1 Notulen en zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 23 februari 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hermans verwijst naar het feit dat er ergens in het zittingsverslag “waarnemend burgemeester Cools” werd opgenomen.
Voorzitter Geysen geeft mee dat dit zal nagekeken en aangepast worden.
Beslissing
Feiten en motivering
Op 23 februari 2026 vond er een zitting van de gemeenteraad plaats. De gemeenteraad dient de notulen en het zittingsverslag van die zitting goed te keuren.
Juridisch kader
Artikel 32 van het decreet lokaal bestuur.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De notulen en het zittingsverslag van de zitting van de gemeenteraad van 23 februari 2026 worden goedgekeurd.
2 Goedkeuring. Uitbreiden personeelsformatie met buffercapaciteit. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Met de gemeenteraad van 25 augustus 2025 werd de personeelsformatie van de politiezone Brasschaat goedgekeurd. In deze formatie werd een FTE van 57 inspecteurs van politie opgenomen, verdeeld over de verschillende diensten. Momenteel is 47 van de 57 FTE ingevuld met een effectief beschikbare capaciteit van 41,8 FTE.
Gelet de lange doorlooptijd bij het aanwerven van een laureaat via externe rekrutering is het nodig om na te denken over een strategische rekrutering. Heden moet er soms naar creatieve oplossingen gezocht worden om de continuïteit qua capaciteit te kunnen voorzien. Wanneer we blijven vasthouden aan het goedgekeurde kader met de daaraan gekoppelde budgetten, zijn we niet wendbaar genoeg bij plotse vertrekken.
Daarnaast vinden medewerkers in de huidige samenleving een goede work-life balance erg belangrijk. Om een aantrekkelijke werkgever te zijn is het dan ook belangrijk om maximaal tegemoet te kunnen komen aan deze vraag. Hiervoor zijn er diverse loopbaanstelsels beschikbaar die het mogelijk maken om verminderd te werken. 10 INP, of 23,92% van de beschikbare capaciteit, maken hier dan ook dankbaar gebruik van.
De korpschef stelt voor om in de personeelsformatie een buffercapaciteit van 2 inspecteurs van politie op te nemen. Het al dan niet vacant verklaren van deze plaatsen zal jaarlijks worden opgenomen in de begrotingsgesprekken.
Het punt werd principieel goedgekeurd op het college van 16 maart 2026.
advies bijzonder rekenplichtige
De budgettaire gevolgen van een invulling zijn nog niet opgenomen in het personeelsbudget 2026; een verhoging van geraamde uitgaven is dus een stijging van budget en nadien werkelijk/effectieve kosten op te nemen in begroting 2027. Dit geeft normaal een verhoging van de gemeentelijke toelage.
Juridisch kader
Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, inzonderheid de artikelen 57 e.v.;
Wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;
De gemeentewet en het nieuwe gemeentedecreet voor zover van toepassing in zaken van lokale politie;
Koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;
Koninklijk besluit van 5 september 2001 houdende het minimaal effectief van het operationeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politie;
Koninklijk besluit van 17 september 2001 tot vaststelling van de organisatie- en werkingsnormen van de lokale politie teneinde een gelijkwaardige minimale dienstverlening aan de bevolking te verzekeren;
Wet van 26 april 2002 houdende de essentiële elementen van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse andere bepalingen met betrekking tot de politiediensten;
Koninklijk besluit van 10 oktober 2011 houdende het minimaal effectief van het operationeel en het administratief en logistiek personeel van de lokale politie;
Ministeriële omzendbrief PLP12 van 8 oktober 2001 betreffende de rol van de gouverneurs in het raam van het algemeen specifiek toezicht, voorzien door de wet van 7 december 1998;
Koninklijk besluit van 7 december 2001 tot vaststelling van de formatienormen van de personeelsleden van de lokale politie.
Ministeriële omzendbrief PLP25 van 8 mei 2002 betreffende de politiehervorming en de personeelsformaties;
Ministeriële omzendbrief CP2 van 3 november 2004 betreffende het bevorderen van de organisatieontwikkeling van de lokale politie met als finaliteit een gemeenschapsgerichte politiezorg;
Wet van 3 juli 2005 tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten;
Richtlijnen van 1 december 2006 tot het verlichten en vereenvoudigen van sommige administratieve taken van de lokale politie.
Financiële gevolgen
De kost van één inspecteur van politie wordt geraamd op 68 500 euro op jaarbasis. Het al dan niet vacant verklaren van deze plaatsen zal jaarlijks worden opgenomen in de begrotingsgesprekken.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel van de korpschef om de personeelsformatie uit te breiden met een buffercapaciteit van 2 inspecteurs van politie.
Art.2.- Deze betrekkingen worden vacant verklaard via de gewone mobiliteit. Indien deze plaatsen niet via de gewone mobiliteit kunnen worden ingevuld, zullen de betrekkingen extern worden opengesteld voor de laureaten.
Art.3.- Het al dan niet vacant verklaren van deze plaatsen zal jaarlijks worden opgenomen in de begrotingsgesprekken.
3 Besluit gouverneur begroting politiezone. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
Beslissing
In zitting van 15 december 2025 stelde de gemeenteraad de begroting voor het dienstjaar 2026 van de politiezone Brasschaat vast.
Neemt kennis van het besluit van de gouverneur van 9 februari 2026 waarbij de begroting van de politiezone wordt goedgekeurd.
4 Brandweer Zone Rand - jaaractieplan 2026. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
Beslissing
Art.1.- Neemt kennis van het jaaractieplan 2026 van de Brandweer Zone Rand.
Art.2.- Neemt kennis van het feit dat het jaaractieplan 2026 ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de zoneraad van Brandweer Zone Rand van 27 februari 2026 waardoor de gemeenten niet tijdig hun advies kunnen uitbrengen.
Art.3.- Neemt kennis van de opdracht van het college van burgemeester en schepenen om de Brandweerzone Rand te verzoeken om een toelichting te geven omtrent het meerjarenbeleidsplan, jaaractieplan en algemene werking van de Brandweerzone Rand op één van de komende algemene commissies. (NVT als er een toelichting is geweest op AC van maart)
5 Gemeentelijk secundair onderwijs. Wijzigingen lessentabellen van de eerste graad met ingang van 1 september 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Met het gemeenteraadsbesluit van 18 november 2019 werden de lessentabellen van de eerste graad voor het gemeentelijk secundair onderwijs van Brasschaat met ingang van 1 september 2019 vastgesteld.
Met ingang van 1 september 2026 is het noodzakelijk enkele inhoudelijke wijzigingen door te voeren zodat de eerste graad optimaal aansluit bij het aanbod van de 2e en 3e graad.
Er wordt voorgesteld om vanaf 1 september 2026 de basisoptie maatschappij en welzijn mee aan te bieden.
Hierdoor is het noodzakelijk om de lessentabellen van de eerste graad opnieuw vast te stelen.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Het inrichten van de nieuwe basisoptie maatschappij en welzijn en de nieuwe lessentabellen werden op 26 februari 2026 ter goedkeuring voorgelegd aan de representatieve vakorganisaties.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Met ingang van 1 september 2026 wordt in de eerste graad de basisoptie maatschappij en welzijn mee aangeboden.
Art.2.- De lessentabel voor het 1ste jaar van de eerste graad van het gemeentelijk secundair onderwijs van Brasschaat wordt vastgesteld met ingang van 1 september 2026 als volgt:
1e jaar |
| inhaallessen |
taal en cultuur |
|
|
Nederlands | 5 | 1 |
Frans | 4 | 1 |
artistieke expressie | 3 |
|
STEM |
|
|
wiskunde | 5 | 1 |
techniek | 2 |
|
toegepaste informatica | 1 |
|
natuurwetenschappen | 2 |
|
mens en maatschappij |
|
|
aardrijkskunde | 2 |
|
geschiedenis | 1 |
|
mens en maatschappij (burgerschap) | 1 |
|
lichamelijke opvoeding | 2 |
|
levensbeschouwing | 2 |
|
projecten | 2 |
|
Art.3.- De lessentabel voor het 2e jaar van de eerste graad van het gemeentelijk secundair onderwijs van Brasschaat wordt vastgesteld met ingang van 1 september 2026 als volgt:
2e jaar |
| moderne talen wetenschappen | economie en organisatie | STEM-wetenschappen | maatschappij en welzijn |
| basisvorming | basisoptie | basisoptie | basisoptie | basisoptie |
Nederlands | 4 |
|
|
|
|
Frans | 3 | 1 |
|
|
|
Engels | 3 |
|
|
|
|
taal en cultuur |
| 1 |
|
|
|
wiskunde | 4 |
|
|
|
|
ondersteunende wiskunde |
| 1 | 1 | 1 | 1 |
natuurwetenschappen | 2 | 2 |
|
|
|
labo wetenschappen |
|
|
| 2 |
|
aardrijkskunde | 1 |
|
|
|
|
geschiedenis | 2 |
|
|
|
|
mens en maatschappij (burgerschap) | 1 |
|
|
|
|
maatschappij en welzijn |
|
|
|
| 4 |
economie | 1 |
|
|
|
|
bedrijfswetenschappen |
|
| 4 |
|
|
techniek | 2 |
|
|
|
|
engineering |
|
|
| 2 |
|
levensbeschouwing | 2 |
|
|
|
|
lichamelijke opvoeding | 2 |
|
|
|
|
Art.4.- Aan de school wordt opdracht gegeven om aan het Ministerie van Onderwijs te melden dat met ingang van 1 september 2026 de nieuwe basisoptie maatschappij en welzijn wordt aangeboden in de eerste graad.
6 Gemeentelijk secundair onderwijs. Scholengemeenschap GIB/GITOK. Verlenging intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2032. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Met de besluiten van 27 mei 1999, 1 september 2005, 26 mei 2011, 24 februari 2014 en 17 februari 2020 werd door de gemeenteraad een intergemeentelijke samenwerkingsovereenkomst afgesloten met het gemeentebestuur van Kalmthout tot het vormen van een scholengemeenschap secundair onderwijs, voor de duur van 6 schooljaren en verlengd met respectievelijk 6, 3, 6 en 6 schooljaren.
Met het besluit van 23 februari 2026 werd door de gemeenteraad beslist de intergemeentelijke samenwerking afgesloten met de gemeente Kalmthout in verband met van de scholengemeenschap GIB/GITOK voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2032 te verlengen.
De huidige scholengemeenschap in de vorm van een interlokale vereniging (scholengemeenschap GIB/Gitok) loopt op 31 augustus 2026 af na een periode van zes schooljaren en is als volgt samengesteld:
● Gitok eerste graad, Kapellensteenweg 501 te Kalmthout;
● Gitok bovenbouw, Kapllensteenweg 112 te Kalmthout;
● GIB (middenschool), Miksebaan 47 te Brasschaat;
● GIB (bovenschool), Door Verstraetelei 50 te Brasschaat.
Het is noodzakelijk een nieuwe overeenkomst af te sluiten.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 2 april 2004 over participatie op school en de Vlaamse onderwijsraad.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 over de codificatie secundair onderwijs.
De ministeriële omzendbrief van 30 april 1999 over de scholengemeenschappen secundair onderwijs.
Adviezen
De verlenging van de intergemeentelijke samenwerking voor de periode van zes schooljaren wordt voorgelegd aan de representatieve vakorganisaties op 26 februari 2026.
De verlenging van de intergemeentelijke samenwerking voor de periode van zes schooljaren werd voorgelegd aan de schoolraad van 3 februari 2026.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt goedkeuring gegeven aan de nieuwe overeenkomst in verband met de intergemeentelijke samenwerking scholengemeenschap GIB/Gitok voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 augustus 2032 zoals in bijlage. Deze bijlage maakt integraal deel uit van deze beslissing.
Art.2-.Aan de coördinerende directeuren van de scholengemeenschap wordt opdracht gegeven de verlening van de scholengemeenschap te melden aan het ministerie van onderwijs en vorming te laatste op 31 maart 2026.
7 Gemeentelijk secundair onderwijs. Aanpassing arbeidsreglement. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels maakte een aantal opmerkingen tijdens de algemene commissie. Hij spreekt zijn dank uit omdat hier rekening mee werd gehouden en men de aanpassingen heeft uitgevoerd.
Hij stelt wel dat er in de bijlage 2 versies hangen, nl. de oude versie en de nieuwe versie. Hij stelt voor om de oude versie te verwijderen om geen misverstanden te hebben.
Schepen Ven bevestigt dat de ze oude versie zullen verwijderen. Ze bedankt raadslid Pauwels nog eens voor de opmerkingen.
Beslissing
Feiten en motivering
Met het gemeenteraadsbesluit van 25 november 2024 werd het arbeidsreglement en de bijlagen voor het gesubsidieerd personeel van het gemeentelijk secundair onderwijs goedgekeurd.
Door wijzigingen aan de wetgeving en de interne werking van de school is het noodzakelijk het arbeidsreglement aan te passen. Het is noodzakelijk het arbeidsreglement te actualiseren.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
De representatieve vakorganisaties werden op 26 februari 2026 geraadpleegd over de wijzigingen aan het arbeidsreglement.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Hecht goedkeuring aande aanpassingen aan het arbeidsreglement en de bijlagen voor het gesubsidieerd personeel van het gemeentelijk secundair onderwijs van Brasschaat, zoals voorzien in bijlagen, met ingang van 1 april 2026.
8 Gemeentelijk secundair onderwijs. Wijzigingen lessentabellen van de tweede graad met ingang van 1 september 2026. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Met het gemeenteraadsbesluit van 26 juni 2023 werden de lessentabellen van de tweede graad voor het gemeentelijk secundair onderwijs van Brasschaat met ingang van 1 september 2023 vastgesteld.
Met ingang van 1 september 2026 is het noodzakelijk enkele inhoudelijke wijzigingen door te voeren zodat de tweede graad optimaal aansluit bij het aanbod van de 1e en 3e graad. Hierdoor is het aangewezen om met ingang van 1 september 2026 de richting bedrijfswetenschappen eveneens aan te bieden in de 2e graad in plaats van economische wetenschappen optie bedrijfswetenschappen. De optie bedrijfswetenschappen wordt reeds in de 3e graad aangeboden.
Hierdoor is het noodzakelijk om de lessentabellen van de tweede graad opnieuw vast te stelen.
Juridisch kader
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Adviezen
Het inrichten van de bedrijfswetenschappen en de nieuwe lessentabellen werd op 24 maart 2025 ter goedkeuring voorgelegd aan de representatieve vakorganisaties.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt ingestemd met het voorstel om met ingang van 1 september 2026 de richting bedrijfswetenschappen aan te bieden in het gemeentelijk secundair onderwijs in plaats van economische wetenschappen optie bedrijfswetenschappen.
Art.2.- De lessentabel voor de tweede graad van het gemeentelijk secundair onderwijs van Brasschaat wordt principieel goedgekeurd met ingang van 1 september 2026 zoals in bijlage, deze bijlage maakt integraal deel uit van dit besluit.
Art.3.- Aan de directie van de school wordt opdracht gegeven om de wijziging in het aanbod van de studierichting te melden aan het ministerie van onderwijs en vorming voor 31 maart 2026.
Karin Beyers Erwin Callens Ward Schevernels Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert Barbara Cloet An-Sofie Dewinter Karin Beyers Erwin Callens Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Herman Van Mieghem Sven Simons Joris Van Cauwelaert Matthias Gulickx Bryan Verhoeven Karin Beyers Hedwig van Baarle Erwin Callens Philip Cools Inez Ven Lynn De Vocht Sylvia Lathouwers Bruno Heirman Adinda Van Gerven Goele Fonteyn Elke De Maeyer Bart Brughmans Kelly D'Haen Robert Geysen Karina Hans Linsey De Vooght Luc Van der Schoepen Ingeborg Hermans Tim Willekens An-Sofie Dewinter Dimitri Hoegaerts Rudi Pauwels aantal voorstanders: 20 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
9 Belasting 2026-2031 op de waardevermeerdering van een perceel. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hoegaerts doet volgende tussenkomst :
“Een nieuwe maand, een nieuwe belasting. De N-VA deinst er niet voor terug om het imago van belastingpartij, meerwaardebelastingpartij zelfs te cultiveren. De invoering van een nieuwe belasting op de waardevermeerdering van een perceel, geïnspireerd door enkele andere N-VA-gemeentebesturen is een nieuwe vorm van belastingkoterij, waarbij het stelsel van gemeentebelastingen nog wat complexer en onoverzichtelijker wordt. Eigenaars van deze percelen betalen al registratierechten, onroerende voorheffing en eventueel belasting bij doorverkoop. Dit is een bijkomende laag aan lasten die op hetzelfde vastgoed wordt gelegd. Waar stopt dat? De grond voor het opleggen van een belasting op de waardevemeerdering van een perceel wordt door het bestuur zelf geschapen en op die manier kan de gemeente op die manier in een aantal gevallen een mooi graantje meepikken, zeker op grote en dure stukken grond. De ontvangsten zijn ‘moeilijk in te schatten’ zo luidt het, maar ongetwijfeld rekent het gemeentebestuur op een zekere return.
Meer principieel: We bevinden ons midden in een ongeziene wooncrisis. Inflatie, hogere rentevoeten, milieueisen en geëxplodeerde prijzen voor bouwmaterialen hebben de verwerving van een eigen woning voor de jonge middenklasse bijna onmogelijk gemaakt, ook en zeker in Brasschaat. Herinner u dat we voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen hier over gedebatteerd hebben en dat dat, het behoud van een jonge middenklasse in Brasschaat, een belangrijk thema was. In deze volatiele en dure context, introduceert het gemeentebestuur een bijkomende belasting van 25% op de waardevermeerdering van percelen. Halen we dan niet op korte termijn gewoon wat geld op als gemeente terwijl we anderzijds mensen het nog moeilijker maken om een eigendom te verwerven? Bouwheren zullen dit soort zaken gewoon doorrekenen aan een toekomstig bewoner van een woning op deze percelen.
En dan een meer technische opmerking: De belasting op afwijkingen van oude BPA's (artikel 4.4.9/1 VCRO) wordt geïnd wanneer de omgevingsvergunning "definitief uitvoerbaar" is na de beroepstermijnen (artikel 4, §1). In de complexe realiteit van het omgevingsrecht is "definitief" echter een relatief begrip. Vergunningen kunnen na jaren nog steeds vernietigd worden door de Raad voorVergunningsbetwistingen of de Raad van State wegens procedurefouten. Als het bouwproject uiteindelijk niet mag doorgaan, verdwijnt de gerealiseerde meerwaarde als sneeuw voor de zon, terwijl de gemeente de 25% belasting reeds heeft geïnd.
Wij zouden dan bij het bestuur willen aandringen om een extra bepaling, een soort expliciete teruggaveregeling, toe te voegen aan het reglement dat automatisch voorziet in de integrale en versnelde terugbetaling van de geheven belasting in het specifieke geval dat de onderliggende omgevingsvergunning, die de grondslag vormde voor de heffing, finaal en onherroepelijk wordt vernietigd door een rechtscollege. Het ontbreken van deze bepaling staat namelijk op gespannen voet met het principe van behoorlijk bestuur en kan problemen geven op termijn.”
Raadslid Pauwels stelt dat bepaalde partijen in hun verkiezingscampagnes beloften hebben gemaakt die nu niet nagekomen worden. Deze belasting treft niet elke burger van Brasschaat maar het is volgens hem toch weer een nieuwe belasting. Na de verhoging van de opcentiemen en de GFT worden de mensen hier volgens hem toch weer mee geconfronteerd.
Schepen Heirman stelt dat er misschien toch niet zo goed geluisterd werd op de algemene commissie. Het gaan hier om een aanvulling op de bestaande regelgeving van Vlaanderen. Vlaanderen heeft zo’n meerwaardebelasting bij RUP’s. Hier wordt dit toegepast bij een RUP waar een bestemmingswijziging van een perceel wordt goedgekeurd. Er zijn 2 situaties waarbij deze planbatenheffing niet van toepassing zijn en daar heeft men nu een reglement voor geschreven. Het is geen nieuwe belasting maar een uitbreiding van de Vlaamse belasting. Het zijn geen belasting voor de gemeente volgens hem maar voor de burger. Met dit geld kan men extra beleid voeren.
Raadslid Gulickx heeft geen opmerkingen bij dit punt.
Fractie N-VA en fractie CD&V keuren dit punt goed.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Door de inwerkingtreding van het Vlaamse instrumentendecreet vloeien de opbrengsten van de planbatenheffing voortaan door naar de betrokken gemeenten. De gewijzigde planbatenregeling is van toepassing op ruimtelijke uitvoeringsplannen die voorlopig vastgesteld zijn vanaf 15 april 2024.
Bij de inwerkingtreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan waarbij voor een perceel een bestemmingswijziging wordt goedgekeurd, int het Vlaamse Gewest de planbatenheffing overeenkomstig de artikelen 2.6.4 tot en met 2.6.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en stort deze door aan de gemeente. Daarmee erkent de Vlaamse decreetgever dat waardevermeerderingen van onroerende goederen, die het gevolg zijn van publieke ruimtelijke beslissingen, mede aan de gemeenschap toekomen.
De planbatenheffing is evenwel beperkt tot gevallen waarin een bestemmingswijziging wordt gerealiseerd via een ruimtelijk uitvoeringsplan. Ook zonder formele bestemmingswijziging kunnen de ontwikkelingsmogelijkheden van een perceel echter aanzienlijk worden uitgebreid. Dit kan onder meer het geval zijn bij de herziening of opheffing van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften overeenkomstig artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), alsook bij het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij, overeenkomstig artikel 4.4.9/1 VCRO, wordt afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg dat ouder is dan vijftien jaar.
Dergelijke beslissingen van het vergunningverlenend bestuursorgaan kunnen leiden tot een substantiële waardevermeerdering van het betrokken perceel. Het wordt niet wenselijk geacht dat deze meerwaarde uitsluitend ten goede komt aan de begunstigde, zonder enige bijdrage aan de gemeenschap.
Er wordt dan ook een rechtvaardige verdeling van deze meerwaarde nagestreefd tussen de ontwikkelaar of grondeigenaar enerzijds en de gemeente en haar inwoners anderzijds. Om redenen van rechtsgelijkheid wenst het college dossiers waarbij een verruiming van vergunningsmogelijkheden wordt toegestaan zonder bestemmingswijziging, op een gelijkaardige wijze te behandelen als dossiers die aanleiding geven tot de heffing van planbaten.
Er wordt daarom voorgesteld om vanaf 1 april 2026 een belasting van 25% in te voeren op de berekende waardevermeerdering van een perceel naar aanleiding van het herzien of opheffen van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften in toepassing van artikel 7.4.4/1 VCRO of afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften bij toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO in het kader van de ruimtelijke ordening.
De inkomsten uit deze belastingen komen rechtstreeks ten goede aan de inwoners van de gemeente. Diverse projecten van de gemeente zullen met deze opbrengsten worden gefinancierd. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Het is aangewezen voormeld besluit voor de aanslagjaren 2026-2031 in te voeren.
Juridisch kader
Artikel 170, §4 Gw, artikel 41, eerste lid en artikel 162, tweede lid, 2° Gw. Betreffende de algemene fiscale autonomie van gemeenten;
Het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen;
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur;
De fiscale Vlaamse omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019;
Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Financiële gevolgen
De ontvangsten zijn moeilijk in te schatten, aangezien het aantal dossiers dat in de toekomst aanleiding zal geven tot de toepassing van artikel 4.4.9/1 en/of artikel 7.4.4/1 VCRO afhankelijk is van concrete vergunningsaanvragen en beleidsmatige keuzes.
De uitgaven die gepaard gaan met de toepassing van dit reglement zijn afhankelijk van het aantal dossiers.
De kosten hangen af van type dossier, maar worden geraamd op 1.500 euro per schatting. We kunnen bestellen via het raamcontract van Igean, via een externe landmeter-expert om geen schijn van partijdigheid te wekken.
BESLUIT:
Met 20 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer en Herman Van Mieghem), 7 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- Met ingang van 1 april 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de waardevermeerdering van een perceel naar aanleiding van het herzien of opheffen van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften in toepassing van artikel 7.4.4/1 VCRO of afwijkingen van de stedenbouwkundige voorschriften bij toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO.
Art.2.- Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement hebben de volgende termen de betekenis zoals bepaald in dit artikel.
- Perceel: als perceel dient te worden begrepen een kadastraal perceel of een deel van een kadastraal perceel.
- Inwerkingtreding van een beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO:
het moment waarop de beslissing tot herziening of opheffing van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften definitief in werking treedt en niet langer vatbaar is voor schorsing of vernietiging.
- Uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning: het moment waarop een vergunninghouder tot uitvoering kan gaan van diens vergunning, na het doorlopen van alle toepasselijke (schorsende) beroepstermijnen.
- Vergunninghouder: de aanvrager van een omgevingsvergunning die na besluit van het vergunningverlenende bestuursorgaan beschikt over een rechtsgeldige vergunning. Een vergunning heeft een zakelijk recht en kan worden overgedragen. De door de vergunningverlenende overheid gekende vergunninghouder moet een eventuele overdracht kenbaar maken aan de gemeente.
Art.3.- Voorwerp
Er wordt een eenmalige belasting gevorderd op de waardevermeerdering die ontstaat bij één van de hierna vermelde gebeurtenissen:
- Het herzien of opheffen van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO.
- Het afleveren van een omgevingsvergunning waarin wordt afgeweken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg overeenkomstig artikel 4.4.9/1 VCRO.
Art.4.- Grondslag
§1 Met waardevermeerdering wordt bedoeld het verschil tussen de waarde van het perceel vóór en na het beslissingsmoment van:
– een beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO;
– de definitieve uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning waarbij toepassing wordt gemaakt van artikel 4.4.9/1 VCRO.
Voor artikel 7.4.4/1 VCRO wordt onder beslissingsmoment verstaan:
de definitieve inwerkingtreding van de beslissing tot herziening of opheffing van stedenbouwkundige inrichtingsvoorschriften.
Voor artikel 4.4.9/1 VCRO wordt onder beslissingsmoment verstaan:
de definitieve uitvoerbaarheid van de vergunning na het verstrijken van de toepasselijke beroepstermijnen.
De gemeente brengt de belastingplichtige per aangetekend schrijven op de hoogte van de door de beëdigd schatter vastgestelde waarden en het aldus bepaalde bedrag van de waardevermeerdering.
§2
1. Indien de belastingplichtige de door de beëdigd schatter vastgestelde waarden betwist, brengt hij de gemeente hiervan per aangetekend schrijven op de hoogte binnen een termijn van 60 kalenderdagen die aanvangt vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van het aangetekend schrijven door de gemeente waarvan sprake in artikel 4 §1van dit reglement. In zijn aangetekend schrijven duidt de belastingplichtige reeds een beëdigd schatter van zijn keuze aan.
2. Beide beëdigde schatters stellen samen een derde beëdigd schatter aan en dit binnen een termijn van 45 kalenderdagen die een aanvang neemt vanaf de derde werkdag volgend op de verzending van het aangetekend schrijven door de belastingplichtige waarvan sprake in artikel 4, §2.1 van dit reglement.
Indien de belastingplichtige in gebreke blijft een beëdigd schatter aan te duiden of indien de door beide partijen aangestelde beëdigde schatters in gebreke blijven of geen overeenstemming bereiken over de aanstelling van de derde beëdigd schatter, zal deze aanduiding gebeuren door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, en dit op verzoek van de meest gerede partij.
Het college van beëdigde schatters zal onverwijld en uiterlijk vier maanden na de aanstelling van de derde beëdigd schatter het bedrag van de waardevermeerdering bepalen.
De kosten in verband met de waardebepalingen door het college van beëdigd schatters zullen worden gedragen door de gemeente en de belastingplichtige, elk voor de helft, tenzij andersluidende beslissing door de rechter.
Art.5.- Belastbaar moment
De belasting is verschuldigd op het ogenblik van de definitieve bepaling van de waardevermeerdering zoals berekend overeenkomstig artikel 4, ingevolge:
– de definitieve inwerkingtreding van een beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO;
– de definitieve uitvoerbaarheid van een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 4.4.9/1 VCRO.
Art.6.- Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door:
1. Bij toepassing van artikel 7.4.4/1 VCRO: de eigenaar van het onroerend goed op het ogenblik van de definitieve inwerkingtreding van de beslissing overeenkomstig artikel 7.4.4/1 VCRO.
ln geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de gehele belasting.
2. Bij toepassing van artikel 4.4.9/1 VCRO: de vergunninghouder(s) of diens rechtsopvolger(s). Alle vergunninghouders zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de gehele belasting.
Art.7- Tarief
De belasting bedraagt 25% van de aldus berekende waardevermeerdering.
Art.8.- Uitzondering
De gemeentebelasting is niet verschuldigd wanneer de herziening, opheffing of afwijking
minder dan 25% van een perceel bestrijkt of een perceel gedeelte van minder dan 200 m 2 betreft.
Art.9.- Toepassingsgebied
Het reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Brasschaat.
Voor percelen die slechts gedeeltelijk op het grondgebied van de gemeente Brasschaat zijn gelegen, wordt de belasting vastgesteld in verhouding van het gedeelte van het perceel dat op het grondgebied van de gemeente is gelegen tot de totale oppervlakte van het perceel.
Art.10.- Vestiging van de belasting
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art.11.-. Inwerkingtreding
In toepassing van artikel 288 Decreet lokaal bestuur treedt huidig reglement in werking op 1 april 2026.
Art.12.- Bezwaarprocedure
§ 1 De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaar kan met de nodige bewijsstukken via één van de volgende kanalen worden ingediend:
- e-mail: debiteuren@brasschaat.be;
- post: College van burgemeester en schepenen, t.a.v. dienst financiën, Verhoevenlei 11, 2930 Brasschaat.
§ 2 Het beroepschrift wordt behandeld in overeenstemming met het Decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeentebelastingen.
Art.13.- Bekendmaking
Onderhavig reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286 en 287 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De bekendmaking van dit reglement wordt aan de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
10 Retributiereglement op het parkeren. Wijziging vanaf 1 april 2026. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de retributie voor het parkeren van voertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg (blauwe zone).
Om de dorpskernen bloeiend en levendig te houden wenst de gemeente lokale handel te stimuleren. Een vlotte mobiliteit en goede bereikbaarheid zijn daarbij essentieel. De parkeerplaatsen in bepaalde zones voorbehouden voor beperkt parkeren draagt in sterke mate bij tot voldoende verloop.
Door het toepassen van deze zones zal het gebruik van deze parkeerplaatsen optimaal benut worden.
Het aanleggen van parkeermogelijkheden met ingeperkte toegestane parkeerduur en het toezicht op deze parkeerplaatsen brengt aanzienlijke gemeentelijke lasten met zich mee.
Het voorstel om aan het Dr. Roosensplein tussen de oneven huisnummer 7 A tot en met huisnummer 21 parkeren met blauwe zonereglementering ( max. 30 minuten) in te voeren.
De bestaande zones waar kortparkeren van toepassing is, zoals Molenweg en Dr. Roosensplein worden in het retributiereglement mee opgenomen.
Het reglement dient hierdoor aangevuld te worden. De lokale politie stelt voor om met drie zones te werken:
- het parkeren in zones met beperkte parkeertijd (blauwe zones)
- het parkeren op de openbare weg of op bepaalde parkeerplaatsen met blauwe zonereglementering
- het kortparkeren
Het voorstel om dienstvoertuigen van de gemeente, het OCMW, de lokale politie, brandweer en van de openbare nutsbedrijven vrij te stellen van retributie.
Het is aangewezen om het besluit met ingang van 1 april 2026 te wijzigen.
Juridisch kader
Het decreet van 16 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Het gemeenteraadsbesluit van 30 april 2009 houdende goedkeuring van de overdracht van bevoegdheid naar het schepencollege voor het vaststellen van de aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer.
Het ministerieel besluit van 1 december 1975 tot vaststelling van de kenmerken van bepaalde schijven, bebakeningen, en platen die voorgeschreven zijn door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 en latere wijzigingen betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode).
Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.
Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gecoördineerde onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur.
Adviezen
De lokale politie, de diensten mobiliteit en integrale veiligheid en de juridische dienst adviseren positief.
Financiële gevolgen
De ontvangsten voor 2026 worden geraamd op 80.000 euro.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Toepassingsgebied
§1. Met ingang van 1 april 2026 en voor een onbepaalde duur wordt een retributie gevestigd op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg, binnen de volgende zones waar een blauwe zonereglementering of een regeling voor kortparkeren van kracht is:
- in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone) conform artikel 27.1 van de wegcode
- in een zone op de openbare weg met blauwe zone reglementering conform artikel 27.2 van de wegcode
- in een zone waar kortparkeren van toepassing is via een onderbord dat de parkeerduur beperkt en dat onderbord aangebracht is onder een bord E9a, E9b of E9c;
§2. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
•blauwe zones: alle straten of straatgedeelten volgens bijlage 1;
•zone met blauwe zonereglementering: alle straten of straatgedeeltes en parkings volgens bijlage 2;
•zone kortparkeren: alle straten of straatgedeelten volgens bijlage 3
Art.2.- Richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf
§1. Elke bestuurder die, op een werkdag of op de dagen vermeld op de signalisatie, een auto, een vierwielige bromfiets, een driewieler met motor of een vierwieler met motor parkeert in een zone met beperkte parkeertijd, moet op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig een parkeerschijf aanbrengen, die overeenstemt met het model dat bepaald is door de Minister van Verkeerswezen.
§2 De bestuurder moet de pijl van de parkeerschijf op het streepje plaatsen dat volgt op het tijdstip van aankomst.
§3 Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie, is het gebruik van de schijf voorgeschreven van 9 u. tot 18 u. op de werkdagen (inclusief zaterdag) en voor een maximumduur van twee uren.
§4 Het voertuig moet de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de vergunde parkeerduur.
§5 Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.
§6. Het gebruik van automatische parkeerschijven is verboden.
§7. Het plaatsen van meerdere parkeerschijven is verboden.
§8. Wanneer verder in dit reglement sprake is van een betalingsuitnodiging die achter de ruitenwisser van de voorruit wordt geplaatst, wordt die, als er geen is, elders op het voorste gedeelte van het motorvoertuig aangebracht.
§9. De gebruiker van het motorvoertuig heeft geen verhaal tegen een politiebevel tot verplicht ontruimen van de ingenomen parkeerplaats, niettegenstaande de reeds betaalde retributie, om redenen vreemd aan de wil van het gemeentebestuur.
Art.3.- Retributieplichtige
De retributie geldt per geparkeerd voertuig en is verschuldigd door de houder van de nummerplaat, dan wel door de gebruikelijke bestuurder wanneer het voertuig is ingeschreven op naam van een rechtspersoon en die rechtspersoon de gebruikelijke bestuurder heeft laten registreren in de Kruispuntbank van de voertuigen.
Art.4.- Tarieven
§1. Blauwe zone
De retributie is van toepassing in zones met beperkte parkeertijd en op de openbare weg met blauwe zonereglementering zoals bepaald in artikel 27.1 en 27.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975.
De retributie is van toepassing elke werkdag (inclusief zaterdag) van 9 uur tot 18 uur, tenzij de signalisatie andere dagen en uren vermeldt zoals voorzien door de aanvullende reglementen op het wegverkeer.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
- gratis voor de parkeertijd die toegelaten is ingevolge de aangebrachte verkeerssignalisatie en op voorwaarde dat de richtlijnen inzake het gebruik van de parkeerschijf werden nageleefd overeenkomstig de bepalingen van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
- er is een forfaitaire retributie verschuldigd van 30,00 euro wanneer er in het geparkeerde voertuig geen parkeerschijf is aangebracht conform het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer of wanneer de toegelaten gratis parkeertijd overschreden werd. Deze forfaitaire retributie geeft recht op een parkeertijd vanaf het ogenblik van de vaststelling van de retributie en tot uiterlijk het einde van de kalenderdag. Dit forfaitair tarief is enkel geldig in de blauwe zone en op de openbare weg met blauwe zonereglementering waar het voertuig geparkeerd stond op het ogenblik van de vaststelling van de retributie.
§2. Kortparkeren
De retributie is van toepassing op parkeerplaatsen op de openbare weg die aangeduid worden door een verkeersbord E9a, E9b of E9c met een onderbord dat de maximale parkeerduur aangeeft.
De retributie is van toepassing elke werkdag (inclusief zaterdag) van 9 uur tot 18 uur.
Er is geen retributie verschuldigd wanneer de maximale parkeertijd, vermeld op het (onder)bord, niet wordt overschreden.
De retributie wordt vastgesteld op € 30,00 per dag, ondeelbaar en niet overdraagbaar naar de volgende dag, van zodra de toegelaten parkeerduur is overschreden
Art.5.- Betaling
§1. De betaling van de retributie dient te gebeuren binnen de 5 dagen door overschrijving overeenkomstig de richtlijnen vermeld op het parkeerbiljet dat op verzoek wordt overhandigd of door de aangestelde op het voertuig wordt aangebracht.
§2. Bij niet betaling binnen de 5 dagen wordt een aanmaning verstuurd met het verzoek te betalen binnen de 10 dagen na datum van de herinnering. De eerste aanmaning wordt gratis toegezonden.
Bij niet-betaling binnen de 10 dagen na het versturen van de eerste aanmaning wordt een tweede- aangetekende-laatste aanmaning verstuurd met het verzoek te betalen binnen de 7 dagen na postdatum van de aangetekende laatste waarschuwing. Hiervoor wordt een administratieve kost van 24,10 euro aangerekend.
Bij niet betaling binnen de betaaltermijn van 7 dagen na het versturen van de laatste waarschuwing wordt tot gedwongen invordering overgegaan, met een dwangbevel cfr. artikel 177, 2° tot 5° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 of via een rechtsprocedure bij de burgerlijke rechtbank.
Art.6.- Vrijstellingen
§1 Voertuigen die geparkeerd staan voor de inrij van eigendommen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht, zijn vrijgesteld van het plaatsen van de parkeerschijf en dus van de retributie.
§2. Voertuigen die geparkeerd staan in zones zoals omschreven volgens bijlage 1 en waar andere parkeerreglementering van toepassing is zijn vrijgesteld van de retributie.
§3 De beperkingen van de parkeertijd gelden niet voor de voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap wanneer de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 is aangebracht op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Met de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 wordt gelijkgesteld het document dat in een ander land door de bevoegde overheid van dat land afgeleverd wordt aan de personen met een handicap die voertuigen gebruiken, en waarop het symbool afgebeeld onder artikel 70.2.1.3°.c) voorkomt. De speciale kaart vervangt de parkeerschijf wanneer het gebruik daarvan verplicht is.
§4. Dienstvoertuigen van de gemeente Brasschaat, van het OCMW Brasschaat, politie-, brandweer- en ziekenwagens zijn vrijgesteld van de retributie.
Art.7.-
Alle vermelde retributies worden op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar, met afronding tot 1 cijfer na de komma. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.
Art. 8-. Bezwaar
De betwisting moet grondig gemotiveerd zijn; een betwisting die gericht is op vertraging of uitstel van betaling wordt niet als een betwiste schuld aangezien.
§1. Betwistingen moeten binnen een termijn van 15 dagen volgend op de datum van de betalingsuitnodiging achter de ruitenwisser van het motorvoertuig voertuig of als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig, ingediend worden. De betwisting moet per brief of per e-mail gebeuren bij het college van burgemeester en schepenen, Verhoevenlei 11 te 2930 Brasschaat of debiteuren@brasschaat.be.
§2. Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.
§3. De rechtbanken te Antwerpen zijn bevoegd.
Art.9.-. Bekendmaking
De bekendmaking van dit reglement gebeurt overeenkomstig artikel 286 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Art.10.-. Inwerkingtreding
In toepassing van artikel 288 Decreet lokaal bestuur treedt huidig reglement in werking op 1 april 2026.
Art.11.-
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 20254 houdende goedkeuring van de retributie voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van onderhavig besluit.
11 Voetbalclub Excelsior Mariaburg Goedkeuring investeringstoelage en goedkeuring aanvraag borgstelling. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Voetbalclub Excelsior Mariaburg VZW wil een project "vernieuwing kunstragrasveld" realiseren voor een bedrag van 428.740euro, rekening houdende met gedeeltelijk aftrekbare BTW.
Dit betreft meer concreet: verwijderen oude kunstgrasmat, aanleggen nieuwe kunstgrasmat met aanhorigheden zoals dug-outs, nieuwe doelen, omheining, ballenvangers en looppad rond het veld.
Voetbalclub Excelsior Mariaburg VZW vraagt een investeringstoelage en een borgstelling voor een lening door het gemeentebestuur en bezorgde de volgende onder andere informatie:
● jaarrekeningen van de voorbije jaren
● meerjarenplanning op kasbasis 14 /2/2026
● simulatietabel krediet 230.000 euro op 15 jaar - Belfius
● offerte voor de investeringen
● investeringsbelofte Vlaanderen
● andere vereiste documenten voor een advies door de sportraad
De documenten werden geanalyseerd en tussen de dienst financiën en Excelsior Mariaburg VZW verder besproken.
