20 Algemeen politiereglement. Aanpassingen bepalingen brandveiligheid. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Waarnemend burgemeester Van Gerven stelt dat dit misschien een droog onderwerp is, maar het is zeer belangrijk. Ze verwijst hierbij naar de brand in Crans Montana. Ze is blij dat er vanavond een nieuw reglement kan goedgekeurd worden voor de publieke instellingen. Voor dit reglement ligt voornamelijk de nadruk op het vluchtgedrag en de evacuatiesnelheid van de mensen die aanwezig zijn. Het legt minder nadruk op de brandbestrijding aangezien de brandweer dit moet doen. Het aantallen uitgangen ed. zijn criteria op basis waarvan een brandveiligheidsattest zal toegekend worden. Dit kadert in het jaaractieplan van de brandweer waarbij er veel nadruk gelegd wordt op risicobeheersing en preventie. Er zal ook een extra personeelslid aangeworven worden bij de brandweer die zich specifiek zal inzetten op brandpreventie. Er werd ook een digitale tool ontworpen “check mijn zaak”. Alle publiek toegankelijke instellingen kunnen met die tool checken hoe hun zaak ervoor staat. Er kunnen verbeterpunten uitkomen maar er kan ook uitkomen dat ze contact moeten opnemen met de brandweer. De brandweer heeft een award gewonnen voor deze nieuwe tool. Er zal binnenkort een webinar georganiseerd worden om deze tool te lanceren bij de ondernemers. Brandveiligheid is niet enkel een thema voor ondernemers maar eigenlijk belangd dit iedereen aan. |
Raadslid Pauwels wil hieromtrent graag de aandacht nog even vestigen op de Remise. Hij was daar laatst op een tentoonstelling en hij merkte dat de nooduitgang boven was afgeschermd met een schilderij. De nooduitgang kon niet gebruikt worden. Hij vraagt om de mensen zeker attent te maken dat dit niet kan. Hij vindt het misschien te overwegen om een buitentrap te verwezenlijken om de veiligheid te kunnen garanderen. Schepen Hans licht toe dat ze momenteel inzetten op veiligheid in de Remise. De nieuwe preventie-adviseur is reeds ter plaatse geweest en de vluchtweg is uitgetekend. Ook de signalisatie werd al bekeken. Er zullen ook brandoefeningen ingepland worden zoals ze op de scholen doen. Ze bevestigt dat de nooduitgangen zeker moeten vrij blijven en dat eraan gewerkt wordt. Waarnemend burgemeester Van Gerven is wel blij met de opmerking van raadslid Pauwels. Dit is het doel van brandveilig samen leven. Als iedereen zo opmerkzaam is, zullen we een brandveilige gemeente krijgen. |
Beslissing
Feiten en motivering
Op de zoneraad van de brandweer werd een voorstel tot aanpassing van de gemeentelijke politiereglementen betreffende het hoofdstuk brandveiligheid in publiek toegankelijke inrichtingen besproken met verzoek dit over te maken aan de betrokkenen gemeentebesturen voor goedkeuring en opname in het lokale politiereglement. De zonale brandweerpreventiedienst verzoekt om goedkeuring van het document 'Wijzigingen aan het politiereglement voor publiek toegankelijke inrichtingen' zoals door hen voorgelegd.
Juridisch kader
Art.2, 40§1, 135, 285, 286 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Art.119 Nieuwe Gemeentewet.
Het Algemeen Politiereglement Brasschaat gecoördineerde versie van 15 december 2025
Wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
Adviezen
De adviezen van de betrokken diensten zullen verder worden opgenomen met de brandweercommandant.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de herwerkte versie van Titel VII, Hoofdstuk 7-Maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen van het Algemeen Politiereglement zoals alsvolgt:
Toelichting
Dit gedeelte van het politiereglement heeft uitsluitend betrekking op de aspecten van brandveiligheid in publiek toegankelijke gebouwen, zowel van tijdelijke als van permanente aard. Het document zorgt voor een uniform reglement binnen de gemeenten van brandweer Zone Rand.
