers. Dit kunnen kleinschalige investeringen of hulpmiddelen zijn
zoals:
○ laadpaal voor elektrische fietsen
○ fietsherstelzuil
○ fietsenstalling
○ folderhouder met fietsroutes
○ signalisatie "fietsers welkom"
Volgende initiatieven komen niet in aanmerking voor de subsidie:
○ voorzieningen in een privégedeelte dat niet toegankelijk is voor de klanten;
○ aankopen die zijn verricht en werken die zijn uitgevoerd vóór de datum van de 1 juli 2026
○ de aankoop van fietsen en e-bikes.
Artikel 5 - Modaliteiten van de subsidie
○ Maximaal 60% van de projectkost kan gesubsidieerd worden.
○ Per onderneming wordt een maximale subsidie van 2500 euro toegekend.
○ Het project dient gerealiseerd te worden binnen de 3 maanden na goedkeuring.
○ De subsidie wordt toegekend binnen de perken van de daartoe op het budget van het gemeentebestuur Brasschaat goedgekeurde kredieten en overeenkomstig de bepalingen van dit reglement. Indien het beschikbaar budget het gemeentebestuur Brasschaat ontoereikend zou blijken om alle ingediende dossiers die voldoen aan de voorwaarden te honoreren, wordt de maximaal toe te kennen subsidie herrekend op basis van het aantal goedgekeurde projecten en het beschikbare budget.
○ De ingediende kosten zijn excl. btw en dienen op een formele offerte aangetoond te worden.
Artikel 6 - Aanvraagprocedure
Het aanvraagformulier "fietsinfrastructuur reca" dient volledig ingevuld ingediend te worden via de website van de gemeente. Bijkomstig dient men een verklaring op eer te bezorgen. Dit betekent dat de aanvrager moeten verklaren dat ze niet meer dan € 300.000 de-minimissteun hebben ontvangen op het moment van de toekenning van deze steun in de afgelopen 3 jaar. Enkel digitaal verzonden aanvragen kunnen worden goedgekeurd. Er is 1 aanvraagronde waarbij een aanvraagformulier kan ingediend worden. De uiterlijke aanvraagdatum voor de subsidie is 31 oktober 2026. Een aanvraag kan men doen tussen 1 juli en 31 oktober 2026.De uiterlijke realisatietermijn is 28 februari 2027.
Artikel 7 - Beoordelingsprocedure
Elke aanvraag wordt afgetoetst aan de toepassingsvoorwaarden van het reglement. Bij de beoordeling van ingediende projecten worden volgende criteria gehanteerd:
○ De voorgestelde investering vindt plaats binnen de grenzen van Brasschaat;
○ De voorgestelde investering verhoogt de fietsvriendelijke ervaring of het comfort van recreatieve fietsers;
○ De voorgestelde investering gaat uit van een uitbater reca op het grondgebied van
Brasschaat gelegen op het fietsknooppuntennetwerk of op 500 m van dit fietsknooppuntennetwerk. Gemeente Brasschaat kan bijkomende informatie opvragen of een plaats bezoek afleggen.
Artikel 8 - Betalingsmodaliteiten
Het subsidiebedrag wordt zo snel mogelijk uitbetaald na definitieve realisatie van het initiatief en na het indienen van de noodzakelijke bewijsstukken.De subsidie wordt overgeschreven op de door de aanvrager vermelde bankrekening. Indien de werkelijk betaalde prijs voor de realisatie van de investering lager ligt dan het toegekende subsidiebedrag op basis van de raming, dan zal de subsidie verminderd worden op basis van de bewijsstukken aangetoonde reële prijs. De uiterlijke uitbetalingstermijn is 28 februari 2027.
Artikel 9 - Verantwoordingsprocedure
De aanvrager is ertoe gehouden om:
○ de subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor ze werd toegekend, binnen de uiterlijke realisatietermijn;
○ de gemeente Brasschaat toegang te verlenen tot de infrastructuur en inzage te geven in alle relevante stukken om ter plaatse de correcte aanwending van de toegekende subsidie te kunnen controleren;
○ de noodzakelijke vergunningen aan te vragen en te verkrijgen indien investeringen vergunning plichtig zijn. De toekenning van deze subsidie houdt geen enkele garantie in met betrekking tot het bekomen van de noodzakelijke vergunningen.
○ De investering of hulpmiddel dient min 2 jaar op de locatie aanwezig te blijven. De aanvrager zorgt voor de goede werking van de investering of hulpmiddel. De aanvrager dient de volgende bewijsstukken aan gemeente Brasschaat te bezorgen:
○ een financiële afrekening van de totale uitgaven aan de hand van het voorbestemd invuldocument, incl. kopieën van facturen voor het ingediende bedrag en betalingsbewijzen. De ingediende facturen zijn opgesteld op naam van de eigenaar of de exploitant van de reca. De facturen zijn voldoende specifiek.
○ fotomateriaal dat de gerealiseerde investeringen illustreert.
Alle finale bewijsstukken moeten voor 5 februari 2027 bezorgd worden. Dit dient te gebeuren
per mail naar ondernemen@brasschaat.be
Artikel 10 - Sancties
De subsidies worden voorwaardelijk toegekend. De gemeente Brasschaat kan de hieronder vermelde sancties opleggen indien de subsidieaanvrager:
○ een of meerdere bepalingen van dit reglement niet naleeft;
○ de voorgeschreven termijnen voor het indienen van de bewijsstukken niet naleeft.
De volgende sancties kunnen afzonderlijk of cumulatief worden uitgevaardigd:
○ een gedeeltelijke uitbetaling van de subsidie;
○ de stopzetting van de uitbetaling van de toegekende subsidie;
○ de uitsluiting van de subsidieaanvrager voor verdere subsidiëring in het kader van dit reglement;
○ terugvordering van de subsidie.
Artikel 11 - Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.
Artikel 12 - Contact
Met vragen over een projectdossier kan de aanvrager terecht bij de dienst toerisme, evenementen en ondernemen. Per mail ondernemen@brasschaat.be, of telefonisch 03 650 29 30
24 EVA vzw Cultuurhuis Brasschaat: steminstructies agenda algemene vergadering van 30 juni 2026. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
De gemeente is lid van het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap vzw Cultuurhuis Brasschaat. Bij gemeenteraadsbesluit van 28 april 2025 werd mevrouw Carla Pantens aangeduid als afgevaardigde namens de gemeente Brasschaat in de algemene vergadering.
Het decreet lokaal bestuur bepaalt dat de afgevaardigde in de algemene vergadering van vzw Cultuurhuis Brasschaat handelt overeenkomstig de instructies van de gemeenteraad. Dit betekent dat de gemeenteraad kennis moet nemen van de agenda van deze algemene vergadering en aan de afgevaardigde steminstructies moet geven.
Het bestuursorgaan van het vzw Cultuurhuis Brasschaat laat weten dat een algemene vergadering zal plaatsvinden op dinsdag 30 juni 2026 met als agendapunten:
Juridisch kader
Artikel 246 van het decreet lokaal bestuur welke de bevoegdheid van de gemeenteraad regelt met
betrekking tot de vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.
Statuten van de vzw Cultuurhuis Brasschaat van 11 juni 2025 (BS 14.01.2026)
Samenwerkingsovereenkomst EVA vzw Cultuurhuis Brasschaat 2026-2031.
Financiële gevolgen
Budget voor de toelage van de EVA vzw Cultuurhuis Brasschaat is voorzien in de Meerjarenplanning 2026-2031.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De dagorde van de algemene vergadering van EVA vzw Cultuurhuis Brasschaat van 30 juni 2026 en de daarbij horende documenten worden goedgekeurd.
Art.2.- Geeft opdracht aan zijn afgevaardigde, mevrouw Carla Pantens, schepen van cultuur en
voorzitster van de v.z.w. Cultuurhuis Brasschaat om deze vergadering van 30 juni
2026 namens de gemeente met stemrecht bij te wonen en wordt opgedragen er te handelen in
overeenstemming met de instructies van de gemeenteraad.
25 ILV Sportregio Antwerpse Kempen. Goedkeuring gewijzigde samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk reglement. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Met de opmaak van de Meerjarenplanning werd bij alle 8 gemeenten die lid zijn van de ILV Sportregio
Antwerpse Kempen, akkoord gegaan met de verdubbeling van de regiobijdrage om zo de werking
opnieuw te kunnen optimaliseren. De regiobijdrage werd in 2015 opgetrokken van 0.025 naar 0.05 euro per inwoner en ligt nu vast op 0,1 euro per inwoner.
Dit moet ook aangepast worden in de samenwerkingsovereenkomst. Omdat deze nog dateerde van
2015 werd zowel de samenwerkingsovereenkomst als het huishoudelijk reglement grondig nagekeken
en aangepast aan de huidige werking. Deze gewijzigde samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk
reglement zijn toegevoegd in bijlage.
Juridisch kader
In de gemeenteraad van 23 februari 2015 werd de laatst gewijzigde overeenkomst en huishoudelijk
reglement van de ILV Sportregio Antwerpse Kempen goedgekeurd.
Op de AV van de ILV Sportregio Antwerpse Kempen van 6 mei 2026 werden de nieuwe
samenwerkingsovereenkomst en huishoudelijk reglement goedgekeurd en deze worden nu door elke
gemeente ter goedkeuring voorgelegd aan de Gemeenteraad volgens artikel 12 van de
samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 395 van het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 behandelt de bepalingen rond de
oprichting van de interlokale vereniging.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | 4.000 euro, btw inbegrepen (eenmalig/jaarlijks) |
Budgetsleutel | 0741/61500060/ bijdrage werking sportregio |
Budget/jaar | Exploitatie |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de gewijzigde samenwerkingsovereenkomst en het gewijzigde huishoudelijk reglement van de ILV Sportregio Antwerpse Kempen, zoals opgenomen in bijlage.
26 Goedkeuring rekening en werkingsverslag 2025 ILV Sportregio Antwerpse Kempen. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Met het besluit van 8 mei 2007 werd goedkeuring gegeven aan de heraansluiting bij de ILV Sportregio Antwerpse Kempen en dient ieder jaar de rekening en het werkingsverslag goedgekeurd te worden door de gemeenteraad.
Vanuit het college van burgemeester en schepenen van 8 juni 2026 werden geen opmerkingen geformuleerd bij de rekening en het werkingsverslag voor het dienstjaar 2025 van de interlokale vereniging Sportregio Antwerpse Kempen.
Juridisch kader
Artikel 13 van de samenwerkingsovereenkomst van de ILV Sportregio Antwerpse Kempen stelt dat de
rekening en het werkingsverslag ieder jaar door de gemeenteraad van de deelnemende gemeenten goedgekeurd moet worden.
Adviezen
De raad van bestuur van de Sportraad heeft positief advies gegeven op 1 juni 2026.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Hecht goedkeuring aan de rekening en het werkingsverslag 2025 van de ILV Sportregio Antwerpse Kempen.
27 Toelagereglement gebruik niet gemeentelijke sportzalen 2026-2031. Goedkeuring aanpassing. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
In de gemeenteraad van 23 februari 2026 is het toelagereglement gebruik niet-gemeentelijke sportzalen 2026-2031 goedgekeurd.
Er wordt voorgesteld om het volgende aan te passen in dit toelagereglement:
Onder Art. 3 - subsidiebedrag:
Wanneer het totaal van de subsidieaanvragen het ingeschreven krediet in de begroting overtreft, zal via een budgetwijziging het budget verhoogd worden.
Deze zin dient als volgt aangepast te worden:
Alle uitgaven worden uitgevoerd binnen het vastgestelde budget. Wanneer een aanvraag dit budget overschrijdt, moet eerst een aanpassing van het meerjarenplan door de gemeenteraad worden goedgekeurd.
Juridisch kader
Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen. Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad).
Gemeenteraadsbesluit van 23 februari 2026 inzake de toelage voor het gebruik van niet-
gemeentelijke sportzalen 2026-2031.
Adviezen
De raad van bestuur sportraad heeft op 7 mei 2026 positief advies gegeven inzake de aanpassing in het toelagereglement gebruik niet-gemeentelijke sportzalen 2026-2031.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | 2026: 18.000,00 euro, btw inbegrepen |
Budgetsleutel | 740/64930440/Toelagegebruik niet-gemeentelijke sportinfrastructuur |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 en volgende |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Enig artikel: - Er wordt goedkeuring gehecht aan het aangepaste toelagereglement gebruik niet-gemeentelijke sportzalen 2026-2031:
Art.1 - omschrijving
Het gemeentebestuur kan aan erkende Brasschaatse sportverenigingen een subsidie toekennen als tussenkomst in de huurkosten van niet-gemeentelijke sportzalen op het grondgebied van Brasschaat.
Op een lijst in bijlage zullen de niet-gemeentelijke sportzalen die in aanmerking komen opgesomd worden. Deze lijst wordt jaarlijks samengesteld door de raad van bestuur van de sportraad.
Art. 2 - subsidiëringsvoorwaarden
Een financiële tussenkomst voor het huren van niet-gemeentelijke sportzalen is onderworpen aan de hiernavolgende voorwaarden:
● de aanvragende sportvereniging moet erkend zijn door het gemeentebestuur, d.w.z. aangesloten zijn bij de gemeentelijke sportraad;
● de vereniging zorgt ervoor dat alle gegevens die verband houden met de erkennings- en subsidiëringsvoorwaarden op de zetel voorhanden zijn in het Nederlands en stelt die ter beschikking voor toezicht door de administratie;
● de vereniging erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten;
● de aanvragende sportvereniging moet openstaan voor iedere Brasschaatse inwoner;
● de zetel van de betreffende sportvereniging is gevestigd in de gemeente Brasschaat;
● de vereiste infrastructuur is niet meer beschikbaar binnen de gemeentelijke sportinfrastructuur op hetzelfde moment.