Belangrijkste financiering:
investeringstoelage van Vlaanderen: 81.700euro
Investeringstoelage van gemeentebestuur Brasschaat: 115.680euro
Lening op 15 jaar voor een bedrag van 230.000 euro met geraamde jaarlijkse leninglast van +/-21.000euro/jaar
Berekening maximum voor gevraagde toelage:
De meerjarenkasplanning gaat uit van onder andere onderstaande
a) ontvangstenposten:
● diverse courante ontvangsten poste met geen specifieke opmerkingen
● extra ontvangsten uit de opname van een extra vereniging "Vrouwen Voetbal Cronos (VVC) Brasschaat" zowel bij
○ lidgelden
○ abonnementen / inkomgelden
○ inkomsten cafetaria
● sponsoring en reclame : met spreiding over diverse partners wat risico spreidt
● betoelaging
De gemeentelijke toelage wordt berekend volgens het goedgekeurde toelagereglement: de
vereniging dient voor haar project eerst alle mogelijke subsidiekanalen aan te wenden die door een
hogere overheid zijn uitgeschreven. Als het project in aanmerking komt voor een subsidie van een hogere overheid, wordt de gemeentelijke toelage berekend op het saldo van de bewezen kosten na aftrek van deze subsidie: dit resulteert in een bedrag van Vlaanderen voor 81.700euro ,
gemeentebestuur Brasschaat van maximum 115.680euro.
b) uitgaven
● relatief grote bedragen voor spelers / trainers wat verantwoord door het niveau
● de stijging van deze bedragen door opname van de spelers uit VVC
● opname van de nieuwe financieringslijn: kapitaal terugbetalingen
De meerjarige cash planning (opgegeven tot 2033) is stabiel en positief.; met een resultaat op kasbasis van 60.000 à 70.000euro.
Openstaand risico:
Gemeentebestuur Brasschaat staat reeds borg voor lopende leningen van Excelsior Mariaburg voor een bedrag resterend openstaand bedrag van 515.581,41euro.
Bij een nieuwe borgstelling is er een uitbreiding van het risico met 230.000euro (kapitaal) in 2026 tot 835.000euro (21.000euro/jaar extra jaarlijkse leninglast). De laatste onderhandelingen tussen de club en de financiële instellingen lopen nog en hebben een normaal positieve impact omwille van een lagere intrestvoet.
De uitbetaling van de investeringstoelage wordt uitsluitend toegekend ter ondersteuning van activiteiten die een louter lokaal karakter hebben en die in hoofdzaak gericht zijn op de inwoners van de gemeente Brasschaat. Op basis hiervan wordt vastgesteld dat de in dit reglement bedoelde subsidie geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Adviezen
Advies 26 003 van de sportraad : " De raad van bestuur geeft positief advies inzake de vraag van Excelsior Mariaburg voor een toelage van 115.682,00 euro voor het vernieuwen van de kunstgrasmat met aanhorigheden op hun B-veld site Rustoordlei. "
De financieel directeur
>wijst op het volgende:
● Het openhouden en exploiteren van 2 sites heeft voordelen, maar heeft ook een aantal dubbele kosten en risico's.
● Het financieel model is evenwichtig opgebouwd
● Er is een zekere kasreserve voorzien
● het financieel risico wordt bepaald door de hoogte van het bedrag en "de kans" dat een probleem zich voordoet. Het plan is evenwichtig, dus mogelijk lage kans; het blijft wel hoog openstaand bedrag
> adviseert om gedurende de looptijd van de borgstelling, de jaarrekeningen VZW Excelsior Mariaburg op te vragen om het risico op te volgen.
Juridisch kader
Decreet lokaal Bestuur dd. 22 december 2017 art 41 lid 2,23° m.b.t. tot de bevoegdheden gemeenteraad: het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad.
Gemeenteraadsbesluit dd. 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.
Gemeenteraadsbesluit dd. 29 juni 2020 met betrekking tot dagelijkse bestuur en visum
Gemeenteraadsbesluit dd. 23 februari 2026, punt 23 Toelagereglement voor rechtstreekse toelagen aan sportverenigingen 2026-2031.
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, Regels betreffende de mededinging - Steunmaatregelen van de staten - Artikel 107
Financiële gevolgen
De borgstelling op zich heeft geen financiële gevolgen maar kan wel een financieel risico inhouden.
De financiële gevolgen voor de investeringstoelage zijn:
Uitgave maximum 115.680euro
Budgetsleutel 0740 Sportsector- en verenigingsondersteuning / 6640 0000 Investeringssubsidies
Actie 06.01.01.04 Beleven en Ondernemen - Sport
Budget/jaar 2026
Krediet beschikbaar Ja
Visum 2026_26
BESLUIT eenparig:
De gemeenteraad geeft goedkeuring aan
Art.1.-De investeringstoelage voor een bedrag van maximum 115.680euro.
De toelage wordt uitbetaald op basis van het bewijs van de uitgevoerde werken en betaalde facturen.
Dit bedrag wordt beperkt tot
- maximum 33% van de projectuitgaven
- na aftrek van de subsidie door Vlaanderen
- op het geraamde bedrag van 428.000euro (bedrag berekend op de bedragen exclusief BTW verhoogd met de niet-aftrekbare BTW volgens het aangetoonde BTW verhoudingsgetal)
Art.2. de borgstelling ( tekst opgenomen in artikel 3.) voor de lening aan Excelsior Mariaburg VZW (230.000 euro met een looptijd van 15 jaar). Gedurende de looptijd van de borgstelling, bezorgt Excelsior Mariaburg VZW jaarlijks de jaarrekeningen. De vertegenwoordigers van de club ondertekenen daartoe dit gemeenteraadsbesluit " voor akkoord voor het jaarlijks bezorgen van de gevraagde informatie in artikel 2 van dit besluit".
Art.3.- geeft goedkeuring aan volgende borgstelling::
Template Borgstellingstekst - geconcretiseerd bij goedkeuring door gemeenteraad en financiële instelling
"""""""
De Gemeenteraad:
Verklaart zich hoofdelijk en ondeelbaar borg stellen voor de terugbetaling van alle bedragen die door de Kredietnemer aan Belfius Bank verschuldigd zou zijn krachtens het Contract, zowel in hoofdsom als in interesten (inclusief verwijlinteresten), reserveringscommissie, kosten en bijhorigheden.
De Borgstelling is van toepassing tot een maximumbedrag van <bedrag> EUR.
Binnen deze maximale limiet dekt de Borgstelling zowel de gegarandeerde verplichtingen in hoofdsom als de interesten en kosten, waaronder met name alle vergoedingen en/of boetes die verschuldigd zijn in geval van niet-nakoming door de Kredietnemer van zijn verplichtingen, evenals alle aktekosten, invorderingskosten en/of honoraria.
In geval van niet-nakoming door de Borg van zijn verplichtingen voortvloeiend uit deze borgstellingsakte, zal het maximale bedrag van de Borgstelling zoals overeengekomen in de bovenstaande alinea worden verhoogd met interesten, commissies, kosten en bijhorigheden.
De debetinteresten, provisie en andere verschuldigde bedragen zullen op dezelfde manier en op basis van dezelfde tarieven worden berekend als die welke zijn overeengekomen met de hoofdkredietnemer, en dit zelfs als Belfius Bank geen verzoek tot terugbetaling, gerechtelijk of buitengerechtelijk, heeft ingediend, evenals in geval van faillissement, verzoek tot gerechtelijke reorganisatie, verzoek tot betalingsuitstel, budgetbeheer of enige andere maatregel met een gelijkwaardig effect of doel bij de Kredietnemer.
De registratiekosten en alle andere belastingen of heffingen, evenals alle kosten, waaronder advocaatkosten, die voortvloeien uit deze borgstellingsakte, de uitvoering of niet-uitvoering ervan, de voorlegging ervan aan de rechtbank of enige andere autoriteit, zijn ten laste van de Borg.
De gemeente/stad machtigt Belfius Bank op het debet van haar rekening, met waarde van hun vervaldag, om het even welke bedragen te boeken, verschuldigd door de Kredietnemer in het kader van dit krediet en die nog mochten onbetaald blijven na een tijdsverloop van 30 dagen, berekend vanaf de vervaldag. De die zich borg stelt zal hiervan op de hoogte gehouden worden door middel van een afschrift van de correspondentie aan de Kredietnemer.
De verbindt zich, tot de eindvervaldatum van dit krediet en haar eigen kredieten bij Belfius Bank alle nodige maatregelen te nemen om de storting te verzekeren op haar rekening geopend bij deze bank, van alle sommen die er op dit ogenblik gecentraliseerd worden, hetzij uit hoofde van de wet (o.a. haar aandeel in het gemeentefonds en in elk ander fonds dat dit zou vervangen of aanvullen, de opbrengst van de gemeentelijke opcentiemen op de rijks-, gewest- en provinciebelastingen, alsmede de opbrengst van gemeentebelastingen geïnd door de Staat of het gewest), hetzij uit hoofde van een overeenkomst, en dit niettegenstaande elke eventuele wijziging in de manier van de inning van deze inkomsten.
De machtigt Belfius Bank ertoe deze inkomsten aan te wenden tot dekking van de bedragen die door de Kredietnemer, uit welke hoofde ook, mochten verschuldigd zijn en die aan de aangerekend worden.
Deze door de Gemeenteraad gegeven machtiging geldt als onherroepelijke delegatie in het voordeel van Belfius Bank.
De kan zich niet beroepen noch op de bepalingen van eventuele overeenkomsten tussen zichzelf en de Kredietnemer, noch op om het even welke beschikking om haar verplichtingen uit hoofde van deze borgstelling niet uit te voeren. De ziet af van het voorrecht van uitwinning en van elke indeplaatsstelling in de rechten van Belfius Bank en van elk verhaal tegen de Kredietnemer, tegen elke medeschuldenaar of medeborg, zolang Belfius Bank niet volledig is terugbetaald in kapitaal, interesten, kosten en bijhorigheden. De staat aan Belfius Bank het recht toe om aan de Kredietnemer alle uitstel, voordelen en schikkingen toe te kennen die Belfius Bank geschikt acht. De verklaart uitdrukkelijk dat de borgstelling gehandhaafd blijft, tot beloop van de hierboven vermelde bedragen, welke wijzigingen Belfius Bank en/of de Kredietnemer ook mogen aanbrengen aan de bedragen en/of modaliteiten van het aan de Kredietnemer toegekende krediet. Belfius Bank wordt uitdrukkelijk ontslagen van de verplichting de kennis te geven van de wijzigingen waarvan hierboven sprake. Er wordt ten overvloede bepaald dat de eveneens verzaakt aan het principe voortvloeiend uit artikel 9.1.32 van het nieuw Burgerlijk Wetboek, volgens hetwelk de borg ontslagen is wanneer door toedoen van de schuldeiser, de indeplaatsstelling ten gunste van de borg niet meer tot stand kan komen.
Aangezien de Kredietnemer zich verbonden heeft, o.m. in geval van liquidatie, onmiddellijk het totaal bedrag van zijn schuld, zowel wat kapitaal als interesten, reserveringscommissie, onkosten en bijhorigheden betreft, aan Belfius Bank terug te betalen, bevestigt de Gemeenteraad de hierboven aangegane verbintenissen, in verband met de betaling van de bedragen, die door Belfius Bank uit dien hoofde zullen gevorderd worden.
Indien voormelde ontvangsten ontoereikend zijn voor de betaling van de verschuldigde bedragen die aan de zullen aangerekend worden dan gaat ze de verbintenis aan bij Belfius Bank het bedrag te storten nodig om de vervallen schuld volledig af te betalen.
Bij gehele of gedeeltelijke laattijdige betaling van de verschuldigde bedragen, zijn de interesten voor laattijdige betaling en de vergoeding voor invorderingskosten van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd, berekend volgens de wettelijke interestvoet die van toepassing is bij betalingsachterstand bij handelstransacties.
De borg verklaart kennis te hebben genomen van het Contract en het bijhorend Reglement voor Kredieten aan Ondernemingen – November 2022 en er de bepalingen van te aanvaarden.
Dit besluit is onderworpen aan de toezichthoudende overheid zoals voorzien in de toepasselijke decreten en besluiten.
"""""""
Karin Beyers Erwin Callens Ward Schevernels Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert Barbara Cloet An-Sofie Dewinter Karin Beyers Erwin Callens Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Philip Cools Hedwig van Baarle Bryan Verhoeven Sylvia Lathouwers Sven Simons Inez Ven Kelly D'Haen Goele Fonteyn Bruno Heirman Karin Beyers Karina Hans Lynn De Vocht Joris Van Cauwelaert Elke De Maeyer Robert Geysen Herman Van Mieghem Bart Brughmans Erwin Callens Adinda Van Gerven Linsey De Vooght Tim Willekens Luc Van der Schoepen Matthias Gulickx An-Sofie Dewinter Dimitri Hoegaerts Rudi Pauwels Ingeborg Hermans aantal voorstanders: 19 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 6 Goedgekeurd
12 Igean. Oprichting Igean Energie. Financiering Project Verder. Achtergestelde lening/kapitaal. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Van der Schoepen doet volgende tussenkomst :
“Als wij de adviezen van de financieel directeur volgen dan lijkt het ons onverantwoord om deze gok te wagen. Zeker al omdat het geld dat bij elkaar gesprokkeld moet worden enkel de modernisering van de Dranco site noord in Brecht waarborgt en niet zozeer de verwerkingscapaciteit verhoogt wat wel degelijk vandaag en al zeker in de toekomst nodig zal blijken. En voor zij die hier uit de lucht vallen toon ik graag pagina 9 van de presentatie die op 11 februari 2025 in een informatiesessie werd getoond aan de omwonenden van de Dranco installatie. Daar staat letterlijk op vermeld dat het doel van de modernisering geen verhoging betreft van de te verwerken hoeveelheden gft en groenafval. Wij hekelen hier alvast ook de dwingelandij van Igean in deze omdat lokale besturen subtiel gedwongen of tenminste toch aangespoord worden om mee in te stappen in dit project. Indien niet dan zou een verhoging van de kosten voor de verwerking van het afval sowieso verhogen en zou de opbrengst daarvan verdeeld worden onder de besturen die wel participeren. Wel, het zou de taak en de verdomde plicht moeten zijn van de lokale besturen, zoals wij er een van zijn, om Igean er op te wijzen dat de vraag om mee te investeren pas verantwoord zou zijn wanneer we er ook zeker van mogen zijn dat er rekening gehouden wordt met de verwerkingscapaciteit van de toenemende massa GFT wat in eerste instantie het grote Brasschaatse probleem was. Collega’s, het budget is er niet, de verwerkingscapaciteit van de DRANCO installatie wordt niet verhoogd wat eerder wel noodzakelijk is als gevolg van de groeiende provinciale demografische groei. Het ligt dus in de lijn der verwachtingen dat men in de nabije toekomst wel aan capaciteitsuitbreiding zal MOETEN doen. Het zouden voor ons pas verantwoorde uitgaven zijn als die de lading dekken. Vandaag een karige investering doen om te ontsnappen aan de ‘gatefee’ is eigenlijk een zwaktebod.
U mag onze tegenstem noteren.”
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“De financieel directeur formuleert hierbij toch wat bedenkingen. Wij citeren: De planning en het plan van aanpak voor projectuitvoering en financiering met noodzakelijke communicatie en garanties zijn niet goed op elkaar afgestemd. Dit brengt risico’s met zich mee. Om reden van deze bedenking mag u onze onthouding noteren”
Schepen Heirman licht toe dat alle gemeenten lid zijn van Igean. Het GFT-afval valt onder de kerntaken. Wanneer de capaciteit niet verhoogd wordt, zal het proces wel geoptimaliseerd worden. Op termijn moet de nieuwe installatie er zijn. Hij is het wel eens met het feit dat Igean z’n planning niet goed gevoerd heeft. Er is rond heel de financiering van het project binnen de vele besturen ook al heel wat commotie geweest. Er zijn volgens hem zelfs besturen die een audit eisen. Brasschaat eist geen audit maar wel een heel goede rapportering. Schepen Heirman licht toe dat de financieel directeur altijd de financiële risico’s moet vermelden. We moeten in dit dossier mee, kunnen niet anders.
Fractie PVDA geeft geen goedkeuring.
Fractie N-VA en fractie CD&V keuren dit punt goed.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Igean Milieu en Veiligheid exploiteert momenteel de composteringsinstallatie op de Site Noord in Brecht.
Het VerdeR-project is een investeringsproject van IGEAN dat erop gericht is om deze site om te vormen tot een volwaardige energiesite.
Ter info: vanaf 1 januari 2026 wordt het GFT afval van Brasschaat naar deze site getransporteerd en wordt er verwerkt; de raming van het aantal te verwerken ton bedraagt 8.000ton in 2026; doelstelling is om dit te laten dalen door invoering van GFT Diftar en begeleidende maatregelen.
Op 8 mei 2024 werd door de raad van bestuur van IGEAN een gunning verleend voor de uitvoering van de werken in het kader van het VerdeR project. De opdracht werd gegund aan de tijdelijke maatschappij DRANCO- Van Roey voor een geraamd en nagerekend bedrag van 69.438.398,34 euro.
Bij de gunning van het project en op latere momenten werd door IGEAN aangegeven dat de voorziene inkomsten uit de verwerking van gft-afval via de gate fee (omzet GFT) volstonden om de exploitatie en financiering van de installatie te dragen. In december 2025 besliste raad van bestuur van IGEAN tot de oprichting van de vennootschap IGEAN Energie, die in de toekomst het project structureel zou moeten dragen. Deze vennootschap is op heden nog in oprichting.
Begin 2026 is de structurele financiering van het VerdeR-project binnen IGEAN milieu en veiligheid nog niet rond. De raad van bestuur van IGEAN milieu en veiligheid werd hierover geïnformeerd en verschillende pistes voor tijdelijke financiering werden besproken (via ISVAG of via financiële instelling).
Op 23 februari 2026 organiseerde IGEAN een informatiesessie voor de financieel directeurs van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de mogelijke deelname van de gemeenten aan de lange termijn financiering van het VerdeR project en het verlenen van gemeentelijke waarborgen. Tijdens deze toelichting werd onder meer aangegeven dat gemeenten die geen waarborg wensen te verlenen geconfronteerd zouden worden met een verhoging van de gate fee, waarbij de extra opbrengsten zouden worden verdeeld onder de gemeenten die wel een waarborg verstrekken.
Op 25 februari 2026 besliste de raad van bestuur hiervoor een korte termijn financiering (10 miljoen euro op 1 jaar) aan te gaan bij Belfius; dit in afwachting van de structurele financiering en de realisatie van de oprichting van de organisatie Igean Energie BV.
Tijdens het algemeen comité van IGEAN van 6 maart 2026 wordt een communicatie gericht aan de burgemeesters van de deelnemende gemeenten, waarin werd gevraagd om financiële middelen ter beschikking te stellen voor de lange termijn financiering van het project VerdeR.
De business case en de projectfinanciering werd door Igean samen met een externe partner uitgewerkt en bestaat uit (op basis van toelichting aan burgemeesters - zie bijlage):
Project uitgave: 74.000.000euro financieel + 4.500.000euro inbreng in natura(*)
Project ontvangst / financiering:
A) Bank financiering: lange termijn krediet 61.700.000euro
B) Eigen inbreng streefdoel 17.000.000euro
B1) Igean milieu & veiligheid inbreng in natura: 4.500.000euro(*)
B2) Ontvangst uit subsidies (OVAM):4.500.000euro
B3) Inbreng lokale besturen en partners : 8.000.000euro
Bijkomende informatie
A) bank financiering: gesprekken met de financiële instellingen zijn lopende en er worden in grote lijnen 2 soorten waarborgen gevraagd: banken die een waarborgstelling van de lokale besturen vragen, banken die eerder waarborgen (verschillende vormen) leggen op Igean Milieu en Veiligheid / Igean Energie.
B1) Eigen inbreng van Igean bestaat voornamelijk uit de vaste activa van de site Noord
B2) Subsidies OVAM : het aanvraagdossier voor goedkeuring van 4.500.000euro subsidies is lopende
B3) Inbreng lokale besturen en partners : 8.000.000euro
Hiervoor worden 3 vormen voorgesteld.
In principe geldt dat hoe hoger het financieringsrisico is, hoe hoger de (mogelijke) vergoeding
B3a) Kapitaal van minimum 50.000 euro
Looptijd: blijvend vermits kapitaal
Opbrengst: lager eerste jaren (0,5 à 1%), op langere termijn na 15jaar (10 à12%), hoger rendement
Nadeel: meer risico omdat het rendement niet zeker is én niet beschermd kapitaalsrisico
B3b) Achtergestelde lening vanaf 50.000euro:
Looptijd is minimaal gelijk aan het bankkrediet (tussen 15 en 25 jaar)
Opbrengst: 0,5% lager dan bankkrediet (nu bv 3%); beter rendement dan niet-achtergestelde lening; jaarlijkse uitkering rente
Risico: kapitaal "directer" opeisbaar dan "gewone" lening of gewaarborgde leningen
B3c) Niet-achtergestelde lening:
Looptijd kan gekozen worden (tussen 10 en 20 jaar)
Opbrengst: het rendement ligt lager dan bij de andere opties, maar wel meer zekerheid van het rendement; vergoeding 0,50% onder marktrente/0,75 onder, nu bv 2,73%
Risico: minst risico van de drie opties, maar nog geen borgen.
IGEAN geeft aan dat deze eigen inbreng een noodzakelijke voorwaarde vormt voor het verkrijgen van de voorziene bankfinanciering van 61.700.000 euro. Het niet behalen van dit bedrag heeft financiële gevolgen en behelst aldus een risico.
Daarnaast blijkt uit de toelichting dat, indien deze eigen inbreng door de deelnemende gemeenten niet wordt gerealiseerd en de bankfinanciering bijgevolg niet kan worden verkregen, de financiële gevolgen zouden worden doorgerekend via de exploitatie kost van de verwerking van het gft-afval. Volgens de toelichting van IGEAN zou in dat geval de gate fee gedurende de bouwperiode van de installatie (geschat op twee jaar) tot ongeveer zes maal het huidige niveau kunnen stijgen. Uit de simulaties blijkt dat voor lokaal bestuur Brasschaat een bijkomende kost wordt geraamd van ongeveer 8,6mio euro over twee jaar; een hoge raming op basis van de hoge tonnage (8.000ton).
Er wordt gevraag aan de diverse besturen en partners een intentie omtrent de inbreng van het lokaal bestuur kenbaar te maken tegen 18 maart 2026 om het krediet te gunnen op de raad van Bestuur van 25 maart 2026.
Een dergelijk financieel engagement is echter een beslissing van de gemeenteraad en vereist een aanpassing van of verschuiving binnen het meerjarenplan. Deze timing is moeilijk verenigbaar met de gebruikelijke gemeentelijke besluitvormingsprocedures en bemoeilijkt een zorgvuldige beoordeling van de gevraagde financiële engagementen. Er wordt dan ook voorgesteld aan IGEAN om de timing te respecteren zodat de dossiers vooraf aan de gemeenteraden voorgelegd kunnen worden.
Gezien de omvang van de middelen die via de intercommunale worden beheerd en de verantwoordelijkheid van de deelnemende besturen als aandeelhouder en uiteindelijke risicodrager, en met het oog op het vrijwaren van de financiële belangen van de deelnemende gemeenten en het waarborgen van een transparant en zorgvuldig financieel beheer, wordt geadviseerd dat bij een positieve beslissing er een zeer korte opvolging kan gebeuren van het project VerdeR naar administratieve, juridische en financiële aspecten van het dossier, en dit naar de bestuurders en decretale graden van de deelnemende besturen.
Juridisch kader
Decreet lokaal bestuur met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad
De gemeenteraad heeft op 29 juni 2020 het begrip “dagelijks bestuur” gedefinieerd. Het verlenen van een financiering aan derde partijen en participeren in kapitaal, is niet opgenomen in het begrip "dagelijks bestuur".
Adviezen
Advies financieel directeur
Verloop Proces
De financieel directeur merkt op dat de planning en het plan van aanpak voor projectuitvoering en de financiering, met noodzakelijke communicatie, garanties (bv subsidie, oprichting Igean Verder en beslissingsmomenten) niet goed op elkaar zijn afgestemd.
Dit brengt risico's met zich mee:
* te betalen facturen voor projectrealisatie met "ad-hoc" besluit voor korte termijn financiering
* structurele projectfinanciering is nog niet rond cfr. subsidie, participatie lokale besturen, ...
Advies om een strikte projectopvolging en rapportering naar de Raad van Bestuur en de financieel- en algemeen directeurs over het project op te starten.
Participatie
Hoewel het minder logisch is dat we een lening verschaffen aan een verbonden organisatie indien het lokaal bestuur zelf ook moet financieren, stelt de financieel directeur voor in te tekenen een bepaald bedrag gedeelte. Op die manier ondersteunen we de financiële robuustheid van Igean als partner, die ook meewerkt aan de realisatie van de doelstellingen van het lokaal bestuur Brasschaat.
Vanuit de drie financieringsmogelijkheden adviseert de financieel directeur om de participatie te spreiden over 155.000euro kapitaal (met return op lange termijn) en 400.000euro achtergestelde lening (return reeds op korte termijn; lokaal bestuur moet hier ook voor lenen)
De formele toezegging en betaling van de participatie, kan pas gebeuren na goedkeuring door de gemeenteraad van:
> de participatie voor het gevraagde bedrag met bepaalde spreiding
> goedkeuring van verschuiving/aanpassing van het meerjarenplan
Externe financiering
Voor het aangaan van een externe financiering, wordt geadviseerd om, indien het verschil in marge niet te groot is, een lening aan te gaan zonder rechtstreekse gemeentelijke waarborg.
Budgettaire gevolgen op financieel evenwicht
Er is ruimte voor verschuiving eventueel vanuit het voorlopig nog niet aangewende krediet voor participatie in Fluvius en vanuit het niet aangewende investeringskrediet 2025, dat bij goedkeuring jaarrekening 2025 vrijkomt. Op die manier zijn er geen wijzigingen voor het financieel evenwicht.
Financiële gevolgen
Er is een voorstel ter verdeling van de inbreng van kapitaal / financiering volgens de huidige verdeling van aandelen bij Igean MV. Dit komt neer op 553.627euro. Voorstel is om dat bedrag (afgerond) initieel aan te houden met een verdeling over achtergestelde lening / kapitaal.
Uitgave | Mogelijke voorstel Achtergestelde lening 400.000euro Kapitaal 155.000euro |
Budgetsleutel | Te voorzien na goedkeuring. |
Budget/jaar | 2026 |
Krediet beschikbaar | Neen. Er werd nog geen krediet voorzien.
Er is wel ruimte voor verschuiving eventueel vanuit het voorlopig nog niet aangewende krediet voor participatie in Fluvius en vanuit het niet aangewende investeringskrediet 2025, dat bij goedkeuring jaarrekening 2025 vrijkomt. Op die manier zijn er geen wijzigingen voor het financieel evenwicht. |
Visum financieel directeur | Visum 2026_22 met opmerking: visum onder voorwaarde van goedkeuring door de gemeenteraad van de participatie en opdracht tot opname van de budgettaire gevolgen in meerjarenplan |
Ontvangst | Rente uit achtergestelde lening Dividend : eerste 15 jaar erg beperkt |
Budgetsleutel | Te voorzien na goedkeuring. |
Budget/jaar | 2027 e.v. |
BESLUIT:
Met 19 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Sylvia Lathouwers, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer en Herman Van Mieghem), 6 neen-stemmen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Linsey De Vooght, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens), 2 onthoudingen (Rudi Pauwels en Ingeborg Hermans).
Art.1.- De gemeenteraad neemt kennis van
a) de intentie die het college gaf om te participeren in het Project VerdeR via Igean Energie BV onder de vorm van kapitaal voor een bedrag 155.000euro en een achtergestelde lening van 400.000euro,
b) de opdracht van het college om een (financiële) kwartaalrapportering over het project VerdeR naar de gemeentebesturen en decretale graden van de gemeenten op te leggen aan de directie van IGEAN
Art.2. De gemeenteraad geeft goedkeuring aan de participatie en volstorting onder de vorm van kapitaal voor een bedrag 155.000 euro in Igean VerdeR en een achtergestelde lening van 400.000 euro aan IGEAN VerdeR en geeft opdracht om de budgettaire gevolgen op te nemen in een verschuiving/aanpassing van het meerjarenplan.
13 Bijdrage personeelsvereniging Cover verlenging 2026 Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Wij komen er nog een laatste keer op terug en citeren uit het zittingsverslag van de GR van 31 maart 2025: Schepen Heirman licht toe dat bij een stijging van het lidgeld ook de toelagen omhoog gaan aangezien de toelage gebaseerd is op het lidgeld. Het komt de vereniging toe om het lidgeld te bepalen. Wanneer het lidgeld omhoog gaat, zal het bestuur volgen. Na de bekendmaking van het MJP bleek dat dit voornemen niet was waar gemaakt. Wij betreuren nog steeds dat gemaakte beloften niet zijn nagekomen aan de personeelsvereniging die al onze steun verdient. Hopelijk wordt er ingegrepen en het standpunt herbekeken wanneer een eventuele toestand van de vereniging dit vereist. Onthouding”
Schepen Heirman wil hier nog 1 keer op terug komen zodat dit kan afgesloten worden voor deze legislatuur. Het klopt dat hij dit vorig jaar gezegd had maar er werd een enorme saneringsoefening gedaan. Het gaat hier volgens hem niet enkel om geld, maar meer dan dat. Er is nog steeds een kleine discussie met Cover. Het bestuur vraagt al geruime tijd om een overzicht te krijgen van het aantal actieve personeelsleden / gepensioneerden die lid zijn. Tot op heden mochten ze deze informatie nog steeds niet ontvangen.
Het bestuur wil graag dat de middelen gaan naar de mensen die actief zijn. De tijd en omstandigheden sinds de oprichting van de originele personeelsverenigingen Verbroedering en Cobra zijn sterk geëvolueerd. Het leeuwendeel gaat volgens hun activiteitenverslag nog naar medische tussenkomsten, premies voor anciënniteit en pensioen daar waar wij als werkgever ook al veel extra in hebben geïnvesteerd door kwaliteitsvolle hospitalisatieverzekeringen, premies voor de anciënniteiten en vieringen en premie voor pensioenen, … . Voordelen die er toen niet allemaal waren, maar ondertussen werden ingevuld.
Schepen Heirman stelt dat het bestuur achter de vraag blijft staan om meer in te zetten op de verschuiving naar gemeenschapsvormende activiteiten en minder op de ondersteuningen en premies. Dus activiteiten ondersteunen, graag . De premies zijn keuzes die zij zelf maken en waar ze aan vasthouden daar waar wij denken dat er ruimte is om in evenwicht te blijven. Alle activiteiten die de werknemers samenbrengen en verenigen, zijn toe te juichen en ondersteunt het bestuur. Voor het Sinterklaasfeest werd bijvoorbeeld een extra voorzien van 6 euro per ingeschreven deelnemend kind.
Schepen Heirman bevestigt dat de basisbijdrage niet zal verhoogd worden.
Raadslid Pauwels stelt dat het dan misschien nodig is om de statuten te herbekijken. Hij stelt dat het misschien ook belangrijk is om dan eens samen te zitten omtrent het doel ed.
Waarnemend burgemeester Van Gerven deelt mee dat ze reeds hebben samen gezeten met de mensen van Cover. Het is nu aan hen om een voorstel uit te werken.
|
Beslissing
Feiten en motivering
De gemeente verleent sinds jaren de werking van de personeelsvereniging van gemeente en OCMW, sinds 1 januari 2019 gefuseerd in CoVer.
Het is aangewezen deze ondersteuning verder te zetten in 2026
Juridisch kader
Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.
Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad).
Gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2020 inzake de bijdrage aan de personeelsvereniging CoVer 2020-2024.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | € 7.842 btw inbegrepen |
Budgetsleutel | 0112/01/64930000: Bijdrage personeelsvereniging CoVer |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad verlengt het reglement voor het jaar 2026
Art.2.- De toelage is gelijk aan de som van de bijdragen gestort door de personeelsleden in het vorige dienstjaar.
Art.3.- De gemeente betaalt de bijdrage na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen van de rekening van het voorgaande dienstjaar.
Karin Beyers Erwin Callens Ward Schevernels Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert Barbara Cloet An-Sofie Dewinter Karin Beyers Erwin Callens Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Bart Brughmans Linsey De Vooght Elke De Maeyer Tim Willekens An-Sofie Dewinter Goele Fonteyn Lynn De Vocht Inez Ven Dimitri Hoegaerts Kelly D'Haen Hedwig van Baarle Karina Hans Philip Cools Matthias Gulickx Bryan Verhoeven Sylvia Lathouwers Bruno Heirman Erwin Callens Luc Van der Schoepen Herman Van Mieghem Karin Beyers Sven Simons Adinda Van Gerven Joris Van Cauwelaert Robert Geysen Ingeborg Hermans Rudi Pauwels aantal voorstanders: 25 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
14 Kerkfabriek Heilig Hart Donk. Investeringstoelage voor renovatiewerken. Fase 2. Borgstelling lening. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels heeft de indruk dat deze Kerkfabriek nogal eens graag langs de kassa passeert. Ze hebben hun verleden wat tegen aangezien ze middelen doorgesluisd hebben naar het bisdom. Zijn fractie zal zich onthouden.
Beslissing
Feiten en motivering
De kerkfabriek van de parochie van het Heilig Hart (Donk) werkt aan een renovatie- en nieuwbouwproject voor de kerk. Dit project wordt gerealiseerd in 2 fasen met een totale geraamde projectkost van afgerond 2.205.000euro. De realisatie van fase 1 is opgestart in 2025 en wordt afgerond in het voorjaar 2026; de realisatie van fase 2 is gepland voor 2026.
In de gemeenteraad van januari 2025 werd goedkeuring gegeven aan een investeringstoelage voor fase 1 voor een maximum bedrag van 299.693euro euro.
In de gemeenteraad van juni 2025 werd goedkeuring gegeven aan een uitbreiding van fase 1 met verhoging van de toelage tot maximum 332.934euro; verschuiving gevelrenovatie van fase 2 naar fase 1;
In de gemeenteraad van november 2025 werd goedkeuring gegeven aan een uitbreiding van fase 1 met verhoging van de toelage tot maximum 355.188euro; uitbreiding voor torenspits
Fase 2 omvat renovatie/vernieuwbouw bijgebouw, elektrische installatie, verwarming en schilderwerken voor een totaal geraamd bedrag van 1.024.331euro (uitvoering 2026, aandeel gemeente 30 % of 307.300euro).
Momenteel is er 225.000euro in 2026 en 45.000euro in 2027, of 270.000euro in totaal voorzien op basis van het opgegeven meerjarenplan van de kerkfabriek, goedgekeurd door de raad in december 2025.
Voor de percelen 3Ruwbouw, 4 Elektriciteitswerken en 5 Verwarming werd een marktbevraging georganiseerd; deze werden principieel gegund maar nog niet betekend en er werd betoelaging bekomen:
> Vanuit het gemeentebestuur Brasschaat wordt een 30% betoelaging 267.929,04euro, vooropgesteld; gelijk deel als Stad Antwerpen
> Vlaanderen : 242.464,28euro (niet alle posten werden weerhouden)
> Stad Antwerpen: engagement voor 267.929,04euro (gelijk deel als gemeentebestuur Brasschaat)
Het laatste deel perceel 6 Schilderwerken (raming 121.000euro + kosten architect 8,47% inclusief btw = 131.234,06euro) werd nog niet in de markt geplaatst en hiervoor zijn nog geen engagementen van Vlaanderen en Stad Antwerpen. Gemeentebestuur Brasschaat en Stad Antwerpen komen hiervoor normaal ook voor een gelijk deel als Antwerpen tussen, ieders 30%. Vlaanderen zal mogelijk niet alle onderdelen van dat perceel subsidiabel beoordelen; het gevolg is dat er mogelijk een saldo groter dan 10% ten laste van het kerkbestuur valt.
De effectieve toezegging van een toelage voor dit perceel door Brasschaat gebeurt na toezegging door Vlaanderen in volgend raadsbesluit.
Voor de financiering van het saldo voorziet de kerkfabriek een lening van 200.000euro met vraag tot waarborgstelling door het gemeentebestuur. Na principiële toezegging door de gemeenteraad zal de kerk verder onderhandelen met de financiële instellingen.
De financiële planning (kasbudgetteringstemplate) werd aangereikt door de kerkfabriek en besproken met de dienst financiën. Het ontwerp aanpassing meerjarenplan en budgetwijziging is in goedkeuringfase. Het project dient hierin te passen.
Op de gemeenteraad van april 2025, werd de samenwerkingsovereenkomst en het kerkenbeleidsplan 2026 - 2031 goedgekeurd. Daarin wordt de kerk van Heilig Hart Donk bevestigd als A kerk. Dit impliceert een vederzetting op lange termijn van het gebouw als kerk en algemeen wordt ook gesteld dat de prioritaire investeringen naar A-kerken gaan.
Juridisch kader
Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, artikel 52/1 $1 (de gemeentebesturen dragen bij in de investeringen in de gebouwen van de eredienst
Gemeenteraad 27 januari 2025, 14. Kerkfabriek Heilig Hart Donk. Investeringstoelage voor renovatiewerken. Fase 1.
Gemeenteraad 30 juni 2025, 15. Kerkfabriek Heilig Hart Donk. Investeringstoelage voor renovatiewerken. Wijziging. Goedkeuring.
Gemeenteraad 24 november 2025. 19 Kerkfabriek Heilig Hart Donk. Investeringstoelage voor renovatiewerken. Wijziging 2. Goedkeuring.
Adviezen
De financieel directeur:
> bevestigt dat er voldoende kredieten zijn voorzien voor percelen 3-4-5
> wijst erop dat voor het volledige budget van een 30% van 1.035.200euro (uitvoering 2026, aandeel gemeente 30 % of 307.300euro) er een mogelijk tekort is.
Momenteel is er 225.000euro in 2026 en 45.000euro in 2027, of 270.000euro in totaal voorzien.
Dit is dus +/-37.000euro minder dan het geraamde bedrag dat de kerkfabriek momenteel voorziet voor fase 2. Dit kan gefinancierd worden door het overzetten van de niet benutte kredieten voor 2025 en raming van mogelijk 30.000euro extra op te nemen krediet.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 267.929,04uro |
Budgetsleutel | 0790/66400000 Investeringstoelagen eredienstinstellingen |
Budget/jaar | Investeringsbudgetten 2026 |
Krediet beschikbaar | JA, er dient wel een deel van 2027 naar 2026 geschoven te worden. |
Visum financieel directeur | Bij agendering gemeenteraad wordt Visum 2026_26 voorzien met opmerking: het niet aangewend deel van investeringstoelagen voor de erediensten dient overgezet te orden van 2025 naar 2026; het gedeelte voor 2027 voor 25.000euro van het budget dient van 2027 naar 2026 verschoven te worden. |
BESLUIT:
Met 25 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Philip Cools, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Tim Willekens), 2 onthoudingen (Rudi Pauwels en Ingeborg Hermans).
Art.1. De Gemeenteraad geeft goedkeuring aan een investeringstoelage voor een bedrag voor fase 2 (percelen 3 tot 5 van de globale aanbesteding) van maximum 267.929,04euro (30% van de aangetoonde investeringsuitgaven ) aan de kerkfabriek Heilig Hart (Donk); de toelage is uitbetaalbaar op basis van uitgevoerde werken en verantwoording door facturen.
Art.2. De gemeenteraad neemt kennis van het geraamde bedrag van 131.234,06 euro voor de schilderwerken. Het gemeentebestuur geeft principieel goedkeuring voor 30% betoelaging van dit bedrag (maximum 39.370euro) . Voorwaarden zijn onder meer de het bekomen van een vaste belofte van Vlaanderen; het engagement van Stad Antwerpen om een gelijk deel als Brasschaat in deze investeringen te dragen; een budgetaanpassing van geraamd 30.000euro. Een mogelijk saldo hoger dan 10% blijft ten laste van de kerkfabriek zonder verhoging van het bedrag van gewaarborgde lening. Voor de concrete toezeggingsbeslissing is een extra gemeenteraadgoedkeuring nodig.
Art.3. De gemeenteraad geeft principïele de goedkeuring van een borgstelling door de gemeente van een lening voor een maximaal bedrag van 200.000euro. De gemeenteraad delegeert de verdere goedkeuring van deze borgstelling aan het college voor zover het bedrag niet overschreden wordt, de borgstellingstekst gebaseerd is standaardvoorwaarden van de belgische grootbanken en de jaarlijkse leninglast past in het opgegeven financieel plan.
15 BBC Opvolgingsrapportering per 31 december 2025. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :
“vanaf pagina 49 zien we meerdere acties die “gestart” zijn maar niet op schema zitten. Maar wat vooral opvalt, is dat hier geen sprake is van vertraging, maar van duidelijke beleidskeuzes. |
Schepen Brughmans licht toe dat dit uitvoerig besproken werd bij de behandeling van de meerjarenplanning. Voor het duurzaam beleid zal de focus op de eigen werking gelegd worden. Vanuit de eigen werking zal de gemeente het goede voorbeeld geven. Brasschaat vindt duurzaamheid zeker wel belangrijk. Op heel wat vlakken scoort Brasschaat beter dan de omliggende gemeenten.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Naar aanleiding van het decreet lokaal bestuur en de BBC wetgeving dient er een opvolgingsrapportering naar de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn te gebeuren.
De huidige rapportering geeft de statusrapportering van de BBC Actieplannen per 31 december 2025 weer.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van de "BBC opvolgingsrapportering per 31 december 2025".
De nodige documenten zijn toegevoegd in bijlage.
Naast deze rapporten dienen ook de wijzigingen en assumpties en financiële risico's meegegeven te worden. Er zijn geen wijzigingen in de assumpties en financiële risico's ten opzichte van de laatste aanpassing van het meerjarenplan.
De raad neemt kennis van de rapportering op prioritaire actieplannen / doelstellingen.