2. Inhoudsopgave
- Administratieve bepalingen
1.a. Definities
1.b. Toepassingsgebied
1.c. Brandveiligheidsattest
1.d. Toezicht en controle
1.e. Afwijkingen
1.f. Sancties
1.g. Inwerkingtreding
- Technische bepalingen
2.a. Algemeen
2.b. Aantal toegelaten personen
- Bijlage 1 – Categorie 1 (aantal personen ≤ 9)
3.a. Inplanting
3.b. Compartimentering en bouwelementen
3.c. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
3.d. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
3.e. Constructievoorschriften voor technische ruimten
3.f. Uitrusting van de gebouwen
3.g. Organisatie
- Bijlage 2 – Categorie 2 (10 ≤ aantal personen ≤ 49)
4.a. Inplanting
4.b. Compartimentering en bouwelementen
4.c. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
4.d. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
4.e. Constructievoorschriften voor technische ruimten
4.f. Uitrusting van de gebouwen
4.g. Organisatie
- Bijlage 3 – Categorie 3 (aantal personen ≥ 50 personen)
5.a. Inplanting
5.b. Compartimentering en bouwelementen
5.c. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
5.d. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
5.e. Constructievoorschriften voor technische ruimten en keuken
5.f. Uitrusting van de gebouwen
5.g. Organisatie
- Bijlage 4 – Evenementen
6.a. Indienen aanvraag
6.b. Adviezen
- Toelichting pictogrammen
3. Administratieve bepalingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begrippen, vermeld in bijlage 1 bij het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 [en volgende wijzigingen], aangevuld met volgende definities.
3.1. Definities
3.1.1. Publiek toegankelijke inrichting (PTI):
Publiek toegankelijk gedeelte met aanhorigheden
3.1.2. Exploitant:
Natuurlijke persoon of rechtspersoon die, al dan niet tijdelijk, een inrichting of installatie exploiteert, haar, al dan niet tijdelijk, in bezit heeft of er, al dan niet tijdelijk, economische zeggenschap over heeft.
3.1.3. Aanhorigheden:
Alle ruimten die in functie staan van het publiek toegankelijke gedeelte, hiertoe behoren o.a.
● Kitchenettes en keukens;
● Bergingen;
● ….
Het privéwoongedeelte van de exploitant maakt eveneens deel uit van de aanhorigheden, tenzij brandwerend gecompartimenteerd met wanden EI60, en deuren EI130.
3.1.4. Bestaande inrichting:
Een inrichting die reeds voor de invoering van het reglement in exploitatie was en intussen niets is gewijzigd.
3.1.5. Nieuwe inrichting:
Een inrichting :
● die nieuw opgericht wordt;
● waarvan de hoofdfunctie wijzigt;
● waarvan de exploitant wijzigt;
● waarvan de organen van de rechtspersoon wijzigen.
3.1.6. Verbouwen:
Structurele wijzigingen aanbrengen die een invloed hebben op de stabiliteit en/of brandweerstand van de scheidende elementen.
3.1.7. Uitbreiden:
Een publiek toegankelijke inrichting in oppervlakte en/of volume vergroten.
3.1.8. Herinrichten:
Herinrichten: Een bestaande publiek toegankelijke inrichting wijzigen zonder aanpassingen aan de structuur maar wel met invloed op:
● brandcompartimentering
● aantal gebruikers
● evacuatie(wegen)
3.1.9. Indeling categorieën
De publiek toegankelijke inrichtingen zijn ingedeeld in 3 categorieën, volgens het aantal toegelaten personen:
● Categorie 1: maximum 9 personen toegelaten;
● Categorie 2: minimum 10 en maximum 49 personen toegelaten;
● Categorie 3: 50 personen of meer toegelaten.
De exploitant stelt op eigen verantwoordelijkheid het aantal toegelaten personen vast, binnen de aangegeven verhoudingen in artikel 4.2.
3.2. Toepassingsgebied
3.2.1. De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op alle publiek toegankelijke inrichtingen.
3.2.2. Dit reglement is niet van toepassing op:
Gebouwen waar een specifieke reglementering voor de brandveiligheid van toepassing is;
● Kantoren;
● Scholen voor hun onderwijsopdracht : gebouwdelen van scholen die buiten de schooluren door derden gebruikt worden, worden wel als publiek toegankelijke inrichting beschouwd.
● Parkeergebouwen;
● Gebouwen voor uitoefening van erkende erediensten : in zoverre deze enkel gebruikt worden voor de erediensten. Worden deze ook voor andere doelen gebruikt dan worden ze als publiek toegankelijke inrichtingen beschouwd.
● Lokalen of gebouwen die niet werden ontworpen als publiek toegankelijke inrichting en die maximum 2x per jaar voor een periode van maximum 5 dagen worden opengesteld voor publiek;
● Installaties in open lucht en uitbatingen in tijdelijke constructies.
3.3. Brandveiligheidsattest
3.3.1. Op basis van het brandweerverslag wordt voor de categorie 2 en 3 een brandveiligheidsattest afgeleverd door de burgemeester.
Categorie 1 inrichtingen dienen te voldoen aan de voorwaarden opgenomen in dit reglement maar moeten niet beschikken over een attest.