Een sportvereniging die afwezig geweest is tijdens twee opeenvolgende algemene vergaderingen van de sportraad heeft bij de eerstvolgende toekenning van toelagen voor gebruik niet-gemeentelijke sportzalen slechts recht op 50% van het haar toegekende subsidiebedrag.
Art. 3 - subsidiebedrag
De huursubsidie wordt bepaald op basis van de betaalde huurgelden aan niet-gemeentelijke sportzalen van het afgelopen werkingsjaar. Als referteperiode voor het werkingsjaar geldt de periode
van 1 juli tot en met 30 juni.
Het subsidiebedrag komt overeen met een maximaal bepaald prijsverschil tussen de huurgelden van gemeentelijke sportzalen en niet-gemeentelijke sportzalen:
● voor sporthallen wordt er maximum tot 6,00 euro per uur prijsverschil terugbetaald;
● voor turnzalen wordt er tot maximum 3,00 euro per uur prijsverschil terugbetaald;
● bovenstaande maximum bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
Daarbij worden de door de vereniging betaalde huurgelden van niet-gemeentelijke sportzalen van het afgelopen werkingsjaar vergeleken met de geldende huurprijzen van gemeentelijke sportzalen van het afgelopen werkingsjaar.
Alle uitgaven worden uitgevoerd binnen het vastgestelde budget. Wanneer een aanvraag dit budget overschrijdt, moet eerst een aanpassing van het meerjarenplan door de gemeenteraad worden goedgekeurd.
Art. 4 - procedure
De sportvereniging dient de subsidie aan te vragen bij de gemeentelijke sportdienst via het daartoe bestemde aanvraagformulier. Het ingevulde aanvraagformulier en de verantwoordingsstukken moeten ten laatste op 30 september ingediend worden.
Bij het aanvraagformulier moeten volgende verantwoordingsstukken gevoegd worden:
● detailfactuur van de huurkosten van niet gemeentelijke sportzalen van het betreffende werkingsjaar;
● officieel bewijsstuk van betaling van het huurgeld voor desbetreffend seizoen op naam van de aanvragende sportvereniging. Dit bewijs moet ondertekend worden door de verantwoordelijke(n) van de desbetreffende niet-gemeentelijke sportzalen;
● rekeningnummer van de aanvragende sportvereniging waarop de subsidie kan gestort worden.
Het ingevulde aanvraagformulier en verantwoordingsstukken moeten elektronisch of per post verstuurd worden of persoonlijk door een afgevaardigde van de sportvereniging bij de gemeentelijke sportdienst worden binnengebracht en dit ten laatste op 30 september. Hiervoor krijgt men een bewijs
van afgifte. De datum vermeld op het afgeleverde ontvangstbewijs of de poststempel geldt als bewijs.
Art. 5 - subsidiëringsmodaliteiten
De toegekende subsidie is niet cumuleerbaar met andere financiële tegemoetkomingen met hetzelfde doeleinde.
Art. 6 - uitvoering en toekenning van de subsidie
De toekenning van de subsidie gebeurt door het college van burgemeester en schepenen op advies van de sportraad. De subsidie zal jaarlijks worden uitgekeerd per overschrijving voor alle goedgekeurde aanvragen die uiterlijk op 30 september zijn ingediend bij de gemeentelijke sportdienst.
Art. 7 - aanvaarding controle
Door ondertekening van het aanvraagformulier aanvaardt de aanvrager elke controle van het gemeentebestuur in verband met de aangevraagde toelage. Het afleggen van onjuiste verklaringen kan leiden tot uitsluiting van deze tussenkomst. Indien de toelage reeds uitgekeerd is, kan ze teruggevorderd worden.
Art. 8 - inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op datum van goedkeuring door de gemeenteraad.
Bijlage toelagereglement gebruik niet gemeentelijke sportzalen
Lijst van sportzalen waarvoor erkende sportverenigingen een tussenkomst in de huurprijzen kunnen aanvragen:
Sporthallen/sportzalen
● sporthal KTA
● sporthal Sport Vlaanderen Brasschaat
● sportzaal St. Michielscollege
● sporthal KA
● sporthal Mater Dei Instituut
Turnzalen
● turnzaal Mater Dei Bethanie
● turnzaal Mater Dei Centrum
● turnzaal Mater Dei Instituut
● turnzaal Mater Dei Maria-ter-Heide
● turnzaal Mater Dei Zegersdreef
● turnzaal Basisschool De Vlinder
● turnzaal KTA (1ste verdieping sporthal)
● turnzaal GO! Wonderwijs
● turnzaal Freinetschool Het Toverbos
● turnzaal KA middelbaar onderwijs
● turnzaal Steinerschool De Wingerd
28 Oprichting en statuten van het Lokaal Samenwerkingsverband Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“In de statuten staat niets over de handhaving en monitoring. Op de algemene commissie kregen we een presentatie. 1 van de slides vermelde die “handhaving en monitoring”. Ze zou mogelijk georganiseerd worden door het intergemeentelijk BOA-project Brecht of via de formele bestaande intergemeentelijke samenwerking BisCuit. Onze voorkeur gaat naar het intergemeentelijk BOA-project Brecht omdat BisCuit haar eigen specifieke werking heeft en hiermee niet belast moet worden. Moet dit item handhaving en monitoring niet opgenomen worden in de statuten met een verwijzing naar wie dit gaat organiseren om discussies achteraf uit te sluiten?”
Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat er gesproken wordt over een lokaal samenwerkingsverband. Dit moet nog verder uitgewerkt worden. Het project staat nog in zijn kinderschoenen maar er zal wel controle en handhaving gebeuren door het lokaal samenwerkingsverband. Wie / wat / hoe zal men later nog moeten bepalen.
Raadslid Buysse verwijst naar 2 zaken die besproken worden, nl. het feit dat het wordt georganiseerd op lokaal niveau en bij punt 32 dat er een toelage is. Ze wil haar bezorgdheid uiten over het feit dat er gesteld werd dat het budget vanuit Vlaanderen op termijn kleiner zou zijn. Werkende mensen moeten volgens haar kunnen rekenen op kwalitatieve buitenschoolse opvang waar kinderen gelukkig kunnen spelen. Ze weet dat het nog verder uitgewerkt zal worden maar ze wil graag de ongerustheid al meegeven. Als ouder heeft ze zelf ook de bevraging ingevuld. Het extra betalen, kan voor sommige gezinnen misschien wel moeilijk worden.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Vanaf 1 september 2026 neemt gemeente Brasschaat de regierol op in het kader van het Vlaams decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA). Om deze regierol kwaliteitsvol, participatief en gedragen uit te voeren, is het noodzakelijk om structureel overleg te organiseren tussen het lokaal bestuur en de betrokken actoren.
Het lokaal samenwerkingsverband is geen facultatief onderdeel van het BOA-beleid. Het decreet van 3 mei 2019 bepaalt dat het lokaal bestuur de regierol opneemt en daartoe een lokaal samenwerkingsverband opstart en organiseert.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 werkt dit verder uit en verduidelijkt de organisatie van het samenwerkingsverband. Binnen dat kader geeft het samenwerkingsverband advies over het BOA-beleid, denkt het mee na over de planning en draagt het bij aan de afstemming met de lokale partners. De oprichting ervan is dan ook nodig om de regierol vanaf 1 september 2026 op een correcte en conforme manier op te nemen.
Doelstellingen
Het samenwerkingsverband heeft als doel:
● het gemeentebestuur te ondersteunen en niet bindend te adviseren omtrent de uitbouw van een kwaliteitsvol, inclusief en toegankelijk beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten;
● de samenwerking tussen BOA actoren te versterken en samen met hen operationele doelstellingen en acties te ontwikkelen en coördineren om vorm te geven aan een gedragen lokaal BOA beleid;
● het gebruik van het Nederlands als verbindende taal te stimuleren.
Samenstelling
● vertegenwoordigers van het lokaal bestuur;
● vertegenwoordigers van organisatoren, ondersteuners en toeleiders van buitenschoolse opvang en activiteiten;
● vertegenwoordigers van onderwijsactoren;
● vertegenwoordigers van kinderen, ouders en gezinnen of hun belangenorganisaties;
● andere relevante actoren, afgestemd op de lokale context.
Doelstellingen meerjarenplan
● 03.01.02 Tegen 1/9/2026 bouwen we gefaseerd een kwaliteitsvol en toegankelijk BOA-aanbod uit
○ 03.01.02.01 We betrekken ouders en stemmen het BOA-aanbod af op hun noden via bevragingen/kwaliteitsanalyses
○ 03.01.02.02 We regelen de samenwerking met de actoren in overeenkomsten /reglementen met kwaliteitskader
● 03.03.04 We voorzien een ruim, toegankelijk en betaalbaar vrijetijdsaanbod voor alle doelgroepen
Juridisch kader
● Vlaams decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), zoals gewijzigd door het decreet van 21 november 2025 betreffende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;
● Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 304, §3, betreffende overlegstructuren;
● Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2026 inzake het erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA);
● Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals gewijzigd door het wijzigingsbesluit van 23 januari 2026 inzake het lokaal beleid, de samenwerking, de subsidiëring, erkenning, toezicht en handhaving binnen BOA.
Adviezen
Statuten worden geëvalueerd en bijgesteld binnen het Lokaal Samenwerkingsverband na de oprichting.
Ondernemerstoets
/
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen. Eventuele werkingskosten worden gedragen binnen de bestaande budgetten van de betrokken dienst.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan oprichten van het lokaal samenwerkingsverband BOA.
Art.2.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de statuten van het lokaal samenwerkingsverband BOA:
STATUTEN
Statuten Lokaal Samenwerkingsverband BOA
Artikel 1
Het gemeentebestuur van Brasschaat neemt het initiatief om een Lokaal Samenwerkingsverband BOA samen te stellen, in uitvoering van het Vlaams decreet van 3 mei 2019, houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), zoals gewijzigd door het decreet van 21 november 2025, betreffende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, en het besluit van de Vlaamse regering over Buitenschoolse Opvang en Activiteiten van 23 januari 2026.
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA in Brasschaat houdt ook rekening met het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 304, §3.
De zetel van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA bevindt zich in gemeentehuis, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.
Artikel 2
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA van Brasschaat heeft als doel het gemeentebestuur te ondersteunen en niet bindend te adviseren omtrent de uitbouw van een kwaliteitsvol, inclusief en toegankelijk beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten.
Tevens wil zij de samenwerking tussen de verschillende actoren die betrokken zijn bij buitenschoolse opvang en activiteiten versterken en samen met hen operationele doelstellingen en acties ontwikkelen en coördineren om vorm te geven aan een gedragen, lokaal BOA beleid.
Het is eveneens haar taak om het gebruik van het Nederlands als verbindende taal te stimuleren.
Artikel 3
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA is divers samengesteld uit:
● vertegenwoordigers van het lokaal bestuur;
● vertegenwoordigers van organisatoren, ondersteuners en toeleiders van buitenschoolse opvang en activiteiten;
● vertegenwoordigers van onderwijsactoren;
● vertegenwoordigers van kinderen, ouders en gezinnen of hun belangenorganisaties;
● andere relevante actoren, afgestemd op de lokale context.
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA besteedt in zijn samenstelling en werking bijzondere aandacht aan het kindperspectief en aan de stem van ouders en gezinnen.
De deelname aan het Lokaal Samenwerkingsverband BOA is vrijwillig en onbezoldigd en geeft geen automatisch recht op erkenning of een vorm van ondersteuning.
De samenstelling van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA staat niet vast en wordt regelmatig geëvalueerd met het oog op een evenwichtige vertegenwoordiging van het lokale BOA landschap. Zowel het lokaal bestuur als de deelnemers aan het Lokaal Samenwerkingsverband kunnen nieuwe deelnemers aanbrengen.
Er wordt gestreefd naar een actief engagement van de deelnemers.
Artikel 4
Het lokaal bestuur, belast met de BOA regierol, draagt een voorzitter voor die deskundig is in het werkveld en neutraal kan optreden.
De voorzitter:
● leidt de bijeenkomsten van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA op een neutrale wijze in goede banen;
● bereidt de bijeenkomsten mee voor;
● bewaakt het overlegproces en de besluitvorming, laat de vergaderingen ordelijk verlopen, ziet erop toe dat alle relevante aspecten, stemmen en belangen aan bod komen en superviseert de verslaggeving;
● volgt de actualiteit rond buitenschoolse activiteiten mee op;
● verbindt en zet de lokale actoren aan tot samenwerking, in samenspraak met alle partners en in nauw overleg met het lokaal bestuur.
Artikel 5
Het lokaal bestuur belast de BOA regisseur van Brasschaat met de rol van secretaris van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA.
De secretaris:
● staat samen met de voorzitter in voor de voorbereiding van de bijeenkomsten van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA;
● neemt de administratieve en logistieke ondersteuning van de bijeenkomsten op zich: uitnodigingen versturen, agenda en verslag opmaken, de nodige documentatie opmaken en verspreiden;
● bewaakt en coördineert de opvolging van de adviezen en besluiten van het samenwerkingsverband.
Artikel 6
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA vergadert wanneer dit nodig is voor de uitoefening van zijn opdrachten en minstens 2 keer per kalenderjaar. De uitnodigingen, agenda en relevante documentatie worden in principe minstens 8 kalenderdagen vooraf bezorgd.
De secretaris maakt van elke vergadering een verslag dat ter kennis wordt gebracht van de deelnemers aan het Lokaal Samenwerkingsverband BOA en het college van burgemeester en schepenen.
Het lokaal bestuur communiceert transparant over de organisatie en de structuur van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA.