Juridisch kader
Decreet Lokaal bestuur-Art. 263. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn bepalen wanneer hen een opvolgingsrapportering, met een stand van zaken van de uitvoering van het meerjarenplan, wordt voorgelegd. Er wordt minstens voor het einde van het derde kwartaal een opvolgingsrapportering over het eerste semester van het boekjaar voorgelegd.
De raad neemt kennis van de BBC rapportering per 31 december 2025.
16 Rapportering meldingen, klachten en beleidssignalen. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Wij lazen deze week dat het Vlaamse parlement de zogenaamde “uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor zwerfvuil (afgekort UPV)" goedgekeurd is. Producenten van producten die vaak in zwerfvuil voorkomen, zullen voortaan een jaarlijkse heffing moeten betalen. Een deel van de middelen die op die manier ontstaan gaat naar lokale besturen als vergoeding voor de opruimkosten. Een eerste betaling zou in oktober plaatsvinden, maar er zijn een aantal voorwaarden aan verbonden: lokale besturen moeten hotspots aanpakken, straatvuilnisbakken optimaliseren, handhaven en straten vegen. Een goede beslissing vinden wij, maar blijven opruimen is geen optie, we moeten meer preventief werken en dan komen we terug op de statiegeld-alliantie. Twee vragen hierbij: 1. Is men in Brasschaat voorbereid of zal men zich voorbereiden om een dossier in te dienen om gebruik te kunnen maken van - de pot, zeg maar - die ontstaat door de UPV-heffing. 2. Overweegt het bestuur om deze legislatuur in te stappen in de statiegeld-alliatie?
We willen hier ook nog inpikken omtrent de schriftelijke vraag van onze collega Wouter Covens over de bestrijding van de Aziatische hoornaar en refereren naar de acties die in Schoten gebeuren. Daar stelt men vallen ter beschikking en worden bewoners gesubsidieerd met een bedrag van € 125 voor de vernietiging van een nest, wat zou neerkomen op de werkelijke kost.”
Schepen Van Cauwelaert licht toe dat ze zeker gaan intekenen op UPV. Er werd ingetekend voor ondersteuning voor de opmaak van een vuilnisbakkenplan bij Ovam. Dit zal één van de eerste acties zijn. Met betrekking tot het statiegeld moet hij nog steeds negatief antwoorden, dit gaan ze niet doen. Het bestuur blijft bij zijn standpunt daaromtrent.
Schepen Hans geeft toelichting bij het plan van aanpak rond de hoornaars. Dit werd vandaag op het college besproken. Er zal een aanbesteding komen om iemand aan te stellen die kan bestrijden. Burgers zullen voor nesten op hun eigen terrein zelf moeten betalen. Het bestuur zal tussen komen op het openbaar domein waar het gevaarlijke situaties zijn. Zij komen tussen bij scholen, jeugdverenigingen, wegen,… Per interventie zal ongeveer 140 euro aangerekend worden.
Schepen Hans licht toe dat de secundaire nesten (hoog in de bomen) niet gevaarlijk zijn. De verwijdering van zo’n nest is heel duur, nl. tussen de 600 en 800 euro omdat men hier men hoogtewerkers aan moet werken. Wanneer je deze nesten in het najaar ziet hangen, zijn ze leeg dus dan moeten ze ook zeker niet verwijderd worden. Na 2-3 jaar verdwijnen ze vanzelf. Gewone vallen zullen niet meer gebruikt worden omdat er ook veel andere insecten in zouden gaan en weinig hoornaars zelf. Deze vallen doen meer kwaad dan goed. Ze adviseert om wel steeds te blijven melden bij Vespa Watch zodat zij de cijfers kunnen blijven doorgeven. Ze geeft nog mee dat men wel verwacht om bijna aan de piek te zitten van het aantal hoornaars. Rond oktober zijn ze allemaal dood, op enkele koninginnen na. Deze koninginnen wordt er gestreden.
Waarnemend burgemeester Van Gerven licht nog toe dat je een embryonaal nest dat nog klein is, best nog een week laat hangen want vaak doden de koninginnen elkaar. Dit is efficiënt voor het uitroeien van de koninginnen.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Het decreet Lokaal Bestuur vermeldt dat de algemeen directeur jaarlijks rapporteert aan respectievelijk de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn over de ingediende klachten.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van het rapport over meldingen, beleidssignalen en klachten van 2025.
Juridisch kader
Artikel 303 § 3 van het decreet lokaal bestuur
Gemeenteraadsbesluit van 24 september 2018
Art.1.- Neemt kennis van de rapportering van meldingen, klachten en beleidssignalen van 2025
Karin Beyers Erwin Callens Ward Schevernels Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert Barbara Cloet An-Sofie Dewinter Karin Beyers Erwin Callens Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Karina Hans Tim Willekens Adinda Van Gerven Lynn De Vocht Elke De Maeyer Joris Van Cauwelaert Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Sven Simons An-Sofie Dewinter Goele Fonteyn Bart Brughmans Bryan Verhoeven Luc Van der Schoepen Inez Ven Karin Beyers Linsey De Vooght Sylvia Lathouwers Hedwig van Baarle Kelly D'Haen Herman Van Mieghem Bruno Heirman Erwin Callens Philip Cools Matthias Gulickx Ingeborg Hermans Rudi Pauwels aantal voorstanders: 24 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 3 Goedgekeurd
17 Stopzetting stedenbandsamenwerking Tarija-Brasschaat. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :
“Een stedenband is geen vrijblijvende activiteit, maar een engagement dat over jaren wordt opgebouwd, gebaseerd op solidariteit, vertrouwen en samenwerking. Door nu deze samenwerking stop te zetten, geven we het signaal dat internationale solidariteit voor Brasschaat géén prioriteit meer is. Bovendien gaat het om een relatief beperkte kost en is dit niet echt uit financiële noodzaak, maar een politieke keuze. We begrijpen dat er uitdagingen zijn binnen bepaalde projecten, onder meer door interne problemen bij partners zoals Cosaalt.
Fractie PVDA stemt ook tegen.
Fracties Vlaams Belang, N-VA en CD&V geven goedkeuring bij dit punt.
Schepen Ven bevestigt dat dit geen leuke boodschap is. Morgen maakt ze een videoboodschap waarbij ze nogmaals dit nieuws zal overbrengen. Een maand geleden had ze reeds via teams contact met hen en ze voelde op dat moment niet echt meer “een band”. Ook de desbetreffende collega kende de mensen aan de andere kant van de lijn niet echt meer. De eerdere banden die er waren met mensen uit de politiek en werkgroepen waren er volgens haar niet meer en ook de projecten liepen op z’n einde. Het project dat nu nog loopt met Pidpa verloopt via Universiteit Antwerpen. Hier heeft Brasschaat niet veel meer bij te zeggen. Ze begrijpt echt dat dit geen fijne beslissing is die genomen werd, maar er moesten wel meer beslissingen genomen die niet fijn waren. Ze wil wel graag nog in schoonheid afronden en bevestigt dat wat er de afgelopen 22 jaar gebeurde ook wel mooie herinneringen en vriendschappen zijn. De vriendschappen zullen zeker blijven bestaan. Binnenkort komt er nog een muzikant uit Tarija naar Brasschaat en er zal ook nog een mooie videoboodschap gemaakt worden. Alle mensen die contacten hadden met de mensen in Tarija, waaronder raadslid Van Baarle, zullen mee opgenomen worden in het filmpje. Ze sluit af met te zeggen dat het soms moeilijk is om dingen af te sluiten, maar het was niet meer wat het was en het zou waarschijnlijk ook niet meer terug komen.
Raadslid Hermans stelt dat het onwaarschijnlijk is dat het na 20 jaar nog dezelfde mensen zouden zijn waar er contacten mee zijn. Ze vindt dit een vreemde argumentatie om een samenwerking stop te zetten. Men zou volgens haar kunnen informeren naar de nieuwe mensen. Er kunnen verschillende redenen zijn dat de toestand nu is zoals ze is. Ze begrijpt dat het een keuze is, maar ze vindt het argument niet echt goed.
Schepen Heirman verwijst graag nog naar de driehoek met de strategische doelstelling, budget en mensen middelen. Het budget was hier misschien maar beperkt maar er werden heel wat mensen middelen ingestoken en die kosten ook veel geld voor de gemeenschap. Het gemeentelijk budget voor personeel is bijna op weg naar 30 miljoen euro. In de meerjarenplanning is een besparing van 8% voorzien die volop uitgevoerd wordt. Dit was ook echt geen gemakkelijke oefening die men moest maken. Hier werd ook een stuk besparing gerealiseerd, niet enkel op budget maar ook op mensen middelen.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Na meer dan 21 jaar samenwerking tussen stedenbandpartners Tarija en Brasschaat heeft het huidige bestuur door de vele besparingen die ze in kader van de opmaak van het meerjarenplan heeft moeten doorvoeren, helaas besloten om de stedenbandsamenwerking definitief stop te zetten.
Het was een moeilijke beslissing gezien de stedenband zoveel moois heeft verwezenlijkt. Toch stelden we tegelijkertijd vast dat deze actieve stedenbandwerking de laatste jaren stelselmatig is afgenomen. De uitwisseling werd minder, de continuïteit ontbrak, de prioriteiten van beide besturen leken meer en meer elders te liggen, de gedragenheid verminderde. De uiteindelijke noodzaak om te besparen, heeft de beslissing om de stedenbandwerking stop te zetten definitief gemaakt.
Los daarvan blijft Tarija voor enorme uitdagingen staan en hopen we dat ze andere partners vinden die qua grootte, uitdagingen en focus meer bij hen aansluiten.
We sluiten de stedenband graag in schoonheid af door de Tarijaanse kunstenaar Fabio Terán een muurschildering in Brasschaat, waarvoor de voorbereidingen al in 2025 werden opgestart, in 2026 te laten realiseren. We hopen ook dat het project rond de optimalisatie van waterbeheer, dat in de schoot van de stedenband werd opgezet met partners van hier zoals Pidpa en de universiteit van Antwerpen tot de nodige verbeteringen op het terrein zal leiden.
Het bestuur van Tarija werd reeds persoonlijk op de hoogte gebracht tijdens een politiek overleg met de bevoegde schepen, Inez Ven.
De vele betrokkenen in Tarija zullen door middel van een persoonlijke videoboodschap worden bedankt voor de fijne samenwerking, de vele jaren van vriendschap en alle bijzondere ontmoetingen. De betrokkenen hier zullen worden uitgenodigd op een afscheidsdrink die zal plaatsvinden bij de inhuldiging van de muurschildering op zondag 26 april 2026.
We gebruiken 2026 om de werking af te ronden, maar vanaf 2027 houdt de werking volledig op te bestaan.
Juridisch kader
MJP 2026-2031
SDG-engagementsverklaring (SDG 17)
Decreet over het Lokaal Bestuur (artikel 392)
Adviezen
Dienst LMB & stedenbandwerkgroep: Hoewel de samenwerking hier stopt, wordt aan het bestuur geadviseerd om de stedenband te laten voortbestaan als een symbolische vriendschapsband tussen twee steden/gemeenten die een lange geschiedenis delen.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT:
Met 24 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Philip Cools, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Tim Willekens), 3 neen-stemmen (Rudi Pauwels, Ingeborg Hermans en Matthias Gulickx).
Art.1.- De gemeenteraad keurt de stopzetting van de stedenbandsamenwerking tussen Tarija en Brasschaat goed.
Karin Beyers Erwin Callens Ward Schevernels Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert Barbara Cloet An-Sofie Dewinter Karin Beyers Erwin Callens Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Sven Simons Ingeborg Hermans Robert Geysen Goele Fonteyn Elke De Maeyer Bart Brughmans Sylvia Lathouwers Kelly D'Haen Karin Beyers Philip Cools Rudi Pauwels Lynn De Vocht Bruno Heirman Hedwig van Baarle Inez Ven Herman Van Mieghem Bryan Verhoeven Joris Van Cauwelaert Karina Hans Matthias Gulickx Erwin Callens Adinda Van Gerven Luc Van der Schoepen Tim Willekens An-Sofie Dewinter Dimitri Hoegaerts Linsey De Vooght aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
18 Toelagen humanitaire hulp 2026-2031 volgens basisnota Mondiale Raad. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :
“Waarom wordt humanitaire hulp in dit reglement in belangrijke mate gekoppeld aan projecten van AV-leden? Moet humanitaire hulp niet in de eerste plaats vertrekken vanuit nood en humanitaire prioriteiten, en niet vanuit bestaande projecten?”
Schepen Ven licht toe dat de mensen vanuit de adviesraden meestal ideeën hebben en er een zicht op hebben met betrekking tot de projecten die gesteund moeten worden. Dit kan vanuit het bestuur komen of vanuit vragen maar vaak komen zij met de ideeën. De info via de adviesraden is de kortste weg.
Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :
Schepen Ven licht toe dat dit ook door hen zelf is voorgesteld. Zij luistert heel veel naar deze mensen omdat die er meer van kennen dan zij zelf.
Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :
Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat deze zaken in de raad beslist worden. Zij hebben meer macht gekregen. Inhoudelijke vragen kunnen volgens haar beter aan de raad zelf gesteld worden omdat zij dit opgesteld hebben. De raad heeft autonomie gekregen. Waarnemend burgemeester van Gerven stelt dat ze hun vertegenwoordiger moeten inzetten als ze meer input willen geven.
Raadslid Hoegaerts stelt dat de vragen van raadslid Hermans ook allemaal zijn opgenomen in het reglement van 2017-2019. Op dat vlak is er volgens hem niet veel veranderd. Enkel de naam is veranderd omdat de naam GROS niet voor iedereen evenveel zei.
Raadslid Hoegaerts verwijst graag naar zijn tussenkomst over de omvorming van de GROS naar de mondiale raad en de toekomstige werking daarvan. Zijn fractie zal zich op basis daarvan onthouden op dit punt. Ze zijn uiteraard niet tegen humanitaire noodhulp.
|
Beslissing
Feiten en motivering
De gemeente verleent toelagen voor humanitaire hulp en wenst deze vorm van ondersteuning in crisissituaties verder te zetten in de nieuwe legislatuur 2026-2031.
Juridisch kader
Gemeenteraadsbesluit van 18 december 2017 houdende goedkeuring van de basisnota humanitaire hulp.
MJP 2026-2031
SDG-engagementsverklaring (SDG 17)
Adviezen
De Algemene Vergadering van de Mondiale Raad (tot voor kort GROS genaamd) van
29 januari 2026 adviseert om voor de nieuwe legislatuur 2026-2031 de toelagen humanitaire hulp toe te kennen volgens hetzelfde reglement als de voorbije legislatuur. Inhoudelijke wijzigingen zijn er dus niet gebeurd, maar de verwijzingen naar GROS en dienst mondiaal beleid zijn wel aangepast gezien de naamswijziging en de beslissing om de desbetreffende dienst te schrappen.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 14.225 euro, btw inbegrepen (jaarlijks geïndexeerd) |
Budgetsleutel | 0160/64930920 Toelage noodhulp |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026, 2027, 2028, 2029, 2030 & 2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT:
Met 22 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Philip Cools, Rudi Pauwels, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Ingeborg Hermans, Goele Fonteyn, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, Sylvia Lathouwers, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer en Herman Van Mieghem), 5 onthoudingen (Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Linsey De Vooght, An-Sofie Dewinter en Tim Willekens).
Art.1.- Er wordt goedkeuring gehecht aan het reglement humanitaire hulp 2026-2031, zoals opgenomen in bijlage.
19 Humanitaire hulp voor overstromingen Mozambique. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Begin 2026 werd Zuidelijk Afrika getroffen door de zwaarste overstromingen in 20 jaar tijd als gevolg van hevige regenval en cyclonen. Mozambique is het hardst getroffen, maar ook Zuid-Afrika en Zimbabwe voelen de gevolgen.
600.000 mensen zijn getroffen, huizen en infrastructuur verwoest. Daarnaast is al 142.000 hectare landbouwgrond onbruikbaar en is het risico op cholera en malaria toegenomen.
Dringendste noden:
● Reddingsmissies
● Drinkbaar water
● Sanitaire voorzieningen
● Onderdak
● Voedsel
● Bescherming tegen muggen
Leden Mondiale Raad: er zijn geen leden actief in Mozambique, Zuid-Afrika en Zimbabwe
Kandidaten: Rode Kruis, WFP, Unicef, …
Juridisch kader
MJP 2026-2031
SDG-engagementsverklaring (SDG 17)
Adviezen
De Algemene Vergadering van de Mondiale Raad adviseert om 2.000 euro aan humanitaire hulp te voorzien via het Rode Kruis.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 2.000 euro, btw inbegrepen (eenmalig) |
Budgetsleutel | 0160/64930920 Toelage humanitaire hulp |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het bieden van humanitaire hulp via het Rode Kruis in kader van de overstromingen in Mozambique, mits het toelagereglement humanitaire hulp op de zitting van 30 maart 2026 werd goedgekeurd. Het vastgelegde bedrag is 2.000 euro.
20 Algemeen politiereglement. Aanpassingen bepalingen brandveiligheid. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Waarnemend burgemeester Van Gerven stelt dat dit misschien een droog onderwerp is, maar het is zeer belangrijk. Ze verwijst hierbij naar de brand in Crans Montana. Ze is blij dat er vanavond een nieuw reglement kan goedgekeurd worden voor de publieke instellingen. Voor dit reglement ligt voornamelijk de nadruk op het vluchtgedrag en de evacuatiesnelheid van de mensen die aanwezig zijn. Het legt minder nadruk op de brandbestrijding aangezien de brandweer dit moet doen. Het aantallen uitgangen ed. zijn criteria op basis waarvan een brandveiligheidsattest zal toegekend worden. Dit kadert in het jaaractieplan van de brandweer waarbij er veel nadruk gelegd wordt op risicobeheersing en preventie. Er zal ook een extra personeelslid aangeworven worden bij de brandweer die zich specifiek zal inzetten op brandpreventie. Er werd ook een digitale tool ontworpen “check mijn zaak”. Alle publiek toegankelijke instellingen kunnen met die tool checken hoe hun zaak ervoor staat. Er kunnen verbeterpunten uitkomen maar er kan ook uitkomen dat ze contact moeten opnemen met de brandweer. De brandweer heeft een award gewonnen voor deze nieuwe tool. Er zal binnenkort een webinar georganiseerd worden om deze tool te lanceren bij de ondernemers. Brandveiligheid is niet enkel een thema voor ondernemers maar eigenlijk belangd dit iedereen aan.
|
Raadslid Pauwels wil hieromtrent graag de aandacht nog even vestigen op de Remise. Hij was daar laatst op een tentoonstelling en hij merkte dat de nooduitgang boven was afgeschermd met een schilderij. De nooduitgang kon niet gebruikt worden. Hij vraagt om de mensen zeker attent te maken dat dit niet kan. Hij vindt het misschien te overwegen om een buitentrap te verwezenlijken om de veiligheid te kunnen garanderen.
Schepen Hans licht toe dat ze momenteel inzetten op veiligheid in de Remise. De nieuwe preventie-adviseur is reeds ter plaatse geweest en de vluchtweg is uitgetekend. Ook de signalisatie werd al bekeken. Er zullen ook brandoefeningen ingepland worden zoals ze op de scholen doen. Ze bevestigt dat de nooduitgangen zeker moeten vrij blijven en dat eraan gewerkt wordt.
Waarnemend burgemeester Van Gerven is wel blij met de opmerking van raadslid Pauwels. Dit is het doel van brandveilig samen leven. Als iedereen zo opmerkzaam is, zullen we een brandveilige gemeente krijgen.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Op de zoneraad van de brandweer werd een voorstel tot aanpassing van de gemeentelijke politiereglementen betreffende het hoofdstuk brandveiligheid in publiek toegankelijke inrichtingen besproken met verzoek dit over te maken aan de betrokkenen gemeentebesturen voor goedkeuring en opname in het lokale politiereglement. De zonale brandweerpreventiedienst verzoekt om goedkeuring van het document 'Wijzigingen aan het politiereglement voor publiek toegankelijke inrichtingen' zoals door hen voorgelegd.
Juridisch kader
Art.2, 40§1, 135, 285, 286 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Art.119 Nieuwe Gemeentewet.
Het Algemeen Politiereglement Brasschaat gecoördineerde versie van 15 december 2025
Wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
Adviezen
De adviezen van de betrokken diensten zullen verder worden opgenomen met de brandweercommandant.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de herwerkte versie van Titel VII, Hoofdstuk 7-Maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen van het Algemeen Politiereglement zoals alsvolgt:
Toelichting
Dit gedeelte van het politiereglement heeft uitsluitend betrekking op de aspecten van brandveiligheid in publiek toegankelijke gebouwen, zowel van tijdelijke als van permanente aard. Het document zorgt voor een uniform reglement binnen de gemeenten van brandweer Zone Rand.
2. Inhoudsopgave
1.a. Definities
1.b. Toepassingsgebied
1.c. Brandveiligheidsattest
1.d. Toezicht en controle
1.e. Afwijkingen
1.f. Sancties
1.g. Inwerkingtreding
2.a. Algemeen
2.b. Aantal toegelaten personen
3.a. Inplanting
3.b. Compartimentering en bouwelementen
3.c. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
3.d. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
3.e. Constructievoorschriften voor technische ruimten
3.f. Uitrusting van de gebouwen
3.g. Organisatie
4.a. Inplanting
4.b. Compartimentering en bouwelementen
4.c. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
4.d. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
4.e. Constructievoorschriften voor technische ruimten
4.f. Uitrusting van de gebouwen
4.g. Organisatie
5.a. Inplanting
5.b. Compartimentering en bouwelementen
5.c. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
5.d. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
5.e. Constructievoorschriften voor technische ruimten en keuken
5.f. Uitrusting van de gebouwen
5.g. Organisatie
6.a. Indienen aanvraag
6.b. Adviezen
3. Administratieve bepalingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begrippen, vermeld in bijlage 1 bij het Koninklijk Besluit van 7 juli 1994 [en volgende wijzigingen], aangevuld met volgende definities.
3.1. Definities
3.1.1. Publiek toegankelijke inrichting (PTI):
Publiek toegankelijk gedeelte met aanhorigheden
3.1.2. Exploitant:
Natuurlijke persoon of rechtspersoon die, al dan niet tijdelijk, een inrichting of installatie exploiteert, haar, al dan niet tijdelijk, in bezit heeft of er, al dan niet tijdelijk, economische zeggenschap over heeft.
3.1.3. Aanhorigheden:
Alle ruimten die in functie staan van het publiek toegankelijke gedeelte, hiertoe behoren o.a.
● Kitchenettes en keukens;
● Bergingen;
● ….
Het privéwoongedeelte van de exploitant maakt eveneens deel uit van de aanhorigheden, tenzij brandwerend gecompartimenteerd met wanden EI60, en deuren EI130.
3.1.4. Bestaande inrichting:
Een inrichting die reeds voor de invoering van het reglement in exploitatie was en intussen niets is gewijzigd.
3.1.5. Nieuwe inrichting:
Een inrichting :
● die nieuw opgericht wordt;
● waarvan de hoofdfunctie wijzigt;
● waarvan de exploitant wijzigt;
● waarvan de organen van de rechtspersoon wijzigen.
3.1.6. Verbouwen:
Structurele wijzigingen aanbrengen die een invloed hebben op de stabiliteit en/of brandweerstand van de scheidende elementen.
3.1.7. Uitbreiden:
Een publiek toegankelijke inrichting in oppervlakte en/of volume vergroten.
3.1.8. Herinrichten:
Herinrichten: Een bestaande publiek toegankelijke inrichting wijzigen zonder aanpassingen aan de structuur maar wel met invloed op:
● brandcompartimentering
● aantal gebruikers
● evacuatie(wegen)
3.1.9. Indeling categorieën
De publiek toegankelijke inrichtingen zijn ingedeeld in 3 categorieën, volgens het aantal toegelaten personen:
● Categorie 1: maximum 9 personen toegelaten;
● Categorie 2: minimum 10 en maximum 49 personen toegelaten;
● Categorie 3: 50 personen of meer toegelaten.
De exploitant stelt op eigen verantwoordelijkheid het aantal toegelaten personen vast, binnen de aangegeven verhoudingen in artikel 4.2.
3.2. Toepassingsgebied
3.2.1. De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op alle publiek toegankelijke inrichtingen.
3.2.2. Dit reglement is niet van toepassing op:
Gebouwen waar een specifieke reglementering voor de brandveiligheid van toepassing is;
● Kantoren;
● Scholen voor hun onderwijsopdracht : gebouwdelen van scholen die buiten de schooluren door derden gebruikt worden, worden wel als publiek toegankelijke inrichting beschouwd.
● Parkeergebouwen;
● Gebouwen voor uitoefening van erkende erediensten : in zoverre deze enkel gebruikt worden voor de erediensten. Worden deze ook voor andere doelen gebruikt dan worden ze als publiek toegankelijke inrichtingen beschouwd.
● Lokalen of gebouwen die niet werden ontworpen als publiek toegankelijke inrichting en die maximum 2x per jaar voor een periode van maximum 5 dagen worden opengesteld voor publiek;
● Installaties in open lucht en uitbatingen in tijdelijke constructies.
3.3. Brandveiligheidsattest
3.3.1. Op basis van het brandweerverslag wordt voor de categorie 2 en 3 een brandveiligheidsattest afgeleverd door de burgemeester.
Categorie 1 inrichtingen dienen te voldoen aan de voorwaarden opgenomen in dit reglement maar moeten niet beschikken over een attest.
Nieuwe categorie 1 inrichtingen welke niet voldoen een de voorwaarden opgenomen in dit reglement mogen niet openen.
3.3.2. Ongeacht onderstaande bepalingen dient elke bestaande publiek toegankelijke inrichting van categorie 2 en 3 te beschikken over een brandveiligheidsattest binnen een periode van 10 jaar na de inwerkingtreding van dit reglement.
3.3.3. De exploitant van een “nieuwe” publiek toegankelijke inrichting is verplicht:
● Ten minste 30 dagen voor de opening van de inrichting de openingsdatum van de inrichting aan de burgemeester mede te delen;
● Een controle van de brandveiligheid ten minste 30 dagen voor de opening van de inrichting aan te vragen.
● Zich ervan te vergewissen dat aan alle maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand, opgenomen in dit reglement, is voldaan vooraleer de inrichting te openen.
3.3.4. Het brandveiligheidsattest wordt aangevraagd door de exploitant aan de burgemeester in volgende gevallen:
● Nieuwe publiek toegankelijke inrichtingen;
● Bestaande publiek toegankelijke inrichtingen die verbouwd, heringericht of uitgebreid worden;
● Bestaande publiek toegankelijke inrichtingen met een nieuwe exploitant;
● Vóór het beëindigen van de geldigheidsduur van het brandveiligheidsattest;
● Bij wijzigingen die de brandveiligheid en/of de evacuatiemogelijkheden kunnen beïnvloeden;
● Bij toename van het aantal toegelaten personen.
3.3.5. Op het einde van de controle wordt een brandweerverslag opgemaakt.
Het brandweerverslag bevat:
● Een beschrijving van de bestaande toestand;
● Een opsomming van de vastgestelde inbreuken of tekortkomingen;
● De voorwaarden waaraan de exploitant moeten voldoen om in overeenstemming te zijn met deze reglementering.
3.3.6. Als uit het verslag van de brandweer blijkt dat de inrichting voldoet aan de brandveiligheidsnormen kan de burgemeester een brandveiligheidsattest A uitreiken. Dit attest heeft een geldigheidsduur van 10 jaar, behalve in de gevallen die zijn beschreven in punt 3.3.4.
3.3.7. Als uit het verslag van de brandweer blijkt dat de inrichting niet volledig voldoet aan de brandveiligheidsnormen, maar dat de veiligheid van het personeel en de bezoekers niet ernstig in gevaar komt, kan de burgemeester een brandveiligheidsattest B uitreiken. De burgemeester bepaalt de geldigheidsduur van het attest B, met een maximale geldigheidsduur van 5 jaar.
Bij het uitreiken van een B attest heeft de exploitant zeven maanden om een stappenplan uit te werken om aan het reglement te voldoen. Dit stappenplan wordt aan de burgemeester bezorgd binnen de vooropgestelde termijn.
Na de uitvoering van de aanpassingswerken of uiterlijk vóór het aflopen van de geldigheidsduur van brandveiligheidsattest B dient de exploitant de brandweer te verwittigen zodat een nieuw onderzoek kan worden uitgevoerd. De brandweer maakt daarvan een verslag op en bezorgt dat aan de burgemeester.
Als uit het verslag blijkt dat:
● De inrichting nu voldoet aan de brandveiligheidsnormen, kan de burgemeester een brandveiligheidsattest A uitreiken. Dit attest heeft een geldigheidsduur van 10 jaar, behalve in de gevallen die in het punt A.3.4 zijn beschreven;
● Er reeds aanpassingswerken werden uitgevoerd, maar dat er nog steeds opmerkingen zijn, kan de burgemeester het brandveiligheidsattest B verlengen indien de totale geldigheidsduur van 5 jaar nog niet werd overschreden;
● De inrichting nog steeds niet voldoet aan de brandveiligheidsnormen en het attest B de totale geldigheidsduur van 5 jaar heeft bereikt, kan de burgemeester uitzonderlijk het brandveiligheidsattest B verlengen mits verscherpte periodieke controles worden uitgevoerd met bijhorende retributie ten laste van de exploitant.
3.3.8. Als uit het verslag van de brandweer blijkt dat:
● De inrichting niet voldoet aan de brandveiligheidsnormen en hierdoor de veiligheid van personeel en bezoekers in gevaar komt,
OF
● De inrichting gedurende 5 jaar in het bezit van een B attest is zonder daarbij afdoende gevolg te geven aan de bijhorende opmerkingen,
kan de burgemeester een brandveiligheidsattest C uitreiken. In dit geval kan de uitbating van de inrichting niet starten of verder doorgaan.
3.3.9. Brandweer Zone Rand bepaalt het model van de attesten.
3.4. Toezicht en controle
3.4.1. De exploitant zal te allen tijde toegang verlenen tot de inrichting aan de bevoegde instanties, alsook aan de personen die hiertoe door de burgemeester werden gemachtigd.
3.4.2. De burgemeester kan een brandweercontrole opleggen of kan een brandveiligheidsattest laten herzien met bijhorende retributie ten laste van de exploitant.
3.5. Afwijkingen
3.5.1. Afwijkingsaanvraag
Via deze procedure kan enkel een afwijking aangevraagd worden op de voorwaarden opgenomen in deze richtlijn.
Indien het onmogelijk is te voldoen aan een of meerdere specificaties van dit reglement kan de burgemeester afwijkingen toestaan.
3.5.2. Procedure
De aanvraag tot afwijking wordt door de exploitant schriftelijk aan de burgemeester bezorgd, die ze voor advies kan doorsturen naar de afwijkingscommissie.
Het afwijkingsdossier omvat minstens volgende zaken:
● Duidelijke plannen van de inrichting, op schaal getekend;
● Verklarende nota waarom een afwijking wordt aangevraagd;
● Toelichting van het alternatieve voorstel met gelijkwaardig veiligheidsniveau.
3.5.3. Afwijkingscommissie
De afwijkingscommissie verstrekt de burgemeester een advies over de aanvragen om gelijkwaardigheid en afwijking.
De afwijkingscommissie bestaat uit de volgende leden:
● Een secretaris;
● Twee deskundigen brandveiligheid, leden van brandweer Zone Rand;
● Een externe deskundige (optioneel).
3.5.4. De afwijkingscommissie komt naar gelang de noodzaak samen, evalueert de gelijkwaardigheid van het voorgesteld veiligheidsconcept en formuleert een advies voor de burgemeester.
De afwijkingscommissie kan indien noodzakelijk het advies inwinnen van externe deskundigen.
3.5.5. Binnen de zes maanden na de aanvraag doet de burgemeester uitspraak op het gemotiveerd advies van de afwijkingscommissie en maakt de beslissing schriftelijk aan de exploitant over.
3.5.6. Uitvoering
De exploitant, die een afwijking verkrijgt, dient binnen de geldigheidsduur van brandveiligheidsattest B de beslissing van de burgemeester uit te voeren.
3.6. Sancties
3.6.1. Onverminderd de straffen van toepassing door andere wettelijke bepalingen worden de overtredingen tegen bovenstaande reglementering bestraft overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
3.6.2. Alle overtredingen op de bepalingen van dit reglement kunnen bestraft worden met:
● Een administratieve geldboete;
● De administratieve schorsing of intrekking van de door de gemeente of haar organen afgegeven toelating of vergunning;
● De tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting.
De sanctionerende ambtenaar legt de administratieve geldboete op.
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de administratieve schorsing of intrekking van een door de gemeente of haar organen afgeleverde toelating of vergunning en/of over een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting.
3.6.3. De heropening van de inrichting wordt slechts toegestaan als de vereiste aanpassingen of verbouwingen uitgevoerd zijn en er een A of B attest bekomen werd.
4. Technische bepalingen
4.1. Algemeen
4.1.1. Voorliggend reglement bepaalt de minimale bepalingen inzake brandpreventie en -bestrijding, waaraan de opvatting, de bouw en de inrichting van publiek toegankelijke inrichtingen moeten voldoen.
4.1.2. Onverminderd de voorschriften opgenomen in dit reglement, neemt de exploitant de nodige maatregelen om:
● Het ontstaan van een brand te voorkomen;
● In geval van brand een veilige en snelle ontruiming van de aanwezige personen te verzekeren
● In geval van brand de hulp van de brandweerdienst onmiddellijk in te roepen;
● Ieder begin van brand snel en doeltreffend te bestrijden;
● De tussenkomst van de openbare hulpdiensten te vergemakkelijken.
4.1.3. Behalve bij een uitdrukkelijke afwijking, hebben de gebruikte termen in dit reglement de betekenis van de basisnormen, met name het Koninklijk besluit van 7 juli 1994 - bijlage 1 – “Terminologie” [en latere wijzigingen].
4.1.4. Weerstand tegen brand van een bouwelement:
Voor bouwelementen met een dragende en/of scheidende functie wordt de weerstand tegen brand uitgedrukt zoals gedefinieerd in de Europese norm NBN EN 13501 (2 tot 4). Klasseringen die worden bekomen volgens de Belgische norm NBN 713.020, worden als volgt als evenwaardig aanvaard:
| NBN EN 13501 (2 tot 4) |
| NBN 713.020 |
Voor | R 30, RE 30, REI 30 en EI 30 | Voldoet | Rf ½ u |
Voor | R 60, RE 60, REI 60 en EI 60 | Voldoet | Rf 1 u |
Voor | R 120, RE 120, REI 120 en EI 120 | Voldoet | Rf 2 u |
Voor | EI1 30 | Voldoet | Rf ½ u |
Voor | EI 60 | Voldoet | Rf 1 u |
4.1.5. De technische uitrustingen van de inrichting moeten worden ontworpen, geplaatst en onderhouden volgens de regels van goed vakmanschap.
4.1.6. De brandweer en/of burgemeester kunnen bijkomende eisen opleggen in functie van de
risico’s.
4.1.7. Basisnormen:
Het Koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de
preventie van brand en ontploffing waaraan nieuwe gebouwen moeten voldoen [en latere
wijzigingen].
4.1.8. Kitchenette:
Een lokaal, of een gedeelte daarvan, waarin zich (kook)toestellen bevinden met een totaal gecumuleerd elektrisch vermogen kleiner dan 10 kW, toestellen die zichzelf automatisch uitschakelen en zonder open vlam.
4.1.9. Keuken:
Een lokaal, of een gedeelte daarvan, waarin zich ofwel:
● toestellen bevinden met een totaal gecumuleerd elektrisch vermogen groter of gelijk aan 10 kW
● toestellen met open vlam
● vaste frituurtoestellen
4.1.10 Totale publiek toegankelijke oppervlakte:
Oppervlakte van het publiek toegankelijk gedeelte binnen de buitenmuren zonder aftrek van toonbanken, tapkasten en ander meubilair of goederen.
4.1.11 Vaste zitplaatsen:
Zitplaatsen, welke in de vloer of de wand van de inrichting worden verankerd. Indien de zitplaatsen niet individueel afgebakend zijn, wordt gerekend met een zitplaatsbreedte van 50 cm per persoon.
4.1.12 Geaccrediteerde keuringsinstantie:
Keuringsorganisme, erkend door FOD Economie en geaccrediteerd volgens ISO-17020.
4.1.13 Erkend organisme:
Keuringsorganisme, erkend door FOD Economie voor het uitvoeren van controles op elektrische installaties.
4.1.14 Externe Dienst voor Technische Controle:
Keuringsorganisme, die voor erkenning en werking beantwoorden aan Koninklijk besluit van 29 april 1999 en instaan voor technische controles op de werkvloer van o.a. hefwerktuigen zoals liften.
4.1.15 Bevoegd technicus:
Een persoon of organisatie met de nodige kennis, het nodige materiaal, de nodige erkenning enz.
om dergelijke controles uit te voeren (bv. gasdichtheid, verwarming, enz.).
4.1.16 Bevoegd persoon:
Een persoon die door de exploitant wordt aangeduid om bepaalde taken uit te voeren. Deze persoon beschikt daartoe over de nodige kennis en vaardigheden, alsook de noodzakelijke middelen (d.w.z. materieel en tijd) om deze taken uit te voeren.
4.1.17 Aantrede:
De horizontale projectie van de afstand tussen twee opeenvolgende trapneuzen, gemeten op de looplijn.
4.1.18 Optrede:
De verticale projectie van de afstand tussen twee opeenvolgende trapneuzen
4.1.19 Versiering:
Met versiering wordt niet de normale functionele stoffering bedoeld zoals gordijnen en overgordijnen, tafellinnen, vloerbekleding, behangpapier of stoffering rechtstreeks of onrechtstreeks op de wanden of plafonds aangebracht.
4.2. Aantal toegelaten personen
Het maximum aantal toegelaten personen wordt voorgesteld door de exploitant. Het wordt beperkt door het aantal, de ligging en de afmetingen van de uitgangen en de dimensies van de evacuatiewegen.
Het maximum aantal toegelaten personen is afhankelijk van de opstelling in en de inrichting van de zaal. Vooral bij de exploitatie van een polyvalente zaal dient hieraan bijzondere aandacht besteed te worden.
Het maximum aantal toegelaten personen kan door de brandweerdienst worden verminderd op basis van de risico’s, de bezetting, de functie, de bereikbaarheid of de inplanting van de publiek toegankelijke inrichting.
Indien de oppervlakte van de zaal maakt dat de capaciteit door de brandweer hoger ingeschat wordt dan voorgesteld door de exploitant, kan de brandweer de burgemeester adviseren om de inrichting eventueel in een hogere categorie in te delen en bijkomende uitgangen en evacuatiewegen op te leggen.
4.2.1. Maximum aantal toegelaten personen
Het maximum aantal toegelaten personen (inclusief het personeel) wordt vastgesteld aan de hand van de criteria vermeld in onderstaande punten. Het meest ongunstige criterium geldt, dus datgene dat het minst aantal personen vermeldt.
○ In winkels: de totale publiek toegankelijke oppervlakte gedeeld door 3;
○ Het aantal vaste zitplaatsen;
○ In alle andere gevallen: de totale publiek toegankelijke oppervlakte vermenigvuldigd met 3.
● Elke inrichting moet minstens over 1 uitgang beschikken;
● Het maximum aantal personen wordt als volgt bepaald:
○ 1 uitgang: maximum 99 personen;
○ 2 uitgangen: maximum 499 personen;
○ Meer dan 2 uitgangen: het aantal uitgangen wordt vermenigvuldigd met 1.000 minus 2.000.
● Het aantal uitgangen wordt bepaald per bouwlaag. De evacuatievoorschriften moeten gegarandeerd blijven tot aan de uitgang naar buiten op evacuatieniveau;
● De uitgangen dienen oordeelkundig verspreid te zijn, anders worden ze niet meegerekend;
● De breedte van de uitgangen, evacuatiewegen en trappen dient minimaal 70 cm te bedragen met een vrije hoogte van 2 m. De uitgangen die niet voldoen worden niet in rekening gebracht. Bij verbouwing en/of uitbreiding dient de minimale breedte 80 cm te bedragen;
● Er dient steeds minimum één uitgang op het evacuatieniveau rechtstreeks toegang te geven op de openbare weg of op een hiermee gelijkgestelde veilige plaats;
● Roltrappen evenals hellende vlakken met een helling van meer dan tien procent komen niet in aanmerking bij de berekening van het aantal uitgangen;
● Draai- en spiltrappen kunnen toegestaan worden, als de aantrede op de looplijn minstens 18 cm is;
● Het minimum aantal uitgangen kan door de brandweer worden verhoogd in functie van de configuratie van de lokalen.
3. Op basis van de breedte van de uitgangen
● Het maximum aantal personen is gelijk aan de som van de breedtes (uitgedrukt in centimeters) van alle uitgangen, die in aanmerking worden genomen.
Voor trappen moet een reductiefactor gehanteerd worden:
○ Voor trappen die naar de uitgang(en) dalen: maximum aantal personen = breedte x 0,8 (= 1,25 cm per persoon).
○ Voor trappen die naar de uitgang(en) stijgen:
maximum aantal personen = breedte x 0,5 (= 2 cm per persoon).
De breedte van de uitgangen, evacuatiewegen en trappen dient minimaal 70 cm te bedragen met een vrije hoogte van 2 m. De uitgangen die niet voldoen worden niet in rekening gebracht. Bij verbouwing en/of uitbreiding dient de minimale breedte 80 cm te bedragen.
4.2.2. Exploitatie
Een bord met hierop het maximaal aantal toegelaten personen dat in de inrichting aanwezig mag zijn, moet door de uitbater, duidelijk leesbaar en goed zichtbaar, worden aangebracht bij de ingang(en).
De uitbater neemt alle nodige maatregelen om te voorkomen dat meer personen aanwezig zijn dan op dit bord staat.
In de aangifte vermeldt de uitbater ook het maximaal aantal personen dat in zijn inrichting aanwezig mag zijn.
5. Bijlage 1 – Categorie 1 (aantal personen ≤ 9)
5.1. Inplanting
Geen specifieke voorschriften.
5.2. Compartimentering en bouwelementen
Geen specifieke voorschriften.
5.3. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
5.3.1. Brandbare materialen
Gemakkelijk brandbare materialen, evenals gemakkelijk brandbare textiel- en kunststoffen, mogen noch als versiering noch als zichtbaar bouwmateriaal voor wanden en (valse) plafonds aangewend worden.
5.3.2. Horizontaal aangebrachte doeken
Horizontaal aangebrachte doeken zijn verboden.
5.3.3. Verticaal hangende doeken
Verticaal hangende doeken zijn toegestaan aan de (nood)uitgangen mits de (nood)uitgangen duidelijk aangegeven blijven door veiligheidssignalisatie en -verlichting.
De doeken kunnen makkelijk opzij geschoven worden.
5.4. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
5.4.1. De breedte van de uitgang(en) of trappen dient minimaal 70 cm te bedragen met een vrije hoogte van 2 m.
5.4.2. Deuren dienen snel en gemakkelijk te kunnen worden geopend door het verrichten van één handeling.
5.4.3. Het is verboden om het even welke voorwerpen die de doorgangen kunnen belemmeren of de breedte ervan verminderen, te plaatsen in de uitgangen en wegen die naar die uitgangen leiden.
5.4.4. Glazen wanden en de vleugels van glazen deuren moeten op ooghoogte een opvallend merkteken dragen.
5.5. Constructievoorschriften voor technische ruimten
5.5.1. In lokalen met verwarmingsinstallatie moeten alle nodige veiligheidsmaatregelen worden genomen om oververhitting, ontploffing en brand te voorkomen. In de omgeving van de verwarmingsinstallatie dient alles wat het brandrisico verhoogt, te worden geweerd.
5.5.2. Elektriciteits- en gastellers en/of afsluiters moeten steeds gemakkelijk bereikbaar
blijven.
5.5.3. Voor de kookgelegenheden zijn er geen specifieke voorschriften.
5.6. Uitrusting van de gebouwen
5.6.1. Verwarmingsinstallatie en waterverwarmingstoestellen
5.6.1.1. Verwarmingstoestellen met verbranding, moeten voorzien zijn van een voldoende
rookgasafvoer.
5.6.1.2. Open haarden of open vuren zijn enkel toegelaten in een vuurvaste en stabiele opstelling voorzien van afdoende rookgasafvoer. Het lokaal waarin de toestellen aanwezig zijn is voldoende geventileerd.
5.6.2. Verplaatsbare gasflessen voor brandbaar gas
Gasflessen voor brandbaar gas, zowel voor opslag als voor gebruik, mogen enkel in open lucht of in een doelmatig verlucht en uitsluitend voor dit gebruik bestemd lokaal geplaatst worden. Dit lokaal heeft wanden EI 60 en deuren EI1 30.
Gasflessen voor brandbare gassen zijn steeds verboden in kelders.
5.6.3. Andere brandstofvoorraden worden opgeslagen buiten het publiek toegankelijke
gedeelte.
5.6.4. Verlichting en elektrische installaties
5.6.4.1. De lokalen moeten behoorlijk verlicht kunnen worden. Alleen elektriciteit is toegelaten als kunstmatige verlichtingsbron.
5.6.5. Brandbestrijdingsmiddelen
5.6.5.1. De exploitant moet voldoende brandbestrijdingsmiddelen aanbrengen, aangepast aan de omstandigheden en aanwezige risico’s.
Het brandbestrijdingsmaterieel moet goed worden onderhouden, beschermd zijn tegen vorst en corrosie, op doeltreffende wijze gesignaleerd worden met pictogrammen (zoals opgenomen in bijlage 4), gemakkelijk bereikbaar opgehangen en oordeelkundig verdeeld zijn. Het moet te allen tijde onmiddellijk in werking kunnen worden gebracht.
De draagbare of mobiele brandblustoestellen dienen oordeelkundig over de oppervlakte toegankelijk voor het publiek te worden verdeeld.
5.6.5.2. In de inrichtingen toegankelijk voor publiek moet minimum 1 brandblusser conform EN 3 met minimaal 1 bluseenheid (bijvoorbeeld 6 kg ABC-poeder of 6 L water/schuim) aanwezig zijn.
5.6.5.3. Bij kookvoorzieningen moet een voldoende groot branddeken, conform EN 1869, opgehangen zijn. Voor frituurketels moet een goed sluitend metalen deksel in de onmiddellijke nabijheid aanwezig zijn.
5.6.6. Manueel alarmsysteem
Niet van toepassing
5.7. Organisatie
5.7.1. In elke publiek toegankelijke inrichting dient een veiligheidsregister permanent ter inzage te liggen voor de bevoegde instanties, alsook voor de personen die hiertoe door de burgemeester werden gemachtigd. Dit register bevat informatie over veiligheidsvoorschriften en vergunningen, waaronder (indien van toepassing):
● Brandveiligheidsverslag;
● Exploitatievergunning;
● Aantal toegelaten personen conform art. 4.2;
● Verslagen en/of attesten van de periodieke controles;
● Verzekeringspolis objectieve aansprakelijkheid in geval van brand en ontploffing.
5.7.2. In de lokalen toegankelijk voor het publiek mogen geen vuilnis (leeg verpakkingsmateriaal, palletten, papierresten,…), afgedankte voorwerpen of producten worden opgeslagen.
5.7.3. Het beperkt aanbrengen van sfeerverlichting met open vuur, zoals kaarsen, is enkel toegelaten mits ze stabiel opgesteld staan. Ze moeten op minstens een halve meter worden geplaatst van elk brandbaar materiaal.
Fakkels, olielampen, tuinkaarsen … zijn niet toegelaten.
5.7.4. De plaatsing van brandwerende deuren dient te gebeuren volgens de regels van goed vakmanschap (volgens plaatsingsinstructies van de fabrikant of van het Buildwise).
5.7.5. Indien aanwezig moet de verantwoordelijke volgende installaties periodiek laten nazien:
Installatie | Controleorgaan | Periodiciteit |
Elektrische laagspanningsinstallaties | EO | 5-jaarlijks |
Elektrische hoogspanningsinstallaties | EO | Jaarlijks |
Verwarmingsinstallatie met vaste en vloeibare brandstof (verbrandings- en reinigingsattest) | BT | Jaarlijks |
Verwarmingsinstallatie met gasvormige brandstof (verbrandings- en reinigingsattest) | BT | 2-jaarlijks |
Schoorsteen en rookkanalen (toestellen op vloeibare en vaste brandstoffen) | BT | Jaarlijks |
Brandbestrijdingsmiddelen (brandblussers) | BT | Jaarlijks |
Gasinstallatie (de gasmeter(s),de binnenleidingen en de gebruikstoestellen dichtheidsproef) | BT | 4-jaarlijks |
Dampkappen | BP | Jaarlijks |
Voor de toepassing van deze tabel wordt verstaan onder:
● EO: erkend organisme (elektrische installaties);
● EDTC: externe dienst voor technische controle (liften);
● BT: bevoegde technicus;
Aan de opmerkingen gemaakt tijdens de controle, moet de exploitant onmiddellijk het passend gevolg geven.
6. Bijlage 2 – Categorie 2 (10 ≤ aantal personen ≤ 49)
6.1. Inplanting
6.1.1. De inrichting is rechtstreeks en voortdurend bereikbaar door de voertuigen van de hulpdiensten. Op de private toegangswegen wordt steeds een rijstrook vrijgehouden waar stilstaan en parkeren verboden is. Hydranten moeten ten allen tijde vrij blijven en bereikbaar voor de hulpdiensten.
6.2. Compartimentering en bouwelementen
6.2.1. Nieuwe publiek toegankelijke inrichtingen dienen gecompartimenteerd te worden t.o.v. de overige delen van het gebouw met wanden EI 60 en deuren EI1 30.
6.2.2. Aanhorigheden met hoog brandrisico dienen gecompartimenteerd te worden t.o.v. de publiek toegankelijke ruimte door wanden die EI 60 hebben en zelfsluitende deuren EI1 30.
6.2.3. Bij gebruik van nieuwe of toegevoegde bouwelementen dienen deze te voldoen aan de eisen van de basisnormen inzake weerstand tegen brand.
6.2.4. Nieuwe verlaagde plafonds in publiek toegankelijke lokalen moeten minimaal een stabiliteit bij brand van R30 minuten hebben.
6.3. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
6.3.1. Brandbare materialen
Gemakkelijk brandbare materialen, evenals gemakkelijk brandbare textiel- en kunststoffen, mogen noch als versiering noch als zichtbaar bouwmateriaal voor wanden en (valse) plafonds aangewend worden.
6.3.2. Horizontaal aangebrachte doeken
Horizontaal aangebrachte doeken zijn verboden.
6.3.3. Verticaal hangende doeken
Verticaal hangende doeken zijn toegestaan aan de (nood)uitgangen mits de (nood)uitgangen duidelijk aangegeven blijven door veiligheidssignalisatie en –verlichting.
De doeken kunnen makkelijk opzij geschoven worden.
6.3.4. Bij gebruik van nieuwe of toegevoegde bouwmaterialen dienen deze te voldoen aan de eisen van de basisnormen inzake reactie bij brand.
6.4. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
6.4.1. Op basis van het aantal toegelaten personen moeten de uitgangen, evacuatiewegen en trappen voldoen aan de bepalingen van art. 4.2.
6.4.2. Deuren dienen snel en gemakkelijk te kunnen worden geopend door het verrichten van één handeling.
6.4.3. Het is verboden om het even welke voorwerpen die de doorgangen kunnen belemmeren of de breedte ervan verminderen, te plaatsen in de uitgangen en wegen die naar die uitgangen leiden.
6.4.4. Glazen wanden en de vleugels van glazen deuren moeten op ooghoogte een opvallend merkteken dragen.
6.4.5. Deuren die niet in evacuatiezin openen, dienen van een duidelijk leesbaar opschrift “TREKKEN” voorzien te zijn.
6.4.6. Automatisch werkende deuren mogen gebruikt worden, mits zij, uitgerust zijn met paniekbeslag, ofwel bij het uitvallen van de elektrische stroom of een ander defect automatisch in open stand worden geplaatst.
6.4.7. Als de inrichting op bovenverdiepingen of in kelderverdiepingen lokalen heeft waar het publiek komt, moeten vaste trappen naar deze lokalen leiden. De trappen hebben volgende kenmerken:
● Een maximum hellingshoek van 45°;
● Een stevige leuning, open zijden zonder leuningen zijn niet toegelaten;
● Slipvrije treden;
● Veilig en vlot begaanbaar;
● Draaitrappen worden toegestaan indien de optrede op de looplijn minimum 24 cm bedraagt.
Bijkomend voor nieuwe trappen
● Een aantrede van minimum 18 cm;
Een optrede van maximum 20 cm;
6.5. Constructievoorschriften voor technische ruimten
6.5.1. In lokalen met een centrale verwarmingsinstallatie en/of installatie voor warmwaterproductie moeten alle nodige veiligheidsmaatregelen worden genomen om oververhitting, ontploffing en brand te voorkomen. In de omgeving van de installatie dient alles wat het brandrisico verhoogt, te worden geweerd.
Verbrandingstoestellen met gecumuleerd verbrandingsdebiet vanaf 75 kW dienen in een technisch lokaal met wanden EI 60 en zelfsluitende deuren EI1 30 te worden ondergebracht.
Elektriciteits- en gastellers en/of afsluiters moeten steeds gemakkelijk
bereikbaar blijven.
6.5.2. Kookgelegenheden
6.5.3. Geen specifieke voorschriften voor kitchenettes.
6.5.3.1. Frituurtoestellen bevinden zich op minstens 2 m van een evacuatieweg of zijn uitgerust met een vaste automatische blusinstallatie, welke gekoppeld is aan een mechanisme dat de toevoer van energie naar het toestel onderbreekt bij het in werking treden van de blusinstallatie.
Nabij een verplaatsbare friteuse is een goed passend metalen deksel en voldoende groot branddeken conform EN 1869 te voorzien.
6.5.3.2. Beperkt bakken en braden aan tafel alsook flamberen aan tafel in de publiek toegankelijke gedeelten zijn enkel toegestaan onder volgende voorwaarden:
● De toestellen hebben een CE-label;
● De energietoevoer kan per tafel onderbroken worden;
● De toestellen hebben een stabiele opstelling en kunnen bij gebruik niet makkelijk omgestoten worden.
De installatie van de toestellen dient te voldoen aan de reglementaire voorschriften en de regels van goed vakmanschap.
6.6. Uitrusting van de gebouwen
6.6.1. Verwarmingsinstallatie en waterverwarmingstoestellen
6.6.1.1. Verwarmingstoestellen met verbranding, moeten voorzien zijn van een voldoende rookgasafvoer.
6.6.1.2. Verplaatsbare verwarmingstoestellen voor stralingswarmte en recipiënten met vloeibare brandstoffen zijn niet toegestaan in lokalen die toegankelijk zijn voor het publiek.
6.6.1.3. Open haarden of open vuren zijn enkel toegelaten in een vuurvaste en stabiele opstelling voorzien van afdoende rookgasafvoer. Het lokaal waarin de toestellen aanwezig zijn is voldoende geventileerd.
6.6.2. Verplaatsbare gasflessen voor brandbaar gas
Gasflessen voor brandbaar gas, zowel voor opslag als voor gebruik, mogen enkel in open lucht beschermd tegen de zon of in een doelmatig verlucht en uitsluitend voor dit gebruik bestemd lokaal geplaatst worden. Dit lokaal heeft wanden EI 60 en deuren EI1 30.
Gasflessen voor brandbare gassen zijn steeds verboden in kelders.
6.6.3. Andere brandstofvoorraden worden opgeslagen buiten het publiek toegankelijke gedeelte.
6.6.4. Verlichting en elektrische installaties
6.6.4.1. De lokalen moeten behoorlijk verlicht kunnen worden. Alleen elektriciteit is toegelaten als kunstmatige verlichtingsbron.
6.6.4.2. De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch begint te werken als de stroom uitvalt. Er moet voldoende veiligheidsverlichting zijn, die ook sterk genoeg verlicht, om een vlotte ontruiming te verzekeren. De veiligheidsverlichting moet minstens één uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
6.6.5. Signalisatie
Het volgnummer van elke bouwlaag wordt duidelijk aangebracht op de overlopen en in de vluchtruimten bij trappenhuizen en liften.
De plaats van elke uitgang, evenals de richting van de wegen, uitgangswegen en trappen die naar deze uitgangen leiden, dienen te worden aangeduid door pictogrammen zoals opgenomen in bijlage Toelichtingen pictogrammen.
De zichtbaarheid van de pictogrammen wordt verzekerd, zowel door de normale
verlichting
6.6.6. Brandbestrijdingsmiddelen
6.6.6.1. De exploitant moet voldoende brandbestrijdingsmiddelen aanbrengen, aangepast aan de omstandigheden.
Het brandbestrijdingsmaterieel moet goed worden onderhouden, beschermd zijn tegen vorst en corrosie, op doeltreffende wijze gesignaleerd worden met pictogrammen (zoals opgenomen in bijlage 4), gemakkelijk bereikbaar opgehangen en oordeelkundig verdeeld zijn. Het moet te allen tijde onmiddellijk in werking kunnen worden gebracht.
De draagbare of mobiele brandblussers toestellen dienen oordeelkundig over de oppervlakte toegankelijk voor het publiek te worden verdeeld;
6.6.6.2. In de inrichtingen toegankelijk voor publiek moeten brandblussers conform EN 3 met minimaal 1 bluseenheid (bijvoorbeeld 6 kg ABC-poeder of 6 L water/schuim) doelmatig verdeeld worden in het gebouw;
● Minimum één bluseenheid per bouwlaag;
● Minimum één bluseenheid tot 50 m² vloeroppervlakte;
● Vanaf 50 m²:
o Minimum twee brandblussers met bluseenheid;
o 1 bluseenheid per 150 m² vloeroppervlakte.
6.6.6.3. Bij kookvoorzieningen moet een voldoende groot branddeken, conform EN 1869, opgehangen zijn. Voor frituurketels moet een goed sluitend metalen deksel in de onmiddellijke nabijheid aanwezig zijn.
6.6.7. Manueel alarmsysteem Niet van toepassing.
6.7. Organisatie
6.7.1. In elke publiek toegankelijke inrichting dient een veiligheidsregister permanent ter inzage te liggen voor de bevoegde instanties, alsook voor de personen die hiertoe door de burgemeester werden gemachtigd. Dit register bevat informatie over veiligheidsvoorschriften en vergunningen, waaronder (indien van toepassing):
● Brandveiligheidsverslag en -attest;
● Exploitatievergunning;
● Aantal toegelaten personen conform art. 4.2;
● Aantal toegelaten personen;
● Verslagen en/of attesten van de periodieke controles;
● Opleidingen personeel;
● Verzekeringspolis objectieve aansprakelijkheid in geval van brand en ontploffing.
6.7.2. Al het personeel moet ingelicht zijn over de gevaren van brand in de publiek toegankelijke inrichting, over het gebruik van de brandbestrijdingsmiddelen en over de ontruiming van de inrichting.
6.7.3. In de lokalen toegankelijk voor het publiek mogen geen vuilnis (leeg verpakkingsmateriaal, palletten, papierresten,…), afgedankte voorwerpen of producten worden opgeslagen.
6.7.4. Het beperkt aanbrengen van sfeerverlichting met open vuur, zoals kaarsen, is enkel toegelaten mits ze stabiel opgesteld staan. Ze moeten op minstens een halve meter worden geplaatst van elk brandbaar materiaal.
Fakkels, olielampen, tuinkaarsen … zijn niet toegelaten.
6.7.5. De plaatsing van brandwerende deuren dient te gebeuren volgens de regels van goed vakmanschap (volgens plaatsingsinstructies van de fabrikant of van het Buildwise).
6.7.6.Indien aanwezig moet de verantwoordelijke volgende installaties periodiek laten nazien:
Installatie | Controleorgaan | Periodiciteit |
Elektrische laagspanningsinstallaties | EO | 5-jaarlijks |
Elektrische hoogspanningsinstallaties | EO | Jaarlijks |
Veiligheidsverlichting | EO | 5-jaarlijks |
Veiligheidsverlichting – goede werking | BP | 6-maandelijks |
Liftinstallatie (Personenlift) | EDTC | 3-maandelijks (niet gecertificeerd) 6-maandelijks (gecertificeerde firma volgens ISO 9001) |
Verwarmingsinstallatie met vaste en vloeibare brandstof (verbrandings- en reinigingsattest) | BT | Jaarlijks |
Verwarmingsinstallatie met gasvormige brandstof (verbrandings- en reinigingsattest) | BT | 2-jaarlijks |
Schoorsteen en rookkanalen (toestellen op vloeibare en vaste brandstoffen) | BT | Jaarlijks |
Algemene branddetectie-installatie – goede werking (inclusief sturingen zoals zelfsluitende deuren,…) | BT | Jaarlijks |
Brandbestrijdingsmiddelen (brandblussers) | BT | Jaarlijks |
Gasinstallatie (de gasmeter(s),de binnenleidingen en de gebruikstoestellen dichtheidsproef) | BT | 4-jaarlijks |
Toestand brandwerende deuren | BP | 6-maandelijks |
Dampkappen | BP | Jaarlijks |
Voor de toepassing van deze tabel wordt verstaan onder: ● EO: erkend organisme (elektrische installaties);
● EDTC: externe dienst voor technische controle (liften);
● BT: bevoegde technicus;
● BP: bevoegd persoon
Aan de opmerkingen gemaakt tijdens de controle, moet de exploitant onmiddellijk het passend gevolg geven.
7. Bijlage 3 – Categorie 3 (aantal personen ≥ 50 personen)
7.1. Inplanting
7.1.1. De inrichting is rechtstreeks en voortdurend bereikbaar door de voertuigen van de hulpdiensten. Op de private toegangswegen wordt steeds een rijstrook vrijgehouden waar stilstaan en parkeren verboden is. Hydranten moeten ten allen tijde vrij blijven en bereikbaar voor de hulpdiensten.
7.2. Compartimentering en bouwelementen
7.2.1. De publiek toegankelijke inrichtingen dienen gecompartimenteerd te worden t.o.v. de overige delen van het gebouw met wanden EI 60 en deuren EI1 30.
7.2.2. Aanhorigheden met hoog brandrisico dienen gecompartimenteerd te worden t.o.v. de
publiek toegankelijke ruimte door wanden die EI 60 hebben en zelfsluitende deuren EI1 30.
7.2.3. Bij gebruik van nieuwe of toegevoegde bouwelementen dienen deze te voldoen aan de eisen van de basisnormen inzake weerstand tegen brand.
7.2.4. Nieuwe verlaagde plafonds in publiek toegankelijke lokalen moeten minimaal een stabiliteit bij brand van R30 minuten hebben.
7.3. Voorschriften voor sommige bouwmaterialen en versieringen
7.3.1. Brandbare materialen
Gemakkelijk brandbare materialen, evenals gemakkelijk brandbare textiel- en kunststoffen, mogen noch als versiering noch als zichtbaar bouwmateriaal voor wanden en (valse) plafonds aangewend worden.
7.3.2. Horizontaal aangebrachte doeken
Horizontaal aangebrachte doeken zijn verboden.
7.3.3. Verticaal hangende doeken
Verticaal hangende doeken zijn toegestaan aan de (nood)uitgangen mits de (nood)uitgangen duidelijk aangegeven blijven door veiligheidssignalisatie en –verlichting.
De doeken kunnen makkelijk opzij geschoven worden.
7.3.4. Bij gebruik van nieuwe of toegevoegde bouwmaterialen dienen deze te voldoen aan de
eisen van de basisnormen inzake reactie bij brand.
7.4. Voorschriften voor de evacuatiewegen, uitgangen en trappen
7.4.1. Op basis van het aantal toegelaten personen moeten de uitgangen, evacuatiewegen en trappen voldoen aan de bepalingen van art. 4.2.
7.4.2. Deuren dienen snel en gemakkelijk te kunnen worden geopend door het verrichten van één handeling.
7.4.3. Het is verboden om het even welke voorwerpen die de doorgangen kunnen belemmeren of de breedte ervan verminderen, te plaatsen in de uitgangen en wegen die naar die uitgangen leiden.
7.4.4. Glazen wanden en de vleugels van glazen deuren moeten op ooghoogte een opvallend merkteken dragen.
7.4.5. Alle nodige uitgangen moeten in de vluchtzin opendraaien of automatisch openen.
In volgende gevallen mogen uitgangen uitzonderlijk naar binnen draaien indien minstens twee uitgangen beschikbaar zijn die voldoen aan de vereisten in punt 4.2.:
● PTI’s voor maximum 99 personen waarbij enkel de exploitant wijzigt;
● PTI’s voor maximum 99 personen waarbij de verbouwingen geen betrekking hebben op de uitgangen.
De deuren moeten in dit geval voorzien zijn van een duidelijk leesbaar opschrift “TREKKEN”.
7.4.6. Automatisch werkende deuren mogen gebruikt worden mits zij uitgerust zijn met paniekbeslag, ofwel bij het uitvallen van de elektrische stroom of een ander defect automatisch in open stand worden geplaatst.
7.4.7. Geen enkel punt van de publiek toegankelijke ruimte mag verder liggen dan
● 45 meter van een eerste uitgang;
● 80 meter van een tweede uitgang (indien een tweede uitgang nodig is).
7.4.8. Alle uitgangen en nooduitgangen moeten bij aanwezigheid van publiek steeds onmiddellijk bruikbaar zijn en een snelle en gemakkelijke ontruiming van de aanwezigen mogelijk maken.
7.4.9. Uitgangen met één van volgende kenmerken worden aanvaard:
● Ze geven rechtstreeks uit op de openbare weg of op een hiermee gelijkgestelde veilige plaats;
● Ze verlopen via een evacuatieweg met wanden EI 30 en ze zijn voorzien van deuren EI1 30.
7.4.10. Als de inrichting op bovenverdiepingen of in kelderverdiepingen lokalen heeft waar het publiek komt, moeten vaste trappen naar deze lokalen leiden. De trappen hebben volgende kenmerken:
● Een optrede van maximum 20 cm;
● Een stevige leuning, open zijden zonder leuningen zijn niet toegelaten;
● Slipvrije treden;
● Veilig en vlot begaanbaar;
● Draaitrappen worden toegestaan indien de optrede op de looplijn minimum 24 cm bedraagt.
Bijkomend voor nieuwe trappen
● Een aantrede van minimum 18 cm;
Een optrede van maximum 20 cm;
7.5. Constructievoorschriften voor technische ruimten en keuken
7.5.1. Lokalen met verwarmingsinstallatie en brandstofvoorzieningen
7.5.1.1. In verband met de verwarmingsinstallatie moeten alle nodige veiligheidsmaatregelen worden genomen om oververhitting, ontploffing en brand te voorkomen. In de omgeving van de installatie dient alles wat het brandrisico verhoogt, te worden geweerd.
Elektriciteits- en gastellers en/of afsluiters moeten steeds gemakkelijk bereikbaar blijven.
7.5.1.2. Verbrandingstoestellen met gecumuleerd verbrandingsdebiet vanaf 75 kW dienen altijd in een technisch lokaal met wanden EI 60 en zelfsluitende deuren EI1 30 te worden ondergebracht. Voor installaties met een nominaal vermogen kleiner dan 75 kW geldt dat deze niet in een evacuatieweg noch trappenhal mogen geplaatst zijn.
7.5.1.3. De brandstoffenvoorraad moet in een afzonderlijk en goed verlucht lokaal worden geïnstalleerd. Dat lokaal moet voorzien zijn van wanden EI 60 en deuren EI1 30.
7.5.1.4. De toevoerleiding tussen het lokaal waarin de brandstoffenvoorraad staat en de stookplaats moet stevig bevestigd en uit metaal vervaardigd zijn. Deze leiding moet minstens één afsluitkraan hebben op een veilige en gemakkelijk bereikbare plaats.
7.5.2. Kookgelegenheden
7.5.2.1. Geen specifieke voorschriften voor kitchenettes.
7.5.2.2. Keukens hebben wanden EI 60 en zelfsluitende of bij brand zelfsluitende deuren EI1 30 of de bak-, braad- en frituurtoestellen zijn uitgerust met een vaste automatische blusinstallatie, welke gekoppeld is aan een mechanisme dat de toevoer van energie naar het toestel onderbreekt bij het in werking treden van de blusinstallatie.
7.5.2.3. Gesloten elektrische ovens zijn toegelaten in een publiek toegankelijke ruimte van winkels als ze zodanig geplaatst zijn dat ze niet kunnen omgestoten worden en opgesteld worden op voldoende afstand (minstens 100 cm) van brandbare materialen.
7.5.2.4. Beperkt bakken en braden aan tafel alsook flamberen aan tafel in de publiek toegankelijke gedeelten zijn enkel toegestaan onder volgende voorwaarden:
● de toestellen hebben een CE-label;
● de energietoevoer kan per tafel onderbroken worden;
● De toestellen hebben een stabiele opstelling en kunnen bij gebruik niet makkelijk omgestoten worden.
De installatie van de toestellen dient te voldoen aan de reglementaire voorschriften en de regels van goed vakmanschap.
7.6. Uitrusting van de gebouwen
7.6.1. Verwarmingsinstallatie en waterverwarmingstoestellen
7.6.1.1. Een verwarmingsinstallatie moet geïnstalleerd zijn volgens de regels van goed vakmanschap.
7.6.1.2. Verwarmingstoestellen met verbranding, moeten voorzien zijn van een voldoende rookgasafvoer.
7.6.1.3. Verplaatsbare verwarmingstoestellen voor stralingswarmte en recipiënten met vloeibare brandstoffen zijn niet toegelaten in lokalen die toegankelijk zijn voor het publiek.
7.6.1.4. Open haarden of open vuren zijn enkel toegelaten in een vuurvaste en stabiele opstelling voorzien van afdoende rookgasafvoer. Het lokaal waarin de toestellen aanwezig zijn is voldoende geventileerd.
7.6.2. Verplaatsbare gasflessen voor brandbaar gas
Gasflessen voor brandbaar gas, zowel voor opslag als voor gebruik, mogen enkel in open lucht beschermd tegen de zon of in een doelmatig verlucht en uitsluitend voor dit gebruik bestemd lokaal geplaatst worden. Dit lokaal heeft wanden EI 60 en deuren EI1 30.
Gasflessen voor brandbare gassen zijn steeds verboden in kelders.
7.6.3. Andere brandstofvoorraden worden opgeslagen buiten het publiek toegankelijke gedeelte.
7.6.4. Verlichting en elektrische installaties
7.6.4.1. De lokalen moeten behoorlijk verlicht kunnen worden. Alleen elektriciteit is toegelaten als kunstmatige verlichtingsbron.
7.6.4.2. De inrichting moet voorzien worden van veiligheidsverlichting, die onmiddellijk en automatisch begint te werken als de stroom uitvalt. Er moet voldoende veiligheidsverlichting zijn, die ook sterk genoeg verlicht, om een vlotte ontruiming te verzekeren. De veiligheidsverlichting moet minstens één uur zonder onderbreking kunnen functioneren.
7.6.5. Signalisatie
Het volgnummer van elke bouwlaag wordt duidelijk aangebracht op de overlopen en in de vluchtruimten bij trappenhuizen en liften.
De plaats van elke uitgang, evenals de richting van de wegen, uitgangswegen en trappen die naar deze uitgangen leiden, dienen te worden aangeduid door pictogrammen zoals opgenomen in bijlage Toelichting pictogrammen.
De zichtbaarheid van de pictogrammen wordt verzekerd zowel door de normale verlichting als door de veiligheidsverlichting.
7.6.6. Brandbestrijdingsmiddelen
7.6.6.1. De exploitant moet voldoende brandbestrijdingsmiddelen aanbrengen, aangepast aan de omstandigheden.
Het brandbestrijdingsmaterieel moet goed worden onderhouden, beschermd zijn tegen vorst en corrosie, op doeltreffende wijze gesignaleerd worden met pictogrammen (zoals opgenomen in bijlage 4), gemakkelijk bereikbaar opgehangen en oordeelkundig verdeeld zijn. Het moet te allen tijde onmiddellijk in werking kunnen worden gebracht.
De draagbare of mobiele brandblustoestellen dienen oordeelkundig over de oppervlakte toegankelijk voor het publiek te worden verdeeld.
7.6.6.2. In de inrichtingen toegankelijk voor publiek moeten brandblussers conform EN 3 met minimaal 1 bluseenheid (bijvoorbeeld 6 kg ABC-poeder of 6 L water/schuim) doelmatig verdeeld worden in het gebouw;
● Minimum twee brandblussers met 1 bluseenheid;
● Minimum één bluseenheid per 150 m² vloeroppervlakte;
● Minimum één bluseenheid per bouwlaag.
7.6.6.3. In de publiek toegankelijke inrichtingen met een totaal voor publiek toegankelijke oppervlakte groter dan 1000 m², dienen muurhaspels met axiale voeding beantwoordend aan NBN EN 671-1 geplaatst te worden. Men opteert voor het type DMH 20/19 of DMH 30/25 (respectievelijk 20 m en 30 m slanglengte). Ieder punt van de publiek toegankelijke ruimte kan bereikt worden met de waterstraal van de haspelslang (rekening houdende met inrichting, meubilair en eventuele obstakels). De muurhaspels worden zonder voorafgaande bediening gevoed met water onder druk. De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd te worden in staal of in een materiaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
7.6.6.4. Bij kookvoorzieningen moet een voldoende groot branddeken, conform EN 1869, opgehangen zijn.
7.6.7. Manueel alarmsysteem
In een publiek toegankelijke inrichting die valt onder één van onderstaande bepalingen, is een alarminstallatie met voldoende oordeelkundig geplaatste drukknoppen en sirene(s) verplicht:
● 250 personen of meer toegelaten;
● 100 personen of meer toegelaten, verspreid over meerdere bouwlagen.
7.6.8. Branddetectie
7.6.8.1. In publiek toegankelijke inrichting waar geen brandwerende scheiding aanwezig is t.o.v. het privéwoongedeelte met slaapverblijf van de exploitant, dienen gekoppelde detectoren aanwezig te zijn.
7.6.8.2. Waar het aantal toegelaten personen groter is dan 500 personen is een automatische branddetectie verplicht.
Bij nieuwe inrichtingen waar het aantal toegelaten personen groter is dan 500 personen is een automatische branddetectie verplicht conform NBN S21-100-1 [en addenda].
7.7. Organisatie
7.7.1. In elke publiek toegankelijke inrichting dient een veiligheidsregister permanent ter inzage te liggen voor de bevoegde instanties, alsook voor de personen die hiertoe door de burgemeester werden gemachtigd. Dit register bevat informatie over veiligheidsvoorschriften en vergunningen, waaronder (indien van toepassing):
● Brandveiligheidsverslag en -attest;
● Exploitatievergunning;
● Aantal toegelaten personen conform art. 4.2;
● Aantal toegelaten personen;
● Verslagen en/of attesten van de periodieke controles;
● Opleidingen personeel;
● Verzekeringspolis objectieve aansprakelijkheid in geval van brand en ontploffing.
7.7.2. Al het personeel moet ingelicht zijn over de gevaren van brand in de publiek toegankelijke inrichting, over het gebruik van de brandbestrijdingsmiddelen en over de ontruiming van de inrichting.
7.7.3. In de lokalen toegankelijk voor het publiek mogen geen vuilnis (leeg verpakkingsmateriaal, palletten, papierresten,…), afgedankte voorwerpen of producten worden opgeslagen.
7.7.4. Het beperkt aanbrengen van sfeerverlichting met open vuur, zoals kaarsen, is enkel toegelaten mits ze stabiel opgesteld staan. Ze moeten op minstens een halve meter worden geplaatst van elk brandbaar materiaal.
Fakkels, olielampen, tuinkaarsen … zijn niet toegelaten.
7.7.5. De plaatsing van brandwerende deuren dient te gebeuren volgens de regels van goed vakmanschap (volgens plaatsingsinstructies van de fabrikant of van Buildwise).
7.7.6. Indien aanwezig moet de verantwoordelijke volgende installaties periodiek laten nazien:
Installatie | Controleorgaan | Periodiciteit |
Elektrische laagspanningsinstallaties | EO | 5-jaarlijks |
Elektrische hoogspanningsinstallaties | EO | Jaarlijks |
Veiligheidsverlichting – goede werking | BP | 6-maandelijks |
Veiligheidsverlichting | EO | 5-jaarlijks |
Liftinstallatie (Personenlift) | EDTC | 3-maandelijks (niet gecertificeerd) 6-maandelijks (gecertificeerde firma volgens ISO 9001) |
Verwarmingsinstallatie met vaste en vloeibare brandstof (verbrandings- en reinigingsattest) | BT | Jaarlijks |
Verwarmingsinstallatie met gasvormige brandstof (verbrandings- en reinigingsattest) | BT | 2-jaarlijks |
Schoorsteen en rookkanalen (toestellen op vloeibare en vaste brandstoffen) | BT | Jaarlijks |
Algemene branddetectie-installatie – goede werking (inclusief sturingen zoals zelfsluitende deuren,…) | BT | Jaarlijks |
Alarminstallatie (geen norm) – goede werking | BP | Jaarlijks |
Algemene branddetectie-installatie – conformiteit norm | GKI | Bij ingebruikname + wijziging installatie |
Algemene branddetectie-installatie – goede werking (inclusief sturingen zoals zelfsluitende deuren,…) | BT | Jaarlijks |
Brandbestrijdingsmiddelen (brandblussers/muurhaspels/automatische blusinstallatie) | BT | Jaarlijks |
Gasinstallatie (de gasmeter(s),de binnenleidingen en de gebruikstoestellen dichtheidsproef) | BT | 4-jaarlijks |
Toestand brandwerende deuren | BP | 6-maandelijks |
Dampkappen | BP | Jaarlijks |
Voor de toepassing van deze tabel wordt verstaan onder:
● GKI: geaccrediteerd keuringsinstantie waaronder o EO: erkend organisme (elektrische installaties); o EDTC: externe dienst voor technische controle (liften);
● BT: bevoegde technicus;
● BP: bevoegd persoon
Aan de opmerkingen gemaakt tijdens de controle, moet de exploitant onmiddellijk het passend gevolg geven.
8. Bijlage 4 – Evenementen
8.1. Indienen aanvraag
Het indienen van de aanvraag voor het organiseren van een evenement verloopt via de kanalen en volgens de voorwaarden die gelden in de gemeente waar het evenement wordt georganiseerd. De aanvraag wordt bij voorkeur digitaal ingediend. In sommige gemeenten kan dit ook nog schriftelijk gebeuren. Op de gemeentelijke website kan u eventuele (e-)formulieren terug vinden. Het indienen van de aanvraag gebeurt minimaal 45 kalenderdagen alvorens het evenement plaatsvindt.
8.2. Adviezen
Na ontvangst van de evenementenaanvraag bij de gemeente kan er advies gevraagd worden aan de brandweer. Onafhankelijk van de categorie van het evenement kan elke betrokken dienst een overleg inplannen met de aanvrager indien zij dit noodzakelijk achten om hun advies op te maken.
8.2.1. Categorie 1
Een evenement met laag risico wordt door de gemeente geadviseerd op basis van de ‘Evenementen fiches’ ter beschikking gesteld door brandweer Zone Rand.
8.2.2. Categorie 2
Bij een evenement met gematigd risico wordt er door de brandweer een gepersonaliseerd advies verleend op basis van de informatie beschreven in het document ‘Minimale informatie voor de brandweer’.
8.2.3. Categorie 3
Evenementen met een hoog risico worden geadviseerd door de brandweer op basis van een overleg met de aanvrager en de informatie beschreven in het document ‘Minimale informatie voor de brandweer’.
Indien er een verslag wordt opgemaakt door de brandweer is het retributiereglement van Brandweer Zone Rand van toepassing.
9. Toelichting pictogrammen
De pictogrammen dienen op een passende hoogte te worden geplaatst en op wijze dat ze zichtbaar zijn vanuit elke punt van de inrichting. De grootte van de pictogrammen is aangepast aan de inrichting en bedraagt minimaal 20 cm bij 10 cm.
Volgens KB 17 juni 1997 | ||
Plaats van een uitgang die gewoonlijk door de aanwezigen wordt gebruikt ( primaire vluchtmogelijkheid). | ||
Richting van een uitgang (rechts) die gewoonlijk door de aanwezigen wordt gebruikt (primaire vluchtmogelijkheid). | ||
Richting van een nooduitgang. De nooduitgang is veelal de secundaire vluchtmogelijkheid. | ||
Plaats van een nooduitgang. De nooduitgang is veelal de secundaire vluchtmogelijkheid. | ||
Brandblusser | ||
Muurhaspel | ||
Drukknop alarm | ||
Volgens ISO 7010 | ||
Plaats van een uitgang die gewoonlijk door de aanwezigen wordt gebruikt. | ||
Richting van een uitgang die gewoonlijk door de aanwezigen wordt gebruikt. | ||
Brandblusser | ||
Muurhaspel | ||
Drukknop alarm | ||
Art.2-
De gecoördineerde versie van het algemeen politiereglement zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur, zijnde publicatie op de gemeentelijke website
Art.3.-
Dit reglement treedt in werking 5 werkdagen na publicatie.
21 Algemeen politiereglement. Aanpassingen bepalingen. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :
“Bij artikel 6.14 rond “lichte feitelijkheden” hebben wij met onze fractie toch wel wat vragen en bedenkingen.
Waarnemend burgmeester Van Gerven licht toe dat dit in de laatste versie geschrapt is. Het strafwetboek zou normaal in april in voege gaan maar dit werd uitgesteld naar het najaar. In de nieuwe bijlage werd dit geschrapt omdat dit naar een andere afdeling gaat. Wanneer dit geschrapt wordt in het strafwetboek wordt dit een zuivere inbreuk en geen gemengde. Dit wordt gedepenaliseerd in het strafwetboek. Er zal nog gehandhaafd worden op basis van de gas-wetgeving maar het verdwijnt in het najaar uit het strafwetboek. Dit zal later terug geangendeerd worden.
|
Beslissing
Feiten en motivering
Ingevolge de invoege treding van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, recente rechtspraak van de Raad van State betreffende de regelgeving over vuurwerk, en het KB van 14 januari 2026 tot wijziging van het KB van 9 maart 2014 betreffende GAS-overtredingen inzake stilstaan en parkeren zijn er aanpassingen aan het Algemeen Politiereglement nodig. Igean wijst erop dat het KB niet volledig in overeenstemming is met de Wegcode, waardoor er dus nog bijsturing zal volgen.
Het plafond van de maximale administratieve geldboete van 500 euro dient nog verder aangepast te worden.
Daarnaast volgt er later dit jaar nog een aanpassing van het KB betreffende de tarieven voor onmiddellijke inning ihkv de Wegverkeerswet, wat ook gevolgen zal hebben voor de bedragen voor GAS Teneinde te anticiperen op de volgende en eventuele latere aanpassingen van de bedragen voor GAS 4 wordt een herformulering van de bepalingen van artikel 4- sancties voorgesteld.
Van zodra het Nieuw Strafwetboek in werking treedt - thans uitgesteld naar vermoedelijk najaar 2026- worden een aantal misdrijven gedepenaliseerd, waaronder nachtlawaai en lichte gewelddaden. Deze inbreuken zullen dus niet langer gemengde inbreuken zijn en moeten dan worden ondergebracht onder Titel I van het Algemeen Politiereglement (zuivere inbreuken). De overige gemengde inbreuken opgesomd in artikel 18 van het Algemeen Politiereglement zullen ook een andere nummering moeten krijgen.
Juridisch kader
Art.2, 40§1, 135, 285, 286 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Art.119 Nieuwe Gemeentewet
Het Algemeen Politiereglement Brasschaat gecoördineerde versie van 15 december 2025
KB van 14 januari 2026 tot wijziging van het KB van 9 maart 2014 betreffende GAS-overtredingen inzake stilstaan en parkeren
Nieuw Strafwetboek van 8 april 2026
Adviezen
Er wordt positief geadviseerd door de diensten IV, Igean, lokale politie
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de herwerkte versie van Titel I-Hoofdstuk 6 betreffende Algemene maatregelen voor veiligheid en orde, en Hoofdstuk 13- Verhuring van een goed bestemd voor bewoning, Titel III -betreffende bepalingen onderworpen aan een strafsanctie of een administratieve sanctie, en Titel VII-Hoofdstuk 4- bijzondere verordening dorpsdag en Hoofdstuk 6 betreffende de gemeentelijke sancties voor overtredingen betreffende stilstaan en parkeren, en Titel VIII-straffen en bemiddeling van het Algemeen Politiereglement zoals opgenomen in bijlage
Aan voormelde hoofdstukken en artikels wordt gewijzigd en toegevoegd als volgt:
Titel VII-
Hoofdstuk 6 - VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET STILSTAAN EN HET PARKEREN EN VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VERKEERSBORDEN C3 EN F103, VASTGESTELD MET AUTOMATISCHE WERKENDE TOESTELLEN.
A14
F87
- art.23.1, 2° (KB 1/12/1975) - Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
● buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
● indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
● indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
● indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.
● indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de zijdelingse strook, of op de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is;
● indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig worden opgesteld op de zijdelingse strook of op de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
- art.23.3 (KB 1/12/1975) - Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en deze parkeerstroken opgesteld worden.”
- art.23.4 (KB 1/12/1975) - Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.
- art.24, lid 1 (KB 1/12/1975) - Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor de voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.
7° op de verhoogde inrichtingen behoudens plaatselijke reglementering.
- art.25.1 (KB 1/12/1975) - Het is verboden een voertuig te parkeren:
1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
5° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
8° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
B9
9° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
E9a
E9b
10° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
11° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
12° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
13° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middelste berm die deze rijbanen scheidt.
15° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
- art.77.5 (KB 1/12/1975) - Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
- art.68.3 (KB 1/12/1975)
Niet in acht nemen het verkeersbord C3
C3
-Art.71 (KB 1/12/1975)
Niet in acht nemen het verkeersbord F 103, wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
F103
-Art. 71.2:
Het niet in acht nemen van verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
F103
-Art. 71.2:
Het niet in acht nemen van verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.
F111
Afdeling 5 - sancties, procedure- en slotbepalingen.
Onderafdeling 1 - sancties
Art.4.
De bedragen van de administratieve geldboeten bedoeld in dit reglement zijn de bedragen zoals vastgesteld door of krachtens de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103.
Elke wijziging van de door de hogere overheid vastgestelde bedragen is van rechtswege van toepassing op dit reglement, zonder dat een gemeentelijke aanpassing noodzakelijk is
Hoofdstuk 13 – VERHURING VAN EEN GOED BESTEMD VOOR BEWONING
Art.13
§1.Als een goed dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis, wordt verhuurd, wordt in elke officiële of publieke mededeling minstens het bedrag van de gevraagde huurprijs en van de kosten en lasten vermeld.
§2. Als de verhuurder of zijn gevolmachtigde de verplichting, vermeld in het eerste lid, niet naleeft, legt de gemeente diegene die de officiële of publieke mededeling doet, een administratieve boete tot 500 euro.
§3. Dit artikel is niet van toepassing wanneer het goed te huur wordt aangeboden als toeristisch logies in de zin van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.
Titel VIII: Straffen en bemiddeling
Art.1.1.
§1. De overtredingen op de bepalingen van titel I en Titel III van dit reglement, zullen worden gestraft met een administratieve geldboete van maximum 500,00 euro, overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet en de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben op het tijdstip van de feiten, kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete opgelegd krijgen van maximum 175,00 euro.
§2. De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.
§3. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.
Afdeling 6 – houder van de kentekenplaat
Art.1.7
§1.Wanneer een overtreding van deze verordening is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. Het vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel.
§2. Wanneer een overtreding van deze verordening is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, zijn de natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen ertoe gehouden de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft.
De mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen werd verstuurd.
Indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten moet hij eveneens, op de wijze hierboven vermeld, de identiteit van de bestuurder meedelen.
De natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen als titularis van de nummerplaat of als houder van het voertuig, zijn ertoe gehouden de nodige maatregelen te nemen om aan deze verplichting te voldoen.
Zij die overeenkomstig de artikelen 6.5 tot en met 6.17 van het Nieuw Burgerlijk wetboek betreffende feiten die toe aansprakelijkheid leiden, burgerrechtelijk aansprakelijk zijn voor de vergoeding en kosten, zijn insgelijks aansprakelijk voor de geldboete.
Titel VII
Hoofdstuk 4 – BIJZONDERE POLITIEVERORDENING “DE DORPSDAG IN BRASSCHAAT
Artikel 16. Sancties
Tenzij de overtreding reeds wordt bestraft door hogere wetgeving of geldend politiereglement en onverminderd de bevoegdheden en maatregelen die het dorpsdagcomité mag nemen, wordt elke overtreding van artikels 7.0, 7.4, 7.5, 7.6, 9.1/2/3, 10.1/2/3/5, 11.1/2/3/4/5/6 en 12.1/3/4/5 van het huidig politiereglement overeenkomstig artikel 119bis van de nieuwe gemeentewet bestraft met:
een administratieve geldboete tot 500,00 euro;
een administratieve schorsing of intrekking van een afgeleverde vergunning of toelating;
een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een instelling.
De burgemeester kan telkens de openbare orde in gevaar is, alle maatregelen nemen om het gevaar te doen ophouden. Indien deze bevelen niet worden uitgevoerd kan de burgemeester ambtshalve, op kosten van diegene die in gebreke is gebleven, tot uitvoering laten overgaan.
Titel I
Hoofdstuk 6 - ALGEMENE MAATREGELEN VOOR VEILIGHEID EN ORDE
Art.6.13 Het gebruik van springstoffen/vuurwerk
§1. Buiten de gevallen bij de wet toegestaan is het verboden om, zonder vergunning, zowel op de openbare weg als op private plaatsen, vuurwerk te ontsteken, stoffen die rook ontwikkelen te ontsteken, knalbussen of voetzoekers te doen ontploffen, buskruit af te steken of om automatische knalkanonnen of gelijkaardige apparaten te gebruiken.
§2. Een vergunning kan enkel aangevraagd worden voor het afsteken van vuurwerken als aan beide volgende voorwaarden voldaan is:
Het vuurwerk wordt afgestoken door een professioneel vuurwerkbedrijf,
Het vuurwerk wordt afgestoken in het kader van een vergund evenement of een niet-vergund evenement dat plaatsvindt op een stedenbouwkundig vergunde evenementenlocatie
§3. De vergunning, vermeld in §1, wordt toegekend door het College van Burgemeester en Schepenen, en bevat de (rand)voorwaarden en maatregelen om het ontsteken van vuurwerk op een veilige en gecontroleerde manier te laten verlopen.
§4. Het gebruik van Bengaals vuurwerk is altijd verboden, net zoals het gebruik van wensballonnen of gelijkaardig.
§5. Alle voorwerpen waarmee de overtredingen in §1 en §4 werd begaan, zowel de springstof, het vuurwerk, de wensballonen als de apparaten kunnen in beslag worden genomen. In dit geval worden ze, op diens verzoek, teruggegeven aan de bezitter of eigenaar de eerstvolgende werkdag tijdens de kantooruren.
Titel VIII
STRAFFEN EN BEMIDDELING
Art.1.1.
§1. De overtredingen op de bepalingen van titel I en Titel III van dit reglement, zullen worden gestraft met een administratieve geldboete van maximum 500,00 euro, overeenkomstig artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet en de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben op het tijdstip van de feiten, kunnen het voorwerp uitmaken van een administratieve geldboete opgelegd krijgen van
maximum 175,00 euro.
§2. De administratieve sanctie is proportioneel in functie van de zwaarte van de feiten die haar verantwoorden en in functie van de eventuele herhaling. Herhaling bestaat wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de vierentwintig maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.
§3. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen, geeft aanleiding tot één enkele administratieve sanctie, in verhouding tot de ernst van het geheel van de feiten.
Art.2-
De gecoördineerde versie van het algemeen politiereglement zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de bepalingen van het decreet Lokaal Bestuur, zijnde publicatie op de gemeentelijke website
Art.3.-
Dit reglement treedt in werking 5 werkdagen na publicatie.
22 Hemelhoevedreef 1 - Renovatie stookplaats kasteel - Goedkeuring lastvoorwaarden en gunningswijze. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
In het kader van de opdracht “Hemelhoevedreef 1 - Renovatie stookplaats kasteel” werd een bestek met nr. 2025-317 opgesteld door Olivier Delcroix, medewerker dienst patrimonium en projecten.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 124.995,60 euro excl. btw, hetzij 151.244,68 euro incl. btw. De raming excl. btw overschrijdt de limiet van 750.000,00 euro voor het gebruik van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking niet.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan de lastvoorwaarden, raming en gunningswijze.
Juridisch kader
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
Wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van 750.000,00 euro niet).
Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020, definitie dagelijks bestuur.
Adviezen
In zitting van het college van burgemeester en schepen van 9 maart 2026 werd principiële goedkeuring gehecht aan de lastvoorwaarden, raming en gunningswijze.
Ondernemerstoets
Om de markt voldoende te kunnen bevragen wordt de opdracht open gepubliceerd, maar worden tevens geschikte aannemers uit de ruime omgeving aangeschreven.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost 151.244,68 euro, btw inbegrepen (eenmalig)
Budgetsleutel 0701/22100007: kasteel verwarming renovatie
Budget/jaar Investering in 2026
Krediet beschikbaar Nee, niet voorzien in 2026
Aan de dienst financiën wordt gevraagd om bij de budgetcontrole de kredieten van 2028 te verschuiven naar 2026.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Het bestek met nr. 2025-317 en de raming voor de opdracht “Hemelhoevedreef 1 - Renovatie stookplaats kasteel”, opgesteld door Olivier Delcroix, dienst patrimonium en projecten worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt 124.995,60 euro excl. btw, hetzij 151.244,68 euro incl. btw.
Art.2.- Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Art.3.- De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Art.4.- De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2028 op budgetsleutel 0701/22100007: kasteel verwarming renovatie.
Art.5.- Het krediet zal bij de volgende budgetcontrole door de dienst financiën worden verschoven van 2028 naar 2026.
Karin Beyers Erwin Callens Ward Schevernels Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert Barbara Cloet An-Sofie Dewinter Karin Beyers Erwin Callens Bryan Verhoeven Matthias Gulickx Herman Van Mieghem Bruno Heirman Lynn De Vocht Goele Fonteyn Rudi Pauwels Kelly D'Haen Dimitri Hoegaerts Robert Geysen Ingeborg Hermans Adinda Van Gerven Sylvia Lathouwers Tim Willekens Elke De Maeyer Sven Simons Hedwig van Baarle Inez Ven Luc Van der Schoepen Linsey De Vooght Bart Brughmans Karina Hans Philip Cools Joris Van Cauwelaert An-Sofie Dewinter Bart Brughmans Bruno Heirman Goele Fonteyn Robert Geysen Inez Ven Adinda Van Gerven Joris Van Cauwelaert Hedwig van Baarle Matthias Gulickx Dimitri Hoegaerts Erwin Callens Philip Cools Bryan Verhoeven Kelly D'Haen Lynn De Vocht Linsey De Vooght Sylvia Lathouwers Karina Hans Luc Van der Schoepen Karin Beyers An-Sofie Dewinter Tim Willekens Herman Van Mieghem Elke De Maeyer Sven Simons Ingeborg Hermans Rudi Pauwels aantal voorstanders: 25 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
23 Kapelsesteenweg 216. Goedkeuring ontwerpakte voor wederoverdracht en ondergrondse erfdienstbaarheid in functie van uitbreiding Kerkfabriek. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Pauwels doet volgende tussenkomst :
“Enkele vragen hierrond: -Hoeveel m² wordt exact weder overgedragen volgens het plan van 8 december 2025? Staat dat expliciet in de akte of enkel op plan? Is dat die 148 m2?
-Wordt de wederoverdracht permanent of zijn er voorwaarden (bv. enkel zolang de kerkfunctie bestaat)?
-We hebben het hier al eens over gehad: Waar komt die wadi precies te liggen?
Toch wel één opmerking:
-Het financieel aspect: afstand zonder vergoeding omdat de gemeente het ooit ook gratis gekregen hebben. Toch wel vreemd in deze tijden van budgettaire moeilijkheden. We hebben dat perceel vele jaren onderhouden en nu doen we hier gratis afstand van.
ONTHOUDING”
Schepen Brughmans zal het plannetje laten overmaken. Hij komt erop terug. Hij geeft mee dat het over 148m² gaat. Er wordt geen financiële vergoeding maar een last aan gekoppeld. De Kerkfabriek zal het overgedragen stuk moeten onderhouden. In de notariële akte werd er een recht van erfdienstbaarheid gegeven door de gemeente aan de Kerkfabriek op het stuk grond dat in eigendom is van de gemeente (27,5m²). Er is ook een recht van doorgang op de ondergrond voor het doortrekken van gasleidingen. Het plannetje van de Wadi zal nog doorgestuurd worden.
Beslissing
Feiten en motivering
In zitting van 12 januari 2026 heeft het college van burgemeester en schepenen principiële goedkeuring gehecht aan de ontwerpakte en plan betreffende de wederoverdracht van een stuk grond van de gemeente naar de Kerkfabriek "Heilig Hart Donk".
Aan de gemeenteraad zou aanvankelijk in zitting van 26 januari 2026 gevraagd worden goedkeuring te hechten aan het plan en de ontwerpakte, opgemaakt door notariaat De Decker op 8 januari 2026. Op vraag van de diensten werd de beslissing hieromtrent uitgesteld.
Bij verfijning van het projectontwerp en voortschrijdend inzicht met betrekking tot technieken, werd beslist dat de verwarmingsinstallatie zal aangedreven worden door gas. Voor gas is heden geen voorziening getroffen. Het traject dat Fluvius als voorwaarde stelt voor de nieuwe gasleiding, houdt in dat een gasleiding van ongeveer 60 meter dient gegraven te worden oost- en zuidwaarts naast de kerk naar de kast vooraan aan de zijde Sint Huibrechtlei. Het traject loopt deels onder de grond die in eigendom van de gemeente blijft. Het betreft op plan erfdienstbaarheid nummer 2: ondergronds recht van doorgang voor kabels en leidingen ten laste van de gemeente Brasschaat, kadastraal perceel E 356 N nieuw reserveringsnummer LOT 3 E 356 T met een breedte van 1 meter en een oppervlakte van 43,6 m².
Om de akte- en notariskosten te beperken, is het opportuun de bepalingen met betrekking tot de ondergrondse erfdienstbaarheid mee te verwerken in de akte van de wederoverdracht en het plan aan te vullen met de zone voor ondergrondse erfdienstbaarheid.
Aan de gemeenteraad wordt heden gevraagd goedkeuring te hechten aan de aangepaste ontwerpakte en plan.
Juridisch kader
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikels 330 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Artikel 279 betreffende de ondertekening van de reglementen, verordeningen, beslissingen en akten van de gemeenteraad, en alle andere stukken of briefwisseling die specifiek betrekking hebben op de gemeenteraad.
Artikel 281 betreffende de overdracht van bevoegdheid tot ondertekening van de voorzitter aan een of meer leden van de gemeenteraad.
Adviezen
Dienst infrastructuur
Geen inhoudelijke opmerkingen, aandacht voor uitvoeringsplanning en werfinrichting in het kader van
werken in de omgeving (nutswerken Kapelsesteenweg, fietspad Donksesteenweg). Timing werken goed af te stemmen tussen projectteams van beide partijen.
Dienst groen en natuur
De sleuf dient gegraven te worden volgens een tracé dat zo weinig mogelijk schade toebrengt aan
beplantingen. Schade aan beplantingen zal in oorspronkelijke staat moeten hersteld worden na
uitvoering van de werken. Dienst groen en natuur zal bij aanvang van de werken de staat opnemen en
controle uitvoeren na de werken. Het plan werd opgemaakt, rekening houdend met dit advies.
De gemeenteraad heeft in zitting van augustus 2021 goedkeuring gehecht aan de wederoverdracht en
het indicatief plan. Deze bepaling werd opgenomen in de akte.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 12 januari 2026 goedkeuring gehecht aan het plan en de ontwerpakte voor de wederoverdracht.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
De wederoverdracht en de erfdienstbaarheid zelf zijn kosteloos, aangezien de gronden ook
aanvankelijk kosteloos aan de gemeente werden overgedragen.
Alle anderen kosten verbonden aan de wederoverdracht en de erfdienstbaarheid (notaris, registratie,
akte, leveringskosten, ...) zijn ten laste van de Kerkfabriek.
BESLUIT:
Met 25 ja-stemmen (Robert Geysen, Adinda Van Gerven, Bruno Heirman, Bart Brughmans, Inez Ven, Karina Hans, Joris Van Cauwelaert, Kelly D'Haen, Dimitri Hoegaerts, Luc Van der Schoepen, Philip Cools, Karin Beyers, Erwin Callens, Hedwig van Baarle, Goele Fonteyn, Linsey De Vooght, Sven Simons, Lynn De Vocht, Matthias Gulickx, An-Sofie Dewinter, Sylvia Lathouwers, Bryan Verhoeven, Elke De Maeyer, Herman Van Mieghem en Tim Willekens), 2 onthoudingen (Rudi Pauwels en Ingeborg Hermans).
Art.1.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de kosteloze wederoverdracht van een deel van perceel met kadastraal nummer 11322_E_0356_N grenzend aan Kerk Donk in functie van de uitbreiding van de kerk en aan de ondergrondse erfdienstbaarheid in functie van de aanleg van een gasleiding, volgens plan, opgemaakt op 14 februari 2026 door Philip Kegels van Kegels Landmeter - Studiebureau bv, Marcel De Backerstraat 9 te 2180 Antwerpen. De wederoverdracht dient te gebeuren in het kader van omgevingsvergunning met referentie OMV_2024166720, verleend door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 25 maart 2025.
Art.2.- De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de ontwerpakte, opgemaakt door notariaat De Decker op 6 maart 2026.
Art.3.- Er wordt goedkeuring gehecht aan de overdracht van de bevoegdheid tot ondertekening van de authentieke akte van de voorzitter van de gemeenteraad aan de burgemeester.
24 Raamcontract - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030 (2 percelen - perceel 2 voorbehouden voor sociale werkplaatsen) - Goedkeuring lastvoorwaarden, raming en gunningswijze. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Schepen Brughmans licht toe dat het hier om het grote contract gaat dat in 2 percelen opgesplitst is. Er is het regulier perceel en het perceel voor de maatwerkbedrijven. Binnen het regulier perceel onderzoekt men of er met 2 aannemers tegelijk kan gewerkt worden. Als de prijzen minder dan 5% verschillen, zullen er 2 aannemers toegewezen worden. Op deze manier komt er een mini competitie tussen de 2 aannemers. Het hoofddoel is om snelheid te maken in het onderhoud van de voet- en fietspaden.
Beslissing
Feiten en motivering
In het kader van de opdracht “Raamcontract - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030 (2 percelen - perceel 2 voorbehouden voor sociale werkplaatsen)” werd een bestek met nr. 2025-311 opgesteld door Steve Danckers, deskundige dienst patrimonium en projecten.
Deze opdracht is als volgt opgedeeld:
Perceel 1 - maximaal 2 deelnemers (2 hoogst gerangschikte volgens gunningscriterium prijs indien prijzen niet meer dan 5% afwijken)
* Perceel 1 (Raamcontract aannemers - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030), raming: 512.402,50 euro excl. btw, hetzij 620.007,03 euro incl. btw;
* Verlenging 1 (Raamcontract aannemers - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030), raming: 512.402,50 euro excl. btw, hetzij 620.007,03 euro incl. btw;
* Verlenging 2 (Raamcontract aannemers - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030), raming: 512.402,50 euro excl. btw, hetzij 620.007,03 euro incl. btw;
* Verlenging 3 (Raamcontract aannemers - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030), raming: 512.402,50 euro excl. btw, hetzij 620.007,03 euro incl. btw;
Perceel 2 - maximaal 1 deelnemer - voorbehouden voor sociale tewerkstelling
* Perceel 2 (Raamcontract - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030 - voorbehouden voor sociale tewerkstelling), raming: 82.650,00 euro excl. btw, hetzij 100.006,50 euro incl. btw;
* Verlenging 1 (Raamcontract - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030 - voorbehouden voor sociale tewerkstelling), raming: 82.650,00 euro excl. btw, hetzij 100.006,50 euro incl. btw;
* Verlenging 2 (Raamcontract - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030 - voorbehouden voor sociale tewerkstelling), raming: 82.650,00 euro excl. btw, hetzij 100.006,50 euro incl. btw;
* Verlenging 3 (Raamcontract - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030 - voorbehouden voor sociale tewerkstelling), raming: 82.650,00 euro excl. btw, hetzij 100.006,50 euro incl. btw.
Totaal
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op 2.480.028,12 euro excl. btw, hetzij 2.880.054,12 euro incl. btw (499.844,12 euro btw medecontractant).
De basisopdracht voor percelen 1 en 2 wordt afgesloten voor een duur van 12 maanden.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
De opdracht wordt beschouwd als een opdracht tegen prijslijst. De opdracht tegen prijslijst is een opdracht waarbij de eenheidsprijzen voor de verschillende posten forfaitair zijn en de hoeveelheden, voor zover er hoeveelheden voor de posten worden bepaald, vermoedelijk zijn of worden uitgedrukt binnen een vork. De posten worden verrekend op basis van de werkelijk bestelde en gepresteerde hoeveelheden. De opdracht wordt gegund op basis van de eenheidsprijzen opgegeven in de offerte. Bij het opstellen van de lastvoorwaarden van deze opdracht beschikt de aanbestedende overheid nog niet over de exact benodigde hoeveelheden. Daarom zijn de vermoedelijke hoeveelheden louter indicatief. Zij binden het bestuur op geen enkele wijze. De opdrachtnemers kunnen geen schadevergoeding eisen indien deze vermoedelijke hoeveelheden niet bereikt worden.
Het maximale bestelbedrag wordt vastgelegd op:
Perceel 1: 620.000,00 euro per jaar, btw inbegrepen
Perceel 2: 100.000,00 euro per jaar, btw inbegrepen
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan de lastvoorwaarden, raming en gunningswijze.
Juridisch kader
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikels 330 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Het gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020 betreffende de definitie van het dagelijks bestuur.
Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
Wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 15 (toegang voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben) en artikel 36 en artikel 57 en artikel 43.
Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Adviezen
Het college van burgemeester en schepenen hechtte in zitting van 16 maart 2026 principiële goedkeuring aan de lastvoorwaarden, raming en gunningswijze. In zitting van 23 maart 2026 werd principiële goedkeuring gehecht aan de beperkte aanpassing aan de lastvoorwaarden met betrekking tot de te hanteren herzieningsindex.
Positief advies dienst mobiliteit.
Positief advies dienst infrastructuur.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn.
Kost 720.000,00 euro per jaar, btw inbegrepen (jaarlijks)
2.880.000,00 euro, btw inbegrepen (in totaal, voor 4 jaar)
Budgetsleutels
DEEL INFRASTRUCTUUR
BB GE/2026/1086
Investering 2026-2030
Sleutels
-0200/22400007: buitengewoon onderhoud voet- en fietspaden. (600.000,00 euro per jaar)
-0200/22400007: herstellen kasseiverharding (50.000,00 euro per jaar)
-0200/22400007: ontharden van gebruikte voetpaden (50.000,00 euro per jaar)
DEEL MOBILITEIT
BB GE/2026/1087
Investering 2026-2030
Sleutel
-0200/22400007: opmaak wijkplannen (20.000,00 euro per jaar)
Krediet beschikbaar: ja
Visum vereist bij gunning
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Het bestek met nr. 2025-311 en de raming voor de opdracht “Raamcontract - algemeen onderhoud verhardingen 2026 - 2030 (2 percelen - perceel 2 voorbehouden voor sociale werkplaatsen)”, opgesteld door Steve Danckers, deskundige dienst patrimonium en projecten, worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De totale raming bedraagt 2.380.210,00 euro excl. btw, hetzij 2.880.054,12 euro incl. btw (499.844,12 euro btw medecontractant).
Het maximale bestelbedrag wordt vastgelegd op:
Perceel 1: 620.000,00 euro per jaar, btw inbegrepen per jaar
Perceel 2: 100.000,00 euro per jaar, btw inbegrepen per jaar
Art.2.- Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Art.3.- In toepassing van artikel 15 van de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, is perceel 2 van de opdracht voorbehouden aan sociale werkplaatsen en ondernemers die de sociale en professionele integratie van kansarmen of personen met een handicap tot doel hebben.
Art.4.- De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Art.5.- De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026-2030 op sleutels:
- 0200/22400007: buitengewoon onderhoud voet en fietspaden. (600.000,00 euro per jaar)
- 0200/22400007: herstellen Kasseiverharding (50.000,00 euro per jaar)
- 0200/22400007: ontharden van gebruikte voetpaden (50.000,00 euro per jaar)
- 0200/22400007: opmaak wijkplannen (20.000,00 euro per jaar)
Art.6.- Het college van burgemeester en schepenen kan de opdracht toewijzen met overschrijding van het voorziene budget, indien de overschrijding niet meer dan 20 % bedraagt van het voorziene budget en mits het college beslist de noodzakelijke verhoging van het betrokken krediet voor goedkeuring aan de gemeenteraad voor te leggen bij de eerstvolgende budgetwijziging.
25 Wegen- en rioleringswerken schoolomgeving Lage Kaart (Mollei tot Peter Benoitlei) en Middelkaart. Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
De gemeenteraad heeft in zitting van 24 oktober 2016 goedkeuring gegeven aan het model voor
samenwerkingsovereenkomsten tussen Pidpa en de gemeente Brasschaat waarbij Pidpa optreedt als
opdrachtgevend bestuur bij wegen- en rioleringswerken.
In zitting van 24 november 2025 heeft de gemeenteraad goedkeuring gehecht aan het addendum aan de samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de studieopdracht.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 23 februari 2026 goedkeuring gegeven aan de gunning van Willemen Infra, Booiebos 4 te 9031 Drongen tegen het nagerekende
offertebedrag van 8.327.747,66 euro incl. btw (261.040,29 euro btw medecontractant) voor de opdracht "Wegen- en rioleringswerken schoolomgeving Lage Kaart (Mollei tot Peter Benoitlei) en Middelkaart”.
Het voorwerp van de bovenvermelde overeenkomst, valt grotendeels samen met het project ‘BRS3039 Weg- en rioleringswerken in Kaart (K-19-025), dat Aquafin wenst uit te voeren in het kader van de samenwerking met Pidpa inzake de uitvoering van rioleringsprojecten op het grondgebied van Brasschaat’ en met het project ‘23564 Heraanleg moerriool Lage Kaart tussen Peter Benoitlei & Mollei’ dat door het Vlaamse Gewest opgedragen werd aan Aquafin in het kader van het Optimalisatieprogramma - deel Lokaal Pact.
Voor de wegen- en rioleringswerken aan de Lage Kaart heeft Aquafin een nieuwe samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen Aquafin NV, de gemeente Brasschaat, Pidpa o.v. en Pidpa i.s.m. Aquafin.
Aangezien de gemeente de volgende werken wenst uit te voeren:
● Verfraaiingswerken in de Mollei, Lage kaart en Middelkaart.
● Heraanleg rotonde en bushaltes Augustijnslei
● Aanleggen van verbrede en comfortabele éénrichtingsfietspaden en voetpaden in de Lage Kaart en Middelkaart
● Vernieuwen van verkeerslichten op kruispunt Middelkaart-Lage Kaart - Leopoldslei
● Heraanleg van een groener Kaartseplein met een betere indeling
● Duurzame groenaanleg in de Mollei, Lage Kaart en Middelkaart
Aangezien Pidpa de volgende diensten wenst uit te voeren:
● K-19-025 riolerings- en wegeniswerken in de Lage Kaart Kaart (tussen Mollei en Peter Benoitlei) en Mollei (deels – tot aan de Binnenkaartsebeek) tot goedgekeurd ontwerpdossier.
Aangezien Aquafin i.k.v. haar opdracht voor het Vlaamse Gewest (Lokaal Pact), de volgende werken dient uit te voeren:
● 23564 - riolerings- en wegeniswerken in de Lage Kaart Kaart (tussen Mollei en Peter Benoitlei) en Mollei (deels – tot aan de Binnenkaartsebeek) vanaf goedgekeurd ontwerpdossier
Aangezien Aquafin i.k.v. haar opdracht voor Pidpa, de volgende werken dient uit te voeren:
● BRS3039 - riolerings- en wegeniswerken in de Mollei (deels – tot Binnekaartsebeek), Middelkaart (tot Het Venneke) en Kaartseplein (Pidpa nummer K-19-025)
De gemeente, Pidpa en Aquafin beslissen de hoger beschreven werken in het algemeen belang, samen te voegen en Aquafin aan te duiden om overeenkomstig artikel 48 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in gezamenlijke naam bij de procedure, bij de sluiting en de uitvoering van de opdracht als “opdrachtgevend bestuur” op te treden.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd goedkeuring te hechten aan de geactualiseerde samenwerkingsovereenkomst, gelet op de actualisering naar aanleiding van de tussenkomst van Aquafin.
Juridisch kader
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, inzonderheid artikelen 40 en
41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en
latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikels 326 tot en met 341
betreffende het bestuurlijk toezicht.
Adviezen
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 16 maart 2026 principiële goedkeuring gegeven aan de samenwerkingsovereenkomst.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Goedkeuring wordt gegeven aan de geactualiseerde samenwerkingsovereenkomst tussen Aquafin NV, de gemeente Brasschaat, Pidpa o.v. en Pidpa i.s.m. Aquafin voor de wegen- en rioleringswerken schoolomgeving Lage Kaart (Mollei tot Peter Benoitlei) en Middelkaart, met tekst als bijlage.
26 Wedstrijdreglement wegenwerken Lage Kaart - Hinderheld van de maand. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Tot in 2025 werden ondernemers met hinder door wegenwerken financieel ondersteund door
Vlaanderen en de gemeente via de hinderpremie. Beide premies worden niet meer aangeboden.
Vlaanderen heeft deze premie stop gezet als besparingsmiddel. De gemeente heeft deze stop gezet
na een evaluatie met negatief resultaat.
Het nieuwe meerjarenplan bevat volgende beleidsdoelstelling en actie;
● BD 1.1 We zetten in op verkeersveiligheid, duurzame mobiliteit op maat van de omgeving en
we investeren fors in voet- en fietspaden
● 01.01.04.02. We vervangen de hinderpremie door gerichte communicatie en ondersteunende
acties voor ondernemers
Er wordt in samenwerking met infrastructuur voor de wegenwerken Lage Kaart voorzien in een campagne rond hinder bij ondernemers. De campagne wordt uitgewerkt voor
ondernemers in de werfzone en hun bezoekers.
Voor deze campagne en volgende werven zullen we de campagne naam "Handelaars bereikbaar!" gebruiken. Deze naam herbruiken we in toekomstige campagnes van andere wegenwerken. Zo zetten we in op herhaling en herkenbaarheid. Ze start 6 weken voor de werken starten en loopt tot het einde van de werken.
Een campagne omvat;
- communicatie naar ondernemers (nieuwsbrief, infomoment/brief, bevraging)
- communicatie naar inwoners (flyer, advertentie, website, infobord op werf, publibox, sociale media bericht)
- HinderHeld van de maand- wedstrijd (maandelijks vanaf augustus t.e.m. december) waarbij
de ondernemers in de werfzone hun klanten belonen met een punt op het deelnameformulier.
Maandelijks wordt er een winnaar gekozen die een beleefbon wint, te gebruiken bij de
handelaars in de werfzone. Hiermee worden de bezoekers en bewoners aangezet om de ondernemers in de werfzone te bezoeken en worden ze beloond. Deze campagne zorgt voor continue positieve communicatie en ondersteuning.
Ondernemerstoets
De campagne heeft als doel de bereikbaarheid van lokale ondernemers in de kijker te zetten tijdens wegenwerken.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen voor de hele campagne worden geraamd op:
Kost | 1607 euro, btw inbegrepen |
Budgetsleutel | MJP000809 |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt goedkeuring gegeven aan de campagne "Handelaars bereikbaar!" voor de werken
aan de Lage kaart wat betreft de wedstrijd "HinderHeld van de maand" met volgende
wedstrijdreglement;
Art 1- Inleiding
Deze wedstrijd wordt georganiseerd door gemeente Brasschaat. Dit reglement bepaalt de
regels en de voorwaarden om te kunnen deelnemen aan de wedstrijd "HinderHeld van de
maand" – Lage Kaart 2026.
Art 2- Opzet wedstrijd
Bezorg de volle spaarkaart ingevuld terug via ondernemen@brasschaat.be of via de verzameldoos bij één van de deelnemende ondernemer ten laatste op de laatste dag van de maand als je wil deelnemen in die desbetreffende maand. Bij een aankoop bij een deelnemende ondernemer spaar je een punt. Bijkomend dien je een antwoord op de schiftingsvraag in te vullen op de spaarkaart. De spaarkaart is te verkrijgen via de deelnemende ondernemers. Deelnemers met een volle spaarkaart én het juiste antwoord (of het antwoord dat het dichtst bij de oplossing ligt) maken kans om te winnen. Elke maand wordt er 1 winnaar gekozen in de maand augustus, september, oktober, november en december 2026.
Het juiste antwoord op de schiftingsvraag wordt bepaald door het tellen van de volle, ingeleverde spaarkaarten. Dit aantal is het juiste antwoord en kan dus maandelijks variëren. Indien er geen juist antwoord is ingestuurd, wordt het antwoord het dichtste bij het juiste
antwoord als winnaar aangeduid. Indien er meerdere inzendingen zijn met het juiste antwoord of het dichtste bij het juiste antwoord, zal een onschuldige hand een winnaar trekken.
Art 3- Deelnemingsvoorwaarden
Iedereen kan deelnemen aan de wedstrijd “Hinderheld van de maand”. Deelnemen kan door
de volle, ingevulde spaarkaart te bezorgen op het hier bovengenoemde adres. Inzendingen
worden verzameld tot en met de laatste dag van de maanden augustus, september, oktober,
november en december 2026. Minderjarigen moeten toestemming hebben van hun ouders om
te kunnen deelnemen. Minderjarigen die deze toestemming niet kunnen aantonen, kunnen op
elk ogenblik van de wedstrijd uitgesloten worden.
Art 4- Wedstrijdverloop
De inbreng van de deelnemers aan de wedstrijd betreft een volle spaarkaart en een antwoord
op de schiftingsvraag. Je kan 1 inzending doen per persoon per maand. Uit alle juiste
inzendingen, die in aanmerking komen volgens bovenvermelde bepalingen, wordt door de
verantwoordelijke van de gemeente een winnaar getrokken. Deze zullen via e-mail
gecontacteerd worden om de prijs op te halen.
Art 5- Prijs
Tussen de 5de en 10de van elke maand zal de trekking plaatsvinden. Nadien wordt er contact
opgenomen met de winnaar via het e-mailadres dat vermeld staat op de spaarkaart. De prijs
die men maandelijks kan winnen is;
■ 1 x Brasschaatse Beleefbon t.w.v. 100 euro
Deze prijs kan in geen geval geruild worden tegen waarde in speciën.
De Beleefbon is te gebruiken bij de deelnemende handelaars in de werfzone.
Art 6- Aansprakelijkheid
De organisatoren zijn niet verantwoordelijk voor mogelijke schade, lichamelijke letsels of
ongevallen die zich zouden kunnen voordoen ten gevolge van deelname aan de wedstrijd
en/of uitvoering van de prijs. De deelnemers en winnaar verklaren te zijn verzekerd voor enige
schadegevallen ten gevolge van hun persoonlijke aansprakelijkheid. De deelnemers en
winnaar verklaren af te zien van enige vordering tegen de organisatoren die zou kunnen
voortvloeien uit om het even welk schadegeval dat hen overkomt bij deelname aan de
wedstrijd en/of uitvoering van de prijs. Mocht een derde de organisatoren op de één of andere
wijze aansprakelijk stellen voor enige schade veroorzaakt bij deelname aan de wedstrijd en/of
uitvoering van de prijs, zal de desbetreffende deelnemer of winnaar de organisatoren daarvoor
volledig vrijwaren. De organisatoren zijn niet verantwoordelijk wanneer een winnaar niet
bereikt kan worden omdat het e-mailadres niet meer bruikbaar is. Bij onbereikbaarheid, d.w.z.
geen reactie binnen de week, kan de organisatie de gewonnen prijs toekennen aan een
andere deelnemer. Wanneer de winnaar bekend is gemaakt, wordt hij/zij gecontacteerd door
de organisator met de vraag om zijn/haar contactgegevens over te maken aan de organisatie
voor de toekenning van de prijs.
Art 7- Persoonsgegevens
De contactgegevens die de organisator over de deelnemers verzamelt, vallen onder
toepassing van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen
met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens. Deelnemers gaan er door hun
deelname mee akkoord dat, als ze een prijs winnen, ze eventueel met hun ingezonden foto en
naam kunnen verschijnen op de website en andere online kanalen onder de redactionele
verantwoordelijkheid van het Gemeentebestuur van Brasschaat.
Art 8- Toezicht op wedstrijd en beslissingen
De organisator houdt toezicht op het correcte verloop van de wedstrijd. Als niet aan alle
voorwaarden van het reglement is voldaan of in geval van misbruik, misleiding, bedrog of
‘kwade trouw’ behoudt de organisatie het recht om een deelnemer uit te sluiten van de
wedstrijd. De uitslag van een wedstrijd kan niet betwist worden.
Art 9 - Het reglement aanvaarden
Door deel te nemen aan deze wedstrijd aanvaardt de deelnemer het wedstrijdreglement en
alle beslissingen die de organisator in verband met de wedstrijd zal treffen.
27 Reglement starterspremie 2026-2031. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hoegaerts verwijst naar het feit dat het een starterspremie wordt genoemd maar het is geen premie maar eerder een promotiepakket. Elke stimulans wordt zeker ondersteund maar men zou kunnen verwachten dat men een premie krijgt, wat niet het geval is. Naast de begeleidende maatregelen pleit zijn fractie voor een echte starterspremie van 2500 euro. Hij stelt dat dit perfect budgeteerbaar is. Op deze manier kunnen ze de eerste maanden doorkomen. Vanzelfsprekend wordt de startersstimulans zeker ook gesteund.
Beslissing
Feiten en motivering
De gemeente biedt sinds 2017 aan beginnende ondernemers een starterspremie, in de vorm van een
promotiepakket. In 2019 werd het reglement uitgebreid met een starterspremie light voor pop-ups
(engagement minimaal 8 maanden, maximaal 1 jaar) en werd de premie ook toegankelijk voor de
dienstensector.
Doelstelling van de starterspremie:
● Versterken van het kernwinkelgebied als economisch en sociaal hart van de gemeente.
● Stimuleren van invulling van leegstaande handelspanden.
● Startende ondernemers ondersteunen bij hun zichtbaarheid en bekendheid.
● Lokale handel en horeca promoten bij inwoners en bezoekers.
De dienst toerisme, evenementen en ondernemen stelt voor om de starterspremie ook in deze legislatuur in te zetten om zo startende ondernemers optimaal te blijven ondersteunen.
Gezien de beschikbare budgetten zijn er in het nieuwe reglement enkele wijzigingen doorgevoerd:
• De starterspremie is enkel nog van toepassing op ondernemers die zich in het kernwinkelgebied, de aanloopstraten en de 3 lokale winkelkernen vestigen.
• In het kernwinkelgebied is de premie hoger voor ondernemers die een engagement van minimaal 3 jaar aangaan.
• Voor pop-ups (minimaal 8 maanden tot 1 jaar) vervalt de mogelijkheid tot aanvullen van de premie, bij verlenging van het contract.
(zie bijlage voor wijzigingen tov vorig reglement)
Er zijn offertes opgevraagd bij de volgende leveranciers (prijsopgaves in bijlage):
• Radio Park FM: uitzenden radiospots
• Spotlight: opmaak radiospot
• Brasschaatse Film: advertentieruimte
• Marketingbureau´s:
Brightsquare
Spfinx agency
Marathon Agency - geen reactie ontvangen
Creative Wolves - geen reactie ontvangen
• Cityscreens: reclame op digitale schermen
• Retailcoaching:
Steven Bollé
2mpower
Juridisch kader
Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
Artikel 41, lid2,23° van het Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad).
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op 7.500 euro, btw inbegrepen (jaarlijks) + jaarlijkse indexatie.
De vereiste kredieten zijn beschikbaar in het exploitatiebudget 2026 en in het meerjarenplan 2026-2031 op budgetsleutel MJP000802.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Goedkeuring wordt gehecht aan het reglement starterspremie 2026-2031.
Art.2.- Reglement starterspremie 2026-2031
Art.1.- Doel van dit reglement
Binnen de perken van de jaarlijks voorziene budgettaire middelen verleent de gemeente een premie aan startende ondernemers die hun eerste handels- of horecazaak openen. Met deze premie wil de gemeente het ondernemerschap stimuleren en de aantrekkingskracht van het kernwinkelgebied, de aanloopstraten en de lokale winkelkernen versterken.
Art.2.-Begripsomschrijvingen
Kernwinkelgebied: Een bedrijvige, ondernemende kern, waarin handel, beleving en ondernemerschap in de brede zin van het woord elkaar versterken. De beleving wordt gecreëerd door een mix van retail, horeca, diensten, detailhandel, creatieve en innovatieve sectoren. Zie bijlage voor afbakening.
Aanloopstraten: Straten waarin de handel actief wordt ondersteund, maar meer menging mogelijk is met andere functies. De focus ligt eerder op het runshoppen. Zie bijlage voor afbakening.
Lokale winkelkern: Handelskern in de wijken Maria-ter-Heide, Donk Patio & Mariaburg waar vooral dagelijkse goederen maar ook een zeker aanbod aan andere categorieën producten mogelijk zijn. Zie bijlage voor afbakening.
Handelszaak: Een winkel of verkooppunt dat tot hoofddoel heeft de uitoefening van kleinhandel, namelijk een rechtstreekse en persoonlijke verkoop van goederen en diensten aan eindgebruikers.
Horecazaak: Een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies en/of de verkoop van voedingswaren en/of dranken voor consumptie ter plaatse aan eindgebruikers.
Pop-up: Een winkel of verkooppunt met een engagement van minimaal 8 maanden tot 1 jaar.
Art.3.-Komen in aanmerking
Ondernemers die een nieuwe handels- of horecazaak opstarten in Brasschaat waarvoor een nieuw vestigingsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) vereist is,
Worden als startende ondernemer beschouwd:
Worden niet als startende ondernemer beschouwd:
Art 4.- Uitsluitingen
Volgende ondernemers zijn uitgesloten van de starterspremie: vrije en intellectuele beroepen, ambulante handel, handelszaken waarvoor een uitbatingsvergunning van toepassing is, callshops, nachtwinkels, goktenten, seksuitbatingen, dancings, lunaparken, winkels met internetactiviteiten, filialen van winkelketens, bijkomende vennootschappen of vestigingseenheden in het kader van een bestaande onderneming of groep van ondernemingen, de loutere omvorming van een onderneming natuurlijk persoon naar een onderneming rechtspersoon, verenigingen zonder winst (vzw’s), webshops zonder fysieke handelszaak en ondernemers met een engagement van minder dan 8 maanden.
Art. 5.- Voorwaarden voor toekenning
Aan nieuwe handels- of horecazaken wordt een premie toegekend op voorwaarde dat:
● deze handels- of horecazaak gelegen is in het kernwinkelgebied, in de aanloopstraten of lokale winkelkernen van Brasschaat;
● de vestiging op het moment van aanvraag op het adres is geregistreerd in de Kruispuntbank voor Ondernemers;
● het een handels- of horecazaak betreft in bestaande of nieuwe gebouwen;
● de handels- of horecazaak vrij toegankelijk is voor het publiek;
● men vaste openingstijden kan aantonen gedurende minimaal 4 dagen per week;
● het handelspand geacht wordt stedenbouwkundig vergund te zijn en eventuele werken conform de vergunning uitgevoerd zijn;
● de ondernemer geacht wordt aan alle wettelijke en reglementaire bepalingen voor de uitbating van de handels- of horecazaak te voldoen;
● de ondernemer een overeenkomst voor gebruik van het handelspand heeft gesloten met een engagement van minimaal 8 maanden. Dit kan gaan over een handelshuurovereenkomst of een authentieke notariële aankoopakte van het pand;
Art. 6.- Inhoud premie voor starters in het kernwinkelgebied, aanloopstraten en de 3 lokale winkelkernen met een minimaal engagement van 8 maanden.
De premie is gericht op het promotioneel ondersteunen van de startende ondernemer in het kernwinkelgebied, aanloopstraten en de 3 lokale winkelkernen, die een minimaal engagement van 8 maanden kunnen aantonen.
Voor starters in het kernwinkelgebied die een engagement van meer dan 3 jaar kunnen aantonen is een hogere premie beschikbaar (zie artikel 7).
Er kan één keuze gemaakt worden uit onderstaande modules:
Module 1 – Lokale infokrant
5 x adverteren in de lokale infokrant (1/8 pagina).
De advertentie bevat het logo van de gemeente Brasschaat, de vermelding “Brasschaat steunt startende handelaars” en dient vooraf voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de dienst toerisme, evenementen & ondernemen.
Module 2 - Fotoshoot
● 1,5u fotoshoot van je winkel/zaak
● Focus: jouw verhaal, team en sfeer – professioneel beeldmateriaal dat vertrouwen wekt
● 50 afgewerkte beelden (rechten inbegrepen) voor socials, website, etc.
Module 3 – Instagram reels
Workshop Instagram reels om je bereik op Instagram te vergroten.
● Instagram Reels begrijpen;
● Je IG Reels-strategie opbouwen;
● Visueel aantrekkelijke Instagram Reels creëren;
● Instagram Reels review.
Online campagnes worden waar mogelijk voorzien van de hashtags #BeleefBrasschaat & #Brasschaat 2930.
Module 4 – Digitale schermen (Cityscreens)
Twee maanden lang adverteren op de 3 lokale digitale schermen van Cityscreens binnen de gemeente Brasschaat (480 x 3 seconden per dag).
Art. 7. - Inhoud premie voor starters in het kernwinkelgebied met een engagement van 3 jaar of langer.
De premie is gericht op het promotioneel ondersteunen van de startende ondernemer in het kernwinkelgebied die een minimaal engagement van 3 jaar kan aantonen.
Er kan één keuze gemaakt worden uit onderstaande modules:
Module 1 - radio
Uitzending gedurende 2 maanden, 3 radiospots per dag. Inclusief opmaak radiospot.
Module 2 – Lokale infokrant
9 x adverteren in de lokale infokrant (1/8 pagina).
De advertentie bevat het logo van de gemeente Brasschaat, de vermelding “Brasschaat steunt startende handelaars” en dient vooraf voor goedkeuring te worden voorgelegd aan de dienst toerisme, evenementen & ondernemen.
Module 3 – Marketing & branding op maat van jouw bedrijf
Op basis van de noden en wensen wordt een gepast voorstel uitgewerkt waarbij een marketingbudget ter beschikking wordt gesteld voor bv. een online campagne, ontwerp drukwerk, etc.
Online campagnes worden waar mogelijk voorzien van de hashtags #BeleefBrasschaat & #Brasschaat 2930.
Module 4 – Fotoshoot & Instagram reels
● Focus op het verhaal, team en sfeer – professioneel beeldmateriaal dat vertrouwen wekt
● 1,5 uur fotoshoot van de winkel/zaak
● 50 afgewerkte beelden (rechten inbegrepen) voor socials, website, etc.
● Workshop Instagram reels om het bereik op Instagram te vergroten.
Online campagnes worden waar mogelijk voorzien van de hashtags #BeleefBrasschaat & Brasschaat 2930.
Module 5 – Digitale schermen
Twee maanden lang adverteren op 3 lokale digitale schermen binnen de gemeente Brasschaat (480 x 6 seconden per dag).
Module 6 – Retail coaching
● Kennismakingsgesprek
● Coaching sessie van ±2 uur bij jou in de zaak
● Opzoeken & telefonisch overlopen inspiratiebeelden
● Advieslijn voor korte vragen
Art. 8.- Voorwaarden aanvraag
● De aanvraag moet online ingediend worden op het daartoe voorziene aanvraagformulier uiterlijk 6 maanden na opening van het pand. Voor starters tussen 1 januari en 30 maart 2026 geldt een termijn van 9 maanden. Voor pop-ups (minimaal 8 maanden tot 1 jaar) geldt dat de aanvraag uiterlijk 3 maanden na opening wordt ingediend;
● De aanvrager engageert zich ertoe als handelaar deel te nemen aan de Beleefbon, de gemeentelijke cadeaubon;
● De premie kan slechts éénmaal per ondernemingsnummer en per vestigingseenheid worden toegekend;
● Besteding van het pakket dient te geschieden binnen 6 maanden na de toekenning;
● De premie mag enkel gebruikt worden ter promotie van de Brasschaatse activiteiten;
● Uitbreiding van het promotiepakket kan, maar is op eigen kosten en op basis van de geldende tarieven bij het gekozen medium.
Art. 9.- Procedure na aanvraag
● Het college van burgemeester en schepenen stelt de premie vast binnen de 2 maanden na indienen van een volledige aanvraag;
● Na goedkeuring door het college brengt de dienst TEO aanvrager en leverancier met elkaar in contact om verdere afspraken te maken;
● Facturatie gebeurt rechtstreeks aan de gemeente.
28 Reglement toelage handelaarsvereniging 2026-2031. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Het bestuursakkoord 2024-2030 benoemt de wens tot het bevorderen van de samenwerking tussen lokale ondernemingen, gemeente, non-profitorganisaties en burgers om een gezamenlijk ecosysteem te creëren dat de lokale economie ondersteunt en versterkt.
Gemeente Brasschaat wenst de verschillende handelaarsverenigingen in Brasschaat organisatorisch te ondersteunen en hun financiële draagkracht te verruimen.
Om dit doel te verwezenlijken voorziet de gemeente Brasschaat een aparte toelage zodat lokale handelaarsverenigingen initiatieven kunnen opzetten.
Er wordt extra aandacht gegeven aan het kernwinkelgebied en aan gemeenschappelijke initiatieven die een bovenlokale aantrekkingskracht uitoefenen en gemeente Brasschaat promoten als ondernemende gemeente en/of als aantrekkelijke winkel- en horecagemeente.(zie bijlage voor wijzigingen ten opzichte van vorig reglement)
De verschillende handelaarsverenigingen kunnen dankzij een toelage inzetten op volgende doelen:
● Gemeente Brasschaat promoten als ondernemende gemeente en/of als aantrekkelijke winkel- en horecagemeente.
● De sfeer en identiteit van de afgebakende kern(en) benadrukken voor de niet gemeenschappelijke initiatieven. Daarbij overstijgen zij de individuele belangen van de leden van de handelaarsvereniging.
● De samenwerking tussen handelaars onderling en/of met andere partners optimaliseren.
De dienst ondernemen stelt voor om een toelage van 7500 tot 17 500 euro toe te kennen aan een handelaarsvereniging die voldoet aan de voorwaarden zoals vermeld in het reglement, alsook een bedrag voor gezamenlijke projecten.
Er wordt gewerkt met een systeem van voorschot en afrekening om de toelage maximaal voor de beoogde doelen in te zetten en om zowel de startende als bestaande verenigingen optimale financiële kansen te bieden.
Juridisch kader
Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen. Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad).
Ondernemerstoets
Het reglement doorstaat de ondernemerstoets. Het reglement staat in teken van de versterking van de afgebakende kernen en de overkoepelende initiatieven om de gemeente Brasschaat als aantrekkelijke winkel- en horecagemeente op de kaart te zetten.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen worden geraamd op:
Kost | 52500 euro, btw inbegrepen; jaarlijks (+jaarlijkse indexatie) |
Budgetsleutel | 0500-64920000- MJP000802 / Toegestane werkingssubsidies aan bedrijven |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026-2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Goedkeuring wordt gehecht aan de toelage handelaarsvereniging 2026-2031.
Art.2.- Reglement toelage handelaarsvereniging 2026-2031
Hoofdstuk 1. Algemene principes en definities
Artikel 1. Algemene principes
Het gemeentebestuur acht de kernversterking in winkelgebieden essentieel voor het behoud van levendige en bloeiende stadcentra. Dit omvat initiatieven gericht op het verrijken en aantrekkelijke maken van het kernwinkelgebied voor zowel winkeliers als consumenten. Binnen de beperking van het goedgekeurde budget voorziet de gemeente in een toelage voor handelaarsverenigingen die actief zijn in de afgebakende handelskernen van de gemeente Brasschaat. Er wordt extra aandacht gegeven aan het kernwinkelgebied en aan gemeenschappelijke initiatieven die een bovenlokale aantrekkingskracht uitoefenen en gemeente Brasschaat promoten als ondernemende gemeente en/of als aantrekkelijke winkel- en horecagemeente.
Artikel 2. Definities
Aanvraagformulier: Het formulier , beschikbaar op www.brasschaat.be, waar alle gegevens van de identiteit van de aanvrager en het initiatief worden ingevuld.
Aanvrager: derechtspersoon of de natuurlijke persoon die is opgegeven als verantwoordelijke voor de handelaarsvereniging.
Afgebakende kern: percelen gelegen in het afgebakende kernwinkelgebied of afgebakende lokale handelskern.
Kernwinkelgebied:
Een bedrijvige, ondernemende kern, waarin handel, beleving en ondernemerschap in de brede zin van het woord elkaar versterken. De beleving wordt gecreëerd door een mix van retail, horeca, diensten, detailhandel, creatieve en innovatieve sectoren. Zie bijlage voor afbakening.
Lokalehandelskern:
Handelskern in de wijken Maria-ter-Heide, Donk Patio & Mariaburg waar vooral dagelijkse goederen maar ook een zeker aanbod aan andere categorieën producten mogelijk zijn. Zie bijlage voor afbakening.
Handelaarsvereniging : Het permanent samengaan van (rechts)personen die een handelszaak uitbaten en die overeenkomen om op geregelde en duurzame wijze een aantal initiatieven te nemen..
Handelszaak: Elke commerciële onderneming waarvoor een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen vereist is en die tot hoofddoel heeft de uitoefening van een kleinhandel of horeca, namelijk rechtstreekse en persoonlijke verkoop van goederen en diensten aan eindverbruikers.
Initiatief: een handeling die voldoet aan de vooropgestelde voorwaarden.
Hoofdstuk 2. Toelage
Artikel 3. Doel van de ondersteuning
De toelage voor handelsverenigingen is erop gericht om commerciële activiteiten te stimuleren en de aantrekkingskracht van de kernen in de gemeente te verhogen.
Artikel 4. Wie komt in aanmerking?
De toelage is van toepassing op handelaarsverenigingen die gevestigd zijn en/of hun activiteiten of projecten uitoefenen in een afgebakende kern op het grondgebied van gemeente Brasschaat.
De handelaarsvereniging dient vertegenwoordigd te zijn in de ondernemersraad. Er is vertegenwoordiging voorzien van 1 handelaarsvereniging per afgebakende kern.
De handelaarsvereniging moet de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) hebben.
De handelaarsvereniging moet minimum 4 initiatieven per jaar ondernemen.
Artikel 5. Voorwaarden
Gemeente Brasschaat ondersteunt initiatieven die voldoen aan de volgende voorwaarden:
● worden uitgevoerd door de aanvrager of in opdracht van de aanvrager van de toelage.
● gericht zijn op een breed consumentenpubliek.
● worden uitgevoerd met het oog op het opzetten van een gezamenlijk initiatief met andere handelszaken en eventuele partners en voldoen aan volgende voorwaarden:
● Gemeente Brasschaat promoten als ondernemende gemeente en/of als aantrekkelijke winkel- en horecagemeente.
● De sfeer en identiteit van de afgebakende kern(en) benadrukken voor de niet gemeenschappelijke initiatieven. Daarbij overstijgen zij de individuele belangen van de leden van de handelaarsvereniging.
● De samenwerking tussen handelaars onderling en/of met andere partners optimaliseren.
● Het initiatief heeft een duidelijke commerciële doelstelling.
● Het initiatief helpt de gemeente Brasschaat en/of de afgebakende kern(en) als geheel vooruit.
● Het initiatief bestaat uit een actie, activiteit, evenement, algemene marketing of communicatie.
● Het initiatief vindt plaats op het grondgebied Brasschaat.
De aanvrager van de toelage zal bij de communicatie vermelden dat er ondersteuning is vanuit de gemeente Brasschaat minstens door het vermelden van het logo van de gemeente.
Artikel 6. Verplichting
De aanvrager zorgt ervoor dat alle gegevens die verband houden met de erkenning- en subsidiëringsvoorwaarden op de zetel voorhanden zijn in het Nederlands en hij stelt die ter beschikking voor toezicht door de administratie.
De aanvrager erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 7. Bedrag
Een toelage van maximaal € 17 500 per jaar ten bedrage van de gemaakte kosten kan worden toegekend aan een handelaarsvereniging die actief is in het kernwinkelgebied van de gemeente Brasschaat. Het kernwinkelgebied is essentieel in het behouden van een bruisend centrum met een divers aanbod voor de bewoners en bezoekers.
Een toelage van maximaal € 10 000 per jaar ten bedrag van de gemaakte kosten kan worden toegekend aan de handelaarsvereniging actief in lokale handelskern Maria ter Heide. Deze lokale handelskern telt beduidend minder handelaars in vergelijking met het kernwinkelgebied.
Een toelage van maximaal € 7500 per jaar ten bedrage van de gemaakte kosten kan worden toegekend aan de handelaarsvereniging actief in lokale handelskern Mariaburg. Deze handelskern is gelegen op de grens van district Ekeren en gemeente Brasschaat. Hierdoor kan deze handelaarsvereniging genieten van ondersteuning van beiden.
Een toelage van maximaal € 7500 per jaar ten bedrage van de gemaakte kosten kan worden toegekend aan de handelaarsvereniging actief in Donk. Deze handelskern is beperkt in het aantal handelaars. Verder kent deze handelskern door zijn specifieke ligging en eigendomsstructuur een aanzienlijk voordeel in ondersteuning en organisatie.
Een toelage van maximaal € 10 000 per jaar ten bedrage van de gemaakte kosten kan worden toegekend aan gemeenschappelijke initiatieven. Dit zijn initiatieven met bovenlokale aantrekkingskracht gezamenlijk georganiseerd door minimum 3 verschillende handelaarsverenigingen van de afgebakende kernen. Per gemeenschappelijk initiatief dient er 1 gebundelde aanvraag ingediend te worden.
De toelage per handelaarsvereniging is niet cumuleerbaar voor uitgaven (facturen) die reeds door de toelage voor de gemeenschappelijke initiatieven betoelaagd worden.
Niet aanvaarde aanwending van de toelage.
De ondersteuning kan niet aangewend worden voor het betalen van belastingen, waarborgen voor het ontlenen van het gemeentelijk materiaal en boetes.
Hoofdstuk 3. Aanvraag, behandeling en toekenning
Artikel 8. Aanvraagdossier
Een aanvraag moet digitaal worden ingediend via de website van de gemeente Brasschaat.
Volgende documenten moeten worden toegevoegd:
● Volledig ingevuld aanvraagformulier
● Een beschrijving van de initiatieven
● Een raming van de geplande kosten die in aanmerking komen voor terugbetaling op basis van het sjabloon dat te beschikking wordt gesteld op de website van de gemeente Brasschaat.
De aanvraag voor de toelage per handelaarsvereniging dient jaarlijks ingediend te worden vóór 1 mei voor de toelage van het lopende jaar. De aanvraag kan betrekking hebben op initiatieven van het lopend jaar.
De aanvraag voor de gezamenlijke toelage dient te worden ingediend vóór het initiatief plaatsvindt.
Door het indienen van de aanvraag aanvaardt de aanvrager uitdrukkelijk de bepalingen en voorwaarden van dit reglement.
De aanvragen worden behandeld in volgorde van indiening en tot uitputting van het door het gemeentebestuur goedgekeurde budget.
Artikel 9. Behandeling van de toelage
Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing over de toelage aanvraag binnen een termijn van 45 dagen na de datum vermeld op de ontvangstmelding. Bij een vraag om meer informatie dient de aanvrager dit binnen een termijn van 30 dagen te beantwoorden. Indien dit niet gebeurt, wordt dit dossier nietig beschouwd.
Indien gerechtvaardigd mag de termijn één maal voor maximaal dezelfde duur gemotiveerd worden verlengd door het college van burgemeester en schepenen. De verlenging en de duur ervan worden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ter kennis van de aanvrager gebracht.
Elke aanvraag voor een toelage wordt door de gemeente Brasschaat beoordeeld op de toekenningsvoorwaarden
Artikel 10. Toekenning
Het College van Burgemeester en Schepenen beslist over het al dan niet toekennen van de toelage. Het College van Burgemeester en Schepenen behoudt zich het recht voor om alle onderzoeken uit te
voeren die vereist zijn voor de behandeling van de aanvraag. Indien de aanvrager hierbij medewerking weigert, vervalt het recht op de toelage.. De goedkeuring van een toelage ontslaat de aanvrager van de toelage geenszins van de verplichting om de nodige goedkeuringen en vergunningen voor initiatieven op de openbare weg bij de bevoegde diensten te bekomen.
Artikel 11. Betaalbaarstelling voorschot
Een voorschot, 75 % van het geraamde toelagebedrag, wordt na de goedkeuring uitbetaald. Dit bedrag wordt binnen de 30 dagen na de goedkeuring gestort op het rekeningnummer vermeld op het aanvraagformulier.
Artikel 12. Rapportage
Op basis van de toekenning van de toelage dient de aanvrager een rapportage in via de website van de gemeente Brasschaat. Deze rapportage bestaat uit
● een samenvattingstabel met een overzicht van de gemaakte kosten opgemaakt op basis van het sjabloon dat te beschikking wordt gesteld op de website van de gemeente Brasschaat.
● bewijsstukken bestaande uit facturen, kastickets en dergelijke. Op basis van deze bewijsstukken wordt de som van de kosten berekend. Een eventuele terugbetaling wordt gebaseerd op deze bewijsstukken.
● bewijsstukken dat het initiatief daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Dit kan een informatiebrief, uitnodiging, fotoreeks, krantenartikelen, affiche van het initiatief, enzovoort zijn
Gemaakte kosten kunnen geweigerd worden als de kosten waarop ze betrekking hebben niet voldoen aan de voorwaarden. Daarom is het belangrijk dat de aanvrager op de bewijsstukken aanduidt welke kosten precies in aanmerking komen.
De rapportage dient ingediend te worden vóór 1 maart van het jaar, volgend op dat van de betoelaging.
Artikel 13. Afrekening
Het restbedrag wordt berekend op basis van effectieve uitgaven en wordt uitbetaald na het ontvangen van de verantwoordingsstukken. Dit bedrag wordt binnen de 30 dagen na nazicht gestort op het rekeningnummer vermeld in het aanvraagformulier.
Indien de uitgave lager ligt dan het uitbetaalde voorschot, zal het bedrag aangepast worden aan de werkelijke kosten en desgevallend het teveel betaalde teruggevorderd worden.
Artikel 14. Onvoorziene omstandigheden en overmacht
Wanneer een initiatief niet kan worden doorgaan omwille van door overheid opgelegde maatregelen ingegeven door openbare gezondheid, milieu of veiligheid, kan de handelaarsvereniging de reeds in toepassing van dit reglement gemaakte kosten alsnog inbrengen. Het kan bijvoorbeeld gaan om (niet-limitatief): voorschotten, annulatiekosten, aangekochte materialen, enz.
Dit geldt enkel voor maatregelen waarop de initiatiefnemers zelf geen enkele invloed of zeggenschap hebben gehad niet onmogelijk tijdig konden voorzien worden.
De handelaarsvereniging verbindt zich er in deze omstandigheden wel toe om:
te handelen in eer en geweten. Misbruik kan alsnog resulteren in een terugvordering van de volledige toelage.
Het bewijsmateriaal van de voorbereiding en de gemaakte kosten zo snel mogelijk aan de gemeente te bezorgen en er alles aan te doen om onnodige kosten te vermijden.
Hoofdstuk 4. Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 15. Verval van recht op toelage
Door ondertekening van het aanvraagformulier aanvaardt de aanvrager elke controle van het gemeentebestuur in verband met de aangevraagde toelage. Het afleggen van onjuiste verklaringen kan leiden tot uitsluiting van deze tussenkomst. Indien de toelage reeds uitgekeerd is, kan ze teruggevorderd worden.
De gemeente heeft het recht de uitbetaalde toelage ten allen tijde terug te vorderen hetzij de toelage voor een volgend kalenderjaar niet toe te kennen, als aan één van de voorwaarden van dit toelagereglement niet is voldaan.
Alle bezwaren in verband met de bepalingen van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 16. Toepasselijke bepalingen
De wet van 14 november 1983 ‘betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen art 3 en 7,1°’ is van toepassing, evenals alle andere toepasselijke wettelijke regels.
Artikel 17. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op datum van goedkeuring door de gemeenteraad.
Bijlage 1 – afbakening kernwinkelgebied en lokale winkelkernen
Kernwinkelgebied
Centrum: Bredabaan | nr 225-407 /184-296 |
Centrum:Dr Roosensplein | nr 1-21 / 39-47 |
Centrum: Oude Baan (te versterken kern) | nr 1-79 |
Lokale winkelkernen
Mariaburg
Kapelsesteenweg vak De Caterslei - Gezondheidslei | nr 306-418 |
Patio Donk
Donksesteenweg | nr 212-254 |
Maria-ter-Heide
MtH: Bredabaan (vak Wipstraat-Hanoteaulei) | nr 989-1091 / 776-808 |
MtH: Zegeplein | nr 4-14 / 1-5 |
MtH: Kapellei | nr 1-5 / 2-6 |
29 Samenwerkingsovereenkomst vzw toerisme Brasschaat 2026-2031. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Zittingsverslag
Raadslid Hermans doet hier volgende tussenkomst :
“Men voorziet €20.000 met indexatie.
Jammer dat men het netwerkmoment voor vrijwilligers schrapt, je gaat als vzw toch iets moeten doen wil je de band met deze mensen niet te verliezen en ze te blijven motiveren. Opleiding wel voorzien, hun adviezen aan de gemeente ook geschrapt
dan: “Artikel 5: duur Deze samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten voor een duur van 1 jaar. Deze start op 1 juli 2026 en eindigt op 30 juni 2031.” ?”
Waarnemend burgemeester Van Gerven licht toe dat het aangepast werd naar 5 jaar in de laatste versie.
Beslissing
Feiten en motivering
De overeenkomst tussen de gemeente Brasschaat en vzw toerisme Brasschaat verloopt op 30 juni 2026. Om de samenwerking verder te zetten stelt de dienst TEO voor om de overeenkomst te vernieuwen voor de volledige legislatuur.
Naar aanleiding van de besparingen wordt de jaarlijkse toelage teruggezet naar 20 000 euro per jaar met indexatie. Gezien deze daling in de toelage dient de vzw de uitgaven van de activiteiten te beperken.
De vzw dient een aantal wijzigingen in hun werking doorvoeren om te besparen. Gezien de prioriteiten en de kosten van de verschillende activiteiten werden volgende keuze gemaakt:
● stopzetting deelname evenementen buiten de gemeente Brasschaat met promotiestand
● stopzetting jaarlijks ontmoetingsmoment voor vrijwilligers
● minder openingsuren mini-museum Den Toren
● beperken van betalende marketing kanalen
● terugzetten van jaarlijks budget voor nieuwe producten van 8000 naar 5000 euro
Juridisch kader
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen. Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur. Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56 en 57, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen en artikels 330 tot en met 334 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Gemeenteraadsbesluit 29 juni 2020 31. Definitie dagelijks bestuur. Bepaling Visumgrenzen. Goedkeuring
Ondernemerstoets
Deze samenwerkingsovereenkomst omvat een samenwerking met een Brasschaatse vzw die inzet op een lokale vrijwilligerswerking en promotie van het toeristisch-recreatief aanbod.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
20.000 euro | 20.400 euro | 20.808 | 21.224 euro | 21.649 euro | 22.082 euro |
Budgetsleutel | MJP000811 |
Budget/jaar | Exploitatie/Investering in 2026-2027-2028-2029-2030-2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | 2026_14 visum wordt verleend vóór beslissing gemeenteraad |
Besparingsmaatregel: toelage is gewijzigd van 25 000 euro per jaar naar 20 000 euro per jaar, indexatie is toegepast.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Er wordt goedkeuring gegeven aan de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Brasschaat en vzw toerisme Brasschaat als volgt:
TUSSEN:
De vzw toerisme Brasschaat, met ondernemingsnummer 431.976.533, met maatschappelijk zetel te Brasschaat, Bredabaan 182, vertegenwoordigd door de heer Robert van Deuren (voorzitter) en Marc Sanders (secretaris).
Hierna genoemd “de vzw toerisme”;
EN
De gemeente Brasschaat,met ondernemingsnummer 0206.677.801, met maatschappelijke zetel te 2930 Brasschaat, Verhoevenlei 11 vertegenwoordigd door ondertekenden, Adinda Van Gerven (waarnemend Burgemeester) en Ward Schevernels (algemeen directeur).
Hierna genoemd “ de gemeente”;
Samen genoemd “partijen”.
Gelet op het gemeenteraadbesluit van de gemeente van 26 januari 1984 waarbij goedkeuring werd verleend aan de oprichting van de vzw toerisme;
Gelet op de publicatie van de oprichting van de vzw toerisme in het Belgisch Staatblad op 17 september 1986;
Gelet op de laatste statutenwijziging van de vzw toerisme gepubliceerd in het Belgisch Staatblad op 17 november 2023.
Gelet op het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Komen partijen overeen als volgt;
Artikel 1: doelstellingen en opdrachten
De overeenkomst heeft tot doel de samenwerking te regelen tussen de partijen. Dit betreft de uitvoering van een gemeentelijke opdracht namelijk;
● promoten van het toerisme in Brasschaat
● ontwikkelen van het toeristisch-recreatief product* in Brasschaat
● bestendigen van het toeristisch-recreatief product* in Brasschaat
● vrijwilligerswerking promoten en continueren
*definitie toeristisch-recreatief product volgens toerisme vlaanderen: de componenten die samen het toeristisch-recreatief product vormen of er mee samenhangen zijn: 1. de primaire productelementen: het fysisch en stedelijk landschap, de attracties en bezienswaardigheden, de evenementen en de concentratie beslissings- en kenniscentra; 2. de secundaire productelementen: de horeca, de logiessector, het congres en seminariewezen en het winkelaanbod; 3. elementen van de functionele context: het imago en de promotie, de toegankelijkheid en bereikbaarheid, nutsvoorzieningen en het onthaal-en informatienetwerk. 4. elementen van de sociale context: de houding van de samenleving ten opzichte van het toerisme en de recreatie; de talenkennis.
Meer specifiek belast de gemeente de vzw toerisme met volgende opdrachten:
● uitbaten van een toeristisch infopunt zowel online als offline
● verzorgen van een decentrale onthaalwerking in Brasschaat
● grondige kennis van het toeristisch aanbod van Brasschaat beheersen
● verkoop van lokale producten, gadgets, fiets- en wandelkaarten,…
● deelname aan min. 2 evenementen met bovenlokaal karakter in Brasschaat ter promotie
● organisatie en verkoop van arrangementen
● marketing van de producten in eigen beheer
● netwerken en samenwerking
● inzetten op bovenlokaal aanbod
● inzetten op een fiets- en wandelaanbod
● Sprookjespad (middels uitvoering van concessieovereenkomst)
● Mini-museum Den Toren (middels uitvoering van concessieovereenkomst)
● Verhalenwandeling
● voorzien van vormingsmomenten
Artikel 2: afspraken gemeentelijke ondersteuning
De gemeente voorziet een jaarlijkse toelage voor ondersteuning van de realisatie van de overeengekomen doelen en opdrachten. Deze toelage wordt ieder werkjaar uiterlijk 1 juni door de gemeente uitbetaald. Deze toelage bedraagt;
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
20.000 euro | 20.400 euro | 20.808 | 21.224 euro | 21.649 euro | 22.082 euro |
De inkomsten uit exploitatie en verkoop worden ontvangen en beheerd door partij vzw toerisme. Enige wijziging in tarief of beheer van deze gelden gebeurt in overleg met de werkgroep.
De gemeente faciliteert de werking van de vzw toerisme door het ter beschikking stellen van een ingericht lokaal voor uitbating van een fysiek toeristisch infopunt. Dit lokaal bevindt zicht in het Oud Gemeentehuis op de gelijkvloers naast de personeelsingang (Bredabaan 182).
Er wordt bijkomend gebruik gemaakt van;
● de toiletten en keuken
● de kasten in hal
● de kelder
De gemeente engageert zich om het onderhoud van deze ruimten op zich te nemen en de verbruikskosten van de nutsvoorzieningen dragen. Eveneens staat de gemeente in voor kleine reparaties en onderhoud. De vzw toerisme brengt de gemeente op de hoogte van toegebrachte beschadigingen, mankementen en nodige herstellingen.
De gemeente stelt via concessieovereenkomsten alsook de verkeerstoren en de torenpoort in park De Mik ter beschikking aan de vzw toerisme.
Het gemeentebestuur stelt een medewerker ter beschikking aan die de vzw toerisme Brasschaat kan ondersteunen in:
● het bieden van een centraal aanspreekpunt;
● vastleggen van vergaderruimten;
● bijwonen van de vergaderingen van de vzw
● het bezorgen van de nodige documenten aan het gemeentelijk secretariaat voor agendering op het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad;
● het geven van ideeën voor productontwikkeling;
● werving van vrijwilligers;
● marketing: sociale media, website, nieuwsbrief,…;
● mits voorafgaandelijke goedkeuring van het college kan worden voorzien in bijkomende ondersteuning voor specifieke acties.
Artikel 3: overige afspraken
De gemeente verleent volgende logistieke ondersteuning aan de vzw toerisme;
● ICT ondersteuning (printer, telefoon, pc en ondersteuning)
● ter beschikkingstelling van kantoormaterialen en vergaderruimtes
● gebruik van communicatiekanalen van de gemeente ter promotie van eigen producten
● postkosten
Bij elke vorm van communicatie dient men de huisstijl van de gemeente in acht te nemen, indien anders beslist door de werkgroep naar aanleiding van promotie van specifieke toeristisch-recreatieve producten.
De gemeente stelt een e-mailadres ter beschikking voor alle nodige communicatie van de vzw toerisme naar interne en externe contacten.
Artikel 4: rapportage en evaluatie
Met het oog op toezicht en evaluatie van de naleving van onderhavige overeenkomst stelt de vzw toerisme jaarlijks verslagen ter beschikking van het college;
● een jaarverslag en een financieel verslag op met betrekking tot elk werkingsjaar
● een begroting met bijhorend actieplan voor het opvolgende jaar uiterlijk 30 november
Om de toelevering van informatie naar de gemeente te vereenvoudigen is er aandacht voor;
● het digitaal raadpleegbaar maken van alle werkdocumenten voor beiden partijen
● het digitaal archiveren
● inzicht in processen die betrekking hebben op de werking van de vzw toerisme
Artikel 5: duur
Deze samenwerkingsovereenkomst wordt afgesloten voor een duur van 5 jaar. Deze start op 1 juli 2026 en eindigt op 30 juni 2031.
Artikel 6: bijsturing en sanctionering
Indien blijkt dat de vzw toerisme haar verbintenissen niet naleeft, worden in overleg correctieve maatregelen afgesproken. Indien de gemeente vervolgens een blijvende niet-nakoming vaststelt, kan zij het gemotiveerd besluit formuleren om de subsidie éénzijdig te herzien. De vzw toerisme wordt hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Artikel 7: wijzigingen
Tijdens de looptijd van de overeenkomst kunnen bijkomende opdrachten aan de vzw toerisme opgedragen worden mits op voorhand over deze bijkomende opdrachten en bijhorende middelen wordt onderhandeld tussen beide partijen. Dit gebeurt op basis van een expliciete opdrachtomschrijving vanwege de gemeente en een hierop gebaseerd kostenvoorstel van de vzw toerisme. Deze opdrachten worden duidelijk vertaald in een afzonderlijke overeenkomst die dan als addendum deel uitmaakt van de onderhavige overeenkomst.
Op initiatief en na akkoord van beide partijen kunnen bepalingen van deze neergeschreven overeenkomst worden aangepast. Deze wijzigingen worden neergeschreven in een addendum dat onlosmakelijk deel uitmaakt van de onderhavige overeenkomst.
Artikel 8: bemiddeling
Onverminderd bovenstaande bepalingen worden geschillen waartoe deze beheersovereenkomst aanleiding geeft, geregeld via een bemiddelingsprocedure, die op initiatief van ieder partij kan worden opgesteld. Deze bemiddelingsprocedure omvat het formuleren van een voorstel door een commissie van deskundigen. Deze commissie zal bestaan uit een afgevaardigde van de gemeente, een afgevaardigde door de vzw toerisme en een derde onafhankelijk deskundige, door beide partijen aan te duiden.
Onderhavige overeenkomst bestaande uit 5 pagina’s werd opgemaakt te Brasschaat op 23 februari 2026 in 2 exemplaren, waarvan elke partij erkent één te hebben ontvangen.
De partijen verklaren op een open en constructieve manier invulling te geven aan de opdrachten van deze samenwerkingsovereenkomst.
30 Samenwerkingsovereenkomst IR+. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
31 Cultuurnota pv BisCuit aanvraag IGS decreet Bovenlokaal Cultuurbeleid goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
In zitting van 23 februari 2026 keurde de gemeenteraad de indiening van een erkenningsaanvraag voor de Intergemeentelijke Samenwerking pv BisCuit goed en de opmaak van een cultuurnota IGS BisCuit.
De ambtelijke werkgroep stelde een Cultuurnota op in ruggenspraak met het Vlaams steunpunt OP/TIL.
In de bijlage bij dit besluit zit het ontwerp van de Cultuurnota en budgetvoorstel van de IGS pv BisCuit met betrekking tot de verdeling van de beschikbare werkingsmiddelen (90 k inbreng gemeenten en 120 k inbreng Vlaanderen). Deze stukken worden in maart aan de 12 gemeenteraden ter goedkeuring voorgelegd en zullen via Kiosk worden ingediend bij het departement Cultuur van Vlaanderen met het oog op een erkenning van pv BisCuit als Intergemeentelijke Samenwerkingsregio voor de periode van 2027-2032 in het kader van het Bovenlokaal cultuurdecreet (2024).
Juridisch kader
Artikel 387 tot en met 400 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt de
regelingen met betrekking tot intergemeentelijke samenwerking.
Artikel 401 tot en met 412 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt de
regelingen met betrekking tot een projectvereniging.
Bovenlokaal Cultuurdecreet van 8 maart 2024 (BS 22 april 2024)
Besluit van de Vlaamse regering van 26 april 2024 over het Bovenlokaal cultuurdecreet van 8 maart
2024 (BS 10 juli 2024)
Besluit college van burgemeester en schepenen van 2 februari 2026 met principiële goedkeuring "Verkenning intergemeentelijke samenwerking BisCuit: inspiratienota" en de goedkeuring voor de opmaak van een cultuurnota voor de aanvraag van het IGS statuut van Biscuit in het kader van het decreet op Bovenlokaal Cultuurbeleid 2024.
Besluit van de gemeenteraad van Brasschaat van 23 februari 2026 houdende de indiening van een erkenningsaanvraag voor de Intergemeentelijke Samenwerking pv BisCuit en de goedkeuring opmaak van een cultuurnota IGS BisCuit.
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn: indien de het aanvraagdossier door Vlaanderen wordt goedgekeurd dan zal dit voor de 12 deelnemende gemeentebesturen een budgetneutrale operatie zijn ten opzichte van de huidige inbreng in BisCuit en de UiTPAS regio 'Van Polder tot Kempen' 7.500 euro.
BESLUIT eenparig:
Art.1.- De gemeenteraad neemt kennis van en geeft goedkeuring aan de "Cultuurnota Biscuit - Aanvraag werkingssubsidies voor een intergemeentelijk samenwerkingsverband met een bovenlokale cultuurwerking"
Art.2.- De Cultuurnota zal voor 1 april worden ingediend in KIOSK als aanvraagdossier voor de erkenning van de IGS pv BisCuit als bovenlokale cultuurregio voor de periode 2027-2032.
32 Reglement Vorming in het Jeugdwerk. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Historiek
De gemeente Brasschaat wil het engagement en de competentieontwikkeling van jonge mensen in het jeugdwerk stimuleren. Vrijwillige jeugdwerkers spelen een cruciale rol in het organiseren van activiteiten voor jongeren, en kwaliteitsvolle vorming draagt bij tot een veilige, inclusieve en pedagogisch verantwoorde werking. Bij de start van de nieuwe legislatuur zijn er meerdere elementen die aanleiding geven tot een herziening van dit reglement.
● Sinds 2019 bedraagt de maximale toelage voor vorming €100. Dit bedrag bleef ongewijzigd, terwijl de gemiddelde dagprijs van cursussen steeg van €23 in 2020 naar €31 in 2025. Bij meerdaagse kadervormingen bedraagt de gemiddelde dagprijs inmiddels €35.
Door deze prijsstijgingen is de eigen bijdrage van jongeren voor meerdaagse kadervormingen (animator, hoofdanimator) gestegen van €54 in 2020 naar €109 in 2025.
● De jeugddienst doet momenteel een optimalisatieoefening voor alle reglementen met het oog op integratie van de diverse types projecttoelage.
● De jeugddienst wil inzetten op meer efficiëntie en alle reglementen volgens eenzelfde sjabloon opmaken en agenderen.
● De huidige reglementen worden deze legislatuur gedigitaliseerd.
De jeugddienst zet de toelagereglementen waar mogelijk in als instrumenten om doelstellingen acties uit het meerjarenplan te bereiken.
● BD 2.1 We versterken onze dienstverlening
○ 02.01.02 We bieden kwalitatieve, digitale en toegankelijke dienstverlening aan.
■ 02.01.02.02 We digitaliseren het proces voor de aanvraag en toekenning van subsidies
● BD 3.3 We stimuleren ontmoeten en beleven in Brasschaat
○ 03.03.02 We nemen een regierol op inzake vrijetijdsbeleving
○ 03.03.04 We voorzien een ruim, toegankelijk en betaalbaar vrijetijdsaanbod voor alle doelgroepen
● BD 3.1 We bevorderen en ondersteunen het fysiek en mentaal welzijn van iedereen
○ 03.01.04 We ondersteunen de verenigingen financieel, administratief, logistiek en promotioneel
■ 03.01.04.02 We passen jaarlijks minimum 1 subsidiereglement aan de actuele noden van de verenigingen aan
Aanpassingen
● In het voorstel wordt een onderscheid gemaakt tussen kadervorming en andere vormingen:
○ Kadervorming is decretaal geregeld en omvat een intensieve theoretische cursus (50-55 uur) en 50 uur stage, meestal georganiseerd als een zesdaagse of twee weekends met overnachting.
○ Andere vormingen zijn korter en situeren zich in diverse contexten (bv. EHBO, koepelvorming).
● Voor kadervorming wordt een hogere tussenkomst voorzien (75% van de deelnameprijs, max. €250) om de hoge kostprijs te compenseren.
Voor andere erkende vormingen blijft de tussenkomst 100%, met een maximum van €100.
● De mogelijkheid voor verenigingen om zelf vormingen of pedagogische trajecten te organiseren blijft bestaan, maar wordt geïntegreerd in het reglement jeugdinitiatieven en -projecten om administratieve eenvoud te creëren.
● Het reglement wordt opgebouwd volgens een uniform sjabloon en het proces zo veel mogelijk gedigitaliseerd.
Juridisch kader
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Toelage kadervorming – verlenging
● Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 over de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen
● Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad)
● Decreet van 23 november 2023 betreffende het jeugd- en kinderrechtenbeleid en de ondersteuning van het jeugdwerk
Adviezen
Jeugdraad: positief advies
Juridische dienst: positief advies
Financiële dienst: positief advies
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 3 500 euro, btw inbegrepen (jaarlijks en geïndexeerd) |
Budgetsleutel | 075001/64910000 – Toelage kadervorming |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 - 2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Hecht goedkeuring aan het toelagereglement voor Vorming in het jeugdwerk voor de dienstjaren 2026-2031 als volgt:
Art. 1. Doelstelling
De gemeente Brasschaat verleent voor de dienstjaren 2026-2031 toelagen ter ondersteuning van erkende vorming in het jeugdwerk voor jongeren.
Het doel is om vrijwillige jeugdwerkers te stimuleren zich te vormen en competenties op te bouwen. De toelage geldt voor:
● Kadervorming: erkende cursussen die leiden tot een attest animator, hoofdanimator of instructeur.
● Andere vormingen: door erkende organisaties die leiden tot een deelnameattest.
Art. 2. Definities
● Vorming voor jeugdwerk: de pedagogische, de technische en geprogrammeerde vorming en vervolmaking van (toekomstige) jeugdwerkers, leider/leidster; monitor; animator; bestuursleden met het oog op de animatie en de begeleiding van kinderen en jongeren.
● Kadervorming: erkende vormingstrajecten zoals omschreven in het decreet Jeugd- en kinderrechtenbeleid. Dit omvat een theoretische cursus van 50 tot 55 uur en 50 uur stage, binnen vastgelegde competenties en regels.
Wanneer afgerond leiden zij tot een attest animator, hoofdanimator of instructeur in het jeugdwerk.
● Organisatie erkend voor het geven van vorming: organisatie erkend door het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 3. Budget
De toelagen worden toegekend binnen de perken van het gemeentebudget en conform het meerjarenplan. Aanpassingen aan het meerjarenplan kunnen aanleiding geven tot een gewijzigd budget en de daaraan gekoppelde toelagen.
Art. 4.- Mogelijke aanvragers en voorwaarden
De cursist:
● Leeftijd: 14 tot 30 jaar.
● Gedomicilieerd in Brasschaat of actief in een Brasschaatse jeugdvereniging (mits bewijs van eigen gemeente dat geen toelage kan worden aangevraagd).
De aanvrager:
● De cursist zelf.
● Bij een minderjarige cursist: een ouder of voogd.
● De jeugdwerking, indien zij instaan voor de kosten van de vorming.
De vorming of cursus
● Het betreft een vorming voor jeugdwerk of kadervorming zoals bepaald in artikel 2.
● Minimumduur: 4 uur effectieve vorming.
● Enkel vormingen die erkend zijn door het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse Gemeenschap komen in aanmerking.
Art. 5.- Samenstelling toelage (bedrag)
● Kadervorming (animator, hoofdanimator, instructeur):
○ 75% van de werkelijk betaalde deelnameprijs, max. €250.
● Andere erkende vormingen:
○ 100% van de werkelijk betaalde deelnameprijs, max. €100
Het maximumbedrag wordt op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.
Art. 6. Aanvraagprocedure
● Indieningstermijn: binnen 6 maanden na het beëindigen van de (volledige) cursus.
● Indieningswijze: via het online formulier op de website van gemeente Brasschaat.
● Aanvrager: de cursist zelf, ouder of voogd of de Brasschaatse jeugdvereniging die de kosten heeft gedragen.
● Verplichte gegevens en bijlagen:
○ Naam, adres, geboortedatum, van de cursist.
○ Naam, adres, geboortedatum, rijksregisternummer van de aanvrager of de gegevens van de aanvragende vereniging.
○ Bankrekeningnummer van de ontvanger.
○ Attest van de organisator met:
■ Bevestiging dat de cursus voldoet aan de voorwaarden.
■ Betaald bedrag, plaats, data, onderwerp, eventueel behaalde brevet.
○ Voor niet-Brasschaatse jongeren:
■ Bewijs van eigen gemeente (geen toelage).
■ Bewijs van actieve inzet in Brasschaatse vereniging.
Art. 7. Toekenningsprocedure
● Beoordeling door de jeugddienst op volledigheid en voorwaarden.
● Aanvragen moeten uiterlijk op 15 november van het begrotingsjaar ingediend zijn voor uitbetaling in dat begrotingsjaar.
Art. 8. Uitbetaling
Uitbetaling gebeurt twee keer per jaar (juni en december) op het rekeningnummer van de aanvrager.
Art. 9. Controle en sancties
De gemeente behoudt zich het recht voor om controles uit te voeren. Wanneer het gemeentebestuur of de administratie bijkomende gegevens vraagt, worden deze binnen de twee weken bezorgd.
Bij misbruik of niet-naleving kan de toelage worden ingehouden of teruggevorderd en kan uitsluiting voor 1 jaar volgen.
Art. 10.- GDPR
De jeugddienst van de gemeente Brasschaat verwerkt je persoonsgegevens voor haar dienstverlening/activiteiten. Dit is bijv. om jouw vragen te beantwoorden of om een inschrijving te verwerken … De jeugddienst bewaart je gegevens niet langer dan noodzakelijk voor deze doelen. Met partijen die namens ons gegevens verwerken, verwachten wij dat zij dit met de nodige zorgvuldigheid doen. Deze partijen mogen deze gegevens niet voor eigen doeleinden gebruiken en moeten voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Je hebt het recht om je gegevens in te zien, te corrigeren of te verwijderen. Bij vragen over je privacy of om je GDPR-rechten uit te oefenen, kan je contact opnemen met de DPO via privacy@brasschaat.be
Art. 11.- Staatssteun
De in dit reglement bedoelde subsidie wordt uitsluitend toegekend ter ondersteuning van activiteiten die een louter lokaal karakter hebben en die in hoofdzaak gericht zijn op de inwoners van de gemeente Brasschaat. De subsidie wordt niet toegekend aan organisaties die op structurele wijze actief zijn buiten het grondgebied van de gemeente Brasschaat of die hun activiteiten richten op een ruimer dan louter lokaal publiek. Op basis van het voorgaande wordt vastgesteld dat de in dit reglement bedoelde subsidie geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Art. 12.- Opheffen vorige versie(s)
Dit reglement vervangt het reglement kadervorming goedgekeurd op de gemeenteraad van 31 maart 2025.
Art. 13. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke communicatiekanalen.
33 Reglement Jeugdinitiatieven. Goedkeuring. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Historiek
Het huidige reglement jeugdinitiatieven wordt al zeker sinds 2016 toegepast voor jongeren en jeugdverenigingen in Brasschaat.
Bij de start van deze nieuwe legislatuur zijn er meerdere elementen die aanleiding geven tot een grondige herziening van dit reglement.
● Door verschillende gebeurtenissen in de laatste jaren zoals COVID, de sluiting van de Ruiterhal en een lichte terugval van de jeugdhuiswerking is de toelage in de huidige vorm de voorbije jaren onderbenut gebleven. Een herziening dringt zich op.
● De jeugddienst doet momenteel een optimalisatieoefening voor alle reglementen met het oog op integratie van de diverse types projecttoelage.
● De jeugddienst wil inzetten op meer efficiëntie en alle reglementen volgens eenzelfde sjabloon opmaken en agenderen.
● De huidige reglementen worden deze legislatuur gedigitaliseerd.
De jeugddienst zet de toelagereglementen waar mogelijk in als instrumenten om doelstellingen acties uit het meerjarenplan te bereiken.
● BD 2.1 We versterken onze dienstverlening
○ 02.01.02 We bieden kwalitatieve, digitale en toegankelijke dienstverlening aan.
■ 02.01.02.02 We digitaliseren het proces voor de aanvraag en toekenning van subsidies
● BD 3.1 We bevorderen en ondersteunen het fysiek en mentaal welzijn van iedereen
○ 03.01.04 We ondersteunen de verenigingen financieel, administratief, logistiek en promotioneel
■ 03.01.04.02 We passen jaarlijks minimum 1 subsidiereglement aan de actuele noden van de verenigingen aan
● BD 3.3 We stimuleren ontmoeten en beleven in Brasschaat
○ 03.03.02 We nemen een regierol op inzake vrijetijdsbeleving
■ 03.03.02.03 We promoten en ondersteunen de organisatie van jongerenfuiven en/of een tienerfestival door derden
■ 03.03.02.04 We zoeken een partner om minstens één alcoholvrije jongerenfuif (-15 jaar) per jaar te organiseren
○ 03.03.04 We voorzien een ruim, toegankelijk en betaalbaar vrijetijdsaanbod voor alle doelgroepen
Aanpassingen en motivering
Momenteel wordt de betoelaging van projecten versnipperd behandeld in verschillende reglementen waardoor het overzicht zoek is. De diverse projecttoelages worden vaak niet optimaal benut. Het gaat concreet om
● Integratie in het jeugdwerk: projecten ter bevordering van integratie kansarme jeugd.
● Werkingstoelage jeugdverenigingen: projecten rond de SDG’s.
● Kadervorming: vormingen of educatieve projecten.
● Jeugdinitiatieven en samenwerking verenigingen.
Door de betoelaging van initiatieven en projecten onder te brengen in één enkel reglement wordt de aanvraag ervan eenvoudiger, overzichtelijker en toegankelijker en kan de behandeling van de aanvragen op een uniforme manier gebeuren.
We hanteren een ruime definitie om een breed scala aan creatieve ideeën een kans te geven.
Daarnaast stelt de dienst een verhoging van het maximumbedrag van €500 naar €1.000 per initiatief voor. Op die manier wordt tegemoet gekomen aan de stijgende kosten (SABAM, security, vergunningen, enz.).
Om de werkbaarheid en duidelijkheid te verbeteren werken we met een sjabloon met een opbouw die het zoeken van bepaalde informatie vergemakkelijkt. In de procedures houden we waar mogelijk rekening met een efficiënte digitale workflow.
Juridisch kader
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Toelagereglement jeugdinitiatieven en projecten – verlenging
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Toelagereglement integratie kansarme jeugd - verlenging
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Toelage kadervorming – verlenging
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Werkingstoelage jeugdverenigingen – verlenging
● Decreet over het jeugd- en kinderrechtenbeleid en de ondersteuning van het jeugdwerk van 23 november 2023
● Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.
● Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheden van de gemeenteraad)
Adviezen
Jeugdraad: positief advies
Juridische dienst: positief advies
Financiële dienst: positief advies
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn:
Kost | 5 000 euro, btw inbegrepen (jaarlijks en geïndexeerd) |
Budgetsleutel | 075001/64930110 Toelage jeugdinitiatieven en -projecten |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 - 2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Hecht goedkeuring aan het toelagereglement voor jeugdinitiatieven voor de dienstjaren 2026-2031 als volgt:
Art.1.- Doelstelling
De gemeente Brasschaat verleent voor de dienstjaren 2026-2031 toelagen ter ondersteuning van jeugdinitiatieven en -projecten die bijdragen aan een duurzame, inclusieve en verbindende samenleving. De toelage is bedoeld voor projecten die georganiseerd worden door jongeren voor kinderen en jongeren
Art. 2. Definities
● Jeugdinitiatief of -project: een tijdelijk project met een duidelijk begin en einde, zonder winstoogmerk, georganiseerd door jongeren en open voor andere jongeren of het bredere publiek.
● Geografische beperking: de aanvrager is gedomicilieerd in Brasschaat en/of het project vindt plaats op het grondgebied van Brasschaat.
● Doelpubliek kinderen en jongeren: alle personen tot 25 jaar.
● Aanvrager: jongeren tussen 18 en 25 jaar.
Art. 3.- Budget
De toelagen worden toegekend binnen de perken van het gemeentebudget en conform het meerjarenplan. Aanpassingen aan het meerjarenplan kunnen aanleiding geven tot een gewijzigd budget en de daaraan gekoppelde toelagen.
Art. 4. Mogelijke aanvragers en voorwaarden
● Leeftijd: 18 tot 25 jaar op het moment van de aanvraag.
Indien het project wordt georganiseerd door één of meer minderjarigen wordt de toelage aangevraagd door meerderjarige verantwoordelijken voor het project die gevolmachtigd worden om de subsidie in ontvangst te nemen. Zij
○ handelen namens en voor rekening van de minderjarige(n) voor de volledige aanvraag, uitvoering en financiële afhandeling van het project;
○ zijn bevoegd om alle correspondentie te voeren met de gemeente;
○ zijn gemachtigd om de toelage te ontvangen op het door hen opgegeven rekeningnummer.
● Het initiatief:
○ Heeft een duidelijk omschreven begin en einde.
○ Is tijdelijk en projectmatig.
○ Is zonder winstoogmerk.
○ Is gericht op kinderen en jongeren en georganiseerd door jongeren.
○ Draagt bij aan minstens één van de pijlers: duurzaamheid, gemeenschapsvorming of inclusie.
● Structurele of reguliere werking komt niet in aanmerking.
● Taalvoorwaarde:
○ Alle gegevens i.v.m. erkenning en subsidiëring zijn beschikbaar in het Nederlands.
○ Het belang van het gebruik van het Nederlands bij uitvoering wordt erkend.
● De aanvragers verbinden zich ertoe:
○ Het project uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag;
○ Het logo van de gemeente Brasschaat te vermelden op publicaties en promotie;
○ De jeugddienst op de hoogte te houden van eventuele wijzigingen in uitvoering of planning of de vroegtijdige stopzetting
Art. 5. Samenstelling toelage (bedrag)
● Maximumbedrag per initiatief: €1.000.
● Gemeentelijke tussenkomst: maximaal 80% van de totale projectkosten.
● Uitbetaling in twee schijven:
○ Indien aangevraagd: voorschot van max. 50% na goedkeuring.
○ Restbedrag na eindverslag en goedkeuring van de financiële afrekening.
Komen niet in aanmerking voor deze toelage:
● Structurele werkingskosten.
● Vergoeding aan initiatiefnemers of leden.
● Aankoop van duurzaam materiaal (bv. laptops, meubilair).
● Alcoholische dranken en catering.
● Commerciële of winstgerichte activiteiten.
Het maximumbedrag wordt op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.
Art. 6. Aanvraagprocedure
● Indieningswijze: via het officiële aanvraagformulier.
● Verplichte bijlagen:
○ Informatie over de aanvrager.
○ Beschrijving van het initiatief.
○ Doelstellingen en doelgroep.
○ Begroting (inkomsten/uitgaven).
■ Inclusief de hoogte en aanwending van de aangevraagde toelage.
○ Gegevens van initiatiefnemers.
○ Planning van uitvoering.
● Deadline: minstens één week vóór aanvang van het initiatief.
● Het gemeentebestuur brengt de aanvrager op de hoogte van de toegekende toelage, uiterlijk binnen zes weken na indiening van een volledig dossier.
Art. 7. Toekenningsprocedure
● De jeugddienst beoordeelt op voorwaarden, volledigheid en inhoud.
● De jeugdraad geeft advies op de dossiers. Indien er geen algemene vergadering tijdig gepland is, kunnen het dagelijks bestuur en/of de werkgroep Hoofdleiding ook, indien nodig digitaal, geconsulteerd worden.
● De beoordeling en eindbeslissing over de ingediende dossiers wordt genomen door het college van burgemeester en schepenen, op basis van het advies van de bevoegde gemeentelijke diensten.
● Uiterlijk 8 weken na afloop van het initiatief dient volgens het voorziene formulier een inhoudelijk verslag, een financiële afrekening met bewijsstukken en eventueel beeldmateriaal te worden ingediend.
Art. 8. Uitbetaling
Uitbetaling op rekening van de aanvrager:
● Voorschot na goedkeuring.
● Saldo uiterlijk 4 weken na indiening van volledig inhoudelijk verslag, financiële afrekening en bewijsstukken.
Art. 9. Controle en sancties
De gemeente behoudt zich het recht voor om controles uit te voeren. Wanneer het gemeentebestuur of de administratie bijkomende gegevens vraagt, bezorgt de aanvrager die binnen de twee weken.
Bij misbruik of niet-naleving kan de toelage worden ingehouden of teruggevorderd en kan uitsluiting voor 1 jaar volgen.
Art. 10.- GDPR
De jeugddienst van de gemeente Brasschaat verwerkt je persoonsgegevens voor haar dienstverlening/activiteiten. Dit is bijvoorbeeld om jouw vragen te beantwoorden of om een inschrijving te verwerken,... De jeugddienst bewaart je gegevens niet langer dan noodzakelijk voor deze doelen. Met partijen die namens ons gegevens verwerken, verwachten wij dat zij dit met de nodige zorgvuldigheid doen. Deze partijen mogen deze gegevens niet voor eigen doeleinden gebruiken en moeten voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Je hebt het recht om je gegevens in te zien, te corrigeren of te verwijderen. Bij vragen over je privacy of om je GDPR-rechten uit te oefenen, kan je contact opnemen met de DPO via privacy@brasschaat.be.
Art. 11.- Staatssteun
De in dit reglement bedoelde subsidie wordt uitsluitend toegekend ter ondersteuning van activiteiten die een louter lokaal karakter hebben en die in hoofdzaak gericht zijn op de inwoners van de gemeente Brasschaat. De subsidie wordt niet toegekend aan organisaties die op structurele wijze actief zijn buiten het grondgebied van de gemeente Brasschaat of die hun activiteiten richten op een ruimer dan louter lokaal publiek. Op basis van het voorgaande wordt vastgesteld dat de in dit reglement bedoelde subsidie geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Art. 11. Opheffen vorige versie(s)
Dit reglement vervangt het toelagereglement jeugdinitiatieven en -projecten goedgekeurd op de Gemeenteraad van 31 maart 2025:
Art. 13.- Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke communicatiekanalen
34 Reglement Werking jeugdverenigingen - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
De gemeente Brasschaat hecht belang aan een ruim aanbod van kwalitatieve jeugdwerking en ondersteunt al vele jaren de verschillende initiatieven rond jeugdwerking. Het voorzien van toelagen is hierbij een belangrijke pijler.
Het reglement werkingstoelage jeugdverenigingen voorziet in financiële ondersteuning voor de algemene werkingskosten en werd in 2021 grondig herzien met de focus op kwaliteitscriteria.
Bij de start van de nieuwe legislatuur zijn er meerdere elementen die aanleiding geven tot een herziening van dit reglement.
● De jeugddienst doet momenteel een optimalisatieoefening voor alle reglementen met het oog op integratie van de diverse types projecttoelage.
● De jeugddienst wil inzetten op meer efficiëntie en alle reglementen volgens eenzelfde sjabloon opmaken en agenderen.
● De huidige reglementen worden deze legislatuur gedigitaliseerd.
Daarnaast worden enkele criteria toegevoegd met het oog op de doelstellingen van het meerjarenplan.
● BD 2.1 We versterken onze dienstverlening
○ 02.01.02 We bieden kwalitatieve, digitale en toegankelijke dienstverlening aan.
■ 02.01.02.02 We digitaliseren het proces voor de aanvraag en toekenning van subsidies
■ 02.01.02.06 We motiveren verenigingen om het verenigingsregister als enige databank up to date te houden
● BD 3.1 We bevorderen en ondersteunen het fysiek en mentaal welzijn van iedereen
○ 03.01.04 We ondersteunen de verenigingen financieel, administratief, logistiek en promotioneel
■ 03.01.04.01 Alle lokalen van jeugdverenigingen hebben tegen 2031 een brandveiligheidsattest PTI
■ 03.01.04.02 We passen jaarlijks minimum 1 subsidiereglement aan de actuele noden van de verenigingen aan
● BD 3.3 We stimuleren ontmoeten en beleven in Brasschaat
○ 03.03.02 We nemen een regierol op inzake vrijetijdsbeleving
○ 03.03.04 We voorzien een ruim, toegankelijk en betaalbaar vrijetijdsaanbod voor alle doelgroepen
■ 03.03.04.03 We breiden de UitPas werking uit en streven ernaar dat jaarlijks 2 nieuwe verenigingen instappen
Aanpassingen
● Het onderdeel Thematoelage werkt in de praktijk niet. Hier was 10 % van het budget voor uitgetrokken. Dit is geen enkele jaar volledig benut. We kiezen ervoor projecten rond SDG’s te schrappen en deze mee op te nemen in het reglement “Toelage jeugdinitiatieven en -projecten.
● Het reglement “Toelage integratie kansarme jeugd” komt volledig te vervallen. Dit werd zelden aangevraagd. Daarnaast wordt dit steeds moeilijker te berekenen door de UitPas en de systemen van grote koepels. We kiezen ervoor in de nieuwe versie van het reglement de deelname van de vereniging aan dergelijk systeem te belonen en ook punten toe te kennen indien er leden zijn die gebruik maken van het systeem.
● De Checklist Brandveiligheid wordt een verplicht bewijsstuk. (Dit is een evaluatie instrument opgemaakt door brandweerzone Rand en de Ambrassade op maat van jeugdwerk.)
● Er wordt een extra punt voorzien als de verenigingen een evacuatieoefening doen mét leden/bezoekers.
● Er worden punten toegekend voor deelname aan gemeentelijke activiteiten (Dorpsdag, Buitenspeeldag, Dag van de Jeugdbeweging,…)
● Het nooit gebruikt onderdeel, waarbij 50% van de leiding in één jaar op cursus gaat, wordt geschrapt.
● We maken van de bewijsstukken een artikel zodat dit integraal onderdeel wordt van het reglement.
● We voegen aan artikel 4 toe dat verenigingen die voldoen aan de voorwaarden door gemeente Brasschaat erkend worden als jeugdwerk. Zo kunnen ze fiscale attesten Kinderopvang uitschrijven en komen ze in aanmerking voor toelagen en projecten van hogere overheden zoals bijvoorbeeld het gratis asbestattest via OVAM.
Juridisch kader
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Toelagereglement jeugdinitiatieven en projecten – verlenging
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Toelagereglement integratie kansarme jeugd - verlenging
● Besluit gemeenteraad 31 maart 2025: Werkingstoelage jeugdverenigingen – verlenging
● Decreet over het jeugd- en kinderrechtenbeleid en de ondersteuning van het jeugdwerk van 23 november 2023
● Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.
● Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad)
● Algemeen Politiereglement Brasschaat, gecoördineerde versie van 15 december 2025.
Adviezen
Jeugdraad: positief advies
Juridische dienst: positief advies
Financiële dienst: positief advies
Financiële gevolgen
De financiële gevolgen zijn.
Kost | 34 000 euro, btw inbegrepen (jaarlijks en geïndexeerd) |
Budgetsleutel | 0750/01/64930140 – Toelage jeugdverenigingen |
Budget/jaar | Exploitatie in 2026 - 2031 |
Krediet beschikbaar | Ja |
Visum financieel directeur | Niet van toepassing |
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Hecht goedkeuring aan het toelagereglement voor Werking Jeugdverenigingen voor de dienstjaren 2026 - 2031, als volgt:
Art.1.- Doelstelling
De gemeente Brasschaat verleent voor de dienstjaren 2026 - 2031 een werkingstoelage aan Brasschaatse jeugdverenigingen ter ondersteuning van hun algemene werking en kwaliteitsvolle activiteiten.
Art.2.- Definities
● Jeugdvereniging: overkoepelende benaming voor alle vormen van jeugdwerk zijnde jeugdbewegingen, jeugdhuizen, vakantiespeelpleinwerkingen, …
(Vlaamse definitie zoals gehanteerd door departement Jeugd, Cultuur & media)
● Jeugdwerk: sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd van 3 tot en met 30 jaar, in de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en ter bevordering van de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd die daaraan deelneemt op vrijwillige basis.
● Brasschaats jeugdwerk: jeugdverenigingen die zich op buurt- of gemeentelijk niveau organiseren binnen Brasschaat.
● Politieke jongerenorganisaties, koepels van landelijk erkende organisaties en sportverenigingen worden voor de toepassing van dit reglement niet beschouwd als vereniging voor jeugdwerk.
● Lid: opgenomen in ledenlijst en/of verzekeringspolis van de vereniging (inclusief begeleiding).
● Werkingsjaar: loopt van 1 september van het voorgaande jaar tot 31 augustus van het lopende jaar.
Art.3.- Budget
De toelagen worden toegekend binnen de perken van het gemeentebudget en conform het meerjarenplan. Aanpassingen aan het meerjarenplan kunnen leiden tot een gewijzigd budget en de daaraan gekoppelde toelagen.
Art.4.- Mogelijke aanvragers en voorwaarden
Verenigingen die voldoen aan onderstaande voorwaarden worden door het gemeentebestuur Brasschaat als jeugdwerk erkend. Zij kunnen deze toelage aanvragen.
● De vereniging is minimum 1 jaar als jeugdvereniging actief op het grondgebied van Brasschaat.
● De lokalen en maatschappelijke zetel of het werkingsadres zijn op het grondgebied van Brasschaat en de vereniging richt zich voornamelijk tot Brasschaatse kinderen en jongeren.
● De aanvrager zorgt ervoor dat alle gegevens die verband houden met de erkenning- en subsidiëringsvoorwaarden op de zetel voorhanden zijn in het Nederlands en hij stelt die ter beschikking voor toezicht door de administratie.
● De aanvrager erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
● De vereniging kan een minimumaantal van 10 verzekerde leden aantonen.
● De vereniging is aangesloten bij een Vlaamse jeugdfederatie, erkend door het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid.
● De jeugdvereniging is een vzw of een feitelijke vereniging, opgericht door een privéinitiatief, zonder beroepsdoeleinden of winstoogmerk.
● De vereniging heeft voor alle leden en begeleiders een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen afgesloten.
● De vereniging heeft, indien ze een eigen gebouw bezit, een brandverzekering afgesloten.
Art.5.- Samenstelling toelage
De beschikbare budget wordt verdeeld op basis van een puntenmatrix volgens drie categorieën. Het totale krediet wordt evenredig volgens de behaalde punten verdeeld.
5.1. Leden
Ledenaantal jeugdhuizen wordt niet meegeteld. Zij kunnen hier geen punten krijgen.
● Het aantal verzekerde leden
○ 10-50 leden = 3 punten
○ 51-100 leden = 6 punten
○ 101-150 leden = 9 punten
○ 151-200 leden = 12 punten
○ 201-300 leden = 15 punten
○ 301-400 leden = 18 punten
○ Meer dan 400 leden = 21 punten
● Bonus Brasschaatse leden
○ Meer dan 50 % Brasschaatse leden = 1 punt
○ Meer dan 75 % Brasschaatse leden = 2 punten
● Bonus inclusieve werking: personen met een beperking
○ Tot 5 leden met beperking = 1 punt
○ Meer dan 5 leden met beperking = 2 punten
● Bonus integratie: aantal leden met verminderd tarief voor lidgeld, kamp -en/of weekendgeld (UitPas of gelijkaardig systeem)
○ Structureel systeem verminderd tarief (vb. UitPas of koepel) = 1 punt
○ Tot 5 leden = 2 punten
○ 5 leden tot 10 leden = 3 punten
○ Meer dan 10 leden = 5 punten
5.2. Vorming begeleiding
● Het aantal begeleiders met een attest kadervorming in het jeugdwerk
○ Tot 25 % van de begeleiding heeft een animatorattest = 1 punten
○ 25-49 % van de begeleiding heeft een animatorattest = 2 punten
○ 50-75 % van de begeleiding heeft een animatorattest = 3 punten
○ Meer dan 75 % van de begeleiding heeft een animatorattest = 4 punten
● Bonus vorming
○ Uitvoeren van minstens één brand/evacuatieoefening met minstens 80 % van de leden en leiding (of op openingsavond bij een jeugdhuis) = 1 punt
○ De jeugdvereniging organiseerde zelf een vorming voor de begeleiding = 1 punt
○ 50 % van de begeleidingsploeg volgde een pedagogische vorming, anders dan attest animator (1 punt per vorming)
= max. 4 punten
○ Begeleider met een hoofdanimatorattest
(1 punt per hoofdanimatorattest) (exclusief jeugdhuizen)
= max. 5 punten
○ Voor jeugdhuizen: bestuurder die een meerdaags opleidingstraject rond jeugdhuiswerking volgt (1 punt per opleidingstraject)
= max. 5 punten
5.3. Kwalitatieve werking
§ 1. Alle verenigingen
Netwerking: verenigingen nemen deel aan ontmoetingsmomenten georganiseerd door hun koepels of andere momenten (bijvoorbeeld de jeugdraad) waar zij met andere jeugdverenigingen ideeën rond hun werking kunnen uitwisselen.
○ De vereniging neemt sporadisch (1 tot 5 keer/werkingsjaar) deel aan netwerkactiviteiten = 1 punt
○ De vereniging neemt structureel (+ 5 keer/werkingsjaar) deel aan netwerkactiviteiten = 2 punten
○ De vereniging neemt structureel (75 % aanwezigheid) deel aan de jeugdraad = 1 punt
○ De vereniging neemt structureel (75 % aanwezigheid) deel
aan het dagelijks bestuur van de jeugdraad = 1 punt
○ De vereniging neemt structureel (75 % aanwezigheid) deel
aan de hoofdleiding = 1 punt
○ De vereniging is vertegenwoordigd in een werkgroep van de jeugdraad = 1 punt
Netwerking: verenigingen nemen deel aan gemeentelijke activiteiten (Dorpsdag, dag van de Jeugdbeweging, Buitenspeeldag, …)
■ De vereniging neemt deel aan 1 activiteit = 1 punt
■ De vereniging neemt deel aan 2 activiteiten = 2 punten
■ De vereniging neemt deel aan 3 of meer activiteiten = 3 punten
§2. Enkel voor jeugdbewegingen
Jeugdbeweging jaarwerking
● Aantal weken dat er werking is voorzien voor de leden. Hierbij telt een ledenweekend als één dag. Volgende activiteiten tellen niet mee in de berekening: (leidingweekend, familiedagen, zomerkamp).
○ Tot 20 weken werking per jaar = 0 punten
○ 21 - 30 weken werking = 1 punt
○ 31 - 40 weken werking = 2 punten
○ Meer dan 40 weken werking = 3 punten
Jeugdbeweging zomerkampen
● Aantal verzekerde deelnemers op kamp
○ Tot 75 deelnemers = 1 punt
○ 76-100 deelnemers = 2 punten
○ 101-150 deelnemers = 3 punten
○ 151-200 deelnemers = 4 punten
○ Meer dan 200 deelnemers = 5 punten
§3. Enkel voor jeugdhuiswerking
Jeugdhuis activiteiten
● Het jeugdhuis heeft een open werking met activiteiten anders dan lokalenverhuur en doet er alles aan een zo groot en divers mogelijk publiek te bereiken
○ Tot 10 activiteiten per jaar = 1 punt
○ 11-20 activiteiten = 2 punten
○ Meer dan 20 activiteiten = 3 punten
● Kwaliteitsvolle activiteiten
○ Het jeugdhuis biedt jongeren de mogelijkheid om samen onder begeleiding een fuif of instuifcafé te organiseren (1 punt per activiteit)
= max. 3 punten
○ Het jeugdhuis biedt repetitieruimte aan = 1 punt
○ Het jeugdhuis zet samenwerkingsverbanden op met andere organisaties zoals bijvoorbeeld andere jeugdverenigingen, muziekschool, welzijnspartners, wijkwerking, … (1 punt per activiteit)
=max. 3 punten
§4. Enkel voor speelpleinwerkingen
Speelplein werking
● Capaciteit: max. aantal kinderen/dag aanwezig dit werkingsjaar
○ Tot 50 = 1 punt
○ 51-100 = 2 punten
○ 101-150 = 3 punten
○ 151-200 = 4 punten
○ Meer dan 200 = 5 punten
● Aantal volledige weken werking per jaar
○ Tot 5 weken werking = 1 punt
○ 6-10 weken werking = 2 punten
○ Meer dan 10 weken werking = 3 punten
● Kwaliteitsvolle werking, aantal weken een weekverantwoordelijke die het administratieve luik behartigt en het contact met ouders en gemeente onderhoudt.
○ 1 week = 2 punten
○ 2 weken = 4 punten
○ 3 weken = 6 punten
○ 4 weken = 8 punten
○ 5 weken = 10 punten
○ 6 weken = 12 punten
○ 7 weken = 14 punten
○ 8 weken = 16 punten
○ 9 weken = 18 punten
○ Meer dan 10 weken = 20 punten
● Kwaliteitsvolle werking
○ Jaarwerking monitoren (minimum 3 samenkomsten voor alle monitoren buiten de werkingsperiode) = 3 punten
○ Kleuterwerking = 2 punten
○ Tienerwerking +12jarigen = 2 punten
○ Open speelsysteem = 2 punten
○ Themawerking =2 punten
● Kwaliteitsvolle buitenruimte
○ Speelgroen = 1 punt
○ Beschutting zon = 1 punt
○ Sportterrein = 1 punt
● Kwaliteitsvolle binnenruimte
○ Rustige snoezelhoek = 1 punt
○ Leeshoek = 1 punt
Art.6.- Aanvraagprocedure
§ 1. Aanvraag
De aanvraag wordt na afloop van het werkingsjaar ingediend, uiterlijk op 30 september, via het digitaal aanvraagformulier op de website.
§ 2. Bewijsstukken
Er is een onderscheid in verplichte bewijsstukken en degenen die jaarlijks via loting aan 20 % van de verenigingen worden opgevraagd. Jaarlijks worden verenigingen geloot die alle bewijsstukken moeten binnenbrengen. De loting gebeurt na indiening van de aanvragen en uiterlijk voor 31 oktober. De jeugdverenigingen bezorgen hun bewijsstukken voor 20 november aan de jeugddienst.
Bij het laattijdig indienen van de bewijsstukken, nadat de loting voor heeft plaatsgevonden, zal de betrokken jeugdvereniging de gevraagde bewijsstukken die behoren tot de loting moeten indienen, onafhankelijk van de loting.
Daarnaast kan het gemeentebestuur op elk moment een vereniging bijkomend om voorlegging van bewijsstukken vragen.
Standaard: jaarlijks verplicht voor iedereen
● Lijst verzekerde leden met inbegrip van adressen (niet voor jeugdhuiswerking)
● Voor jeugdhuiswerking: bewijs activiteiten (promo, evenementaanvraag, foto, …)
● Plaatsbezoek van de jeugddienst aan de speelpleinwerking in de Paasvakantie en/of de zomervakantie
● Bewijs van aansluiting bij Vlaamse jeugdfederatie erkend door het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid
● Bewijs dat de vereniging voor alle leden en begeleiders een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen heeft afgesloten;
○ Bewijsstuk: kopie polis of verklaring van de jeugdfederatie
● Bewijs dat voor het gebouw waarin de vereniging zit, een brandverzekering afgesloten is
○ Bewijsstuk: kopie polis of verklaring van de jeugdfederatie/eigenaar
● Bezorgen van de checklist brandveiligheid opgesteld door Ambrassade
● Evacuatieoefening uitvoeren, de datum waarop dit plaatsvindt moet op voorhand gemeld worden aan de jeugddienst
Na loting of op vraag gemeentebestuur
● (Hoofd)animatorattesten van begeleiding.
● Deelnamebewijzen animatorcursussen begeleiding.
● Deelnamebewijzen leiding, factuur of verklaring van lesgever zelf georganiseerde vorming.
● Deelnamebewijs opleidingstraject jeugdhuizen.
● Verklaring koepel-jeugdwerkstructuur van deelname aan overlegmomenten.
● Aantal verzekerde leden op kamp.
● Programmaboekje, kalender of dergelijke om het aantal werkingsweken te bewijzen.
● Alle andere stukken die nodig worden geacht.
Art.7.- Toekenningsprocedure
● De jeugddienst beoordeelt de aanvragen op voorwaarden, volledigheid, bewijsstukken,…en bereidt de berekening van de werkingstoelages voor.
● Na advies van jeugdraad stelt het college van burgemeester en schepenen de bedragen definitief vast.
● Indien er geen algemene vergadering tijdig gepland is, kunnen het dagelijks bestuur of de werkgroep Hoofdleiding ook digitaal geconsulteerd worden.
Art.8.- Uitbetaling
Uitbetaling gebeurt op het rekeningnummer van de verenigingen en ten laatste op 31 december van het kalenderjaar waarin de aanvraag gebeurde.
Art.9.- Controle en sancties
De gemeente behoudt zich het recht voor om controles uit te voeren. Wanneer het gemeentebestuur of de administratie bijkomende gegevens vraagt, bezorgt de jeugdvereniging die binnen de twee weken. Bij misbruik, niet-naleving of ontbrekende bewijsstukken kan de toelage worden ingehouden of teruggevorderd en kan uitsluiting voor 1 jaar volgen.
Art.10.- GDPR
De jeugddienst van de gemeente Brasschaat verwerkt je persoonsgegevens voor haar dienstverlening/activiteiten. Dit is bijvoorbeeld om jouw vragen te beantwoorden of om een inschrijving te verwerken,... De jeugddienst bewaart je gegevens niet langer dan noodzakelijk voor deze doelen. Met partijen die namens ons gegevens verwerken, verwachten wij dat zij dit met de nodige zorgvuldigheid doen. Deze partijen mogen deze gegevens niet voor eigen doeleinden gebruiken en moeten voldoen aan de wettelijke verplichtingen. Je hebt het recht om je gegevens in te zien, te corrigeren of te verwijderen. Bij vragen over je privacy of om je GDPR-rechten uit te oefenen, kan je contact opnemen met de DPO via privacy@brasschaat.be.
Art.11.- Staatssteun
De in dit reglement bedoelde subsidie wordt uitsluitend toegekend ter ondersteuning van activiteiten die een louter lokaal karakter hebben en die in hoofdzaak gericht zijn op de inwoners van de gemeente Brasschaat. De subsidie wordt niet toegekend aan organisaties die op structurele wijze actief zijn buiten het grondgebied van de gemeente Brasschaat of die hun activiteiten richten op een ruimer dan louter lokaal publiek. Op basis van het voorgaande wordt vastgesteld dat de in dit reglement bedoelde subsidie geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Art. 12.- Opheffen vorige versie(s)
Dit reglement vervangt het reglement werkingstoelage jeugdverenigingen goedgekeurd op de gemeenteraad van 31 maart 2025. Dit reglement vervangt het reglement integratie in het jeugdwerk goedgekeurd op de gemeenteraad van 31 maart 2025.
Art.13.- Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en wordt bekendgemaakt via gemeentelijke communicatiekanalen.
35 Reglement Jeugdinfrastructuur. - GOEDGEKEURD
Beslissing
Feiten en motivering
Om de veiligheid van kinderen, jongeren en vrijwilligers te waarborgen, wordt prioriteit gegeven aan projecten die (brand)veiligheid verbeteren. Dit is een bewuste keuze, gezien het cruciale belang van preventie. Bij de start van deze nieuwe legislatuur zijn er meerdere elementen die aanleiding geven tot een grondige herziening van dit reglement.
● De jeugddienst doet momenteel een optimalisatieoefening betreffende alle reglementen.
● De jeugddienst wil alle reglementen volgens eenzelfde sjabloon op te bouwen en te agenderen omwille van efficiëntie.
● De reglementen worden deze legislatuur gedigitaliseerd.