Nieuwe categorie 1 inrichtingen welke niet voldoen een de voorwaarden opgenomen in dit reglement mogen niet openen.
3.3.2. Ongeacht onderstaande bepalingen dient elke bestaande publiek toegankelijke inrichting van categorie 2 en 3 te beschikken over een brandveiligheidsattest binnen een periode van 10 jaar na de inwerkingtreding van dit reglement.
3.3.3. De exploitant van een “nieuwe” publiek toegankelijke inrichting is verplicht:
● Ten minste 30 dagen voor de opening van de inrichting de openingsdatum van de inrichting aan de burgemeester mede te delen;
● Een controle van de brandveiligheid ten minste 30 dagen voor de opening van de inrichting aan te vragen.
● Zich ervan te vergewissen dat aan alle maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand, opgenomen in dit reglement, is voldaan vooraleer de inrichting te openen.
3.3.4. Het brandveiligheidsattest wordt aangevraagd door de exploitant aan de burgemeester in volgende gevallen:
● Nieuwe publiek toegankelijke inrichtingen;
● Bestaande publiek toegankelijke inrichtingen die verbouwd, heringericht of uitgebreid worden;
● Bestaande publiek toegankelijke inrichtingen met een nieuwe exploitant;
● Vóór het beëindigen van de geldigheidsduur van het brandveiligheidsattest;
● Bij wijzigingen die de brandveiligheid en/of de evacuatiemogelijkheden kunnen beïnvloeden;
● Bij toename van het aantal toegelaten personen.
3.3.5. Op het einde van de controle wordt een brandweerverslag opgemaakt.
Het brandweerverslag bevat:
● Een beschrijving van de bestaande toestand;
● Een opsomming van de vastgestelde inbreuken of tekortkomingen;
● De voorwaarden waaraan de exploitant moeten voldoen om in overeenstemming te zijn met deze reglementering.
3.3.6. Als uit het verslag van de brandweer blijkt dat de inrichting voldoet aan de brandveiligheidsnormen kan de burgemeester een brandveiligheidsattest A uitreiken. Dit attest heeft een geldigheidsduur van 10 jaar, behalve in de gevallen die zijn beschreven in punt 3.3.4.
3.3.7. Als uit het verslag van de brandweer blijkt dat de inrichting niet volledig voldoet aan de brandveiligheidsnormen, maar dat de veiligheid van het personeel en de bezoekers niet ernstig in gevaar komt, kan de burgemeester een brandveiligheidsattest B uitreiken. De burgemeester bepaalt de geldigheidsduur van het attest B, met een maximale geldigheidsduur van 5 jaar.
Bij het uitreiken van een B attest heeft de exploitant zeven maanden om een stappenplan uit te werken om aan het reglement te voldoen. Dit stappenplan wordt aan de burgemeester bezorgd binnen de vooropgestelde termijn.
Na de uitvoering van de aanpassingswerken of uiterlijk vóór het aflopen van de geldigheidsduur van brandveiligheidsattest B dient de exploitant de brandweer te verwittigen zodat een nieuw onderzoek kan worden uitgevoerd. De brandweer maakt daarvan een verslag op en bezorgt dat aan de burgemeester.
Als uit het verslag blijkt dat:
● De inrichting nu voldoet aan de brandveiligheidsnormen, kan de burgemeester een brandveiligheidsattest A uitreiken. Dit attest heeft een geldigheidsduur van 10 jaar, behalve in de gevallen die in het punt A.3.4 zijn beschreven;
● Er reeds aanpassingswerken werden uitgevoerd, maar dat er nog steeds opmerkingen zijn, kan de burgemeester het brandveiligheidsattest B verlengen indien de totale geldigheidsduur van 5 jaar nog niet werd overschreden;
● De inrichting nog steeds niet voldoet aan de brandveiligheidsnormen en het attest B de totale geldigheidsduur van 5 jaar heeft bereikt, kan de burgemeester uitzonderlijk het brandveiligheidsattest B verlengen mits verscherpte periodieke controles worden uitgevoerd met bijhorende retributie ten laste van de exploitant.
3.3.8. Als uit het verslag van de brandweer blijkt dat:
● De inrichting niet voldoet aan de brandveiligheidsnormen en hierdoor de veiligheid van personeel en bezoekers in gevaar komt,
OF
● De inrichting gedurende 5 jaar in het bezit van een B attest is zonder daarbij afdoende gevolg te geven aan de bijhorende opmerkingen,
kan de burgemeester een brandveiligheidsattest C uitreiken. In dit geval kan de uitbating van de inrichting niet starten of verder doorgaan.