Artikel 7
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA kan tijdelijke, thematische werkgroepen oprichten. Deze werkgroepen hebben een voorbereidende opdracht en rapporteren aan het Lokaal Samenwerkingsverband BOA.
Artikel 8
Het Lokaal Samenwerkingsverband BOA kan op eigen initiatief of op vraag van het lokaal bestuur advies uitbrengen over aangelegenheden die verband houden met buitenschoolse opvang en activiteiten in Brasschaat. Het advies is niet bindend. Bij een adviesvraag bezorgt het lokaal bestuur voldoende informatie en een duidelijke timing, zodat het advies op een zinvol moment kan worden uitgebracht en kan worden meegenomen in de besluitvorming.
Wanneer het niet haalbaar of wenselijk is om voor het uitbrengen van een advies fysiek samen te komen en om alle deelnemers de kans te geven om hun standpunt kenbaar te maken, kunnen de deelnemers hun advies ook digitaal uitbrengen.
Artikel 9
Het lokaal bestuur koppelt terug over de uitgebrachte adviezen en licht toe hoe die al dan niet werden meegenomen in het beleid of de besluitvorming.
Artikel 10
De werking en de statuten van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA kunnen periodiek geëvalueerd worden binnen het Lokaal Samenwerkingsverband BOA. Wijzigingen aan de statuten worden voorbereid binnen het Lokaal Samenwerkingsverband BOA en ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Artikel 11
De statuten van het Lokaal Samenwerkingsverband BOA treden in werking na goedkeuring door de gemeenteraad op 29 juni 2026 en richten op die manier het Lokaal Samenwerkingsverband BOA op.
29 Erkenningskader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
In uitvoering van het Vlaams decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), zoals gewijzigd bij decreet van 21 november 2025, vervullen lokale besturen een regierol in het uitbouwen van een geïntegreerd, kwaliteitsvol en toegankelijk aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten. De gemeente Brasschaat ontvangt hiervoor middelen van de Vlaamse overheid en werkt samen met diverse partners, waaronder scholen, verenigingen en opvangorganisatoren.
Om deze regierol kwaliteitsvol op te nemen en om een gelijkgericht kader te creëren voor alle aanbieders, werd een lokaal erkenningskader uitgewerkt.
Het erkenningskader:
● legt kwaliteitsverwachtingen en criteria vast voor organisatoren van buitenschoolse opvang en activiteiten;
● vormt een basisvoorwaarde voor ondersteuning of samenwerking, zonder garantie op financiering.
Het kader is van toepassing op organisatoren die opvang of activiteiten aanbieden voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar buiten de schooluren, op schoolvrije dagen en tijdens vakanties.
Scholen die erkend zijn door het ministerie van Onderwijs en verenigingen die erkend zijn door een lokaal bestuur of een hogere overheid, moeten geen nieuwe BOA-erkenning aanvragen, maar houden voor de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten wel rekening met de erkenningsvoorwaarden uit het erkenningskader. Zij onderschrijven daarvoor een engagementsverklaring.
Het bevat:
● uitgangspunten (kwalitatief en beleidsmatig)
● inhoudelijke criteria (o.m. pedagogisch, organisatorisch, toegankelijkheid)
● procedure voor erkenning
● regels inzake monitoring, toezicht en handhaving
Doelstellingen meerjarenplan
Dit erkenningskader draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen uit het meerjarenplan van de gemeente Brasschaat, waaronder:
● 03.01.02: Uitbouw van een kwaliteitsvol en toegankelijk BOA-aanbod tegen 1 september 2026
○ 03.01.02.02: Samenwerking met actoren via overeenkomsten en reglementen met kwaliteitskader
● 03.03.04: Toegankelijk vrijetijdsaanbod voor alle kinderen
● 03.03.05: Inzet op gedeeld gebruik van infrastructuur
Lokaal samenwerkingsverband
De gemeente Brasschaat richt een Lokaal samenwerkingsverband op. In dit samenwerkingsverband zitten onder meer vertegenwoordigers van het lokaal bestuur, scholen, organisatoren van buitenschoolse opvang, aanbieders van vrijetijdsactiviteiten en andere relevante partners.
Het lokaal erkenningskader BOA wordt afgestemd met het lokaal samenwerkingsverband en wordt regelmatig geëvalueerd en aangepast waar nodig. Zo blijft het kader in lijn met beleidskeuzes, signalen uit de praktijk en wijzigingen in de regelgeving, en sluit het aan bij de lokale noden.
Juridisch kader
● Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen;
● Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2026 inzake de oprichting en statuten van het lokaal samenwerkingsverband BOA;
● Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad);
● Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau van 30 november 2007;
● Vlaams decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), zoals gewijzigd door het decreet van 21 november 2025 betreffende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals gewijzigd door het wijzigingsbesluit van 23 januari 2026 inzake het lokaal beleid, de samenwerking, de subsidiëring, erkenning, toezicht en handhaving binnen BOA;
● Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997;
● Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder artikel 107, lid 1, en, in voorkomend geval, artikel 106, lid 2;
● Mededeling van de Commissie betreffende het begrip staatssteun als bedoeld in artikel 107, lid 1, VWEU (2016/C 262/01);
● Besluit (EU) 2025/26 30 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU.
Adviezen
Komt ter advies op lokaal samenwerkingsverband na oprichting en goedkeuring statuten daarvan.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
Het erkenningskader op zich heeft geen directe financiële impact. Het betreft:
● een toegangspoort tot eventuele subsidies of ondersteuning;
● een instrument voor kwaliteitsbewaking en toewijzing van middelen binnen het BOA-beleid.
Eventuele financiële gevolgen situeren zich in afzonderlijke reglementen of besluitvorming (zoals toelagen).
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten:
ERKENNINGSKADER
Het erkenningskader heeft als doel een kwaliteitsvol aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten te voorzien voor elk kind in de gemeente. Het sluit aan bij de doelstellingen van het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten. De erkenningsvoorwaarden bepalen de kwaliteitsverwachtingen waaraan de organisator en het aanbod moeten voldoen. De voorwaarden worden jaarlijks geëvalueerd door het lokaal samenwerkingsverband en mogelijke aanpassingen worden minstens driejaarlijks voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen en aan de gemeenteraad.
Toepassingsgebied
Het erkenningskader is er voor elke organisator die buitenschoolse opvang of een buitenschoolse activiteit organiseert voor en na de schooluren, op schoolvrije dagen en tijdens de schoolvakanties, voor kinderen tussen 2,5 en 12 jaar.
Definities
● BOA: Buitenschoolse Opvang en Activiteiten
● Organisator: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die buitenschoolse opvang of een buitenschoolse activiteit organiseert.
● Buitenschoolse opvang: opvang die op structurele basis en minstens 4 uren per week georganiseerd wordt voor kinderen van één van de basisscholen in de gemeente.
● Begeleider: de persoon die zorg en speelmogelijkheden biedt voor de brede ontplooiing van het kind.
● Kwetsbaar kind: een kind dat recht heeft op een sociale toeslag van het groeipakket.
● Jeugddienst: het beleid en de regie in het kader van BOA (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten), valt binnen de jeugddienst van het lokaal bestuur Brasschaat.
● Lokaal Samenwerkingsverband: adviesorgaan op vlak van BOA.
● Multidisciplinair BOA-team: bestaat uit medewerkers van de diensten jeugd en onderwijs, aangevuld met medewerkers van andere (gemeentelijke) diensten waarvan de expertise relevant is voor de beoordeling van specifieke thema’s of dossiers.
○ Scholen die erkend zijn door het ministerie van onderwijs, moeten geen nieuwe BOA erkenning aanvragen, maar houden voor de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten wel rekening met onderstaande erkenningsvoorwaarden zoals gespecifieerd onder 3.Erkenningsvoorwaarden en ondersteuning.
○ Verenigingen die erkend zijn door een lokaal bestuur of een hogere overheid, moeten geen nieuwe BOA erkenning aanvragen, maar houden voor de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten wel rekening met onderstaande erkenningsvoorwaarden zoals gespecificeerd onder 3.Erkenningsvoorwaarden en ondersteuning.
○ Organisatoren die vóór 1 september 2026 erkend waren vanuit het kwaliteitslabel voor de kleuteropvang moeten tot en met 31 december 2027 geen nieuwe BOA erkenning aanvragen, maar volgen voor de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten wel onderstaande erkenningsvoorwaarden zoals gespecificeerd onder 3.Erkenningsvoorwaarden en ondersteuning.
○ Nieuwe erkenningen starten vanaf 1 september 2026.
○ Indieningstermijn: ten laatste 30 juni, voor het komend schooljaar, startend op 1 september.
○ De organisator vraagt erkenning aan en bezorgt de nodige bewijsstukken via kinderopvang@brasschaat.be of indien van toepassing het digitale platform.
○ Een multidisciplinair BOA team binnen het lokaal bestuur van Brasschaat beoordeelt op basis van de inhoud van de aanvraag of de aanvrager voldoet aan de erkenningsvoorwaarden en bezorgt haar beslissing ter kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen.
○ De organisator ontvangt een mail met de beslissing uiterlijk 60 dagen na de aanvraag.
○ Een erkenning is 3 jaar geldig. Verandert er iets aan de werkwijzes zoals omschreven in de aan de gemeente bezorgde documentatie, dan geeft de organisator dit binnen het jaar door via het digitale platform en/of via kinderopvang@brasschaat.be.
○ Een organisator vraag ten laatste 60 dagen voor het vervallen van zijn erkenning opnieuw erkenning aan via kinderopvang@brasschaat.be.
3.1. Uitgangspunten
De erkenningsvoorwaarden zijn criteria en verwachtingen over de werking en de bijbehorende kwaliteit van het BOA-aanbod. Deze inhoudelijke voorwaarden bepalen wie een erkenning ontvangt. Een erkenning is noodzakelijk om aanspraak te kunnen maken op een vorm van ondersteuning, maar is geen garantie voor het ontvangen van ondersteuning.
Organisatorisch beleid
De manier waarop een organisator zijn werking structureert en vormgeeft. Het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid. De visie, de afspraken en de organisatievorm die nodig zijn om buitenschoolse opvang en activiteiten kwaliteitsvol en duurzaam aan te bieden. Het zorgt voor duidelijkheid, continuïteit en betrouwbaarheid, zowel naar ouders en kinderen als naar het lokaal bestuur en andere partners toe.
Pedagogisch beleid
De kwaliteit van de dagelijkse omgang met kinderen. Warme interacties tussen begeleiders en kinderen, het stimuleren van hun ontwikkeling en het creëren van een veilige, uitdagende en inclusieve omgeving. De rol van taal – met Nederlands als verbindende taal – en de aandacht voor het welbevinden en de betrokkenheid van alle kinderen.
Medewerkersbeleid
Medewerkers zijn de motor van buitenschoolse opvang en activiteiten. Hun competenties en inzet bepalen in grote mate de kwaliteit van de werking. Wie er instaat voor de opvang en begeleiding, welke competenties ze hebben, hoe ze ingezet worden en welke randvoorwaarden nodig zijn om duurzaam en kwaliteitsvol te werken.
Toegankelijkheid
Alle kinderen en gezinnen hebben vlot toegang tot buitenschoolse opvang en activiteiten, ongeacht hun achtergrond, inkomen of specifieke zorgnoden. Betaalbaarheid, bereikbaarheid, beschikbaarheid, bruikbaarheid, begrijpbaarheid, betrouwbaarheid, bekendheid, begrip en betreedbaarheid spelen een rol. Bijzondere aandacht voor kleuters, kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften. Participatie, sociale cohesie en respect voor diversiteit staan centraal.
Monitoring en evaluatie
Systematisch opvolgen en beoordelen van de werking aan de hand van ervaringen van kinderen, ouders en medewerkers met als doel de kwaliteit van het beleid en de opvang voortdurend te verbeteren en beter te laten aansluiten bij de noden van gezinnen en kinderen.
Verbondenheid
Organisatoren werken actief samen met gezinnen, scholen, buurtorganisaties en het lokaal bestuur. Dit netwerk ondersteunt kinderen in hun groei en geeft ouders een plek in de werking. Verbondenheid versterkt de samenhang in de buurt en zorgt dat opvang en activiteiten deel uitmaken van een groter geheel.
3.2. Criteria
De concrete criteria voor verenigingen worden uitgewerkt in andere kaders (erkenning door andere overheid, ander reglement,...). Voor alle andere organisatoren geldt:
| Vlaamse minimumnorm | Erkenningsvoorwaarden
|
ORGANISATORISCH BELEID | De organisator beschikt over voldoende beleidsvoerend vermogen en organiseert het aanbod op een veilige, continue en transparante manier. | Je biedt kwaliteitsvolle en duurzame opvang aan waar ook kleuters terecht kunnen en die aangepast is aan hun noden. ● Je voert een gezond financieel beleid en hebt rechtspersoonlijkheid. ● Je hebt een visie rond BOA. ● Je werkt transparant samen met het lokaal bestuur en eventuele andere partners. ● Je voert een planmatig kwaliteitsbeleid met tevredenheidsonderzoek en participatieprocessen die het beleid bijsturen. ● Je vertaalt doelen jaarlijks naar acties en volgt ze op.
|
PEDAGOGISCH BELEID
| De organisator waarborgt kwaliteitsvolle interacties tussen medewerkers en kinderen, bevordert hun welbevinden en hanteert het Nederlands als omgangstaal. | Je hanteert Nederlands als omgangstaal. ● Welbevinden en autonomie van het kind staan centraal. ● Veiligheid, gezondheid en hygiëne zijn gewaarborgd. ● Kinderen worden actief betrokken en er is aandacht voor speelkansen, rust, beweging en sociale interactie. ● Je betrekt ouders bij de werking en het pedagogisch beleid.
|
MEDEWERKERS- BELEID | Medewerkers beschikken over de nodige competenties, kennis van het Nederlands en een blanco uittreksel uit het strafregister. | Medewerkers hebben voldoende kennis van het Nederlands en een blanco strafregister. ● Medewerkers gaan warm om met de kinderen en stellen de belangen van de kinderen voorop. ● Medewerkers zijn zorgzaam en bieden speelmogelijkheden aan met het oog op de brede ontplooiing van de kinderen. ● Medewerkers weten hoe om te gaan met crisissituaties en grensoverschrijdend gedrag. ● Je ondersteunt je medewerkers door opleiding, coaching en evaluatie. ● Je zorgt voor een aangename, gezonde werkomgeving voor je medewerkers. ● De inzet van medewerkers is planmatig en afgestemd op de bezetting en noden.
|
TOEGANKELIJKHEID | De organisator garandeert toegankelijkheid voor gezinnen, met bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften. | Je bent flexibel in de inschrijving en annulering van een opvangmoment. ● Je aanbod is betaalbaar (op termijn sociale correcties en ondersteuning via UitPAS en groeipakket). ● Kinderen met specifieke zorgbehoeften krijgen waar mogelijk toegang tot je aanbod. ● Je infrastructuur is veilig, toegankelijk en pedagogisch geschikt. ● In je werking is er bijzondere aandacht voor kleuters. ● Je zorgt voor een welkome sfeer waar ieders inbreng gewaardeerd wordt.
|
MONITORING & EVALUATIE | De organisator volgt systematisch de kwaliteit op en neemt maatregelen bij tekortkomingen. | Je monitort je werking op operationeel, financieel en beleidsmatig vlak. ● Je evalueert jaarlijks je werking en brengt verbeteringen aan waar nodig. ● Je volgt mogelijke klachten op en brengt verbeteringen aan waar nodig. ● Je deelt gegevens over bereik, bezetting en tevredenheid met het lokaal bestuur. |
VERBONDHEID | De Vlaamse overheid beoogt een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen via samenwerking tussen relevante actoren en met een regierol voor de lokale besturen. | Je werkt actief samen met scholen, ouders en relevante partners. Je toont verbondenheid met de buurt. Je kent en aanvaardt de BOA regierol van het lokaal bestuur. |
3.3. Documenten en bewijsstukken
Erkenning van scholen en verenigingen is geregeld via andere kanalen. Het is niet nodig dat zij voor dit erkenningskader documenten en bewijsstukken bezorgen. Overige organisatoren bezorgen informatie waaruit blijkt hoe zij invulling geven aan alle bovenstaande criteria. We vragen daarbij dat alle aspecten uit onderstaande lijst aan bod komen. De vorm waarin dat gebeurt, blijft vrij. Dat kan bijvoorbeeld via een kwaliteitshandboek, beleidsnota, bundel van bestaande documenten of een andere overzichtelijke samenstelling van bewijsstukken.
Pedagogisch beleid met:
● visie op welbevinden, ontwikkeling, inclusie en diversiteit
● overgang school-opvang, samenwerking met ouders en participatie van kinderen
● continuïteit in begeleiding en afstemming met de schoolcontext
Organisatorisch beleid met o.m.:
● doelgroep (kleuters / lagere school)
● organisatievorm
● openingsmomenten
● maximale en effectieve capaciteit
● groepsindeling
● dagverloop en activiteitenaanbod
Veiligheids- en gezondheidsbeleid
● veiligheidsplan
● gezondheidsbeleid
● risicoanalyse veiligheid en gezondheid kinderen
● procedure EHBO, ziekte en medicatie
● procedure noodsituaties
Integriteits- en kwaliteitsbeleid
● beleid rond grensoverschrijdend gedrag
● klachtenprocedures
● intern kwaliteitsbeleid en opvolging
Personeelsbeleid
● organigram
● kind-begeleiderratio’s
● planning inzet medewerkers
● omschrijving van vereiste kwalificaties en vormingsbeleid voor werknemers
● wijze en frequentie waarop uittreksel strafregister gemonitord wordt
Financiële documenten en monitoring
● zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomsten of toelagereglementen.
Ouderdocumenten
● huishoudelijk reglement
● tarieven en betalingen
● inschrijvingsformulier
● privacyverklaring (AVG)
Infrastructuur en locatie
● brandveiligheidsattest
● gebruiksrecht lokalen
● conformiteit toegankelijkheid (waar van toepassing)
Om de kwaliteit van het BOA aanbod te bewaken, controleert het lokaal bestuur of organisatoren en hun werking voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.
Bij het niet naleven van de erkenningsvoorwaarden of bij ongeregeldheden in de werking, worden de volgende stappen gevolgd:
● een gesprek met de organisator rond de tekortkomingen
● de organisator legt binnen de 14 dagen na het gesprek een verbeterplan voor met acties
Blijven de tekortkomingen bestaan, volgt een formele waarschuwing of aanmaning. Wordt hier binnen de 14 dagen geen gevolg aan gegeven, kan dit leiden tot het (tijdelijk) opschorten van de subsidie, het terugvorderen van de subsidie, het intrekken van de erkenning. Beslissingen worden genomen door het college van burgemeester en schepenen, op voorstel van de BOA administratie. De beslissing wordt via mail aan de organisator bezorgd.
Gaat een organisator niet akkoord met de beslissing, dan kan hij binnen de 4 weken na de beslissing van het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen via kinderopvang@brasschaat.be .
30 Toewijzing dienst algemeen economisch belang aan OLO-Rotonde vzw. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
In uitvoering van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), zoals gewijzigd door het decreet van 21 november 2025 en het Besluit van de Vlaamse Regering over Buitenschoolse Opvang en Activiteiten van 23 januari 2026, neemt de gemeente Brasschaat de lokale regierol op voor de organisatie van een kwaliteitsvol, toegankelijk en inclusief aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten op haar grondgebied.
De gemeente wenst de bestaande samenwerking met OLO-Rotonde vzw, hierna ‘Tierlantijn’, verder te zetten voor de praktische organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar die school lopen in Brasschaat. Met het oog op de continuïteit van de dienstverlening en de verdere uitbouw van het BOA-aanbod is het aangewezen deze opdracht formeel toe te vertrouwen als een dienst van algemeen economisch belang.
De uitvoering van de toegewezen dienst van algemeen economisch belang heeft betrekking op de organisatie van voorschoolse en naschoolse opvang, opvang op woensdagnamiddag, facultatieve verlofdagen, pedagogische studiedagen en vakantieopvang, met bijzondere aandacht voor toegankelijkheid, inclusie en de opvang van kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgnood. De nadere modaliteiten inzake uitvoering, financiering, rapportering en controle worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
Dit besluit draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen opgenomen in het meerjarenplan van de gemeente Brasschaat:
BD 3.1 We bevorderen en ondersteunen het fysiek en mentaal welzijn van iedereen
● AP 03.01.02 Tegen 1 september 2026 bouwen we gefaseerd een kwaliteitsvol en toegankelijk BOA-aanbod uit
○ A 03.01.02.01 We betrekken ouders en stemmen het BOA-aanbod af op hun noden via bevragingen/kwaliteitsanalyse
○ A 03.01.02.02 We regelen de samenwerking met de actoren in overeenkomsten/reglementen met kwaliteitskader
Juridisch kader
● Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), zoals gewijzigd door het decreet van 21 november 2025 en het Besluit van de Vlaamse Regering over Buitenschoolse Opvang en Activiteiten van 23 januari 2026;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals gewijzigd bij het besluit van 23 januari 2026 inzake het lokaal beleid, de samenwerking, de subsidiëring, erkenning, toezicht en handhaving binnen BOA;
● Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40 en artikel 41, tweede lid;
● Decreet van 30 november 2007 betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau;
● Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2026 inzake het Erkenningskader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten;
● Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2026 inzake de samenwerkingsovereenkomst BOA - Gemeente Brasschaat OLO-Rotonde vzw (Tierlantijn);
● Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder artikel 106, lid 2, en artikel 107, lid 1;
● Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | Tussen 1.078.494,59 euro (92%) en 1.172.276,73 euro (100%) btw inbegrepen (jaarlijks tot 2030) |
Budgetsleutel | 61430120/BO/0945/ /BOA Basis subsidie uitgave |
Budget/jaar | Exploitatie jaarlijks - tot 2030 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | 2026_51 |
BESLUIT eenparig:
Artikel 1 – Toewijzing en duur
De gemeente Brasschaat belast OLO-Rotonde vzw (KBO 0406.677.745), met maatschappelijke zetel te 2930 Brasschaat, Miksebaan 264 B, hierna genoemd ‘Tierlantijn’, met de hierna omschreven dienst van algemeen economisch belang op haar grondgebied.
Deze toekenning geldt voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2030.
Artikel 2 – Omschrijving van de DAEB (openbare dienstverplichtingen)
Omschrijving dienst van algemeen economisch belang: Tierlantijn organiseert kwaliteitsvolle, toegankelijke en inclusieve buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar die school lopen in Brasschaat.
De dienstverlening omvat minstens voorschoolse opvang, naschoolse opvang, opvang op woensdagnamiddag, facultatieve verlofdagen, pedagogische studiedagen en vakantieopvang, overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten bepaald in de samenwerkingsovereenkomst.
De dienst wordt verricht op de in de samenwerkingsovereenkomst bepaalde locaties en met inachtneming van de kwaliteits-, toegankelijkheids- en inclusievoorwaarden die daarin verder zijn uitgewerkt.
Het doelpubliek van deze dienstverlening bestaat uit kinderen die school lopen in Brasschaat en hun gezinnen, met bijzondere aandacht voor sociale toegankelijkheid en inclusie van kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgnood.
Artikel 3 – Geen exclusieve of bijzondere rechten
De gemeente kent aan Tierlantijn geen exclusieve rechten toe.
Artikel 4 – Financiering
De gemeente voorziet in een financiering voor de uitvoering van de in artikel 2 omschreven dienst van algemeen economisch belang.
De compensatie heeft betrekking op de uitvoering van de in artikel 2 omschreven dienstverlening. De parameters voor de compensatie en de verdere modaliteiten van de financiering worden vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. De financiering van de dienstverlening gebeurt met toepassing van Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU.
Artikel 5 – Controle op de compensatieregeling
De gemeente voert jaarlijks controles uit op de compensatieregeling. In geval van eventuele overcompensatie vordert de gemeente het overschot terug of verrekent zij dit overeenkomstig de samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 6 – Gescheiden boekhouding en vermijden van kruisfinanciering
Indien OLO-Rotonde vzw dan wel Tierlantijn ook activiteiten verricht die buiten deze dienst van algemeen economisch belang vallen, is zij verplicht een gescheiden boekhouding bij te houden. In de interne boekhouding worden de met de dienst van algemeen economisch belang verbonden kosten en inkomsten gescheiden opgenomen van die van de andere activiteiten.
Artikel 7 – Nadere modaliteiten
De verdere modaliteiten worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
31 Samenwerkingsovereenkomst Buitenschoolse Opvang en Activiteiten – Gemeente Brasschaat en OLO-Rotonde vzw (Tierlantijn). - GOEDGEKEURD
32 Reglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten - boosttoelage voor scholen. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Historiek
In het kader van de regierol van de gemeente bij de organisatie van buitenschoolse opvang in uitvoering van het Vlaams decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) ontvangt de gemeente Brasschaat een basissubsidie. Naast de toekenning van reguliere BOA-middelen werd bij besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2025 een bijkomende boostsubsidie in het leven geroepen als extra impuls om de lokale uitrol van het BOA-decreet. Het gemeentebestuur heeft ervoor gekozen om de bestaande samenwerking met OLO-Rotonde vzw verder te zetten. Deze laatste kan binnen haar huidige werking en bestaande budgetten echter niet alle scholen voorzien van voor- en naschoolse opvang. Er wordt daarom met hen een groeipad uitgewerkt in efficiëntie en uitbreiding van de dienstverlening. In afwachting daarvan kunnen andere scholen echter nog geen beroep doen op de dienstverlening van OLO-Rotonde vzw en hebben zij ook geen toegang tot de beschikbare middelen.
Grote lijnen en redenen van invoering
Om de BOA-doelstellingen te realiseren en deze tijdelijke ongelijkheid te milderen werd voor het dienstjaar 2026 dit eenmalig toelagereglement uitgewerkt. Via dit reglement kunnen BOA-boostmiddelen ingezet worden als investeringstoelage voor scholen die zelf BOA-initiatieven willen opstarten, versterken of verbeteren.
Deze aanpak laat toe om scholen projectmatig te ondersteunen, met aandacht voor kwaliteit, toegankelijkheid en inclusie, en met een administratief eenvoudige procedure.
Het voor dit reglement ingezette budget bestaat uit de bijkomende boostsubsidie die gemeente Brasschaat ontvangt, na aftrek van
● De loonkost voor de voor dit project ingezette uren in 2025 en 2026 van een projectmanager van de dienst Organisatie en Ontwikkeling
● De loonkost voor de voor dit project ingezette uren in 2025 en 2026 van de deskundige jeugd/kinderopvang.
● De integrale loonkost van de deskundige jeugd/regisseur BOA voor 2026.
● De loonkost voor de voor dit project ingezette uren in 2026 van de deskundige digitale transformatie voor het ontwikkelen van het platform voor het erkenningskader.
● De integrale kost (in 2025 en 2026) van het nodenonderzoek door firma Ipsos.
Werden niet verrekend, maar kunnen nog ingebracht worden bij niet-uitputting van het voor dit reglement vrijgemaakte budget:
● De loonkost voor de voor dit project ingezette uren in 2026 van de deskundige jeugd/afdelingshoofd jeugddienst.
● De loonkost van voor de voor dit project ingezette uren in 2025 en 2026 van een projectmanager/afdelingshoofd projecten patrimonium voor het laten ontwerpen van het paviljoen in scholenproject Kaart.
● De loonkost voor de voor dit project ingezette uren in 2025 en 2026 van het afdelingshoofd Onderwijs.
● De loonkosten van deskundige jeugd en ploegen TC in het kader van de verhuis van de werking van speelpleinwerking de Driehoekjes naar GIBO Driehoek.
● Afzien van huur voor speelpleinwerking Driehoekjes voor GIBO Driehoek en jeugdcentrum.
● ....
Doelstellingen meerjarenplan
Dit reglement draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen opgenomen in het meerjarenplan van de gemeente Brasschaat:
● 03.01.02 Tegen 1 september 2026 bouwen we gefaseerd een kwaliteitsvol en toegankelijk BOA-aanbod uit
○ 03.01.02.01 We betrekken ouders en stemmen het BOA-aanbod af op hun noden via bevragingen/kwaliteitsanalyses
○ 03.01.02.02 We regelen de samenwerking met de actoren in overeenkomsten /reglementen met kwaliteitskader
● 03.03.04 We voorzien een ruim, toegankelijk en betaalbaar vrijetijdsaanbod voor alle doelgroepen
● 03.03.05 Brasschaat zet verder in op het gedeeld en multifunctioneel gebruik van infrastructuur
Juridisch kader
● Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen;
● Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2026 inzake het Erkenningskader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten;
● Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020 inzake de definitie dagelijks bestuur. Bepaling Visumgrenzen;
● Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad);
● Decreet betreffende het flankerend onderwijsbeleid op lokaal niveau van 30 november 2007;
● Vlaams decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA), zoals gewijzigd door het decreet van 21 november 2025 betreffende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten;
● Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten, zoals gewijzigd door het wijzigingsbesluit van 23 januari 2026 inzake het lokaal beleid, de samenwerking, de subsidiëring, erkenning, toezicht en handhaving binnen BOA;
● Het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, hoofdstuk IX;
● Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs;
● Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in het bijzonder artikel 107, lid 1, en, in voorkomend geval, artikel 106, lid 2;
● Mededeling van de Commissie betreffende het begrip staatssteun als bedoeld in artikel 107, lid 1, VWEU (2016/C 262/01);
● Besluit (EU) 2025/26 30 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU.
Adviezen
Vanuit het scholenoverleg van 27 mei 2026 met de scholen waren er geen opmerkingen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | Beschikbaar budget na eigen uitgaven door gemeente van ongeveer 515.000 euro, btw inbegrepen (eenmalig) |
Budgetsleutel | De huidige budgetten op 2026/61430110/BO/0945/BOA Boostsubsidie uitgave exploitatie en 2026/24000000/BO/0945/ BOA Boostsubsidie uitgave investeringen worden voor een bedrag van 515.000 euro bij budgetwijzing verschoven naar een toelagesleutel |
Budget/jaar | Investeringssubsidies in 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja mits verschuiving |
Visum financieel directeur | Visum wordt verleend voorafgaand aan de toekenning en uitbetaling bij de concrete dossiers |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het reglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten - boosttoelage voor scholen voor het jaar 2026.
REGLEMENT BOA-BOOSTTOELAGE VOOR SCHOLEN
Art. 1 – Doelstelling
In het kader van haar regierol voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) verleent de gemeente Brasschaat voor het dienstjaar 2026 een eenmalige BOA-boosttoelage aan niet-gemeentescholen op het grondgebied van Brasschaat die voor één of meerdere campussen in 2026 niet of slechts gedeeltelijk kunnen terugvallen op een structurele BOA-partner die met reguliere BOA-middelen voor- en/of naschoolse opvang organiseert.
Deze toelage beoogt de lokale uitrol van het Vlaams BOA-decreet te versnellen met inzet van de eenmalige boostsubsidie die door de Vlaamse Regering werd voorzien (besluit van 5 september 2025), en tegelijk een tijdelijke ongelijkheid te milderen die ontstaat doordat niet alle scholen reeds kunnen aansluiten bij het bestaande aanbod. De gemeente zet haar samenwerking met OLO-Rotonde vzw verder en werkt met deze partner aan een groeipad in efficiëntie en uitbreiding. In afwachting daarvan worden scholen die nog geen beroep kunnen doen op die dienstverlening via dit reglement ondersteund.
De BOA-boosttoelage ondersteunt scholen om BOA-initiatieven op te starten, te versterken of te verbeteren via projectmatige investeringen, met aandacht voor verankering, langdurige impact, kwaliteit, toegankelijkheid en inclusie en met een administratief eenvoudige procedure.
Art. 2 – Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
● BOA: buitenschoolse opvang en activiteiten zoals bepaald in het Vlaams BOA-decreet;
● School: een erkende kleuter- en/of lagere school gelegen op het grondgebied van de gemeente Brasschaat;
● Aanvrager: het schoolbestuur of de inrichtende macht van een school;
● Boosttoelage: een eenmalige investeringstoelage gefinancierd via middelen die de gemeente ontvangen heeft in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een eenmalige subsidie voor de realisatie van de lokale regie van buitenschoolse activiteiten;
● Kwetsbare kinderen: leerlingen die (één of meerdere van) de leerlingenkenmerken van verhoogde socio-economische kwetsbaarheid vertonen, zoals bedoeld in artikel 133 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 met name opleidingsniveau moeder, schooltoeslag en thuistaal.
● Verrichte uitgaven: uitgaven waarvoor een factuur werd ontvangen of waarvoor een onherroepelijke verbintenis werd aangegaan (bestelling, opdracht of overeenkomst), die betrekking heeft op het goedgekeurde project.
● Structurele BOA-partner: een erkende organisator die in 2026, met inzet van reguliere BOA-middelen, voor een vestigingsplaats van een school structureel voor- en/of naschoolse opvang organiseert, waarbij onder structureel wordt verstaan: terugkerend en vooraf gepland aanbod dat door de gemeente als zodanig wordt aanvaard in functie van de toepassing van dit reglement.
● Unit: definitie vanuit departement Onderwijs:
voor de bepaling van een unit wordt vertrokken van significante leerlingenstromen tussen de vestigingsplaatsen van alle instellingen binnen eenzelfde inrichtende macht. Een unit geeft dus een beeld van een ‘echte school’ en sluit aan bij hoe ouders en lokale gemeenschappen een school zien en hoe scholen zich aan de buitenwereld presenteren.
● Campus: definitie vanuit departement Onderwijs
één duidelijk afgebakende onderwijslocatie die als een samenhangende inrichting of site wordt uitgebaat. De afbakening gebeurt op basis van de feitelijke inrichting en het gebruik van de infrastructuur (functionele eenheid), en niet louter op basis van het (post)adres.
● Multidisciplinair BOA-team: bestaat uit medewerkers van de diensten jeugd en onderwijs, aangevuld met medewerkers van andere (gemeentelijke) diensten waarvan de expertise relevant is voor de beoordeling van specifieke thema’s of dossiers.
● Erkenningskader: het door de gemeente vastgestelde lokale kader met voorwaarden inzake erkenning, kwaliteit, toegankelijkheid, inclusie, samenwerking, toezicht en handhaving voor BOA-aanbieders of BOA-initiatieven.
Art. 3 – Budget
De toelagen worden toegekend en uitbetaald in 2026, binnen de perken van het gemeentebudget en conform het meerjarenplan. Aanpassingen aan het meerjarenplan kunnen aanleiding geven tot een gewijzigd budget en de daaraan gekoppelde toelagen. Het beschikbare budget voor dit reglement hangt samen met de eenmalige boostmiddelen die de gemeente ontvangt via Opgroeien in het kader van de lokale regie buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA).
Art. 4 – Mogelijke aanvragers en voorwaarden
§1. De toelage kan worden aangevraagd door niet-gemeentescholen die:
● gevestigd zijn in Brasschaat;
● niet of beperkt beroep kunnen doen op een structurele BOA-partner die met reguliere BOA-middelen voor- en naschoolse opvang organiseert
● die erkend zijn door het ministerie van onderwijs
● voor de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten rekening houden met onderstaande erkenningsvoorwaarden zoals gespecifieerd in het gemeentelijke erkenningskader.
● Units of campussen die slechts op een deel van de schooldagen kunnen terugvallen op een BOA-partner die met reguliere BOA-middelen structurele voor- en/of naschoolse opvang organiseert, komen ook in aanmerking voor de BOA-boosttoelage voor de schooldagen waarop die opvang niet georganiseerd wordt, overeenkomstig de berekeningswijze bepaald in artikel 5.
● Scholen, units of campussen, die wegens structurele capaciteitsproblemen bij de professionele BOA partner, zelf voor- en/of naschoolse opvang organiseren, komen eveneens in aanmerking voor de BOA-boosttoelage. In dat geval kan de toelage enkel betrekking hebben op het deel van de opvangorganisatie dat voortvloeit uit deze structurele capaciteitsproblematiek en gebeurt de berekening overeenkomstig artikel 5.
§2. De eenmalige toelage is bestemd voor aanpassingen die bijdragen aan de verbetering, verbreding of uitbreiding van de voor- en naschoolse opvang in de scholen, met een engagement tot instandhouding gedurende minstens zes jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2027. Komen in aanmerking:
● infrastructuuraanpassingen in functie van BOA;
● meubilair en investeringen in functie van BOA;
● éénmalige personeelskost noodzakelijk voor de opstart en / of verankering van een duurzaam BOA-project;
(vb.: bijkomende uren aan een medewerker voor het opstarten van een (coöperatieve) opvang)
● andere BOA-gerelateerde investeringen mits gemotiveerde goedkeuring door het gemeentebestuur.
(vb.: aankoop van software)
§3. De aanvrager levert alle gegevens in het Nederlands aan en erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van het gesubsidieerd project.
Art. 5 – Samenstelling en berekening van de toelage
§1. De toelage bestaat uit een forfaitair bedrag per campus waar werken of investeringen gepland zijn en een variabel bedrag per unit. Per ontvankelijke en goedgekeurde aanvraag wordt per betrokken campus een forfaitair bedrag van 20.000 euro toegekend. Het variabel bedrag wordt per unit berekend volgens §2 tot en met §4. De totale toelage voor de aanvrager is de som van de forfaitaire bedragen voor de betrokken campussen en het variabel bedrag voor de unit.
§2. Voor de bepaling van het variabel bedrag krijgt elke unit een score. Die score wordt bepaald door:
● de omvang van de unit, uitgedrukt in het gewogen aantal lestijden dat in aanmerking komt voor de basisomkadering;
○ deze lestijden worden vastgesteld op basis van de AGODI-verificatiecijfers van 1 februari 2026 voor de instellingsnummers die deel uitmaken van de unit;
○ bij de weging worden de lestijden kleuteronderwijs zwaarder gewogen dan de lestijden lager onderwijs (kleuteronderwijs 1,25; lager onderwijs 1,00).
● de mate waarin de unit – voor de campussen waarop het project betrekking heeft – al kan terugvallen op een structurele BOA-partner tijdens reguliere schooldagen.
○ geen structureel aanbod op reguliere schooldagen (factor 1,00);
○ enkel woensdagnamiddag (factor 0,75);
○ aanbod op alle reguliere schooldagen (factor 0,00).
§3. Nadat de forfaitaire bedragen zijn vastgelegd, wordt het resterend budget verdeeld als variabel budget. Dit variabel budget wordt over de goedgekeurde aanvragen verdeeld in verhouding tot de scores van de units.
§4. Indien na toepassing van de berekening blijkt dat niet het volledig budget wordt benut, kan het resterend budget proportioneel worden herverdeeld over de goedgekeurde aanvragen. De toerekening van het variabel bedrag aan de campussen gebeurt volgens de in de aanvraag gemotiveerde budgetverdeling en wordt vastgelegd in de beslissing tot toekenning.
Dit houdt in dat aanvragers in hun aanvraag optionele bijkomende investeringen kunnen opnemen. Deze kunnen geheel of gedeeltelijk worden toegekend, voor zover het beschikbare krediet dit toelaat
Art. 6 – Aanvraagprocedure
§1. De aanvraag gebeurt via mail aan kinderopvang@brasschaat.be vóór 01/10/2026
§2. De aanvraag bevat doelstellingen, een projectomschrijving, een financieel plan en een timing.
§3. Volgende bijlagen worden aangereikt:
● Definitieve bevestigingsbrief personeelsformatie schooljaar 2026-2027 (via AGOPI).
● Projectplan (max. 3 pagina’s): noden, doelen, aanpak/activiteiten, planning, organisatie/partners, praktische uitvoering (momenten/capaciteit).
○ Geplande meerwaarde: impact op toegankelijkheid, betaalbaarheid, kwaliteit en inclusie.
Wijze waarop het project bijdraagt aan toekomstige borging/verankering.
○ Financieel plan: incl. offertes en ramingen of eventuele loonsimulatie/kostencalculatie.
○ Overzicht andere financiering/subsidies voor hetzelfde project (indien van toepassing).
Art. 7 – Toekenningsprocedure
○ de duurzaamheid en verankering van de voorgestelde investering of uitgave, met inbegrip van de mate waarin de investering na afloop van de boosttoelage blijvend bijdraagt aan een kwaliteitsvol BOA-aanbod op de betrokken vestigingsplaats;
○ de redelijkheid en marktconformiteit van de geraamde kosten en offertes, inclusief de mate waarin de aanvrager de toepasselijke regels inzake overheidsopdrachten respecteert, dan wel aantoont dat de gevraagde prijzen redelijk zijn in verhouding tot de markt.
Art. 8 – Uitbetaling
De toelage wordt uitbetaald na goedkeuring van de aanvraag en voor 31 december 2026.
De toegekende BOA-boosttoelage moet worden aangewend voor uitgaven die uiterlijk op 31 december 2027 zijn verricht.
Art. 9 – Controle
§1. De gemeente behoudt zich het recht voor om toezicht te houden op de correcte aanwending van de toegekende BOA-boosttoelage.
§2. De aanvrager is verplicht om uiterlijk op 15 januari 2028, op verzoek van de gemeente, alle bewijsstukken voor te leggen die aantonen dat de toelage werd aangewend overeenkomstig dit reglement en het goedgekeurde project. Deze bewijsstukken omvatten onder meer facturen, betalingsbewijzen, bestelbonnen, opdrachten, overeenkomsten of andere relevante documenten.
§3. Naast de financiële controle vraagt de gemeente een inhoudelijke evaluatie. De aanvrager rapporteert daarbij beknopt over de uitvoering en de gerealiseerde meerwaarde ten opzichte van het goedgekeurde projectplan (bv. bereik, capaciteit, toegankelijkheid/inclusie en kwaliteit).
§4. De gemeente kan een plaatsbezoek organiseren om zich te vergewissen van de effectieve uitvoering van het project waarvoor de toelage werd toegekend. De aanvrager verleent hieraan zijn medewerking.
§5. Indien bij controle blijkt dat de toelage niet werd aangewend binnen de in artikel 8 vastgelegde termijn, niet correct werd verantwoord of niet conform de bepalingen van dit reglement werd gebruikt, kan de gemeente overgaan tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de toelage. Indien de aanvrager het aanbod van voor- en/of naschoolse opvang (geheel of gedeeltelijk) beëindigt vóór het verstrijken van de engagementstermijn, kan de gemeente de toelage geheel of gedeeltelijk terugvorderen pro rata de afschrijfduur van de gesubsidieerde investeringen, zoals bepaald in de goedgekeurde aanvraag en/of de beslissing tot toekenning. De pro rata berekening vangt aan op 1 januari 2027.
Art. 10 – GDPR
De gemeente Brasschaat verwerkt persoonsgegevens in het kader van de behandeling van aanvragen, de toekenning en uitbetaling van de BOA-boosttoelage en de daaropvolgende controle, in overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR) en de toepasselijke regelgeving. De verwerking gebeurt uitsluitend voor deze doeleinden, op basis van het gerechtvaardigd belang van de gemeente om het subsidiereglement correct uit te voeren en toezicht te houden op de besteding van publieke middelen en met passende technische en organisatorische maatregelen.
De school (aanvrager) zorgt ervoor dat betrokkenen van wie persoonsgegevens aan de gemeente worden bezorgd, vooraf of uiterlijk op het moment van doorgifte worden geïnformeerd over deze verwerking en hun rechten (inzage, verbetering, schrapping, beperking, bezwaar) en de contactgegevens van het gemeentelijk aanspreekpunt voor gegevensbescherming. Meer informatie is beschikbaar op de gemeentelijke website.
Art. 11 – Staatssteun
De toelage in dit reglement ondersteunt de lokale uitrol van het BOA-decreet in Brasschaat en de publieke dienstverlening die scholen in dat kader opnemen. Ze is uitsluitend bedoeld voor projectmatige investeringen en eenmalige opstart- of verankeringskosten die bijdragen aan een kwaliteitsvol, toegankelijk en inclusief aanbod van voor- en naschoolse opvang binnen de schoolcontext. Daarmee sluit de toelage aan bij de maatschappelijke en pedagogische opdracht van de school en bij het publiek gereguleerd kader waarbinnen scholen functioneren. Gelet op het doel, de aard, de afbakening en de context van de maatregel is de toelage niet gericht op het ondersteunen van een economische activiteit, maar op het mogelijk maken van een publieke opdracht binnen onderwijs en buitenschoolse opvang. Voor zover de toelage overeenkomstig dit reglement wordt gebruikt en uitsluitend ten dienste staat van die publieke dienstverlening, vormt zij geen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU.
Art. 12 – Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026 en is uitsluitend van toepassing in 2026.
33 Mondelinge vraag van Rudi Pauwels over de woning Lage Kaart 343 voor de gemeenteraad. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Wat een historie! We hebben het hier al dikwijls over gehad, maar ik wil toch nog even de geheugens opfrissen. Op het perceel moet men onderscheid maken tussen het achterste stuk dat een andere bestemmingsgraad heeft en een voorste stuk geschikt voor woningbouw. Aanvankelijk werd het perceel in zijn geheel aangeboden, maar dat liep al op een eerste sisser. Omdat het bestuur op de inkomsten gerekend had, werd naar een oplossing gezocht. Die dacht men gevonden te hebben door het perceel in twee te splitsen. Dat gaf een praktisch probleem want de dan twee percelen waren de facto aan elkaar verbonden. Daarvoor moest nog een uitweg gevonden worden. En kijk die werd gevonden. Men mocht het perceel in twee delen op voorwaarde dat een aanpalende eigenaar het zou kopen. En plots werd deze aanpalende gevonden, vermoedelijk omdat men de instelprijs vastgesteld had op € 60.000. Na de biedingen, want er waren blijkbaar nog “aanpalenden”, die interesse hadden, ging het achterste perceel onder de hamer voor € 90.000. Negentigduizend euro voor een perceel dat de gemeente in 2009 aangekocht had voor € 309.067,22. Bovendien deed de koper een zaak, misschien niet zozeer voor hemzelf, maar alvast voor zijn nageslacht. Het perceel valt in een zone die bestemd is als woonuitbreidingsgebied. Dit had de schatter blijkbaar over het hoofd gezien en het geschat als “landbouwgebied” wat de grondprijs beïnvloedde. En niemand van het bestuur die dat opmerkte of corrigeerde. Begrijpen wie kan! Zo'n € 219.000 overheidsgeld werd een verliespost waar men schijnbaar achteloos geen rekening mee hield. Bleef men zitten met het voorste perceel dat dan, op zijn beurt, te koop werd gesteld. Een eerste poging mislukte, vervolgens zocht men zijn heil in “Biddit”. Dat lukte ook niet. Geen biedingen waren het resultaat. Men zocht verder een vond Covast, die zou een breder publiek kunnen aanspreken. Ook dat liep niet zoals verwacht. Covast deed nog een laatste poging met een voorstel om de instelprijs van € 350.000 te verlagen naar € 290.000, dit zou meer geïnteresseerden lokken. Dit allemaal terwijl die minimale verkoopprijs vastgesteld werd en bleef op € 417.000. Het bestuur zag dit laatste voorstel niet zitten en zette de verkoop on hold. Wat nu? De zoektocht naar een Deus ex machina ging verder en er ging een nieuwe lamp branden. Het “bindend sociaal objectief” waarin de gemeente moest voorzien in 325 sociale woningen was nog niet volledig ingevuld. Nog 44 te verwezenlijken woongelegenheden staan op de teller. De brandende lamp bracht het bestuur bij woonmaatschappij “De Voorkempen”. Wat als zij zouden kunnen gemotiveerd worden om op het perceel sociale woningbouw te realiseren? Dat zou nog eens een oplossing zijn! Laat nu het toeval zijn dat er vandaag geagendeerd is, dat men aan “Wonen Vlaanderen” een aanvraag heeft gericht voor de vermindering van de specifieke inhaalbeweging binnen het bindend sociaal objectief om ontslagen te worden van de ontwikkeling van die resterende 44 woongelegenheden Het is natuurlijk niet zeker dat “Wonen Vlaanderen” hierop ingaat, maar toch is het wat contradictorisch. Het lijkt ons de zoveelste amechtige poging om van het perceel af te geraken. Of zal men ook hier moeten inbinden en de wensen moeten bijstellen. Het bestuur betaalde in 2009 € 208,028,22 voor de aankoop van dit perceel. Wij zijn benieuwd waar men uiteindelijk zal landen. “De Voorkempen” zal alvast niet voor Sinterklaas spelen. Dit brengt ons bij volgende vragen: -Hoe ver staan de contacten met woonmaatschappij “De Voorkempen”? -In hoeverre blijft de wens bestaan om die minimale verkoopprijs van € 417.000 nog waar te maken? -Heeft men al gedacht aan een nieuwe instelprijs als “De Voorkempen” zou toehappen. Is dit € 350.000 of zakt men toch naar € 290.000? -Blijft men bij 1 woning want in de notulen van het CBS wordt er nu gesproken van woningen in het meervoud?”
Schepen Cauwelaert stelt dat de vraag hier omstandiger is dan dat ze werd ingediend. Hij heeft weinig toe te dragen aan de voorgeschiedenis. Wanneer het BSO werd vastgesteld kwam dit perceel terug onder de aandacht en werd er beslist om dit even in te houden. Er moet een aantal van 325 gehaald worden, de 44 is hier maar een fractie van. De 325 zal gehaald moeten worden op verschillende manieren en dit perceel leek een perceel waarin De Voorkempen mogelijks geïnteresseerd zou zijn. Tijdens een overleg werden er verschillende percelen besproken met De Voorkempen en zij bekijken nu wat er mogelijk interessant is. Voor het bedrag zijn er vastgelegde bedragen die gevraagd mogen worden. Het bestuur zal zien waar men uitkomt en dan zal men hier op terug komen. Voor sociale woningbouw zijn er vaak uitzonderingen qua aantal vandaar dat er over “woningen” gesproken werd. Men zal wel rekening moeten houden met de harmonieregel.
Raadslid Callens licht nog toe dat tegen eind november het plan van aanpak voor het te behalen BSO klaar moet zijn. Dit voor alle 15 gemeenten van de woonmaatschappij. In het najaar zal dit dus zeker op de agenda van de gemeenteraad komen. Er moet binnen het volledige werkingsgebied gekeken worden waar er nog plaats is en waar er nog uitbreidingsmogelijkheden zijn.
|
Beslissing
De verkoop van het perceel aan de Lage Kaart 343 is alweer niet gelukt. De verkoop is nu tijdelijk opgeschort. Men zoekt nu zijn soelaas in de woonmaatschappij "De Voorkempen". Het gaat over een perceel bestemd voor een gezinswoning, maar in de notulen van college van burgemeester en schepenen van 18 mei 2026 heeft men in het besluit over woningen in de meervoudsvorm.
Neemt kennis van de vraag van Rudi Pauwels, namens Brasschaat 2012:
In een laatste voorstel heeft men het over de verlaging van de instelprijs van € 350.000 naar € 290.000. De minimale verkoopprijs is vastgesteld op € 417.000. Het is toch niet vanzelfsprekend dat "De Voorkempen" dit gaat ophoesten.
● In hoeverre schat men in hoe en wat de reactie van de woonmaatschappij zal zijn?
● In het besluit van het CBS spreekt men nu plots van niet één, maar van woningen in het meervoud. Hoeveel woningen denkt men te kunnen realiseren op dit perceel dat qua omvang toch beperkt is?
34 Mondelinge vraag van Rudi Pauwels over de aanmeldingsprocedure van secundaire scholen voor de gemeenteraad. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Buysse doet volgende tussenkomst :
“Het intergemeentelijke aanmeldsysteem voor het secundair onderwijs kwam er om een einde te maken aan de kampeertoestanden aan de schoolpoorten. Hoewel het systeem een aantal acute problemen heeft opgelost, mogen we de ogen niet sluiten voor de structurele knelpunten die vandaag de kop opsteken. De meest recente aanmeldingsperiode in onze regio (Brasschaat, Schoten en Schilde) toont aan dat het systeem botst op zijn limieten. Dit zorgt voor onrust bij de ouders en legt een zware administratieve druk op onze scholen. De oorzaken liggen deels bij een structureel capaciteitstekort en deels bij de wildgroei aan verschillende, niet-gecoördineerde aanmeldsystemen. Hoewel een aantal van deze bevoegdheden op Vlaams niveau liggen, dragen wij als lokale gemeenteraad de verantwoordelijkheid voor de vormgeving en de modaliteiten van ons eigen intergemeentelijke systeem. Het huidige systeem is duidelijk toe aan een grondige evaluatie en herziening. Brasschaat 2012 stelt volgende acties voor: -Formeel schrijven aan de Vlaamse Regering: De gemeente Brasschaat richt een officieel schrijven aan de Vlaamse Regering en de bevoegde minister van Onderwijs, met de dringende vraag om het capaciteitstekort in het secundair onderwijs prioritair aan te pakken. -Pleidooi voor één uniform platform: In datzelfde schrijven vraagt de gemeente Brasschaat aan de Vlaamse overheid om te voorzien in één centraal, eenduidig aanmeldsysteem op gewestelijk niveau om het probleem van dubbele inschrijvingen te vermijden.
Onze vragen hierbij zijn: -Kan het bestuur overwegen om de voorgestelde acties van onze fractie in overweging te nemen?
Schepen Ven bedankt raadslid Buysse voor de constructievraag en het voorstel. Ze licht toe dat dit voor haar altijd een heel stressvolle periode is. Niet alleen voor haar, maar ook voor alle ouders. Er zijn nog steeds een heel aantal leerlingen die geen plek vinden en op de wachtlijst staan. Ze vraagt steeds aan de mensen die haar mailen om haar op de hoogte te houden. Ze beseft zeker dat dit scènes geeft op scholen waar bijvoorbeeld ¾ weet naar welke school ze kunnen en de andere ¼ niet. Schepen Ven licht toe dat er momenteel nog 104 leerlingen uit het aanmeldingssysteem van Brasschaat, Schoten en Schilde geen school hebben. Op 13 mei 2026 waren dat 80 leerlingen uit Brasschaat. Op 18 juni 2026 waren dat nog 25 leerlingen uit Brasschaat. Ze vraagt constant updates bij de verschillende scholen op. Er is dus wel een enorme verschuiving bezig. Zij geeft mee dat ze niet automatisch kan zien of al deze leerlingen een plekje hebben gevonden omdat zij ook een plaats kunnen hebben via een ander aanmeldingssysteem. Half juli kreeg ze wel van alle ouders die haar mailden een mailtje terug met de mededeling dat ze een school gevonden hadden. Schepen Ven geeft toe dat het echt een probleem blijft. Ze geeft graag een overzicht van de totale wachtlijst : ● Atheneum Brasschaat : 3 leerlingen ● Technisch Atheneum Brasschaat : 0 leerlingen ● Technisch Atheneum Brasschaat 1B : 27 leerlingen ● Sint Michielscollege : 32 leerlingen ● Mater Dei 1A : 0 leerlingen ● Mater Dei 1B : 21 leerlingen ● GIB : 119 leerlingen Het zou kunnen dat deze leerlingen ondertussen een plekje vonden via een ander aanmeldingssysteem maar sowieso blijven ze ook hier een plaats op de wachtlijst behouden. Schepen Ven geeft nog mee dat ze in juni 2024 een schrijven richtte aan het kabinet van de minister met de vraag om een afspraak te krijgen met minister Demir om dit te bespreken. Ze wilde een Vlaams aanmeldingssysteem bespreken en of er bepaalde criteria kunnen vast gelegd worden. Tot op heden kreeg ze nog geen antwoord. Er werd recent beslist om nog eens een mail te sturen met dezelfde vragen vanuit de 3 gemeenten. Hopelijk komt er dan wel een positief antwoord. Schepen Ven verwijst graag ook nog naar punt 38 van de gemeenteraad met betrekking tot de lange wachtlijst in de eigen school, nl. het GIB. Er wordt voorgesteld om de capaciteit van de school te verhogen. In september 2025 werd er gestart met een klas minder. Dit heeft als gevolg dat er minder punten en lesuren zijn voor leerkrachten. Het GIB heeft alles herbekeken mbt info-avonden ed en het resultaat was er heel zeker. Er wordt nu gevraagd om toch een extra klas in te richten. Er zijn ook meer lokalen doordat Jhemela gestopt is. Het idee van het GIB is om heel het eerste jaar in die blok onder te brengen. Op deze manier kunnen er 24 leerlingen extra inschrijven. Tegen september kan ze zeker de actuele cijfers nog doorgeven. Raadslid Buysse stelt dat men het ouders niet kwalijk kan nemen dat er op meerdere systemen gegokt wordt. Het is begrijpelijk dat ze op verschillende paarden gaan wedden als er elk jaar opnieuw onrust over is. Ze stelt dat het samenwerken met meerdere gemeenten al een deel van het probleem zou kunnen oplossen. De dubbele inschrijvingen zouden dan al verdwijnen. Hoe meer gemeenten samen werken, des te minder dubbele inschrijvingen en hoe minder kinderen ongerust moeten zijn. Ze weet ook wel dat dit niet alle problemen oplost want voor 1B is het schrijnend. In het onderwijs zijn heel wat problemen alsook heel wat theorieën om dit recht te trekken. Er kunnen bijvoorbeeld extra logopedisten ed voorzien worden, maar het grootste onrecht dat die kinderen wordt aangedaan is hen de boodschap geven dat er geen plaats is voor hen. Er is nog veel werk aan de winkel. De eerste stap is het systeem uitbreiden en er zeker voor zorgen dat de leerlingen uit 1B niet vergeten worden. Raadslid Simons licht nog toe dat het in de B-stroom kleine klasjes zijn, maar deze vragen ook veel ruimte. Bijvoorbeeld bij de richting “voeding en verzorging” hebben ze een keuken nodig. Dit vormt ook een groot probleem volgens hem. |
Beslissing
Het intergemeentelijke aanmeldsysteem voor het secundair onderwijs kwam er om een einde te maken aan de kampeertoestanden aan de schoolpoorten. Hoewel het systeem een aantal acute problemen heeft opgelost, mogen we de ogen niet sluiten voor de structurele knelpunten die vandaag de kop opsteken. De meest recente aanmeldingsperiode in onze regio (Brasschaat, Schoten en Schilde) toont aan dat het systeem botst op zijn limieten. Dit zorgt voor onrust bij de ouders en legt een zware administratieve druk op onze scholen. De oorzaken liggen deels bij een structureel capaciteitstekort en deels bij de wildgroei aan verschillende, niet-gecoördineerde aanmeldsystemen. Hoewel een aantal van deze bevoegdheden op Vlaams niveau liggen, dragen wij als lokale gemeenteraad de verantwoordelijkheid voor de vormgeving en de modaliteiten van ons eigen intergemeentelijke systeem. Het huidige systeem is duidelijk toe aan een grondige evaluatie en herziening.
Brasschaat 2012 stelt volgende acties voor:
● Formeel schrijven aan de Vlaamse Regering: De gemeente Brasschaat richt een officieel schrijven aan de Vlaamse Regering en de bevoegde minister van Onderwijs, met de dringende vraag om het capaciteitstekort in het secundair onderwijs prioritair aan te pakken.
● Pleidooi voor één uniform platform: In datzelfde schrijven vraagt de gemeente Brasschaat aan de Vlaamse overheid om te voorzien in één centraal, eenduidig aanmeldsysteem op gewestelijk niveau om het probleem van dubbele inschrijvingen te vermijden.
Neemt kennis van de vraag van Rudi Pauwels, namens Brasschaat 2012:
● Hoeveel leerlingen secundair (A en B stroom) uit Brasschaat beschikken momenteel nog niet over een school?
● Kan het bestuur overwegen om de voorgestelde acties van onze fractie in overweging te nemen?
35 Mondelinge vraag van Lisa Buysse over de E-10 plas voor de gemeenteraad. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Buysse doet volgende tussenkomst :
“In mei duidde Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns de E10 plas aan als nieuwe zwemzone in open water. Het gemeentebestuur communiceerde even later dat zwemmen verboden blijft De nood aan afkoeling is bij de nieuwe warmterecords groot. Onze fractie Brasschaat 2012 vraagt of het gemeentebestuur wil faciliteren dat er in een ondiep deel van deze vijver toch op een veilige manier gezwommen kan worden. De nood aan afkoeling is groot en voor iedereen een zwembad is niet wenselijk (verharding en waterverbruik), Persoonlijk heb ik fijne herinneringen aan het openlucht-zwembad in Brasschaat De waterkwaliteit van de 10 plas is gecontroleerd en blijkt uitstekend te zijn Indien elke gemeente inspanningen doet om zulke mogelijkheden te voorzien is de spreiding beter en nergens een massale toeloop.” Waarnemend burgemeester Van Gerven is helemaal akkoord met het feit dat de nood aan afkoeling groot is. Dit zal wel niet gefaciliteerd worden aan de E10-plas. De omstandigheden ter plaatse zijn deels onbeheersbaar en deels beheersbaar. Er zijn veel steile bodemovergangen en dat maakt dat iemand daar redden heel moeilijk is. De temperaturen schommelen ook heel sterk waardoor je plots in een koude laag kan terecht komen en dit kan leiden tot een thermoschok. Op deze onbeheersbare randvoorwaarden kan men geen impact hebben. De triathlonclub heeft wel een beperkte concessie omdat zij aan de nodige voorwaarden kunnen beantwoorden (juiste kledij, reddingsboten, redders,…). Voor de gemeente is veiligheid absolute prioriteit en dat kan hier niet gegarandeerd worden.
Raadslid Buysse stelt dat er een ondiep stuk is en dat men dat zou kunnen afspannen met een koord ofzo. Het is jammer dat er in onze gemeente geen afkoelingsfonteintjes zijn. Er is volgens haar heel erg weinig.
Waarnemend burgemeester Van Gerven verwijst heel graag naar het fantastisch zwembad dat er ter beschikking is in de gemeente. Daar zijn volgens haar veel gemeenten jaloers op. Er is een recreatiebad, een oefenbad, een sauna, glijbanen,… Afkoeling kan er dus zeker gevonden worden volgens haar.
Raadslid Callens merkt op dat hij vaak mensen met een kano op de E10-plas ziet. Hij vraagt zich af hoe de handhaving verloopt?
Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat er borden staan met de mededeling dat het verboden is om daar te zwemmen. Zij doen dit dus op eigen verantwoordelijkheid.
Raadslid Fonteyn vraagt om een rondje te doen bij de jeugdbewegingen want zij voorzien dit ook als activiteit om naar de E10-plas te gaan. Ze stelt dat het nodig is om hen op de gevaren te wijzen.
Schepen D’Haen licht toe dat ze recent een kampbrochure hebben gepubliceerd om de jeugdbewegingen te ondersteunen en daar zal dit zeker mee in opgenomen worden.
|
Beslissing
In mei duidde Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns de E10 plas aan als nieuwe zwemzone in open water. Het gemeentebestuur communiceerde even later dat zwemmen verboden blijft
Neemt kennis van de vraag van Lisa Buysse, namens Brasschaat 2012:
● Wil het gemeentebestuur faciliteren dat er in een ondiep deel van deze vijver toch op een veilige manier gezwommen kan worden.
36 Mondelinge vraag van Lisa Buysse over de organisatie van de ophaling van groenafval voor de gemeenteraad. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Buysse doet volgende tussenkomst :
“Sinds 1 juni valt ook het groenafval onder het Diftar-systeem. Er werd een aanzienlijk aantal problemen gemeld i.v.m het chippen van de containers. Ook het feit dat een vuilnisbak van 240 l/ niet meer besteld kon worden, was voor velen nieuwe informatie. We pikken ons wagonnetje aan m.b.t. die Diftar-ophaling, maar dat liep blijkbaar niet zo vlot. Persoonlijk ben ik nog zelden zo vaak aangesproken als gemeenteraadslid (Igean blijkt moeilijk te bereiken, onvriendelijk aan de telefoon, weggewaaide briefjes en zo meer.) Wordt de communicatie i.v.m dergelijke veranderingen besproken met Igean? Ondersteunt de gemeente mensen waarbij de switch moeilijk loopt? “ Schepen Van Cauwelaert was verbaasd dat er tijdens de eerste weken nog steeds een 100-tal containers per week werden aangeboden die niet gechipt waren. Het werd op verschillende manieren (afvalkrant, hoplr,...) gecommuniceerd maar het werd dus blijkbaar door heel wat mensen gemist. Mensen die problemen hebben, kunnen naar de diftar-lijn bellen. Er waren 17 729 aansluitpunten in Brasschaat. Ondertussen zijn er daar 13 300 van gechipt. Er werden ongeveer 5500 nieuwe containers geleverd en gechipt. De 240 liter containers wilde het bestuur behouden tegen het advies van Ovam in. Men vond het zonde om ze allemaal weg te gooien. Nadien bleek dat de containers van 1991 niet chipbaar waren. Men probeerde allerlei oplossingen maar dit ging toch niet goed en daarom werd er beslist om hier niet mee verder te gaan. Er waren dus wel problemen maar deze worden zo snel mogelijk opgelost. Er kan op dit moment nog steeds gechipt worden. De problemen lagen soms bij de mensen zelf, soms bij de container, soms bij de chips,… Er waren verschillende oorzaken. De mensen die op 1 juni aangemeld waren, hadden zeker allemaal 1 container ter beschikking. De mensen die een container van 240 liter hadden die niet chipbaar was, kregen een nieuwe container van 120 liter. Het aanbieden van 2 kleine containers (2 x 0,90 euro) kost exact even veel als het aanbieden van 1 grote container (1,80 euro).
Raadslid Buysse kan zich helemaal inbeelden dat er een aantal mensen niet bereikt werden. Er werden brieven in de bus gestoken maar zo’n zaken gaan soms verloren volgens haar. Ze geeft ook nog mee dat er bij haar eigen vuilbak ook een probleempje was door het weer. Het papiertje dat ze erop moest kleven, ging waaien door het slechte weer. Ze stelde dit gelukkig op tijd vast.
Schepen Van Cauwelaert licht toe dat er 75% van de adressen gechipt is. Men is niet verplicht om dit te laten doen aangezien er mensen zijn die zelf ook composteren.
Raadslid Buysse vraagt om binnenkort te evalueren of er effectief minder afval wordt aangeboden.
|
Beslissing
Sinds 1 juni 2026 valt ook het groenafval onder het Diftar systeem. Er werden een aanzienlijk aantal problemen gemeld in verband met het chippen van de vuilbakken. Ook dat een bak van 240l niet meer besteld kon worden, was voor velen nieuwe informatie.
Neemt kennis van de vraag van Lisa Buysse, namens Brasschaat 2012:
● Wordt de communicatie ivm dergelijke veranderingen besproken met Igean?
● Ondersteunt de gemeente mensen waarbij de switch moeilijke loopt?
37 Mondelinge vraag van Rudi Pauwels over de overname van de dienstencentra voor de gemeenteraad. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Via bezorgde personeelsleden en via de pers vernamen we de geplande overname van onze dienstencentra door Zorgbedrijf Brasschaat. In een logische reflex zou je dan kunnen verwachten dat de gemeenteraadsleden hierover tekst en uitleg krijgen. Waarom werd deze wending niet geagendeerd op de algemene commissie? Het geheel van deze reorganisatie zal nog niet afgerond zijn, maar het is toch evident dat gemeenteraadsleden hierover gebriefd worden en tekst en uitleg krijgen” Raadslid Hoegaerts doet volgende tussenkomst :
“Het is inderdaad zo dat niet alleen de gemeenteraad nog geen tekst en uitleg heeft gekregen, maar ook het personeel en de vrijwilligers en de gebruikers/cliënten van de dienstencentra hebben het niet zien aankomen en waren -wellicht naïef- volledig verrast.
Op 26 mei nam het Vast Bureau van het OCMW de beslissing en op 27 mei werden de personeelsleden uitgenodigd voor een toelichting door de burgemeester en de algemeen directeur op 28 mei. Zo snel kan het gaan. Deze nieuwe besparing wordt alweer voorgesteld als een ‘efficiëntieoefening’. De uitbating van deze dienstencentra worden niet als een ‘kerntaak’ beschouwd. Wat is nog wel een kerntaak op den duur? Men wil ook ‘expertise’ binnenhalen is een ander argument. Na 30 jaar dienstencentrum Maria-ter-Heidehove en 25 jaar of meer elders lijkt er mij nochtans voldoende expertise in huis.
De dienstverlening zal niet veranderen poneert het gemeentebestuur, maar aan welke kostprijs voor de gebruikers en cliënten? Welke budgetten zullen er overblijven voor activiteiten. Men erkent immers momenteel over mooie budgetten op dat vlak te beschikken, wat het aangenaam werken maakt en wat voor een dankbaar publiek zorgt.
Wat mét de vrijwilligers en hun vergoedingen? Geen dienstencentra zonder vrijwilligers. En last but not least: opnieuw de situatie van het personeel uiteraard. Men zal het personeel overzetten naar een andere organisatie aan andere, ‘minderwaardige’ voorwaarden hoor ik. Wat in elk geval duidelijk is, is dat al zeker aan het verlofstelsel zal geknabbeld worden. In het verleden deed het gemeentebestuur bepaalde bijpassingen voor het personeel van het wzc Vesalius dat overgeheveld werd naar het Zorgbedrijf Antwerpen, nu is al duidelijk dat het personeel van de dienstencentra, zo’n 18 personen, niet op welke bijpassing zal kunnen rekenen. Vragen en bezorgdheden genoeg lijkt me…”
Schepen Hans licht toe dat ze correct gehandeld hebben. De dag nadat het op het Vast Bureau kwam, hebben ze het personeel ingelicht. Het was belangrijk dat ze dit niet zouden lezen in de media. Om naar een commissie te stappen, moet je cijfers hebben en dit was een principiële beslissing die nog verder onderzocht moet worden. Dit onderzoek vraagt nog tijd. Ze stelt dat men niet heeft gezegd dat het geen kerntaak is. Ze willen het overlaten aan professionele mensen. De burgers gaan hier volgens haar veel beter van worden.
Schepen Heirman licht toe dat Zorgbedrijf Antwerpen de “manager” is maar het zal doorgaan onder Zorgbedrijf Brasschaat. Zorgbedrijf Brasschaat krijgt de dienstencentra ingekanteld als het doorgaat. Wanneer er verdere cijfers en inlichtingen zijn, zullen deze op de commissie gebracht worden. Op dit moment was er nog niets te vertellen, het was louter een principiële beslissing die nu nog verder onderzocht zal worden. Schepen Hans geeft nog mee dat er nog 1,5 jaar zal overgaan. Wanneer het personeel graag voor Brasschaat wil blijven werken, kunnen zij ingaan op andere interne vacatures.
Raadslid Callens wil als voorzitter van Zorgbedrijf Brasschaat nog toevoegen dat ze tegen 30 juni 2027 een beslissing moeten nemen om de inkanteling mogelijk te maken tegen 1 januari 2028. Een inkanteling is volgens hem een hele andere benadering dan een overname. Hij is zelf als sinds 2016 vragende partij om de dienstencentra in te kantelen bij het Zorgbedrijf. Serviceflats, woonzorgcentra en dienstencentra zijn volgens hem de core business van een Zorgbedrijf. Hij is heel blij dat men nu de stap gezet heeft om dit mogelijk te maken. Zeker ook met de ontwikkelingen die zich voordoen op de zorgdriehoek. Als voorzitter van Zorgbedrijf Brasschaat kan hij dit alleen maar toejuichen.
Raadslid Pauwels stelt dat al deze informatie ook gedeeld hadden kunnen worden op een commissie, ook al waren er nog geen cijfers.
Waarnemend burgemeester Van Gerven vult aan dat er personeel bij betrokken is en dat dit dus heel delicaat is. Bij verdere stappen zal er toelichting volgen maar deze eerste stap moest eerst genomen worden. Het is volgens haar ook een logische stap om dit onder te brengen in de zorgpoot van Brasschaat, nl. Zorgbedrijf Brasschaat.
Schepen Heirman komt nog even terug op de voorwaarden. Wanneer de inkanteling doorgaat, zullen de mensen van de dienstencentra een job aangeboden krijgen bij Zorgbedrijf Brasschaat met de rechtspositieregeling die daar van toepassing is. De voorwaarden zijn volgens hem niet minderwaardig behalve de verlofdagen. Bij de gemeente heeft men 35+14 dagen en dat zal bij het Zorgbedrijf iets minder zijn. Stellen dat het minderwaardige voorwaarden zijn, vindt hij wat kort door de bocht. De doelstelling is geen besparing.
Waarnemend burgemeester Van Gerven stelt dat een betere service met minder geld altijd mooi meegenomen is.
|
Beslissing
Via bezorgde personeelsleden en via de pers vernamen we de geplande overname van onze dienstencentra door Zorgbedrijf Brasschaat. In een logische reflex zou je dan kunnen verwachten dat de gemeenteraadsleden hierover tekst en uitleg krijgen.
Neemt kennis van de vraag van Rudi Pauwels, namens Brasschaat 2012:
● Waarom werd deze wending niet geagendeerd op de algemene commissie. Het geheel van deze reorganisatie zal nog niet afgerond zijn, maar het is toch evident dat gemeenteraadsleden hierover gebriefd worden en tekst en uitleg krijgen?
Stemming acceptatie hoogdringend punt Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Ward Schevernels Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Barbara Cloet Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Jan Jambon Adinda Van Gerven Elke De Maeyer Rudi Pauwels Tim Willekens Hedwig van Baarle Dimitri Hoegaerts Bryan Verhoeven Karina Hans Robert Geysen Herman Van Mieghem Sven Simons Bart Brughmans Erwin Callens Karin Beyers Bruno Heirman Inez Ven Jef Konings Linsey De Vooght Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Lynn De Vocht Goele Fonteyn Philip Cools Sylvia Lathouwers Lore Fonteyn Carla Pantens Kelly D'Haen Lore Fonteyn Goele Fonteyn Kelly D'Haen Tim Willekens Philip Cools Elke De Maeyer Linsey De Vooght Jef Konings Hedwig van Baarle Joris Van Cauwelaert Sylvia Lathouwers Lynn De Vocht An-Sofie Dewinter Erwin Callens Karina Hans Adinda Van Gerven Karin Beyers Inez Ven Dimitri Hoegaerts Rudi Pauwels Jan Jambon Herman Van Mieghem Bart Brughmans Sven Simons Bryan Verhoeven Bruno Heirman Robert Geysen Carla Pantens aantal voorstanders: 28 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
38 Gemeentelijk secundair onderwijs. Verhoging capaciteit met ingang van 1 september 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Voorzitter Geysen licht bij aanvang van de zitting toe dat dit punt met hoogdringendheid werd toegevoegd aan de agenda.
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Toen ik er nog was, ondertussen een tijdje geleden, en de capaciteit bijgesteld werd, was het tijdens leswisselingen en pauzes al behoorlijk druk in de gangen en op de speelplaats. Wegens de verhuizing (of zijn die gestopt?) van muziekatelier “‘t Hemeltje” komen nu drie lokalen vrij. Naar ruimte toe kan er dus nog een uitbreiding. Ik heb begrip voor de beslissing, maar buiten de capaciteit moet je toch ook het comfort, de sfeer en de werkdruk in het oog houden. Dit wordt een stevige opgave ook naar de volgende jaren toe, want alles schuift natuurlijk op. En eens een capaciteitsuitbreiding wordt dat “een blijvertje”. Ik moet jullie vertellen dat verhoogde werkdruk, uitval als risicofactor heeft. Hoe schat men de gevolgen in, qua aantal lokalen naar de toekomst toe. Logistiek waarschijnlijk consequenties: kunnen de lokalen van het muziekatelier nog tijdig opgefrist worden, zijn die lokalen voorzien van het nodige meubilair en aanverwante zoals krijtborden (of is dat uit de tijd?), digitale mogelijkheden enz. Komen de boekenpakketten voor deze extra leerlingen nog tijdig in orde. Men zal er wel mee bezig zijn, maar komt dit in orde voor 1 september? Van de 104 kinderen die nog geen school hebben, zijn er 71 die het GIB als eerste keuze hebben. Er komt nu plaats voor 24 leerlingen. Wat met de overige 47? En hoe wordt bepaald wie van die 71 naar het GIB mogen en wie niet?” Schepen Ven licht toe dat de klaslokalen reeds ingericht zijn. Door alle eerstejaars in een zelfde blok te zetten, creëren ze een aangename sfeer voor hen zodat ze niet verloren lopen in de massa. Ze vermoed dat de boeken wel in orde zullen komen. De wachtlijsten moeten behouden blijven en in die volgorde zullen ze gebeld worden. Na de gemeenteraad zullen ze het nieuws openbaar maken. Bij de vorige schooljaren verhoogde het Sint Michielscollege ook zijn capaciteit toen er nog een lange wachtlijst was.
|
Beslissing
Feiten en motivering
De voorzitter van de gemeenteraad stelt voor om 'Gemeentelijk secundair onderwijs. Verhoging capaciteit met ingang van 1 september 2026.' bij hoogdringendheid toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad omdat pas op 18 juni 2026 duidelijk is geworden dat het aantal kinderen dat geen plaats heeft in het secundair onderwijs van Brasschaat nog steeds 108 leerlingen is en dat er op dit moment nog 119 leerlingen, waarvan 71 met als eerste keuze GIB, op de wachtlijst staan van het GIB. Tijdens het college van burgemeester en schepenen van 22 juni 2026 werd vastgesteld dat het aangewezen is de capaciteit te verhogen.
Met het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2017 werd de maximumcapaciteit van het gemeentelijk
secundair onderwijs met ingang van 1 september 2018 vastgesteld op:
● 192 leerlingen voor het eerste jaar van de eerste graad;
● 1020 leerlingen voor het totaal van het gemeentelijk secundair onderwijs;
● 24 leerlingen per klas in het ASO;
● 20 leerlingen per klas in het TSO.
Tijdens de aanmeldprocedure voor het schooljaar 2026-2027 werden er 346 kinderen aangemeld voor het GIB. Op datum van 13 mei 2026 werden er 188 kinderen ingeschreven en stonden er 158 kinderen op de wachtlijst. Op datum van 18 juni 2026 staan er nog 119 kinderen op de wachtlijst waarvan 71 het GIB de 1e keuze is.
Op datum van 13 mei 2026 hadden er 408 kinderen nog geen school toegewezen gekregen. Op datum 18 juni 2026 zijn er nog steeds 104 kinderen die geen school hebben toegewezen gekregen.
Op basis van dit cijfermateriaal is het aangewezen om voor het schooljaar 2026-2027 de maximumcapaciteit van het GIB met 24 leerlingen te verhogen tot 1044. En voor het schooljaar 2026-2027 in plaats van 8 klassen in het eerste jaar, 9 klassen in het eerste jaar te voorzien.
Door de besparingen in het secundair onderwijs en het lagere leerlingenaantal tijdens het schooljaar 2025-2026 beschikt de school voor het schooljaar 2026-2027 niet over voldoende lestijden om deze extra klas te organiseren. Om een extra klas in het eerste jaar te organiseren zijn er 31 lestijden nodig. Geraamd wordt dat dit een maximale kostprijs van 80.000 euro zou bedragen. Deze lestijden dienen te worden ingericht vanaf 1 september 2026 en dienen te worden aangekocht bij het ministerie van onderwijs en vorming. De afrekening van deze middelen wordt pas verwacht in het eerste kwartaal van 2027.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De ministeriële omzendbrief SO/2012/01 over het inschrijvingsrecht en aanmeldingsprocedures in het
secundair onderwijs, zoals gewijzigd.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | 80.000,00 euro, btw inbegrepen (eenmalig) |
Budgetsleutel | er is nog geen budgetsleutel beschikbaar |
Budget/jaar | Exploitatie in 2027 |
Krediet beschikbaar | Nee. Het tekort bedraagt 80.000 euro. |
Visum financieel directeur | Kan geen visum verlenen. Dient opgenomen te worden bij de wijziging van de meerjarenplanning. |
Voor de aankoop van lestijden in het secundair onderwijs zijn geen middelen voorzien in het meerjarenplan.
BESLUIT:
Stemming acceptatie hoogdringend punt
Met 28 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Carla Pantens, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Dimitri Hoegaerts, Philip Cools, Jan Jambon, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Jef Konings, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Lore Fonteyn, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Tim Willekens).
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Hecht goedkeuring om het punt 'Gemeentelijk secundair onderwijs. Verhoging capaciteit met ingang van 1 september 2026.' toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad.
Art.2.- Met ingang van 1 september 2026 wordt de capaciteit van het gemeentelijk secundair onderwijs vastgesteld op 1044 leerlingen. Het maximum per klas wordt vastgesteld op 24 leerlingen in ASO en 20 leerlingen in TSO.
Het maximaal aantal voorbehouden plaatsen voor het 1e jaar dient jaarlijks voor de start van het aanmelden bepaald te worden door het college van burgemeester en schepenen.
Art.3.- Er wordt ingestemd om voor het schooljaar maximaal 31 lestijden aan te kopen om een extra klas in het 1e jaar van het GIB te voorzien. De kostprijs mag niet meer dan 80.000 euro bedragen.
Dit budget moet worden opgenomen bij de wijziging van de meerjarenplanning voor 2027.
39 Molenweg. Goedkeuring verkoopakte. - GOEDGEKEURD
40 Molenveld. Carport nr. 2 (P0028). Goedkeuring verkoop. - GOEDGEKEURD
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.