De huidige stand van zaken rond veilige jeugdlokalen toont aan dat er nog stappen nodig zijn om te voldoen aan de vereiste normen inzake brandveiligheid en gezondheid (zoals brandkeuringsverslagen, asbestattesten, enz.). Er is een inhaalbeweging nodig om deze werkpunten op te lossen.
Daarnaast stellen we vast dat veel verenigingen niet over de financiële draagkracht beschikken om grote renovatieprojecten in één keer uit te voeren. Daarom wordt gekozen voor een beleid dat jaarlijkse, haalbare stappen mogelijk maakt. Zo kunnen verenigingen op een haalbare manier blijven investeren in de veiligheid van hun lokalen.
Het nieuwe voorstel behoudt de opdeling in reguliere werken, dringende werken en grote projecten uit het vorige. Door echter bij de reguliere werken een extra opdeling te maken, kunnen we het budget gerichter inzetten op veiligheid.
1. Reguliere werken
● Veiligheidswerken – brandveiligheid, keuringen, asbest, noodzakelijke ingrepen
100 % van de werken, max. €10.000
● Onderhoudswerken– herstel, vernieuwing, toegankelijkheid, kleine renovaties
75 %, max. €7.500
● Verfraaiing & duurzaamheid – esthetiek, energie-efficiënte, milieumaatregelen
50 %, max. €7.500
2. Dringende werken
● Onvoorziene schade die veiligheid of werking bedreigt 100 %, max. €5.000
3. Grote projecten
● Uitzonderlijke bouw of zware verbouwing max. 1/3 van netto-kost
Met het voorstel werkt ons bestuur verder aan het behalen van volgende doelstellingen in het meerjarenplan
● BD 2.1 We versterken onze dienstverlening
○ 02.01.02 We bieden kwalitatieve, digitale en toegankelijke dienstverlening aan.
■ 02.01.02.02 We digitaliseren het proces voor de aanvraag en toekenning van subsidies
● BD 3.1 We bevorderen en ondersteunen het fysiek en mentaal welzijn van iedereen
○ 03.01.04 We ondersteunen de verenigingen financieel, administratief, logistiek en promotioneel
■ 03.01.04.01 Alle lokalen van jeugdverenigingen hebben tegen 2031 een brandveiligheidsattest PTI
■ 03.01.04.02 We passen jaarlijks minimum 1 subsidiereglement aan de actuele noden van de verenigingen aan
● BD 3.3 We stimuleren ontmoeten en beleven in Brasschaat
○ 03.03.04 We voorzien een ruim, toegankelijk en betaalbaar vrijetijdsaanbod voor alle doelgroepen
○ 03.03.05 Brasschaat zet verder in op het gedeeld en multifunctioneel gebruik van infrastructuur
■ 03.03.05.08 We werken in 2026 een 12-jarenplan uit rond de renovatie van de jeugdlokalen
Juridisch kader
Besluit 31 maart 2025: Investeringstoelage jeugdinfrastructuur voor de bouw en verbouwing van infrastructuur van Brasschaatse verenigingen voor jeugdwerk – verlenging.
Gemeenteraadsbesluit van 26 mei 2025 - Algemeen politiereglement van de gemeente Brasschaat - gecoördineerde versie
Hoofdstuk 7-Maatregelen tot het voorkomen en bestrijden van brand in publiek toegankelijke inrichtingen
Decreet lokaal Bestuur van 22 december 2017 art 41 lid 2,23° (het vaststellen van de gemeentelijke toelagen en de voorwaarden voor de besteding ervan, is een exclusieve niet-delegeerbare bevoegdheid van de gemeenteraad)
Decreet over het jeugd- en kinderrechtenbeleid en de ondersteuning van het jeugdwerk van 23 november 2023
Gemeenteraadsbesluit van 26 januari 1984 inzake de toepassing van de wet van 14 november 1983 inzake de controle op de toekenning en aanwending van gemeentelijke toelagen.
Vlaamse stedenbouwkundige verordening voor toegankelijkheid van 5 juni 2009
Gemeenteraadsbesluit van 29 juni 2020: Definitie dagelijks bestuur. Bepaling Visumgrenzen.
Adviezen
Jeugdraad: positief advies
Juridische dienst: positief advies met blijvende bezorgdheid rond betoelagen van kosten die contractueel/wettelijk gedragen moeten worden door eigenaar gebouw.
Deze bezorgdheid werd besproken op het CBS van 9/02/2026 en werd beslist om de termijn van een overeenkomst voor minstens 20 jaar op te leggen of te werken met een afschrijvingstabel.
TC/patrimonium-gebouwen: positief advies
Financiële dienst: positief advies
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
Kost | 52 630 euro, btw inbegrepen (jaarlijks en geïndexeerd)) | ||
Budgetsleutel | 0752/01/66400000 – Subsidies jeugdwerkinfrastructuur
| ||
Budget/jaar | investering in 2026-2031 | ||
Krediet beschikbaar | Ja | ||
Visum financieel directeur | Niet van toepassing | ||
BESLUIT eenparig:
Art.1.- Hecht goedkeuring aan het toelagereglement Jeugdinfrastructuur voor de dienstjaren 2026-2031 als volgt:
Art.1.- Doelstelling
De gemeente Brasschaat verleent voor de dienstjaren 2026-2031 een investeringstoelage aan Brasschaatse jeugdverenigingen ter ondersteuning voor de bouw of verbouwing van infrastructuur van Brasschaatse verenigingen voor jeugdwerk.
Art.2.- Definities
● Brasschaatse vereniging voor jeugdwerk: elke vereniging die minstens één jaar onafgebroken een adres of hoofdzetel heeft op het grondgebied van de gemeente Brasschaat (lokalen of speelterrein in Brasschaat) en die aangesloten is bij een federatie, erkend door de Afdeling Jeugd van de Vlaamse Gemeenschap.
Politieke jongerenorganisaties, koepels van landelijk erkende organisaties en sportverenigingen worden voor de toepassing van dit reglement niet beschouwd als vereniging voor jeugdwerk.
● Ondersteunende VZW: een aparte rechtspersoon die de jeugdvereniging faciliteert door het beheren, onderhouden of financieren van bijvoorbeeld infrastructuur en materialen, ter ondersteuning van maar los van de eigenlijke jeugdwerking.
● Aanvrager: een Brasschaatse vereniging voor jeugdwerk of een ondersteunende VZW.
● Lokaal: een gebouw of een gedeelte ervan dat door de vereniging in exclusief gebruik wordt genomen in functie van zijn werking, hetzij op basis van eigendomsrecht, hetzij op basis van gebruiksrecht.
● Terrein: de aanpalende buitenruimte die door de vereniging exclusief wordt benut voor haar werking of activiteiten, eveneens op basis van eigendomsrecht of gebruiksrecht.
● Exclusief gebruik: Een vereniging heeft het alleenrecht om een bepaald gebouw of terrein te gebruiken, beheren en in te richten volgens de voorwaarden van een overeenkomst (zoals erfpacht, concessie, gebruiksovereenkomst of langdurige huur). Dit exclusieve gebruiksrecht houdt in dat geen andere partij het pand mag gebruiken zonder toestemming van de vereniging, en dat de vereniging de feitelijke controle uitoefent over het dagelijks gebruik.
● Het exclusieve gebruiksrecht kan — binnen de grenzen van de overeenkomst — ook omvatten dat de vereniging het pand tijdelijk of occasioneel mag verhuren aan derden (bijvoorbeeld voor activiteiten, evenementen, kampen…)
● Overheidsinstellingen: de federale, Vlaamse en lokale overheid, alsook gerelateerde diensten of entiteiten die subsidies voorzien in opdracht van deze overheidsinstellingen (bijvoorbeeld FoCI, Toerisme Vlaanderen, Koning Boudewijnstichting, renteloze leningen,…)
Art.3.- Budget
Alle uitgaven worden uitgevoerd binnen het vastgestelde budget. Wanneer de aanvragen dit budget overschrijden, moet eerst een aanpassing van het meerjarenplan door de gemeenteraad worden goedgekeurd.
Indien deze aanpassing niet wordt toegekend, krijgen werkzaamheden en dossiers die rechtstreeks bijdragen aan de doelstellingen inzake veiligheid en onderhoud – zoals omschreven in hoofdstuk 5.1.1 en 5.1.2 – voorrang.
Art.4.- Mogelijke aanvragers en voorwaarden
Deze toelage kan aangevraagd worden door Brasschaatse verenigingen voor jeugdwerk of een ondersteunende vzw, die voldoen aan volgende voorwaarden:
● Werken uitvoeren of laten uitvoeren tot het oprichten, verbeteren of saneren van een lokaal of terrein, gelegen in Brasschaat.
● De jeugdvereniging neemt het initiatief tot verbouwing volledig in eigen beheer en engageert zich financieel, eventueel met steun van derden. Een ondersteunende vzw of andere partner kan de aanvraag indienen namens de jeugdvereniging.
● De vereiste wettelijke toelatingen of vergunningen kunnen worden voorgelegd voor het uitvoeren van de infrastructuurwerken.
● De aanvrager dient voor haar project eerst alle mogelijke subsidiekanalen aan te wenden die door overige overheidsinstellingen of andere organisaties zijn uitgeschreven.
● Een geldige brandverzekering van het gebouw of lokaal wordt voorgelegd bij de toelageaanvraag.
● De aanvrager zorgt ervoor dat alle gegevens die verband houden met de erkenning- en subsidiëringsvoorwaarden op de zetel voorhanden zijn in het Nederlands en hij stelt die ter beschikking voor toezicht door de administratie;
● De aanvrager erkent het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
● De toelage kan worden toegekend aan een vereniging die het gebouw en/of terrein:
1. In gebruik heeft op basis van een overeenkomst met de gemeente betreffende de terbeschikkingstelling van gemeentelijke terreinen en/of lokalen, op voorwaarde dat de bepalingen van deze overeenkomst worden nageleefd;
of
2. In eigendom heeft, of in exclusief gebruik heeft op basis van een overeenkomst met een derde eigenaar. In dat geval verbindt de vereniging resp. eigenaar zich ertoe om de infrastructuur gedurende de geschatte economische levensduur of afschrijvingsduur (maximaal 20 jaar) te gebruiken voor jeugdwerking. Deze verbintenis geldt vanaf het moment dat de toelage wordt toegekend. Indien deze termijn niet wordt gerespecteerd, verbindt de eigenaar zich ertoe om een bedrag, in verhouding tot de afschrijvingsduur van de investering en berekend vanaf de datum van de toegekende toelage, aan de gemeente terug te betalen.
De subsidie moet dus worden terugbetaald (door de eigenaar) wanneer het gebouw binnen een bepaalde termijn niet langer wordt gebruikt voor het doel waarvoor de toelage werd verleend. De teruggave kan op een gelijkaardige manier worden berekend, namelijk:
Initiële toelage × [(jaar van het einde van de afschrijvingsperiode van de initiële investering − jaar van betekening van de opzegging) ÷ afschrijvingsperiode van de initiële investering]
Waarbij:
■ het initiële investeringsbedrag het bedrag inclusief btw betreft;
■ de afschrijvingsperiode maximaal gelijk is aan de wettelijk toegelaten afschrijvingsperiode op het moment van de toekenning van de toelage
Art.5.- Samenstelling toelage
Elke jeugdvereniging kan jaarlijks een toelage verkrijgen van maximaal €10.000 voor verbouwings- of herstellingswerken. Dringende herstellingswerken vallen buiten dit plafond.
Het maximumbedrag wordt op 1 januari 2027 en nadien jaarlijks op 1 januari geïndexeerd. Deze indexering gebeurt via de gezondheidsindex van de maand november voorafgaand aan het nieuwe jaar. Als basis van de bovenstaande tarieven wordt de gezondheidsindex van november 2025 gebruikt.
5.1. Reguliere verbouwingswerken
De verschillende onderdelen van reguliere verbouwingswerken zijn niet cumulatief en bedragen niet meer dan 10.000 euro.
§5.1.1. Werken noodzakelijk voor veiligheidsredenen
■ maatregelen ter bevordering van de brandveiligheid;
■ het laten opmaken van een asbestattest en/of de bijhorende noodzakelijke infrastructuurwerken ter verwijdering van asbesthoudende materialen;
■ het uitvoeren van een keuring van de elektrische installatie of gasinstallatie en het doorvoeren van aanpassingen die voortvloeien uit een negatieve keuring;
§5.1.2. Onderhoud, opknapwerken, herstellingen, verbeteringswerken
■ Vervangen van versleten vloerbekleding
■ Herstellen van beschadigde tegels of pleisterwerk
■ Vervanging van verouderde ramen of deuren (normen vastgelegd in de Vlaamse Codex)
■ Kleine herstellingen aan dakgoten of gevelbekleding.
■ …
■ Periodiek schilderwerk (bv. om de 5 jaar)
■ Reiniging van dakgoten en regenpijpen
■ Onderhoud van verwarmings- of ventilatiesystemen
■ Vervangen van defecte lampen of zekeringen
■ Herstellingen of vervangingen aan sanitaire installaties of keukens
■ …
§5.1.3. Milieugerichte-, energetische- en verfraaiingswerken
■ Isoleren van daken, muren of vloeren
■ Plaatsen van zonnepanelen of zonneboilers
■ Installatie van een energiezuinig verwarmingssysteem (bv. warmtepomp)
■ Plaatsen van regenwaterrecuperatiesystemen
■ Aanbrengen van groendaken of groengevels
■ …
■ Niet essentiële schilderwerken.
■ Gevelbekleding die vooral esthetische doeleinden beoogd.
■ Sfeerverlichting.
■ ….
5.2. Dringende werken
■ veiligheidsredenen voor het vrijwaren en in stand houden van het gebouw (of een gedeelte ervan) (vb. herstellingswerken na brand of vandalisme, gesprongen waterleidingen, stormschade e.d.)
of
■ het in gedrang brengen van de werking van de jeugdvereniging.
5.3. Grote infrastructuurwerken en nieuwbouw.
Art.6.- Aanvraagprocedure
6.1. Reguliere verbouwingswerken
a. Aanvragen moeten uiterlijk op 31 mei van het begrotingsjaar ingediend zijn bij het college van burgemeester en schepenen.
b. De aanvraag gebeurt via het voorgeschreven aanvraagformulier en moet volgende gegevens en bijlagen bevatten:
■ Identificatiegegevens van de vereniging.
■ Benaming en adres van de federatie waarbij de vereniging aangesloten is.
■ Verklaring van de federatie van aansluiting.
■ Datum waarop de vereniging in Brasschaat gevestigd werd.
■ Schriftelijk akkoord van de eigenaar met de uitvoering van de werken.
■ Bewijs van eigendom en/of exclusief gebruik van de infrastructuur voor maximaal 20 jaar jeugdwerkingsgebruik, met verbintenis tot terugbetaling pro rata afschrijvingsduur bij vroegtijdige stopzetting. Niet vereist voor verenigingen in gemeentelijke lokalen.
■ Gedetailleerde omschrijving van de werken met offertes of gedetailleerde raming met verwijzing naar prijzen én de nodige hoeveelheden.
■ Fotomateriaal van de toestand van het gebouw of terrein vóór de uitvoering van de werken.
■ Bewijs brandverzekering.
■ Bewijs van asbestattest, asbest of andere veiligheidsattesten.
6.2. Dringende werken
a. Aanvragen voor dringende herstellingswerken gebeuren tot maximum 2 maanden na de uitvoering van de werken.
b. De aanvraag gebeurt via het voorgeschreven aanvraagformulier en moet volgende gegevens en bijlagen bevatten:
■ Identificatiegegevens van de vereniging.
■ Benaming en adres van de federatie waarbij de vereniging aangesloten is.
■ Verklaring van de federatie van aansluiting.
■ Datum waarop de vereniging in Brasschaat gevestigd werd.
■ Schriftelijk akkoord van de eigenaar met de uitvoering van de werken.
■ Bewijs van eigendom en/of exclusief gebruik van de infrastructuur voor maximaal 20 jaar jeugdwerkingsgebruik, met verbintenis tot terugbetaling pro rata afschrijvingsduur bij vroegtijdige stopzetting. Niet vereist voor verenigingen in gemeentelijke lokalen.
■ Gedetailleerde omschrijving van de werken met offertes of gedetailleerde raming met verwijzing naar prijzen én de nodige hoeveelheden.
■ Bij werken in eigen beheer worden géén arbeidsuren uitbetaald.
■ Fotomateriaal van de toestand van het gebouw of terrein vóór de uitvoering van de werken.
■ Bewijs brandverzekering
6.3. Grote infrastructuurwerken en nieuwbouw.
a. De aanvraag gebeurt via het voorgeschreven aanvraagformulier en moet volgende gegevens en bijlagen bevatten:
■ Identificatiegegevens van de vereniging.
■ Benaming en adres van de federatie waarbij de vereniging aangesloten is.
■ Verklaring van de federatie van aansluiting.
■ Datum waarop de vereniging in Brasschaat gevestigd werd.
■ Schriftelijk akkoord van de eigenaar met de uitvoering van de werken.
■ Bewijs van eigendom of exclusief gebruik van de infrastructuur voor maximaal 20 jaar jeugdwerkingsgebruik, met verbintenis tot terugbetaling pro rata afschrijvingsduur bij vroegtijdige stopzetting. Niet vereist voor verenigingen in gemeentelijke lokalen.
■ Gedetailleerde omschrijving van de werken met offertes of gedetailleerde raming met verwijzing naar prijzen én de nodige hoeveelheden.
■ Fotomateriaal van de toestand van het gebouw of terrein vóór de uitvoering van de werken.
■ Bewijs brandverzekering.
■ Gezond financieel meerjarenplan. Voor dossiers boven 20.000 euro en bij alle waarborgstellingen voor een lening door de gemeente, moet een “meerjaren kasplanning” (vaste template), opgeleverd worden, waaruit moet blijken dat:
● de vereniging en/of ondersteunende vzw financieel gezond is om de infrastructuur te gebruiken (inclusief onderhoudskosten, financieringskosten, herstelkosten, …)
● het risico van de borgstelling voor een lening door het gemeentebestuur, transparant wordt.
● de lening niet langer loopt dan de levensduur van de jeugdinfrastructuur
● en die aansluit met de kasverslagen / jaarrekeningen van de voorbije 3 jaren van vereniging en/of ondersteunende vzw
Art.7.- Toekenningsprocedure
Art.8.- Uitbetaling
De toelage wordt uitbetaald na voorlegging door de vereniging van:
● Facturen (op naam van de vereniging of ondersteunend beheersorgaan).
● Aankoopbewijzen van materialen door de betrokken vereniging.
● Foto’s van de gewijzigde toestand.
● Controle van kwalitatieve uitvoering door Technische Dienst gemeente Brasschaat.
● Voorleggen van de nodige keuring -of conformiteitsattesten (bv. beglazingattest, isolatieattest, installatieattest, …).
Na verificatie wordt het bepaalde percentage (100 %, 75 % of 50 %) van de factuurbedragen aan de vereniging betaald als toelage, binnen de grenzen van de maximale toelage zoals vastgesteld door de gemeenteraad. De toelage wordt berekend op de totale kost voor de vereniging zelf. Dus na aftrek van andere tussenkomsten zoals, maar niet beperkt tot: tussenkomsten van verzekeringsinstanties, bijdrage van de eigenaar, toelage van andere overheden,...
Ten laatste 4 weken na het voorleggen van bovenstaande bewijsstukken en/controle door de technische dienst van gemeente Brasschaat wordt de toelage uitbetaald.
Art.9.- Controle en sancties
De gemeente behoudt zich het recht voor om controles uit te voeren. Wanneer het gemeentebestuur of de administratie bijkomende gegevens vraagt, bezorgt de vereniging die binnen de twee weken.
Bij misbruik of niet-naleving kan de toelage worden ingehouden of teruggevorderd en kan uitsluiting voor 1 jaar volgen.
Art.10.- GDPR
De jeugddienst van de gemeente Brasschaat verwerkt je persoonsgegevens voor haar dienstverlening/activiteiten.
Dit is bijvoorbeeld om jouw vragen te beantwoorden of om een inschrijving te verwerken …
De jeugddienst bewaart je gegevens niet langer dan noodzakelijk voor deze doelen.
Met partijen die namens ons gegevens verwerken, verwachten wij dat zij dit met de nodige zorgvuldigheid doen. Deze partijen mogen deze gegevens niet voor eigen doeleinden gebruiken en moeten voldoen aan de wettelijke verplichtingen.
Je hebt het recht om je gegevens in te zien, te corrigeren of te verwijderen.
Bij vragen over je privacy of om je GDPR-rechten uit te oefenen, kan je contact opnemen met de DPO via privacy@brasschaat.be.
De in dit reglement bedoelde subsidie wordt uitsluitend toegekend ter ondersteuning van activiteiten die een louter lokaal karakter hebben en die in hoofdzaak gericht zijn op de inwoners van de gemeente Brasschaat. De subsidie wordt niet toegekend aan organisaties die op structurele wijze actief zijn buiten het grondgebied van de gemeente Brasschaat of die hun activiteiten richten op een ruimer dan louter lokaal publiek. Op basis van het voorgaande wordt vastgesteld dat de in dit reglement bedoelde subsidie geen staatssteun vormt in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Art.12.- Opheffen vorige versie(s)
Dit reglement vervangt het reglement investeringstoelage jeugdinfrastructuur goedgekeurd op de gemeenteraad van 31 maart 2025.
Art.13.- Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 april 2026 en wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke communicatiekanalen.
Overgangsmaatregelen
● Voor 2026 blijft de indieningsdatum van 31 augustus behouden.
● Vanaf 2027 wordt de indieningsdatum vervroegd naar 31 mei.
36 Beleidsverklaring, globaal preventieplan en jaaractieplan inzake Welzijn op het Werk. Kennisneming. - KENNISGENOMEN
Beslissing
Lokaal bestuur is verantwoordelijk voor de structurele planmatige aanpak van preventie door middel van een dynamisch risicobeheersingssysteem zoals beschreven in de codex Welzijn op het Werk. De beleidsverklaring, het globaal preventieplan en jaaractieplan worden ter kennisneming voorgelegd aan het college en de gemeenteraad.
Juridisch kader
Codex over het welzijn op het werk Boek I.- Algemene beginselen Titel 2.– Algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid
Art.1.- Neemt kennis van de beleidsverklaring, globaal preventieplan en jaaractieplan inzake Welzijn op het Werk.
37 Mondelinge vraag van Luc Van der Schoepen over de behandeling van een schriftelijke vraag door een raadslid in verband met een mogelijk niet ingediende aanvraag tot omgevingsvergunning voor de gemeenteraad. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Raadslid Van der Schoepen doet volgende tussenkomst :
“Voorzitter,
Mag ik eerst opmerken dat mijn vraag op agenda in meeting mobile niet staat genoteerd zoals ik ze heb ingediend, graag zal ik mijn vraag, met uw toestemming, dus ook stellen zoals ik ze heb ingediend.
Vraag over de behandeling van een schriftelijke vraag door een raadslid in verband met een mogelijk niet ingediende aanvraag tot omgevingsvergunning. In het huishoudelijk regelement, artikel 13 betreffende informatie van raadsleden, lezen we dat op schriftelijke vragen van raadsleden binnen de maand na ontvangst schriftelijk wordt geantwoord. De schriftelijke vragen van raadsleden en de antwoorden worden steeds goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. Maar voor een even concreet antwoord als de concrete vragen die door ons werden gesteld blijven we tot op heden op onze honger zitten. Op de valreep mochten we op 6 maart een vriendelijk maar een even weinig en nietszeggend antwoord ontvangen waarin staat dat er kennis wordt genomen van de schriftelijke vraag en de goedkeuring van het ontwerp van het antwoord dat het college de waardering prijst dat wij net als jullie ruimtelijke ordening een warm hart toedragen. En dat de dienst ruimtelijke ordening opdracht werd gegeven om een controle ter plaatse te doen en in voorkomend geval een handhavingsdossier op te maken. Dat is het besluit van onze schriftelijke vraag op de agenda van het college van 2 maart. Geacht college van burgemeester en schepenen, Een gemeenteraadslid vertegenwoordigt de inwoners heeft als taak om het college van burgemeester en schepenen en haar diensten te controleren. Als we als raadslid dus zaken aankaarten zoals het onderwerp in onze tijdig ingediende schriftelijke vraag verwachten we toch een snellere reflex van de gemeentediensten om bijvoorbeeld mogelijke schade te beperken. Kan u ons vertellen waarom onze vraag niet geagendeerd werd op de agenda van het schepencollege op 16/2 of 23/2 maar wel pas op 2/3? Kan u voor alle duidelijkheid schetsen wat wij als raadslid moeten begrijpen uit het huishoudelijk reglement wanneer er staat dat op schriftelijke vragen van raadsleden binnen de maand na ontvangst schriftelijk wordt geantwoord? Betekent dit niet dat we een concreet antwoord mogen of kunnen ontvangen nadat er bijvoorbeeld binnen de tijdspanne dat het college neemt om het raadslid te beantwoorden al een onderzoek volgt en dat de eind conclusies geformuleerd worden in het antwoord?”
Schepen Heirman doet volgende tussenkomst :
“Bedankt voor uw vraag, de schepen van ruimtelijke ordening was trouwens al op de hoogte en had al initiatief genomen. Werd wel gepland om op CBS te brengen voor 2 maart maar werd uitgesteld.
Wat betreft de tijdslijn kan ik het volgende melden:
Aan Igean werd opdracht gegeven een handhavingsdossier op te maken. Zij zijn ter plaatse geweest op vrijdag 13 maart en hebben een stakingsbevel opgelegd. Inhoudelijk wordt een proces-verbaal niet openbaar teruggekoppeld.”
|
Raadslid Van der Schoepen bedankt de schepen voor zijn antwoord. Hij wil graag weten of er voor zijn vraag reeds een onderzoek geweest was?
Schepen Van Cauwelaert licht toe dat de diensten op de hoogte waren maar dat er nog geen onderzoek werd uitgevoerd op dat moment.
Raadslid Van der Schoepen geeft nog mee dat de melders dachten dat er reeds een onderzoek geweest was. Iedereen is niet thuis in dit vakjargon. Hij vindt het een spijtige zaak dat mensen nogal snel de melding krijgen dat ze zelf naar het vredegerecht moeten gaan.
Schepen Van Cauwelaert bevestigt dat het antwoord misschien iets te kort door de bocht was. Hij stelt dat het voor verbetering vatbaar is.
Raadslid Van der Schoepen stelt dat ze momenteel tevreden zijn over de opvolging van de diensten. Hij vraagt of het mogelijk is om alsnog een antwoord te krijgen op zijn schriftelijke vraag?
Schepen Van Cauwelaert licht toe dat hij het proces-verbaal kan komen inkijken maar dit kan niet overhandigd worden binnen de schriftelijke vraag.
|
Beslissing
Het huishoudelijk reglement in artikel 13 betreffende informatie van raadsleden lezen we dat op schriftelijke vragen van raadsleden binnen de maand na ontvangst schriftelijk wordt geantwoord. Hiertoe bezorgen ze een duidelijk omschreven vraag aan de algemeen directeur, via de SharePoint voor raadsleden. De schriftelijke vragen van raadsleden en de antwoorden worden steeds goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen. Maar voor een even concreet antwoord als de concrete vragen die door ons werden gesteld blijven we tot op heden op onze honger zitten. Op de valreep mochten we op 6 maart een vriendelijk maar een even weinig en nietszeggend antwoord ontvangen waarin staat dat er kennis wordt genomen van de schriftelijke vraag en de goedkeuring van het ontwerp van het antwoord dat het college de waardering prijst dat wij net als jullie ruimtelijke ordening een warm hart toedragen. En dat de dienst ruimtelijke ordening opdracht werd gegeven om een controle ter plaatse te doen en in voorkomend geval een handhavingsdossier op te maken. Dat is het besluit van onze schriftelijke vraag op de agenda van het college van 2 maart. Geacht college van burgemeester en schepenen, Een gemeenteraadslid vertegenwoordigt de inwoners, stelt kaders voor het lokale beleid en controleert het college van burgemeester en schepenen en zij nemen besluiten over cruciale gemeentelijke zaken, zoals financiën, ruimtelijke ordening en dienstverlening. Daarnaast fungeren ze als brug tussen burger en bestuur door te luisteren naar wat er leeft in de samenleving. Als we als raadslid dus zaken aankaarten zoals het onderwerp in onze tijdig ingediende schriftelijke vraag verwachten we toch een snellere reflex van de gemeentediensten om bijvoorbeeld mogelijke schade te beperken.
Neemt kennis van de vragen van Luc Van der Schoepen, namens Vlaams Belang:
● Kan u ons vertellen waarom onze vraag niet geagendeerd werd op de agenda van het schepencollege op 16/2 of 23/2 maar wel pas op 2/3?
● Kan u voor alle duidelijkheid schetsen wat wij als raadslid moeten begrijpen uit het huishoudelijk reglement wanneer er staat dat op schriftelijke vragen van raadsleden binnen de maand na ontvangst schriftelijk wordt geantwoord?
● Betekent dit niet dat we een concreet antwoord mogen of kunnen ontvangen nadat er bijvoorbeeld binnen de tijdspanne dat het college neemt om het raadslid te beantwoorden al een onderzoek volgt en dat de eind conclusies geformuleerd worden in het antwoord?
38 Mondelinge vraag van Inge Hermans over de verlenging van de zandwinningssite Brechtsebaan en hun risico’s op het milieu en de volksgezondheid voor de gemeenteraad. - KENNISGENOMEN
Zittingsverslag
Voorzitter Geysen neemt voor de behandeling van deze vraag nog eerst even het woord. Het punt werd tijdig ingediend en zal dus zeker behandeld worden. Hij wil het graag hebben over de bijkomende mail die afzonderlijk op zaterdag nog verstuurd werd met een bijkomende vraag. Op basis van art 13 van het huishoudelijk reglement stelt hij dat de bijkomende vraag buiten de termijn viel. Beide hebben iets met elkaar te maken dus hij staat het toe om de bijkomende vraag te stellen maar hij wil hier in de toekomst geen uitzonderingen voor maken om last minute zaken toe te voegen.
Raadslid Hermans was zich volledig bewust van het feit dat dit niet binnen de afspraken valt maar ze wilde het college eigenlijk ter wille komen om hen niet te confronteren met de vragen op de moment zelf. Ze heeft hard gewerkt aan de voorbereiding en daarom stuurde ze het op voorhand door. Ze weet ook dat er niet kan gestemd worden over het bijkomende deel.
Raadslid Hermans doet volgende tussenkomst :
“Er loopt momenteel een openbaar onderzoek naar de aanvraag van Revabo/Hens 2026/OMV/0113NV
om de vergunning voor de opvulling en eindafwerking van de
zandwinningssite aan de Brechtsebaan met 10 jaar te verlengen (tot 2037).
Hoewel de zandwinning zelf binnenkort stopt, wil men nog ongeveer 200.000 m³ grond storten.
Tegelijk wordt gesteld dat geschikte gronden moeilijk te vinden zijn,
wat voor ons vragen oproept over de haalbaarheid en noodzaak van deze termijn.
Daarnaast zijn er bezorgdheden over de aard van de te storten gronden,
waaronder mogelijke aanwezigheid van PFAS en andere verontreinigende stoffen.
De groeve is bovendien ook niet geïsoleerd en staat in verbinding met het grond- en oppervlaktewater, met afwatering richting een waterwingebied van PIDPA.
Bijkomend, wordt ook een sterke uitbreiding gevraagd van de opslagcapaciteit (van 0,4 ha naar 3,45 ha), wat niet meteen in verhouding lijkt te staan tot de opgegeven volumes.
Gezien de onzekerheden rond vervuiling, waterimpact én de schaal van de gevraagde uitbreiding wil ik toch nog een bijkomende bedenking meegeven bij dit dossier.
We stelden vast dat deze aanvraag al sinds november 2025 loopt, en dat de provincie tijdens de fase van ontvankelijkheid en volledigheid tot twee keer toe heeft moeten vragen om het dossier aan te passen omdat het niet in orde was.
Dat roept toch wel vragen op over de kwaliteit en de onderbouwing van de oorspronkelijke aanvraag.
Daarnaast loopt er dus momenteel en daar gaat het hier vanavond over, een openbaar onderzoek en wordt aan jullie gevraagd om een advies te formuleren.
Dit gezegd zijnde lijkt het voor onze fractie Brasschaat 2012, dat voorzichtigheid hier geen overbodige luxe!
Onze vragen:
-Kan het bestuur toelichten hoe zij de kwaliteit en volledigheid van dit dossier vandaag inschatten, en in welke mate de eerdere opmerkingen van de provincie volledig zijn weggewerkt?
-Waarom is een verlenging van 10 jaar noodzakelijk, gezien de beperkte jaarlijkse aanvoer van grond (±20.000 m³)? los van de rekenformule 10 x 20.000 :o)
-Hoe realistisch is deze planning, en bestaat het risico dat deze termijn opnieuw verlengd zal worden?
-Aangezien het om een niet-geïsoleerde groeve gaat die in verbinding staat met grond- en oppervlaktewater, welke concrete garanties zijn er dat er geen impact zal zijn op het watersysteem, zeker gezien de nabijheid van een waterwingebied?
-De verlenging wordt gebaseerd op onzekerheid over de markt en regelgeving.
Is het dan niet logischer om te werken met een kortere termijn en tussentijdse evaluaties in plaats van nu meteen 10 jaar toe te kennen, onzekerheid mag toch geen argument zijn om risico’s in de tijd te spreiden, maar net om voorzichtigheid te verhogen.
-Hoe wordt omgegaan met de eventuele PFAS-verontreiniging en zal het voorzorgsprincipe toegepast worden?
-Is er een risicoanalyse gebeurd in functie van het nabijgelegen waterwingebied van PIDPA (Inslag)?
-Waarom is er een uitbreiding van de opslagcapaciteit nodig van 0,4 ha naar 3,45 ha, terwijl de jaarlijkse aanvoer beperkt is?
-Hoe verhoudt deze gevraagde capaciteit zich tot de effectieve noden, en sluit dit uit dat er bijkomende of andere activiteiten worden gepland?
-Hoe zal de gemeente toezien op de kwaliteit en samenstelling van de aangevoerde gronden
en werd onderzocht of er alternatieven zijn voor deze langdurige opvulling, of voor een andere invulling van de site, gezien de huidige onzekerheden?
-Welke controlemechanismen zijn voorzien en hoe zullen onze burgers hierover worden geïnformeerd?
Nieuw: wie neemt de uiteindelijke beslissing om al of niet de vergunning toe te kennen? Deputatie?
Wij wensen namens onze fractie tegelijk toch een constructief voorstel te formuleren met betrekking tot de toekomstige invulling van de zandwinningsput binnen onze gemeente.
Onze fractie stelt voor om de resterende zandwinningsput (ca. 2 ha wateroppervlakte) niet op te vullen, maar deze te behouden als open water en duurzaam te integreren in het omliggende landschap. Uiteraard als en indien er geen verplichting rust tot opvulling van die put!
Onze motivatie luidt als volgt:
-Dit zou een versterking van het bestaande natuurgebied kunnen betekenen
De waterplas sluit naadloos aan bij het bos- en natuurgebied dat destijds werd aangelegd als compensatie voor de HST. Behoud ervan creëert een robuuster en ecologisch waardevoller geheel.
-Het vermijden van opvulling beperkt risico’s op (toekomstige) verontreiniging van bodem, grondwater en stroomafwaarts gelegen drinkwaterbronnen.
-In het licht van toenemende droogte en piekneerslag zou de plas kunnen fungeren als een natuurlijke waterbuffer, wat bijdraagt aan een veerkrachtiger watersysteem.
-Met een relatief beperkte oppervlakte kan een disproportioneel grote meerwaarde gerealiseerd worden op vlak van natuur, waterbeheer en leefkwaliteit.
Uiteraard zijn wij er ons van bewust dat er hierrond regelingen moeten getroffen worden zoals :
-Uitwerking van een billijke compensatieregeling voor de betrokken eigenaar/exploitant (Hens/Revabo);
-Opmaak van een geïntegreerd beheerplan (natuur en water)
-Aandacht voor veiligheid en eventuele zachte recreatieve invulling, in balans met ecologische doelstellingen.
Ons alternatief voorstel geeft toekomstgerichte, kostenefficiënte en vooral een maatschappelijk gedragen oplossing die tegelijk ook inspeelt op de uitdagingen van de klimaatverandering en verbeterde ruimtelijke kwaliteit.
Onze fractie vraagt aan het Schepencollege om dit scenario verder te willen onderzoeken en mee te nemen in de eventuele besluitvorming.”
Schepen Van Cauwelaert komt tussen op de vragen van raadslid Hermans :
De Provincie is de vergunnende overheid en zij zullen zicht uitspreken over de 10 jaar. Het is niet de bevoegdheid van het bestuur maar van de Provincie.
Departement omgevingen / natuurlijke rijkdommen heeft hier ervaring mee en zullen zich over dit alles uitspreken.
Omdat er ook waterwingebied is, valt dit dossier onder de bevoegdheid van de Vlaamse Milieumaatschappij. Zij formuleren de adviezen met betrekking tot grondwater en watertoets.
Ons bestuur zal ook zijn bedenkingen meegevan aan de Provincie met betrekking tot dit dossier. Verder hebben ze hier niets te beslissen. Het dossier werd binnen de diensten al uitvoerig besproken en binnenkort zal dit ook besproken worden op het college.
De controles op Pfas gebeuren ook door Ovam en de Vlaamse Milieumaatschappij. Zij doen sporadische staalcontroles.
Dit dossier wordt behandeld door hogere overheden, op vele vragen kan hier dus nu geen antwoord geformuleerd worden. Er wordt nu een verlenging gevraagd omdat zulke gronden moeilijk te vinden zijn.
De deputatie bepaald de uiteindelijke vergunning.
Raadslid Hermans verwacht toch iets mee input bij een dossier als dit. Ze hoopt dat er in de toekomst een toelichting volgt met betrekking tot wat het vervolg zal zijn.
Schepen Van Cauwelaert wil het dossier gerust toelichten nadat de deputatie zijn beslissing genomen heeft.
Raadslid Pauwels vraagt zich af of de schepen zijn bedenkingen nu al wil delen?
Schepen Van Cauwelaert gaat zijn bedenkingen nu nog niet delen want dan staan ze morgen in de krant. De bedenkingen zullen tijdig doorgegeven worden aan de deputatie.
Beslissing
Er loopt momenteel een openbaar onderzoek naar de aanvraag van Revabo/Hens 2026/OMV/0113NV
om de vergunning voor de opvulling en eindafwerking van de
zandwinningssite aan de Brechtsebaan met 10 jaar te verlengen (tot 2037).
Hoewel de zandwinning zelf binnenkort stopt, wil men nog ongeveer 200.000 m³ grond storten.
Tegelijk wordt gesteld dat geschikte gronden moeilijk te vinden zijn,
wat voor ons vragen oproept over de haalbaarheid en noodzaak van deze termijn.
Daarnaast zijn er bezorgdheden over de aard van de te storten gronden,
waaronder mogelijke aanwezigheid van PFAS en andere verontreinigende stoffen.
De groeve is bovendien ook niet geïsoleerd en staat in verbinding met het grond- en oppervlaktewater,
met afwatering richting een waterwingebied van PIDPA.
Bijkomend, wordt ook een sterke uitbreiding gevraagd van de opslagcapaciteit (van 0,4 ha naar 3,45 ha),
wat niet meteen in verhouding lijkt te staan tot de opgegeven volumes.
Gezien de onzekerheden rond vervuiling, waterimpact én de schaal van de gevraagde uitbreiding,
lijkt voor onze fractie Brasschaat 2012, voorzichtigheid hier geen overbodige luxe!
Neemt kennis van de vraag van Inge Hermans, namens Brasschaat2012:
● Waarom is een verlenging van 10 jaar noodzakelijk, gezien de beperkte jaarlijkse aanvoer van grond (±20.000 m³)?
● Hoe realistisch is deze planning, en bestaat het risico dat deze termijn opnieuw verlengd zal worden?
● Aangezien het om een niet-geïsoleerde groeve gaat die in verbinding staat met grond- en oppervlaktewater, welke concrete garanties zijn er dat er geen impact zal zijn op het watersysteem, zeker gezien de nabijheid van een waterwingebied?
● De verlenging wordt gebaseerd op onzekerheid over de markt en regelgeving. Is het dan niet logischer om te werken met een kortere termijn en tussentijdse evaluaties in plaats van nu meteen 10 jaar toe te kennen, onzekerheid mag toch geen argument zijn om risico’s in de tijd te spreiden, maar net om voorzichtigheid te verhogen.
● Hoe wordt omgegaan met de eventuele PFAS-verontreiniging en zal het voorzorgsprincipe toegepast worden?
● Is er een risicoanalyse gebeurd in functie van het nabijgelegen waterwingebied van PIDPA (Inslag)?
● Waarom is er een uitbreiding van de opslagcapaciteit nodig van 0,4 ha naar 3,45 ha, terwijl de jaarlijkse aanvoer beperkt is?
● Hoe verhoudt deze gevraagde capaciteit zich tot de effectieve noden, en sluit dit uit dat er bijkomende of andere activiteiten worden gepland?
● Hoe zal de gemeente toezien op de kwaliteit en samenstelling van de aangevoerde gronden en werd onderzocht of er alternatieven zijn voor deze langdurige opvulling, of voor een andere invulling van de site, gezien de huidige onzekerheden?
● Welke controlemechanismen zijn voorzien en hoe zullen onze burgers hierover worden geïnformeerd?
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.