3.3.9. Brandweer Zone Rand bepaalt het model van de attesten.
3.4. Toezicht en controle
3.4.1. De exploitant zal te allen tijde toegang verlenen tot de inrichting aan de bevoegde instanties, alsook aan de personen die hiertoe door de burgemeester werden gemachtigd.
3.4.2. De burgemeester kan een brandweercontrole opleggen of kan een brandveiligheidsattest laten herzien met bijhorende retributie ten laste van de exploitant.
3.5. Afwijkingen
3.5.1. Afwijkingsaanvraag
Via deze procedure kan enkel een afwijking aangevraagd worden op de voorwaarden opgenomen in deze richtlijn.
Indien het onmogelijk is te voldoen aan een of meerdere specificaties van dit reglement kan de burgemeester afwijkingen toestaan.
3.5.2. Procedure
De aanvraag tot afwijking wordt door de exploitant schriftelijk aan de burgemeester bezorgd, die ze voor advies kan doorsturen naar de afwijkingscommissie.
Het afwijkingsdossier omvat minstens volgende zaken:
● Duidelijke plannen van de inrichting, op schaal getekend;
● Verklarende nota waarom een afwijking wordt aangevraagd;
● Toelichting van het alternatieve voorstel met gelijkwaardig veiligheidsniveau.
3.5.3. Afwijkingscommissie
De afwijkingscommissie verstrekt de burgemeester een advies over de aanvragen om gelijkwaardigheid en afwijking.
De afwijkingscommissie bestaat uit de volgende leden:
● Een secretaris;
● Twee deskundigen brandveiligheid, leden van brandweer Zone Rand;
● Een externe deskundige (optioneel).
3.5.4. De afwijkingscommissie komt naar gelang de noodzaak samen, evalueert de gelijkwaardigheid van het voorgesteld veiligheidsconcept en formuleert een advies voor de burgemeester.
De afwijkingscommissie kan indien noodzakelijk het advies inwinnen van externe deskundigen.
3.5.5. Binnen de zes maanden na de aanvraag doet de burgemeester uitspraak op het gemotiveerd advies van de afwijkingscommissie en maakt de beslissing schriftelijk aan de exploitant over.
3.5.6. Uitvoering
De exploitant, die een afwijking verkrijgt, dient binnen de geldigheidsduur van brandveiligheidsattest B de beslissing van de burgemeester uit te voeren.
3.6. Sancties
3.6.1. Onverminderd de straffen van toepassing door andere wettelijke bepalingen worden de overtredingen tegen bovenstaande reglementering bestraft overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
3.6.2. Alle overtredingen op de bepalingen van dit reglement kunnen bestraft worden met:
● Een administratieve geldboete;
● De administratieve schorsing of intrekking van de door de gemeente of haar organen afgegeven toelating of vergunning;
● De tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting.
De sanctionerende ambtenaar legt de administratieve geldboete op.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de administratieve schorsing of intrekking van een door de gemeente of haar organen afgeleverde toelating of vergunning en/of over een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.
3.6.3. De heropening van de inrichting wordt slechts toegestaan als de vereiste aanpassingen of verbouwingen uitgevoerd zijn en er een A of B attest bekomen werd.
4. Technische bepalingen
4.1. Algemeen
4.1.1. Voorliggend reglement bepaalt de minimale bepalingen inzake brandpreventie en -bestrijding, waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van publiek toegankelijke inrichtingen moeten voldoen.
4.1.2. Onverminderd de voorschriften opgenomen in dit reglement, neemt de exploitant de nodige maatregelen om:
● Het ontstaan van een brand te voorkomen;
● In geval van brand een veilige en snelle ontruiming van de aanwezige personen te verzekeren
● In geval van brand de hulp van de brandweerdienst onmiddellijk in te roepen;
● Ieder begin van brand snel en doeltreffend te bestrijden;
● De tussenkomst van de openbare hulpdiensten te vergemakkelijken.
4.1.3. Behalve bij een uitdrukkelijke afwijking, hebben de gebruikte termen in dit reglement de betekenis van de basisnormen, met name het Koninklijk besluit van 7 juli 1994 - bijlage 1 – “Terminologie” [en latere wijzigingen].
4.1.4. Weerstand tegen brand van een bouwelement:
Voor bouwelementen met een dragende en/of scheidende functie wordt de weerstand tegen brand uitgedrukt zoals gedefinieerd in de Europese norm NBN EN 13501 (2 tot 4). Klasseringen die worden bekomen volgens de Belgische norm NBN 713.020, worden als volgt als evenwaardig aanvaard: